103. Bijbelstudie over DE ZONDE - CHATA AT. taux


1 103. Bijbelstudie over DE ZONDE - CHATA AT taux 103. De zonde - Chata at - taux - pagina 1 Wij kennen allemaal wel de christelijke stelregel dat wij...

0 downloads 20 Views 985KB Size

Recommend Documents


No documents


103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 1

103. Bijbelstudie over

DE ZONDE - CHATA’AT

taux Wij kennen allemaal wel de christelijke stelregel dat wij de zondaar moeten liefhebben, maar de zonde moeten haten. Maar wat is zonde? Weet u daarop een pasklaar antwoord? Kunt u mij een duidelijke definitie geven van zonde? In christelijke kringen heeft het woord zonde vooral te maken met ‘je doel missen’. Deze definitie van zonde is gebaseerd op de letterlijke vertaling vanuit de grondtekst in de Strong’s Concordantie, in het Hebreeuws taux chata’at (nummer 2403) van de stam aux chata - missen (nummer 2398) en in het Grieks  hamartia (nummer 266) van  hamartano - zich vergissen, het doel missen (nummer 264). Op zich klopt dat natuurlijk wel, want zonde is inderdaad het doel missen dat G’d met ons leven heeft. De enige manier om G’ds doel met ons leven te realiseren is simpelweg door Hem te gehoorzamen, dus dat wij doen wat Hij zegt. En dat gebeurt helaas doorgaans niet of nauwelijks. Gehoorzaamheid is tegenwoordig niet meer populair in een samenleving waarin niemand zich meer iets wil laten voorschrijven en waar men dagelijks te horen krijgt: “Dat maak ik zelf wel uit!” of: “Dat bepaal ik zelf wel!” Wij leven in een antiautoritaire samenleving met alle gevolgen van dien. U ziet het op school, u ziet het op het werk, u ziet het zelfs in de kerk. Leerkrachten, leidinggevenden en zelfs voorgangers klagen steen en been over een gebrek aan respect en gehoorzaamheid en zo is het ook met ons geloofsleven. G’d heeft ons geschapen om Hem te dienen. Dat is het doel van ons leven: Hem te dienen en Hem te verheerlijken. Elk ander doel dat wij nastreven is zonde. De Eeuwige is de eigenaar van ons. Hij heeft recht op ons leven. De mens wil echter autonoom zijn en niet onder Zijn gezag staan, en dat is de diepste kern van de zonde. Daarmee mist de mens het doel van zijn leven. Zonde is opstand en rebellie! Zonde is de verwerping van G’ds heerschappij over ons leven. Zonde is de weigering om de Eeuwige te erkennen als de hoogste autoriteit in ons leven. Zonde is ongehoorzaamheid aan onze Schepper. Dat kunnen wij heel duidelijk zien bij de allereerste zonde die in ty>arb B’reshit [Genesis] 2:17 en 3:6 uitvoerig wordt beschreven. Daar heeft de Eeuwige gezegd: "Doe het niet", maar ze deden het toch! De Eeuwige heeft aan de mensen die Hij geschapen had, bepaalde geboden en verboden opgelegd, waar zij zich echter niet aan hebben gehouden. Zij werden daar niet toe gedwongen door de slang, maar het was hun vrije keuze en daarom luidt de definitie van zonde volgens de dikke ‘Van Dale’: “Iedere vrijwillige overtreding van g’ddelijke of morele wetten” en ook volgens het ‘Wolters’ Ster Woordenboek’: “Iedere vrijwillige overtreding van g’ddelijke of zedelijke wetten.” Kortom: Zonde is alles wat tegen de wil van G’d in gaat. Zo simpel is dat. En wat is Zijn wil? Die heeft Hij aan ons bekend gemaakt in de Tora, ook wel ‘de Wet’ genoemd, die door velen als achterhaald en niet meer van toepassing wordt beschouwd. Was u een zondaar of bent u dat nog steeds? In evangelische en charismatische gemeenten worden regelmatig speciale getuigenisdiensten gehouden en een veelgehoorde uitspraak in sommige getuigenissen is: “Vroeger, toen ik nog een zondaar was...” In hun ogen zijn dus alleen onbekeerde mensen zondaars. Gelovigen die ervan uitgaan dat zij sinds hun bekering geen zondaars meer zouden zijn omdat hun zonden door het plaatsvervangende offer van Yeshua vergeven zijn, maken daarmee een enorme denkfout. Deze gedachte is gebaseerd op een verkeerde vertaling van Romeinen 5:8, waarin Paulus volgens de NBV schrijft: “Maar G’d bewees ons Zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” NBG: “G’d echter bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.” WBV: “G’d echter bewijst Zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren.” Volgens al deze vertalingen zou dus in principe niemand van ons meer een zondaar zijn doordat Yeshua voor ons gestorven is, want daar staat duidelijk: “Toen wij nog zondaars waren” in verleden tijd, dus nu zijn we geen zondaars meer. Toch zou ik mij best kunnen voorstellen dat de meesten van u bij het lezen hiervan zullen denken: “Was het maar

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 2

waar...”, want als u eerlijk bent moet u ronduit toegeven dat u ook na uw bekering nog gezondigd hebt en nog steeds zondigt. Dat geldt echt voor iedereen, niemand uitgezonderd. Is dat waar of niet? Eerlijk zeggen! Als u nu zegt: “Spreek voor jezelf, maar voor mij gaat dat niet op, want sinds Jezus in mijn hart is heb ik nooit meer gezondigd!” dan houdt u niet alleen ons voor de gek, maar ook uzelf en wat nog erger is: dan houdt u ook de Eeuwige voor de gek, want Hij weet als geen ander dat u dan een leugenaar bent en ook Hem tot een leugenaar maakt. Niet ik zeg dat, maar zo staat het in G’ds Woord: "Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van G’d!" (Romeinen 3:23) en ook: “Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en Zijn woord is in ons niet!” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 1:8-10). De mens blijft zondigen, ook na zijn bekering. Hoe komt dat? Heel simpel! Omdat hij geboren is met een zondige natuur, waardoor hij elke keer weer opnieuw zondigt. In de traditie wordt dit de erfzonde genoemd, een zonde die wij van Adam en Chava [Eva] geërfd hebben. Zij waren ongehoorzaam aan het verbod dat de Eeuwige hen had gegeven. Daardoor kwam de zonde, met alle gevolgen, de wereld binnen. Het zit daardoor in onze natuur. Al doe je nog zo je best om niet te zondigen, toch ga je keer op keer weer de fout in of je wilt of niet. Sommigen willen geen computer in huis hebben om niet in de verleiding te komen verkeerde websites op te zoeken en anderen doen de televisie weg om niet geconfronteerd te worden met al dat bloot en geweld op het scherm. Op zich valt daar wel wat voor te zeggen, maar het geeft nog geen garantie dat men niet meer zondigt. Oké, het risico om op seksueel terrein te zondigen wordt daardoor inderdaad sterk verminderd, maar deze mensen zondigen wel op andere manieren, maar helemaal vrij van zonde is echt niemand! Neem dat maar gerust van mij aan. Hoe je het ook draait of keert: je blijft een zondaar, al doe je nog zo vroom! Betekent dit nu, dat we ons dan maar daarin moeten berusten en tegen de Eeuwige mogen zeggen: “Ja, sorry hoor, maar zo ben ik nu eenmaal. Ik kan daar ook niets aan doen.” Natuurlijk zeggen wij dat niet! Wij weten heus wel dat we heel bewust zondigen en we moeten ons niet gaan verschuilen achter het feit, dat wij allemaal het slachtoffer zijn van de erfzonde, want dan zou Yeshua voor niets gestorven zijn. Wij zijn allemaal volwassen mensen en hebben onze verantwoordelijkheid ten opzichte van het houden van G’ds geboden en inzettingen. Natuurlijk zijn wij niet volmaakt en natuurlijk gaan we steeds opnieuw de fout in, maar het gaat er om, dat we ons best moeten doen om dit zo veel mogelijk te voorkomen en niet bij voorbaat al zeggen dat het onbegonnen werk is. Het is een kwestie van vallen en opstaan. Daarom moeten wij elke dag opnieuw vergeving vragen voor onze zonden met beroep op het offer van Yeshua en elke dag opnieuw ernaar streven om de Eeuwige te behagen. Niet om daarmee onze behoudenis zelf te bewerken, maar uit liefde voor en gehoorzaamheid aan onze Vader. Maar terug naar onze tekst Romeinen 5:8. In bijna alle vertalingen staat, dat G’d ons Zijn liefde bewees doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” Toen wij nog zondaars waren, en dus niet meer zijn. Dit lijkt duidelijk in tegenspraak te zijn met 1 Johannes 1:8. En dat is het ook, althans in deze vertaling, maar niet in de grondtekst. Daar staat:   synistēsin de tēn eautou agapēn eis ēmas o theos hoti eti amartōlōn ontōn ēmōn christos yper ēmōn apethanen bevestigt nu de van Hemzelf liefde tot ons G’d (hierin) dat nog zondaren zijnde wij Christus ten behoeve van ons gestorven is. Ziet u wat ik bedoel? In de Griekse grondtekst staat helemaal niet in verleden tijd: “toen wij nog zondaren waren,” maar: “nog zondaren zijnde” in tegenwoordige tijd. Dat is een groot verschil! Een betere vertaling zou dus zijn: “Hierin toont de Eeuwige Zijn liefde voor ons dat de Mashiach voor ons gestorven is terwijl wij nog zondaars zijn.” Wij allen zijn nog steeds zondaars en juist daarom blijft ons dagelijks beroep op het offer van Yeshua noodzakelijk, want: “Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd!” schrijft Sha’ul [Paulus] in Romeinen 5:12. U ziet dus dat het levensgevaarlijk is om de mensen te leren, dat wij geen zondaars meer zouden zijn en dat de Wet niet meer van toepassing zou zijn voor degenen die

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 3

in G’ds Zoon geloven. Nergens in de Bijbel staat er toch dat de Wet is afgeschaft? Heeft Yeshua niet zelf gezegd dat een ieder die ook maar één van de kleinste geboden ontbindt en anderen zo leert, zeer klein zal heten in het Koninkrijk der hemelen, maar wie zich aan G’ds wetten houdt (Het Boek!) en anderen leert dat ook te doen, groot zal zijn in dat Koninkrijk (Mt 5:19)? Staat er niet ook geschreven dat wij G’ds geboden doen als wij Hem echt liefhebben (1 Joh 5:2-3), maar dat wij leugenaars zijn als wij zeggen Hem te kennen, maar Zijn geboden niet bewaren (1 Joh 2:3)? U zult nu misschien wel zeggen dat daarmee slechts de 10 geboden zijn bedoeld. Neen, Yeshua heeft het in Mt 5:17-20 niet alleen over de 10 geboden, maar over alle 613 geboden van de Tora, inclusief de spijswetten die het eten van varkensvlees en ander onrein voedsel verbieden alsook het houden van de Shabat en de feestdagen. Het zijn geen Joodse feestdagen, maar de feestdagen des Heren, en het is niet de Joodse wet, maar het is G’ds Wet! Zonde is ingaan tegen G’ds Wet Als wij bijvoorbeeld onrein voedsel eten, een eredag houden en feesten vieren die niet in de Bijbel staan, dan overtreden wij G’ds Wet en dat noemt de Bijbel zonde. Zonde? Ja! Zonde! Dat komt in de vertaling van Het Boek bijzonder duidelijk naar voren: “Wie zondigt, overtreedt de Wet van G’d, want elke zonde is een overtreding van die Wet!” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 3:4). Ook de Nieuwe Bijbelvertaling formuleert dit op een niet mis te verstane wijze: “Ieder die zondigt overtreedt G’ds Wet, want zondigen is G’ds Wet overtreden!” Het overtreden van de Tora, is de Bijbelse definitie voor het woord ‘zonde’. Dat blijkt ook uit andere vertalingen zoals de Willibrordus-Vertaling: “Wie zonde doet, overtreedt G’ds Wet, want de zonde ís G’ds Wet overtreden!” De Leidse Vertaling noemt het kindje gewoon bij de naam: “Ieder die zonde bedrijft overtreedt ook de Wet, want de zonde is de wetsovertreding!” Ook de NBG-vertaling die waarschijnlijk door de meesten van u wordt gebruikt, leert ons: “Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid!” en heeft Yeshua niet aangekondigd, dat Hij te Zijner tijd tegen velen zal zeggen: “Gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid!” (Mt 7:23)? Heeft Hij het hier tegen ongelovigen? Neen! Hij zegt dit tegen gelovigen, want deze mensen zeggen immers: “Here, Here!” tegen Hem. Zij hebben in Zijn naam geprofeteerd, in Zijn naam boze geesten uitgedreven en in Zijn naam vele krachten gedaan (Mt 7:21-23). Zij geloven dus in Hem, want anders zouden zij al deze dingen niet in Zijn naam gedaan hebben. Waarom zegt Yeshua dan tegen hen: “Ik ken u niet!”? Omdat zij de wil van Zijn Vader niet doen vanwege hun verkeerde gedachte dat Zijn Wet afgeschaft is, en dat terwijl Yeshua toch zo nadrukkelijk gezegd heeft: “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, die in de hemelen is” (Mt 7:21). Wat is dus zonde in de ruimste zin van het woord? Als men G’ds wil niet doet, dus met andere woorden: zonde is als men doet wat G’d verboden heeft of juist niet doet wat Hij opgedragen heeft. En hoe weten wij wat G’ds wil is? Door het bestuderen van Tora. In alle 613 geboden en verboden heeft de Eeuwige Zijn wil via het Joodse volk aan de mensheid bekend gemaakt. Maar een veelgehoorde kreet in christelijke kringen is tegenwoordig: “Wij zijn vrij van de Wet!” Dat is een gevaarlijke gedachte. Als men namelijk zegt dat de Tora, waarin G’ds wil staat geschreven, voor de kerk niet meer van toepassing zou zijn en men zich daar dus ook niet meer in verdiept, dan is men niet meer op de hoogte van wat G’d ons bevolen of verboden heeft. Als men ervan uitgaat dat men vrij is van de Wet, dan is men wetteloos en dan men mist een Bijbels verantwoord zondebesef. Vandaar dat er tegenwoordig in een groeiend aantal traditionele kerken homohuwelijken worden ingezegend. Homoseksualiteit ziet men daar immers niet meer als zonde maar als een door G’d gegeven geaardheid. Ook het niet houden van de Shabat en de Bijbelse feestdagen ziet men zelfs in evangelische kringen niet als zonde en wordt derhalve ook niet als zodanig beleden. Het blijven dus collectieve onbeleden zonden, want men gaat er gewoon van uit dat men helemaal niet gezondigd heeft! Het overtreden van de Wet is dus de zonde. Heeft Yeshua de zonde weggehaald? Neen, want in hoofdstuk 1 vers 8 van hetzelfde Bijbelboek lazen we zojuist dat we liegen als we zeggen dat we geen zonde meer hebben. Leert de Bijbel ons, dat we dan maar de Wet moeten vergeten? Als er geen Wet meer is, dan kunnen we immers ook niet meer zondigen door de overtreding daarvan. Neen, want in Romeinen 2:12 en 13 schrijft Sha’ul: “Allen, die zonder

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 4

Wet gezondigd hebben, zullen ook zonder Wet verloren gaan; en allen, die onder de Wet gezondigd hebben, zullen door de Wet geoordeeld worden; want niet de hoorders der Wet zijn rechtvaardig bij G’d, maar de daders der Wet zullen gerechtvaardigd worden.” Yeshua is dus niet aan het kruis genageld om de Tora uit ons leven te verwijderen, maar om de straf op Zich te nemen voor het overtreden daarvan! Nooit heeft Hij gezegd dat de Tora voor ons door Zijn offer niet meer van toepassing zou zijn. Integendeel! Juist omdat Hij voor ons de straf op zich heeft genomen voor onze zonden, zouden we er nu des te meer naar moeten streven om gehoorzaam te zijn aan G’ds geboden en inzettingen. Zojuist hebben we in a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 3:4 gelezen wat de Bijbelse definitie van zonde is, namelijk het overtreden van de Tora en alle kenmerken en aspecten van de zonde zijn gerelateerd aan het overtreden van de Tora. Daarom is het van groot belang om de Tora te kennen, want hoe kan men gehoorzaam zijn aan een wet die men niet kent? In de kerk wordt de Tora niet volledig gelezen en sowieso niet als gezaghebbend beschouwd. Als gevolg daarvan is er bij velen een gebrek aan kennis en overtreden zij G’ds Wet voortdurend zonder dat zelf in de gaten te hebben. De Eeuwige zag dit al aankomen en heeft reeds vele eeuwen geleden gezegd: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis!” (i>vh Hoshea [Hosea] 4:6). Sommigen gaan zelfs zo ver om te zeggen dat de Tora zelf zonde zou zijn. Niet alleen nu, maar vroeger ook al. Daar reageerde Sha’ul [Paulus] op in scherpe bewoording: “Wat zullen wij dan zeggen? Is de Tora zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de Tora; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de Tora niet zeide: Lo tach’mod - gij zult niet begeren!” (Romeinen 7:7). Hij wijst de verkeerde gedachte dat de Tora zonde is, radicaal van de hand. Alleen het idee al geeft hem als orthodoxe rabbijn de koude rillingen. Hij roept het uit: hlylxv cx Chas v’chalila! - G’d beware! Ofwel: Volstrekt niet! Hoe kan men het in het hoofd halen om zoiets absurds te veronderstellen? De zonde was er immers al lang vóórdat de Tora aan Moshe gegeven was schrijft Sha’ul in Romeinen 5:13 en licht het in Galaten 3:19-21 toe: “Waarom dan toch de Wet? De Wet is later ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde, in de tijd dat de nakomeling aan wie de belofte was gedaan nog komen moest. Ze werd door engelen aan een bemiddelaar gegeven. Maar bemiddeling is niet nodig wanneer er maar één is die handelt, en G’d handelt alleen. Is de Wet daarom in strijd met G’ds belofte? Absoluut niet!” (NBV). Wees dus eerlijk tegen elkaar en tegen de Eeuwige. Zolang christenen de Tora negeren en Zijn geboden en inzettingen niet bestuderen, zullen zij zich van geen kwaad bewust zijn en in onbeleden zonde blijven leven. Daarom is het zo belangrijk om elke week de Parasha volgens de leesrooster samen met elkaar te lezen en te overpeinzen. Als wij de Tora aandachtig doornemen en onze hemelse Vader vragen om ons door Ruach haQodesh [de Heilige Geest] wijsheid en inzicht daarvoor te geven, dan komt de oorzaak van alle ellende en tekortkomingen eerst goed aan het licht en wordt heel duidelijk wat er scheef zit in onze verhouding tot Adonai. Daarom is de Tora voor ons van onschatbare waarde, want zij geeft ons enerzijds de kennis van G’ds wil en openbaart ons de diepte van onze zonden, maar zij leidt ons ook naar rechtvaardiging in Yeshua, en daarom kon Sha’ul zeer terecht schrijven: “Zo is dan de Tora heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12). Zondenbelijdenis en smeekbede om vergeving Op de Grote Verzoendag leest de Joodse gemeenschap vanouds in de synagoge, hoe de Eeuwige de smeekbede van Moshe [Mozes] om genade voor zijn zondig volk verhoorde en zeide: “Op uw bede schenk Ik vergeving!” (rbdmb Bamidbar [Numeri] 14:20). Waar het om gaat is dat hieraan het besef wordt ontleend dat zonde een overtreding tegen de Eeuwige is, die Hij bij oprecht berouw niettemin vergeeft, maar dat collectieve verzoening alleen door inspanning van een derde tot stand komt. De Eeuwige zei immers tegen Moshe, dat Hij de zonden van zijn volk vergeeft “om uw bede”. Moshe vroeg de Eeuwige plaatsvervangend voor zijn volk om vergeving en daarom moest ook de hogepriester plaatsvervangend voor zijn volk het verzoenoffer brengen in de tempel. Om dezelfde reden smeken de Joodse gelovigen ieder jaar op de Grote Verzoendag plaatsvervangend voor het hele volk om vergeving in de yvdyv Vidui [zondenbelijdenis]. Dat staat echter geheel los van de vanzelfsprekendheid, dat elke gelovige iedere dag om vergeving dient te vragen voor zijn of haar eigen persoonlijke zonden.

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 5

Voor de collectieve zonden van het hele volk of zelfs van de gehele mensheid heeft G’d echter een bemiddelaar nodig om vergeving met ons tot stand te brengen. Vandaar dat Yeshua de uiteindelijke verzoening tussen G’d en de mensen kon bewerken. Hij is gestorven en opgestaan om nu als Hogepriester in het Heiligdom voor ons te pleiten. Hij is gestorven voor de zonden van alle mensen. Het Bijbels Hebreeuws onderscheidt drie woorden voor zonde: i>p Pesha [rebellie] is de weigering om G’d en Zijn Woord te erkennen: voor deze zondaar bestaan er geen normen van goed en kwaad. ]vi Avon is een kronkel in karakter en gedrag. De meest gebruikte en zwakste term voor zonde is au x Chet: het niet opzettelijk zondigen. Inzicht in de bovengenoemde aard van de overtreding is de eerste stap naar inkeer en berouw, hbv>t T’shuva. Om ernaar te streven niet meer te zondigen moeten we ons dus eerst goed van bewust zijn wat zonde is. Het is daarom belangrijk om het grondprincipe van de Tora goed te begrijpen: Wij kunnen het eeuwig leven niet verdienen met het strikt houden van de geboden, maar als wij door het offer van Yeshua onverdiend het eeuwig leven mogen ontvangen, dan houden wij G’ds heilige Wet maar al te graag uit liefde en dankbaarheid!!! En daar horen dus ook de Shabat en de Bijbelse feestdagen bij, waarvan Yom Kipur zonder meer de belangrijkste is! U zult nu waarschijnlijk denken: “Hoezo de Grote Verzoendag? Ik dacht juist altijd, dat Pesach [Pasen] de belangrijkste feestdag is, want dan herdenken wij immers, dat Yeshua voor onze zonden gestorven is en door Zijn opstanding de overwinning heeft behaald! Als wij door Zijn offer met G’d verzoend worden, waarom hebben we dan nog een andere heilige dag nodig om ons te onderwijzen aangaande verzoening? En indien wij reeds verzoend zijn, waarom moeten we dan vasten, zoals opgedragen is op de Grote Verzoendag? Wat is dan de specifieke betekenis van deze dag in G’ds plan voor het behoud van de mensheid? Als wij dus in Yeshua geloven, waarom zouden wij dan Yom Kipur vieren? Sterker nog: is het zelfs niet verkeerd om dat te doen, gezien het verzoenende werk dat Yeshua reeds met Pesach volbracht heeft?” Welnu, er zijn inderdaad wel opmerkelijke overeenkomsten tussen de beide feesten, maar zeker ook verschillen, want Pesach staat geheel in het teken van verlossing en bevrijding, terwijl op de Grote Verzoendag de verzoening tussen G’d en de e gehele mensheid centraal staat. Wij herdenken op de 14 van de eerste maand, dat is de maand Nisan, in de viering van Pesach, dat het vergoten bloed van het Paaslam ons de bevrijding bracht, maar op de 10e van de 7e maand, dat is de maand Tishri, diende opnieuw bloed van een offerdier als een opvallend kenmerk, dat nu echter niet op de deurposten werd gestreken, maar binnen het voorhangsel van het heiligdom gebracht en op het Verzoendeksel van de Ark des Verbonds werd gesprenkeld. Het bloed van Pesach is het bloed van de verlossing en bevrijding. Het bloed van Yom Kipur daarentegen is het bloed van de verzoening, want het reinigt ons van al onze zonden. Zowel Yom Kipur als Pesach leren ons aspecten van de vergeving van zonde en onze verzoening met G’d door het offer van Yeshua. Terwijl het bevrijdende bloed van Pesach slechts van toepassing is voor gelovigen die daar persoonlijk een beroep op doen, heeft het verzoenende bloed van Yom Kipur rechtstreekse universele gevolgen voor de hele mensheid en vormt daarmee een essentiële aanvullende stap in G’ds plan van behoud, die beslist niet in de symboliek van Pesach gevonden wordt: De Grote Verzoendag heeft namelijk niet alleen betrekking op de vergeving van zonde, maar verwijst ook naar het verwijderen van de voornaamste oorzaak van zonde: de satan! Deze stap moet genomen worden voordat de mensheid werkelijke vrede op aarde kan ervaren. Daarom beeldt Yom Kipur een grote en wonderlijke gebeurtenis uit, die na de wederkomst van Yeshua zal plaatsvinden en waarvan de Kerk totaal onkundig is, omdat zij niet de ware betekenis inziet van de Bijbelse hoogtijdagen, die de Eeuwige heilig zijn! De Kerk is door de eeuwen heen in gebreke gebleven ze als een voortdurende herinnering aan G’ds plan van verlossing te houden! Zonde is verkeerde keuze De Eeuwige heeft ons geschapen met de bedoeling voor eeuwig bij Hem te zijn in Zijn Paradijs. Hij dwong ons niet Hem lief te hebben en te gehoorzamen, maar Hij gaf ons een eigen wil en vrije keuze. Chava [Eva], de eerste vrouw, en door haar ook Adam, de eerste man, kozen echter ervoor om aan hun Schepper ongehoorzaam te zijn en hun eigen weg te volgen. Vandaag de dag maken de mensen helaas nog steeds diezelfde verkeerde keuze. Het

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 6

gevolg daarvan is scheiding van G’d, want in Romeinen 3:23 lezen wij: “Alle mensen hebben gezondigd en missen daardoor G’ds nabijheid.” Om die grote kloof te overbruggen en die scheiding ongedaan te maken mogen wij ons beroepen op het offer van Yeshua, maar dan is het wel noodzakelijk om voortaan onze eigen wil opzij te schuiven en ons door Ruach haQodesh [de Heilige Geest] te laten leiden. En daar wringt ons vaak de schoen. Het is een dagelijkse keuze die wij moeten maken. In de Romeinenbrief legt Sha’ul [Paulus] dit probleem keurig uit. Ik citeer uit de vertaling van Het Boek: “Wie zijn eigen zin doet, denkt en leeft alleen op natuurlijk vlak. Maar wie zich door de Heilige Geest laat leiden, denkt en leeft geestelijk. Het alleen maar doen van uw eigen zin leidt tenslotte tot de dood. Maar de kracht van de Heilige Geest brengt ons leven en vrede. Onze eigen zin gaat recht in tegen de wil van G’d. Hij onderwerpt zich niet aan G’ds Wet en kan dat ook niet. Mensen die alleen maar hun eigen zin doen, kunnen G’d dan ook niet tevreden stellen. Met u is het anders. U doet niet meer uw eigen zin, maar laat u leiden door de Geest; tenminste als de Geest van G’d in u woont.” (Romeinen 8:5-9). Zonden waar men zelf geen erg in heeft Vaak denkt men wel dat men zich door G’ds Geest laat leiden terwijl men in werkelijkheid door een bepaalde leefwijze onbewust voortdurend zondigt. Een van de meest voorkomende zonden onder gelovigen is de luiheid, zowel geestelijke luiheid alsook fysieke luiheid. Volgens Wikipedia is luiheid zelfs één van de zeven hoofdzonden, die de basis vormen voor vele andere zonden. De zeven hoofdzonden zijn: 1. hoogmoed, ijdelheid en trots; 2. hebzucht en gierigheid; 3. wellust en onkuisheid; 4. nijd, jaloezie en afgunst; 5. onmatigheid en gulzigheid; 6. opvliegendheid, woede en wraakzucht; 7. luiheid en gemakzucht. Alle zonden leiden tot de dood, schrijft Sha’ul [Paulus] in Romeinen 6:23, dus ook de luiheid en gemakzucht. Laten we dat goed beseffen! Ik heb hier een aparte Bijbelstudie over geschreven (nr. 093), die ik u van harte wil aanbevelen. Luiheid en gemakzucht zijn niet alleen zonden tegenover onze medemensen, maar ook tegenover de Eeuwige en tegenover onszelf, want met dit gedrag blokkeert men zonder dat men daar erg in heeft de toegang tot G’ds Koninkrijk, zoals blijkt uit de bekende Midrash van de luie, dwaze maagden die uit gemakzucht verzuimden om olie voor hun lampen te kopen en de daaraan aansluitende Midrash van de talenten in vhyttm Matit’yahu [Mattheüs] 25:1-13 en 14-30. Wat Yeshua ons daarmee wil zeggen is, dat de gelovigen die hun gaven gebruiken om vrucht te dragen het eeuwige leven en een positie in Zijn Koninkrijk zullen ontvangen. Wie echter uit luiheid en gemakzucht zijn kansen op vrucht dragen heeft laten liggen heeft voor de Eeuwige geen enkele waarde en zal ook geen plaats hebben in Zijn Koninkrijk, maar zal in de buitenste duisternis worden geworpen. Wij allen zijn beheerders en rentmeesters, want we hebben allemaal gaven van Adonai gekregen. We zijn bij hem in dienst, maar doen wij ook wat Hij van ons verwacht? Weet u, wij hebben allemaal van de Eeuwige een geweldig geschenk gekregen, namelijk de vrijheid om te kiezen. Maar let op: het is niet vrijblijvend! Al onze keuzes hebben gevolgen, en dit is iets waaraan niet valt te ontkomen! De Midrash van de talenten staat echter niet op zichzelf. Hier ging eerst de Midrash van de wijze en dwaze maagden aan vooraf, wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt, want de oorzaak van hun dwaasheid was eveneens luiheid en gemakzucht. De dwaze, domme maagden waren te lui om olie te kopen voor hun lampen met in hun achterhoofd de verkeerde gedachte: “We zullen wel binnen zijn voordat het donker wordt en zo niet, dan zal er heus wel iemand zijn die ons wat olie zal lenen. Maar dat zien we dan wel weer”. Deze houding komt voort uit gemakzucht, zo van: “Nu even niet!” Luiheid is verraderlijk, want het voordeel doet zich nu voor en het nadeel later. Maar dan is het te laat om berouw te tonen. Hoe het met deze dwaze maagden afgelopen is weten wij allemaal. Geestelijke gemakzucht leidt tot passief consumeren, waarbij eigen denken en toetsen worden uitgeschakeld. Zo komt het dat de kennis over de inhoud van de Bijbel steeds minder wordt waardoor de kans op het plegen van andere zonden steeds toeneemt. De luiheid is een vergiftiging van de wil die zich uit in onverschilligheid, een houding van: het zal wel. Luiheid en gemakzucht leiden tot matheid van de ziel en geestelijke moeheid en kan soms de diepste oorzaak van depressieve gevoelens zijn. Een luiaard komt in een vicieuze cirkel terecht van toenemende zonden. Het lastige is, dat luiaards zichzelf vaak helemaal niet lui vinden, want het is natuurlijk ook weer niet zo dat zij de hele dag niets doen. Ook luiaards doen soms een heleboel, maar dan alleen het verkéérde.

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 7

Een mens die lui is, vergeet vaak zijn plichten en doet slechts wat hij leuk vindt, waar hij zin in heeft, en we hebben zojuist in Romeinen 8:5-9 gelezen, dat wie zijn eigen zin doet, recht in tegen de wil van G’d ingaat en zich niet aan G’ds Wet onderwerpt. Dat is zonde! Iemand die lui is, leeft op andermans kosten, want hij laat anderen het werk doen en dat is niet alleen uitgekookt, maar ook liefdeloos, want door zijn luiheid geeft hij overlast aan zijn medemensen, medegelovigen of collega’s, die hij daardoor met extra werk opzadelt. Het is echt heel erg hoe uitgekookt de luiaards zijn; zij begeren de beloning, die de harde werkers krijgen maar zij haten de moeite, die dat kost. Alle eeuwen door zijn er mensen geweest die niet willen werken. Wel eten en genieten, maar niet de handen uit de mouwen steken. Ze willen wel de lusten, maar niet de lasten. Luiaards willen wel delen in de welvaart en parasiteren daarmee op de samenleving. Een luiaard is een grote egoïst. Hij verwacht dat iedereen iets voor hem zal doen, terwijl hij zelf niets voor een ander doet. Ook egoïsme is een verschrikkelijke zonde. Geestelijke en fysieke luiheid zorgen ervoor dat we niet meer in staat zijn om G’ ds geboden en inzettingen te kunnen naleven. Als wij de Eeuwige echt willen dienen, moeten we onze traagheid van hart, laksheid, slordigheid en gemakzucht afleggen en onze luiheid als zonde erkennen en belijden, anders zakken wij weg in het geloof. De enige manier om onze luie en gemakzuchtige instelling te veranderen is door in te zien dat wij verkeerd bezig zijn en ons te onderwerpen aan de innerlijke werking van Ruach haQodesh [de Heilige Geest]. Evenals de luiheid, die ik in de Bijbelstudie nr. 93 uitvoerig heb behandeld, vormt ook de gierigheid, waar ik de Bijbelstudie nr. 094 aan heb besteed, één van de zeven hoofdzonden, die de basis vormen voor vele andere zonden, maar de gierigheid is de ergste van allemaal wat vooral in de Statenvertaling heel duidelijk naar voren komt: “Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof…” (1 Timotheüs 6:10). De gierigheid is het ongeordende streven om zo veel mogelijk stoffelijk bezit te verwerven, te vermeerderen en uiteraard vast te houden. Hoe rijker je bent, hoe moeilijker het is om daarvan met een ander te delen. Daarom zijn hebzucht en gierigheid ook synoniem aan elkaar. Wie krenterig is, is ook hebberig. Een vrek is tegelijkertijd ook een hebberd. Hij is heel inhalig en gulzig als hij ergens op bezoek is, maar hij is te gierig om iemand anders een bordje eten te geven. Bij uitgekookte mensen die wel graag bij jou uitgebreid komen eten mag je blij zijn als je een koekje bij de koffie krijgt, als je tenminste het geluk hebt om door zo iemand überhaupt een keertje uitgenodigd te worden, wat doorgaans niet het geval is. Helaas gebeurt dit ook onder gelovigen. Eigenlijk zou ik moeten schrijven: juist onder gelovigen, want tot onze schande moeten we helaas constateren dat ongelovigen vaak nog hartelijker, gastvrijer en vrijgeviger zijn dan gelovigen. Maar G’d haat de gierigheid en hebzucht, en Sha’ul [Paulus] noemt het in Kolossenzen 3:5 zelfs ronduit afgoderij: “Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst!” (Statenvertaling). Een gierigaard is volgens Sha’ul dus niets anders dan een afgodendienaar. Gierigheid is tevens liefdeloosheid, want zij maakt een mens hard tegenover zijn medemens en ongevoelig voor andermans welzijn. Een vrek is dus liefdeloos. Tegen zulke egoïsten zegt Yeshua: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij niet te eten gegeven, Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij niet te drinken gegeven!” (Mattheüs 25:41-43). Dat is een keiharde uitspraak die duidelijk aangeeft hoe Yeshua over gierige mensen denkt en zoals we hierboven gelezen hebben noemt Sha’ul [Paulus] de gierigheid in 1 Timotheüs 6:10 zelfs de wortel van alle kwaad. Dat geeft wel te denken! Gierigheid en hebzucht sluiten overigens ook naadloos aan bij de luiheid en gemakzucht, waar ik het hierboven al over had. Dat komt vooral duidelijk naar voren als het gaat om gastvrijheid. Wie te lui is om voor een ander te koken en zijn huis niet vuil wil maken die is doorgaans ook te gierig om een ander een bordje eten aan te bieden. Maar hij of zij is er wel als de kippen bij om bij een ander op bezoek te gaan en daar aan te schuiven. Mensen die zelf niet gastvrij zijn maken wel graag gebruik van andermans gastvrijheid. Zulke mensen zijn dus niet alleen lui en gierig, maar ook nog wel uitgekookt en hebberig! Dat Yeshua deze houding afkeurt hebben we net gelezen. En toch komen wij deze mensen zoals gezegd helaas ook als zogenaamde medegelovigen in onze eigen kringen tegen. In elke kerk en in elke gemeente heb je ze. Overal hoort men dezelfde klachten. Dat wordt vooral duidelijk zichtbaar als er een liefdesmaal gehouden wordt. Het zijn vaak dezelfde mensen die vleesgerechten, groente, rijst, aardappels

103. De zonde - Chata’at - t a u x - pagina 8

of pasta meebrengen en het zijn ook bijna altijd dezelfde mensen die zich er heel makkelijk en vooral goedkoop van afdoen om slechts fruit mee te brengen of een pakje koekjes of een cakeje uit de supermarkt. Wie te gierig of te lui is om in de keuken te staan voor het bereiden van een warme maaltijd ten behoeve van het liefdesmaal doet niet alleen zijn of haar broeders en zusters daarmee tekort, maar ook de Eeuwige! Zo horen wij als gelovigen dus niet met elkaar om te gaan. Het principe ‘voor de één de lasten en voor de ander de lusten’ hoort niet thuis in de gemeenschap van gelovigen. Galaten 6:2 leert ons juist om elkanders lasten te dragen en op deze wijze de wet van Yeshua in praktijk te brengen. Het vervelende is echter, dat de gierigaard zich evenals de luiaard zich doorgaans van geen kwaad bewust is en het zelf niet eens door heeft dat zijn of haar gedrag aanstootgevend is. Velen vinden deze egoïstische houding heel normaal en zien daar geen zonde in. Als men het in de kerk over de zonden van gelovigen heeft, dan worden daar meestal zonden mee bedoeld die te maken hebben met de tien geboden, en dan met name seksuele zonden. In sommige gemeenten is het gebruikelijk dat iemand naar voren komt om zijn of haar zonden publiekelijk te belijden. Dat kan van alles en nog wat zijn, maar het komt bijna nooit voor dat iemand beleden heeft dat hij een luilak is of een vrek is of een hebberd. Alle mogelijke zonden worden opgebiecht... behalve de zonde van luiheid, gierigheid en hebzucht. En dat terwijl deze nu juist de meest verbreide en meest hardnekkige zonden zijn. Kennelijk heeft de gemakzucht, de gierigheid en het parasiteren op hun medegelovigen zich zo in hun levens genesteld dat zij die niet eens meer als zonden herkennen of dat zij deze neigingen vakkundig weten te camoufleren. Maar de Eeuwige kan men niet misleiden. Hij ziet alles en zal iedereen naar zijn daden vergelden. Laten wij ons dit alles ter harte nemen, alle luiheid, gierigheid en hebberigheid afleggen om onze handen uit de mouwen te steken en blijmoedig te delen met onze broeders en zusters zodat Yeshua bij het scheiden van de bokken en de schapen ook van ons kan zeggen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven...” (Mattheüs 25:34-35, NBG). Het belangrijkste is dus, dat wij de zonden in ons leven ook als zodanig herkennen en erkennen en eerlijk toegeven dat wij zondaars zijn en vervolgens ons uiterste best doen om een herhaling daarvan te voorkomen. G’ds geboden onderhouden Ik wil deze studie derhalve afsluiten met een tekst, waarin deze hele studie is samengevat: “Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Yeshua haMashiach, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld! En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij Zijn geboden bewaren. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie Zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde G’ds volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.” (a ]nxvy Yochanan alef [1 Johannes] 2:1-6). Amen! Werner Stauder

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.