30 & 31 mei 2018 LAAGVEEN- SYMPOSIUM VERSLAG. Hoe herstel je een legakker? Wanneer ga je wel en wanneer niet baggeren? Waar laat je het maaisel?


1 30 & 31 mei 2018 LAAGVEEN- SYMPOSIUM VERSLAG Hoe herstel je een legakker? Wanneer ga je wel en wanneer niet baggeren? Waar laat je het maaisel? ...
Author:  Leona Wouters

0 downloads 27 Views 4MB Size

Recommend Documents


No documents


30 & 31 mei 2018

LAAGVEENSYMPOSIUM VERSLAG

Hoe herstel je een legakker? Wanneer ga je wel en wanneer niet baggeren? Waar laat je het maaisel? Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met het herstel van veengebieden, dankzij het LIFE-programma ‘Nieuw leven in het veen’. Op 30 en 31 mei 2018 deelden ruim 100 aanwezigen in Bussum alle kennis met elkaar. In dit verslag vindt u samenvattingen van de sessies en workshops, inclusief links naar presentaties en video’s.

INHOUDSOPGAVE DAG 1

DAG 2

NIEUW LEVEN IN HET VEEN, waar hebben we het over?

HET LAAGVEENSYSTEEM

Titia Zonneveld en Bing Jap

Leon Lamers

TOEKOMST VAN HET VEENLANDSCHAP

RESULTATEN IN DE NIEUWKOOPSE PLASSEN

Peter de Ruyter

Martijn van Schie

DE WIEDEN EN DE ROTTIGE MEENTE Bart de Haan

WORKSHOPS Verlanding een handje helpen

WORKSHOPS Wel of niet baggeren?

Jeroen Geurts en Allard van Leerdam (Radboud Universiteit)

Gerard ten Heerdt (Waternet)

Waterkwaliteit: een sleutelfactor

Wat doen we met het maaisel?

Maarten Ouboter (Waternet)

Stephan Soede (Natuurmonumenten)

Herstel van legakkers

De Amerikaanse rivierkreeft, een ongenode gast

Fred de Haan (Waternet) en Arjan Wijdeveld (Deltares)

Winnie Rip (Waternet) en Jouke Kampen (ATKB)

Liefdesbrieven voor het veen

Buffering met natte veenweiden

Miranda Koffijberg en Youri Jongkoen (Communicatiebureau de Lynx)

Walter Menkveld (Water, Land & Dijken), John van Duursen en Matthijs Boeschoten (Commonland)

EXCURSIES Vuntus Nynke van der Ploeg en Ron Overeem (Natuurmonumenten)

Naardermeer

Kelly Meulenkamp en Luc Hoogenstein (Natuurmonumenten)

Tienhoven

Baukje Sijtsma (Natuurmonumenten) en Tim Hogenbosch (Staatsbosbeheer)

AVONDDEBAT Geen snelle ommezwaai, wel een lichtpunt

VIDEOVERSLAG De hoogtepunten in 10 minuten >>

2

DAG 1 – PLENAIR

NIEUW LEVEN IN HET VEEN WAAR HEBBEN WE HET OVER?

Het laagveen is een typisch cultuurhistorisch landschap. Een landschap waar mensen trots op zijn. In het project Nieuw leven in het veen proberen we die landschappen te herstellen. Een aantal facts & figures op een rij.

• Het probleem: we steken geen turf meer. Het veen groeit dicht. Verzuring, vermesting en verdroging versnellen dat proces. • Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer willen laagveengebieden herstellen. De successie een paar stappen terugzetten, zodat er weer kleine plassen ontstaan die langzaam dichtgroeien. • Daarom zijn ze in 2013 gestart met het project Nieuw leven in het veen.



• •



PRESENTATIE Open de presentatie van Titia Zonneveld en Bing Jap >>

De belangrijkste financiële bijdrage komt van het Europese LIFE. Die bijdrage is erg waardevol vanwege het kostbare grondwerk in dit soort projecten. Daarnaast zijn er 10 cofinanciers. De werkzaamheden: plaggen, petgaten graven, legakkers aanleggen, onderzoeken en recreatievoorzieningen maken in 9 gebieden. Nu, na 5 jaar, is het merendeel van het werk uitgevoerd.

VIDEO: BING JAP AAN HET WOORD Kort interview met Bing Jap over de toekomst van het laagveenlandschap >>

3

DAG 1 – PLENAIR

TOEKOMST VAN HET VEENLANDSCHAP PETER DE RUYTER

De situatie in het Lage Midden van Friesland is urgent: zonder ingrijpen zal het veen aan het eind van deze eeuw vrijwel helemaal verdwenen zijn. Landschapsarchitect Peter de Ruyter werkte in het atelier Places of Hope aan een toekomstbestendig veenweidegebied.

Het laagveen ligt als een badkuip in het midden van Friesland. Maar het veen heeft het heel moeilijk. De is vooral een agrarisch vraagstuk. Melkveehouders produceren voor de wereldmarkt. Gevolg: maximale productie, minimale waterstanden. Er is land drooggelegd en er zijn veel sloten gedempt. Verdroging van het Friese veen is om verschillende redenen een probleem. Met het veen verdwijnt een stukje cultuurhistorie, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Maar ook het waterbergend vermogen en de voorraad zoet water komen onder druk.

In de ontwerpplannen van De Ruyter wordt water langer vastgehouden. De Friese boezem en de diepe veenpolders krijgen meer ruimte en het beeksysteem wordt natuurlijker gemaakt. Dat betekent uiteraard iets voor het landgebruik: meer natuurinclusieve melkveehouderij en op sommige plekken zelfs natte teelten. Maar plek voor gangbare melkveehouderij blijft er ook.

Klimaatverandering maakt de situatie extra urgent: de bodem daalt, de zeespiegel stijgt. Bovendien oxideert het verdrogend veen waardoor het veel CO2 uitstoot – dat is nu in Friesland 1,7 Mton per jaar.

Het resultaat: natuurgebieden worden parels aan een steviger snoer, er ontstaat een breed palet aan agrarische productie, de bodem daalt minder en CO2-uitstoot gaat omlaag naar 0,7 Mton per jaar.

PRESENTATIE Open de presentatie van Peter de Ruyter >>

FOLDER Download de folder ‘Places of hope’>>

4

DAG 1 – WORKSHOPS

VERLANDING EEN HANDJE HELPEN JEROEN GEURTS (RADBOUD UNIVERSITEIT) Om maar met de deur in huis te vallen: de deelnemers aan de workshop hebben weinig vertrouwen in verlandingsvlotten. De toelichting: “Het is een dure maatregel, en het levert weinig resultaat.” Bij de start van het project van Jeroen Geurts van de Radboud Universiteit waren de verwachtingen nog hooggespannen. Er was goede hoop dat de vlotten de verlanding van petgaten en plassen zou kunnen stimuleren. Voor dit doel zijn 45 vlotten van 100 m2 gebouwd. Er is een grote variatie te zien in de resultaten. In het algemeen is de biomassa op de vlotten wat groter in een eutrofe situatie en bij ondiep water. Als er veel fosfor in het water zit, is het resultaat weinig soortenrijk. Maar al met al is het resultaat niet overweldigend. Daar komt bij dat vraat van de vegetatie een serieus probleem is. Ganzen, meerkoeten en Amerikaanse rivierkreeften doen zich er graag tegoed aan. Betekent dit dat we verlanding kunnen vergeten? Nee, zeker niet. Verlanding komt het beste op gang vanaf de oever in oude, of soms nieuwe, petgaten. Dat kan zich ontwikkelen tot trilveen, zolang de vraat van ganzen en kreeften onder controle kan worden gehouden. PRESENTATIES Open de presentatie van Jeroen Geurts >> Open de presentatie van Allard van Leerdam >>

5

DAG 1 – WORKSHOPS

WATERKWALITEIT, EEN SLEUTELFACTOR MAARTEN OUBOTER (WATERNET) Waterkwaliteit is cruciaal voor het herstel van het laagveen maar een eenzijdige benadering kan funest zijn. Het pleidooi van Maarten Ouboter: kijk naar de balans van het totale watersysteem. Een voorbeeld: voor weidevogelbeheer wordt vernatting toegestaan. Geregeld worden pompjes zonder vlottersysteem gebruikt. Continue stroomt water op het perceel waardoor fosfor uitspoelt in de watergangen. Funest voor het veen. Het is beter om naar landschappelijke principes te kijken zoals: • Kijk of de maatregel goed doet voor de werking van het landschap. • Wees voorzichtig met peilverlaging (flexpeil) in het veen (kans op mineralisatie). • Beperk wateraanvoer uit een boezem. Je hebt in Westbroek liever geen Vechtwater met effluent uit Utrecht. • Grijp in maar wees je bewust van de relatie land en water. • Blijf meten en monitoren om te weten of een maatregel succesvol is. De wensen uit het publiek: meer landschappelijke analyses die vertaald worden naar toekomstvisies, en een nauwe samenwerking tussen waterschap en natuurbeheerder (en provincie). De kritische noot: de tijd voor het veen tikt te hard om elke maatregel integraal te bezien. Ouboter geeft aan dat vooral een betere gebiedsanalyse wenslijk is om de interactie land en water beter in beeld te krijgen, zodat de politiek bewustere keuzes kan maken. PRESENTATIE Open de presentatie van Maarten Ouboter >>

6

DAG 1 – WORKSHOPS

HERSTEL VAN LEGAKKERS FRED DE HAAN (WATERNET) EN ARJAN WIJDEVELD (DELTARES) Legakkers hebben oorspronkelijk veel biodiversiteit en zijn cultuurhistorisch van waarde. Bovendien stoppen ze het groter worden van waterplassen in veengebieden. In Loosdrecht waren de legakkers van slechte kwaliteit en speelde ook een baggerprobleem. 1 en 1 is 2. Luwtestructuren als legakkers zijn een effectieve barrière voor de wind. De strijklengte neemt af waardoor golven minder groot en krachtig zijn en het land minder snel afkalft. Ook bodemerosie vermindert door luwtestructuren. Hoewel het tientallen jaren kan duren voordat kunstmatige legakkers natuurlijk functioneren, is er voor legakkerherstel dus wat te zeggen. In de Loosdrechtse Plassen zijn partijen een project gestart om legakkers te herstellen met bagger als bouwstof. De opdracht werd uitbesteed via een geïntegreerd contract met verschillende voorwaarden. Zo mocht geotextiel (microplastics) alleen als uitzondering worden toegepast en moest de aannemer fosfaatemissie en vertroebeling beperken. De aannemer bedacht een rijshouten constructie. Kalk verstevigt het slib, netten zijn gespannen tegen ganzenvraat. Het resultaat: een legakker van 250 meter lang, 3 meter hoog en 10.000 kuub slib. Nu, 1 jaar na aanleg, heeft het riet zich al iets buiten de legakker verspreid. Het publiek betwijfelt of de wilgentenenconstructie 75 jaar blijft bestaan, 25 jaar lijkt waarschijnlijker. De operatie was erg kostbaar maar heeft veel inzichten opgeleverd, besluit Fred de Haan. PRESENTATIE Open de presentatie van Fred de Haan en Arjan Wijdeveld >>

7

DAG 1 – WORKSHOPS

LIEFDESBRIEVEN VOOR HET VEEN MIRANDA KOFFIJBERG EN YOURI JONGKOEN (DE LYNX) Hoe interesseer je het publiek voor het laagveen en de uitdagingen? Wat is je verhaal, en hoe vertel je dat zodat het mensen ook raakt in het hart? Er zit spanning in de complexiteit van de opgaven rond laagveen en de neiging van de media om zaken te versimpelen. (‘Naardermeer groeit dicht’ kopte een krant na een persbericht over het openmaken van 5 ha verland gebied.) Focus je op 1 aspect of het hele verhaal? Bij complexe zaken haken mensen al gauw af. We luisteren wel als er een mooie oplossing in het verschiet ligt. Vertel daarom: wat gaan we hieraan doen? En wat kun je zelf doen? •



• •

Benut urgente, actuele kwesties die breder spelen: insectensterfte, klimaat, de verdwijnende grutto. Misschien ook: behoud van ons thuis, het ons vertrouwde landschap. Het snelst raak je mensen via verhalen, dus laat gepassioneerde mensen aan het woord. Misschien uit onverwachte hoek: een schaatser, een ‘spijtoptant’ die eerst dacht: ‘Laagveen? Niks aan’, en later de schoonheid zag. Of kies het verhaal van een soort (de Texelse meeuw die ‘s morgens even gaat flaneren op de Prinsengracht in Amsterdam). En vergeet de zintuigen niet: ziet het publiek het verhaal voor zich? Let heb je termen als legakkers, petgaten: is het nodig of struikelen mensen daarover?

PRESENTATIE Open de presentatie van Miranda Koffijberg en Youri Jongkoen >>

8

DAG 1 – EXCURSIES

VUNTUS NYNKE VAN DER PLOEG EN RON VAN OVEREEM (NATUURMONUMENTEN) Vuntus was bijna helemaal bos. Er werd 10 hectare gekapt. Nu ontwikkelt zich veenmosrietland. Hout kappen, bagger weghalen, plaggen en petgaten graven: Vuntus is flink onder handen genomen. Het meeste bagger, hout en plagsel is in het gebied gehouden en vormt daar nu een grote berg. De aanbesteding Aanbesteden met een programma van eisen blijkt een vak apart: want is de één te goedkoop of de ander te duur? (Het eerste blijkt het geval.) Het najaar van 2015 is erg nat en zorgt voor vertraging. Ook de samenwerking verloopt niet erg soepel. Met een nieuw team komt het uiteindelijk voor elkaar. Beheren is uitdaging Van Overeem: “We kunnen alles maken, beheren is moeilijk.” Wel is het beheer vanaf het begin goed meegenomen en zijn overal beheerpaden aangelegd. Houtopslag blijkt de grootste strijd. Het is bijna water naar de zee dragen. Exoten Het water is ondiep en zit vol Amerikaanse rivierkreeft. Dankzij het heldere water kunnen reigers de kreeften wel goed vangen. Op sommige plekken duikt cabomba explosief op. Geen enkele beheerinspanning werkt, maar sinds kort wint ineens ongelijkbladig vederkruid terrein. Flora en fauna De gewenste habitattypen verschijnen al. Hoewel LIFE niet voorziet in monitoring is er wel ruimte om aan het eind van het project onderzoek te doen. Er zijn peilbuizen geplaatst en een broedvogelkartering uitgevoerd. We eindigen de excursie bij het Hol. Het Hol is nog veel schraler dan de rest van Vuntus. Een deel is nog in pacht bij boeren, maar toch ontwikkelt het gebied zich al mooi.

9

DAG 1 – EXCURSIES

NAARDERMEER KELLY MEULENKAMP EN LUC HOOGENSTEIN (NATUURMONUMENTEN) In het Naardermeer zijn de handen flink uit de mouwen gestoken, deels in het kader van LIFE, deels in het kader van PAS. Vooraan het gebied is een stuk geplagd maar dat is niet helemaal diep genoeg gebeurd. Er is vooral invloed van regenwater. Verderop ligt het land lager en is er direct contact met het Naardermeer. Er groeit bijvoorbeeld moeraskartelblad. Het bos verderop blijkt erg rijk. Er zitten ruim tien paar boommarters. De das loopt er rond. Er zijn boomklevers, appelvinken en grauwe vliegenvangers. Maar ook vroege glazenmakers, koraaljuffer, smaragdlibel: in totaal zijn er 42 soorten libellen geteld. 8 hectare plaggen Een groot stuk veenmosrietland was lang niet gemaaid en sterk verruigd. Er zijn berken gekapt en er is 8 hectare aaneengesloten afgeplagd. De omgeving is goed geïnformeerd en daardoor zijn er geen vragen gekomen. Er zijn twee depots gemaakt, afvoeren was niet te doen vanwege de natte omstandigheden. Natuurwaarden zijn in beeld gebracht voor aanvang van de werkzaamheden. De elzen blijken bijvoorbeeld geschikt voor de waterspitsmuis en blijven voorlopig staan. Opslag Onderweg passeren we regelmatig vrijwilligers. Ze verwijderen stukken veen die loskomen en voor de duikers gaan liggen. Vrijwilligers verwijderen ook de opslag van zwarte els. LIFE voorziet niet in het beheer na afloop van de werkzaamheden. Verhouting wordt een kostenpost, verwachten de excursieleiders. VIDEO: HANNE TERSMETTE OVER LAAGVEENHERSTEL IN HET NAARDERMEER Bekijk de video >>

10

DAG 1 – EXCURSIES

TIENHOVEN BAUKJE SIJTSMA (NATUURMONUMENTEN) EN TIM HOGENBOSCH (STAATSBOSBEHEER) In de Tienhoven-excursie zien we dat je op twee verschillende manieren kunt werken aan natuurontwikkeling in een laagveengebied. Perceelsgewijs plaggen Staatsbosbeheer heeft ervoor gekozen om meer perceelsgewijs af te plaggen en het gebied te vernatten om nat schraalland te ontwikkelen. De fosfaatrijke bovengrond is verwijderd, met als doel het kwelwater van de Utrechtse Heuvelrug aan de oppervlakte van de percelen te laten komen. Onder andere het verschijnen van holpijp laat zien dat dit lukt. Onthaasten Als we naar de verlanding van een petgat kijken, komt het woord ‘onthaasten’ terug. Het heeft namelijk 25 jaar geduurd voordat de verlanding hier op gang kwam, maar nu ontwikkelt de vegetatie zich goed. Kwelwater Natuurmonumenten heeft meer pleksgewijs afgegraven. Op sommige plaatsen zijn daarbij dekzandruggen ‘aangeboord’ waar kwelwater naar boven komt. Met hydrologische maatregelen wordt geprobeerd het schone kwelwater zo lang mogelijk in het gebied te houden. Op deze manier wordt er dus ook kwelwater via het oppervlaktewater aangevoerd. Aan het einde van de excursie komen we bij een referentiegebied. De plantenliefhebbers komen hierbij aan hun trekken, met een blik op de nodige orchideeën en zeggensoorten. VIDEO: TIM HOGENBOSCH OVER LAAGVEENHERSTEL IN DE WESTBROEKSE ZODDEN Bekijk de video >>

11

AVONDDEBAT

GEEN SNELLE OMMEZWAAI, WEL EEN LICHTPUNT Een dossier waarover al 40 jaar wordt gepraat zonder dat er veel verandert, is een goed onderwerp voor een cynisch gesprek. Het veenweidevraagstuk is zo’n onderwerp. Het veenweidelandschap mag uit onverwachte hoek steun verwachten, blijkt vanavond. Omdat de veenoxidatie zorgt voor CO2-uitstoot, komen er wellicht financiële middelen uit het Klimaatfonds. Zo’n extra impuls is nodig om een verandering op gang te brengen. Want ook al neemt de aandacht voor bodemdaling en het veenweidelandschap toe, het betekent nog niet dat de peilen in de veenweidegebieden binnenkort omhoog gaan. Alle opties om het veen natter te maken passeren de revue.

WAT KUNNEN WE DOEN? We kunnen stoppen met het verder verlagen van het peil: peilfixatie. Waterschappen zetten een kleine stap door met het waterpeil de bodemdaling niet voor 100% te volgen maar voor 75%. Het zet nog geen zoden aan de dijk, maar waterschappen hebben het probleem in ieder geval op de agenda staan. Met onderwaterdrainage kan bodemdaling worden vertraagd. Maar door het economisch tij is het onwaarschijnlijk dat boeren hierin massaal gaan investeren. Hier kan een financiële impuls van de overheid, bijvoorbeeld uit het Klimaatfonds, zorgen voor een versnelling.

STELLINGEN Bekijk de stellingen van het avonddebat >>

DE PANELLEDEN:

Gerard Korrel

Henk Baas

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

RCE

Berno Strootman Rijksadviseur voor het landschap

Bert de Groot

Teo Wam

Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden

Natuurmonumenten

12

AVONDDEBAT

WAT GAAN WE DOEN? We zullen per gebied moeten zoeken naar een samengestelde oplossing: een aangepast peilbeheer, onderwaterdrainage, natte teelten, in combinatie met andere vormen van landbouwkundig gebruik zoals agrarisch natuurbeheer en waterbeheer. De panelleden zijn het erover eens dat het veenweidevraagstuk polder voor polder aangepakt moet worden. Verschillen in bodemopbouw, waterhuishouding, ondernemers en bewoners vragen om maatwerk. Bovendien zijn plannen nodig die op maatschappelijke steun kunnen rekenen. De waterschappen willen op basis van vrijwilligheid werken, aan doorzettingsmacht is geen behoefte. Daarom wordt er van de rijksoverheid geen wetgeving verwacht. Maar er wordt wel gepleit voor harde doelen, om de vrijblijvendheid eraf te halen. Graag in combinatie met regie van het rijk, bijvoorbeeld in de vorm van veenweidetafels, zoals ook de Klimaattafels functioneren. Plus financiële bijdragen om veranderingen mogelijk te maken. Met hoopvolle blik wordt er dus naar het Klimaatfonds gekeken. VIDEO: TEO WAMS OVER DE TOEKOMST VAN HET VEENWEIDELANDSCHAP Bekijk een kort interview met Teo Wams van Natuurmonumenten >>

13

DAG 2 – PLENAIR

HET LAAGVEENSYSTEEM LEON LAMERS Wat gebeurt er met ons veen? En waarom is dat een probleem? Laagveen moet je niet op ecosysteemniveau maar op landschapsniveau bekijken, legt Leon Lamers uit, want het water komt nooit van de kant die je wilt.

Veen is eigenlijk niets speciaals, vindt Lamers, alleen dat de afbraak heel langzaam gaat. Die afbraak is bepalend. Het wordt steeds moeilijker inschatten hoe de balans tussen afbraak en productie uit gaat vallen: wat gebeurt er als het warmer wordt?

Ook het afkalven van legakkers gaat steeds harder. En hoe groter de plassen, hoe moeilijker te herstellen, omdat het water troebeler wordt en de golfslag (en afkalving) sterker. Veen heeft waarde, en dan gaat het niet alleen om biodiversiteit en recreatie, maar ook om bijvoorbeeld schoon water, brandstof en klimaatregulatie. Aan het verlies van veen zijn ook cijfers te hangen: 26.000 dollar/hectare/jaar. Maar veel kosten zijn niet zichtbaar.

Veen is sterk beïnvloed door de mens. Dat heeft biodiversiteit opgeleverd. Andersom gaat de successie van veen steeds sneller vanwege de mens (eutrofiëring). Verstoring leidt dus tot biodiversiteit maar ook tot achteruitgang. En niets doen is heel veel doen. PRESENTATIE Open de presentatie van Leon Lamers >>

14

DAG 2 – PLENAIR

RESULTATEN IN DE NIEUWKOOPSE PLASSEN MARTIJN VAN SCHIE In de Nieuwkoopse Plassen is geplagd, veenmosrietland gemaaid en petgaten gegraven voor de ontwikkeling van jonge verlandingen en veenmosrietland. Martijn van Schie (Natuurmonumenten) vertelt erover.

Herstel van laagveen kost veel geld, dus dan wil je iets doen wat zin heeft, aldus Van Schie. En dus werd eerst het gebied in kaart gebracht. Waar is het watersysteem zo goed dat er potentie is voor trilveen en veenmosrietland? Waar moeten we gaan zomermaaien?

Natuurmonumenten heeft 6 hectare petgaten gegraven op plekken waar de waterkwaliteit het beste was. Na 2,5 jaar lijkt het alsof ze er al tientallen jaren liggen, aldus Van Schie. Het water is mesotroof. Er groeit klein blaasjeskruid en er zijn veertien soorten libellen en 3.000 individuen geteld. Er ontwikkelen ook kranswieren.

In de Nieuwkoopse Plassen kan het water er maar op één plek in én uit, namelijk in het zuiden. Het water wordt gedefosfateerd voor het binnen komt, maar is niet geschikt voor jonge verlandingen. In de plassen verder noordwaarts is de invloed van regenwater groter en komen meer habitattypen voor. In de noordplas groeit al fonteinkruid.

Op 100 hectare is omgeschakeld van winter- naar zomermaaien. Het meest ingewikkeld was het bouwen van een kraanschip voor het zomermaaien, vertelt Van Schie. Door nieuwe wetgeving moest de kraan op de boot. Het schip is uiteindelijk te groot geworden. Er moest een andere schroefconstructie komen, a 50.000 euro.

PRESENTATIE Open de presentatie van Martijn van Schie >>

15

DAG 2 – PLENAIR

WIEDEN EN DE ROTTIGE MEENTE BART DE HAAN

Er was veel bos gegroeid in De Wieden. Kunnen we dat bos weer terugzetten in de successie?

Het bos in De Wieden is eigenlijk vrij jong. Op kaarten uit 1957 zijn nog vooral petgaten te zien, twintig jaar later is het allemaal bos. Alleen in het midden van het gebied is een mooi trilveen bewaard gebleven.

In het LIFE-project is nog eens 18,5 hectare bos gekapt. Het is een bewuste keuze om niet meteen al het bos weg te halen en drie grote boscomplexen te behouden. De oude kooibossen hebben namelijk een grote natuurwaarde, vooral avifauna en mossen.

Rond 2000 verwijdert Natuurmonumenten de eerste stukken bos. Dat heeft effect. 8 jaar later komen er drie verschillende habitattypen voor in het gebied: veenmosrietland, ruigtes en een klein stukje trilveen met groenknolorchis.

Er zijn natuurlijk ook problemen (met oplossingen). De verbossing gaat snel, maar zomermaaien helpt. Het opdrijven van kraggen zorgt voor verzuring maar dat hoort erbij, vindt De Haan. De vergeten rijplaten in de Rottige Meente blijken nu een schitterend ongeluk: het staat vol met waterzuring en daar zitten nu rupsen van de grote vuurvlinder.

De abiotiek is terug te halen, concludeert De Haan, maar biotisch is het gebied nog wel arm. Er zijn bijvoorbeeld nog geen ronde zeggen, schorpioenmos en plat blaasjeskruid. Er ontstaat vooral veenmosrietland. Dat is een stap te ver in de successie maar toch pure winst.

PRESENTATIE Open de presentatie van Bart de Haan >>

16

DAG 2 – WORKSHOPS

WEL OF NIET BAGGEREN? GERARD TEN HEERDT (WATERNET) Kwaliteitsbaggeren kan zinvol zijn, maar niet altijd en overal. ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’ gaat niet op, want baggeren is duur. Zorg dat je het systeem kent voordat je aan de slag gaat, luidt het pleidooi van Gerard ter Heerdt. Dan is er veel te bereiken. Bagger is een ongewenste waterbodem. Vaak bestaat het uit slib; (an)organisch sediment. Te veel of slecht samengesteld slib kan de natuur- en waterkwaliteit verslechteren. Een mogelijke oplossing is kwaliteitsbaggeren. Acht ecologische sleutelfactoren helpen bepalen wanneer baggeren zin heeft. Het is belangrijk dat je ze alle acht meeneemt in de analyse. Daarnaast is het belangrijk dat je externe oorzaken, zoals de inlaat van fosfor of toxische stoffen, aanpakt (anders dweil je met de kraan open). Als er vanuit het slib te veel voedingsstoffen in het water terecht komen, is baggeren zinvol, mits je diep genoeg baggert. Baggeren is ook een goede maatregel als het water te ondiep is, de bodem te slap of de sliblaag te dik, waardoor gewenste soorten wegblijven. PRESENTATIE Bekijk de presentatie van Gerard ter Heerdt >>

17

DAG 2 – WORKSHOPS

WAT DOEN WE MET HET MAAISEL? STEPHAN SOEDE (NATUURMONUMENTEN) Van te voren had Stephan Soede van Natuurmonumenten al aan verwachtingenmanagement gedaan: de ultieme oplossing bestaat helaas niet. Maar omdat het een terugkerend vraagstuk is, is het toch goed om de meest actuele inzichten nog eens op en rij te zetten. Als het gesprek over maaisel gaat, dienen zich vaak vijf ‘geweldige efficiënte en goedkope oplossingen’ aan. Maar helaas blijken deze in de praktijk niet zo mooi te zijn. Stephan heeft alle geopperde suggesties nagetrokken. Productie van houtskool, omzetten door middel van pyrolyse, verbrandingsovens, noem het maar op, maar uiteindelijk bleek het in de praktijk niet haalbaar. De meest reële manieren om het maaisel af te zetten is compostering en inzetten als strooisel bij lokale melkveehouders. Het is daarbij belangrijk om de afstand klein te houden omdat transport een grote kostenpost is binnen het afvoeren. En dan hebben we het nog niet eens over het transport binnen de natuurgebieden. Vaak is dit ook een lastige opgave. In de Nieuwkoopse Plassen is voor dit doel een grote compostplaat aangelegd van 20 bij 80 meter die zes keer per jaar wordt volgelegd. Vervolgens wordt het maaisel met trekker en wagen afgevoerd naar een vrachtwagen. De aanvoer naar de plaat gaat per boot, in combinatie met een kraanschip. Dit heeft extra investeringen gevraagd. De beheerder was dan ook blij met het LIFEprogramma Nieuw leven in het veen, waarmee de investering mogelijk werd. PRESENTATIE Bekijk de presentatie van Martijn van Schie en Stephan Soede >>

18

DAG 2 – WORKSHOPS

DE AMERIKAAMSE RIVIERKREEFT, EEN ONGENODE GAST WINNIE RIP (WATERNET) EN JOUKE KAMPEN (ATKB) Er zijn wel 9 (onder)soorten rivierkreeften maar de (rode) Amerikaanse rivierkreeft heeft zich verreweg het meeste verspreid en vermenigvuldigd, vertelt Fabrice Ottburg. De exoot zorgt voor de nodige problemen. In laagveengebieden bemoeilijkt hij de verlanding naar jong trilveen. Bestrijden is lastig. Er wordt wel allerlei onderzoek gedaan. • Pas geleden is er een OBN-onderzoek gestart naar maatregelen die bijdragen aan de ontwikkeling van jong trilveen, met een nadruk op biotische aspecten: biobouwers en vraat. • Ook een experiment in de Stichtse Ankeveense Plassen passeerde de revue. Het uitsluiten van vraat (via een kooi) bleek een significant positief effect te hebben op de ontwikkeling van waterplanten, aarvederkruid en waterpest. • ATKB is dit voorjaar een onderzoek gestart om te kijken of het haalbaar is het kreeftenbestand met 90% te reduceren en laag te houden. 4.000 kreeften werden er gevangen, bijna allemaal rode, vertelt Jouke Kampen. Dat kostte 2 mensen 2 weken werk. De hele komende zomer wordt er met 30 korven gevist om het bestand laag te houden, een etmaal per week. De voorlopige conclusie: het is mogelijk om het bestand sterk te reduceren maar dat is erg arbeidsintensief. Tijdens de afsluitende brainstorm werd de aandacht gevestigd op de vergunningverlening en de regels rondom omgaan met exoten. Die regelgeving is bedoeld om het ecosysteem te beschermen. Dat is een goede zaak, maar nu is de regelgeving juist belemmerend als je de kreeft wilt bestrijden. PRESENTATIES Open de presentatie van Winnie Rip >>

19

Open de presentatie van Jouke van Kampen >>

DAG 2 – WORKSHOPS

BUFFERING MET NATTE VEENWEIDEN WALTER MENKVELD, JOHN VAN DUURSEN & MATTHIJS BOESCHOTEN De enige manier om het veenweidelandschap te behouden is het natter te maken. Maar hoe doe je dat? CASUS ANV

CASUS COMMONLAND

ANV Water, Land & Dijken werkt samen met Landschap Noord-Holland aan het doel: een reductie van de bodemdaling met 90% door middel van een rendabele bedrijfsvoering. Die rendabele bedrijfsvoering is belangrijk voor boeren, laat Walter Menkveld weten. En het is ook belangrijk dat je laat zien wat er kan. Anders krijg je geen boer in beweging.

In een project van Commonland/Wij.land in de westelijke veenweiden werken boeren in groepen aan verschillende thema’s, van bodembiologie tot het verwerken van natuurmaaisel. Een aantal melkveehouders vermarkt een deel van de melk onder Amstelland Natuurzuivel waarbij natuurprestaties de winstdeling bepalen.

Veeteelt is er al eeuwen in het veenweidegebied. De achterban bekijkt het project met enige argwaan. Daarom bestaat het eerste experiment uit veeteelt met peilgestuurde drainage. Het tweede experiment is de teelt van natte gewassen, zoals Azolla en lisdodde.

Commonland/Wij.land heeft een pilotfonds beschikbaar zodat boeren ook financieel ondersteuning kunnen krijgen om iets nieuws uit te proberen. Het mag dan ook mis gaan. Uiteindelijk is het essentieel dat er voor nieuwe producten een markt komt. Als er geen afzet is stort het alsnog in.

Water, Land & Dijken neemt 5 jaar experimenteerruimte. Als het niet lukt en de lisdodde is over een week dood, dan is dat ook duidelijk, besluit Menkveld optimistisch. PRESENTATIE Open de presentatie van Walter Menkveld >>

PRESENTATIE Bekijk de presentatie van John van Duursen en Matthijs Boeschoten >>

20

HOOGTEPUNTEN

VIDEO: De hoogtepunten in 10 minuten [klik op het plaatje om de video af te spelen in YouTube]

21

HOOGTEPUNTEN

Verslag en video’s: Communicatiebureau de Lynx

22

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.