48


1 Gebruiksaanwijzing Koel-vriescombinatie CN(P)(el) 42/43/482 Inhoud 1 Het apparaat in vogelvlucht Apparaat- en uitrustingsoverzicht Toepassing van he...

0 downloads 4 Views 1016KB Size

Recommend Documents


No documents


Gebruiksaanwijzing Koel-vriescombinatie

310816

7082 878-00 CN(P)(el) 42/43/48

Het apparaat in vogelvlucht

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2 3 3.1 3.2 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 6 6.1 6.2 6.3 7 8 8.1 8.2 9

Het apparaat in vogelvlucht ................................... 27 Apparaat- en uitrustingsoverzicht .............................. 27 Toepassing van het apparaat ..................................... 27 Conformiteit ............................................................... 27 Opstellingsmaten ...................................................... 27 Energie besparen ...................................................... 28 Algemene veiligheidsaanwijzingen ....................... 28 Bedienings- en aanduidingselementen ................ 29 Bedienings- en controle-elementen ........................... 29 Temperatuuraanduiding ............................................. 29 Inbedrijfstelling ....................................................... 29 Apparaat transporteren ............................................. 29 Apparaat opstellen .................................................... 29 Deurstopwissel .......................................................... 30 Inbouw in een keukenkast ......................................... 30 Verpakking verwijderen ............................................. 30 Apparaat aansluiten .................................................. 30 Apparaat inschakelen ................................................ 30 Bediening ................................................................ 31 Kinderbeveiliging ....................................................... 31 Deuralarm ................................................................. 31 Temperatuuralarm ..................................................... 31 Sabbat-modus ........................................................... 31 Koeldeel .................................................................... 32 Vriesdeel .................................................................... 32 Onderhoud ............................................................... 33 Ontdooien met NoFrost ............................................. 33 Apparaat reinigen ...................................................... 33 Klantenservice ........................................................... 33 Storingen ................................................................. 34 Buiten bedrijf stellen .............................................. 34 Apparaat uitschakelen ............................................... 34 Buiten bedrijf stellen .................................................. 34 Apparaat verwijderen ............................................. 34

De fabrikant werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van alle types en modellen. Heeft u er begrip voor, dat we veranderingen in de vorm, de uitrusting, en de techniek moeten voorbehouden. Leest u om alle voordelen van uw nieuwe apparaat te leren kennen de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. De gebruiksaanwijzing is geldig voor meerdere modellen, afwijkingen zijn dus mogelijk. Paragrafen die alleen van toepassing zijn op bepaalde apparaten, zijn gemarkeerd met een sterretje (*). Handelingsaanwijzingen zijn gemarkeerd met een , handelingsresultaten met een .

1 Het apparaat in vogelvlucht 1.1 Apparaat- en uitrustingsoverzicht

Bedieningselementen Deuropbergvakken, verstelbaar Flessenrek Groentevak Koudste zone Afvoeropening Schappen, verstelbaar

*naargelang model en uitrusting

Tip u O m een optimaal bedrijf te garanderen, de aangegeven omgevingstemperaturen aanhouden. Klimaatklasse

voor omgevingstemperaturen van

N

16 °C tot 32 °C

SN

T

Aanwijzing  L evensmiddelen sorteren zoals weergegeven in de afbeelding. Zo werkt het apparaat energiebesparend.  A flegplanken, schuifladen of korven zijn in leveringstoestand voor een optimale energie-efficiëntie ingedeeld.

Fig. 1

Doelmatig gebruik Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijke of soortgelijke doeleinden. Hieronder valt bijv. het gebruik - in huishoudelijke keukens, bed & breakfasts, - door gasten in landhuizen, hotels, motels en andere overnachtingsplaatsen, - bij catering of gelijksoortige services in de groothandel. Alle andere toepassingen zijn ontoelaatbaar. Voorspelbare incorrecte toepassing De volgende toepassingen zijn uitdrukkelijke verboden: - Opslag en koeling van medicijnen, bloedplasma, laboratorium preparaten of gelijksoortige stoffen en producten, die vallen onder de medicijnrichtlijn 2007/47/EG. - Gebruik in explosiegevaarlijke gebieden - Gebruik op beweeglijke ondergronden zoals schepen, railverkeer of vliegtuigen. - Opslag van levende dieren Incorrect gebruik van het apparaat kan leiden tot beschadigingen aan de opgeslagen producten of bederf. Klimaatklassen Het apparaat is naargelang de klimaatklasse bedoeld voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De voor uw apparaat geldende klimaatklasse is op het typeplaatje aangegeven.

ST

Klap de laatste pagina met de afbeeldingen uit.

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (7)

1.2 Toepassing van het apparaat

(8) (9) (10) (11) (12) (13) (14)

Eierplankje Typeplaatje Vriesschuifvak VarioSpace IJsblokjesvak Stelvoeten voor Transportgreep

10 °C tot 32 °C 16 °C tot 38 °C 16 °C tot 43 °C

1.3 Conformiteit

De koelmiddelkringloop is getest op dichtheid. Het apparaat voldoet aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen, evenals de richtlijnen 2014/35/EU, 2014/30/EU, 2009/125/EG, 2011/65/EU en 2010/30/EU

1.4 Opstellingsmaten Fig. 2

h

a

b

c

d

600

657

x

CN(el) 4213

1861

610

1200x

CN(P)(el) 4313

1861

600

657x

610

1200x

CN(P)(el) 4813

2011

600

657x

610

1200x 27

Algemene veiligheidsaanwijzingen Bij apparaten met meegeleverde muurafstandshouders wordt de afmeting vergroot met 35 mm (zie 4.2).

x

1.5 Energie besparen

- Altijd letten op goede ventilatie en ontluchting.

Ventilatieopeningen resp. roosters niet afdekken. - Luchtsleuf voor ventilatie altijd vrij houden. - Apparaat niet in directe zonnestraling, naast haarden, verwarmingen of gelijksoortig plaatsen. - Het energieverbruik is afhankelijk van de opstellingsvoorwaarden bijv. van de omgevingstemperatuur (zie 1.2). Bij een van de normtemperatuur afwijkende omgevingstemperatuur van 25° C kan het energieverbruik veranderen. - Apparaat zo kort mogelijk openen. - Des te lager de temperatuur wordt ingesteld, des te hoger is het energieverbruik. - Levensmiddelen gesorteerd indelen (zie Het apparaat in vogelvlucht). - Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren. Condensvorming wordt voorkomen. - Levensmiddelen alleen zo lang als nodig uitnemen, zodat deze zich niet verwarmen. - Warme gerechten plaatsen: eerst op kamertemperatuur laten afkoelen. - Vriesproducten in de koelruimte laten ontdooien. - Bij langere vakantietijden het koeldeel legen en uitschakelen. - Stofophopingen verhogen het energieverbruik: De koelmachine met de warmtewisselaar - metalen rooster aan de achterzijde van het apparaat - eenmaal per jaar afstoffen. Fig. 10

2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

Gevaren voor de gebruiker: - Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, evenals door personen met verminderde fysieke, zintuigelijke of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of over het veilige gebruik van het apparaat zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende gevaren gebruiken. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Kinderen van 3-8 jaar mogen het apparaat beladen en ontladen. Kinderen onder 3 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, indien deze niet onder permanente toezicht staan. - Als het apparaat van het net wordt gescheiden, altijd aan de stekker vastpakken. Niet aan de kabel trekken. - In het geval van een defect de netstekker verwijderen of de zekering uitschakelen. -D  e netkabel niet beschadigen. Apparaat niet gebruiken met een defecte netkabel. - Reparaties, wijzigingen aan het apparaat en het vervangen van de netkabel mogen alleen worden uitgevoerd door de klantenservice of ander daardoor opgeleid personeel. - Apparaat alleen conform de gegevens van de aanwijzing monteren, aansluiten en verwijderen. - Bewaar deze handleiding zorgvuldig en geef deze eveneens door aan de volgende eigenaar. 28

- Speciale lampen (gloeilampen, LED, TL-buizen) in het apparaat dienen voor de verlichting van deze binnenruimte en zijn niet geschikt voor ruimteverlichting. Brandgevaar: - Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Uitstromend koelmiddel kan ontbranden. • Pijlleidingen van het koelcircuit niet beschadigen. • Gebruik binnen het apparaat nooit open vuur of ontstekingsbronnen. • Binnen het apparaat geen elektrische toestellen gebruiken (bijv. stoomreinigers, verwarmingen, ijsmakers, etc.). • Als koelmiddel weglekt: Open vuur of ontstekingsbronnen vlakbij het lek verwijderen. Vertrek goed ventileren. Informeer de klantendienst. - Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, bijv. butaan, propaan, pentaan, etc. in het apparaat. Dergelijke spuitbussen zijn herkenbaar aan de opgedrukte vermelding van de inhoud of aan een vlamsymbool. Eventueel vrijkomende gassen kunnen door elektrische onderdelen worden ontstoken. - Brandende kaarsen, lampen en andere voorwerpen met open vuur uit de buurt van het apparaat houden, zodat deze het apparaat niet in de brand kunnen zetten. - Alcoholische dranken of andere middelen die alcohol bevatten alleen gesloten bewaren. Eventueel vrijkomende alcohol kan door elektrische onderdelen worden ontstoken. Val- of kiepgevaar: - Ga nooit op de sokkel, laden, deur enz. staan of leunen. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar op vergiftiging door levensmiddelen: - Te lang bewaarde levensmiddelen niet meer consumeren. Gevaar op bevriezingen, gevoelloosheid en pijn: - Continu huidcontact met koude oppervlakkenof gekoelde/bevroren producten vermijden en veiligheidsmaatregelen nemen, bijv. handschoenen dragen. Consumptieijs, met name waterijsjes of ijsblokjes, niet direct en niet te koud consumeren. Gevaar op letsels en beschadigingen: - Hete damp kan tot verwondingen leiden. Voor het ontdooien geen elektrische verwarmingsapparaten of stoomreinigers, open vuur of ontdooisprays gebruiken. - IJs niet verwijderen met scherpe voorwerpen. Beknellingsgevaar: *naargelang model en uitrusting

Bedienings- en aanduidingselementen / Inbedrijfstelling

- Bij het openen en sluiten van de deur niet in het scharnier grijpen. Vingers kunnen ingeklemd raken. Symbolen op het apparaat:

Het symbool kan op de compressor staan. Het is van toepassing op de olie in de compressor en het wijst op het volgende gevaar: Kan dodelijk zijn bij inslikken of binnendringen van de luchtwegen. Deze aanwijzing is alleen van toepassing op recycling. Bij normaal gebruik bestaat er geen gevaar.

Neem de specifieke aanwijzingen in de andere hoofdstukken in acht: GEVAAR

WAARSCHUWING

markeert een direct gevaarlijke situatie, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, als deze niet wordt vermeden.

markeert een gevaarlijke situatie, die de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, als deze niet wordt vermeden.

VOORZICHTIG markeert een gevaarlijke situatie, die licht of gemiddeld lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, als deze niet wordt vermeden. LET OP

markeert een gevaarlijke situatie, die materiële schade tot gevolg kan hebben, als deze niet wordt vermeden.

Tip

markeert bruikbare aanwijzingen en tips.

3 Bedienings- en aanduidingselementen

3.1 Bedienings- en controle-elementen Fig. 11

(1) Aan/uit-toets koelgedeelte (2) Ventilatietoets (3) Insteltoets koelgedeelte (4) Temperatuuraanduiding koelgedeelte (5) Temperatuuraanduiding vriesgedeelte (6) Insteltoets vriesgedeelte (7) Toets SuperFrost (8) Toets alarm

(9) Aan/uit-toets vriesgedeelte (10) Symbool SuperFrost (11) Symbool Alarm (12) Symbool Sabbat-modus (13) Symbool Menu (14) Symbool Kinderbeveiliging (15) Symbool Ventilatie

3.2 Temperatuuraanduiding

Tijdens normaal gebruik wordt weergegeven: - de ingestelde diepvriestemperatuur - de ingestelde koeltemperatuur De temperatuuraanduiding van het vriesgedeelte knippert: - de temperatuurinstelling wordt veranderd - na het inschakelen is de temperatuur nog niet koud genoeg - de temperatuur is meerdere graden toegenomen.

4 Inbedrijfstelling

4.1 Apparaat transporteren *naargelang model en uitrusting

VOORZICHTIG

Gevaar op letsel en beschadigingen door incorrect transport! u Het apparaat verpakt transporteren. u Het apparaat staand transporteren. u Het apparaat niet alleen transporteren.

4.2 Apparaat opstellen WAARSCHUWING

Brandgevaar door vochtigheid! Als stroomgeleidende delen of de netkabel vochtig worden, kan er kortsluiting ontstaan. u Het apparaat is bedoeld voor gebruik in gesloten ruimtes. Het apparaat niet gebruiken in de open lucht of omgevingen met vocht of spatwater.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door kortsluiting! Als de netkabel/stekker van het apparaat of een ander apparaat en de achterzijde van het apparaat met elkaar in contact komen, kunnen de netkabel/stekker door trillingen van het apparaat beschadigd raken, zodat er kortsluiting kan ontstaan. u Apparaat zo opstellen, dat er geen stekker of netkabel kan worden aangeraakt. u Het apparaat of andere apparaten mogen niet worden aangesloten op het stopcontact aan de achterzijde van het apparaat.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door koelmiddel! Het gebruikte koelmiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar. Uitstromend koelmiddel kan ontbranden. u Pijlleidingen van het koelcircuit niet beschadigen.

WAARSCHUWING

Brand- en beschadigingsgevaar! u Plaats geen apparaten die warmte afgeven op het apparaat, zoals bijv. magnetrons, broodroosters!

WAARSCHUWING

Gevaar op brand of beschadigingen door geblokkeerde ventilatieopeningen! u De ventilatieopeningen altijd vrijhouden. Altijd letten op goede ventilatie en ontluchting!

LET OP

Beschadigingsgevaar door condenswater! u Het apparaat niet direct naast een ander koel-/vriesapparaat plaatsen. q Bij beschadigingen aan het apparaat direct - nog vóór het aansluiten - contact opnemen met de leverancier. q De ondergrond moet waterpas en vlak zijn. q Apparaat niet in directe zonnestraling, naast haarden, verwarmingen of gelijksoortig plaatsen. q Het apparaat met de achterzijde en met gebruik van de meegeleverde muurafstandshouders (zie onder) altijd tegen de wand plaatsen. q Het apparaat mag alleen in onbeladen toestand worden verschoven. q De ondergrond van het apparaat moet dezelfde hoogte als de omliggende vloer hebben. 29

Inbedrijfstelling

q Het apparaat nooit zonder hulp plaatsen. q Hoe meer koudemiddel R 600a in het apparaat zit, des te groter moet de ruimte zijn waar het apparaat in staat. In te kleine ruimten kan bij een lekkage een brandbaar gas-lucht mengsel ontstaan. Volgens norm EN 378 moet per 11 g koudemiddel R 600a de plaatsingsruimte tenminste 1 m3 groot zijn. De hoeveelheid koudemiddel in uw apparaat staat op het typeplaatje binnenin het apparaat. u De aansluitkabel van de achterzijde van het apparaat verwijderen. Daarbij de kabelhouder verwijderen, anders ontstaan er trillingsgeluiden! u Beschermfolies van de buitenzijde van de behuizing en de sierlijsten aftrekken. u Alle transportbeveiligingsdelen verwijderen. Om ervoor te zorgen dat het gedeclareerde energieverbruik wordt bereikt, moeten de afstandshouders worden gebruikt die bij het apparaat worden geleverd. Hierdoor wordt de apparaatdiepte met ca. 35 mm vergroot. Het apparaat is zonder gebruik van de afstandshouder volledig werkend, maar heeft een iets hoger energieverbruik. u Fig. 9 Bij een apparaat met meegeleverde muurafstandshouders moeten deze aan de achterzijde van het apparaat, links- en rechtsboven worden gemonteerd. u Verpakking verwijderen. (zie 4.5) u Fig. 4 Apparaat met de meegeleverde vorksleutel via de stelvoeten (A) en met hulp van een waterpas vast en vlak uitlijnen. Daarna de deur ondersteunen: Stelvoet uit de onderste scharnierplaat draaien, totdat deze op de grond ligt en daarna 90° verder draaien.

Tip u Apparaat reinigen (zie 6.2).

Als het apparaat in zeer vochtige omgeving wordt opgesteld, kan zich aan de buitenzijde van het apparaat condenswater vormen. u Zorg altijd voor goede ventilatie en ontluchting op de opstelplaats.

4.3 Deurstopwissel

Als het nodig is kunt u de draairichting van de deur veranderen.

u zie meegeleverde montagehandleiding. Zorg ervoor dat het volgende gereedschap klaarligt: q Torx® 25 q Schroevendraaier q evt. accuschroevendraaier q evt. tweede persoon voor de montage

Aanwijzing u Levensmiddelen uit de deuropbergvakken halen voordat de deur wordt verwijderd, zodat er geen levensmiddelen uitvallen.

VOORZICHTIG

Letselgevaar als de deur eruit valt! u Deur goed vasthouden. u Deur voorzichtig wegzetten.

WAARSCHUWING

Verwondingsgevaar door uitvallende deur! Als de opslagdelen niet goed genoeg vastgeschroefd zijn, kan de deur eruit vallen. Dit kan tot ernstig letsel leiden. Bovendien sluit de deur evt. niet, zodat het apparaat niet correct koelt. u De scharnierplaats met 4 Nm vastschroeven. u Alle schroeven controleren en evt. aanhalen.

4.4 Inbouw in een keukenkast Het apparaat kan met keukenkasten worden omgebouwd.

u zie meegeleverde montagehandleiding. Ventilatie-eisen: A [mm] B [mm] 657

x

76

C [cm2]

min. 300

D [mm] min. 50

E [mm] min. 19

Bij apparaten met meegeleverde muurafstandshouders wordt de afmeting vergroot met 35 mm (zie 4.2). Afhankelijk van de diepte van de keukenkast en het gebruik van muurafstandshouders kan het apparaat verder uitsteken.

x

LET OP

Beschadigingsgevaar door oververhitting als gevolg door ontoereikende ventilatie! Bij te weinig ventilatie kan de compressor beschadigd raken. u Let op voldoende ventilatie. u Ventilatievereisten in acht nemen.

4.5 Verpakking verwijderen WAARSCHUWING

Verstikkingsgevaar door verpakkingsmateriaal en folies! u Kinderen niet met verpakkingsmateriaal laten spelen. De verpakking is samengesteld uit herbruikbare materialen: - Golfkarton/karton - Delen van geschuimd polystyreen - Folies en plastic zakken van polyethyleen - Spanbanden uit polypropeen - Vastgespijkerde houten frames met ringen uit polyethyleen* u Het verpakkingsmateriaal naar een officiële verzamelplaats brengen.

4.6 Apparaat aansluiten LET OP

Incorrect aansluiten! Beschadiging van de elektronica. u Geen geïsoleerde inverter gebruiken. u Geen energiebesparende stekker gebruiken.

WAARSCHUWING

Incorrect aansluiten! Brandgevaar. u Geen verlengsnoer gebruiken. u Geen verdelerlijsten gebruiken. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van opstelling moeten overeenkomen met de informatie op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht). Het stopcontact moet voorschriftmatig geaard worden en elektrisch beveiligd zijn. De uitschakelstroom van de zekering moet tussen 10 A en 16 A liggen. Het stopcontact moet makkelijk toegankelijk zijn, zodat het apparaat in noodgevallen snel van de stroom gescheiden kan worden. Deze moet buiten het bereik van de achterzijde van het apparaat liggen. u Elektrische aansluiting controleren. u De stekker insteken.

4.7 Apparaat inschakelen

Tip u Om het gehele apparaat in te schakelen, hoeft alleen 30

*naargelang model en uitrusting

het vriesgedeelte ingeschakeld te worden. Daarbij wordt automatisch ook het koelgedeelte ingeschakeld. Neem het apparaat ca. 2 uur vóór de eerste vulling met diepvriesproducten in gebruik. Plaats de diepvriesproducten pas als de temperatuuraanduiding -18°C aangeeft.

4.7.1 Vriesgedeelte inschakelen

u Toets On/Off vriesgedeelte fig. 11 (9) indrukken.  Het apparaat is ingeschakeld. De temperatuuraandudiing geeft de ingestelde temperatuur. De temperatuuraanduiding vriesgedeelte en het symbool alarm knipperen tot de temperatuur koud genoeg is.

4.7.2 Koelgedeelte inschakelen

Tip u Als het koelgedeelte ingeschakeld wordt, wordt automatisch ook het vriesgedeelte ingeschakeld.

Als het koeldeel is uitgeschakeld (bijv. tijdens een langere afwezigheid zoals vakantie), kan deze apart weer worden ingeschakeld. u Toets On/Off koelgedeelte fig. 11 (1) indrukken.  Binnenverlichting brandt bij een geopende deur.  De temperatuuraanduidingen branden. Koelgedeelte en vriesgedeelte zijn ingeschakeld.

5 Bediening

5.1 Kinderbeveiliging

Met de kinderbeveiliging kunt u garanderen dat kinderen bij het spelen het apparaat niet per ongeluk uitschakelen.

5.1.1 Kinderbeveiliging instellen

Moet de functie worden ingeschakeld: u Instelmodus activeren: Toets SuperFrost fig. 11 (7) ca. 5 seconden indrukken.  In het display wordt het symbool Menu fig. 11 (13) weergegeven.  In het display knippert S. u Met de insteltoets vriesgedeelte fig. 11 (6) c selecteren. u Met de toets SuperFrost fig. 11 (7) kort bevestigen.  In het display verschijnt c1. u Met de toets SuperFrost fig. 11 (7) kort bevestigen.  Het symbool Kinderbeveiliging fig. 11 (14) brand in het display.  In het display knippert c .  De functie Kinderbeveiliging is ingeschakeld. Als de instelmodus moet worden beëindigd: u De toets On/Off vriesgedeelte fig. 11 (9) kort indrukken. -ofu 5 min. wachten.  In het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weergegeven. Moet de functie worden uitgeschakeld: u Instelmodus activeren: Toets SuperFrost fig. 11 (7) ca. 5 seconden indrukken.  In het display wordt het symbool Menu fig. 11 (13) weergegeven.  In het display knippert c . u Met de toets SuperFrost fig. 11 (7) kort bevestigen.  In het display verschijnt c0 . u Het symbool Kinderbeveiliging fig. 11 (14) dooft.  In het display knippert c .  De functie Kinderbeveiliging is uitgeschakeld. Als de instelmodus moet worden beëindigd: u De toets On/Off vriesgedeelte fig. 11 (9) kort indrukken. -ofu 5 min. wachten.  In het temperatuurdisplay wordt weer de temperatuur weergegeven. *naargelang model en uitrusting

5.2 Deuralarm

Bediening

Voor koelgedeelte Als de deur langer dan 60 seconden is geopend, is het waarschuwingssignaal te horen. Het waarschuwingssignaal stopt automatisch als de deur wordt gesloten.

5.2.1 Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal kan bij een geopende deur worden uitgeschakeld. De uitschakeling van het waarschuwingssignaal is net zo lang actief als de deur is geopend. u Toets alarm fig. 11 (8) indrukken.

5.3 Temperatuuralarm

Als de diepvriestemperatuur niet laag genoeg is, klinkt een waarschuwingssignaal. Tegelijkertijd knippert de temperatuuraanduiding en het symbool Alarm. De oorzaak van een te hoge temperatuur kan zijn: - er zijn warme levensmiddelen ingelegd - bij het sorteren en uitnemen van levensmiddelen is teveel warme ruimtelucht binnen gestroomd - de stroom is langere tijd uitgevallen - het apparaat is defect Het waarschuwingssignaal stopt automatisch, het symbool Alarm doorft als de temperatuur weer laag genoeg is. Als de alarmsituatie blijft bestaan: (zie storingen). Tip Als de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levensmiddelen bederven. u De kwaliteit van de levensmiddelen op hun kwaliteit controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer eten.

5.3.1 Temperatuuralarm uitschakelen

Het alarmsignaal kan uitgeschakeld worden. Als de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief. u Toets Alarm fig. 11 (8) indrukken.

5.4 Sabbat-modus

Deze functie voldoet aan de religieuze vereisten voor de Sabbat resp. Joodse feestdagen. Als de Sabbat-modus is geactiveerd, zijn enkele functies van de regelelektronica uitgeschakeld. Na de instelling van de Sabbat-modus hoeft u zich geen zorgen meer te maken om controlelampjes, cijfers, symbolen, aanduidingen, alarmmeldingen en ventilatoren. De ontdooi-cyclus werkt alleen conform de vooraf ingevoerde tijd zonder dat het gebruik van de koelkast in acht wordt genomen. Na een uitval van de stroom schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de Sabbat-modus.

WAARSCHUWING

Gevaar op vergiftiging door levensmiddelen! Als de stroom uitvalt, terwijl de Sabbat-modus is geactiveerd, wordt deze melding niet opgeslagen. Als de stroomuitval is beëindigd, werkt het apparaat verder is de Sabbat-modus. Als deze is beëindigd, wordt er geen melding over de stroomuitval in de temperatuuraanduiding weergegeven. Als de stroom is uitgevallen tijdens de Sabbat-modus: u Levensmiddelen op hun kwaliteit controleren. Ontdooide levensmiddelen niet consumeren!

- Alle functies zijn geblokkeerd, tot het uitschakelen van de Sabbat-modus. - Als functies zoals SuperFrost, SuperCool, ventilatie, etc. geactiveerd zijn, indien de Sabbat-modus wordt ingeschakeld, blijven deze actief. - Er worden geen akoestische signalen afgegeven en in de temperatuuraanduiding worden geen waarschuwingen/ instellingen weergegeven (bijv. temperatuuralarm, deuralarm). - De binnenverlichting is gedeactiveerd. 31

Bediening

5.4.1 Sabbat-modus instellen

u Instelmodus activeren: Toets SuperFrost fig. 11 (7) ca. 5 seconden indrukken.  In het display knippert S.  Het symbool Menu fig. 11 (13) brandt. u Om de functie Sabbat-modus op te vragen: Toets SuperFrost fig. 11 (7) kort indrukken. Als in het display S1 wordt weergegeven: u Voor het inschakelen van de Sabbat-modus de toets SuperFrost fig. 11 (7) kort indrukken. Als in het display S0 wordt weergegeven: u Voor het uitschakelen van de Sabbat-modus de toets SuperFrost fig. 11 (7) kort indrukken. u Instelmodus deactiveren: Toets On/Off vriesgedeelte fig. 11 (9) indrukken. -ofu 5 min. wachten.  In de temperatuuraanduiding wordt het symbool Sabbatmodus weergegeven, zo lang de Sabbat-modus actief is.  Sabbat-modus schakelt na 120 seconden automatisch af als deze niet eerst handmatig wordt uitgeschakeld.

5.5 Koeldeel

Door de natuurlijke luchtcirculatie in het koeldeel worden de verschillende temperatuurgebieden ingesteld. Direct boven de groentevakken en aan de achterwand is het het koudst. Het bovenste voorgedeelte en de deur is het het warmst.

5.5.1 Levensmiddelen koelen

Tip Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen wordt verminderd als de ventilatie onvoldoende is. u Luchtsleuf voor ventilatie altijd vrij houden.

u Snel bedervende levensmiddelen, zoals gekookt eten, vlees en wordt moeten in de koudste zone worden bewaard. Boter en conserven in het bovenste gedeelte en de deur bewaren. (zie Het apparaat in vogelvlucht) u Voor het verpakken herbruikbare kunststof-, metalen-, aluminiumen glazen bewaarmiddelen en vershoudfolie gebruiken. u Levensmiddelen die makkelijk reuk of smaak aannemen of afgeven, evenals vloeistoffen altijd in gesloten bakken of afgedekt bewaren. u Sterk ethyleengas-afgevende of -gevoelige levensmiddelen, zoals groente, fruit, sla, altijd scheiden of verpakken, om de bewaarperiode niet te reduceren; bijv. tomaten niet samen met kiwi's of kool bewaren. u Levensmiddelen niet te dicht bij elkaar bewaren, zodat de lucht goed kan circuleren.

5.5.2 Temperatuur instellen

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren: - hoe vaak de deur wordt geopend - de ruimtetemperatuur op de opstellocatie - de aard, temperatuur en hoeveelheid levensmiddelen Aanbevolen temperatuurinstelling: 5 °C De temperatuur kan doorlopend worden gewijzigd. Als de instelling 1 °C is bereikt, wordt weer begonnen bij 9 °C. u Temperatuurfunctie opvragen: De insteltoets koelgedeelte fig. 11 (3) indrukken.  In het temperatuurdisplay wordt de huidige ingestelde waarde knipperend aangegeven. u Temperatuur in stappen van 1 °C wijzigen: Insteltoets koeldeel fig. 11 (3) zo vaak indrukken, totdat de gewenste temperatuur in het temperatuurdisplay wordt weergegeven.  Tijdens het instellen wordt de waarde knipperen weergegeven.  Ca. 5 seconden na de laatste druk op de knop wordt de nieuwe instelling overgenomen. De temperatuur binnenin wordt langzaam ingesteld naar de nieuwe waarde.

5.5.3 Ventilator

De circulatiekoeling is raadzaam. - bij hoge luchtvochtigheid De circulatiekoeling geeft een iets hoger energieverbruik. 32

Om energie te besparen, schakelt de ventilator bij geopende deur automatisch uit. Ventilator inschakelen: u Toets Ventilatie fig. 11 (2) kort indrukken.  In het display wordt het symbool Ventilatie fig. 11 (15) weergegeven.  De ventilator is actief. Bij bepaalde apparaten schakelt dezepas in als de compressor loopt. Ventilator uitschakelen u Toets Ventilatie fig. 11 (2) kort indrukken.  Het symbool Ventilatie fig. 11 (15) dooft.  De ventilator is uitgeschakeld.

5.5.4 Schappen

Schappen verplaatsen of uitnemen Fig. 6 u Voor het volledig verwijderen van het vak, de volgorde van de getoonde handelingen in acht nemen. u Schappen met de aanslagrand aan de achterzijde naar boven gericht inschuiven.

5.5.5 Deuropbergvak

Deuropbergvak uitnemen Fig. 7 u Opvergvak conform de afbeelding verwijderen.

5.6 Vriesdeel

In het vriesdeel kunt u diepvriesproducten bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen.

5.6.1 Levensmiddelen invriezen

U kunt maximaal zoveel kg verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit . kg/24h" is aangegeven. De schuifvakken kunnen elk met max. 20 kg diepvriesproducten worden belast.

VOORZICHTIG

Verwondingsgevaar door glasscherven! Flessen en blikjes met dranken kunnen bij het invriezen ontploffen. Dit geldt vooral voor koolzuurhoudende dranken. u Flessen en blikjes met koolzuurhoudende dranken niet invriezen! Om levensmiddel snel tot de kern in te vriezen, dienen de volgende hoeveelheden per verpakking niet te worden overschreden: - Groente, fruit tot 1 kg - Vlees tot 2,5 kg

u Levensmiddelen in diepvrieszakken, herbruikbare kunststof-, metalen- of aluminium bakken per portie verpakken.

5.6.2 Bewaartijden

Richtwaarde voor de bewaarduur van verschillende levensmiddelen in het vriesdeel: Consumptie-ijs 2 tot 6 maanden 2 tot 6 maanden Worst, ham Wild, zwijn 2 tot 6 maanden Brood, bakproducten 6 tot 10 maanden 2 tot 6 maanden Vis, vet Vis, mager 6 tot 12 maanden 2 tot 6 maanden Kaas Gevogelte, rund 6 tot 12 maanden 6 tot 12 maanden Groenten, fruit

De aangegeven bewaartijden zijn richtwaarden.

5.6.3 Levensmiddelen ontdooien

- in de koelruimte - in de magnetron - in een bakoven/hete lucht-oven - bij kamertemperatuur u Alleen zoveel levensmiddelen uithalen als er nodig zijn. *naargelang model en uitrusting

Ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk verwerken. u Ontdooide levensmiddelen alleen in uitzonderingsgevallen weer invriezen.

5.6.4 Temperatuur instellen

Aanbevolen temperatuurinstelling: -18 °C De temperatuur kan doorlopend worden gewijzigd. Als de instelling -26 °C is bereikt, wordt weer begonnen bij -16 °C. u Temperatuurfunctie opvragen: De insteltoets vriesgedeelte fig. 11 (6) indrukken.  In het temperatuurdisplay knippert de actuele temperatuur. u Insteltoets vriesgedeelte fig.11 (6) zo vaak indrukken, totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven.

5.6.5 SuperFrost

Met deze functie kunt u verse levensmiddelen snel tot de gewenste kern invriezen. Het apparaat werkt met een maximaal koelvermogen, daardoor kunnen geluiden van de koelaggregaat over het algemeen luider zijn. U kunt maximaal zo veel kg verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, zoals op het typeplaatje onder "Invriescapaciteit kg/24h" is aangegeven. De maximale hoeveelheid diepvriesproducten verschilt afhankelijk van het model en de klimaatklasse. Afhankelijk van de hoeveelheid in te vriezen levensmiddelen, moet u SuperFrost vroegtijdig inschakelen. Verpak de levensmiddelen en plaats deze over een zo breed mogelijk oppervlak. In te vriezen levensmiddelen niet in contact brengen met reeds bevroren producten, zodat deze niet ontdooien. Superfrost moet in de volgende gevallen niet worden ingeschakeld: - indien u al bevroren waren in het apparaat legt - bij het invriezen van tot ca. 2 kg verse levensmiddelen per dag Invriezen met SuperFrost u Toets SuperFrost fig. 11 (7) kort indrukken.  In het display wordt het symbool SuperFrost fig. 11 (10) weergegeven.  De vriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met het maximale koelvermogen. Tip u Bij het indrukken van de toets SuperFrost kan de ingebouwde inschakelvertraging ervoor zorgen dat het inschakelen van de compressor maximaal 8 minuten vertraagd wordt. Deze vertraging verhoogt de levensduur van de compressor. Bij een kleine hoeveelheid diepvriesproducten: u Ca. 6 u wachten. Bij de maximale hoeveelheid diepvriesproducten (zie typeplaatje): u ca. 24 u wachten. u Verpakte levensmiddelen in de bovenste laden leggen.  SuperFrost schakelt uiterlijk na ca. 65 uur automatisch uit.  Het symbool SuperFrost fig. 11 (10) dooft als het invriezen is beëindigd.  Het apparaat werkt verder in het energiebesparende normale bedrijf.

5.6.6 Schuifladen

Tip Het energieverbruik stijgt en het koelvermogen wordt verminderd als de ventilatie onvoldoende is. Bij apparaten met NoFrost: u Het onderste schuifvak in het apparaat laten! u De ventilatorsleuf binnen aan de achterwand altijd vrijhouden!

u Schuifladen conform fig.5 uitnemen.

5.6.7 VarioSpace

Fig.3 Zo kunt u de schuifladen uitnemen Zo behoud u plaats voor grote diepvriesproducten. Gevogelte, vlees, grote wilddelen evenals hoge bakwaren kunnen als geheel ingevroren worden en verder worden verwerkt. u De schuifladen kunnen telkens met max. 20 kg diepvriesproducten worden belast.

*naargelang model en uitrusting

6 Onderhoud

Onderhoud

6.1 Ontdooien met NoFrost

Het NoFrost-systeem ontdooit automatisch het apparaat. Koeldeel: Het dooiwater verdampt door de warmte van de compressor. Waterdruppels aan de achterwand zijn functioneel en volledig normaal. u Afvoeropeningen regelmatig reinigen, zodat het dooiwater kan wegstromen. (zie 6.2) Vriesdeel: De vochtigheid slaat neer op de verdamper, wordt periodiek ontdooid en verdund. u Het apparaat hoeft niet handmatig te worden ontdooid.

6.2 Apparaat reinigen WAARSCHUWING

Gevaar op letsel en beschadigingen door hete damp! Hete damp kan leiden tot verbrandingen en kan de oppervlakken beschadigen. u Geen reinigingsapparaten met stoom!

LET OP

Verkeerde reiniging beschadigt het apparaat! u Reinigingsmiddelen niet geconcentreerd gebruiken. u Geen schurende of krassende sponzen of staalwol gebruiken. u Geen scherpe, schurende, en zand-, chloor- of zuurhoudende schoonmaakmiddelen gebruiken. u Geen chemische oplosmiddelen gebruiken. u Het typeplaatje aan de binnenzijde van het apparaat niet beschadigen of verwijderen. Dit is belangrijk voor de klantenservice. u Geen kabels of andere onderdelen afscheuren, knikken of beschadigen. u Geen reinigingswater in de afvoergoot, het ventilatierooster en elektrische delen laten binnendringen. u Zachte poetsdoeken en een allesreiniger met neutrale pHwaarde gebruiken. u Aan de binnenkant van het apparaat alleen reinigings- en schoonmaakmiddelen gebruiken die geschikt zijn voor levensmiddelen. u Apparaat legen. u Netstekker uit het stopcontact trekken. u Buiten- en binnenvlakken uit kunststof, evenals uitrustingsdelen met lauwwarm water en wat spoelmiddel met de hand reinigen. u Gelakte zijwanden uitsluitend met een zachte, schone doek afvegen. Bij sterke vervuiling lauwwarm water met een neutrale reiniger gebruiken. u Gelakte deuroppervlakken uitsluiten met een zachte, schone doek afvegen. Bij sterke vervuiling water of een neutrale reiniger gebruiken. Optioneel kan ook een microvezeldoek worden gebruikt. u Afvoeropening reinigen fig. 8: Afzettingen met een dun hulpmiddel, bijv. een wattenstaafje verwijderen. Na het reinigen: u Apparaat en uitrustingsdelen droog wrijven. u Apparaat weer aansluiten en inschakelen. u SuperFrost inschakelen (zie 5.6.4). Als de temperatuur koud genoeg is: u De levensmiddelen weer terugleggen.

6.3 Klantenservice

Fig. 12 Controleer eerst of u de fouten zelf kunt oplossen. (zie storingen). Als dit niet het geval is, neem dan contact op met de klantenservice. Het adres kunt u vinden in het bijgevoegde klantenservice-overzicht. 33

Storingen / Buiten bedrijf stellen / Apparaat verwijderen WAARSCHUWING

Verwondingsgevaar door incorrecte reparatie! u Reparaties en wijzigingen aan het apparaat en de netkabel, die niet uitdrukkelijk genoemd zijn (zie Onderhoud), mogen alleen door de klantenservice worden uitgevoerd.

u Apparaatbenaming fig. 12 (1), service-nr. fig. 12 (2) en serienr. fig. 12 (3) van het typeplaatje aflezen. Het typeplaatje bevindt zich aan de binnen in het apparaat links. u Contact opnemen met de klantenservice en de fouten, apparaatbenaming fig. 12 (1), service-nr. fig. 12 (2) en serienr. fig. 12 (3) vermelden.  Dit maakt een snelle en doelgerichte service mogelijk. u Het apparaat gesloten laten, totdat de klantenservice arriveert.  De levensmiddelen blijven langer koel. u Netstekker uit het stopcontact trekken (daarbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen.

7 Storingen

Uw apparaat is zo geconstrueerd en vervaardigd, dat de storingsvrijheid en een lange levensduur zijn gegeven. Indien er toch tijdens het gebruik een storing zou optreden, controleer dan of de storing resulteert uit een bedieningsfout. In dit geval moeten ook tijdens de garantietijd mogelijke kosten worden berekend.

Normale geluiden in het apparaat:

Loopgeluiden van toerental-geregelde compressoren. Het klokken en kletsen van koelmiddel dat in het koelcircuit stroomt. Een zacht klikken als het koelaggregaat (de motor) automatisch in- of uitschakelt. Kortdurend brommen-iets luider: - als de motor inschakelt, bij ingeschakelde SuperFrost, vers geplaatste levensmiddelen of na een lang geopende deur verhoogt automatisch het koelvermogen. - Hoge omgevingstemperatuur (z. 1.2) Diep brommen - Luchtstroomgeluiden van de ventilator. De compressor loopt lang: - Deze schakelt bij een lage koelbehoefte naar een laag toerental om energie te besparen. - SuperFrost is ingeschakeld. Buitenvlakken warm. De warmte van het koelcircuit wordt ter vermijding van het condenswater gebruikt.

Storingen, die u zelf kunt oplossen:

Het apparaat werkt niet: - Het apparaat is niet ingeschakeld. u Netstekker correct in het stopcontact steken, zekering controleren Trillingsgeluiden, als het apparaat niet stevig op de vloer staat. u Apparaat via de stelvoeten uitlijnen. Temperatuur is niet koud genoeg: - Apparaatdeur is niet correct gesloten. u Apparaatdeur sluiten. - Ventilatie en ontluchting niet voldoende. u Ontluchtingsrooster vrijmaken en reinigen. - Hoge omgevingstemperatuur u zie 1.2. - Te grote hoeveelheden verse levensmiddelen geplaatst zonder SuperFrost. u zie 5.6.4. - Het apparaat is te vaak of te lang geopend. u Afwachten of de noodzakelijke temperatuur van alleen weer wordt ingesteld. Indien dit niet het geval is, contact opnemen met de klantenservice (z. Onderhoud). - Temperatuur incorrect ingesteld. u Kouder instellen en na 24 uur controleren. - Apparaat te dicht in de buurt van een warmtebron. u Standplaats van het apparaat of de warmtebron wijzigen. De binnenverlichting brandt niet. - Apparaat is niet ingeschakeld. u Apparaat inschakelen. 34

- De deur was langer open dan 15 min. u Binnenverlichting schakelt bij een geopende deur na ca. 15 min. automatisch uit. IJs- of condensvorming. - De deurafdichting kan uit de sleuf zijn weggegleden. u Deurafdichting controleren.

Bij de volgende storingen contact opnemen met de klantenservice:

- De deurafdichting is defect of moet vanwege andere redenen worden vervangen. Deurafdichting vervangbaar. - In het temperatuurdisplay wordt DEMO weergegeven. - LED-verlichting defect of afdekking is beschadigd.

WAARSCHUWINGEN:

Verwondingsgevaar door elektrische schok! Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen. • LED-binnenverlichting alleen door de klantenservice of daarvoor geïnstrueerd personeel laten vervangen of repareren. Risico op letsel door LED-lamp! De lichtintensiteit van de LED-verlichting komt overeen met laserklasse 1/1M. Als de afdekkap defect is: • Niet met optische lenzen uit de directe nabijheid direct in de verlichting kijken. Hierdoor kan oogletsel ontstaan.

8 Buiten bedrijf stellen 8.1 Apparaat uitschakelen

Tip u Om het volledige apparaat uit te schakelen, hoeft alleen het vriesgedeelte uitgeschakeld te worden. Daarbij wordt automatisch ook het koelgedeelte uitgeschakeld.

8.1.1 Vriesgedeelte uitschakelen

u Toets On/Off vriesgedeelte fig. 11 (9) minimaal 3 sec. indrukken.  De temperatuurdisplays gaan uit. Het gehele apparaat is uitgeschakeld.

8.1.2 Koelgedeelte uitschakelen

u Toets On/Off koelgedeelte fig. 11 (1) minimaal 3 sec. indrukken.  De binnenverlichting gaat uit.  De temperatuurdisplay van het koelgedeelte gaat uit. Tip u As alleen het koelgedeelte uitgeschakeld moet worden, bijv. tijdens vakantietijden, let dan altijd op: het temperatuurdisplay van het vriesgedeelte moet branden.

8.2 Buiten bedrijf stellen

u Apparaat legen. u Apparaat uitschakelen (zie Buiten bedrijf stellen). u Netstekker uit het stopcontact trekken. u Apparaat reinigen (zie 6.2). u Deur open laten, zodat er geen slechts geuren ontstaan.

9 Apparaat verwijderen

Het apparaat bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde afval worden afgevoerd. De afvalverwerking/recycling van afgedankte apparaten moet vakkundig en volgens de lokaal geldende voorschriften en wetgeving plaatsvinden. Het versleten apparaat bij het transporteren niet beschadigen aan het koelcircuit, zodat het koelmiddel (gegevens op het typeplaatje) en de olie niet ongecontroleerd kunnen wegstromen. u Apparaat onbruikbaar maken. u Netstekker uit het stopcontact trekken. u Aansluitkabel lossnijden *naargelang model en uitrusting

Fig. 5

Fig. 6

Fig. 1

Fig. 7

Fig. 9

Fig. 11

Fig. 2

Fig. 3

Fig. 4 82

Fig. 12

Fig. 8

Fig. 10

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.