Artikel I De Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Plateland provincie Utrecht wordt als volgt gewijzigd:


1 Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 16 januari 2018, nummer 81C51228, tot wijziging van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal...
Author:  Pepijn van der Ven

0 downloads 1 Views 545KB Size

Recommend Documents


Aanvraagformulier subsidieverstrekking Uitvoeringsverordening Subsidie Agenda Recreatie en Toerisme provincie Utrecht
1 Aanvraagformulier subsidieverstrekking Uitvoeringsverordening Subsidie Agenda Recreatie en Toerisme provincie Utrecht Voor het indienen van uw subsi...

Artikel I De Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers wordt gewijzigd als volgt: Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:
1 Wijziging van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers in verband met de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de instelling van een raad van t...

Artikel I. De Wet sociale werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
1 Voorstel van Wet tot wijziging van de Wet sociale werkvoorziening en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen met name in verband met...

Artikel I De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies wordt gewijzigd als volgt
1 WIJZIGING REGELINGEN Artikel I De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies wordt gewijzigd als volgt. A. Artikel C.7 met opschrift komt als...

Artikel I. De Vreemdelingenwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:
1 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht ter uitvoering van de verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parleme...

In artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1 Besluit van 18 augustus 2004, nr tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de te duiden functies alsme...

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1 Voorstel van wet tot wijziging van de arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de wijziging van de systematiek van de herbeoordelingen (Wet wijzi...

VOORSTEL VAN WET ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld h...

VOORSTEL VAN WET ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het opnemen van een specifieke strafuitsluitingsgrond voor opsporingsambtenaren die geweld h...

(consultatie) ARTIKEL I Het Besluit BIBOB wordt gewijzigd als volgt:
1 Besluit van. tot wijziging van het Besluit BIBOB in verband met de uitbreiding van de werkingssfeer van de Wet Bibob tot lokaal vergunningplichtige ...



Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 16 januari 2018, nummer 81C51228, tot wijziging van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016-2019 Gedeputeerde staten van Utrecht; Gelet op de artikelen 4, 6 en 28 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht; Overwegende dat het wenselijk is de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016-2019 te wijzigen omdat:  Uit een juridische evaluatie van deze uitvoeringsverordening blijkt dat deze op een aantal punten aangescherpt en verduidelijkt kan worden;  het gewenst is bepaalde begripsbepalingen in deze uitvoeringsverordening nader te duiden  het gewenst is subsidiering van ‘Next Generation’ breedband internet ook in grijze gebieden mogelijk te maken;  het gewenst is de definitie van kleine kernen op te rekken van 4.000 naar 8.000 inwoners;  het gewenst is standaard maximaal een hoger subsidiepercentage toe te kennen voor kleinere projecten binnen het thema leefbaarheid en kleine kernen;  het gewenst is expliciet weigeringsgronden op te nemen voor gerelateerde uitvoeringsverordeningen;  het gewenst is de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland hiertoe aan te passen. Besluiten: Artikel I De Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Plateland provincie Utrecht 2016-2019 wordt als volgt gewijzigd: A. Binnen Artikel 1.1 Begripsbepalingen , worden de volgende begrippen gewijzigd, luidende: c. Catalogus Groenblauwe Diensten: een overzicht van de maximale vergoedingen die Nederlandse overheden grondeigenaren mogen geven die een groenblauwe dienst leveren, zoals die geldt op het moment van het indienen van de subsidieaanvraag. Deze diensten kunnen gaan over natuur en landschap, cultuurhistorie, recreatie of waterbeheer; d.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS) (per 1-1-2017 Natuurnetwerk Nederland (NNN)): gebieden die in de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn aangeduid als EHS/NNN, zoals die geldt op het moment van het indienen van de subsidieaanvraag;

g.

Kleine kern: een woonkern met een inwonertal tot maximaal 8.000 inwoners conform de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);

h.

Landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt;

n.

Natuurbeheerplan: het provinciale Natuurbeheerplan zoals die geldt op het moment van het indienen van de subsidieaanvraag;

r.

Programmabureau: secretariaat van de Gebiedscommissie dat ondersteunende werkzaamheden vervult in het kader van Agenda Vitaal Platteland ter uitvoering van de door GS vastgestelde gebiedsprogramma’s;

v.

Kosten voor voorbereiding: kosten die gemaakt worden voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag door Gedeputeerde Staten, ook wel voorbereidingskosten genoemd. Het gaat om kosten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeringsgereed maken van het project;

In artikel 1.1 Begripsbepalingen, wordt een nieuw lid ingevoegd: y.

Basisvoorzieningen: voorzieningen in het sociaal domein waarvan via het democratisch besluitvormingsproces is vastgesteld, dat zij voor een ieder die daaraan behoefte heeft, beschikbaar en in redelijkheid bereikbaar moeten zijn. Voorbeelden hiervan zijn dorpshuizen, multifunctionele centra, bibliotheken en sportvoorzieningen voor specifieke doelgroepen, woon-zorgconcepten, elektronische dienstverlening etcetera.

B. Artikel 1.4 Subsidieplafond, wordt als volgt gewijzigd, luidende: De subsidieplafonds voor het tijdvak van 2016 tot en met 2019 per thema zijn: Programma Thema Bedragen Gebiedsprogramma Oost Grebbelinie

€ 820.000

3.1

Recreatie

€ 1.410.000

4.4.1 en 4.4.2

Inzet gebiedsorganisaties Aanpak Veenweiden Verplaatsing landbouwbedrijven Recreatie Inzet gebiedsorganisaties Beleefbare natuur Erfgoed

€ 1.800.000 € 2.260.000 € 1.000.000

5.1 2.3 en 4.1.2 4.1.1

€ 700.000 € 1.200.000 € 750.000 € 1. 100.000

4.4.1 en 4.4.2 5.1 2.1 en 2.2 3.1

€ 200.000 n.v.t., aparte openstellingsbesluiten € 1.000.000 € 780.000

3.2 3.3

Gebiedsprogramma West

Natuur 2.0 Nieuwe Hollandse Waterlinie – deelgebied Linieland Agrarisch natuurbeheer Leefbaarheid kleine kernen ‘Next Generation’ breedband internet Stad en Platteland Recreatie om de Stad

Kleine landschapselementen Niet-productieve investeringen Leefbaarheid Leefbaarheid Boerderijeducatie Recreatie totaal

Artikelen

€ 110.000 € 1.000.000 € 13.030.000

4.2.1 4.2.2 4.3.4 4.4.1

C. Artikel 1.5 Weigeringsgrond, wordt geschrapt. D. Aan Artikel 3.1 Behoud en ontwikkeling van erfgoed en aardkundige elementen, wordt met vernummering van de leden 3 t/m 6 een nieuw lid 3 ingevoegd, luidende: 3. Weigeringsgrond Er wordt geen subsidie verstrekt indien reeds voor dezelfde activiteiten subsidie is aangevraagd via de Uitvoeringsverordening subsidie Cultuur en Erfgoed provincie Utrecht en/of de Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels provincie Utrecht. E. Artikel 3.3 Niet productieve investeringen agrarisch natuurbeheer wordt als volgt gewijzigd, luidende: Artikel 3.3 Niet productieve investeringen agrarisch natuurbeheer 1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht die betrekking hebben op herstel-, inrichtings- of innovatieve beheermaatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit ten behoeve van de uitvoering van een afgegeven of nog af te geven subsidiebeschikking agrarisch natuurbeheer op basis van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016. 2. Hoogte subsidie a. De hoogte van de subsidie bedraagt minimaal € 3000,b. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. c. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: i. de kosten van koop, huurkoop, verbetering, bouw en plaatsing van onroerende en roerende zaken; ii. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor bouw en plaatsing van de roerende en onroerende zaken;

iii. iv. v.

loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (voorbereidingskosten) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteit; de kosten van overige activiteiten voor zover noodzakelijk in verband met de desbetreffende activiteit.

3. Weigeringsgrond Er wordt geen subsidie verstrekt indien reeds voor dezelfde activiteiten subsidie is verleend op basis van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden aangevraagd door een collectief voor agrarisch natuurbeheer werkzaam in de provincie Utrecht. 5. Verplichtingen subsidieontvanger a. De gesubsidieerde activiteiten worden ingezet ten behoeve de uitvoering van een afgegeven of nog af te geven subsidiebeschikking agrarisch natuurbeheer op basis van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 of een opvolger van deze verordening. b. De gesubsidieerde activiteiten worden tenminste zes jaar in stand gehouden. 6. Openstelling a. GS kunnen een of meerdere keer per jaar een openstellingsbesluit vaststellen voor het verstrekken van subsidies op grond van dit artikel. b. In het Openstellingsbesluit kan een nadere invulling worden gegeven aan: i. de doelgroep; ii. de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd; iii. het subsidieplafond; iv. de periode van openstelling. 7. Europese regelgeving Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden. In aanvulling op die voorwaarden wordt subsidie voor landbouwondernemingen slechts verstrekt in overeenstemming met hoofdstuk 1 en artikel 14 van Verordening (EU), nummer 702/2014, PbEU 2014, L193/1 van de Europese Commissie (Landbouwvrijstellingsverordening). F. Artikel 4.2.1 Leefbaarheid en kleine kernen, lid 1, lid 3 en lid 4, worden als volgt gewijzigd, luidende: 1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het versterken van de leefbaarheid in het landelijk gebied en de daarin gelegen kleine kernen van de provincie Utrecht, te weten: a. het in stand houden van basisvoorzieningen in geval van marktfalen; b. het uitvoeren van activiteiten ter bevordering van de sociale cohesie in de kleine kernen; c. het versterken van de organisatie van culturele en/of gemeenschappelijke activiteiten. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien er sprake is van een breed draagvlak bij de inwoners van het dorp of de regio, welke blijkt uit bijvoorbeeld actieve betrokkenheid van inwoners bij de realisatie en inzet van eigen uren. 3. Hoogte van de subsidie a. De subsidie bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,–; b. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 50% van de subsidiabele kosten; c. In afwijking van het gestelde onder a bedraagt de subsidie maximaal 50% van de subsidiabele kosten indien de totale projectkosten maximaal €25.000 bedragen. d. Tot de subsidiabele kosten behoren: i. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten; ii. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;

iii.

e.

loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie; iv. kosten voor aanpassing van reeds in gebruik zijnde onroerende zaken. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de kosten voor structurele ondersteuning of het afdekken van exploitatietekorten van activiteiten en organisaties.

4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan publieke- en private en natuurlijke rechtspersonen met uitzondering van grote onderneming. 5. Aanvraag a. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; b. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de Gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; d. Bij het investeringen in basis - voorzieningen moet sprake zijn van een exploitatieplan en een onderhoudsplan. 6. Verplichtingen subsidieontvanger Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project: a. de monitoring wordt op een inzichtelijke manier gerapporteerd waaruit blijkt hoeveel personen of groepen zijn bereikt, welke activiteiten zijn uitgevoerd, en wat het gemeten of berekende effecten zijn van deze activiteiten in brede zin (te denken valt aan deelnamecijfers, de feitelijke toepassing en de sociaaleconomische aspecten en gevolgen); b. de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie of voortzetten van de activiteiten. 7. Europese regelgeving Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. G. Artikel 4.2.2 ‘Next Generation’ breedband internet in witte gebieden van de provincie Utrecht, wordt als volgt gewijzigd, luidende: Artikel 4.2.2 ‘Next Generation’ breedband internet in witte en grijze gebieden van de provincie Utrecht 1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het tot stand brengen van vraagbundeling voor Next Generation Acess (NGA) netwerken in de witte gebieden van de provincie Utrecht. Onder witte gebieden worden gebieden verstaan zoals de EU hanteert in haar richtsnoeren voor de toepassing van de staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken (2013/C 25/01). 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien: a. het invulling geeft aan de afspraken die zijn benoemd in de Intentieverklaring snel internet buitengebied provincie Utrecht d.d. 28 september 2016 tussen provincie Utrecht en gemeenten over snel internet in het buitengebied; b. de activiteiten gericht zijn op het uitvoeren van de interessepeiling (pré-competitieve vraagbundeling), het begeleiden van de hierop volgende vraagbundeling na selectie van een marktpartij en de afronding van beide genoemde fasen; c. de activiteiten plaatsvinden in witte en/of grijze gebieden zoals omschreven in de EU-richtsnoeren voor de toepassing van de staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken (2013/C 25/01); d. witte gebieden prioriteit wordt toegekend ten opzichte van grijze gebieden. De activiteiten in grijze gebieden zijn uitsluitend subsidiabel wanneer dit niet ten koste gaat van de activiteiten in de witte gebieden.

3. Weigeringsgrond a. Er wordt geen subsidie verstrekt voor directe (financiële) ondersteuning van marktpartijen en/of de aanleg van NGA netwerken. b. Interessepeiling (pré-competitieve vraagbundeling) en projectbegeleiding in grijze gebieden is uitsluitend subsidiabel wanneer die activiteiten de interessepeiling en uitvoeringsbegeleiding in de witte gebieden niet in de weg staan. 4. Hoogte van de subsidie a. De maximale hoogte van de subsidie is per gemeente vastgelegd in de intentieverklaring. Het maximale subsidiebedrag is gebaseerd op een verdeelsleutel tussen de gemeenten welke samenhangt met het aantal witte percelen; b. Tot de subsidiabele kosten behoren uitsluitend: i. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor coördinatie, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; ii. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie. 5. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder. 6. Aanvraag a. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; b. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van betrokken gemeenten waarin de activiteiten plaatsvinden. 7. Verplichtingen subsidieontvanger Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende rapportageverplichtingen: a. welke activiteiten zijn uitgevoerd en wat het gemeten of berekende effecten zijn van deze activiteiten in brede zin. b. aantal personen of groepen die zijn bereikt; 8. Europese regelgeving Subsidie wordt verstrekt conform de EU-richtsnoeren voor de toepassing van de staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken (2013/C 25/01).

H. Artikel 4.3.4 Boerderijeducatie, lid 1, wordt als volgt gewijzigd, luidende: 1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: a. het versterken van de relatie tussen platteland en stad via boerderijeducatie; b. het bekend maken van kinderen met de voedselproductie op het landbouw bedrijf. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien: a. de educatie wordt gegeven op het landbouw bedrijf; b. er voor de lessen gebruikt wordt gemaakt van op kwaliteit gecontroleerde lespakketten die aantoonbaar in de praktijk zijn beproefd; c. de educatiebedrijven zijn aangesloten bij een organisatie die erop toeziet dat de agrariërs en het landbouw-bedrijf aan de juiste veiligheids-en kwaliteitsvereisten voldoen voor het ontvangen van schoolgroepen. 3. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: a. eigenaren van landbouw-bedrijven; b. samenwerkingsverbanden van/voor landbouw-bedrijven; c. private rechtspersonen die aantoonbaar kennis en kunde hebben om landbouw - bedrijven op dit gebied te ondersteunen. 4. Hoogte subsidie a. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; b. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval; I. de vergoeding voor de landbouw-ondernemer (kosten per ontvangst); II. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor het ontwikkelen van lesmateriaal en trainingen van de betrokken landbouw-ondernemers (kosten professionalisering); III. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor ledenwerving, netwerkbijeenkomsten, publicaties, websites en andere vormen van communicatie (kosten promotie). 5. Aanvraag a. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; b. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de Gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden. 6. Europese regelgeving De kosten zoals bedoeld in lid 4 onder b sub i worden getoetst overeenkomstig de voorwaarden van de Meest actuele versie van de Catalogus Groene Blauwe Diensten en zoals die is goedgekeurd door de Europese Commissie (Steunnummer N 577/2006). I. Afdeling 4.4 Recreatie Artikel 4.4.1 Ontwikkeling en samenhang toeristische overstappunten (TOP’s) of inrichtingsmaatregelen t.b.v. Recreatie om de Stad Utrecht 1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: a. Haalbaarheidsstudies en marktverkenning naar gebruik en beleving van de toeristische overstappunten (TOP’s) ten behoeve van verbetering van de kwaliteit en het gebruik; b. Verbetering van de kwaliteiten van toeristische overstappunten (TOP’s) door middel van recreatieve infrastructurele werken; c. Ontwikkeling en aanleg van pleisterplaatsen en andere recreatieve voorzieningen of infrastructurele werken (inclusief voorzieningen voor routenetwerken) binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht zoals dit is uitgewerkt in het MJP AVP 2016-2019.

2.

Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan het volgende voorwaarden: a. De activiteiten hebben betrekking op de volgende recreatieve voorzieningen in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: I. TOP’s; II. pleisterplaatsen, uitsluitend binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht. b. Het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld; c. De aanvrager onderbouwt dat de subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, bijdragen aan het genereren van andere geldstromen opdat er voldoend middelen zijn voor beheer en onderhoud.

3.

Hoogte subsidie a. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; b. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 75% van de subsidiabele kosten; c. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten, uitsluitend binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht. d. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: I. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalden kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld door opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot aan maximum van 15% van de projectkosten; II. loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; III. kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken; IV. materiaalkosten; V. kosten voor de inrichting van recreatieve infrastructuur. e.

Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: I. vervangingsinvesteringen; II. kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties.

4.

Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder.

5.

Aanvraag a. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; b. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de Gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; c. In aanvulling op artikel 7 van de Asv is aanvraag voorzien van een beheer-en onderhouds- plan.

6.

Europese regelgeving Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

J. Aan Artikel 4.4.2 Samenhang en publieksbereik regionale routenetwerken, wordt met vernummering van de leden 3 t/m 7 een nieuw lid 3 ingevoegd, luidende: 1.

Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: a. recreatief fietsen; b. recreatief wandelen; c. recreatief varen en watersport; d. in afwijking van het gestelde onder a, b en c kunnen GS besluiten in bijzondere gevallen voor andere vormen van recreatiesport subsidie te vertrekken; e. de subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder a tot en met d betreffen: I. haalbaarheidsstudies en marktverkenningen ten behoeve van het definiëren en complementeren van routenetwerken; II. optimalisatie of kwaliteitsverbetering van bestaande recreatieve routenetwerken; III. ontwikkelen, plaatsen en verspreiden van routeinformatie (zoals fysieke bewegwijzering, routepanelen, digitale informatievoorzieningen, routebrochures).

2.

Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden: a. De activiteiten hebben betrekking op de volgende vastgestelde (regionale) routenetwerken in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land: I. recreatief fietsen: het hoofdnetwerk van de landelijke LF-routes en de recreatieve fietsroutes van het regionale fietsknooppuntensysteem dat aansluit op de netwerken in de andere provincies; II. recreatief wandelen; het hoofdnetwerk van de landelijke LAW-routes en het regionale netwerk van streekpaden, boerenlandpanden en klompenpaden; III. recreatief varen/watersport: hoofdnetwerk van de landelijke en regionale BRTN-routes en het regionale kanonetwerk. b.

De subsidiabele activiteiten, genoemd onder a tot en met d, dragen zoveel mogelijk bij aan onderstaande criteria: I. aansluiting op bestaande netwerken en bij voorkeur TOP’s/poorten, bovenlokale recreatieterreinen en horecagelegenheden; II. bevorderen van samenwerking tussen partijen om deze recreatieve routenetwerken te realiseren.

3.

Hoogte subsidie a. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten; b. In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten; c. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: I. Loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor het opstellen projectplan, advies, vergunning, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; II. Loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; III. Kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken; IV. Materiaalkosten; V. Kosten voor de inrichting van recreatieve infrastructuur. d. Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie vertrekt voor de volgende kosten: I. Vervangingsinvesteringen; II. Kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties.

4.

Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder.

5.

Aanvraag a. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; b. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van de Gebiedscommissie van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; c. In de aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer-en onderhoudsplan en een regeling voor de openstelling (waar zijn toepassing).

6.

Verplichtingen a. Het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld; b. Bij netwerken voor wandelen is de openstelling geregeld voor minimaal eenzelfde termijn als het beheer en onderhoud van het netwerk; c. De voorziening wordt digitaal ontsloten en actueel gehouden. Deze gegevens worden om niet beschikbaar gesteld als open data aan de provinciale U-Base. Er vindt geen overlap plaats met de activiteiten van de provinciaal Routebureau.

7.

Europese regelgeving Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.

K. Artikel 4.4.3 Boerenlandpaden wordt geschrapt inclusief bijbehorende toelichting. L. Artikel 4.4.4 Landelijke routenetwerken wordt geschrapt inclusief bijbehorende toelichting.

M. In de Algemene Toelichting worden de volgende punten aangepast: 

Onder ‘Aanleiding’ wordt de volgende zin geschrapt: “Via onderhavige verordening zal maximaal 15,8 miljoen worden uitgegeven.”;



Onder ‘Subsidieregelgeving AVP’ wordt geschrapt regeling 3. Regeling 4 wordt vernummerd naar 3;



Onderaan de toelichting op ‘Artikel 2.2 Communicatie, educatie en onderzoek ten behoeve van natuur en landschap’ wordt de volgende zin toegevoegd: “Onder bovenlokaal niveau wordt verstaan initiatieven die zich richten op ten minste drie woonkernen binnen één of meerdere gemeenten.”

Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot wijziging van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland 2016-2019 d.d. 16 januari 2018. Artikel III Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Provinciaal blad waarin het wordt geplaatst. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 16 januari 2018. Gedeputeerde staten van Utrecht, Voorzitter Secretaris

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.