Dachlüfter Roof-mounted fan Ventilateur de toit Dakventilator Takfläkt Ventilador de techo Ventilatore da tetto


1 Dachlüfter Roof-mounted fan Ventilateur de toit Dakventilator Takfläkt Ventilador de techo Ventilatore da tetto Montage-, Installations- u...

0 downloads 27 Views 1MB Size

Recommend Documents


No documents


Dachlüfter Roof-mounted fan Ventilateur de toit Dakventilator Takfläkt Ventilador de techo Ventilatore da tetto ルーフ型ファン

3138.000

3140.110

3139.100

3140.140

3139.110

3140.500

3140.100

3140.510

Montage-, Installations- und Bedienungsanleitung Assembly and operating instructions Notice d’emploi, d’installation et de montage Montage-, installatie- en bedieningshandleiding Montage-, installations- och bruksanvisning Instrucciones de montaje, instalación y mando Istruzioni di montaggio, installazione e uso 取扱説明書 ( 組立・設置および操作マニュアル )

Waarschuwingen en veiligheidsinstructies Waarschuwingen en veiligheidsinstructies Hinweis: Die Montage-, Installations- und Betriebsanleitung ist auch als Download unter www.rittal.de verfügbar.

Note: The assembly and operating instructions are available for downloading from www.rittal.com.

Remarque : La notice d’emploi, d’installation et de montage peut être téléchargée depuis le site www.rittal.fr.

Opmerking: De montage-, installatie- en gebruikshandleiding is ook te downloaden via www.rittal.nl.

Obs: Montage-, installations- och bruksanvisningen kan även laddas ner på www.rittal.se.

Nota: Las instrucciones de montaje, instalación y puesta en marcha también están disponibles para su descarga en www.rittal.es.

Nota: Le istruzioni di montaggio, installazione e uso possono anche essere scaricate dal sito www.rittal.it.

注記: この取扱説明書 ( 組立・設置および運用マ ニュアル ) は、www.rittal.co.jp からもダウ ンロードできます。

2

Rittal dakventilator

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

NL

Waarschuwingen en veiligheidsinstructies... 2 1

Opmerkingen bij de documentatie .... 4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Algemeen ..................................................... CE-markering................................................ Bewaren van de documenten ....................... Symbolen in deze bedieningshandleiding ...... Geldige documenten.....................................

2

Veiligheidsvoorschriften .................... 4

3

Productbeschrijving ......................... 5

3.1 3.2

Onderdelen................................................... 5 Functie.......................................................... 5

4 4 4 4 4

3.2.1 Regeling ............................................................... 5 3.2.2 Veiligheidssystemen ............................................. 5 3.2.3 Filtermatten .......................................................... 5

3.3 3.4

Voorgeschreven gebruik ............................... 5 Levering........................................................ 6

4

Montage .......................................... 6

4.1 4.2

Keuze van de standplaats ............................. 6 Aanwijzingen bij de montage......................... 6

4.2.1 Algemeen ............................................................. 6 4.2.2 Opbouw van de elektronische componenten in de behuizing .............................................................. 6

4.3

Dakventilator monteren ................................. 7

5

Elektrische installatie uitvoeren ......... 8

5.1

Elektrische aansluiting ................................... 8

5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5

Aanwijzingen bij de elektrische installatie ............... Aansluitgegevens ................................................. Overspanningsbeveiliging en netbelasting ............. Aardaansluiting ..................................................... Voeding installeren ...............................................

5.2

Aansluiten stuurkabel .................................... 9

6

Inbedrijfstelling ............................... 10

7

Inspectie en onderhoud ................. 10

8

Opslag en ontmanteling ................. 10

9

Technische details ......................... 11

Rittal dakventilator

8 8 8 8 9

3

1 Opmerkingen bij de documentatie NL

1

Opmerkingen bij de documentatie

1.1

Algemeen

Deze handleiding is bestemd voor – Technici die vertrouwd zijn met de montage en installatie van de dakventilator. – Technici die vertrouwd zijn met de bediening van de dakventilator.

1.2

CE-markering

Rittal GmbH & Co. KG bevestigt dat de dakventilator de machinerichtlijn 2006/42/EG en de EG-EMC-richtlijn 2004/108/EG naleeft. Er is een overeenkomstige conformiteitsverklaring opgesteld, die bij het apparaat wordt meegeleverd.

1.3

Bewaren van de documenten

De montage-, installatie- en bedieningshandleiding alsmede alle andere meegeleverde documentatie maken deel uit van dit product. Ze moeten worden overhandigd aan de personen die belast zijn met de bediening/het onderhoud van de dakventilator en moeten altijd binnen handbereik zijn!

1.4

Symbolen in deze bedieningshandleiding

Deze documentatie bevat de volgende symbolen: Gevaar! Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de instructies altijd leidt tot zwaar letsel of overlijden.

Waarschuwing! Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de instructies kan leiden tot zwaar letsel of overlijden.

Voorzichtig! Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de instructies kan leiden tot (licht) letsel.

1.5

Geldige documenten

Voor de hier beschreven apparaten is een montage-, installatie- en bedieningshandleiding beschikbaar als papieren document. Voor schade, als gevolg van het niet in acht nemen van de aanwijzingen in deze handleidingen, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Indien nodig zijn ook de handleidingen van de gebruikte toebehoren van toepassing.

2

Veiligheidsvoorschriften

 Neem de volgende algemene veiligheidsvoorschriften

in acht bij de montage en bediening van het apparaat. – Montage, installatie en onderhoud mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide technici worden uitgevoerd. – De luchtaanzuig- en luchtuitblaasopeningen van de dakventilator aan de binnen- en buitenzijde van de kast mogen niet zijn gemodificeerd (zie ook paragraaf 4.2.2 “Opbouw van de elektronische componenten in de behuizing”). – Het vermogensverlies van de in de behuizing geïnstalleerde componenten mag de specifieke luchtverplaatsing van de dakventilator niet overschrijden – Gebruik uitsluitend originele reservedelen en toebehoren. – Breng geen modificaties op de dakventilator aan, die niet in deze of andere geldige handleidingen zijn beschreven. – De dakventilator mag alleen in spanningsloze toestand op het net worden aangesloten. Gebruik de in de technische gegevens vermelde voorzekering – Steek uw hand niet in het draaiende schoepenrad. – De dakventilator mag uitsluitend worden gemonteerd op een gesloten kast die beveiligde toegang tot een elektrische aansluiting biedt. – De elektrische aansluiting en eventuele reparaties mogen alleen door erkende vaktechnici worden uitgevoerd. – Kinderen en personen met beperkte cognitieve en/of coördinatieve vaardigheden mogen het apparaat niet bedienen, onderhouden, reinigen of als speelgoed gebruiken. – Langdurig verblijf in de luchtstroom kan leiden tot irritatie van de ogen en spieren. – Bij gebruik van blusgas in de kast dient de dakventilator te worden meegenomen in het brandveiligheidsconcept.

Opmerking: Belangrijke instructies en het kenmerken van situaties die kunnen leiden tot schade aan eigendommen.  Dit symbool duidt op een “actiepunt” en geeft aan dat

u een handeling of arbeidsstap moet uitvoeren.

4

Rittal dakventilator

3 Productbeschrijving 3

Productbeschrijving

3.1

Onderdelen

Toebehoren

3139.1x0

3140.1x0 AC

3140.5x0

NL

EC

Binnentemperatuurregelaar kast 3110.000







Hygrostaat 3118.000







Digitale binnentemperatuurweergave en -regelaar kast 3114.200







Toerentalregelaar 3120.200



■*



Sensor voor toerentalregeling 3235.450







Besturingseenheid voor toerentalregeling 3235.440







Tab. 1: Toebehoren

* niet compatibel met 3140.140. 3.2.2 Veiligheidssystemen De ventilator is uitgevoerd met een thermische wikkelingsbeveiliging als bescherming tegen overbelasting. Afb. 1:

Productbeschrijving

Legenda 1 Afdekkap 2 Ventilatorplaat met ventilator 3 Eénstroommondstuk voor luchtgeleiding 4 Vloerbak met filtermatten 5 Elektrische aansluitconnector

3.2

Functie

De dakventilator, in combinatie met het resp. de bijbehorende ingangsfilters, dient voor het afvoeren van in de behuizing ontstane warmte resp. voor het ventileren van de behuizing om zo temperatuurgevoelige componenten te beschermen. Dit vindt plaats door de rechtstreekse toevoer van omgevingslucht, die onder de toelaatbare behuizingsbinnentemperatuur dient te liggen. 3.2.1 Regeling Dakventilatoren van Rittal kunnen efficiënter worden aangestuurd via de volgende toebehoren:

Rittal dakventilator

3.2.3 Filtermatten De dakventilator wordt geleverd met vier geïnstalleerde filtermatten uit de klasse G3. Afhankelijk van de hoeveelheid stof dient u het filter regelmatig te controleren en indien nodig te verwisselen.

3.3

Voorgeschreven gebruik

Dakventilatoren van Rittal worden volgens de geldende stand der techniek en de erkende veiligheidstechnische regels ontwikkeld en geconstrueerd. Desondanks kan er bij ondeskundig gebruik levens- en letselgevaar resp. materiaalschade optreden. De ventilator is uitsluitend bestemd voor het ventileren van kasten en elektronicabehuizingen. Elke andere toepassing wordt gezien als niet-voorgeschreven gebruik. Voor hieruit ontstane schade of ondeskundige montage, installatie of toepassing is de fabrikant niet aansprakelijk. Het risico ligt uitsluitend bij de gebruiker. Tot het voorgeschreven gebruik behoort ook het in acht nemen van alle geldende documentatie alsmede het naleven van inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.

5

4 Montage 3.4

NL

Levering

De dakventilator wordt compleet gemonteerd en aansluitgereed als leveringseenheid geleverd.  Controleer de levering op volledigheid. Aantal

Benaming

1

Dakventilatoren

1

Montage-, installatie- en bedieningshandleiding

4

Standaardfiltermatten (al geïnstalleerd)

1

CE-Conformiteitsverklaring

1

Aansluitconnector

4.2.2

Opbouw van de elektronische componenten in de behuizing  Let op de luchtstroom van de ventilatoren van de elektronicacomponenten.  Bij de installatie dient erop te worden gelet dat de luchtstromen van de ventilator en de elektronicacomponenten elkaar niet beïnvloeden (luchtkortsluiting).  De betreffende minimumafstanden tussen ventilator en component dienen te worden aangehouden, zodat een ongehinderde luchtcirculatie is gewaarborgd.

Tab. 2: Levering

4

Montage

4.1

Keuze van de standplaats

 Neem bij kiezen van de locatie van de behuizing de

volgende aanwijzingen in acht: – De standplaats en daarmee de plaatsing van de dakventilator dient zodanig te worden gekozen dat een goede be- en ontluchting is gewaarborgd. – De standplaats dient vrij van sterke verontreiniging en vocht te zijn. – De dakventilator dient altijd op een horizontaal vlak onderdeel (dak) te worden gemonteerd. – De omgevingstemperatuur dient lager te zijn dan de toelaatbare behuizingsbinnentemperatuur. – De op het typeplaatje van het aggregaat vermelde netaansluitgegevens dienen te zijn gewaarborgd.

4.2

Aanwijzingen bij de montage

4.2.1 Algemeen  Let op of de verpakking niet is beschadigd. Elke verpakkingsschade kan de oorzaak zijn van een latere storing. Opmerking: Het ingangsfilter dient een voldoende luchtuitwisseling te garanderen. – De kast dient aan alle zijden te zijn afgedicht (IP 54). Bij ondichte behuizingen kan er ongefilterde en verontreinigde lucht in de behuizing terechtkomen. – Bij de ventilatormotor gaat het om een draaiend component dat trillingen kan overdragen. – Door de installatiebouwer dienen al maatregelen te zijn genomen voor trillingsontkoppeling. – Bij het transport is een bevestiging van de dakventilator conform paragraaf 4.3 “Dakventilator monteren” (montage voor beschermingsgraad IP 55) noodzakelijk om beschadigingen te voorkomen.

6

Rittal dakventilator

4 Montage 4.3

Dakventilator monteren

NL

Rittal dakventilator

7

5 Elektrische installatie uitvoeren Stap 1

NL

Opmerking: De inbouwpositie van de dakventilator in de montageuitsparing kan vrij worden gekozen. De positie dient af te worden gestemd op de positie van de elektrische aansluiting in de kast.

Stap 6 Opmerking: De kap op de bodembak kan naar keuze worden uitgericht.

5

Elektrische installatie uitvoeren

5.1

Elektrische aansluiting

5.1.1 Aanwijzingen bij de elektrische installatie Neem bij de elektrische installatie alle geldige nationale en regionale voorschriften alsmede de voorschriften van de betreffende energiebedrijven in acht. De elektrische installatie mag alleen door erkende vaktechnici worden uitgevoerd, die verantwoordelijk zijn voor het aanhouden van de bestaande normen en voorschriften.

Stap 2 Opmerking: Voor het behalen van de beveiligingsgraad IP 20 zijn geen filtermatten noodzakelijk.

Opmerking: Let op een volledig inhaken van de vergrendelingen om zeker te zijn van een goede bevestiging van de dakventilator in de dakuitsparing. Stap 4 Opmerking: De filtermatten kunnen worden uitgenomen om een hogere luchtverplaatsing te bereiken. Dit verlaagt de beschermingsgraad naar IP 22 en UL Type 1. Stap 5 Opmerking: Gebruik uitsluitend originele Rittal-filtermedia met het Rittal-logo om de beschermklasse, luchtverplaatsing en garantie te waarborgen.

Opmerking: Afhankelijk van het stofgehalte dient het filter regelmatig te worden gecontroleerd. Aanbeveling: uiterlijk na 2000 bedrijfsuren en indien nodig vervangen.

8

Opmerking: De kant met het Rittal-logo dient in de richting van de ventilator te zijn gepositioneerd.

5.1.2 Aansluitgegevens – De aansluitspanning en -frequentie dient overeen te komen met de op het typeplaatje vermelde nominale waarden. – De elektrische aansluiting en eventuele reparaties mogen alleen door erkende vaktechnici worden uitgevoerd.  Gebruik uitsluitend originele reservedelen.  Installeer als kortsluitingsbeveiliging van de kabel de in de technische gegevens vermelde voorzekering (kabelbeschermingsschakeling of smeltzekering). – Bij gebruik van meerdere ventilatoren achter één ander, dient rekening te worden gehouden met de totale aansluit waarde. – De dakventilator dient via een scheidingssysteem voor alle polen conform overspanningscategorie III (IEC 61058-1) op het stroomnet aan te worden gesloten. 5.1.3 Overspanningsbeveiliging en netbelasting – Het apparaat beschikt niet over een eigen overspanningsbeveiliging. De installatiebouwer of gebruiker dient aan de netzijde maatregelen t.b.v. een effectieve bliksem- en overspanningsbeveiliging te treffen. De in de norm UL/IEC/EN 60335-2-40 vastgelegde grenswaarden zijn van toepassing. – De apparaten zijn ingedeeld in de overspanningscategorie III. De netspanning mag de tolerantie van ±10% niet overschrijden. 5.1.4 Aardaansluiting De aardaansluiting dient met het aardingssysteem van het complete systeem te zijn verbonden.

Rittal dakventilator

5 Elektrische installatie uitvoeren 5.1.5 Voeding installeren  Haal de netstekker uit de verpakking en sluit deze conform het aansluitschema aan op de stroomvoorziening. Aansluiting

Pe n

Er kan een kleinere stuurkabel worden geselecteerd (min. 0,34 mm²). Opmerking: Bij het aansluiten van de voedingskabel op de netstekker zijn conform NFPA 70 (NEC) uitsluitend koperen kabels toegestaan (use copper conductors only).

Functie

L

Voeding

N

Nulaansluiting

PE

Aardaansluiting

+10 V

1

Spanningsuitgang 10 V max. 1,1 A, galvanisch gescheiden, niet beveiligd tegen kortsluiting

0…10 V/PWM

2

Besturingsingang 0…10 V of PWM, galvanisch gescheiden, impedantie 100 kΩ

GND

3

GND aardpunt van de regeling

Speed

4

Uitgang toerental, 1 puls per omwenteling, galvanisch gescheiden

NL

Tab. 3: Aansluitkenmerken

Afb. 3:

Aansluitstekker en snoerbevestiging

Legenda 1 Trekontlasting  Sluit de aansluitingsstekker vanaf de onderzijde aan

op de dakventilator.

5.2

Aansluiten stuurkabel

Om de EC-ventilator via een externe regeling (bijv. 3235.440) aan te sluiten beschikken de types 3140.5xxx over extra aansluitklemmen voor de stuurkabel.  Ontkoppel de brugverbinding tussen de aansluitingen “+10 V” en “0…10 V/PWM” (klem 1 en 2) en verwijder deze.  Gebruik hiervoor een schroevendraaier met de maat 3,5 x 0,5 mm.  Open de klemmen met de schroevendraaier en voer de aansluitkabel conform het aansluitschema erin.  Verwijder de schroevendraaier. Afb. 2:

Aansluitschema's

 Selecteer de kabeldoorsnede conform de voorzeke-

ring (0,5–4 mm² eendradig, 0,5–2,5 mm² fijndradig).

Rittal dakventilator

9

6 Inbedrijfstelling Opmerking: Voor bedrijf zonder stuurkabel dient de brugverbinding in de aansluitklemmen niet verwijderd te worden. Het apparaat draait dan op het maximale toerental.

NL

Opmerking: De EC-dakventilator gaat draaien met een vertraging van ca. 15 seconden.

7

Inspectie en onderhoud

De ingebouwde onderhoudsvrije ventilator is voorzien van kogellagers, is beschermd tegen het binnendringen van vocht en stof en is uitgerust met een temperatuurbewaking. De verwachte levensduur bedraagt minimaal 50.000 bedrijfsuren (L10, 40°C). De dakventilator is daardoor nagenoeg onderhoudsvrij. De componenten kunnen bij zichtbare verontreiniging van tijd tot tijd m.b.v. een stofzuiger of perslucht worden gereinigd. Hardnekkige, olievlekken kunnen met een niet-brandbaar reinigingsmiddel worden verwijderd.

Afb. 4:

Stuurkabel

Legenda 1 Max. toerental (komt overeen met leveringstoestand, met brugverbinding tussen de aansluitingen “+10 V” en “0…10 V/PWM”) 2 Regelbaar toerental 3 Regelbaar toerental met PWM 1...10 kHz 4 Regelbaar toerental met potentiometer

6

Inbedrijfstelling

 Schakel de stroomtoevoer naar de dakventilator in na-

dat alle montage- en installatiewerkzaamheden zijn afgerond. De dakventilator functioneert automatisch, d.w.z. de ventilator draait na het inschakelen van de voedingsspanning. 10

Volgorde van onderhoudswerkzaamheden – Controleren van de verontreinigingsgraad: Ventilatorbehuizing indien nodig uitzuigen of met perslucht reinigen. – Filterverontreiniging: Filter vervangen – Geluidsniveau van de ventilatoren: controleren.

8

Opslag en ontmanteling Opmerking: De dakventilator mag tijdens de opslag niet aan temperaturen boven +70°C en onder -30°C worden blootgesteld.

Het afvoeren van de ventilator kan via de Rittal-fabriek plaatsvinden. Neem contact met ons op.

Rittal dakventilator

9 Technische details 9

Technische details

NL

Eenheid

3138.000

3139.100

3139.110

3140.100

3140.110

3140.140

3140.500

3140.510

Nominale spanning

V Hz

Zonder ventilator

230, 1~, 50/60

115, 1~, 50/60

230, 1~, 50/60

115, 1~, 50/60

400, 3~, 50/60 460, 3~, 60

230, 1~, 50/60

115, 1~, 50/60

Nominale stroom max.

A



0,22/0,27

0,43/0,55

0,43/0,56

0,88/1,17

0,17/0,19

0,99

1,45

Opgenomen vermogen

W



50/62

49/62

98/130

101/135

90/122

129

106

Voorzekering

A



6

6

6

6



6

6











6,3…10





Elektrische gegevens

Motorbeveiligingsschakelaar Nominale isolatiespanning (Ui)

V



Nominale doorgangsweerstand (Uimp)

kV



Besturingsinterface



300

4





2











Afmetingen Breedte (B1) x diepte (T1)

mm

400 x 400

Noodzakelijke montage-uitsparing (B2 x T2)

mm

258 x 258 ±2

Hoogte (H1)

mm

133

Maximale inbouwhoog- mm te (H2)

27,5

34,6

Luchtverplaatsing (zie de homepage van Rittal voor vermogenskarakteristieken) Luchtverplaatsing vrij blazend (zonder filtermatten)

m³/h



500/525

500/525

873/965

873/965

863/942

1069

1069

Luchtverplaatsing vrij blazend (met filtermatten)

m³/h



417/446

417/446

725/759

725/759

700/749

841

841

1 x 3243.200

m³/h



370/391

370/391

590/610

590/610

580/610

690

690

2 x 3243.200

m³/h



400/428

400/428

680/700

680/700

650/695

785

785

Radiaal/ draaistroommotor

Radiaal/EC-motor

Luchtverplaatsing (met filtermatten en ingangsfilter)

Ventilator



Radiaal/condensatormotor

Elektromagnetische compatibiliteit Stoorvastheid



Voor industriegebieden conform EN 61000-6-2

Emissie



Voor huishoudelijke, handels- en licht-industriële omgevingen conform EN 61000-6-3

Tab. 4: Technische gegevens dakventilator

Rittal dakventilator

11

9 Technische details Eenheid

NL

3138.000

3139.100

3139.110

3140.100

3140.110

3140.140

3140.500

3140.510

Overige Geluidsniveau (met filtermatten)

dB (A)



52/54

52/54

58/60

58/60

56/58

60

60

Geluidsniveau (zonder filtermatten)

dB (A)



54/56

54/56

60/62

60/62

60/61

63

63

Bedrijfstemperatuurbereik

°C

-30…+55

Opslagtemperatuurbereik

°C

-40…+70

Beschermklasse (volgens IEC 60529)

IP 20 (zonder filtermatten en montage volgens paragraaf 4.3 “Dakventilator monteren” – Montage voor beschermingsgraad IP 20) IP 22 (zonder filtermatten en montage volgens paragraaf 4.3 “Dakventilator monteren” – Montage voor beschermingsgraad IP 55) IP 55 (met filtermatten en montage volgens paragraaf 4.3 “Dakventilator monteren” – Montage voor beschermingsgraad IP 55)

Toebehoren

LE

Vervangende filtermatten (filterklasse G3)

12 st.

Kastthermostaat

1 st.



3110.000

Digitale binnentempera- 1 st. tuurweergave en -regelaar kast



3114.200

Hygrostaat

1 st.



3118.000

Toerentalregeling

1 st.



Sensor voor toerentalregeling

1 st.













3235.450

Stuureenheid voor toerentalregeling

1 st.













3235.440

Ventilatierooster

1 st.

3174.100

3120.200



3243.200

Tab. 4: Technische gegevens dakventilator

Afb. 5:

12

Afmetingen

Rittal dakventilator

◾ Enclosures ◾ Power Distribution ◾ Climate Control ◾ IT Infrastructure

2. oplage 02.2016 / Id.-nr. 335 522 / Teken.-nr. D-0000-00000432

◾ Software & Services

You can find the contact details of all Rittal companies throughout the world here.

www.rittal.com/contact

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.