DE UITVINDING VAN HET LANDSCHAP


1 2 3 Bozar DE UITVINDING VAN HET LANDSCHAP EEN VERHALEND ONDERZOEK4 Te lang werd het landschap gezien als het voorbeeld van landelijke harmonie in te...
Author:  Renske Beckers

0 downloads 2 Views 2MB Size

Recommend Documents


De uitvinding van de Cirkel
1 De uitvinding van de Cirkel Johan Gielis Geniaal bvba, Nottebohmstraat 8, B-2018 Antwerpen 1. Inleiding Al heel jong ontdekken kinderen het verschil...

DE UITVINDING DER VERREKIJKERS
1 DE UITVINDING DER VERREKIJKERS Eene bijdrage tot de beschavingsgeschiedenis DOOR C. DE W AARD Jr. UrrGEGEVEN MET STEUN VAN HET ZEEUWSCH GENOOTSCHAP ...

Het landschap van de Zwinstreek
1 Het landschap van de Zwinstreek M. Strobbe Na het verhaal over de historiek van de Zwinstreek in het vorige nummer, komt het natuurwetenschappelijk ...

DE VERLOEDERING VAN HET LANDSCHAP
1 2 anarchistisch tijdschrift Dertigste jaargang, nr. 138/139, zomer De AS verschijnt in vier afleveringen per jaar en is een uitgave van Stichting De...

HET LANDSCHAP VAN DE ZANDGEBIEDEN
1 HET LANDSCHAP VAN DE ZANDGEBIEDEN,3a '--

De broeikasgasbalans van het landschap
1 De broeikasgasbalans van het landschap Broeikasgasbalans Bottom-up benadering Top-down benadering NIR Verificatie Dual constraint methode voor verif...

De biografie van het landschap
1 VRIJE UNIVERSITEIT De biografie van het landschap DRIE ESSAYS OVER LANDSCHAP, GESCHIEDENIS EN ERFGOED ACADEMISCH PROEFSCHRIFT ter verkrijging van de...

De taal van het landschap
1 De taal van het landschap een nieuw narratief voor de zuidoever architecten2 Maakbare Natuur - Collage HDK architecten Electriclawnmowingiron - Paul...

De ontwikkeling van het landschap
1 Vorming Smeltwatergeulen Doorschemeren Prehistorische Cainozoic Research, Special Issue, Number 1, March 2003 De ontwikkeling van het landschap ten ...

Vloeiend landschap Over de toekomst van het Friese landschap
1 Vloeiend landschap Over de toekomst van het Friese landschap 12 23 Over de toekomst van het Friese landschap vloeiend landschap 3 peter de ruyter bo...



Bozar 23.09 — 6.11 2016

DE UITVINDING VAN HET LANDSCHAP

EEN VERHALEND ONDERZOEK

Te lang werd het landschap gezien als het voorbeeld van landelijke harmonie in tegenstelling tot de stad. Maar de stad is de optelsom van een aantal landschappen. De schoonheid van de stadslandschappen is essentieel voor de levenskwaliteit en ons gevoel van welzijn. Ze draagt bij aan onze gehechtheid aan Brussel en de verschillende wijken, en ook aan het imago dat buiten de stad over de grenzen heen uitgedragen wordt. We vergeten vaak de waarde van de uitzichtpunten die de ‘grandeur’ van de stad doen ontdekken en de intimiteit van bepaalde straten met elegante gevels of tuinen met bomen die beschutting geven. Deze overwegingen hebben mij ertoe gebracht om de eerste Urban Landscape Biennial in Brussel tot stand te brengen. Ze moet het mogelijk maken om de rijkdom van ons stadsgewest, dat al te vaak tot zijn functie van administratieve hoofdstad gereduceerd wordt, kenbaar te maken en naar voor te schuiven. Wij beschikken ook over een zekere kennis of ‘savoir-faire’ die waardering verdient. Een aantal van de nagestreefde doelstellingen zijn het ontwikkelen van een harmonieuze stedelijke omgeving waar het goed leven is, de verbetering van de leefomgeving van de inwoners, het teruggeven aan de natuur van haar plaats tot in de kern van de stad. Deze biënnale, dat wens ik van harte, zal het ook mogelijk maken om de uitwisseling met andere grote Europese steden te bevorderen om elkaar wederzijds te verrijken en om agglomeraties van de 21e eeuw te ontwikkelen waar moderniteit, natuur en douceur de vivre hand in hand gaan.

Deze eerste editie van de Brussels Urban Landscape Biennial vindt plaats van 23 september tot en met 6 november 2016. Ze is de vrucht van een brede samenwerking tussen mensen die gepassioneerd zijn door architectuur, stedenbouw en tuinbouw, en het resultaat van het optreden van heel wat private en publieke samenwerkingsverbanden. Op het programma staan luistermomenten tijdens conferenties, een ontdekkingstocht langs de tentoonstelling ‘De uitvinding van het landschap: een verhalend onderzoek’ van Bas Smets, de opening van het nieuwe ‘Zennepark’ en wandelingen door privétuinen die uitzonderlijk open zijn ter gelegenheid van de dag ‘Jardins en fête’, georganiseerd door het CIVA en de Bibliotheek René Pechère. Doorheen de tentoonstelling van Bas Smets, die u hier wordt voorgesteld, wordt het schitterende werk van de mens gevierd – verbeeldend, meticuleus en wetenschappelijk – dat van de architectuur van het landschap, dat ons allen aanbelangt. Ik hoop dat u het alomtegenwoordige talent tijdens deze tentoonstelling waardeert en dat u vervolgens Brussel en andere grote steden vanuit een nieuwe en visionaire invalshoek zult waarnemen. Prettig bezoek! Céline Fremault Brusselse minister van Leefmilieu en Levenskwaliteit

Het Paleis voor Schone Kunsten vormt geen enclave in de stad, maar is met zijn talrijke deuren en gangen ondergronds en bovengronds fysiek verweven met de Kunstberg. BOZAR had van meet af aan de ambitie om dit stedelijk engagement uit het oorspronkelijk ontwerp van Victor Horta verder te zetten en uit te dragen. Dit gebeurt niet alleen via het masterplan voor de restauratie en de modernisering van het gebouw dat bijkomende linken legt naar de omgeving, maar ook via een cultureel programma dat inzet op reflectie over architectuur en stad. Met een reeks tentoonstellingen onderzochten we de ambities van Brussel als Europese hoofdstad: A Vision for Brussels. Imagining the Capital of Europe (2007), Building for Brussels (2010), 4X4. 4 Visies op de Noord-Zuidverbinding (2012) of nog Brussel 2040 – Drie visies op een metropool (2012). De tentoonstelling ‘De uitvinding van het landschap: een verhalend onderzoek’ die Bas Smets samenstelde in opdracht van Leefmilieu Brussel en het kabinet van Brussels minister voor Leefmilieu Céline Fremault, gaat verder op dit elan. De jongste decennia groeide immers het besef dat het landschap een van de fundamentele verbindende elementen is in een stedelijke omgeving. Misschien nog meer dan architectuur en stedenbouw slaagt landschapsarchitectuur erin ononderbroken samenhang te accentueren en echte herkenningspunten te bieden voor de stadsbewoners. Meer dan iconische gebouwen, brengt het landschap verbinding tot stand: het creëert continuïteit en geeft tegelijkertijd identiteit aan een plek. Bas Smets heeft als geen

ander deze beeldende kracht en mogelijkheden van de landschapsarchitectuur onderkend en draagt deze ook internationaal uit. De tentoonstelling maakt deel uit van een nieuw initiatief van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar we met BOZAR graag onze schouders onder zetten: de uitbouw van een ware biënnale gewijd aan het landschap. De Brussels Urban Landscape Biennial (BULB) moet Brussel verder uitdragen als Groene Europese hoofdstad bij uitstek en haar bewoners sensibiliseren voor de stedelijke omgeving waarin ze leven. Paul Dujardin CEO & Artistic Director BOZAR

De tentoonstelling onderzoekt het begrip landschap doorheen vijf verschillende kunstvormen, verhaald door personaliteiten die als autoriteit gelden in hun vakgebied. Aan bod komen achtereenvolgens de schilderkunst, de cartografie en de prentkunst, de fotografie, de filmkunst en ten slotte het landschapsontwerp. In dialoog met negen co-curatoren wordt per kunstvorm een specifiek thema uitgelicht. Alle werken zijn reproducties. De focus ligt op de ontwikkeling van het landschap doorheen het geheel van de tweeëndertig geselecteerde werken. Samen laten ze het landschap zien als een mentale constructie die helpt om de omringende realiteit steeds weer anders te kunnen begrijpen. Schilderkunst De tentoonstelling opent met het ontstaan van het begrip landschap. Dr. Véronique Bücken, hoofd van de afdeling oude schilderkunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel, heeft werken uit de collectie van het KMSKB gekozen die de evolutie van de landschapsschilderkunst tot zelfstandig genre illustreren. In Europa ontstonden de eerste landschappen in de vijftiende eeuw in de Lage Landen met de afbeelding van vensters in schilderijen. Het vensterkader liet toe een zicht op de wereld te openen dat zich lossneed van het vaak religieuze tafereel op de voorgrond. In dit kader werd het landschap zelfstandig, zowel wat inhoud als wat vorm betreft. In een volgende stap besloeg het landschap heel het schilderij, en nog later werd het landschap het enige onderwerp van de compositie. Doorheen deze evolutie werd de imaginaire en onbereikbare hemelse wereld gradueel vervangen door een representatie van de herkenbare aardse wereld. Cartografie en Prentkunst Voor de cartografie en de prentkunst hebben Colin Dupont en Dr. Joris Van Grieken, beiden historicus en wetenschappelijk medewerker van de Koninklijke Bibliotheek van België, een selectie gemaakt uit de collectie van de bibliotheek. De gekozen werken tonen de verweving aan tussen de evolutie van de cartografie, de topografie, de landmeting en de landschapsschilderkunst. In de zestiende eeuw ontstonden er interessante mengvormen, waarin accurate plannen werden gecombineerd met een vergezicht op fictieve bergen, of waarin het territorium van de Lage Landen als een leeuw werd afgebeeld. Pas later zal de cartografie zich toeleggen op het exact in kaart brengen van de fysieke vorm van het land. Fotografie Voor het luik fotografie werd een selectie gemaakt uit Recollecting Landscapes, een ‘herfotografieproject’ waarin een zestigtal zichten op het Belgische landschap gefotografeerd zijn op vier

momenten tussen 1904 en 2014. De fotografie objectiveert het perspectief op het landschap en introduceert het landschapsbeeld als een documentatie van het bestaande. Recollecting Landscapes maakt het landschap zichtbaar zoals het wordt waargenomen door de mens op het terrein, als het resultaat van ontelbare grote en kleine beslissingen en acties. De fotoreeks die curatoren Prof. Dr. Bruno Notteboom en Prof. Dr. Pieter Uyttenhove van de Universiteit van Gent gekozen hebben, maakt de traagheid zichtbaar van de elementen die doorheen de tijd structuur brengen in het landschap. Filmkunst Filmregisseurs Michaël R. Roskam en Bouli Lanners maakten een selectie van landschappen uit hun eigen films. Uit de selectie wordt het belang van het kader duidelijk. Het omlijnde zicht snijdt een afgebakend beeld weg uit de chaotische bestaande toestand, gelijkaardig aan het venster in het vijftiende-eeuwse schilderij. De vier getoonde films zijn opgenomen in België maar laten gelijkaardige landschappen op een verschillend manier zien. Landschapsarchitectuur Uit het voorgaande blijkt dat het landschap geen fysieke realiteit heeft, maar ontstaat als de verbeelding van het bestaande land. Het onderscheid tussen ‘land’ en ‘landschap’ is daarbij essentieel: het land is het gegeven, het landschap de waarneming ervan. Het landschapsontwerp is later ontstaan en kan worden beschouwd als een verderzetting van de ontwikkeling van het landschap in deze verschillende kunstvormen. De landschapsarchitectuur wordt zo verankerd in een lange en roemrijke traditie van de verbeelding van het landschap. Daar waar de schilderkunst, de cartografie, de fotografie of de filmkunst een bestaand gebied laten zien of beleven als een landschap, verandert de landschapsarchitectuur de fysieke realiteit ervan. De tentoonstelling eindigt met een nieuw beeld voor het stedelijk landschap van de Brusselse metropolitane regio. Dit landschapsbeeld is het resultaat van het ontwerpend onderzoek gemaakt in het kader van de studie Metropolitan Landscapes. Het brengt de bestaande maar latente landschappen in kaart en is op die manier de blauwdruk van een exemplarisch landschap. Aan de hand van de bloemlezing van deze tweeëndertig werken nodigt de tentoonstelling uit om de imaginaire en exemplarische landschappen van de toekomst in te beelden. Bas Smets Curator van de Tentoonstelling Landschapsarchitect & Ingenieur-Architect Oprichter en Zaakvoerder Bureau Bas Smets

Co-curator

Véronique Bücken Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

schilderkunst

Dat het landschap in de Vlaamse schilderkunst van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw een steeds belangrijker plaats innam, spoort met een basisbekommernis van het humanisme: de mens in het centrum van de wereld plaatsen. De traditionele gouden achtergrond van religieuze taferelen symboliseerde de hemel en gaf aan dat het afgebeelde niet tot de leefwereld van de gelovige behoorde. Door in devotie­ schilderijen landschapselementen in te voegen, brachten de schilders het heilige dichter bij de gelovigen en gaven ze het een menselijker gezicht. Aanvankelijk gebeurde dit slechts beetje bij beetje met hier en daar een summiere, grafische aanwijzing. Daarna werd de Bijbelse ruimte opengebroken door uitzicht te bieden op elementen uit de werkelijkheid die in de omlijsting van een ‘venster op de wereld’ werden afgebeeld. Het landschap wordt er getoond met een micro­scopische nauwkeurigheid, die even groot is voor wat zich nabij als voor wat zich veraf bevindt. In een volgende fase nam het landschap de hele achtergrond in beslag. De nieuwe, kosmische kijk was een metafoor voor het bestaan op aarde.

De kijker omvat in één blik de in vogelperspectief afgebeelde bergen, heuvels, valleien, stromen en zeeën. Met hun oordeelkundige schikking vormen deze elementen – waarvan sommige overdrijvingen of zelfs uitvindsels zijn – een letterlijk aards paradijs voor Bijbelse personages. De wegen die erdoorheen slingeren, symboliseren de levensweg van de gelovige. Die kan zich nu gemakkelijker identificeren met de protagonisten van de gewijde geschiedenis, want hij zou zo in de afgebeelde ruimte kunnen stappen – en in de voetsporen van de heilige figuren treden. Als afbeelding van de wereld vormde het landschap een nieuwe uitdaging voor schilders. Pieter Bruegel de Oude ontdeed het van zijn religieuze inhoud en maakte een eind aan zijn decorfunctie. Het landschap werd zelf het onderwerp van de compositie. Door op schitterende wijze de werkelijke wereld met zijn atmosfeer en zijn klimaat uit te beelden, zonder de morele inhoud te laten varen, verhief Bruegel de landschapsschilderkunst tot een eigen genre – dat vanaf de zeventiende eeuw een ongelooflijk succes zal kennen.

Meester van de Boodschap van Aix Christ du Noli me tangere : keerzijde van het rechterluik van de Annunciatie-triptiek, 1443-1445 Collectie KMSKB Brussel

1

In de middeleeuwen hadden religieuze taferelen vaak een gouden achtergrond. De eerste landschappen waren slechts schematische aanduidingen. Op dit luik uit 1443, geschilderd door een Vlaamse kunstenaar die werkzaam was in Aix-en-Provence, tekenen toefjes gras, planten en de takken en bladeren van een boom zich niet-perspectivisch af tegen een achtergrond van decoratieve motieven.

Rogier van der Weyden Piëta, ca. 1441 Collectie KMSKB Brussel

2

Dit werk is een bijzonder tedere benadering van het universele thema van het mateloze verdriet van een moeder bij de dood van haar zoon. Enkele elementen volstaan om aan te geven dat het gebeuren plaatsvindt aan de voet van het kruis op Golgotha. Een nimbus van licht verleent het desolate landschap een mystieke dimensie en nodigt de kijker uit om zich in vroom gedenken met de personages te identificeren.

Navolger van Rogier van der Weyden Madonna met kind, voor 1494 Collectie KMSKB Brussel In de Vlaamse schilderkunst van de vijftiende eeuw wordt letterlijk een venster op de wereld geopend: de belangstelling voor het landschap neemt toe. Het onderwerp blijft religieus, maar de gesloten Bijbelse ruimte wordt opengetrokken: binnen de beperkte ruimte van een raam verschijnt een wereld waarin stad, stroom, platteland en natuur uiterst precies worden weergegeven.

3

4

Gerard David Maria met de paplepel, ca.1515 Collectie KMSKB Brussel In dit werkje voor privédevotie is Maria een moeder die zorgzaam haar kind te eten geeft. Samen met enkele huiselijke voorwerpen verankert het landschap in de raamopening het tafereel in het dagelijks leven. De grens tussen de spirituele en de echte wereld valt weg. De gelovige wordt rechtstreeks aangesproken en kan zich gemakkelijker met het gebeuren identificeren.

5

Joachim Patinir Landschap met de prediking van de heilige Johannes de Doper, ongedateerd Collectie KMSKB Brussel Bij Patinir wordt het religieuze tafereel opgenomen in een kosmisch beeld van de wereld met vlakten, velden, heuvels, bergen, rivieren, stromen en zeeën. De landschaps­ elementen zijn niet toevallig gekozen: elk element is een symbool. De stroom bijvoorbeeld staat voor de Jordaan – op de oever speelt zich de doop van Christus af.

6

Navolger van Joachim Patinir De rust op de vlucht naar Egypte, 16de eeuw Collectie KMSKB Brussel Dit even wonderlijke als doordacht gecomponeerde gezicht op de wereld bevat alles wat een mens aan landschappen op zijn levensweg kan tegenkomen. Het slingerende pad en de meanderende stroom die in de verte verdwijnen, zijn metaforen voor de peregrinatio vitae. Het schilderij blijft een aansporing om het Bijbelse voorbeeld na te volgen.

Herri met de Bles Landschap met de prediking van Johannes de Doper, ongedateerd Collectie KMSKB Brussel

7

Bij Herri met de Bles krijgt het kosmische landschap een atmosferische dimensie. Alles wordt letterlijk luchtiger – en lijkt daardoor realistischer, terwijl de ruimte van a tot z door de schilder geconstrueerd is. Sommige elementen zijn sterk overdreven of zijn pure uitvindsels – zoals de vaak voorkomende arco naturale, een rots met een boogvormige opening.

Pieter Bruegel de Oude Winterlandschap met schaatsers en vogelknip, 1565 Collectie KMSKB Brussel Hier is het landschap geen decor meer: het is het onderwerp van het schilderij. Dit werk heeft niets religieus meer, maar brengt nog wel een morele boodschap: het broze ijs en de vogelval symboliseren de broosheid van het bestaan. Dit emblematische, vaak gekopieerde werk vormt het uitgangspunt van het winterlandschap als apart genre.

8

Co-curators

Colin Dupont en Joris Van Grieken Koninklijke Bibliotheek van België

Cartografie en Prentkunst

De evolutie van landschapsschilderkunst, landmeting, topografie en cartografie zijn meer verweven dan we zouden vermoeden. Deze vervlochten geschiedenis is echter steeds geschreven vanuit het standpunt van elk genre. Het gedrukte landschap volgt tot het midden van de zestiende eeuw met enige vertraging de evolutie van de landschapsschilderkunst. De prent van Gian Paolo Cimerlini is een Italiaanse gegraveerde interpretatie van een ‘Landschap met Sint-Christoffel’ in de stijl van Joachim Patinier en Herri met de Bles. Het toont een typisch ‘verzonnen’ landschap met weidse vergezichten gevuld met coulisseachtige heuvels en bizarre rotsformaties. Pieter Bruegel de Oude maakte van het gedrukte landschap een onafhankelijk genre, nog eerder en radicaler dan in zijn geschilderde oeuvre. Een genre op het kruispunt van cartografie, schilderkunst en prentkunst is het ‘stadsportret’ dat in de zestiende eeuw een hoge vlucht kende. Elke grotere stad wil graag kunnen uitpakken met een geschilderd ‘portret’ van haar gelaat, gekenmerkt door machtige omwallingen en prestigieuze torens. Het stadsportret uit 1574 dat Jan Uyttersprot van Brussel maakte is het oudste dat bewaard bleef. Vanaf de late zestiende eeuw gaan stadportretten vaak de boorden en marges van kaarten sieren zoals te zien is in de Leo Belgicus, een

cartografische conventie waarbij de Nederlanden in de vorm van een leeuw werden afgebeeld. De tentoongestelde kaarten weerspiegelen de visie van westerse cartografen op het landschap van onze streken in de zestiende en zeventiende eeuw. De haast moderne nauwkeurigheid en homogeniteit van de plattegronden van Jacob van Deventer contrasteert met de werkwijze van zijn tijdgenoot Sebastian Münster, die bijvoorbeeld de horizon van zijn plan van Brugge vult met bergen. Om de kracht van onze streken te symboliseren wordt een kaarttype – de Leo Belgicus – uitgevonden waarin de Nederlanden de vorm van een leeuw hebben. De afbeeldingen in Civitates Orbis Terrarum zijn de uitdrukking van een bepaalde opvatting van de stad. Abraham Ortelius streeft met zijn Theatrum Orbis Terrarum eenvormigheid na, wat ook een vorm van uitvinden van het landschap is. In deze iconografische beschrijvingen gaat de aandacht vooral naar bepaalde kenmerken van het landschap. Een stad wordt voorgesteld door de afbeelding van haar architectuur, opmerkelijke gebouwen, vestingwerken en omgeving. Een streek of land wordt weergeven door middel van haar steden, rivieren, bossen en grenzen. Die elementen vormen de identiteitskaart van wat wordt voorgesteld.

Sebastian Münster Brugge, 1550><1572 Collectie KBR Brussel

9

De Cosmographia Universalis (1544) is een tekstuele beschrijving van de wereld, aangevuld met enkele gezichten en plattegronden. In de eerste uitgaven zijn de illustraties eerder stereotypen dan weergaven van de werkelijkheid. Het beeld van Brugge is hiervan een treffend voorbeeld.

Georg Braun & Frans Hogenberg Gent, 1572><1612 Collectie KBR Brussel

10

Civitates Orbis Terrarum (1572-1617) is een verzameling plattegronden, gezichten en teksten over steden uit de hele wereld. In de opvatting van de stad die met de afbeeldingen wordt geïllustreerd, gaat de meeste aandacht naar kerken en plaatsen van machtsuitoefening. Kostuums en emblemen dompelen de lezer onder in de plaatselijke sfeer.

Michael Aitzing & Frans Hogenberg Leo Belgicus, 1586-1588 Collectie KBR Brussel De eerste Leo Belgicus (1583) staat op naam van Michael von Aitzing. Veel latere werken zijn erdoor geïnspireerd. De allegorie van de leeuw was toepasselijk. Zo komt het dier voor in de wapenschilden van de meeste provincies van de Nederlanden.

11

12

Giovanni Paolo Cimerlini Landschap met Sint Christoffel: naar Herri met de Bles, plano, ongedateerd Collectie KBR Brussel De weidse, imaginaire landschappen van dit type gaan terug op het werk van meesters als Patinir en Herri met de Bles. Zoals deze Italiaanse gegraveerde interpretatie uit 1568 bewijst, waren ze in heel Europa populair en kenden lang navolging. Cimerlino interpreteerde ongetwijfeld een Vlaams geschilderd of getekend model uit de tijd van zijn geboorte.

13

Jan Uyttersprot Bruxella in Brabantia: Gezicht op Brussel vanaf het Scheutveld, 1574 Collectie KBR Brussel Deze gravure is het oudst bewaard gebleven gedrukte stadportret van Brussel. De stad wordt van op een heuvel buiten de muren weergegeven zodat de beschouwer een indrukwekkend beeld krijgt van de machtige omwallingen, imposante torens en rijkelijke kerken. Deze gebouwen zijn groter afgebeeld om de hoofdstad van Brabant en de Nederlanden nog beter tot zijn recht te laten komen.

14

Abraham Ortelius Brabantiae Germania Inferioris, 1573><1575 Collectie KBR Brussel Theatrum Orbis Terrarum (1570) geldt als de eerste ‘moderne’ atlas. De stijl van de kaarten (waarvan sommige het werk zijn van Jacob van Deventer) is homogeen. De voornaamste landschapselementen die worden getoond, zijn steden, rivieren, bossen en grenzen.

Jacob van Deventer Brussel, 1558-1575 Collectie KBR Brussel Dit document maakt deel uit van een verzameling plattegronden van 220 steden uit onze streken. Door de plattegrond te combineren met opstanden kunnen de meest opmerkelijke gebouwen mét respect voor proporties in beeld worden gebracht. Ook de omgeving wordt getoond: dorpen, rivieren en wegen.

15

Co-curators

Bruno Notteboom en Pieter Uyttenhove Universiteit Antwerpen / Vakgroep Architectuur & Stedenbouw, Universiteit Gent

Fotografie

De didactische platen van botanicus Jean Massart voor de twee delen van zijn fotografische atlas Les Aspects de la végétation en Belgique (1908 en 1912) vormen het uitgangspunt van het herfotografieproject Recollecting Landscapes. Hoewel Massart de Brusselse en Waalse landschappen op dezelfde manier in beeld wilde brengen, bleef de atlas door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog noodgedwongen beperkt tot Vlaanderen. Massart vond het landschapsbeeld opnieuw uit in dienst van de systematiek van de wetenschap. Hoewel de foto’s van een hoge esthetische gevoeligheid getuigen, duidde hij ze uitdrukkelijk als een wetenschappelijk en niet als een artistiek artefact, bijvoorbeeld door randinformatie toe te voegen op de platen. Tegelijk schiep hij een ideaalbeeld: een landschap dat bepaald werd door een sterke samenhang tussen geografie, natuurlijke plantengroei en landbouwcultuur. Een zestigtal van deze landschappen werd opnieuw gefotografeerd door Georges Charlier in 1980, Jan Kempenaers in 2003-2005 en Michiel De Cleene in 2013-2014. De motieven achter deze herfotografie evolueerden. Terwijl fotografen in 1980 vooral de noodzaak voelden om de teloorgang van de biodiversiteit aan te tonen, kwamen de twee recentste fasen van herfotografie voort uit een behoefte landschapstransformatie te begrijpen vanuit het landschapsontwerp, de architectuur, de stedenbouw en de ruimtelijke ordening. Dit leidde tot verschillende keuzes in kleurgebruik en camerastandpunt, waarbij de esthetiek van het

beeld en de documentaire inhoud beide een rol spelen. Recollecting Landscapes maakt zichtbaar wat in de klassieke analyse- en ontwerpinstrumenten, de kaart en het plan, onzichtbaar is: het landschap zoals het wordt waargenomen door de mens op het terrein als het resultaat van ontelbare grote en kleine beslissingen en acties. Hoewel Recollecting Landscapes in vele gevallen de grootschalige en vaak schoksgewijze transformaties van het landschap in beeld brengt onder invloed van de verstedelijking, industrialisering, infrastructuuraanleg en de opschaling van de landbouw, werd voor deze tentoonstelling een selectie gemaakt die een meer geleidelijke evolutie van het landschap toont. Eerder dan discontinuïteit tonen de foto­ reeksen continuïteit. Ook wordt een zekere traagheid zichtbaar als gevolg van de archetypische elementen die doorheen de tijd structuur brachten in het landschap: hoogteverschillen, bomenrijen, perceelgrenzen, beek- en riviervalleien, holle wegen, dijken enzovoort. Deze kunnen fragiel zijn of dominant, en ondergaan gedaanteverwisselingen doorheen de tijd, maar blijven steeds voelbaar. De selectie toont deze continuïteit als een dynamisch gegeven: zelfs in ogenschijnlijk weinig veranderende landschappen vindt voortdurend verandering plaats. Omgekeerd is het ook zo dat vandaag belangrijke inspanningen worden geleverd die niet onmiddellijk grote zichtbare veranderingen teweegbrengen, maar een essentiële bijdrage leveren aan natuurbehoud, natuurontwikkeling en een grotere biodiversiteit.

Op de voorgrond zie je ‘de Hoge Blekker’, de hoogste duin van België, ontstaan door een samenspel van mens en natuur. Het achterliggende landschap bestond uit een aaneenschakeling van vissershuisjes op kleine percelen. In 1999 werd het terrein een Vlaams reservaat dat vandaag wordt beheerd door het Agentschap Natuur en Bos. Aan de voet van de heuvel zijn bomen gekapt waardoor een camping zichtbaar is geworden.

Jean Massart Koksijde, Hoge Blekker, 1904

16

Georges Charlier Koksijde, Hoge Blekker, 1980

Jan Kempenaers Koksijde, Hoge Blekker, 2005

Michiel De Cleene Koksijde, Hoge Blekker, 2014

De sloot maakte deel uit van de omwalling van de historische abdijhoeve Ten Bogaerde, op de grens tussen duinrand en polder. Het weiland werd omringd door populieren voor waterhuishouding en windopvang, maar deze bomen verloren gaandeweg hun functie. Elektrische afsluitingen zoomden de akkers om. In 1989 besloot het ministerie om het landschapszicht te beschermen. De eenzame populier werd vervangen door een nieuw geplante boom.

Jean Massart Koksijde, Langgeleed, 1905

Georges Charlier Koksijde, Langgeleed, 1980

Jan Kempenaers Koksijde, Langgeleed, 2004

Michiel De Cleene Koksijde, Langgeleed, 2014

17

18

De teelten in het agrarisch landschap in de periferie van Eeklo veranderden sinds 1904 sterk: van vlasteelt naar melkveehouderij, akkerland en maïsteelt. Dat had eerst het verdwijnen en dan het weer verschijnen van het vergezicht tot gevolg. De langgerekte perceelstructuur bleef echter bepalend en is vandaag nog zichtbaar aan de rietkraag. Op de achtergrond zie je een imposante hoogspanningsmast en hoe de stadsrand van Eeklo uitdijt.

Jean Massart EEKLO 23, 1911

Georges Charlier EEKLO 23, 1980

Jan Kempenaers EEKLO 23, 2003

Michiel De Cleene EEKLO 23, 2014

19

Het Donkmeer is een voorbeeld van een hoefijzermeer dat ontstond als een afgesneden meander van de Schelde. De rijke populatie waterplanten verdween in 1980 als gevolg van lozing van spoelwater voor de zandwinning in de buurt. Op de achtergrond stond Villa Astrid, een elitehotel dat vandaag dient als jeugdlokaal. Erkend als reservaat in 1996, trad een proces van verdere verlanding op dat het wateroppervlak omzette in moerassig bos.

Jean Massart Berlare, Donkmeer, 1904

Georges Charlier Berlare, Donkmeer, 1980

Jan Kempenaers Berlare, Donkmeer, 2003

Michiel De Cleene Berlare, Donkmeer, 2014

De Voorstesloot verbindt het Donkmeer en de Schelde. Vele van de hooilanden op de oevers werden omgezet in populierenaanplantingen. Ze werden op hun beurt veranderd in weilanden met koeien. Vandaag maakt het gebied deel uit van het natuur­ reservaat Donkmeer. Het beheer richt zich op het omzetten van weilanden in extensieve graslanden met een veel rijkere biodiversiteit en het herstellen van de oevervegetatie.

Jean Massart Berlare, Voorstesloot, 1904

20

Georges Charlier Berlare, Voorstesloot, 1980

Jan Kempenaers Berlare, Voorstesloot, 2003

Michiel De Cleene Berlare, Voorstesloot, 2014

De Hollebeek werd in 1904 gebruikt om vlas te roten. Het kleine jongetje links van de rootput is André, het zoontje van Massart. Vanaf de jaren 1960 werden de akkers omgezet in weiland, de put opgevuld en de knotwilgen langs de Hollebeek geruid. Op de foto van Kempenaers is de rootput vervangen door een inkuilplaats voor veevoeder, geflankeerd door een rij jonge populieren als groenscherm. Slechts enkele populieren overleefden de tand des tijds.

Jean Massart Temse, Hollebeek, 1905

Georges Charlier Temse, Hollebeek, 1980

Jan Kempenaers Temse, Hollebeek, 2003

Michiel De Cleene Temse, Hollebeek, 2014

21

22

De fotoreeks toont het dichtslibben van de Durme, waardoor de rivier onbevaarbaar werd voor grote schepen. De vegetatie evolueerde tot een dicht struikgewas. Op de achtergrond zie je de Durmebrug van de N41 die in 1980 in gebruik werd genomen. Dit is een van de weinige plekken langs dit deel van de rivier die in de nabije toekomst niet drastisch zal transformeren als gevolg van de aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden.

Jean Massart Waasmunster, Durme, 1904

Georges Charlier Waasmunster, Durme, 1980

Jan Kempenaers Waasmunster, Durme, 2003

Michiel De Cleene Waasmunster, Durme, 2014

23

In het beeld van de Scheldedijk in Bornem, beplant met notelaars, toont de wetenschapper Massart duidelijk ook zijn gevoeligheid voor esthetiek. De verstevigingen in het kader van het Sigmaplan, in gang gezet na de zware overstromingen van 1976, transformeerden het dijklichaam grondig. In de komende jaren zullen in deze dijk bressen worden geslagen voor de creatie van een gecontroleerd overstromingsgebied.

Jean Massart Bornem, Groot Schoordijk, 1904

Georges Charlier Bornem, Groot Schoordijk, 1981

Jan Kempenaers Bornem, Groot Schoordijk, 2003

Michiel De Cleene Bornem, Groot Schoordijk, 2014

Co-curators

Michaël R. Roskam en Bouli Lanners Filmregisseurs

Filmkunst

Michaël R. Roskam en Bouli Lanners studeerden eerst beeldende kunsten voor ze zich toelegden op de filmkunst. Deze achtergrond heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat ze in hun films het landschap uitdrukkelijk in beeld brengen. De vier films die je hier ziet, zijn allen opgenomen in België maar laten gelijkaardige landschappen op een verschillend manier zien. Michaël R. Roskam maakte een selectie van beelden uit een van zijn eerste kortspeelfilms Carlo en uit Rundskop, zijn eerste langspeelfilm. In beide films wordt het landschap heel bewust gekaderd. Gedurende enkele seconden zie je hetzelfde beeld, de voorbijgaande tijd wordt gemeten aan de opvliegende vogels en het waaien van de vegetatie in de wind. Het landschap wordt getoond als een dynamisch schilderij. Van Bouli Lanners zie je beelden uit Ultranova en Eldorado, zijn eerste twee langspeelfilms. Het landschap wordt hier niet als een stilstaand beeld getoond, maar als een beweging, een ‘travelling’. Het landschap meet hij aan de hand van een bewegend object, vaak een voorbijrijdende auto. Opvallend is dat beide cineasten eenzelfde Limburgse straat met aanplantingen hebben gefilmd, met een ander beeld als resultaat. In Carlo

staat het beeld stil en ritselen enkel de bladeren van de bomen. In Eldorado volgt de camera een auto die door de straat rijdt. Michaël R. Roskam vertelt een anekdote over het thema van het kader: Naar aanleiding van zijn nieuwste film RAN, vroeg een journalist aan Akira Kurosawa, hoe hij, Kurosawa, er toch steeds in slaagde om de meest grandioze landschappen te vinden. Zo verwees hij bijvoorbeeld naar een berucht weids shot waarbij twee legers van duizenden samoerai in de aanval gaan. Het ene leger stroomde van onder de heuvels naar het midden, het andere rolde op hun paarden van de top naar beneden. Een shot waarbij de camera op honderden meters van het slagveld verwijderd lag. “Hoe vind je zo’n landschap, en vooral: hoe kom je tot zo’n cadrage?” De immer bescheiden grootmeester moet hem toen glimlachend hebben aangekeken. Hij zei: “Ik had eigenlijk niet zo veel keuze. Dit gigantisch stuk grond was het enige dat we hadden. En wat het kader betreft was er zelfs geen andere mogelijkheid. Kadreerden we wat meer naar rechts dan kwam de luchthaven van Tokio in beeld, gingen we wat te veel naar links, dan zaten we met het reusachtige logo van de Sony-fabriek in ons beeld. Het kader was gewoon het gevolg van de beperkingen waarmee we zaten.”

24

Michaël R. Roskam Rundskop, 2011

00:00:30 — 00:01:10

00:07:11 — 00:07:17

00:31:45 — 00:31:48

00:46:57 — 00:47:02

Michaël R. Roskam Carlo, 2004

00:00:06 — 00:00:18

00:00:18 — 00:00:25

00:00:25 — 00:00:28

00:00:28 — 00:00:37

25

26

Bouli Lanners Eldorado, 2008

00:17:45 — 00:17:50

00:20:47 — 00:21:45

00:29:34 — 00:29:58

00:55:37 — 00:56:01

Bouli Lanners Ultranova, 2005

00:15:36 — 00:15:40

01:06:15 — 01:06:24

01:12:25 — 01:12:39

01:14:27 — 01:15:08

27

Stefan Devoldere en Kristiaan Borret voor Team Vlaams Bouwmeester, Bouwmeester Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Leefmilieu Brussel, Vlaamse Landmaatschappij, Het Agentschap voor Natuur en Bos, Brussel Stedelijke Ontwikkeling, Ruimte Vlaanderen

Co-curators

Landschapsarchitectuur

Stad en landschap worden gewoonlijk als elkaars tegenpolen aanzien. Nochtans gebruiken we ook begrippen zoals stadslandschap, le paysage urbain of cityscape. Als het gaat over de ongebreidelde kracht van de zelfontwikkeling van een grootstad, dan durven we het zelfs over de stad hebben als een tweede natuur. De stad zien we dan als een soort autonoom metabolisme waarop stedenbouw – de ruimtelijke ordening van de stadsontwikkeling door de mens – nauwelijks vat heeft. Dit alles wijst op een andere manier van kijken naar de hedendaagse stad met de bedoeling deze beter te begrijpen. De jongste decennia heeft deze blik op de-stad-als-landschap meer aan belang gewonnen. Dat valt samen met de verstedelijking die sinds de tweede helft van de twintigste eeuw steeds meer uitgestrekt en diffuus geworden is. De stad is minstens een stadsregio geworden. Om die grote schaal te vatten, helpt het om te kijken hoe onder de gebouwde vorm van de stad het substraat van het landschap deze gebouwde vorm beïnvloedt. Wat zijn de grote lijnen van de landschappelijke onderlegger van de stad? Hoe speelt de terreingesteldheid en de waterhuishouding een rol in het stedelijk functioneren? Het zijn natuurlijke elementen die zich niets aantrekken van bestuurlijke grenzen. In de studie Metropolitan Landscapes wordt de methodiek van ontwerpend onderzoek ingezet als een zoektocht naar de veranderende

betekenis van landschap en open ruimte in de 21ste-eeuwse metropool Brussel. Als we de uitdagingen van de Brusselse metropolitane regio willen aangaan, is het van belang dat we grensoverschrijdend denken en naar Brussel als één stedelijk landschap kijken. Landschapsontwerp dient hier niet om op deze of gene plek een concreet project, zoals een park, een tuin of een natuurgebied te ontwerpen, maar werkt op een fundamenteler niveau. De beeldvorming van de Brusselse stadsregio als een landschap is een beleidsvoorbereidend instrument om alternatieve ideeën te genereren en ruimtelijke ontwikkelingen te verkennen. Door het territorium te onderzoeken met zijn noden en kansen, en door twistpunten, tegenstrijdige belangen en keuzes bloot te leggen, verlenen de ontwerpoefeningen stof tot nadenken. Waar schemert de onderlaag van het landschap door in de verstedelijking? Welke waarde geven we aan open ruimte? Hoe verbeteren we zowel de ecosysteemdiensten geleverd door het landschap als de toegankelijkheid van dat landschap, en dit ten behoeve van een brede metropolitane bevolking? Kunnen we toekomstprojecten opzetten voor die open ruimte, tussen overheid, burgers, middenveld en bedrijven? Het onderzoekend landschapsontwerp levert geen finale antwoorden op al deze vragen, maar draagt bij tot het debat. Wat willen we in het geval van Brussel met de stad als landschap en hoe kunnen we dat realiseren?

Bureau Bas Smets Exemplarisch Landschap, 2016

28

Ontwerpend onderzoek naar de mogelijke landschappen van de Brusselse metropolitane regio laat toe om een nieuw toekomstbeeld te scheppen. Dit beeld wordt opgebouwd uit de vier latente landschappen die het territorium kenmerken: de Secundaire Beekvalleien, de Vallei van Infrastructuren, het Netwerk van Parken en de Oostelijke Bossen en Akkerlanden. Samen vormen ze een ‘Exemplarisch Landschap’ dat een actief deel uitmaakt van de metropool.

Bureau Bas Smets Oostelijke Bossen en Akkerlanden, 2016 Ten oosten van de Zennevallei vormen het Zoniënwoud samen met de weilanden en de akkerlanden een nagenoeg aaneengesloten landschap. Dit landschap wordt actief gebruikt voor recreatie en geldt als de groene long van Brussel. De verschillende elementen van dit grootschalige landschap bieden een natuurlijke oostelijke grens aan de verstedelijking van de metropool.

29

30

Bureau Bas Smets Netwerk van Parken, 2016 Brussel heeft een rijke traditie in het aanleggen van publieke parken. Verspreid over haar territorium vormen deze parken een netwerk van parken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, de wagen en de fiets. Nieuwe geplande parken zullen dit netwerk nog verder versterken. In hun ontwerp en in hun gebruik verschillen deze parken van de natuurlijke systemen.

31

Bureau Bas Smets Vallei van Infrastructuren, 2016 De topografie van de Zennevallei heeft de ligging van de grotere infrastructuren sterk beïnvloed. Het kanaal, de spoorlijnen en een groot deel van de wegen lopen evenwijdig met de hoogtelijnen. De rivier is niet meer zichtbaar, maar haar vallei wordt vormgegeven door deze parallelle infrastructuren. De uitbouw van de vallei als een infrastructureel landschap geeft een duidelijke structuur aan het territorium.

Bureau Bas Smets Secundaire Beekvalleien, 2016 Brussel wordt gekenmerkt door een bijzondere hydrografische structuur. Een reeks van secundaire beken stroomt naar de Zenne die onder het stadscentrum loopt. Elk van deze beekvalleien verbindt een groot aantal groene en open ruimtes tot een aaneengesloten systeem. Deze secundaire valleien kunnen versterkt worden tot lineaire parklandschappen die toelaten om meer water op te vangen en het overstromingsgevaar te verminderen.

32

Met ondersteuning van Axelle Ancion, Sylvie Verbeke, Mathilde Schmetz, Camille Tota, Colin Fincoeur, de BOZAR art handlers en BOZAR hosts. DE UITVINDING VAN HET LANDSCHAP. EEN VERHALEND ONDERZOEK BOZAR – Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 23.9 — 6.11.2016 Deze bezoekersgids wordt uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling De uitvinding van het landschap. Een verhalend onderzoek, georganiseerd door het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel (BOZAR) in het kader van de Brussels Urban Landscape Biennial (BULB), een initiatief van de minister van Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Céline Fremault, en van Leefmilieu Brussel. Teksten: onder leiding van Bas Smets Auteurs: Céline Fremault, Paul Dujardin, Bas Smets, Véronique Bücken, Colin Dupont en Joris Van Grieken, Bruno Notteboom en Pieter Uyttenhove, Michaël R. Roskam en Bouli Lanners, Kristiaan Borret en Stefan Devoldere Redactie: Olivier Boruchowitch, Marianne Van Boxelaere, Raphael Miles, Mari Shields, Arianna Fabrizi de’ Biani, Francis Carpentier, Federica De Leidi, Bas Smets

EEN WOORD VAN DANK BOZAR en curator Bas Smets danken hier graag de instellingen en ondernemingen die deze tentoonstelling hebben mogelijk gemaakt: KMSKB-MRBAB, KBR, UGent (Labo S), Plantentuin Meise, Vlaams Architectuurinstituut, Universiteitsbibliotheek Gent, Provincie West-Vlaanderen, Savage Film, CCCP, Versus production, Leefmilieu Brussel – Bruxelles Environnement, Vlaamse Landmaatschappij, Het Agentschap voor Natuur en Bos, Brussel Stedelijke Ontwikkeling – Bruxelles Développement urbain, Ruimte Vlaanderen, Bouwmeester Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Maître architecte Région de Bruxelles-Capitale, Team Vlaams Bouwmeester. Graag nodigen we de bezoekers uit om de originele schilderijen, kaarten en prenten te bezichtigen in de collecties van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel en de Koninklijke Bibliotheek van België. De tentoonstelling wordt georganiseerd in de context van de Brussels Urban Landscape Biennial (BULB):

Grafisch Ontwerp: Studio Otamendi Tentoonstelling

Met de steun van Leefmilieu Brussel

CEO Artistic Director –  BOZAR: Paul Dujardin Head Of Exhibitions –  BOZAR: Sophie Lauwers

Partners

Curator: Bas Smets Geassisteerd door: Federica De Leidi Co-curators: Véronique Bücken, Colin Dupont en Joris Van Grieken, Bruno Notteboom en Pieter Uyttenhove, Michaël R. Roskam en Bouli Lanners, Kristiaan Borret en Stefan Devoldere Tentoonstellingscommitee: Bas Smets, Iwan Strauven, Serge Kempeneers, Martine Cantillon Cuiller, Stéphane Van Wijnsberghe, Paul Grosjean Architecture Coordinator – BOZAR: Iwan Strauven Exhibition Coordinator – BOZAR: Francis Carpentier Exhibition Trainee – BOZAR: Arianna Fabrizi de’ Biani Scenografie: Bureau Bas Smets Grafisch Ontwerp: Studio Otamendi Head Of Production – BOZAR: Evelyne Hinque Technical Coordination – BOZAR : Nicolas Bernus

Cover: Composed image by BBS & Studio Otamendi © University Library & Department of Architecture and Urban Planning, UGent / KMSKB-MRBAB Brussels, photo: J. Geleyns – Ro scan / Michaël R. Roskam, Savage Film Schilderkunst: © KMSKB-MRBAB Brussels, photo: J. Geleyns – Ro scan Cartografie & Prentkunst: © Copyright Bibliothèque royale de Belgique – Koninklijke Bibliotheek van België Fotografie: Recollecting Landscapes © University Library & Department of Architecture and Urban Planning, Ghent University / Georges Charlier / Jan Kempenaers / Michiel De Cleene Filmkunst: Bullhead © Michaël R. Roskam, Savage Film – Carlo © Michaël R. Roskam, CCCP – Eldorado © Bouli Lanners, Versus production – Ultranova © Bouli Lanners, Versus production Landschapsarchitectuur: © Bureau Bas Smets

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.