Een familie in ballingschap


1 65 Een familie in ballingschap De familie Mann en de Duitse catastrofe Jeroen Koch' Intellectuele kringen in de twintigste eeuw, luidt de titel van ...
Author:  Monique de Kooker

0 downloads 5 Views 4MB Size

Recommend Documents


Leven in ballingschap
1 Leven in ballingschap Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig tot lering voor diegene die in de Rechtvaardigheid is. Opdat de mens Gods v...

Venus in ballingschap
1 Venus in ballingschap A.H. Nijhoff bron. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1955 Zie voor verantwoording: dbnl / erven A.H. Nijhoff2 5 [Vooraf] De ...

18 September Psalmen van een Volk in Ballingschap
1 18 September Psalmen van een Volk in Ballingschap Een aantal sentimenten die door Job worden uitgedrukt, zijn terug te vinden in een aantal psalmen ...

EEN AMSTERDAMSE FAMILIE IN CHINA
1 VOORWOORD EEN AMSTERDAMSE FAMILIE IN CHINA Tante Anneke deed haar intrede in onze familie op negentienjarige leeftijd, toen ze zich verloofde met on...

EEN LEIDSE FAMILIE IN WENEN
1 EEN LEIDSE FAMILIE IN WENEN door P.J. van der Zanden Het jaar 1744 is vol spanningen voor het gezin van Doctor Gerard van Swieten te Leiden. De klei...

Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap
1 Mijne vrolijke wijsgeerte in mijne ballingschap Gerrit Paape Ingeleid en van aantekeningen voorzien door Peter Altena bron (editie Peter Altena). Ve...

15 Augustus Ezechiël, Profeet in Ballingschap
1 15 Augustus Ezechiël, Profeet in Ballingschap Wat Jeremia voor het volk van Juda in Jeruzalem is, is de profeet Ezechiël voor de gevangene...

Kanker in de familie. een anonieme patiënt
1 een anonieme patiënt Kanker in de familie Ik was veertig jaar toen ik besloot mijn loopbaan te veranderen. Een keuze waar ik tot de dag van van...

KERK IN BALLINGSCHAP De Valse Profeet vestigt zich in Rome
1 - 1 - KERK IN BALLINGSCHAP De Valse Profeet vestigt zich in Rome Er zijn drie kerken: de strijdende kerk van de heiligen hier op aarde en van hen di...

Een familie Bouma in Nederlandsch-Indië
1 Een familie Bouma in Nederlandsch-Indië I. FREDERIKUS HENDRIK/FREDRIK HENDRIK BOUMA, geb. Rotterdam 14 april 1838 (zn. van Hendrik Hendriks Bou...



65

Een familie in ballingschap De familie Mann en de Duitse catastrofe Jeroen Koch'

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw, luidt de titel van dit Studium Generale programma. Met de opdracht to spreken over de familie Mann, over de amazing family, zoals die wonderlijke bundeling literair talent wel is genoemd, voel ik me enigszins een vreemde eend in de bijt. Een familie is tenslotte niet hetzelfde als een intellectuele Kreis, een kliek of een coterie. Dat zijn allemaal termen waarmee groepen aangeduid kunnen

worden, waarvan de leden elkaar op min of meer vrijwillige basis het jawoord hebben gegeven, wat overigens niet verhindert, dat men als leden van zon besloten gezelschap elkaar in de weg kan zitten op een wijze die voor een ordentelijke familievete niet onderdoet. Je familie kies je niet uit. En ook al schrijf je allemaal, of bijna allemaal, dan nog vorm je met

elkaar geen intellectuele kring. Je bent dan, ik heb het al gezegd, een bijzondere familie, een verbazingwekkende familie desnoods. De familie Mann vormde een gezelschap tegen wil en dank. Wanneer de leden ervan in familiekring bijeen waren - daar is die dan toch nog, die kring - dan was het zelden aangenaam. De broers Heinrich en Thomas Mann leefden sinds het najaar van 1914, sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog dus, met elkaar in onmin. Afwijkende opvattingen over politiek en over de maatschappelijke rol van de intellectueel, of in het geval van Thomas Mann liever gezegd, de maatschappelijke rol van de kunstenaar, waren debet aan de tweespalt.

Dit verhaal is gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn proefschrift: Politiek

en Moraal. Golo Mann en de Duitse geschiedenis. (Houten 1994)

I

66

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

Tussen Thomas Mann en zijn zes kinderen boterde het evenmin. Het hele huishouden stond in het teken van vaders schrijverschap. Ten behoeve van zijn kunst diende het stil to zijn in huis. Voor de onderbrekingen van het gezinsleven had de schrijver geen tijd. Maar ook later, toen de kinderen van Thomas Mann obk hun literaire talenten lieten blijken, verliep het contact met de dominante vader stroef. Klaus, zijn oudste zoon, ontpopte zich als de werkelijke erfgenaam van

waders literaire vermogens; hij stak de grote schrijver naar de kroon. Erika schreef kinderboeken en schitterde met Klaus in theater en cabaret.

Golo Mann ontwikkelde zich vanaf de vroege jaren dertig en in het bijzonder vanaf zijn in 1933 begonnen ballingschap, tot een politiek publicist. Hij zou na de Tweede Wereldoorlog zijn stiel vinden als geschiedschrijver. De belangrijkste personen en thema's heb ik daarmee genoemd. Ik zal u niet vermoeien met de onderlinge twisten in de familie Mann; leest u daarvoor hun dagboeken. Ik zal het gaan hebben over de maatschappelijke betrokkenheid van de familie Mann in de periode van hun ballingschap. De aandacht zal daarbij uitgaan naar Heinrich en Thomas (met als geboortejaren 1871 en 1875 de oudere generatie) naar Klaus, geboren in 1906, Golo, 1909, en in mindere mate naar het oudste kind van Thomas

en Katia Mann, Erika, geboren in 1905 - met zijn drieen de jongere generatie. Ook de aard van hun maatschappelijke engagement komt aan de orde. En daarmee past dit dan toch in dit Studium Generale programma.

In de opinies die Heinrich, Thomas, Klaus, Erika en Golo Mann tijdens hun Amerikaanse ballingschap ontwikkelden, zijn tot op zekere hoogte de reactiepatronen van het gehele Duitse Exil to herkennen. Natuurlijk, de oorlog en de ondergang van het Derde Rijk maakten binnen het Duitse Exil zeer uiteenlopende en sterk persoonlijke reacties los. Toch valt er een patroon in to ontdekken. Een deel van de ballingen wilde niets meer to maken hebben met het land dat het nazisme had voortgebracht en de holocaust had uitgevoerd. Deze vluchtelingen keerden Duitsland en de Duitse cultuur de rug toe. Haaks op deze afwijzing stond de reactie van een andere groep emigranten. Zij was ervan overtuigd dat in het bijzonder de voormalige ballingen

een task hadden bij de wederopbouw van de Duitse cultuur; zij beschouwde zichzelf als het arsenaal van die cultuur. Haar missiegevoel werd na 1945 danig op de proef gesteld.

Aanzet/Studium Generale

67

Bij een derde groep ballingen, namelijk het aanzienlijke contingent links-radicale vluchtelingen, viel het naoorlogse missiegevoel samen met

het streven naar een socialistische samenleving. Zonder socialistische hervormingen zou de Duitse samenleving opnieuw naar fascisme en barbarij neigen. Temidden van de frontvorming van de Koude Oorlog opteerden deze ballingen meestal voor de DDR. Bij de meeste emigres liepen de reactiepatronen door elkaar. Allesoverheersend was, kort na de oorlog, een afwachtende houding, waarbij afkeer en zendingsdrang elkaar grillig afwisselden. Voor Klaus Mann waren de laatste vier jaar van zijn leven een aaneenschakeling van teleurstellingen. Hij leek de greep op zichzelf to hebben verloren. De strijd tegen het nazisme had hem uitgeput. Zijn literaire en politieke plannen mislukten. Klaus was hevig gedeprimeerd over de ontwikkeling in Duitsland en het zich snel aandienende Oost-West- conflict. De morele ontwrichting van de Duitse bevolking was veel ernstiger dan hij zich tot het begin van 1945 had voorgesteld, of had kunnen voorstellen. Klaus Mann reisde als verslaggever van een Amerikaanse legerkrant in mei 1945 door Duitsland en Oostenrijk. Hij was een van de eerste emigranten, die weer voet zetten op Duitse bodem. Het was een schok. Begin mei bezocht hij met een groep journalisten het concentratiekamp Dachau. De aanblik ging ieder begrip

to boven. Op dezelfde dag had de groep een ontmoeting met Hermann Goring. Deze poogde een `goede indruk' to maken: van de kampen had hij natuurlijk geen weet gehad. Het was een absurd interview, schreef Klaus, niet in de laatste plaats omdat de journalisten de schoft met een volstrekt misplaatste hoffelijkheid bejegenden.

Betekenisvol was ook Klaus' ontmoeting met de componist Richard Strauss. Strauss was volkomen onaangedaan door het morele failliet van

de natie. Hij putte zich uit in zelfbeklag. De ontmoeting met Richard Strauss werkte op Klaus Mann ontnuchterend, omdat diens houding aangaf, dat de kansen op een geestelijke en morele regeneratie van de Duitse bevolking, zoals Klaus die zich v66r 1945 had voorgesteld, minimaal waren. Klaus reageerde ontsteld: "ein Talent von solcher Originalitat

and Kraft, ein Genie beinah - and weil nicht, wozu seine Gaben ihn verpflichten!" Dit oordeel verried nog het culturele ideaal van het negentiende-eeuwse Duitse Bildungsburgertum. Dat ideaal had Klaus Mann niet afgezworen.

Net als in de dagen van Die Sammlung, in 1934 en 1935, aan het begin van zijn ballingschap, meende hij nog altijd dat de Duitse cultuur en de

68

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

t

Klaus Mann

f

Aanzet/Studium Generale

69

Duitse kunst de natie zouden redden. Het esthetische en 'geistige' bestanddeel van de kunst had hij een morele en maatschappelijke functie toebedacht. De Duitse 'Kultur' werd volgens hem gedragen door de intellectuele en artistieke elite. Hoewel Klaus ervan overtuigd was, dat die Kultur sinds 1933 vooral door de emigranten werd vertegenwoordigd, leek hij zijn vertrouwen in het morele gehalte van achtergebleven representanten als Richard Strauss niet helemaal to hebben opgezegd. Zoals gezegd had Klaus Mann in eerste instantie zijn hoop op de Duitse ballingen gevestigd. Deze bessere Deutschen belichaamden voor hem het

eigenlijke Duitsland. Overduidelijk bleek deze opvatting uit het boek Escape to Life. Dit boek uit 1939 had Klaus samen met Erika in opdracht van een Amerikaanse uitgeverij geschreven. De twee auteurs hadden met hun portrettengallerij van Duitse emigranten een duidelijk doel gehad: "Wir wollten zeigen and anschaulich machen: es sind nicht einzelne Personen, die aus irgendwelchen Grunden vertrieben wurden. Opfer des Nazi-

Fanatismus ist vielmehr eine komplexe Kultur - die wahre deutsche Kultur, die immer ein schopferischer Teil der europaischen Kultur and der Welt-Kultur war." De verdrevenen waren Duitslands hoop. Aan het slot van hun boek lieten Erika en Klaus een krachtige oproep volgen: "Der Teil des deutschen Volkes, der frei ist, ist die Emigration. Sie mu1 den `wahren Alliierten', Deutschland, in der Welt reprasentieren, and sie muf vor allem das Bild jenes Deutschland fur die Welt lebendig machen, das nach Hitler kommen wird: das Bild eines freien, demokratischen and friedlich-starken Deutschland." Onomwonden spraken de twee auteurs van de "Sendung der Emigration." Diezelfde missiegedachte kwam ook tot uitdrukking in Klaus Manns 'Exil-roman' Der Vulkan, eveneens uit 1939. Roman unter Emigranten, luidde de ondertitel. "Wir mussen zuruck", stelt een van de personages aan het slot van de roman. "Ungeheure Aufgaben werden sich stellen, wenn der Alptraum ausgetraumt ist. Wer soll sie denn bewaltigen - wenn wir uns drucken?! Wir gehoren doch zu ihnen?!" Klaus' geloof in de noodzaak van de missie der emigranten, dateerde al van ver voor de oorlog. Nu het moment van terugkeer dan eindelijk was aangebroken, vervloog Klaus Manns hoop snel. De ontworteling was veel ernstiger dan hij zich had kunnen voorstellen. Bovendien vond de boodschap van de emigranten al snel geen gehoor meer. Eerder wekte hun optreden agressie. Klaus Mann werd hardhandig geconfronteerd met de omslag in de Duitse houding. Vooral in de affaire die ontstond rond de pogingen een van zijn andere romans uit de periode van ballingschap, Mephisto, uit to geven,

70

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

ging verzet tegen de emigranten hand in hand met een verpletterende onverschilligheid ten aanzien van het nazi-verleden. Mephisto. Roman einer Karriere - in 1936 verschenen bij de Duitse afdeling van Querido in Amsterdam - ging over een principeloze carrieremaker. Links in de jaren

twintig, loopt de hoofdpersoon, de acteur Hendrik Hofgen, in de jaren dertig over naar het Hitler-kamp. Het is gunstig voor zijn loopbaan. Hofgen is geen overtuigde nazi. Hij is een toneelspeler die zich in het maatschappelijk leven die rollen aanmeet, welke zijn carriere bespoedigen. Ogenschi jnli jk had Klaus Mann met Mephisto afstand genomen van zijn

hardnekkige overtuiging dat de 'gebildete' elite tevens een moreel integere elite was. Zoals gezegd, bleek uit zijn uitlatingen na 1945 dat dit niet het geval was. Deze onduidelijkheid was illustratief voor de ambivalentie ten aanzien van de eigen cultuur waaraan de ballingen ten prooi waren gevallen. In Mephisto bood de culturele vorming in ieder geval geen garanties. Voor Hofgen draaide alles om de carriere.

Indien de Duitse bevolking na 1945 het nazi-verleden werkelijk met open vizier tegemoet had willen treden, dan was er meer dan voldoende reden om tot publikatie van Mephisto over to gaan. Tot die uitgave kwam het echter niet. De roman werd alom als een sleutelroman gelezen. Het kostte weinig moeite in de figuur van Hofgen de acteur Gustaf Grundgens to herkennen, met wie Klaus Mann in de jaren twintig had samengewerkt. Tijdens het Derde Rijk was Grundgens, op voorspraak van Goring, opgeklommen tot intendant van het Berliner Staatstheater. Grundgens, die na de ineenstorting van het Derde Rijk een aantal keren was gearresteerd, werd al in maart 1947 intendant van de schouwburg to Dusseldorf. Twee jaar later liet de uitgever aan Klaus Mann weten of to zien van publikatie van de roman. Grundgens genoot alom weer zoveel aanzien dat de uitgever deze 'Aktion' niet meer kon `starten'. De stopzetting van de uitgave van Mephisto bevestigde Klaus Mann in zijn pessimistische oordeel over Duitsland. Het was de zoveelste teleurstelling sinds de oorlog. Enkele dagen nadat hi j het besluit van de uitgever had vernomen, pleegde hi j zelfmoord. Zijn zelfgekozen dood, op 21 mei 1949, werd uitgelegd als een politieke daad, een protest tegen de mondiale situatie. In zijn laatste essay had Klaus betoogd, dat er temidden van de strijd tussen het Amerikaanse kapitaal en het Russische fanatisme geen plaats meer was voor intellectuele onafhankelijkheid. Een "Rebellion der Hoffnungslosen" was de enige manier om de wereld deze situatie to doen inzien. Een dramatisch gebaar

Aanzet/Studium Generale

71

moest het geweten van de wereld wekken. Virginia Woolf, Ernst Toller, Stefan Zweig en Jan Masaryk waren hem al voorgegaan. "Fine Selbst-

mordwelle, der die hervorragendsten, gefeiertsten Geister zum Opfer fielen, wurde die Volker aufschrecken aus ihrer Lethargie", had Klaus geschreven.

Volgens Golo Mann was de zelfmoord van zijn broer niet ingegeven door politieke overwegingen. Zeker, de dood van Klaus kwam voor hem als een schok. Dat Klaus vroeg of laat suicide zou plegen, stond voor hem echter vast. Aan de fatale poging waren verschillende andere voorafgegaan. De omstandigheden na 1945 hadden Klaus' besluit wellicht bespoedigd, maar niet veroorzaakt.

Nog geen jaar na Klaus' zelfmoord stierf ook Heinrich Mann. Het had hem niet meegezeten in de Verenigde Staten. Zoals hij had verwacht, verafschuwde hij de Amerikaanse samenleving. Ook persoonlijk leed bleef hem niet bespaard. Zijn tweede vrouw pleegde in december 1944 zelfmoord. Heinrich Mann bleef eenzaam achter, financieel afhankelijk van zijn broer Thomas. Zijn creatieve plannen haperden. Gedurende zijn Franse ballingschapsjaren had hij een enorme roman over de Franse koning Hendrik van Navarra geschreven. Het was een typisch produkt van de emigratie. Onder de gevluchte auteurs was de historische roman, waarin heden en verleden

impliciet vergeleken werden, een veelbeoefend genre. Hendrik IV, de tolerante vorst en de architect van het Edict van Nantes uit 1598, belichaamde in de ogen van Heinrich Mann de synthese van macht en moraal. De geschiedenis bood bier een positief tegenbeeld van het heden. In de Verenigde Staten ontstonden er geen nieuwe romans meer. Zelfs in de satire, het genre waarmee Heinrich Mann rond de Eerste Wereldoor-

log zo'n faam had verworven, faalde hij nu. De actuele situatie leende zich nauwelijks voor een groteske behandeling. Het enige werk van belang dat hij in Amerika schreef, was het in 1944 voltooide Ein Zeitalter wird besichtigt. Heinrich Mann gaf daarin zijn oordeel over het Derde Rijk en

schetste zijn verwachtingen voor de toekomst. Het boek bevatte een uiterst eigenzinnige interpretatie van de Europese geschiedenis; een verbazingwekkend optimistische interpretatie bovendien. De sterk door de hegeliaanse filosofie geinspireerde auteur voelde zich tot zo'n historisch optimisme verplicht. Ogenschijnlijk moeiteloos wist

Heinrich Mann het Derde Rijk als een zinvolle fase in het historisch proces op to nemen. Er was, betoogde hij, een op zichzelf armzalige, maar

72

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

politiek satanische figuur als Adolf Hitler nodig geweest om de samenleving opnieuw het onderscheid tussen goed en kwaad bij to brengen. Het tijdperk was een overgangsperiode. Wie de peilloze culturele neergang overdacht, ontwaarde, redenerend volgens de regels der dialectiek, vooruitgang. Dat overgangskarakter van de eigen tijd, dat was beslissend voor het oordeel. Aan het slot schreef Heinrich Mann dan ook: "dieses Zeitalter

verdient Dank, dal es zum Schlul die bessere Seite freigelegt hat, die rechte, die sich sehen lassen kann."

Waarop baseerde Heinrich Mann in 1944 dit optimisme? Op welke gronden - afgezien van zijn hegeliaans-metafysisch optimisme - meende hij dat die betere wereld aanstaande was, "eine sittliche Welt ohne Vorgang and Vergleich"? Een van de lichtpuntjes was het rapport van de Britse econoom William Beveridge. Dit rapport uit 1942 was een van de eerste plannen voor een verzorgingsstaat, zoals die na de oorlog gestalte zou krijgen. Heinrich Manns bewondering voor de Britse plannen was, gezien zijn links -revolutionaire overtuigingen opmerkelijk. Dat z6n plan uit het perfide kapitalistische Groot-Brittannie kon komen, was werkelijk reden tot hoop. Hi j concludeerde dat Engeland gedurende de Tweede Wereldoorlog een fundamentele verandering had doorgemaakt. Het onverenigbare verenigend, maar zonder zijn politieke idealen to hoeven afvallen, betoogde Heinrich Mann dat Engeland in links -revolutionaire richting was opgeschoven. Al beweerden Churchill en Beveridge het tegendeel, "der Gesetzesplan Churchill-Beveridge", noteerde hij, "wird die Probe auf den Kommunismus machen." Het Beveridge-plan was "der halbe Weg nach Moskau." Zijn optimisme was welbeschouwd niet nieuw. Nog altijd hield Heinrich Mann vast aan de verwachtingen van het revolutionaire socialisme, dat bij hem altijd al een sterk ideele betekenis had gehad. Hij identifi-

ceerde zich met een door hem als moreel juist beoordeelde traditie, waartoe hij uiteenlopende personen en politieke gebeurtenissen of stelsels als Hendrik van Navarra, de Franse Revolutie, Napoleon, Bismarck, de Franse Derde Republiek en de Sovjetunie onder Stalin rekende. Voor hem bestond er geen specifiek met het Duitse Exil verbonden vraagstuk van het `andere Duitsland'. Al ver v66r 1933 werd zijn `betere Duitsland' vertegenwoordigd door de Duitse socialisten. De door de nazi's verdreven en gehate Heinrich Mann was een patriot geworden van een toekomstige Duitse republiek. En ondanks de metamorfose van de Britse samenleving verwachtte hij bij de totstandkoming van deze tweede Duitse republiek

Aanzet/Studium Generale

73

bovenal de hulp van Frankrijk en de Sovjetunie. Die landen waren in de Europese geschiedenis de ware hoeders van de revolutionaire traditie. "Wir konnten anders sein", hield Heinrich Mann zijn Duitse lezers in Ein

Zeitalter wird besichtigt voor. Anders betekende in de eerste plaats socialistisch of communistisch, althans in de zweverige betekenis die Heinrich Mann daaraan hechtte. Dat de Sovjetunie de weg naar de toekomst wees, stond voor hem vast. Heinrich Mann had zijn hoop gevestigd op een socialistisch Duitsland. Alleen met een revolutie zou het nazisme overwonnen kunnen worden. Vanaf oktober 1949 gold zijn sympathie de DDR. Al v66r de oprichting van de nieuwe staat had hij in de Russische bezettingszone erkenning gevonden. De dichter Johannes Becher, later de eerste Oostduitse minister van cultuur, drong vanaf 1946 aan op zijn terugkeer. Eind 1949 besloot Heinrich Mann naar Duitsland terug to keren. De leiding van de DDR had hem gevraagd president to worden van de nieuw op to richten Deutsche Akademie der Kiinste. Heinrich Mann aanvaardde het aanbod. Oost-Duitsland heeft hij echter niet bereikt. Enkele weken voor hij naar Europa zou reizen, op 12 maart 1950, overleed hij aan een hersenbloeding. Postuum werd Heinrich Mann een geeerd auteur - in de DDR veel

eerder dan in de Bondsrepubliek. Het is de vraag of hij daarmee zo ingenomen zou zijn geweest. Het Oostduitse bewind kon zijn pleidooien voor het socialisme en zijn besluit naar de DDR to komen naar believen

benutten. Het is mogelijk dat de auteur zich bij leven kritisch over de DDR zou hebben betoond. Zeker is dat echter allerminst. Menige linkse emigrant die na 1949 zijn hoop op de socialistische Duitse republiek had gevestigd, was na korte tijd ontgoocheld over de nieuwe orde. Een heropleving van het nazisme mocht door de revolutionaire maatregelen onmogelijk zijn verklaard, diezelfde revolutie verhinderde een openbaar debat

over het belastende verleden en de Duitse schuld. Was dit de nieuwe sittliche Welt? Voor de Oostduitse Untertan was de revolutie opnieuw van

boven gekomen. Er bloeide onder het rebel existerende socialisme een kleinburgerlijke Reinkultur. Het zou een dankbaar onderwerp voor kritiek en satire zijn geweest. Veel naar de DDR gekomen ballingen zwegen echter over hun teleurstellingen. Toegeven dat het socialistische experiment in de DDR echec had geleden, zou de kapitalistische Bondsrepubliek slechts in de kaart spelen. Ook is het mogelijk dat Heinrich Mann onder zware verdenking zou komen zijn to staan. De voormalig `West-emigran-

ten', in het bijzonder de uit Amerika teruggekeerde ballingen, werden

74

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

begin jaren vijftig in de DDR met wantrouwen en vijandschap bejegend; zij zouden tijdens hun verblijf in het Westen agenten van het kapitalisme zijn geworden. Die keuzen en dat lot bleven Heinrich Mann bespaard.

Thomas Mann ging niet terug naar Duitsland. Herhaalde verzoeken van zijn voormalige landgenoten hen to helpen een uitweg to vinden uit de morele ontreddering, veranderden niets aan dit besluit. Zijn afwijzende reactie ontlokte een storm van protest. Menigeen vond Thomas Manns beoordeling van de situatie in Duitsland onrechtvaardig. Andere ballingen en de innere Emigration voelden zich in hun eer aangetast. Die verontwaardiging was begrijpelijk. Wie Thomas Manns evaluatie van de Duitse geschiedenis aanvaardde, moest concluderen, dat het met het land en zijn cultuur afgelopen was. Mann verwierp het onderscheid tussen een goed en een kwaad Duitsland. Er was slechts een Duitsland. Ook de emigranten belichaamden in zijn ogen geen `ander Duitsland'. Manns evaluatie van de Duitse geschiedenis was tevens een kritische zelfbeoordeling. Dat goed en kwaad in de Duitse cultuur onontwarbaar verstrengeld waren, was een idee uit de tweede helft van Manns ballingschap. Aanvankelijk noemde hij de jaren van de strijd tegen Hitler de "moralisch gute Zeit". Zelden was het onderscheid tussen goed en kwaad zo helder geweest. In 1936 had Thomas Mann zich solidair verklaard met alle Duitse emigranten, alsmede met de tegenstanders van Hitler die in Duitsland achtergebleven waren. Zij waren het `betere Duitsland. Enkele jaren later nam Thomas Mann afstand van deze tweedeling. Er bestond slechts een Duitse cultuur. Zijn visie op de oorsprong van het nazisme veranderde mee. Was hij direct na de machtsovername in 1933

van mening geweest, dat Duitsland in handen was gevallen van een criminele bende, in Amerikaanse ballingschap kwam hij tot de slotsom dat

het nazisme sterk in het Duitse verleden wortelde. Zijn speurtocht naar deze historische samenhang werd nog complexer door het besef dat het nazisme een extreme variant was van een algemeen Europees verschijnsel. Thomas Mann werkte deze gedachten uit in de roman Doktor Faustus, een literair-artistieke beoordeling van de Duitse geschiedenis - van Luther tot Hitler. Van 1943 tot 1947 werkte hij aan de roman. Concreter zette hij de

gedachtengang van het boek uiteen in de lezing Deutschland and die Deutschen uit mei 1945. Doktor Faustus was een boek over Deutschtum. De mythe van Fausts pact met de duivel stond symbool voor de Werdegang van de Duitse

Aanzet/Studium Generale r

75

,.

r f 6

4y

t

ri

r

Thomas Mann

76

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

Kultur. Het was een roman over de Innerlichkeit, volgens Mann de kern van de Duitse cultuur. Die Innerlichkeit, die al door Luther geintrodu-

ceerd was, had van de Duitsers een immer verlangend volk gemaakt, hunkerend naar grootsheid en idealen. Dit volk was uiterst bevattelijk gebleken voor allerhande verlokkingen. Het was dan ook gemakkelijk gevallen voor de waanzinnige bedwelming, de collectieve dronkenschap van het nazisme. Het had een duivelspact gesloten. Thomas Mann beoordeelde de Innerlichkeit niet eenzijdig negatief. Ze was de voedingsbodem geweest voor vruchtbare intellectuele en artistieke ontwikkelingen. Zonder haar geen humaan en rationeel idealisme noch romantische kunst. Funest was het effect van de Innerlichkeit bovenal op

politiek gebied geweest. Er was in Duitsland een abstract en mystiek intellect gekweekt. Zin voor politiek en concrete individuele vrijheid had zich niet ontwikkeld. Abstracte speculaties en romantisch sentimentalisme hielden de Duitse burgerij of van een pragmatische politiek. Erger nog was het dedain voor de politieke praktijk. De Duitse burger beschouwde de politiek - waarin compromis en nuance onvermijdelijk waren, waarin, met andere woorden, geen enkele ideele constructie zuiver en ongeschon-

den bleef - als minderwaardig en huichelachtig. "Von Natur durchaus nicht bose", schreef Thomas Mann, "sondern furs Geistige and Ideelle angelegt, halt er die Politik fur nichts als Liige, Mord, Betrug and Gewalt." De Duitse burger hield zich bij voorkeur afzijdig van zulk politiek gemarchandeer. Trots noemde hij zichzelf unpolitisch. Thomas Mann had zich, zoals bekend, tot halverwege de jaren twintig eveneens als een'unpolitische' burger beschouwd. Onder die vlag ook, had

hij gedurende de Eerste Wereldoorlog de Duitse oorlogsinspanningen gesteund: de oorlog was een verdedigingsoorlog van de diepzinnige Duitse

Kultur geweest tegen het aanstormende geweld van de oppervlakkige westerse Zivilisation. Slechts met moeite had Mann zich van deze opvattingen weten to bevrijden. In de jaren twintig had hij de democratie gedoogd. Mann had toen tot de zogenoemde Vernunftrepublikaner behoord. Niet alleen het gemak waarmee de Duitse burgerij zich aan het nazisme

had verkocht, betoogde Mann in 1945, had wortels in de cultus van Innerlichkeit. Ook het nazisme zelf vertoonde trekken van deze Kultur. Hitler moest en zou zijn fictie zonder compromis verwezenlijken. In het bijzonder in zijn grootste misdrijf had het nazisme zich een geperverteerde erfgenaam van het Duitse idealisme getoond. De holocaust was, militair

beschouwd, volstrekt overbodig geweest. Duitsland had Europa kunnen

Aanzet/Studium Generale

77

veroveren zonder de volkerenmoord. De misdaden, schreef Thomas Mann, "waren ein Hinzukommendes, ein Luxus, den sie sich leisteten aus theoretischer Anlage, zu Ehren einer Ideologie, des Rassenphantasmas. Klange es nicht wie abscheuliche Beschonigung, so mochte man sagen, sie hatten ihre Verbrechen aus weltfremdem Idealismus begangen." Duitsland was mystiek en abstract tot in de misdaad. Het was een afschuwelijke conclusie.

Politieke waanzin en speculatief rationalisme hadden een bron: de cultivatie van Innerlichkeit. Deze paradox, waarin logische orde en praktische chaos dezelfde oorsprong hebben, beheerste ook de roman Dokter Faustus. De roman bevatte het levensverhaal van de Duitse componist

Adrian Leverkuhn. Thomas Mann koos welbewust een componist als hoofdpersoon. Muziek was de Duitse kunst bij uitstek; het was een paradoxale kunst, waarin meer dan in enige andere kunstvorm rede en emotie verbonden waren. Muziek was demonisch gebied. Op dit punt verbeterde Thomas Mann zijn voorbeeld Goethe. Die had verzuimd zijn Faust aan de muziek to relateren.

Doktor Faustus bevatte niet slechts de levensgeschiedenis van de tot ondergang gedoemde Adrian Leverkuhn, de componist die zijn ziel aan de duivel verkoopt. Zoals gezegd was de roman een evaluatie van vier

eeuwen Duitse geschiedenis. De extreem ingewikkelde roman bevat pagina's lange uiteenzettingen over muziek, theologie en speculatieve filosofie - de geeigende terreinen van de Duitse Innerlichkeit. Het nood-

lottige einde van Leverkuhn - wiens muziek gemodelleerd is naar de twaalftoonmuziek van Arnold Schonberg en wiens levensloop onder meer geent is op die van Friedrich Nietzsche - verloopt parallel aan de ineenstorting, gedurende de Tweede Wereldoorlog, van Duitsland en de Duitse Kultur.

Mann liet geen twijfel bestaan aan de bijdrage van die Kultur aan de eigen ondergang. Tegen het einde van de roman liet hij de verteller, de 'Bildungsbiirger' Serenus Zeitblom dan ook concluderen, dat de gehele Duitse geschiedenis een onzalige gebleken was, een dwaalweg eindigend in het niets, in vertwijfeling, in een compleet bankroet. Het was afgelopen met Duitsland. Op zijn hellevaart had het Derde Rijk de gehele Duitse traditie meegesleurd. In het voorjaar van 1945 schreef Thomas Mann: "Alles Deutschtum ist betroffen and tief in Frage gestellt, auch der deutsche Geist, der deutsche Gedanke, das deutsche Wort." De betekenis van deze woorden betrof ook zijn eigen plaats als Duitse kunstenaar. De Duitse cultuur zou voortaan volledig in het licht van Ausch-

78

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

witz komen to staan. Manns oordeel had ook betrekking op zijn eigen rolopvatting. De Sendung der Kunst was een misvatting geweest. Wat de morele waarde van het werk van Goethe, Schiller of hemzelf ook mocht zijn, het had geen concrete resultaten gehad. De barbarij was er niet mee voorkomen. Manns Leiden an Deutschland was mede het gevolg van dit pijnlijke zelfbesef. Thomas Mann was niet langer overtuigd van de gunstige invloed van zijn werk. Die twijfel was een van de redenen voor zijn weigering naar Duitsland terug to keren. Maar hij was ook vervreemd van het land. Hij vond het een beangstigend land, in de omstandigheden van 1945 een alleszins begrijpelijk standpunt. Mann wist zichzelf deel van de Duitse Kultur die zo gemakkelijk voor het nazisme was gevallen. Ook hij had eens politieke misstappen begaan, verblind door een abstract cultuurideaal. Hij kende de kracht van deze culturele belasting. De Duitse Kultur bleef zijn politiek twijfelachtige achtergrond - ook van zijn pleidooien, na de Tweede Wereldoorlog, voor een soort humanistisch socialisme. Voor zichzelf mocht Thomas Mann de maatschappelijke waarde van zijn optreden in twijfel trekken, duidelijk was dat het publiek sterk aan zijn opinies hechtte. Hij was sinds jaar en dag een publieke figuur. In het klimaat van de Koude Oorlog kon dit gemakkelijk tot moeilijkheden leiden, zoals hij in 1949 ondervond. Haalde Mann zich direct na de oorlog de woede van de Duitse emigranten en de innere Emigration op de hals,

nu, in 1949 werd hij in de Bondsrepubliek en de Verenigde Staten verdacht van communistische sympathieen. Die aantijging aan zijn adres was het gevolg van een kwaadwillige interpretatie van zijn standpunt inzake het Oost-West- conflict. Thomas Mann was diep teleurgesteld over het feit dat de wereld zich direct na de Tweede Wereldoorlog in een allesbedreigende Koude Oorlog stortte. Hij probeerde boven de partijen to staan en een bemiddelingsrol tussen links en rechts to vervullen. Die rol kon zeer concrete vormen aannemen, zoals in 1949, bij zijn eerste bezoek in zestien jaar aan Duitsland. In juli van dat jaar kwam Thomas Mann naar Duitsland om de Goetheprijs in ontvangst to nemen, een tribuut dat extra cachet verkreeg, omdat tegelijk de tweehonderdste geboortedag van de dichter werd gevierd. Ofschoon zijn literaire betekenis natuurlijk buiten kijf stond, was Mann geen onomstreden laureaat. Nog steeds woedde er een heftig debat rond zijn Doktor Faustus. Thomas Mann merkte terecht op dat die discussie niet zijn persoon, maar twee opvattingen over Duitsland en de Duitse cultuur betrof. Was er slechts een Duitsland, zoals hijzelf meende, of

Aanzet/Studium Generale

79

bestond er een barbaars en een humaan Duitsland, keurig van elkaar gescheiden? Hitters Duitsland en het land van Goethe en Beethoven. In Duitsland zelf had men na de oorlog de eigen klassieken aanbevolen als inspiratiebron voor een noodzakelijke morele herorientatie. Goethe's tweehonderdste geboortedag werd aangegrepen om het beeld van Duitsland op to vijzelen. Goethe's Germany invites you, luidde de slogan in 1949.

Mann bedierf de feestvreugde niet door zijn these uit Doktor Faustus to herhalen. Toch leidde zijn optreden tot een controverse. Opnieuw betrof het twee Duitslanden, al waren dat deze keer geen ideele abstracties, maar de net opgerichte Bondsrepubliek en de in oprichting zijnde Oostduitse staat. Thomas Mann stond erop zijn lezing in de twee Goethesteden, Frankfurt am Main en Weimar, to houden. Hoewel Mann erop gewezen was dat zijn houding tot misverstanden zou leiden, wilde hij met dit dubbele bezoek zijn neutrale standpunt in de Koude Oorlog onderstrepen. Inderdaad kwam het in de Bondsrepubliek en de Verenigde Staten tot

protesten. Mann had door zijn bezoek aan Weimar het regime in de Sowjetische Besatzungszone de schijn van legitimiteit gegeven. Hij was een cryptocommunist. In Amerika hielden de beschuldigingen aan. Mann besloot terug to gaan naar Europa. Niet de verdachtmakingen, als wel zijn wens in Duitstalig gebied to wonen, gaven daarbij de doorslag. De aantijgingen vergemakkelijkten zijn besluit slechts. Een terugkeer naar Duitsland was echter uitgesloten. De afkeer van de voormalige emigranten was daar, sinds de oprichting van de Bondsrepubliek alleen maar toegenomen. Thomas en Katia Mann vestigden zich in

Zwitserland. Vanuit Kilchberg bij Zurich nam Mann in 1954 stelling tegen de herbewapening van West-Duitsland. Ook voor hem waren de laatste jaren een periode van eenzaamheid en ontgoocheling. Hij voelde zich niet meer op zijn plaats in de naoorlogse wereld. Men begreep hem niet meer, meende hij. Thomas Mann stierf plotseling, op 12 augustus 1955.

Het zal inmiddels duidelijk zijn, dat de voormalige vluchtelingen in het publieke klimaat van de Bondsrepubliek als bedreigend werden ervaren. Als representanten van het `andere Duitsland' herinnerden zij onvermij-

delijk aan het verkeerde verleden. De ex-emigres ondermijnden de consensus, volgens welke men het verleden beter kon laten rusten. Zij waren het tastbare bewijs voor het feit dat er een alternatief voor het nazisme was geweest, voor het feit dat men Hitler niet had hoeven steu-

80

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

nen. Niet zelden werd de teruggekeerde ballingen landverraad verweten. De links-radicale reputatie van het Exil, een notie uit het anticommunistische Derde Rijk die in de evenzeer anticommunistische Bondsrepubliek onveranderd voortduurde, kwam daarbij uitstekend van pas. Erika Mann, die tussen 1945 en 1950 als verslaggeefster door Europa reisde, uitte in haar reportages haar ongenoegen over het zelfbeklag van haar voormalige landgenoten. Ook het enorme wantrouwen tegenover de bezettingsmachten stuitte haar tegen de borst. Ze was sceptisch over de bereidheid van de Duitse bevolking schuld to bekennen. Ook het feit dat

de emigranten en de Exil-literatuur nauwelijks aandacht kregen, beschouwde zij als een symptoom van de weigering tot zelfonderzoek. Over

de Duitse schuld had zij zich een krachtige opinie gevormd. Daarover ontstond in 1944 een polemiek met de eveneens uitgeweken toneelschrijver Carl Zuckmayer. Zuckmayers verzoenende houding, niet tegenover het nazisme, maar wet jegens al diegenen die tussen de raderen van het regime waren geraakt, ontlokte felle protesten van haar kant. Erika Mann wenste geen verzoening. Het was een compromisloze houding die zij ook volhield tegenover Adenauers Bondsrepubliek - de republiek zonder geheugen. Ook Golo Mann werd met dit in zichzelf gekeerde openbare klimaat in

de Bondsrepubliek geconfronteerd. Hoewel hij zich weinig illusies had gemaakt over de rot die de voormalige emigranten bi j de wederopbouw van Duitsland zouden kunnen hebben, mengde Golo Mann, die op 7 april 1994 overleed, zich als historicus en politiek commentator permanent in het naoorlogse debat over de Duitse schuld. De overtuigingen die ten grondslag lagen aan zijn naoorlogse opinies waren, onvermijdelijk haast, de vrucht van zijn ballingschap. Dat was de periode waarin hij, zoals hij dat uitdrukte, zijn historische Bildung had gekregen. Het is interessant Golo Manns opvattingen to contrasteren met die van Thomas, Heinrich en Klaus. "Zwei unwissenden Magier" noemde Golo Mann Thomas en Heinrich eens, wanneer zij met hun negentiende-eeuwse denkraam de twintigste-eeuwse politiek becommentarieerden. Welbeschouwd was ook Klaus, met zijn ideaal over de Sendung der Kunst, zo'n magier geweest. Hun beschouwingen over actuele kwesties waren nooit veel meer geweest dan zweverige generalisaties, sterk bepaald door romantische en historistische cliches. Van politiek als een botsing van belangen, als een strijd om de macht, of juist als een poging de macht door recht en wet to beteugelen, hadden deze auteurs niet veel begrepen. Een dergelijk realisme verwierf Golo Mann zich wet.

Aanzet/Studium Generale

81

Tijdens zijn ballingschap kreeg Golo Mann ook meer oog voor de morele kanten van het menselijk handelen. Het gevecht van de politiek machteloze Duitse emigranten beschouwde hij als een morele strijd. Dit gevoel voor morele problematiek had Golo Mann van huis uit meegekregen. Het was bovendien versterkt tijdens zijn studiejaren bij de existentie-filosoof Karl Jaspers. Nu, tijdens de ballingschap, kregen Manns opvattingen over ethiek een theoretisch fundament. Dat werd duidelijk in Manns afwijzing van het marxisme en het Duitse historisme. Tegen beide tradities had Mann grote bezwaren. Noch het marxisme, noch het staatsverheerlijkende historisme boden plaats aan een onafhankelijke moraal. In beide tradities werd het geschiedverloop zelf als een moreel geladen proces opgevat. Het marxisme verhief de arbeidersklasse, het historisme de natiestaat boven iedere kritiek. Was het historisch materialisme amoreel, in het historisme vielen macht en moraal samen. Wie of wat succes had, wist het historische recht aan zijn zijde. Tegelijkertijd dreigde het historisme, voorzover het niet de triomfen van de natiestaat vierde, in de valkuil van het ethisch relativisme terecht to komen. Als alle maatschappelijke verschijnselen historisch bepaald waren, dan waren normen en waarden dat ook. Het uitspreken van een bindend oordeel, bijvoorbeeld over actuele politieke ontwikkelingen werd dan onmogelijk. Mann bepleitte een geschiedschrijving waarin "das Wissen um Gut and Schlecht" niet verloren zou gaan. Volgens Mann bestond er een vaste, religieus gefundeerde morele maat-

staf. De mens was vrij. Hij kon kiezen tussen goed en kwaad. Door die keuzevrijheid van de mens had de geschiedenis een volkomen chaotisch verloop. Het verleden vertoonde een Wirrsal van ontwikkelingen waarvan de uitkomst onvoorspelbaar was, maar waarvoor de mens desondanks verantwoordelijk was. Volgens Mann doen zich telkens scherpe cesuren voor en ontstaan er volstrekt nieuwe fenomenen. Hij sprak in dat verband van Spontaneitl ten. Op ieder moment kon alle gebeuren. Men moest overal op voorbereid zijn. Deze tijdens het Exil verworven inzichten hadden zonder meer een actuele betekenis. Een zo'n volstrekt nieuw fenomeen was het nazisme. Dat wortelde niet in het Pruisisch militarisme, en was evenmin de laatste stuiptrekking van het kapitalisme. Golo Mann sloot zich eind jaren dertig aan bij de analyse die Hermann Rauschning van het nazisme maakte: Hitters machtsgreep was een Revolution des Nihilismus, een machtsgreep van een kleine bende. Het nazisme had geen ideologische basis, de Nazi-

82

Intellectuele kringen in de twintigste eeuw

Weltanschauung was een coulisse, waarachter het nihilisme van de leiders schuil ging. Het nazisme was een compleet nieuw verschijnsel. Er lag geen enkele

historische noodzaak aan ten grondslag. En daarom ook, stelde Golo Mann, was de verantwoordelijkheid van die generaties Duitsers die in 1933 de jaren des onderscheids hadden bereikt zo groot. Zij hadden een keuze gemaakt, wellicht niet voor de tirannie en zeker niet voor Auschwitz, maar wel tegen de rechtsstaat en de democratie. Ook toen de moge-

lijkheden daartoe nog aanwezig waren, halverwege de jaren dertig, hadden zij zich niet verzet. Het was een morele verzaking, die hen mede-

plichtig maakte. Ten aanzien van de holocaust redeneerde Mann op identieke wijze. De moord op de Europese joden vloeide niet voort uit het reeds eeuwenlang aanwezige antisemitisme. Juist omdat er geen enkele historische noodzaak was voor deze onvoorstelbare misdaad, was de schuld en de medeplichtigheid van de Duitsers en van talloze andere Europeanen zo groot. Dit normatieve uitgangspunt, zo krachtig geworden tijdens Manns ballingschapsjaren, lag ook ten grondslag aan zijn naoorlogse politiek-jour-

nalistieke interventies. Dikwijls stond het op gespannen voet met zijn eveneens krachtige historische realisme. Mann wist dat mensen en samenlevingen historisch geworteld zijn in tradities en gewoonten en dat er beperkingen bestaan van sociaal-economische aard, voorwaarden kortom,

die de keuzevrijheid beperken. De moralist Mann voelde zich echter verplicht tot een ethisch engagement: links en rechts deelde hij Lob and Tadel uit. Een enkel voorbeeld. Lof had Golo Mann bijvoorbeeld voor Adenauers beslissing uit 1952 om Israel een Wiedergutmachung aan to bieden. Niet dat hij dacht dat er nog iets goed gemaakt kon worden; het verleden liet zich nu eenmaal niet ongedaan maken. Maar toch, bij het geheel uit vrije wil genomen besluit Israel een compensatie aan to bieden voor het aan de Europese joden aangedane leed, had het morele principe gezegenvierd.

Aan zulke besluiten, stelde Mann, diende het ethische gehalte van de Bondsrepubliek in de toekomst to worden afgemeten. Het was de weg waarlangs de Duitse bevolking zich kon rehabiliteren. Uiterst kritisch daarentegen toonde Mann zich over Adenauers starre houding tegenover Oost-Europa. Al vanaf 1954 pleitte Mann voor een erkenning van de Poolse westgrens en de DDR. Net als in West-Europa

was het noodzakelijk om ook daar de morele voorwaarden to creeren waaronder de politiek-staatkundige grenzen hun kwaadaardige betekenis

Aanzet/Studium Generale

83

zouden verliezen. Van aanspraken op nationale zelfbeschikking moest hij weinig hebben. Na het optreden van de nazi's in Oost-Europa kon WestDuitsland zulke aanspraken in ieder geval niet meer maken. Er diende een

Neubeginn gemaakt to worden: de Bondsrepubliek zou een stap terug moeten doen en definitief van haar claims op de voormalige Duitse gebieden in Oost-Europa moeten afzien. Het zou een morele beslissing zijn, een Werben um Versohnung. Begin jaren zestig ontlokte Golo Mann met dit standpunt heftige protesten. Mann zou een verrader van de nationale zaak zijn. Had hij in 1933 niet vrijwillig zijn vaderland verlaten en

had hij tijdens de oorlog niet in Amerikaanse dienst tegen Duitsland gestreden? Golo Mann ontpopte zich als een pleitbezorger van de neue Ostpolitik van Willy Brandt. Hij stelde Brandts plannen op een lijn met Adenauers Wiedergutmachung. Mann werd echter teleurgesteld. Bonn erkende in 1972 de Pools-Duitse grens en de DDR niet onvoorwaardelijk. De DDR werd niet volkenrechtelijk erkend en de erkenning van de Oder-Neisse-grens was vergezeld gegaan van het voorbehoud dat de Bondsrepubliek slechts voor zichzelf kon beslissen. Een toekomstig Gesamtdeutschland zou de

verdragen kunnen herzien. Het was volgens Golo Mann een morele beoordelingsfout. Zijn gelijk bleek na 1989: het was een beschamende vertoning dat de Duitse regering pas na internationale druk instemde met de na 1945 vastgestelde, door West-Duitsland in 1972 erkende PoolsDuitse grens. Met deze voorbeelden, slechts enkele uit de talrijke journalistieke interventies die Golo Mann na de oorlog pleegde, wil ik dit verhaal over de familie Mann besluiten. Een `intellectuele kring' heb ik er niet van kunnen maken, maar op die teleurstelling had ik U aan het begin van mijn verhaal al voorbereid. Wat aandacht verdient, is het wonderlijke palet aan engagement dat de familie Mann laat zien. Heinrich Mann, de unpolitische satiricus van het Wilhelminische keizerrijk en Duits-idealistische, romantische communist van het interbellum; Thomas Mann, nog meer dan zijn broer Heinrich de unpolitische kunstenaar en evenals zijn tegelijk hedonistische en geengageerde zoon Klaus overtuigd van de maatschappelijke en morele waarde van de literatuur; Erika, een angry woman, critica van het naoorlogse West-Duitsland; en tenslotte Golo Mann, de melancho-

lische en soms angstige commentator van zijn tijd, een conservatieve denker, die uiteindelijk wellicht meer een moralist dan een historicus was.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.