Een familie ontsloten


1 Een familie ontsloten Genealogie en geografie van de familie de Gier Alfred de Gier Haaksbergen, november 20052 3 EEN FAMILIE ONTSLOTEN - GENEALOGIE...
Author:  Erika Koster

1 downloads 19 Views 465KB Size

Recommend Documents


No documents


Een familie ontsloten Genealogie en geografie van de familie de Gier

Alfred de Gier Haaksbergen, november 2005

EEN FAMILIE ONTSLOTEN - GENEALOGIE EN GEOGRAFIE VAN DE FAMILIE DE GIER -

Alfred de Gier

Eigen uitgave. Haaksbergen, november 2005

Hoofdstuk 1 Inleiding

3

Het is verbazingwekkend te ontdekken dat je familiegeschiedenis teruggaat tot 1350, dat er een authentiek familiewapen is, dat er tenminste tot in de 19e eeuw een slot is geweest, en dat er aanwijzingen van riddermatigheid zijn. Dit boekje is een weergave van vele dingen die ik in de afgelopen 12 maanden te weten ben gekomen. De aanleiding tot dit boekwerkje was een toevallige ontdekking op internet, in september 2004, dat ik een aantal Nederlandse collega’s had met dezelfde familienaam. Personen die ik overigens niet persoonlijk kende. Maar hierdoor kwam natuurlijk het idee op dat er wellicht verwantschappen waren. Via ‘de Gier’ en ‘genealogie’ kwam ik al heel snel op de site van Chris Wessels waar ik een stuk aantrof getiteld “De Gier in vogelvlucht”. Dit gaf mij onvermoede inzichten in het lange verleden van de familie ‘de Gier’, ondanks dat ik er vooralsnog alleen in naam een relatie mee had. Het onvolprezen stuk van Maris van Sandelingenambacht ‘Het geslacht de Gier in den Bommelerwaard’ verschenen in De Nederlandsche Leeuw van 1943 was het volgende stuk dat ik las. Een geslacht dat aantoonbaar teruggaat tot ongeveer 1350. Met een rijke juridische historie. Vooralsnog aanwijzingen over een mogelijk adellijke oorsprong, een familiewapen, een slot, en een naam waarvan verschillende historische schrijfwijzen voorkomen, zoals ‘de Ghyer’, ‘de Ghier’ en ‘de Gier’, alsmede ‘de Ghyr’ en ‘de Ghiir’. Met zulke interessante gegevens was echter wel mijn interesse gewekt en ben ik verder gaan zoeken. Een bezoek aan de St. Maartenskerk in Zaltbommel volgde, in het bijzonder om de grote grafsteen te zien met daarop de namen gebeiteld van zes generaties mogelijke voorouders die vanaf 1505 in de kerk begraven waren. Omdat ik nog weinig tijd had persoonlijk archiefonderzoek te doen naar mijn voorouders, heb ik zoveel mogelijk informatie uit internet gehaald. Dat was aanzienlijk. In het bijzonder vermeld ik hier de sites van het Streekarchief Bommelerwaard (http://www.streekarchiefbommelerwaard.nl) en het Centraal Bureau van Genealogie (http://www.cbg.nl). Via het Streekarchief kwam ik op http://www.dewoonomgeving.nl, waar uitstekende oude kadasterkaarten te vinden zijn. Op een van deze kaarten vond ik de aanwijzing voor de juiste locatie van “Het Slot”, dat genoemd werd in Maris van Sandelingenambacht’s publicatie. Een bezoek aan Kerkdriel en Hoenzadriel volgde om te zien of er nog wat te vinden was van de door hem genoemde ‘grote boerenwoning’, die de vroegere plaats van dit Slot moest aangeven. Van deze boerenwoning was echter niets meer over; het was vervangen door een nieuwer huis op die plaats, dat evenwel de toepasselijke naam “Het Slot” draagt! Een andere, minstens even interessante lijn vormde de historie van het familiewapen. Het staat buitengewoon groot afgebeeld op de grote zerk in de St. Maartenskerk in Zaltbommel. Verder komt het wapen ook voor op enkele andere zerken in deze kerk. In het bijzonder het helmteken was zeer groot. Daarbij viel me op dat (a) het helmteken niet de kop van een gier(vogel) voorstelde zoals velen aannamen, en (b) dat het helemaal geen kop van een vogel was, maar van een griffioen, een fabeldier met de kop van een adelaar maar met leeuwenoren. De oren zijn duidelijk zichtbaar op de zerk, en zijn door vele historische beschrijvers niet opgemerkt of niet relevant gevonden. Vervolgens bleek bij het CBG recent een wapen van de familie geregistreerd te zijn. Dit wapen was duidelijk een variatie op het wapen zoals we dat vinden op de zerk in Zaltbommel, maar was in stijl en in kleur conform de aantekeningen van Muschart. In het CBG register werd het helmteken eveneens griffioen genoemd. Verder bleek ook het Streekarchief Bommelerwaard op haar website een groot aantal afbeeldingen van zegels (alle met wapen) van ‘de Gier’ te tonen, die een periode van zo’n twee eeuwen beslaan. Zeer interessant om de ontwikkeling en de stijlveranderingen te zien. De oorspronkelijke zegels zijn bevestigd aan vele akten uit de rijke schepenhistorie van vele ‘de Gier’en in de Bommelerwaard, met name Zaltbommel. Bij een bezoek aan het Streekarchief kon ik deze zegels voor het eerst zelf zien. Dan valt je op hoe klein ze eigenlijk zijn. Inmiddels was ik begonnen datgene wat ik intussen aan namen en relaties te weten was gekomen, bijeen te brengen. Hiervoor gebruikte ik het computerprogramma Aldfaer (http://www.aldfaer.nl). Gratis en heel snel te gebruiken. Daarmee werd de behoefte verder onderzoek te doen groter. Met een bezoek aan het Stadsarchief van Gorinchem schoot ik behoorlijk op. Maar hier bleek ook, dat ik vervolgens verder moest in Dalem, destijds vallende onder de gemeente Vuren. Intussen had ik toch

4

geluk: het doopboek en het trouwboek van Dalem (figuren 1 en 2) lagen in Gorinchem. Dankzij de hulp van familie en Genlias (http://www.genlias.nl) kon ik eigenlijk dezelfde avond al de verbinding leggen met Gijsbert de Gier Hendriks die nog net voorkomt in het artikel van Maris van Sandelingenambacht. Deze Gijsbert de Gier Hendriks vertrok naar Dalem en trouwde daar met Emmeke Willems van Wingaerde. Aardig was te ontdekken dat de grootvader van deze Gijsbert te weten Jan de Gier Peters, een gemeenschappelijke voorouder vormde van mijzelf en Chris Wessels, die enkele maanden eerder mijn interesse in genealogie had gewekt.

Figuur 2 Contra Trouwboek Dalem

Figuur 1 Doopboek Dalem

Verder onderzoek volgde in het Gelders Archief in Arnhem, teneinde de relevante akten zelf te zien. Door zoeken op internet kwam ik aan veel aanvullende informatie over familieleden vanuit andere genealogieën, dan wel takken die anderen hadden uitgezocht. Dergelijke vondsten gingen vaak gepaard met iets andere schrijfwijzen van de namen, en soms met iets afwijkende geboorte- of doopdata. Alles wat ik vond en een plaats kon geven is verwerkt, soms met een noot, in het Parenteel van Peter de Gier, de stamvader uit 1350. Intussen was ik me ook in de geografische kant gaan verdiepen, met als vraag “waar lagen de goederen die de familie de Gier in leen of bezit heet gehad?”. Het werk van Maris van Sandelingenambacht (1943) was hierbij de grote stimulans. Via dit werk stuitte ik op het Register op de Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen (Sloet et al., 1924). Zoals te lezen valt in het voorwoord van dit Register, heeft het: “Everhardt van Reidt, die van 1578 tot 1595 leengriffier was, doen besluiten tot het vervaardigen van een naar geografische orde ingerichten index, waarin aan ieder leen een hoofd gegeven werd, ten einde met een oogopslag te kunnen zien, hoe het er mede gesteld was. Hij las daartoe de aktenboeken door en tekende voor ieder leen op een afzonderlijk blad den korten inhoud op van de akten die hij aantrof, met een verwijzing naar de vindplaats. Zijn zoon Joost, van 1595 tot 1626 leengriffier, schreef deze aantekeningen af in vijf delen, bevattende de leenen in de vier Geldersche kwartieren en die buiten het toenmalige gewest Gelderland. [......] De latere leengriffiers hebben zich beijverd om dezen index, waarvan zij in de praktijk veel nut trokken, geregeld bij te houden. Veelal schijnt de inschrijving daarin vóór die in het protocol zelf te hebben plaats gehad. Dit is af te leiden uit de omstandigheid, dat somtijds eene akte in het protokol ontbreekt. De index is bijgehouden tot 25 Februari 1811, toen de laatste akte ter leenkamer is opgemaakt. De leenkamer is namelijk wel in 1795 afgeschaft, doch provisioneel in stand gehouden tot 1811 vanwege de grote belangen die er mede gemoeid waren.”. Dankzij deze Everhardt is veel bewaard gebleven. In hoofdzaak ging het mij om twee gebieden die uitgebreid genoemd worden in het Register op de Leenakten: onder no. 308, de Corenweertsche Rijsweert, en onder no. 310 de Kivitsham. Maar met name de eerste leverde veel problemen op, zoals later beschreven. Gaande door het gehele parenteel

5

kwamen er nog veel meer locaties naar voren die deels als naam ook nu nog bestaan, of die ik op de oude kaarten, en dan in het bijzonder de kadasterkaarten uit 1823, heb kunnen terugvinden. Het verhaal ging dat ‘Het Slot’ in de Kivitsham in de tweede wereldoorlog kapot geschoten was. Na enig speurwerk kon ik Engelse luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog in Wageningen lokaliseren. Die foto’s waren gemaakt om de Duitse posities te verkennen, en de Engelse aanval vanaf de zuidzijde van de Maas voor te bereiden. Op de foto’s van december 1944 was de boerderij nog geheel intact; op die van april 1945 was hij echter helemaal vernield. Alleen het fundament kwam nog boven de grond uit. Wat een tragisch einde van een huis waar tot 1931 nog een de Gier, Hendricus Richardus (XIV-i-10), heeft gewoond. Het leek me goed de vele dingen die ik te weten gekomen was, en mijn eigen inzichten, vast te leggen. Al met al is het resultaat in volume meer geworden dan mij voor ogen stond. Veel was natuurlijk al bekend, en komt uit verschillende bronnen die ik zoveel mogelijk heb aangegeven. Alleen hierom is het geheel al interessant, omdat een dergelijk overzicht bij mijn weten nog niet eerder is geproduceerd. Ongetwijfeld is er meer materiaal voorhanden, en ik houd mij aanbevolen dat toe te voegen. Andere zaken zijn eigen werk, in het bijzonder de geografische aspecten. Maar ook hier blijkt: hoe meer je te weten komt, hoe meer je nog wilt weten. En misschien is dat ook wel een naamgebonden familietrek: nieuws-gierig zijn. Na deze Inleiding volgt het parenteel van Peter de Gier, de oerstamvader. Maris van Sandelingenambacht geeft nogal wat begeleidende informatie zijn eerder genoemde artikel, informatie die veelal klein gedrukt staat en op de Cd-rom’s van De Nederlandsche Leeuw slechts gedeeltelijk leesbaar is. Deze informatie is echter een rijke bron voor verder onderzoek. Daarom heb ik het grootste deel hiervan als notities toegevoegd aan het parenteel. Nieuwe informatie kan later eenvoudig worden toegevoegd. Na het parenteel volgen de overige delen, waarbij allereerst geput wordt uit bestaande informatie, waaraan ik vervolgens mijn eigen inzichten toevoeg. Deze inzichten zijn veelal hypothesen: in mijn ogen plausibele verklaringen, maar waarvan nog moet worden vastgesteld of ze waar of onwaar zijn. Maar juist hier is de hulp van anderen nodig, en ik hoop dat die zal komen. Om een eerste indruk te geven van de rijke inhoud van de ‘kleine lettertjes’ in het stuk van Maris van Sandelingenambacht, heb ik gekeken naar het voor komen van de verschillende schrijfwijzen van de familienaam. Maris van Sandelingenambacht is zeer nauwgezet te werk gegaan in zijn citaties van de oude akten, inclusief de daarin gebezigde schrijfwijzen. Uit een analyse van die bronnen kon ik afleiden dat de schrijfwijzen ‘de Ghyr’ daarin slechts tweemaal voor komt, en wel in 1550 (VIII-a Hillebrant) en 1604 (VII-d) Hillebrant. De spelling ‘de Ghiir’ komt maar eenmaal voor, en wel in 1550 bij dezelfde VIII-a Hillebrant. Voor wat betreft het voorkomen van de drie overige schrijfwijzen kon ik de volgende grafiek afleiden uit de geciteerde bronnen, met dien verstande dat ik mij beperk tot de periode tot 1800. Daarna wordt slechts de huidige schrijfwijze ‘de Gier’ gebruikt.

6

70 60 50 40

Aantal 30 20

de Gier de Ghier

10

de Ghyer

0

1350-1400

1401-1450

1451-1500

1501-1550

1551-1600

1601-1650

1651-1700

1701-1750

1751-1800

50-jaar klassen

Figuur 3 Verdeling in de tijd van het voorkomen van de schrijfwijzen 'de Ghyer' (of ‘die Ghyer’), 'de Ghier' en 'de Gier'

In figuur 3 zien we dat de drie schrijfwijzen al vanaf de eerste akten voorkwamen. In de allereerste periode werd de naam ‘de Ghyer’, die in totaal 28 keer voorkomt, het meest gebruikt. In absolute zin kwam hij echter het meest voor in de periode 1550-1650, maar daarna was het volledig gedaan met deze schrijfwijze. Het hoogtepunt van de vorm ‘de Ghier’ (in totaal 60 keer) viel eveneens in de periode 1550-1650, en vanaf het begin van 15e eeuw kwam hij al frequenter voor dan ‘de Ghyer’. Na 1700 treffen we ook deze wijze van schrijven niet meer aan. De schrijfwijze ‘de Gier’ (173 keer tot 1800) overvleugelde ‘de Ghier’ al in de periode 1600-1650, en bereikte een relatief hoogtepunt in de periode 1650-1700. Na 1700 werd het de enige wijze van schrijven. Hoofdstuk 3 beschrijft het familiewapen. Het blijkt dat er recent nogal wat fantasie is gebruikt, terwijl voraanstaande genealogen sommige belangrijke details in de afbeelding op de grafsteen in de St. Maartenskerk in Zaltbommel over het hoofd hebben gezien. Hoofdstuk 4 gaat in op een aantal termen en achtergronden uit het middeleeuwse leenstelsel. Dit tot beter begrip van deze termen in het parenteel. Hoofdstuk 5 beschrijft de vermoedelijke ligging van de Corenweertse rijsweert, zoals die uit de leenaktenboeken kan worden afgeleid. In Hoofdstuk 6 komt de Kivitsham aan bod, van groot belang voor de familie omdat daarin ‘Het Slot’ was gelegen. In Hoofdstuk 7 komt het overig land- en onroerend goedbezit aan de orde. Hoofdstuk 8 besluit met enkele opmerkingen over riddermatigheid. Haaksbergen, november 2005 prof.dr.ir. Alfred de Gier

7

8

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.