GEZOND [22] Ben Groenewegen Purple Pride is nog lang niet klaar. Maart


1 Maart GEZOND [22] Ben Groenewegen Purple Pride is nog lang niet klaar [ 10 ] [ 14 ] [ 28 ] [ 46 ] [ 42 ] Komkommertelers slaan de handen ineen Witte...
Author:  Clara de Boer

1 downloads 3 Views 9MB Size

Recommend Documents


Toverland is 15 na jaar nog lang niet klaar
1 14 gemeentenieuws pagina betaalbaar maatwerk 6 Stayerhofweg 2b Wanssum Verhalen van de straat 2 - Gebroeders van Doornelaan Toverland nog lang niet ...

Klaar met tutorlezen? Nog lang niet!
1 Klaar met tutorlezen? Nog lang niet! In 7 stappen! Vandaag plannen! Morgen beginnen! Terry van de Beek2 Klaar met tutorlezen? Nog lang niet! In 7 st...

Voorwoord. Gelukkig ben ik nog niet klaar
1 2 Inhoud: Voorwoord 1. Inleiding Het digitale domein Vijf principes van Manovich Ontwikkeling van games Geschiedenis van het internet Games Wat is e...

Juffrouw, ik ben (nog niet) klaar!
1 Doorkleuteren of overgaan? (foto: Istiaque Emon) Juffrouw, ik ben (nog niet) klaar! Over het advies na de derde kleuterklas Machteld Vandecandelaere...

Het karwei is nog lang niet af
1 Januari 2001 nr. 10 EVALUATIE MEDEBESLISSEND VOOR VOORTBESTAAN OPTA 4 OPTA GAAT AKKOORD MET TOE- REKENINGSSYSTEEM POST 6 ONDERZOEK NAAR ONGEVRAAGD V...

Nog lang niet afgeschreven
1 Nog lang niet afgeschreven (het eerste ongezouten Theo Bennes-interview) T egenover me zit een man die op geen enkele wijze oogt als de zeventiger d...

Ik ben nog niet klaar... Preek voor 4 e advent
1 Ik ben nog niet klaar... Preek voor 4 e advent Matteüs 1:18-21; Matteüs 24:26, 42-44; Lucas 2:1-6; 1 Tessalonicenzen 5:1-9 Het is bijna ke...

RETAILCRISIS NOG LANG NIET VOORBIJ
1 BOL.COM AL 3 JAAR STERKSTE RETAILMERK; COOLBLUE BLIJFT STERKSTE STIJGER RETAILCRISIS NOG LANG NIET VOORBIJ Ondanks een ongekende omzetstijging en im...

Klaar maar nog niet helemaal!
1 NIEUWS Landschap Overijssel wil goede noaber zijn Alsof ze er altijd al hebben gestaan Een pluim voor u, lezer! JAARGANG 14 NUMMER 2 DECEMBER 2016 O...

OVER MORGEN augustus. Ik heb het gevoel dat ik nog lang niet klaar ben bij KPN. Esmeralda de Camps
1 OVER MORGEN augustus 2017 Het pensioenmagazine over uw inkomen voor vandaag, morgen of later Wilt u een stabiel of variabel pensioen? Vier hardnekki...


Maart 2016

GEZOND

[22]

Ben Groenewegen

‘Purple Pride is nog lang niet klaar’

[ 10 ]

Komkommertelers slaan de handen ineen

[ 14 ]

Wittevlieg groeiend probleem glastuinbouw

[ 28 ]

Wie verzint een nieuwe naam voor de chrysant?

[ 46 ]

Nederland loopt warm voor vertical farming

[ 42 ]

Handel in plantenstoffen blijkt gat in de markt

2

Bespaar tot € 550 per ha Q3 WHITE • Vertrouwde kwaliteit, scherpste prijs • Weerbestendig • Scherming voor bepaalde tijd

Q4 WHITE • Superieure kwaliteit • Maximaal weerbestendig • Perfecte scherming voor een heel seizoen

Q-agents Aniek de Wit en Vanity White, bel voor vrijblijvende info of een afspraak naar 06-15142752 of mail naar [email protected]

www.shadingagents.com

Ja, ik wil! Ik heb altijd grote bewondering voor bedrijven die met slimme marketing volop in de belangstelling weten te komen. Laatst nog wist Zeeman de aan­ dacht op zich te vestigen door een bruidsjurk op de markt te brengen voor slechts € 29,95. Wie wil er nu een bruidsjurk van een goedkope textielketen, zou je denken. Binnen een uur was de volledige voorraad van 1.500 exemplaren uitverkocht.

Jacco Strating Hoofdredacteur KAS TuinbouwCommunicatie [email protected]

Was die jurk nu echt zo mooi? Had Zeeman een gat in de markt gevonden? Had trouwlustig Nederland al die jaren op een dergelijke buitenkans gewacht? Nee, natuurlijk niet. Maar slim was het wel. Want een trouwjurk bij een 'textielboer' is geheid voor­ pagina­materiaal voor menig landelijke dagblad. Dat weet elke slimme marketeer. Tegen dergelijke exposure kan geen duurbetaalde advertentie op. De bruidsjurk was voor Zeeman een eenmalige ding. Maar ondertussen werd de jurk al voor honderden euro's aangeboden op Marktplaats en heel Nederland sprak over de kledingwinkel. Het is een truc die nog te weinig wordt toegepast in de tuinbouw. Toch, onlangs zette Greenco een pers­conferentie in scène, waarin de 'technisch directeur' en 'hoofdcoach' van 'Team Tommies' hun 'nieuwe ster­spelers' presenteerden. Het haalde de landelijke televisie niet, maar ik vond het een dappere poging om ook binnen de tuinbouw eens op een andere manier naar marketing te kijken. Precies zoals Zeeman deed met de trouwjurken. En waarom ook niet? Dus, als je mij vraagt of ik graag meer van dit soort 'out of the box' acties binnen de tuinbouw tegemoet zie, dan zeg ik volmondig: Ja, ik wil!

Columns

Rubrieken

3 Jacco Strating Ja, ik wil!

6 Van de redactie... KAS maakt officiële catalogus GreenTech

17 René Hendriks De blauwe zee

8 Waar ben jij trots op? Groene plantenteler Thomas Bunnik

35 Sjaak Bakker Gezond verstand 27 NIEUW: Marcel Schulte Geen polonaise na winnen tos

14 De toekomst van... Wittevliegbestrijding

6]

36 GreenTech 2016 Inschrijving Innovation Award gestart 38 Tuinen bij Wageningen UR Glastuinbouw Zuiveringsinstallaties laten toetsen 44 Highlights van KAStv De beste filmpjes op een rij 57 In foto’s… Tomato Inspiration Event 58 In foto's... Ervaar het sterrenleven

Colofon

Adres redactie Middel Broekweg 3, 2671 ME Naaldwijk [email protected] www.kasmagazine.nl

Aan dit nummer werkten mee: Sjaak Bakker, René Hendriks, Gerben Messelink, Erik Persoon, Gerrit Polder, Marcel Schulte, Danijela Vukadinovic en TuinbouwTeksten.

Hoofdredacteur: Jacco Strating

Fotografie: Benefits of Nature, Cok van den Berg/ Speax, Dekker Chrysanten, Fruit Logistica/Messe Berlin, The Greenery, Horti-Images, Koppert Biological Systems, Glenn Mostert, Purple Pride, Urban Farmers, Gerard-Jan Vlekke, Wageningen UR Glastuinbouw en KAS TuinbouwCommunicatie.

Redactie: Ellis Langen en Jacco Strating

Ontwerp/vormgeving: Glenn Mostert

Artikelen 10 Gewascoöperatie Komkommer Onderzoek naar plantgezondheid 18 Gezondheid op de werkvloer Langdurige klachten op de loer 26 Kennismaking met Enjoya Tweekleurige exclusieve paprika

22 Cover interview Aubergineteler Ben Groenewegen

[7 28 Tripsschade meten met computer Nieuwe visiontechniek Wageningen UR 42 Biologische strijd tegen wittevlieg Telers vertrouwen op PreFeRal 46 Vertical Farming in opkomst Voedselvoorziening vanuit de stad 50 Ondernemersplatform Plantstoffen Opmaat voor compleet nieuwe keten?

Druk: BDUprint Uitgever: Hans van Renssen Sales: Hans van Renssen, [email protected], tel. 06 81 02 76 88 Mail voor een jaarabonnement van € 39,50 naar: [email protected]

28 Chrysant vecht tegen imago Wie verzint een nieuwe sexy naam?

KAS TuinbouwCommunicatie biedt een breed multimediaal pakket aan vakinformatie voor ondernemers in de glastuinbouw. In print zijn dat KAS en HortiBiz, online worden de websites GroenteNet.nl, SierteeltNet.nl, KAStv.nl, HortiBiz.com en de (dagelijkse) digitale nieuwsbrieven vanuit de websites aangeboden. Samenwerken met KAS TuinbouwCommunicatie? Neem contact op met [email protected]

Disclaimer/copyright: De inhoud van KAS is zorgvuldig samengesteld. De uitgever, redactie en auteurs zijn niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van beslissingen die worden genomen op basis van redactie, vormgeving en advertenties in KAS Magazine. Niets in deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar worden gemaakt zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de uitgever en auteur.

. . . e i t c a d e r e d n Va KAS maakt officiële beurscatalogus voor GreenTech 2016: boek nu! Als officiële mediapartner van GreenTech 2016 maakt KAS TuinbouwCommunicatie in samenwerking met RAI Amsterdam de enige officiële (Engelstalige) beurs­ catalogus, inclusief plattegronden. Een ideale kans om uw bedrijf of organisatie internationaal te profileren.

8]

KAS TuinbouwCommunicatie is met KAS en HortiBiz net als in 2014 de officiële mediapartner van GreenTech. Speciaal voor dit internationale tuinbouwevenement in juni wordt een officiële beurscatalogus gemaakt, compleet met informatie over de beurs, plattegronden en een overzicht van exposanten. Daarnaast zullen de thema’s van GreenTech worden belicht in woord en beeld. De speciale uitgave zal Engelstalig worden en krijgt een totale oplage in print

van 14.000. Deze worden per post en op de beursvloer zelf verspreid. Daarnaast wordt de beursuitgave digitaal verzonden naar 30.500 adressen. Bedrijven en organisaties die willen adverteren in de officiële beurscatalogus hebben enkele opties. Een 1/1 pagina kost slechts € 2.500 en een halve € 1.450. Daarnaast is een beperkt aantal blokken beschikbaar op de separaat gedrukte en te verspreiden beursplattegrond (7.500 oplage). Een blok van 80x85mm kost € 400, een blok van 180x85 kost € 600. Neem voor meer informatie of direct reserveren contact op met Hans van Renssen, telefoon 0681027688 of e-mail [email protected] tuinbouwcommunicatie.nl.

KAS Potplanten en KAS 'Veilig' Op 14 april a.s. verschijnt KAS Potplanten, een speciale uitgave voor pot- en perkplantentelers. De volgende reguliere KAS verschijnt 16 juni en heeft als thema 'Veilig'. Hoe bescherm je bedrijfsvoering, teler, proces, plant en eindproduct tegen invloeden van buitenaf? Heeft u suggesties voor de redactie met betrekking tot een van beide uitgaven? Heeft u bijvoorbeeld een idee voor een artikel of reportage? Zou u zelf graag uw verhaal vertellen? Of mag uw initiatief, project of product niet in deze edities ontbreken? Neemt u dan contact op met hoofdredacteur

Jacco Strating via telefoon 06-53678359 of per e-mail via [email protected] Adverteren Heeft u interesse om te adverteren in KAS Potplanten en/ of KAS 'Veilig' of wilt u de mogelijkheden bespreken om uw bedrijf op een andere manier onder de aandacht te brengen in een van beide uitgaven? Zoekt u dan contact met Hans van Renssen, telefoon 06-81027688 of e-mail [email protected] tuinbouwcommunicatie.nl.

Ranking the Grower 2016 zoekt samenwerkende telers Ben je teler en werk je op een succesvolle, unieke of noemenswaardige wijze samen met een collega, veredelaar, toeleverancier, handelsbedrijf, transporteur, overheid, maatschappelijke organisatie of een andere niet genoemde partij? Dan zijn wij voor Ranking the Grower 2016 op zoek naar jou! Samenwerking Dit jaar gaat de redactie van KAS, GroenteNet en SierteeltNet in het kader van de verkiezing Ranking the Grower op zoek naar 'de meest coöperatieve teler van Nederland'. Maar wat verstaan we eigenlijk onder coöperatief? Feitelijk is het thema van Ranking the Grower dit jaar 'samenwerking'. We zijn op zoek naar opvallende, succesvolle of unieke vormen van samenwerking tussen een teler en een andere partij of partijen. Dat kan gaan om een telersvereniging of afzetcoöperatie, maar ook om een cluster van bedrijven dat bijvoorbeeld gezamenlijk aardwarmte afneemt of op andere wijze samenwerkt op gebied van energie. Maar denk bijvoorbeeld ook aan telers die samen met veredelaar en afzetpartij een marketingconcept hebben opgezet of gezamenlijk de markt betreden met een exclusief product. Of een teler die een duurzaam project is gestart met andere partijen. Nog een ander voorbeeld kan zijn een samenwerking tussen een teler en de lokale overheid voor bijvoorbeeld gezonde promotie op scholen in de omgeving. Of een teler die nauw samenwerkt met een goed doel. Elke vorm van samenwerking kan worden aangemeld voor Ranking the Grower 2016, hoe groot of klein die ook

is. En hoe langdurig of pril die is. Schroom vooral niet en laat ons weten hoe u als teler samenwerkt. Op basis van de inzendingen zal de redactie van KAS vervolgens enkele categorieën samenstellen. In elke categorie zal dan uiteindelijk door een vakjury een 'ranking' worden bepaald, die tijdens het Ranking the Grower Event komende zomer wordt gepresenteerd. Alleen de kans om van de partij te zijn tijdens dit jaarlijkse telersfeest op het strand van Monster, moet al motiverend genoeg zijn om deel te nemen! Nomineren Wilt u uzelf of een collega nomineren als 'meest coöperatieve teler van Nederland'? Stuur dan voor 25 maart a.s. een mail naar [email protected] o.v.v. RTG 2016 met uw naam, contactgegevens en een korte beschrijving van de betreffende samenwerking.

Neder lands vakmanschap v oor

iedere kas

SPUITTECHNIEK

+31(0)318 525 888 | www.empas.nl | [email protected]

Maak kennis met ons!

[9

Waar benjij

trots op? Thomas Bunnik, 30 jaar – getrouwd met Kellie – vader van Oxo (5), Zia (3) en Amé (2) – teelt veelal groene kamerplanten in Bleiswijk – 25 hectare glas

10]

Waar ben jij trots op? “De potentie die we los weten te krijgen bij medewerkers. Vorig jaar ging het roer om. We hebben ons familiebedrijf, waarin de organisatie vrij hiërarchisch en traditioneel was en de cultuur ‘doorsnee’, anders georganiseerd. We gaan naar een zelfsturende organisatie. Mensen op de werkvloer beslissen en krijgen daarin het volste vertrouwen. Er is nog wel een management, maar dat adviseert alleen. Het personeel koos zeven kernwaarden, daarop sturen we alles.” Wat is er zoal veranderd voor het personeel? “Veranderingen en suggesties voor investeringen zijn welkom, maar die persoon wordt daar wel ‘eigenaar’ van. Hij moet zelf onderzoeken wat betrokkenen ervan vinden en is verplicht advies in te winnen bij een expert. Daarnaast moet het binnen twee jaar kunnen worden terugverdiend. Zo koos iemand zijn eigen bureaustoel, koos de schoonmaker voor een robotstofzuiger, kocht iemand die het kasdek

Tekst Ellis Langen

schoonmaakt, een wetsuit in plaats van een regenpak. Niemand heeft meer een eigen kamer; geen directeuren achter grote bureaus. Iedereen heeft dezelfde privileges; zo heeft iedereen het recht voor de deur te parkeren. Gemaakte kosten zijn voor iedereen inzichtelijk. Vier keer per jaar geven we volledig openheid van zaken. Het personeel deelt voor een kwart mee in de winst.” Wat heeft dit alles tot nu toe opgeleverd? “We zien de tevredenheid onder medewerkers in korte tijd stijgen. We denken dat mensen door korte lijnen en doordat ze zelf meewerken aan oplossingen, minder fouten maken. Een zelfsturende organisatie levert meer betrokkenheid, bezieling en berusting van medewerkers op. Het voelt als hun bedrijf. We willen dat mensen elkaar beoordelen op gedrag en niet op prestatie. Daarom beoordelen directe collega’s elkaar. De beste jury van iemands gedrag komt immers van collega’s.”

‘Iedereen heeft evenveel recht om voor de deur te parkeren’ [11

12]

Spint op agenda gewascoöperatie komkommer In januari zag de gewascoöperatie komkommer het licht. Deze vertegenwoordigt maar liefst 274 hectare komkommers in Nederland. Na eerdere samenwerking in andere gewassengroepen slaat daarmee nu ook een groot deel van de komkommertelers de handen ineen. KAS sprak met bestuurslid Albert Kosdi over de doelen van de kersverse gewascoöperatie, onder meer op gebied van plantgezondheid. De gewascoöperatie komkommer wachtte het goede moment af om naar buiten te treden. Medio januari 2016 was het zover. De komkommersector kwam na twee pittige jaren in herstel. De oprichters, het bestuur van de gewas­commissie komkommer, voelde dat er weer ruimte was en haalde het plan

Knelpunten Het bestuur van de landelijke commissie kom­kommer van LTO Glaskracht is ook het bestuur van de gewas­coöperatie. De oprichtings­­akte op 16 januari is tot nu toe de enige activiteit. Het volgende agenda­punt is een inventarisatie onder de leden over onderzoeks­­onderwerpen. De functie van de gewas­­commissie, het signaleren van problemen bij de achter­ ban en de vertaling naar onderzoeks­ vragen, blijft ongewijzigd. Als vertegen­ woordiging van de Nederlandse

komkommer­telers houdt de commissie in de gaten waar de knel­punten liggen en wat de prioriteiten zijn. Voor wat betreft gezondheid noemt Kosdi de regelgeving voor lozen van afval­water, het weg­vallen van bestrijdings­middelen,

‘Hoogwaardig kennisniveau in Nederland in de benen houden’ klimaat­onderzoek en de aanpassing van de etikettering van gewas­beschermings­ middelen. Problematieken die gewas­ overschrijdend zijn, worden opgepakt met andere gewascoöperaties. Kosdi noemt crazy roots, de over­matige wortel­groei als gevolg van de bacterie Agro­bacterium rhizogenes waar­mee de komkommer­teelt kampt, en die ook in tomaten en aubergines huis­houdt. In het

voorzitters­overleg van de vier gewas­ commissies tomaat, paprika, aubergine en komkommer worden dit soort onder­ werpen besproken. Die wortel­groei is voor de komkommer­teelt overigens niet het grootste knel­punt, aldus Kosdi. Net zo min als Mycospharella of witte vlieg. De sector heeft veel meer moeite om spint onder de duim te houden, omdat de bio­logische bestrijding moei­zaam gaat. Als het aan hem ligt, komt het spintvraagstuk op de eerste plaats op de onderzoeks­agenda. Hoe belangrijk onderzoek is voor de komkommer­teelt weet Kosdi uit een halve eeuw lange praktijk­ervaring.

“Niet alleen vanwege het op­duiken van aantastingen of ziektes als gevolg van virussen, spint, trips of wortel­schimmels, ook voor inno­vaties is onderzoek van belang”, zegt hij stellig. “Wij hebben onze voor­sprong te danken aan jaren­lang stelsel­matig en goed georganiseerd teeltonderzoek. Dankzij het onder­zoek hebben we oplossingen voor het wegvallen van bestrijdings­ middelen, is de inzet van biologische gewas­bescherming gemeen­goed, weten we efficiënt gebruik te maken van water en mest­stoffen en hebben we verbeteringen in de teelt­techniek kunnen door­voeren.” Wij hebben een enorm mooi onderzoeks­apparaat staan in Nederland, met een hoog­waardig kennis­niveau. Dat willen we graag in de benen houden.” Voor iedereen Alle komkommer­telers kunnen meedenken over, voor­stellen doen voor en profiteren van de resultaten van de onderzoeks­opdrachten. De enige voor­waarde is lid­maatschap van de coöperatie. De fee bedraagt 25 euro per hectare per jaar voor leden van LTO Glaskracht. Niet leden betalen een extra bijdrage. De kosten kunnen niet de reden zijn om lidmaatschap te weigeren. “Door die 25 euro is het heel laag­drempelig geworden”, meent Kosdi. “Het is tien­ tallen malen minder dan wat het PT inde. Bovendien hebben we nu zelf zeggen­schap over het budget. Binnen­ kort houden we een enquête onder de leden waaruit moet blijken waar onderzoek naar gedaan moet worden. Voor de financiering zoeken we contact met het ministerie van EZ en toe­ leveranciers.” De afgelopen weken hebben de bestuurs­leden eigen­handig zoveel mogelijk telers gebeld om hen op het

GEZOND

dat al in 2014 op papier klaar was, uit de la. De helft van de komkommer­telers sloot zich direct aan bij de gewas­ coöperatie die daarmee in een klap 274 hectare, de helft van het totale areaal, vertegenwoordigde. Een redelijk begin, vindt bestuurslid en woordvoerder Albert Kosdi. Hij oogt blij: “Eindelijk is er weer een coöperatie in de komkommer­ teelt.” Na de versnippering door de afzet van de afgelopen vijftien jaar was de landelijke gewas­commissie, na de val van het PT, het enige gezamenlijke nog. “Gelukkig is daar nu de gewas­ coöperatie uit voort­gekomen”, verzucht Albert Kosdi. Met het opheffen van het Productschap Tuinbouw werd de vaste basis voor de financiering van het onderzoek onderuit gehaald. Binnen LTO Glaskracht is gezocht naar een nieuwe structuur voor de bekostiging ervan. Die is gevonden in de vorm van de gewas­coöperatie. Daarmee is er weer financiële grond voor het doen van onder­zoek. Binnen LTO is de gewas­ coöperatie komkommer nummer veertien. Andere gewascommissies gingen voor. Het was de zorgelijke situatie rondom de afzet waardoor deze coöperatie twee jaar in de ijs­kast stond. “Telers hadden andere dingen aan hun hoofd.”

[13

14]

belang van deelname te wijzen. Telers onder­kennen dat een coöperatieve houding nodig is, maar een aantal heeft meer verbondenheid met België en betaalt mee aan het onderzoek daar. Die voelen dan weer niet voor een dubbel lidmaatschap. Des­ondanks hamert Kosdi op het belang van lidmaat­schap door iedereen. “Als je een klein beetje collegiaal bent, dan sluit je aan.” Als niet iedereen lid is, doemt een vreemde situatie op. De onderzoeks­gegevens zullen dan niet vrij beschik­baar zijn. De resultaten gaan alleen naar de telers die ervoor betaald hebben. “Het is niet fair om te profiteren van resultaten terwijl je er geen aandeel in hebt gehad. De coöperatie moet dan bezig gaan met manieren om onderzoeks­ resultaten exclusief te houden voor de leden. Oplossingen bedenken hoe te werk te gaan bij een onder­zoek dat gefinancierd wordt door 100 hectare? Ingewikkelde constructies bedenken om die onderzoeks­ gegevens binnen die 100 hectare te houden. Een modus vinden voor een toe­leverancier die heeft meebetaald en de gegevens wil benutten voor een zo groot mogelijke groep mensen. En een vorm zoeken voor de gevallen waarbij het ministerie van Economische Zaken medefinancier is, en de resultaten open­baar zijn. Als iedereen meedoet, dan hoeven we nergens geheimen van te maken.” Verbinding zoeken Niemand zal ontkennen dat onderzoek de Nederlandse telers veel heeft gebracht. Toch is er een groep telers

die zich heeft onttrokken aan elke vorm van belangen­behartiging. Die zijn nu ook weer moeilijk te porren voor het lidmaatschap van de gewas­coöperatie. Kosdi vindt dat niet slim. Hij wijst op de belangrijke rol van LTO als gespreks­ partner voor ministeries en de successen die geboekt zijn in onder andere de cao en het lage btw-tarief op gas. Hij

merkt het dilemma bij telers om zich te organiseren en tegelijkertijd bespeurt hij de behoefte aan iets collectiefs. “Door de coöperatie kunnen de telers, als beroeps­groep, één zijn. Net als vroeger toen de komkommers nog als één blok onder de klok kwamen. Toen telers auto­matisch contact hadden om elkaar scherp te houden omdat ze werden afgerekend op kwaliteit. Een soort van gedwongen coöperatief besef. Dat samen­gevoel is lang niet meer zo sterk als eerst”, aldus Kosdi. Ondertussen

is het volgens hem weer tijd om naar elkaar toe te kruipen. De teler sluit zelfs samen­werking met Belgische telers niet uit. “De problematiek, de omstandig­ heden en de teelt­wijze zijn hetzelfde, we opereren op dezelfde markt en veel Nederlandse telers uit het zuiden zijn al lid van Belgische telers- en afzetverenigingen. Het zou super zijn als we samen zouden optrekken in het onder­ zoek. Waarom zou België een rassen­proef doen en wij het jaar erop nog een keer met dezelfde rassen? Met de huidige communicatie­middelen moet samen­werking mogelijk zijn”, denkt de teler. Die samen­werking zou, als het aan Kosdi ligt, nog een stap verder kunnen gaan. Als grote aanbiedende partij naar machtige grootwinkel­ bedrijven. “De glas­groente­teelt in Nederland is groot geworden door de coöperatieve opstelling. Niet omdat we individueel nou zo goed waren, maar omdat we sterk waren in samen­werking. Die mate waarin vroeger dat samen­ spel vorm had, zal niet meer lukken”, weet Kosdi. “Daarvoor is het egoïsme tegen­woordig te groot. Maar ietsje meer verbinding zoeken zal de sector goed doen.”

REGISTREER GRATIS ONLINE MET DE CODE: GRT 810001

Kom naar dé internationale vakbeurs voor tuinbouw technologie, inclusief teeltoptimalisatie GreenTech is de wereldwijde ontmoetingsplaats voor alle professionals die betrokken zijn bij tuinbouw technologie Ontdek de beste tuinbouw technologieën wereldwijd Stap binnen in een wereld van innovatie en nieuwe producten Ontmoet innoverende kassenbouwers en toeleveranciers Bekijk de laatste trends op het gebied van teeltoptimalisatie Laat u inspireren door vier duurzame thema's: Biobased - Crops - Water - Energie Vergaar een jaar kennis in één bezoek door de vele sessies Vergroot uw netwerk in de internationale tuinbouw wereld

"De internationale tuinbouw sector ontmoet elkaar in Amsterdam en omgeving. Dit mag u niet missen!"

Meer informatie: www.greentech.nl Partners:

Officiële Media partner:

Georganiseerd door:

Tekst Ellis Langen

De toekomst van... 16]

Wittevliegbestrijding De gewone kaswittevlieg geeft al jaren problemen in groente- en sierteeltgewassen. Het afgelopen jaar werden echter beide sectoren opgeschrikt door de problemen die de tabakswittevlieg (Bemisia tabaci) plots gaf. De verwachting is niet dat dit bemisia-probleem een incident was. “Bemisia is een plaag die we erbij hebben gekregen”, stelt Ben Driessen van Koppert Biological Systems.

Zowel in de sierteelt als in de groenteteelt ging het in 2015 flink mis door bemisia. De oorzaak van de opbouw van grote hoeveelheden bemisia lag volgens Erik van Santen, teamleider Sierteelt bij Koppert, in de groenteteelt en dit kreeg een nasleep in de sierteelt. In verscheidene potplanten­ soorten ontstonden problemen met de export. “Vorig jaar kreeg de NVWA drie keer zo veel meldingen van sierteeltproducten met bemisia vanuit de UK dan voorgaande jaren.” In de groente­teelt ontstonden bij sommigen al vroeg in de teelt problemen, weet Ben Driessen, team­ leider Groenteteelt bij Koppert. Men vermoedt dat sommigen van hen planten geleverd kregen met de

plaag. Landelijk gezien kregen zo’n twintig paprika­ bedrijven te maken met een flinke aantasting. Uiteindelijk moesten drie daarvan hun teelt twee maanden eerder ruimen. “Het ontbreken van een goed chemisch middel, deed hen uiteindelijk de das om. We hebben ervan geleerd dat veel om preventie draait”, zegt Driessen. Hij vindt het niet fair om de plantenopkweek aan te wijzen als het zwarte schaap voor de ontstane problemen. Het was al zo dat bemisia zich over Nederland had verspreid. Een belangrijke oorzaak daarvan is dat groenteteelten de laatste jaren meer in elkaar overlopen. “Hierdoor blijft wittevlieg en bemisia gemakkelijker over.” Ook zijn er jaarlijks

besmettingsbronnen vanuit de sierteelt waar steken plant­materiaal nogal eens uit het buitenland komt. “Daar zit soms bemisia in.” Bemisia meest gevreesd Wittevlieg is een ongenode gast. De gewone kas­wittevlieg is in de groenteteelt een hoofdplaag in tomaten, aubergine en komkommers en vormt er geregeld de grootste kostenpost wat betreft biologische bestrijding. In paprika speelt het wittevliegprobleem minder omdat de gewone wittevlieg zich daar niet goed reproduceert. Echter de bemisia lukt dat weer wel en de laatste twee jaar zorgde dat ook in die teelt voor problemen. In de sierteelt geeft wittevlieg ook volop narigheid. Met name de schade die wordt veroorzaakt door de larven - die scheiden honingdauw uit - zorgt ervoor dat een plaag vanaf het begin goed moet worden aangepakt. Naast cosmetische schade door vervuiling en vettigheid kan het beestje ook virus overdragen. Tomatentelers vrezen bemisia om die reden. Driessen: “Zij zijn bang voor het tomaten­ geelkrulbladvirus.” Dit virus heeft een quarantainestatus. Ook kleuren tomaten niet mooi door en krijgen de vruchten een andere smaak wanneer er te veel larven zitten. Hoewel wittevlieg ook veel schade kan geven, duchten telers bovenal bemisia. Deze vlieg heeft een meer verborgen levenswijze en is daarom moeilijker te signaleren. Bovendien is zij vanwege haar resistentie tegen chemie amper te bestrijden, geeft Wim Voogt van Handelsonderneming Klep aan. In de glasgroenten zijn er nog maar drie middelen tegen zowel wittevlieg als bemisia, echter die mogen veelal maar twee keer worden gebruikt. Bij gebrek aan beter worden ze vaak maximaal ingezet, weet hij. “Al is het geen oplossing, ze moeten wat.” Een oplossing uit de chemiehoek wordt niet verwacht, al zit er volgens hem nog wel een nieuwe toelating aan te komen. “Maar dan nog. Het middelenpakket is te smal, zeker gezien de snelle resistentieontwikkeling.” Driessen spreekt liever voor eigen parochie, maar meent dat goede chemische correctiemiddelen altijd

‘Voor een dubbeltje of 12 cent per vierkante meter ben je het hele jaar klaar’

nodig blijven. “Soms doen telers alles, maar dan nog komt 10 procent met de rug tegen de muur te staan." Dé oplossing voor witte vlieg bestaat niet, meent Voogt. Men moet het zoeken in een combinatie van deeloplossingen en maatregelen. “Zoals schoon starten, goed scouten, preventief en meer biologische bestrijders inzetten, werken met bio-middelen, de juiste teeltmaatregelen nemen, het meer inzetten van wegvangmethoden en wellicht in de verre toekomst, het gebruik maken van bepaalde weerbaarheidsmiddelen.” Scouten moet een vereiste zijn in de bedrijfsvoering. Bij kaswittevlieg zijn tellingen op vangplaten belangrijk. Bij bemisia - die minder opvliegt en meer verspreid op de plant zit - zijn gewascontroles een must. De groentetelers scouten goed, in de sierteelt ligt die uitdaging er nog. Wittevlieg is in de meeste groente- en sierteelten aardig onder controle te houden, maar de druk neemt toe. Afhankelijk van het gewas worden er verschillende soorten sluipwespen en predatoren ingezet. Driessen is over het algemeen tevreden over de biologische aanpak in de groenteteelt. Met het ‘dramajaar’ in het achterhoofd, is men gebrand op het voorkomen van het probleem. Dat uit zich in veel en voldoende preventieve maatregelen; er wordt voldoende ingezet en meer dan ooit hangen er vangkaarten en rollertraps. Hij schat dat zo’n 80 procent van de tomatentelers dit doet. Echter, zo’n 20 procent laat rollertraps achterwege. “Niet verstandig, want kom je toch in moeilijkheden, dan kost het te veel geld.” Hij hamert erop dat meer tomatentelers meer ouder blad zouden moeten aanhouden zodat de reproductie van sluipwespen optimaal is. Maar concessies doen aan de teelt, strijkt menigeen tegen de haren in. Toch is het verstandig, vindt Driessen om zo de omstandigheden voor natuurlijke vijanden te verbeteren. Patronen doorbreken In de sierteelt is men met de biologische bestrijding tegen witte vlieg, minder ver. In sommige teelten wordt nog nauwelijks gewerkt met biologie. Een zoektocht naar nieuwe ‘beestjes’

[17

18]

tegen wittevlieg in de sierteelt hoeft volgens Van Santen geen prioriteit te hebben. De meeste winst valt hier te halen door bestaande producten goed in te zetten, weet Van Santen. “Hiermee kan 80 tot 90 procent van de problemen die men nu ervaart, worden opgelost.” Telers kiezen een natuurlijke vijand te vaak op basis van prijs en niet op welke bestrijder het beste tegen een plaag werkt. Daarnaast wordt er vaak te weinig ingezet. Hij wil dat telers meer gaan kijken naar andere voordelen die biologie boven chemie kan hebben. Zoals een kortere teeltduur of een fysiek betere en mooiere plant. Ook ziet hij graag dat men zich meer verdiept in de materie, het effect van de natuurlijke vijanden kent, maar ook de varianten in het uitzetten ervan. “De Nederlandse sierteeltmarkt is de moeilijkste van de wereld. De teler krijgt van veel kanten advies en informatie. Er zijn soms veel krachten in de weer die de teler in verwarring brengen.” Bij de teelt van uitgangsmateriaal die veelal in het buitenland gebeurt, moet idealiter meer rekening worden gehouden met een biologische aanpak verderop in de teelt. “Bestaande chemische bestrijdingspatronen moeten daar worden doorbroken.” ‘Mass trapping beste investering’ Vanzelfsprekend kijkt Koppert continue naar verbetering van bestaande producten. Dat kan zijn met vitalere bestrijders, verbeterde kweek- en uitzettechnieken of bijvoorbeeld een andere lijn van de natuurlijke vijanden. Driessen weet dat er in de groenteteelt wordt gezocht naar andere roofwantsen. “Roofwantsen die bij een grote populatie minder schade toebrengen aan andere natuurlijke vijanden.” Ook worden bijvoorbeeld macrolophussen veelal bijgevoerd met alternatief voedsel dat veel eiwitten bevat waardoor de ontwikkeling van de populatie versnelt. “Zo heb je eerder je leger op orde”, zegt Driessen. “Want het is niet de vraag of je ermee te maken krijgt, maar wanneer.” Gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong, zoals infecterende schimmelpreparaten zoals Botanigard, Mycotal

en PreFeRal, worden nog maar mondjesmaat gebruikt, maar krijgen door het gebrek aan chemie een prominentere rol. Voogt: “Deze middelen werken wel, maar doden meestal zo’n 40 tot 50 procent”, zegt hij. Telers gaan dit soort bestrijdingspercentages langzamerhand accepteren als het maximaal haalbare. De expert is goed te spreken over de resultaten van een combinatiebespuiting van Botanigard en ER II, een natuurlijk middel op basis van plantaardige olie en zetmeel. Deze bespuiting wordt veel door aardbeientelers toegepast. Dit vergt wel wat; de behandeling moet om de 4 a 5 dagen worden herhaald en ook moet het warm genoeg zijn. “Verder komt de toepassing nauw. Het mengsel moet contact maken met witte vliegen, eitjes en larven en daarbij moeten de goede beestjes worden vermeden.” Driessen put naast bio-middelen ook hoop uit middelen die de plant weerbaarder maken. “Deze middelen kunnen processen in de plant ‘aan- of uitzetten’ waardoor je de biologie helpt of juist de plaag afremt.” Tot slot kunnen vangplaten, rollertraps en combinaties daarvan zoals mass trapping en meer actieve wegvangtechnieken de teler helpen witte vlieg te signaleren, maar vooral ook helpen om de plaag onder de knie te krijgen. Van Santen: “Mass trapping is de beste investering. Voor een dubbeltje of 12 cent per vierkante meter ben je het hele jaar klaar. Je voorkomt reproductie en kunt verspreiding tegengaan.” Driessen gelooft erin dat mass trapping in combinatie met mechanische technieken zoals blazen en het op andere manieren in beweging brengen van het gewas, in de toekomst nog een mooie rol kunnen gaan spelen in de strijd tegen wittevlieg. “Een goede wegzuigtechniek of wegbranden zou mooi zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de oplossingen steeds meer komen te liggen in het helpen van de biologie.”

Column

De blauwe zee Zo ik zit eindelijk op de bank. Nog even de agenda voor morgen doornemen. Nee hè? Ja toch! Morgen copy inleveren voor de column in KAS; zo dan! Thema ‘Gezond’ – Ja Hendriks, nog effe aan de bak. Ik denk gezond, gezond beleid, gezond leven, duurzaam, balans, sporten. Dus schoenen aan en even een rondje lopen, het hoofd leeg maken en inspiratie op doen. Het is lekker weer dus dat komt goed. ‘Blue Ocean’, dat is wat ik wil. Wie wil dat nou niet op vakantie? Een mooi warm land, lekker wijntje, blauwe zee en een mooi uitzicht. Dat wil ik ook met ons bedrijf. Alleen maar mooie producten maken waar klanten blij van worden. Producten met waarde; waarde voor de klant en waarde voor het bedrijf, dát is het ultieme doel. Ik kan zeggen: het lukt aardig. Al is het niet mooi helder blauw maar af en toe een beetje troebel. Het blijft lastig; het is er wel, maar je ziet het niet. Lucas zegt dat er een miljard op straat ligt maar ik kan het niet vinden! Misschien toch een ander rondje moeten

René Hendriks Marco en René Hendriks vormen de directie van orchideeënkwekerij Opti-flor uit Monster, dat bij de verkiezing Ranking the Grower werd uitgeroepen tot de meest aantrekkelijke werkgever in de tuinbouw. Marco en René schrijven de column om en om. Nu de beurt aan René.

lopen? Ik weet het wel maar het gaat niet – ken je dat? Net als Feyenoord: ze kunnen het wel maar het komt niet. Die ouwe heeft het met de paplepel ingegoten: kilo’s en kosten, kilo’s en kosten, kilo’s en kosten. Waarom gaat het er niet uit? Ik sla rechtsaf naar het strand. Daar kom ik niemand tegen en misschien vind ik het daar wel. Ik denk aan kwekers die wel anders denken en anders doen; het lijkt daar mooier. Ik snap het niet: bouwen lukt wel, energie besparen ook maar die waarde… Ik loop terug over het duinpad. Lekker, gaat het nog regenen ook… tuin. Als ik nu eens – het wordt blauwer – problemen oplos die mensen ervaren met mijn producten, dan worden die mensen blijer en kopen ze weer een plantje van ons en misschien wel twee ook. Dat wordt een één-tweetje; dit gaat het worden. In een strak tempo loop ik naar huis, onderweg kak ik weer in. Maar hoe, hoe? Bouwen lukt wel, energie besparen ook, maar die markt. Wie kan mij helpen van niets iets te maken? Van een nieuw idee - pionierend en bouwend - iets groots maken. Dan kunnen we samen zwemmen in de blauwe oceaan!

20]

Ondernemers, opgelet: niet alleen machines slijten! Veel verzuim in de tuinbouw komt door iets redelijk eenvoudigs, namelijk: repeterende werkzaam­heden. Zeker als tijdens die werkzaamheden de lichaamshouding niet goed is, liggen langdurige klachten op de loer. Op een aantal tuinbouw­bedrijven is sinds kort een medewerker opgeleid als coach. Die helpt collega's hun werk beter uit te oefenen. Doel: minder klachten, minder verzuim. En dat werkt! Klachten aan nek, heup, schouders of rug. Het carpaal tunnel­syndroom. Trigger fingers. Een greep uit de klachten die Charlotte de Raad van Z.O.N. Arbeids­voorziening de afgelopen jaren voorbij zag komen bij mede­werkers in de tuinbouw. Allemaal het gevolg van repeterend werk en van het feit

'Doe maar wat fysio­ therapie' De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid publiceerde vorig jaar een rapport over de arbeids­ omstandigheden in de tuin­bouw. Fysieke problemen komen onder meer door zware werkzaam­ heden (zoals tillen en duwen), door statische belasting (bijvoorbeeld langdurig staan), door repeterende bewegingen en door een ongunstige werk­houding, concludeerde de inspectie na een onder­zoek bij tuinbouw­bedrijven. Die diagnose is herkenbaar voor De Raad van Z.O.N. Arbeids­voorziening, dat onder meer tuinbouw­bedrijven helpt met het personeels­beleid. Zo gebeurt het vaak dat mede­werkers telkens net boven zijn of haar macht werken (bijvoorbeeld

tijdens het oogsten of indraaien) of een verkeerde beweging maken (bijvoorbeeld iedere keer een buisrail­ wagen met de heup vooruitduwen). Niet elke medewerker stapt met de eerste klachten naar de huisarts. En als

Vind maar eens een goede vervanger voor die ervaren arbeidskracht... dat al gebeurt, dan is het eerste advies vaak: doe maar wat fysiotherapie. Als dat na enkele maanden niets blijkt te helpen, dan wordt in het mooiste geval een MRI-scan gemaakt. Dan blijkt dat bijvoorbeeld een zenuw in het midden van de pols is afgekneld (wat kan zorgen voor carpaal tunnel­syndroom) of dat een pees vast zit waardoor een of meer vingers niet kunnen bewegen

(de zogenoemde trigger finger). In de tussentijd zijn de hulp­middelen toegenomen maar het repeterende werk gebleven, hier­door is de slijtage dus geen halt toegeroepen. Ziekte­ verzuim of zelfs tot langdurige arbeids­ ongeschiktheid is geen uitzondering, aldus De Raad. In die gevallen neemt Z.O.N. Arbeids­voorziening de kosten op zich: de werkgever lijkt dus niet direct nadelige gevolgen te ondervinden van het arbeids­verzuim. Maar niets is minder waar. Want vind maar eens een goede vervanger voor die ervaren arbeidskracht...

Zes teamleiders Buro voor Fysieke Arbeid (BvFA) onder­ steunt bedrijven in het verminderen van fysieke belasting door lichamelijk zware werkzaam­heden. In de tuin­bouw had het bedrijf nog geen ervaring, maar daarin kwam door een telefoontje van De Raad verandering. Besloten werd te starten met een coachings-opleiding voor team­leiders of eigenaren van tuinbouw­bedrijven. Z.O.N. Arbeids­ voorziening benaderde daarvoor een aantal tuinbouw­bedrijven. In september ging de opleiding van start, vertelt Niobe Mijnders, trainer bij BvFA. Zes teamleiders/eigenaren van in totaal vier verschillende tuinbouw­ bedrijven werden voorgelicht over tal van aspecten van klachten door fysieke arbeid. Inmiddels hebben alle zes team­leiders /eigenaren hun opleiding met succes afgerond. Ze zijn dus officieel coach. Mijnders: "De opleiding bestaat uit een combinatie van theorie en praktijk. Zo leren de deelnemers hoe motoriek in elkaar steekt, waardoor fysieke klachten kunnen ontstaan en hoe je tijdens de werkzaam­heden de fysieke belasting kunt verminderen." Belangrijk onderdeel van de opleiding was coaching. Ofwel: hoe kun je als team­leider ervoor zorgen dat je collega stopt met op de verkeerde manier werken? En hoe overtuig je iedereen - collega en werkgever - dat werken in een goede houding niet betekent dat je langzamer werkt? Afleren en aanleren "Ik ben door de opleiding echt anders naar fysieke arbeid gaan kijken", vertelt Anita Jansen. Zij is team­leider oogst bij tomatenbedrijf Vereijken Kwekerijen in Beek en Donk en volgde samen met een collega de opleiding van BvFA. "De opleiding is echt een aanrader voor

GEZOND

dat die werkzaam­heden soms niet in de juiste lichaams­houding worden uitgevoerd. Nu zijn die klachten op zich al vervelend. Nóg vervelender is dat ze klein beginnen. Het lijkt dus geen kwaad te kunnen door te werken. Even de tanden op elkaar, of een paar weken rustiger aan. Maar veel van die klachten zijn het gevolg van slijtage. En lichaams­delen die versleten zijn, herstellen zelden tot nooit. De diagnose '(deels) arbeids­ongeschikt' is dan snel gesteld. En daarmee is niemand geholpen: de mede­werker niet en ook de werk­gever niet. Voldoende reden voor De Raad op zoek te gaan naar een oplossing. Die werd gevonden bij Buro voor Fysieke Arbeid: een leertraject voor mede­ werkers van tuinbouw­bedrijven. De eerste mede­werkers hebben hun studie inmiddels afgerond en mogen zich 'coach' noemen. Anita Jansen van Vereijken Kwekerijen uit Beek en Donk bijvoorbeeld: "Het afleren van verkeerde bewegingen kost meer tijd dan het leren van de goede bewegingen."

[21

ieder bedrijf." Bij de instructie van nieuwe mede­werkers wordt tegenwoordig door Jansen aandacht besteed aan het aanleren van de goede houding zodat ze op een zo min mogelijke fysiek belastende manier aan het werk kunnen. Daar­naast spreekt Jansen veel met bestaande mede­werkers over hun werkhouding. Enerzijds naar aanleiding van mogelijke klachten. Maar daarnaast houden Jansen en haar collega-coach zelf in de gaten of iedereen wel op een zo min mogelijk fysiek belastende manier werkt. "Het zit vaak in de kleine dingen." Vaak is een korte instructie voldoende. Dat leidt immers tot bewustwording. Zo had Jansen zelf de neiging haar pols te over­strekken tijdens haar oogst­ werkzaam­heden. Met een korte instructie was die neiging verholpen.

22]

Er zijn ook collega's bij wie de werk­ houding meer aandacht vraagt. In die gevallen volgen een aantal coach­ momenten zo'n vier tot vijf. De mede­ werkers worden bewust gemaakt wat ze zelf doen en hoe het even­tueel

'Gezond je pensioen halen' Ook sectorinstituut Stigas is actief op het gebied van het voorkomen van klachten door fysieke arbeid. Stigas staat voor gezond, veilig en vitaal werken en wordt aangestuurd door werk­gevers en werk­nemers in de sector en adviseert bedrijven over veilig en gezond werken. Naast advisering over arbeids­ omstandigheden en verzuim­ begeleiding biedt Stigas diverse cursussen aan, zoals de cursus Gezond bewegen en een workshop Verzuim­ management. De master­class Vitale bedrijven hebben de toekomst! bespreekt wat vitaliteit en inzetbaar­ heid betekent voor een bedrijf en helpt onder­nemers met concrete acties. Daarnaast helpen de preventie­ adviseurs de arbeidsomstandigheden

beter kan en krijgen de opdracht om dit ook daad­werkelijk te gaan trainen om het een gewoonte te maken. "Het afleren van verkeerde bewegingen kost meer tijd dan het leren van de goede bewegingen." Of de aanpak slaagt? "Daar zijn nog niet direct cijfers van. Op sommige medewerkers hebben veranderingen in de houding of manier van werken meteen succes, en van sommige andere veranderingen worden de effecten hopelijk op het langer termijn zichtbaar. De toekomst zal uitwijzen of het daad­werkelijk effect heeft. De mensen hoeven er in ieder geval niet harder door te werken. Integen­deel zelfs, doordat het minder fysiek belastend is kunnen mensen het ook langer volhouden. Maar natuurlijk is het afleren wel even hard werken", vertelt Jansen. Ook hoeven er niet direct aanpassingen te worden gedaan aan de inrichting van de kwekerij. Want dat wordt vaak gedacht: dat het verbeteren van fysieke belasting vooral een kwestie is van betere machines of een andere opstelling van de machines.

op tuinbouw­bedrijven te verbeteren, bijvoorbeeld middels een risicoinventarisatie of een werkplek­ onderzoek. "Repeterende werkzaam­ heden horen bij de tuinbouw. Die zijn dus niet te voorkomen", vertelt Albert van der Burg, preventie­ adviseur en arbeids­deskundige voor regio Westland. "Maar er zijn wel degelijk oplossingen. Vaak wordt dan gedacht dat het om dure technische oplossingen gaat, maar vaak kan een andere of een afwisselende werk­­ houding of het afwisselen met collega’s al preventief werken." Goede arbeids­omstandigheden zijn een verantwoordelijkheid van zowel werk­gever als werknemer, vindt Van der Burg. Zo zouden werkgevers zich kunnen afvragen: verrichten de werk­-

De grootste winst Jansen en de vijf andere coaches zijn klaar met hun opleiding. Ze blijven echter onder­steuning ontvangen van Z.O.N. Arbeids­voorziening en BvFA. Mijnders: "We vragen aan de coaches onder meer om een plan voor hun eigen werk­gever te maken. In dat plan staat hoe ze arbeids­klachten bij hun werkgever willen aanpakken." Boven­ dien krijgen ook andere klanten van Z.O.N. Arbeids­voorziening de vraag of ze interesse hebben in coaches. De Raad: "Er is gelukkig steeds meer aandacht in de tuin­bouw voor duurzame inzet­baarheid van personeel. Er is op dat vlak veel winst te behalen door bijvoorbeeld de werk­ruimte anders in te richten of door andere karren aan te schaffen. Maar je kunt nog zulke goede apparatuur hebben, het gaat erom hoe mensen die apparaten gebruiken. De meeste winst is dus te behalen bij de mens zelf."

nemers de werkzaam­heden op een gezonde manier? Werknemers op hun beurt zouden hun eigen klachten vaker serieus moeten nemen. "Die zeggen vaak: 'Laat mij dat werkje maar doen'. Werkgevers willen het mede­ werkers naar de zin maken. Dat begrijp ik wel, maar dat brengt vaak wel een risico met zich mee. Die mede­werkers zijn zich dan dus niet bewust van de mogelijke gevolgen: langdurig verzuim op lange termijn." Goede arbeids­omstandigheden gaan dus verder dan de Arbo-wet, vertelt Van der Burg. "Het gaat om langdurige inzetbaarheid, zodat mede­werkers hun werkzaam­heden kunnen vol­houden en gezond hun pensioen kunnen halen en daarna nog in een goede gezond­heid van hun pensioen kunnen genieten."

Coöperatie DOOR feliciteert Purple Pride met haar 20-jarig bestaan

DOOR is trots op de ontwikkeling van Purple Pride. Wij hopen in de toekomst samen de positie verder te versterken. Wij wensen Purple Pride namens het bestuur, medewerkers en leden nog vele succesvolle jaren!

PARTN E R 20 JAAR

ORL EGGPLANT W

DWI

DE

Coöperatie DOOR, Honderdland 70, 2676 LS Maasdijk. www.cooperatiedoor.nl

Wittevlieg? Admiral voor een gezond resultaat! BASF Nederland B.V., Divisie Agro, Telefoon (026) 371 72 71, www.agro.basf.nl Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees voor gebruik eerst het etiket en de productinformatie.

‘Wensen Purple Pride stap voor stap van lijstje strepen’ Al vele jaren werkt hij samen met zijn collega’s binnen Purple Pride vol passie aan die ene missie: de populariteit van aubergines vergroten. Deze maand viert de telersvereniging haar 20e verjaardag en kijkt Ben Groenewegen (42) terug op een turbulente periode, maar ook vooruit naar een toekomst vol ambitie. “Soms moet je een beetje brutaal durven zijn.”



in gesprek met...

Ben Groenewegen Tekst Jacco Strating

Ben Groenewegen is een echte Westlander, een Naaldwijker. En daar is hij trots op. Toch staat zijn bedrijf in het Brabantse Zevenbergen en heeft hij het daar prima naar zijn zin. In 1993 was het broer Frank die als eerste de geboortestreek verliet. Vader Bert, broer Johan en Ben zelf volgden enkele jaren later om gezamenlijk in Zevenbergen een moderne kwekerij neer te zetten. Een auberginekwekerij, voor alle duidelijkheid, het product waarvoor vader Bert in 1984 koos. “Mijn vader vond het een uitdaging om een nieuw product als de aubergine te gaan telen en zag dat het een product met potentie was. Een onderscheidende groente tussen de grootmachten tomaat, paprika en komkommer.”

Het was ook zijn vader die Ben de passie voor het ondernemerschap bijbracht. Net zoals hij dat deed bij zijn andere zoons. Ooit gestart door grootvader Johan, gingen Ben en zijn twee broers de derde generatie van het familiebedrijf vormen. Het bedrijf had aanvankelijk een vestiging in Naaldwijk en een vestiging in De Lier. Maar een gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden in het geliefde Westland deed de jongste generatie in 1993 naar Zevenbergen verkassen. Onder de naam Greenbrothers groeide de auberginekwekerij in de jaren erna uit van 1,5 tot maar liefst 11,5 hectare. Met een jaarproductie van ruim 6 miljoen kilo aubergines en een marktaandeel van zo’n 11 procent, geldt Greenbrothers vandaag de dag als een van de belangrijkste aubergineleveranciers van Nederland. Waarbij het vertrouwen in de aubergine als product door de jaren heen onverminderd groot is gebleven. “Nog altijd is de aubergine in de noordelijke landen minder bekend en populair, waardoor er nog veel te winnen is. Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands huishouden eet samen per jaar één aubergine, terwijl men in Italië jaarlijks per persoon 10 kilo aubergines eet”, aldus Ben Groenewegen. Meer in markt verdiepen Ben en zijn broers wisten dus wat hen te doen stond toen zij het bedrijf van hun vader overnamen: enerzijds de bekendheid van de aubergine bij consumenten vergroten, anderzijds ook de vooroordelen wegnemen die rond het product bestaan. “Vaak wordt gedacht dat de aubergine een moeilijk en omslachtig product is voor in de keuken. Dat je aubergines met zout moet bestrooien om vocht te onttrekken en erna weer moet afspoelen om een bittere smaakt tegen te gaan. Maar dat is helemaal niet nodig. Sterker nog, de aubergineplakken kunnen zonder olie zo in de grillpan. Daarna lichtjes besprenkelen met olijfolie

‘Aubergine geen smaak? Het is juist een smaakkatalysator!’

naar smaak is voldoende. Ook wordt vaak geroepen dat aubergines geen smaak hebben. Maar het is juist een smaakkatalysator die de smaak van alle ingrediënten in het gerecht opneemt en versterkt teruggeeft. Dat is ook waarom topkoks er zo graag mee werken. Net als een champignon, die moet je ook niet rauw eten.” Omdat vader en zoons Groenewegen niet alleen stonden in hun missie om de aubergine naar een hoger plan te brengen, werd in 1996 contact gezocht met gelijkgestemden in de aubergineteelt. Telers die eveneens verder wilden en daardoor bereid waren het over een andere boeg te gooien. “In die tijd verkochten we ons product nog via The Greenery”, vertelt Groenewegen. “Toen het 'superbeleid' wegviel, een standaard vergoeding voor superkwaliteit, zag je dat er vooral bulk werd geproduceerd. We vonden dat daarmee een stap terug werd gezet en kozen onze eigen richting.” Negen kwekerijen richtten telersvereniging ‘Professional’ op en gezamenlijk gingen zij het merk ‘Purple Pride’ voeren. “We kozen ervoor om ons te richten op kwaliteit en kleinverpakking en gingen ons steeds meer in de markt verdiepen.” In 2000 werd besloten de naam van de vereniging te wijzigen in Purple Pride voor een betere positionering. Helaas hielden meerdere leden het na enige tijd alweer voor gezien. “We hadden afgesproken om het ras Cava te telen, dat toen het beste aubergineras was. Een aantal bedrijven wilde die verplichting niet aangaan en besloot te vertrekken. Ook schakelden sommige bedrijven over op andere producten.” Daardoor bleven er uiteindelijk nog drie bedrijven over, die tot de dag van vandaag het hart van Purple Pride vormen: Gebr. Van Duijn met vestigingen in Steenbergen, Oosterland en Westdorpe,

[25

Auberginekwekerij De Jong in Dinteloord en Greenbrothers in Zevenbergen.

26]

Tot 2010 bleef Purple Pride The Greenery trouw. Daarna gingen de telers toch hun eigen weg. “Bij The Greenery misten wij de specifieke aandacht voor aubergines. Voor de verkoop was het een bijproduct, dus besloten we het anders te organiseren. Een spannende ontwikkeling, maar we zagen dat het anderen ook lukte die The Greenery hadden verlaten. We wilden meer gestuurde verkoop, waarbij het verkoopteam zelf de klanten kan kiezen, om hen optimaal te kunnen bedienen. Daarom vroegen onze verkopers aan de handelsbedrijven waarmee zaken werd gedaan om inzicht te geven in de eindklanten die zij beleverden met onze producten. Bij een aantal klanten viel dat goed, maar bij sommigen ook niet.” Groenewegen geeft aan dat het lastig was om een visie vol te houden als niet iedereen die steunt. “Het kostte ons een paar jaar, maar het is toch gelukt om een partnership met enkele klanten aan te gaan op de manier die wij graag wilden. Daarbij is wederzijds respect en

vertrouwen van groot belang. Komen wij in contact met een nieuwe eindklant, dan zullen we eerst onze partners benaderen en hen niet overslaan.” Groenewegen geeft aan dat de auberginetelers bij The Greenery nooit meegingen naar gesprekken met de retail. “Daar zouden de supermarkten niet op zitten te wachten, werd gezegd. Als Purple Pride merken we dat die behoefte wel degelijk bestaat. Maar je moet er wel zelf actie op ondernemen. Het is een kwestie van benaderen. Soms moet je in dat soort dingen een beetje brutaal durven zijn. Nu zien we dat retailers wel tijd voor ons vrij willen maken, waardoor we elkaars wensen en problemen beter in kaart kunnen brengen. Wij luisteren naar de behoefte van de supermarkt, vertellen vervolgens ons verhaal en geven aan wat we hebben en wat we kunnen. Elke retailer worstelt met het imago van de aubergine. Maar net als wij zijn ook zij ervan overtuigd dat een consument wél vier keer zoveel aubergines kan eten dan nu het geval is, maar niet vier keer zoveel tomaten of paprika’s. Dus de kansen liggen er gewoon.”

Tegenwoordig heeft Purple Pride de verkoop van de aubergines geregeld via coöperatie DOOR, waarbij ook Prominent, Sweet Point, Green Diamonds, Greenco en PapriCo zijn aangesloten. Groenewegen is trots op deze samenwerking, die volgens hem voor synergie zorgt. “Coöperatie DOOR heeft een autonome marktpositie en haar leden staan voor kwaliteit en zijn bereid om te investeren in marketing. Sinds onze verkoop op orde is, doen wij dat laatste ook nadrukkelijk door middel van winkelpromoties, maar vooral door concepten en verpakkingen te ontwikkelen. Zoals ‘Werelds Koken’, geflowpackte aubergines met kruiden en een recept erbij. We willen met de consument communiceren middels verpakkingen, vruchtlabels, stickers en recepten om de eenvoud van bereiden onder de aandacht te brengen. Daarnaast hebben we vijf jaar geleden ‘Aubergination’ geïntroduceerd, waaronder we diverse nieuwe toepassingsmogelijkheden met aubergine ontwikkelen.” Ook voert Purple Pride tegenwoordig professionele marktonderzoeken uit, zodat de concepten met de juiste onderbouwing bij retailers kunnen worden aangeboden. In samenwerking met de A8, het landelijke netwerk voor auberginetelers, worden de laatste jaren bovendien succesvolle generieke campagnes opgezet. Zoals ‘Lekker op de BBQ’. Het mag duidelijk zijn dat Purple Pride de rol van ‘rebellenclub’ inmiddels ruimschoots is ontstegen en als volwaardige marktpartij veel heeft bereikt. Maar dat betekent niet dat de inmiddels 20-jarige telersvereniging geen wensen voor de toekomst meer heeft. “In tegendeel zelfs”, zegt Groenewegen. “Jaarrond produceren staat nog steeds bovenaan onze lijst. We hebben het wel eens geprobeerd,

‘Elke retailer worstelt met het imago van de aubergine’

maar daar waren we nog niet tevreden over. Maar wil je meer naar concepten toe, dan moet je de retail twaalf maanden lang kunnen bedienen. Dus dat is iets waar wij momenteel hard aan werken. We denken daarbij aan Nederlands product onder belichting of een combinatie met buitenlands product. Een proef op dat gebied levert positieve resultaten op.” Conceptuitbreiding, meer cross-selling, internationale samenwerking in Noord-Amerika en eigen veredeling van specialties staan eveneens op het wensenlijstje. “We hebben na twintig jaar de eindstreep nog niet bereikt met Purple Pride, maar we blijven ons stap voor stap verder ontwikkelen en hopen onze wensen één voor één van de lijst te kunnen afstrepen.” Balans werk en privé Door alle tijd en energie die Ben Groenewegen dagelijks in Purple Pride investeert, zou je bijna vergeten dat hij ook nog een kwekerij moet runnen en op afstand bemoeienis heeft met Nova Lignum, het initiatief dat reststromen uit de kas omzet naar grondstoffen voor de bouwsector. En naast die zakelijke bezigheden heeft Groenewegen ook nog een gezin. “Ik ben getrouwd en heb drie kinderen van 11, 9 en 6 jaar oud. Ik zal niet ontkennen dat het een continue strijd is om de juiste balans tussen werk en privé te vinden. Ik vind dat heel moeilijk. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat mijn privéleven vaak pas op de laatste plaats komt, al zou ik dat graag anders willen. Waarbij ik direct wil zeggen dat ik het enorm heb getroffen met mijn vrouw Sonja, die thuis het ‘bedrijf’ runt en mij ontlast. Soms denk ik wel eens dat ik op dat gebied veel zou kunnen opsteken van een ervaren doorgewinterde ondernemer die het allemaal als eens heeft meegemaakt. Tips zijn in ieder geval welkom.”

[27

28]

‘Tweekleurige paprika is een genot op het bord’ Vorig jaar werd zij geïntroduceerd, dit jaar volgde al een nominatie voor de Fruit Logistica Innovation Award. De roodgeel gestreepte paprika met de naam Enjoya heeft alles in zich om een groot succes te worden: super gezond, bijzonder smakelijk en zeer decoratief. Drie telers - verenigd in Nature’s Alliance telen de paprika in nauwe samenwerking met veredelaar Enza Zaden. In 2013 vond paprikateler Wilfred van den Berg van Bestpeppers in Est in zijn rode paprika een plant met twee­kleurige paprika’s. Kort daarna meldden zich ook Robert Grootscholte van 4evergreen in Steenbergen en Rolf Vijverberg in Berkel en Rodenrijs. Ook zij hadden zo’n mutant gevonden. Ze besloten om

Gezamenlijke uitdaging Nature’s Alliance vermeerdert de Enjoya zelf. Enza Zaden speelt daar een belangrijke rol in, met haar inbreng van kennis over genetica. “Wil je een nieuw product in de markt zetten, dan zou je dat ieder voor zich kunnen doen, maar het is natuurlijk veel verstandiger om alle kennis te bundelen en gezamenlijk de uitdaging aan te gaan.” Enza Zaden regelde boven­dien de bescherming van het nieuwe ras. “Wij hebben daar niet alle kennis van in huis, maar wel van de teelt. Zo vullen we elkaar mooi aan”, aldus Grootscholte. Enjoya onderscheidt zich van andere paprika’s door de opvallende duo­kleur. Maar ook qua smaak is de paprika anders, het product is sappiger en het heeft een heerlijke stevige bite, verzekert Grootscholte. “We oogsten de paprika’s als ze werkelijk rijp zijn en we sturen in de voeding op een hogere EC dan gebruikelijk. Daarmee leveren we wel wat in op productie, maar dat is een keuze.” Nature’s Alliance verzorgt zelf de verkoop van Enjoya via Harvest House. “We kiezen voor een aantal klanten in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen.” In Engeland wordt de paprika bijvoorbeeld exclusief verkocht door supermarkt Asda. In 2015 teelde Nature’s Alliance de

eerste Enjoya op kleine schaal. Dat werd officieel gevierd: burgemeester Sjaak van der Tak kwam hoogst­persoonlijk de eerste rijpe Enjoya oogsten. Tijdens die bijeenkomst vertelde Wilfred van den Berg dat hij meteen al wist dat hij iets bijzonders in handen had, ‘een juweeltje’. Dit jaar staat er drie hectare Enjoya, geteeld op een gezamenlijk

‘We oogsten pas als ze echt rijp zijn en sturen in de voeding op een hogere EC’ bedrijf, met een eigen bedrijfs­leider, die wordt aangestuurd door Nature’s Alliance. De teelt van Enjoya is bepaald niet ee­nvoudig, of – zoals Grootscholte het modern verwoordt – “de teelt is een hele uitdaging.” Het gewas groeit namelijk flink generatief. Die tragere

groei vertaalt zich in een lagere productie. “Voor een goed teelt­resultaat zullen we nog veel moeten leren.” Het lijkt aantrekkelijk om een twee­kleurige paprika als Enjoya te kruisen met bijvoorbeeld een gele en een oranje paprika, maar dat schijnt niet zomaar te kunnen, heeft Grootscholte begrepen van een paprikav­eredelaar. “Gelukkig maar, want zo kan Enjoya een exclusieve paprika blijven.” Beschermd ras Enjoya is zoals gezegd ontstaan uit een mutatie in een rood ras van Enza Zaden.

De veredelaar wil geen mede­delingen doen over het ras waarin de nieuw­ komer is ontstaan. Ongetwijfeld zal dezelfde mutant nog wel eens ergens opduiken, maar daar kan een teler die hem vindt verder niets mee. De rechten op Enjoya zijn inmiddels afgeschermd. Over hoe de twee­kleurige Enjoya wordt beschermd, via een octrooi of via kwekers­recht, wil Enza Zaden ‘in dit stadium’ geen uitspraken doen. Ter promotie van Enjoya heeft Nature’s Alliance een mooie website gemaakt met recepten en met een overzicht van wat er al niet aan gunstige voedings­ stoffen inzit. ‘Enjoya is een uniek cadeautje van moeder natuur, ze wordt met liefde en passie geteeld’, aldus de site. En verder: ‘Ze ziet er niet alleen leuk en lekker uit, ze zit ook nog eens bomvol vitamine C. Enjoya is een genot op het bord en ook nog eens super gezond!’ De tekst richt zich duidelijk op de consument, met opmerkingen als: ‘Ze wordt met liefde en passie geteeld; dagelijks zijn de Enjoya Growers in de kas aanwezig om haar optimaal te verzorgen. De rustige manier van telen geeft haar de tijd om langzaam te rijpen. Hierdoor krijgt ze een heerlijke aromatische smaak, wordt ze aangenaam knapperig en is ze kwalitatief de beste.’ Enjoya lijkt dan ook alles in zich te hebben om een succes te worden. Bij recepten waar een decoratieve kleur gewenst is, heeft Enjoya letterlijk een (gekleurd) streepje voor. Ook de volle zoete smaak zal veel consumenten aanspreken. Niet voor niets werd de nieuweling op de Fruit Logistica in Berlijn vorige maand genomineerd voor de Innovation Award. Enjoya eindigde op een trotse derde plaats.

GEZOND

onder de naam Nature’s Alliance deze paprika gezamenlijk te gaan telen. Omdat deze mutant in een ras van Enza Zaden werd gevonden, werd ook het zaad­bedrijf erbij betrokken. “We werken goed samen en delen kennis”, zegt Robert Grootscholte. “We telen al jaren Enza-rassen, dus dan is het niet meer dan logisch om met hen samen te werken. We hebben afspraken gemaakt over wie wat doet, en met elkaar hebben we de bescherming geregeld.”

[29

30]

Wie verzint een nieuwe ‘sexy’ naam voor de chrysant? De chrysant is een van de succesnummers van de Nederlandse tuinbouw. Een sierlijk, ijzersterk product dat al sinds decennia deel uitmaakt van de Top 3 van de Nederlandse bloemenafzet. Maar vreemd genoeg is het imago van chrysant niet bij alle schakels in de keten even positief. Misschien tijd om eens een nieuwe naam voor de bloem te verzinnen? Commercieel directeur Piet van Kampen van export­bedrijf De Gooijer International ziet heel wat gemiste kansen voor de chrysant. "In veel cash & carry's staat een breed assortiment snij­bloemen in veiling­containers en op water opgesteld, zodat men ziet wat men koopt. Keurig gerangschikt, kleur op kleur en van kort naar lang. Een mooie en inspirerende presentatie die de bloemist helpt om een keuze te maken."

decennia een ijzersterke plek in de top 3 van Nederlandse snijbloemen, na roos en tulp. Met name in Oost-Europa en Engeland is de bloem populair. Ofwel: weinig om je over zorgen te maken, zou je denken. De afzet in bijvoorbeeld Engeland stokte enkele jaren geleden, vertelt Hagen. Daarom beweegt Chryson zich sinds afgelopen jaar ook weer op deze markt. "Via PR wordt de consument gezocht, bloemisten worden geprikkeld om commercieel te profiteren van chrysant in boeketten en zien hoe veelzijdig de chrysant is." De met retailers en hun leveranciers wordt chrysant is letterlijk en figuurlijk een gekeken naar een verbeterde schap­ van de sterkste bloemen die geteeld positie." worden. Ze is stevig, en kan daardoor De focus van Chryson ligt echter in goed als basis gebruikt worden voor Duitsland: dat land had en heeft de een boeket. Ze is bovendien veel meeste groeipotentie. Chryson onder­ langer houdbaar dan de meeste neemt tal van promotie­activiteiten, andere snij­bloemen. "De chrysant is onder meer op het gebied van free de bloem waarover handelaren de publicity. Zo stelt Chryson foto's en teksten ter beschikking aan de redacties van onder meer life style-bladen. Hagen: "De afgelopen jaren hebben meer dan duizend publicaties in Duitse bladen gestaan." Maar op meer plekken Daarnaast organiseert in de keten krijgt de Chryson onder meer chrysant niet de eer die panels en demon­straties. de bloem verdient. Zo "Daar laten we samen denken veel bloemisten met de groot­handel dat consumenten geen zien aan bloemisten zin hebben in chrysanten, Madiba-teler Laurens van de Lans: Meer marketing in Nederland wat er allemaal mogelijk en dus kopen ze de is met een chrysant. We bloemen niet in. Dat beeld benadrukken de veelzijdigheid." Borst: minste klachten krijgen", vertelt Warja klopt overigens deels. Vraag een "Duitsland en Engeland zijn de twee Abrosimova, marketing manager Oostconsument of hij of zij chrysanten wil, kernlanden voor Chryson. Daar zijn de Europa bij Dekker Chrysanten. "En en het antwoord is vaak 'nee'. Vraag belangrijkste consumenten. We hebben ook voor de retail en de telers is het diezelfde consument in een winkel daar nog veel werk te verrichten. Want een betrouw­baar product." Daarnaast een aantal mooie bloemen aan te de chrysant is een jaar­rond product. is de chrysant een veelzijdige bloem. wijzen, en tien tegen één dat er een Maar een product als roos of gerbera Ze is dan ook al veel meer dan die aantal chrysanten tussenzit, vertelt Jan verkoopt makkelijker jaar­rond dan de bloem met gele sprieten die decennia Borst, chrysantenteler te Hensbroek chrysant." lang de Nederlandse bloemen­ en voorzitter van Chryson, het kramen domineerde. Bijna jaarrond samenwerkings­verband van chrysanten­ Vicieuze cirkel is een grote variatie beschikbaar: van veredelaars en telers. De chrysant Een flink deel van de campagnes van pluis-, santini- tot tros­chrysanten, in heeft dus een ingewikkeld imago. Maar Chryson richt zich op bloemisten. Dat alle mogelijke vormen en kleuren. tegelijk is het al jaren een van de meest is niet voor niets: die blijken minder De chrysant bezet daardoor al sinds verkochte snijbloemen. Met gerichte Maar dan de chrysanten... "Die staan er meestal niet tussen. Ze staan slecht gepositioneerd in een ‘dode' hoek, weg­gestopt in dozen. Een gemiste kans. Uit het oog, uit het hart", vertelt Van Kampen. Zijn tip: haal bloemen uit de anonimiteit en bied ze aan op water. Zo is bijvoorbeeld ook de beleving voor gerbera’s en germini vergroot." Maar dat is niet alles. Chrysanten worden volgens Van Kampen voor een eenheidsprijs aangeboden bij cash & carry's. Makkelijk voor bij de kassa. "Maar als chrysanten - net als rozen - op cultivar geprofileerd worden, dan stijgt de waarde­beleving bij de bloemist." Van Kampen steekt dan ook veel van zijn tijd in het adviseren van cash & carry's over het presenteren van bloemen. De gekke plek van de chrysant heeft daarbij zijn speciale aandacht. "Er liggen nog voldoende kansen voor de chrysant, zeker als positionering, presentatie, product­informatie, promotie, publiciteit en prijs­stelling de juiste aandacht krijgen."

campagnes werkt Chryson aan het verbeteren van dat imago, zowel bij consumenten en bloemisten als bij handelaren. Brigitte Hagen zit namens marketing­bureau Concept Factory in Chryson: "In die campagnes laten we

De chrysant bezet een ijzer­sterke plek in de top 3 van Nederlandse snij­bloemen na roos en tulp

[31

32]

positief over de chrysant dan de consument. In Duitsland is 80% van de consumenten positief bij het zien van een chrysant, tegen 63% van de bloemisten. En die stem­verhouding is in ongeveer heel Europa hetzelfde. De gemiddelde bloemist is dus minder positief over de chrysant dan de gemiddelde consument. Volgens Van Kampen hebben bloemisten steeds minder product­kennis. "Ze kijken alleen naar wat bij de cash & carry staat." Gevolg 1: de bloemist koopt geen chrysanten in. Gevolg 2: de klant in de winkel kan geen chrysant kopen. Gevolg 3: de bloemist koopt de volgende keer weer geen chrysanten in. Een vicieuze cirkel dus. Abrosimova: “De bloemist verkoopt wat wordt verkocht.” Dit fenomeen doet zich in nagenoeg heel Europa voor, dus ook zeker in Nederland. Daarom is meer marketing nodig, vindt Laurens van der Lans, teler van de chrysanten­variëteit Madiba in 's-Gravenzande. "Het vreemde is dat marketing­acties meestal over de grens gaan. Een trip met het vliegtuig naar het buiten­land kost zo 1.000 euro. Voor dat bedrag zou je al een kleine actie in Nederland kunnen starten." Prijsvraag Van der Lans startte in 2015 met de teelt van Madiba, een sub­segment binnen Santini’s van Dekker Chrysanten. De Madiba heeft fijne, kleine bloemen, is beschikbaar in ontelbare kleuren en kan gezien worden als de volgende stap na de Santini. Dat het een chrysant is, is bijna niet voor te stellen. Van der Lans gebruikt het woord 'chrysant' dan ook het liefst niet, vertelt hij. Abrosimova van Dekker Chrysanten: "Madiba is een hele nieuwe verschijnings­vorm van de chrysant en we proberen die niet als een chrysant, maar echt als Madiba in

de markt te zetten." Van Kampen kan zich dat helemaal voorstellen. "Er zit een stempel op de naam chrysant." Hij zou dan ook een voorstander zijn voor een nieuwe naam. "Laat er een prijsvraag op los. En kies dan een naam die lekker bekt." Borst: "De naam is inderdaad besmet. Chrysant stond voor 'oubollig'. Maar ik heb wel het idee dat dat langzaam aan overgaat." Maar alleen een nieuwe naam is niet voldoende, daarover is iedereen het eens. De bloemist moet beter geïnformeerd worden over de mogelijk­ heden en verschijnings­vormen van de

chrysant. Zodoende is de bloemist beter in staat de consument te verrassen. Borst: "De consument is de belangrijkste partij." Van Kampen: "Met chrysant kun je prachtige boeketten maken. Telers en veredelaars moeten dus laten zien dat een chrysant sexy kan zijn en een rijke uitstraling heeft. De consument van vandaag de dag wil slingerende en gebogen vormen, en dus niet die ouder­wetse stijve chrysant. Geef de bloemist voorbeelden van wat hij kan met de chrysant. Maar wees niet plat­ vloers. Dus geen posters met halfnaakte jongens! En zoek ambassadeurs: toon­aangevende arrangeurs die demon­straties geven bij bloemisten." Samen­­werken met arrangeurs gebeurt

al wel, bijvoorbeeld in Rusland met de floral artist Sergey Karpunin, vertelt Abrosimova van Dekker Chrysanten. "Ook daar proberen we de chrysant hipper te maken. De chrysant wordt er nog te vaak gezien als marktbloem. Een bloem dus die je vindt bij goedkopere winkels en op markten." Cultivated Performers Een van de belangrijkste vragen binnen de marketing is: op welke doel­groep mik je? Als het gaat om de consumenten merkt Hagen een verschuiving. Voorheen was de chrysant vooral populair bij de zo­genoemde 'Conventional Smart­ shopper'. Deze consument vindt bloemen en planten leuk maar niet echt noodzakelijk om zich prettig te voelen. De supermarkt is bij deze consument een belangrijk aankoop­kanaal. Maar goed nieuws vanuit Duitsland, vertelt Hagen. Daar is de chrysant steeds vaker in beeld bij de 'Cultivated Performer'. Voor deze consument zijn bloemen en planten wél belangrijk. De prijs is minder van belang, trends en stijl des te meer. Samengevat: de chrysant wordt steeds populairder bij trendy jongeren! De campagnes in Duitsland werken dus. De duizenden publicaties in consumenten­bladen en het voorlichten van bloemisten werpt vruchten af. Het ombuigen van het imago blijkt dus wel degelijk mogelijk. Borst: "Het assortiment is de laatste jaren enorm breed geworden. Je kunt het zo gek niet bedenken, of je kunt het met een chrysant. Dat is de kracht, en die moeten we beter duidelijk maken richting consument en bloemist."

Column

Gezond (verstand)

Sjaak Bakker Sjaak Bakker ([email protected]) is sinds 2002 manager bij Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk, toonaangevend onderzoeksinstituut voor de internationale glastuinbouw. Eerder werkte hij bij IMAG DLO en Priva.

[33 Dat groenten gezond zijn, is inmiddels wel algemeen geaccepteerd. Zoek de combinatie groente en gezond­heid en je krijgt meer dan 800.000 hits op internet. Kas­groente scoort weliswaar niet in de meeste top 10-lijstjes van de meest gezonde groenten, maar tomaat komt er (vanwege de lycopeen) af en toe wel in voor. Verder doen komkommer, paprika en aubergine goed mee in de sub­top. En als het over vitamine C gaat is de rode paprika de nummer twee van de wereld. Groente en fruit eten hoort bij gezond voedsel: de tuinbouw zorgt weliswaar niet voor het oplossen van het voedsel­probleem (of tekort) maar wél voor een belangrijk aandeel in het juiste dieet. Het web staat vol adviezen: van twee tot vijfhonderd gram groente en twee tot drie stuks fruit per dag. Of: een goede

graadmeter voor voldoende groente is tweederde tot driekwart van uw bord. Dat geloof ik gelijk, zelfs als de groenten niet allemaal in de top tien staan. Dat verse tomaat eten met als doel extra lycopeen binnen te krijgen nauwelijks werkt omdat deze stof niet door onze spijsvertering vrijgemaakt wordt, het zij zo. Maar ook verse tomaat zal vast gezonder zijn dan veel ander voedsel. Soms is het effect van wat je eet niet alleen het gevolg van wat je wél eet, maar ook van wat je daardoor níet meer eet. Je bord driekwart vol met groente laat geen ruimte voor bijvoorbeeld een overschot aan koolhydraten: één van de oorzaken van obesitas. En vervang dan gelijk ook de (gezoete) frisdranken door vers vruchtensap: dat scheelt een heleboel ongezonde suikers. Voeding en gezondheid: wetenschappers, dieet­ goeroes, voedingsbedrijven, iedereen heeft een advies. Maar als iedereen begint om met een dosis gezond verstand gebruik te maken van de producten die onze sector ons biedt, ziet de toekomst van ons allemaal er letterlijk en figuurlijk ‘gezond’ uit.

34]

Tripsschade meten met computerbeeldverwerking Momenteel ontwikkelt Wageningen UR Glastuinbouw een machine-vision-setup en bijbehorende analyse-software voor het meten van tripsschade in chrysantenbladeren. Het is de bedoeling om met dit systeem in korte tijd een groot aantal bladeren te kunnen beoordelen op tripsschade, zodat dit gebruikt kan worden voor het screenen van endofyten, oftewel schimmels in de plant.

Tekst Danijela Vukadinovic, Gerrit Polder, Gerben Messelink, Wageningen UR Glastuinbouw

De californische trips, Frankliniella occidentalis, is een van de grootste plagen in de glastuinbouw. Dit kleine insect heeft zich sinds de jaren tachtig in Nederlandse kassen gevestigd en geeft al jaren lang enorme eco­ nomische schade. De larven en volwassen tripsen beschadigen en zuigen plantencellen leeg, waardoor

Resistenties De biologische bestrijding van trips is in de groenteteelt redelijk succes­vol, maar in de sierteelt onder glas loopt zowel de chemische als biologische bestrijding om verschillende redenen moei­zaam. Vanwege de sier­waarde van bloemen en pot­planten worden maar zeer lage dichtheden van trips getolereerd. Verder zijn veel cultivars ook nog eens erg gevoelig voor trips en is er snel bloem­schade. Dit maakt de bio­logische bestrijding erg lastig omdat de effecten hiervan vaak on­ voldoende zijn om deze zeer lage trips-niveaus te halen. Verder hebben veel bestrijders, zoals roof­­mijten en roof­­wantsen, moeite om zich goed te vestigen in sierteelt­ gewassen. De opties voor chemische bestrijding zijn ook beperkt. Veel chemische middelen werken niet goed meer, doordat ze te intensief zijn gebruikt en er onbedoeld geselecteerd is op pesticide-resistente populaties trips. De goed werkende chemische middelen mogen vanwege nieuwe etikettering maar beperkt gebruikt worden. Daar­ naast is chemische bestrijding vaak niet wenselijk vanwege de neven­­effecten op biologische bestrijders die worden ingezet tegen andere plagen zoals spint

en witte­vlieg. Hierdoor bestaat een enorme behoefte aan niet-chemische bestrijdings­methoden van trips. Bij Wageningen UR Glastuinbouw loopt

Het screenen van endofyten tegen trips is tijdrovend en arbeidsintensief momenteel een groot onderzoeks­ project (PPS masterplan trips, topsector T&U) waarbij wordt gewerkt aan nieuwe bestrijdings­­­methoden tegen trips. Het onder­zoek richt zich op de weerbaar­ heid van het gewas, een betere inzet­ baar­heid van natuurlijke vijanden en het ontwikkelen van een push-pull strategie tegen volwassen tripsen. Een van de nieuwe methoden om de weerbaar­ heid van het gewas te verhogen is de inzet van endofyten. Dit zijn

schimmels of bacteriën die in de plant groeien, zonder dat deze negatieve effecten hebben op de planten­groei. Sterker nog, in veel gevallen is deze symbiose met endofyten gunstig voor de planten­groei. De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat deze endofyten ook effecten kunnen hebben op ziekten en plagen. Zo is in ui gevonden dat endofyten de ontwikkeling van tabak­strips kunnen vertragen en dat planten minder aantrekkelijk worden voor trips. In het onderzoeks­project van Wageningen UR Glastuinbouw worden momenteel verschillende endofytische schimmel-

isolaten gescreend op hun werking op trips. Spectrale camera's Het screenen van endofyten tegen trips is tijdrovend en arbeidsintensief. Een belangrijk onderdeel is het vast­ stellen van de mate van schade aan bladeren. Normaal gesproken wordt deze schade bepaald door het aantal plekken met zilver­schade op bladeren te tellen, of door schade in te delen in verschillende categorieën. Los van het feit dat deze methode arbeids­intensief is, schort het ook aan nauwkeurig­ heid. De ontwikkeling van een module voor auto­matische beoordeling van blad­schade met beeld­verwerking zou een grote stap vooruit zijn om het screenings­proces te versnellen en nauw­keuriger te maken. De ‘vison experts’ van Wageningen UR Glastuinbouw hebben daarom gekeken welke mogelijk­heden er zijn om met beeld­verwerking deze techniek te ontwikkelen. Een probleem waar we al snel tegen aan liepen was het feit dat de kleur van de trips­schade bijna gelijk is aan de kleur van de plantnerven. Het is dus een nood­zaak en uitdaging om deze nerven van schade te onder­ scheiden (zie illustratie 1). Momenteel wordt er een machinevision -setup en bijbehorende analyse-software voor het meten van tripsschade in chrysanten­bladeren ontwikkeld. Het is de bedoeling om met dit systeem snel een groot aantal bladeren te beoordelen op trips­schade, zodat dit gebruikt kan worden voor het screenen van endofyten. Bladeren met trips­schade zijn gefotografeerd met een standaard kleuren­camera en spectrale camera’s. De spectrale banden werden geselecteerd op basis van het resultaat van voorafgaande experimenten met

GEZOND

er een soort zilver­achtige schade ont­ staat. Daarnaast kan dit zuigen aan plantcellen groeimis­vorming van het blad geven. Zodra een gewas bloeit, zijn ze al snel in de bloemen te vinden (vandaar ook de Engelse naam ‘western flower thrips’) waar ze zich voeden met stuif­ meel en het zachtere planten­weefsel. De schade kan nog veel ernstiger worden door over­dracht van het Tomato Spotted Wilt Virus (TSWV) in teelten als chrysant en paprika. Naast de gewasschade die trips kan veroorzaken, is trips ook een enorme bedreiging voor de export naar landen met een nul­tolerantie.

een 192 bands hyper­spectrale camera (400-1000 nm). Vervolgens werd alles met een 8-band multi­spectrale camera (PixelTeq SpectraCam) vastgelegd. Uit deze voorafgaande experimenten bleek dat vooral in het nabij infrarood (NIR) verschil is te zien tussen nerven en trips­aantasting. Voor het ontwikkelen van een geautomatiseerde methode voor schade­meting zijn tientallen planten met verschillende niveaus van trips-schade gefotografeerd. De tripsschade op de beelden zijn vervolgens door entomologen geannoteerd. Deze annotaties zijn gebruikt om de geautomatiseerde beeld­analyse­ methode te trainen. De bladeren zijn opgenomen tegen een blauwe achtergrond. Illustratie 2 geeft een

voorbeeld te zien van een volledig spectraal beeld bestaande uit 8 banden. Labeling De volledig geauto­matiseerde methode bestaat uit twee stappen: blad­segmentatie, en kwantificatie van trips-schadegebied op bladeren. Blad­segmentatie werd uitgevoerd met behulp van een thresholding op kleur getransformeerde beelden (RGB naar HSV transformatie) en labeling om de afzonderlijke bladeren te onder­ scheiden. De nauwkeurig­heid was 100%. In elk gesegmenteerde blad zijn de gebieden van trips­aantasting automatisch gedetecteerd met behulp van machine-learning technieken.

De kenmerken die gebruikt zijn in de machine-learning zijn voor alle pixels, de intensiteiten van alle 8 multi­spectrale beelden. De nauw­keurig­heid van de automatische methode, vergeleken met de annotaties door een expert was 95 %. Handmatig labelen van tripsschade is enorm veel werk. Daarom wordt er een beperkte set van de beelden gebruikt om het machinelearning model te trainen. De rest van de beelden worden met behulp van het getrainde model gekwantificeerd, waarna de resultaten worden vergeleken met telling van tripsaantallen op de planten.

36]

Illustratie 1 - Tripsschade op chrysantenbladeren, links handmatig geannoteerd, rechts met computerdetectie

Illustratie 2 - Een volledig spectraal beeld van een chrysantenblad, bestaande uit 8 banden

VOL ENERG E Wilt u KAS in 2016 (blijven) ontvangen? Neem dan nu een betaald abonnement op het magazine en kies uw voordeel! Optie 1 ­ Wilt u KAS niet alleen door de bus krijgen, maar ook altijd en overal online kunnen lezen? Kies dan voor een abonnement met gratis ‘KAS Powerbank’. Met deze mobiele oplader heeft u altijd extra stroom bij de hand voor uw mobiele apparaat. Handig als u KAS bijvoorbeeld ook onderweg wilt lezen of het nieuws op GroenteNet en SierteeltNet wilt checken. U betaalt € 39,50 per jaar voor uw abonnement op KAS en ontvangt de ‘KAS Powerbank’ geheel gratis! Optie 2 ­ Houdt u van luxe en gemak? Dan bieden wij u ook de mogelijkheid om uw abonnement op KAS te combineren met een luxere powerbank voorzien van speakerfunctie. Plug uw smartphone eenvoudig in voor extra stroom, maar ook om muziek te luisteren of filmpjes te kijken. Bijvoorbeeld op KAStv. U ontvangt het abonnement op KAS samen met de luxe powerbank voor € 49,50 ( € 39,50 + eenmalige bijbetaling van € 10,00). Optie 3 ­ Heeft u liever een eenmalige korting van 50% op de abonnementsprijs? Kies dan voor deze optie en betaal het eerste jaar slechts € 19,75 voor uw abonnement op KAS. Optie 4 ­ Neem niet 1 maar 2 abonnementen op KAS en ontvang het tweede abonnement het eerste jaar gratis. U betaalt dan € 39,50 voor 2 abonnementen en kunt zelf aangeven of u beide exemplaren op hetzelfde adres of op verschillende adressen wilt laten bezorgen. Ga snel naar kasmagazine.nl/abonnement, kies het voordeel dat bij u past en laat ons per mail uw keuze weten. Betaalt u al voor KAS? Bevestig aan ons dat u uw abonnement voortzet, dan krijgt ook u gratis de KAS Powerbank toegestuurd!

GreenTech Innovation Award:

Aanmelden tot 1 april

Slim en innovatief denken en dat vertalen naar innovaties wordt beloond op GreenTech. Alle exposanten worden uitgenodigd hun meest innovatieve concepten, producten en technologieën in te sturen voor beoordeling door een onafhankelijke internationale jury. De winnaars worden bekendgemaakt op de eerste beursdag van GreenTech, dinsdag 14 juni in RAI Amsterdam. Exposanten die innovaties willen inschrijven voor de Award moeten hun inzending uiterlijk 1 april 2016 online indienen.

38] De jury staat voor een tweede maal onder de bezielende leiding van Aalt Dijkhuizen, - voormalig president en voorzitter van Wageningen UR en sinds 2014 door de Nederlandse regering aangesteld als boegbeeld van de Topsector Agri & Food. “We staan wat betreft de wereld­ voedsel­voorziening voor enorme uitdagingen. Dat vraagt om nieuwe kennis en technologie", aldus Dijkhuizen. “De GreenTech Innovation Award wil graag de beste voor­beelden in het zonnetje zetten. Als voorzitter van de jury roep ik u daarom op uw innovatie bij ons in te dienen en mee te dingen naar deze prestigieuze award." InnovationLab Zowel de genomineerden als de winnaar kunnen rekenen op volle aandacht op de beurs en in

Tekst Jacco Strating

de wereld­wijde media. De genomineerden worden gepresenteerd in het InnovationLab, dat is opgezet als een inspirerende omgeving waar grens­verleggende producten en andere revolutionaire ideeën worden gepresenteerd en besproken door exposanten en bezoekers. Hier kan iedereen ervaringen en inzichten op het gebied van tuinbouw­innovaties met elkaar uitwisselen. De genomineerde producten staan centraal in deze futuristische setting. Juryleden De internationale jury bestaat uit Aalt Dijkhuizen (voormalig president en voorzitter van Wageningen UR en voorzitter van de GreenTech Innovation Award Jury), Jan-Willem Breukink (voor­malig CEO en tegen­woordig Advisor Incotec), Heinrich Dressler (redacteur van Gärtnerbörse uit Duitsland) en Reinier Wolterbeek (Chief Technology officer Sundrop

Op 14, 15 en 16 juni 2016 vindt de tweede editie van GreenTech plaats in Amsterdam. Als officiële mediapartner houden wij u in elke editie van KAS op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en zullen wij u optimaal informeren over de invulling en het programma. Meer weten over GreenTech? Ga naar www.greentech.nl.

Farms). Voor de eerste selectie zal de jury boven­ dien worden ondersteund door Jacco Strating (hoofdredacteur van KAS TuinbouwCommunicatie), Roger Abbenhuijs (hoofdredacteur van Onder Glas) en Linda Kaluzny-Pinon (technisch tuinbouw journalist uit Frankrijk).

hun inzending uiterlijk 1 april 2016 online indienen. Exposanten kunnen dit doen via https://ep.rai.nl/ Account/LogOn/en.

Award 2014 Twee jaar geleden tijdens de eerste editie van GreenTech werden in totaal 53 innovaties ingezonden die een kans maakten op de GreenTech Innovation Award 2014. De jury bracht de lijst terug naar 12 innovaties. De prijs ging dat jaar uiteindelijk naar het ID Kas-concept van Technokas, Duijvestijn Tomaten, Boal Systemen en Scheuten Glas. Een internationale jury bekroonde twee bedrijven met een Category Award. ID Kas van Technokas won in de categorie Equipment, Futagrow van Metazet / FormFlex won in de categorie Production. ID Kas werd verkozen tot Overall Winner vanwege het ​​ innovatieve kas concept met veel aandacht voor details en rekening houdend met alle aspecten. "Kennis en innovatie zijn de hoekstenen van GreenTech", zegt Mariska Dreschler, manager van GreenTech. "Een bezoek aan GreenTech biedt een blik in de toekomst en kan aanzienlijke invloed hebben op elk bedrijf. Kan iemand het zich veroorloven om dat te missen?" AMREF Flying Doctors Water wordt elke dag schaarser en raakt meer vervuild. Innovaties zijn cruciaal voor duurzaam­heid en daarom ondersteunt GreenTech wederom AMREF Flying Doctors middels het doneren van het inschrijf­ geld van de Innovation Award. Exposanten die innovaties willen inschrijven voor de Award moeten

Juryvoorzitter Aalt Dijkhuizen

Officiële beurscatalogus Als officiële mediapartner van GreenTech 2016 maakt KAS TuinbouwCommunicatie in samenwerking met RAI Amsterdam de enige officiële (Engelstalige) beurscatalogus, inclusief plattegronden. Een ideale kans om uw bedrijf of organisatie internationaal te profileren. Bedrijven en organisaties die willen adverteren in de officiële beurscatalogus hebben enkele opties. Een 1/1 pagina kost slechts € 2.500 en een halve € 1.450. Daarnaast is een beperkt aantal blokken beschikbaar op de separaat gedrukte en te verspreiden beursplattegrond (7.500 oplage). Een blok van 80x85mm kost € 400, een blok van 180x85 kost € 600. Neem voor meer informatie of direct reserveren contact op met Hans van Renssen, telefoon 06-81027688 of e-mail [email protected] tuinbouwcommunicatie.nl.

Ga naar www.greentech.nl/amsterdam/ exhibitors/exhibitor-overview voor de (voorlopige) deelnemerslijst van 2016.

[39

Tekst Jacco Strating

Even tuinen bij…

Wageningen UR Glastuinbouw

Zuiveringsapparatuur toetsen aan nieuwe regels Bedrijven in de glastuinbouw zijn met ingang van 1 januari 2018 verplicht om gewasbeschermingsmiddelen te verwijderen uit lozingswater. Door middel van zuiveringstechnieken moet een rendement van 95 procent worden behaald. Bedrijven die dergelijke installaties op de markt willen brengen, dienen deze te toetsen aan de richtlijnen. Wageningen UR Glastuinbouw kan deze toets voor de bedrijven uitvoeren.

40]

Het wordt een lastige opgave voor glastelers. De Kaderrichtlijn Water eist van de lidstaten dat het oppervlaktewater van goede ecologische kwaliteit moet zijn. De Nederlandse overheid en de sector hebben afgesproken dat de tuinbouw vanaf 1 januari 2027 (nagenoeg) emissieloos zijn. Voor gewasbeschermings­middelen moet dit echter eerder geregeld zijn. Daarom is vanaf 1 januari 2018 zuiveren van het lozings­water verplicht. Het betreft drainwater bij substraatteelt, drainagewater bij grondgebonden teelt en filterspoelwater dat het bedrijf verlaat. Om dat te bereiken zal men de komende twee jaar keuzes moeten maken. Optie is om aansluiting te zoeken bij een collectief dat lozingswater van verschillende bedrijven verzamelt en zuivert, men kan een mobiele zuiverings­

installatie inhuren of een bedrijf schaft een eigen zuiverings­­­installatie aan. De keuze zal per bedrijf verschillen. Maar in alle gevallen zullen de installaties die worden gebruikt voor het zuiveren van het lozings­water, gekeurd moeten worden. Dit dient te gebeuren volgens een officieel vast­ gesteld meet­protocol dat vaststelt of het verplichte zuiverings­­rendement van 95 procent ook daad­ werkelijk wordt gehaald. Faciliteiten Wageningen UR Glastuinbouw besloot al in een vroeg stadium te anticiperen op het overheids­beleid en deed onderzoek naar de haalbaar­heid van de nieuwe norm. Gekeken werd naar de drinkwater­­industrie en de technieken die daar worden gehanteerd voor de zuivering van water. Conclusie: technisch is een en ander haalbaar. Maar is het ook betaal­baar? In 2011 werd een Bleiswijk een infra­structuur neergezet om met zuiverings­technieken aan de slag te gaan. Wageningen UR Glastuinbouw bouwde silo’s en legde leiding­werk aan om uiteenlopende technieken te kunnen testen. In totaal werden 6 tot 7 technieken met behulp van deze faciliteiten getest. Op basis van die onder­­zoeken werd een protocol opgesteld: ‘Meet­­ protocol voor het testen van het zuiverings­rendement van zuiverings­­installaties glas­tuinbouw’. Aan de hand van dit protocol en met behulp van de aanwezige faciliteiten kunnen zuiverings­installaties van derden nu op locatie in Bleiswijk worden getoetst, zo laat onder­­zoeker Jim van Ruijven weten. “Deze toetsing dient te worden uitgevoerd door een onafhankelijke

kennis­­partij en voor­alsnog zijn wij het enige bedrijf dat hiertoe in staat is.” Verschillende toeleveranciers zijn inmiddels bezig met het ontwikkelen van zuiveringsinstallaties. “Wanneer een installatie praktijkrijp is, kan men die bij ons neerzetten”, licht Van Ruijven toe. “Wij zorgen voor Standaard Water, laten de installatie zijn werk doen en zullen de resultaten analyseren. Uiteindelijk leidt dat tot een nauw­keurige berekening van het zuiverings­rendement. De Beoordelingscommissie Zuiveringsinstallaties Glastuinbouw (BZG), bestaande uit deskundigen uit het bedrijfsleven en de overheid, zal tot slot bekijken of het onder­zoek goed is uitgevoerd. Is dat het geval en wordt een zuiverings­ rendement van 95 procent of hoger behaald, dan zal de installatie op een positieve lijst worden geplaatst. Telers kunnen op basis van die lijst een veilige keuze voor een zuiveringsinstallatie maken. Tegelijker­tijd kunnen de over­heden zien dat de betreffende teler aan de richtlijn voldoet.” Standaard Water Het Standaard Water dat wordt gebruikt bij de toetsing bestaat uit een vast pakket aan mest­ stoffen, organische en minerale vervuilingen, aangevuld met 10 gewasbeschermings­middelen met 11 daarin werkzame stoffen. “Het is nog niet geheel duidelijk waar die norm van 95 procent exact betrekking op heeft. Die discussie is nog gaande. Maar toeleveranciers gaan er bij de ontwikkeling van hun installatie nu van uit dat het om 95 procent per

werkzame stof gaat”, aldus Van Ruijven. Inmiddels is hij voor drie bedrijven al bezig om installaties te testen en hij nodigt andere toeleveranciers uit hun voorbeeld te volgen door hun apparatuur ook te laten keuren. “De Kaderrichtlijn Water komt hoe dan ook op de sector af, dus kun je daar als bedrijf maar beter tijdig op anticiperen. Men kan ongeacht het type zuiverings­techniek bij ons terecht, ook met technieken om de kwaliteit van het recirculatiewater te verbeteren.” Het meetprotocol, de samenstelling van het Standaard Water en de werkwijze voor de beoordeling van het zuiverings­rendement zuiverings­ installaties glastuinbouw zijn terug te vinden via www.helpdeskwater.nl.

[41

Witte vlieg en Thrips? Geen chemische middelen?

COAT EN KRIJT OP TIJD VOO R U IT S

TR

EV

EN N

DI

TR

O

KK

UW

D

D • VA

U

G • VER

Effectieve gewasbescherming Witte Vlieg en Trips: Door de combinatie van een vangkaart met een luchtstoot worden de Witte Vlieg en Trips actief uit het gewas weggevangen. Effectief spuiten: Door het gewas van twee kanten te spuiten, dus ook tussen de rijen, vindt er met minder middel een betere bestrijding plaats. Botrytis en Meeldauw: Door het gewas dagelijks met UV-licht te behandelen worden uitstekende resultaten geboekt.

Kijk verder op www.klimrek.com

Thema juni: VEILIG

Coat en krijt op tijd! Vakkundig en veilig met het coat- of krijtmiddel wat het beste bij de teelt past. Het coaten en krijten is bij ons in vertrouwde handen. Wij staan voor vooruitstrevend, vakkundig & vertrouwd, afspraak is afspraak en flexibel waar nodig. Bel of mail ons voor een vrijblijvende afspraak.

Het thema van de volgende reguliere uitgave van KAS is ‘Veilig’. Daarin aandacht voor veiligheid in de tuinbouw. Hoe bescherm je bedrijfsvoering, teler, proces, plant én eindproduct tegen invloeden van buitenaf? Telers en toeleveranciers die in dit nummer niet willen ontbreken, kunnen zich melden.

Redactionele zaken? Jacco Strating, tel. 06-53678359 en/of [email protected] Commercieel uitpakken? Hans van Renssen, tel. 06-81027688 en/of [email protected]

www.vanveldhoven.nl - 0174 - 513202 - [email protected]

Verschijning 16 juni Wees er snel bij!

Column

Geen polonaise na het winnen van de tos Met deze column in KAS neem ik het stokje over van Henk Verbakel. Een aantal keer zal ik een column schrijven met mijn visie over de tuinbouw/ kassenbouw. Of het een succes wordt, weet niemand, maar voorlopig ben je nog steeds aan het lezen, dus het begin is goed. In het eerste snuffelgesprek met hoofdredacteur Jacco Strating kwam de vraag naar voren hoe wij met onze insectengaassystemen op de buitenlandse markten terecht komen en hoe we deze markt benaderen. Verleden jaar hadden wij projecten in 31 verschillende landen. Veelal zijn wij in de prettige situatie dat we met professionele kassenbouwers, tussenschakels en/of adviesbureaus meeliften. Zoals zoveel specialisten, zijn we dan een kleine schakel in een turn-key project. De combinatie van en de samenwerking met deze schakels, bepalen het succes van een project, zeker in het buitenland. Als alle individuele schakels het gehele verkooptraject, juridische, financiële en logistieke processen zelf moeten regelen, gaat het niet lukken en word je als team van bedrijven veel te duur. Natuurlijk hebben we ook directe buitenlandse projecten en dan met name in bestaande glazen- en foliekassen. Is er een handboek ‘Hoe benader ik een buitenlandse

Marcel Schulte Marcel Schulte ([email protected]) is mede-eigenaar van Holland Gaas in Maasdijk, dat insectengaassystemen ontwerpt en levert aan kassenbouwprojecten in binnen- en buitenland.

markt?’ beschikbaar? Nee, ik gok zomaar van niet. Het is onder andere een mix van netwerken, beursbezoeken, kennis van de markt en de cultuur, inzet van social media, fingerspitzengefühl en ongetwijfeld ook geluk. Veel vager kan ik niet worden, maar het ligt ook heel erg aan het type persoon. Om succesvol een markt binnen te komen, moet de persoon in ieder geval deze ingrediënten meebrengen: een kwaliteitsproduct, creativiteit, respect, luistervaardigheden, durf en enthousiasme. Ik wil overigens geen bekwaamheden suggereren die ik niet bezit, maar ik streef er wel naar. Belangrijk in het buitenland is ook dat je de gehele wedstrijd speelt, inclusief de blessuretijd. Geloof in blauwe ogen, officiële handtekeningen, een goed gevoel en mooie beloftes stellen niet overal evenveel voor. Maak niet te snel een salto en ga vooral geen polonaise lopen na slechts het winnen van de tos. Pas na de oplevering en de laatste betaling is de wedstrijd gespeeld. Tel daarna je zegeningen en eventueel je opbrengst. Zeker nu het in de branche lijkt aan te trekken, is voorzichtigheid geboden, anders ben je heel het jaar druk met uiteindelijk niks. Logischerwijs kijken we ook in ons eigen landje naar mogelijkheden. Met kassenbouw gerelateerde bedrijven zijn we de laatste jaren in Nederland niet echt verwend met succes, maar er gloort hoop…

[43

44]

‘Geen idealisme meer, maar pure noodzaak’ Kaswittevlieg is een veelvoorkomende plaag in de tuinbouw, die ook in de glasgroenteteelt voor grote problemen zorgt. Door strengere wetgeving en resistentie tegen chemische middelen, zijn telers meer en meer aangewezen op biologie. Met PreFeRal meent Biobest de juiste oplossing in huis te hebben.

Tekst Jacco Strating

Kaswittevlieg, officieel Trialeurodes vaporariorum genaamd, is een typische plaag die kas- en buiten­­gewassen bedreigt. Zowel de larven als volwassenen zuigen planten­sappen om zich te voeden. Afscheiding van honing­dauw bevuilt de bladeren en de vruchten, die vervolgens

Larven en eitjes Biobest, specialist op het gebied van biologische gewas­bescherming, raadt telers daarom aan gebruik te maken van PreFeRal. Dit is een natuurlijk schimmel­product dat door Biobest is doorontwikkeld tot een effectief product dat zowel de larven als de eitjes van de kaswittevlieg kan doden. Van Lenteren geeft bovendien aan dat PreFeRal niet alleen een effectieve werking heeft bij de aanpak van kas­ wittevlieg, maar dat ook de ernstigere variant tabaks­wittevlieg met het product kan worden aangepakt. “PreFeRal is gebaseerd op een schimmel die van nature overal ter wereld in de bodem voorkomt en die deze plagen zeer goed weet te bestrijden”, licht Van Lenteren toe. “Het product kan worden toegepast vanaf het moment dat wittevlieg voor het eerst wordt waar­ genomen in de kas. Wanneer dat vroeg en dus op tijd gebeurt, volstaat PreFeRal in veel gevallen en is het niet nodig om het product te combineren met andere middelen. Wordt de aanwezigheid van wittevlieg pas later ontdekt, dan is een combinatie tussen PreFeRal en Oberon

of Admiral het meest effectief. Oberon en Admiral mogen beide twee keer per jaar worden ingezet en zorgen als aanvulling op PreFeRal voor het beste resultaat.” PreFeRal is al geruime tijd op de markt en mag momenteel worden toegepast in de teelt van tomaat, komkommer en sierplanten. Voor toepassing in de paprikateelt loopt een toelatings­ verzoek. Toelating in de paprikateelt zal naar verwachting nog enige tijd op zich laten wachten, maar volgens Van Lenteren is de werking van het product inmiddels breed bewezen binnen de glas­tuinbouw. Na kieming van de sporen, dringt en woekert de schimmel zich in zijn gastheer. Een witgrijs gekleurde mycelium zal zichtbaar zijn op de buiten­kant van het dode insect. Onder optimale omstandig­heden zal het mycelium niet zichtbaar worden; de geïnfecteerde insecten kunnen herkend worden doordat ze vervormen en bruin kleuren. Biobest adviseert telers wel om het product op het juiste moment toe te passen voor het beste resultaat. “Dat wil zeggen niet spuiten bij zonlicht en bij voorkeur aan het eind van de middag, als het blad zoveel mogelijk nat is. Dan is de werking van PreFeRal het best.” Gewascontroles Dat het biologische product breed geaccepteerd is binnen de tuinbouw, wordt beaamd door Leonie van Rooijen. Bij Plantenkwekerij Vreugdenhil, dat onder andere pluk­tomaatjes kweekt, is zij gewas­beschermings­specialist. In die hoedanig­heid is zij onder meer verantwoordelijk voor het scouten op alle locaties van het bedrijf. “Op dit moment is het niet aan de orde, maar als de situatie daar om vraagt, zal ik zeker PreFeRal toepassen. Het is een product dat zijn waarde in verschillende teelten heeft bewezen.” Om de plaag­ druk in de kas voortdurend in de gaten te houden, maakt Van Rooijen gebruik van vangplaten, maar voert zij ook actief gewascontroles uit. “Daarbij is de synergie met het personeel enorm

belangrijk. Zodra zij iets waarnemen, moeten ze dat melden. Op die manier kunnen we op tijd actie ondernemen als dat nodig is.” Ook hecht Van Rooijen waarde aan het contact met Arjo van Lenteren. “Wij werken sinds september samen met Biobest en voorheen deed ik hetzelfde werk als Arjo. We hebben allebei een eigen kijk op gewas­ bescherming, waardoor we elkaar goed kunnen aanvullen en we altijd oplossings­gericht met elkaar in contact kunnen treden.” Van Lenteren geeft aan dat het belangrijk is om als adviseur aan te voelen wat een teler nodig heeft. “Wij moeten telers ontzorgen door onze kennis te delen en duidelijkheid te bieden. Daarom communiceren wij open over onze producten en de werking ervan. Elke situatie op elk bedrijf is weer anders, waardoor het altijd gaat om maatwerk. Een teler heeft er niets aan als wij enkel onze eigen weg volgen. Het is een samen­spel dat uiteindelijk tot de juiste oplossing moet leiden. De ervaringen met PreFeRal in de praktijk delen wij dan ook graag met onze klanten, zodat zij mede op basis daarvan hun eigen conclusies kunnen trekken.” Leonie van Rooijen verwacht dat PreFeRal de komende jaren alleen nog maar belangrijker zal worden in de glas­tuinbouw. “Zeker ook met oog op de strengere lozings­wetgeving, waardoor biologische producten on­ misbaar worden.” Van Lenteren sluit zich daarbij aan. “Het is weliswaar een biologisch product, maar het is allang geen product uit idealisme meer. Het is noodzaak geworden, een must. Vroeger had een teler nog de keuze, maar steeds meer ontstaat het besef dat de inzet van PreFeRal gewoon nodig is om het gewas gezond te houden. De praktijk toont dit aan, dus ik zou sceptici willen oproepen om zich op basis van die feiten óók te laten overtuigen.”

GEZOND

onverkoopbaar worden. Vaak groeien schimmels op de honingdauw, waardoor de fotosynthese en de ademhaling van de plant ernstig worden gehinderd. Daarom is het van belang dat de plaag vroeg wordt bestreden, meent Arjo van Lenteren, adviseur bij Biobest Nederland. En de opties hiertoe zijn niet breed aan­wezig, zo geeft hij aan. Telers hebben enerzijds te maken met een strenge wetgeving, waardoor het aantal chemische middelen dat kan worden ingezet flink is afgenomen. Daarnaast heeft de kas­wittevlieg een resistentie ontwikkeld voor verschillende chemische middelen. “De mogelijk­ heden om kaswittevlieg aan te pakken, zijn daardoor beperkt. Daar komt nog bij dat de plaag vroeger altijd curatief werd aangepakt, maar dat wij nu adviseren dat preventief te doen om schade zoveel mogelijk te voorkomen.”

[45

KAStv.nl is hét online kanaal voor tuinbouwfilms van KAS TuinbouwCommunicatie. Met spetterende bedrijfsreportages, korte inhoudelijke gesprekken, sfeerverslagen van beurzen en evenementen en geanimeerde fotoreportages. In elke editie van KAS zetten we enkele highlights van de afgelopen periode op een rij. Dit keer een overzicht van de tafelgesprekken die vorige maand plaatsvonden in de HortiLounge op de Tuinbouw Relatiedagen in Gorinchem.

KAStv

Bodem en biologie Gesprek met Rogier Sterk (Aqua Terra Nova) en met Erik Kerklaan en Nancy Meijer (beide Biopol Natural)

Nederland techniekland Gesprek met Ton van der Kooij (Van der Ende Group), Sander Zuidgeest (Steenks Service), Floris Berghout (KG Systems), Henk Verbakel (Havecon) en Ruud Schulte (Moor Filtertechniek)

Krachtig vanuit het Westland Gesprek met Wim Vreugdenhil (Marel Loonwerk), Erik Boekestijn (Boekestijn), Willem de Bruijn (Vollebregt Barten) en Ronald Nadorp (Upscore)

Besparen op arbeid Gesprek met Nic Poot (Westflex), Jermain Manintveld (Recura) en Edwin Zuidgeest (MVO Westland)

Social media als tool Gesprek met Tessa de Bruijne (Omroep West/WOS), Ivo van Orden (Bloemenbureau Holland), Hans van Renssen (KAS TuinbouwCommunicatie) en Mark Hoogendoorn (Biopol Natural)

Schermen, coaten of diffuus glas? Hugo Plaisier (Svensson), Jeffrey Pouw (Hermadix), Henri Beekers (Cultilene) en Richard Hagedoorn (Royal Brinkman)

46]

Column

Symbiose

Erik Persoon Erik Persoon ([email protected]) is een van de eigenaren van Kwekerij Zwethlande, dat ficussen produceert in Honselersdijk. Persoon is voorzitter van telers­ vereniging Tuinbouw Techniek Ontwikkeling (TTO), een innovatieclub van telers met als doel gezamenlijk (teelt) technische innovatieprojecten ter hand te nemen.

[47 Symbiose is het langdurig samenleven van twee of meer organismen van verschillende soorten waarbij de samenleving voor ten minste één van de organismen gunstig of zelfs noodzakelijk is. Een van de bekendste vormen ervan is die tussen de ficus en de wesp. Het heeft ervoor gezorgd dat dit gewas op vrijwel alle continenten voorkomt, behalve op Antarctica. De ficus kent ongeveer 800 bekende soorten. Het meest opmerkelijk is de manier van voortplanten. De bloeiwijze is een vlezige kom die gevormd wordt door een steel. Aan de binnenkant van deze kom groeien honderden bloemen. Deze worden bestoven door een kleine wesp. Dit zijn extreme specialisten want voor ieder van de 800 soorten is er een andere wesp. Vruchten die niet bestoven zijn, vallen af. Deze wespen leven hier niet, het is hier niet warm genoeg. Dat is de reden dat de vermeerdering in de tuinbouw volledig vegetatief gaat, via stekken en zelfs via in vitro cultuur. Je zou kunnen stellen dat de symbiose tussen ficus en wesp langzaam wordt vervangen door die tussen ficus en homo sapiens; immers het aantal ficusplanten in de natuur neemt af, maar de gecultiveerde vorm groeit. Persoonlijk verwacht ik deze eeuw vele nieuwe vormen van symbiose, vooral tussen mens en andere soorten planten en dieren, in een poging de evolutionaire strijd in hun voordeel te beïnvloeden.

Honden en katten hebben het al aardig door, die laten zich geheel door homo sapiens verzorgen terwijl hun natuurlijke voorouders de wolf en de wilde kat bijna zijn uitgestorven. Homo sapiens is officieel nog steeds een soort; zelf zou ik er voor pleiten een onderverdeling aan te brengen. Zeg nu zelf, de homo urbanus kan toch niet overleven in een omgeving waar de homo agriculus in floreert? Hetzelfde geldt voor de homo scientificus, die leeft in een heel andere wereld dan de homo practikus, evenals de homo technologicus en de homo politicus, al is deze laatste nog niet geheel zeker van zijn bestaansrecht. Vanuit TTO hopen we op een betere symbiose tussen de homo agraricus en de homo technologicus; daarom zullen we dit jaar deze twee soorten regelmatig bijeen brengen en kijken wat er dan gebeurt. Want de juiste partner in symbiose, dat is een bewezen evolutionair voordeel. Het echte wachten is natuurlijk op een vorm van symbiose tussen twee soorten die de homo sapiens qua beslag op de schaarse middelen van onze aardbol gaat verslaan. Denk eens aan mieren die samen met bepaalde bacteriën onkwetsbaar worden en heel de aardbol ombouwen tot een grote mierenhoop. Dat zou nog eens een onverwachte wending aan de huidige loop van de evolutie geven!

48]

Ook Nederland loopt warm voor vertical farming Stadslandbouw is ‘hot’. Ook vertical farming - waarbij gewassen in meerdere lagen worden geteeld - is in opkomst. Kroonjuweel in ons land is het project De Schilde in Den Haag, waar binnenkort groenten en vis worden geteeld in en op een voormalig kantoorpand. Over de effecten van vertical farming op de reguliere tuinbouw zijn de meningen verdeeld. Vertical farming, een relatief nieuw fenomeen, kent twee verschillende varianten. Enerzijds spreken we hierbij over de meerlaagse teelt onder led­verlichting in klimaat­kamers. Deze teelt­methode wint langzaam maar zeker steeds meer terrein in ons land. De andere vorm, het produceren van versproducten op meerdere verdiepingen van één gebouw, is minder bekend. Denk hierbij aan groenteteelt in leeg­

staande kantoortorens of in een kas op het dak van een gebouw. Wenen kent bijvoorbeeld al een supermarkt met op het dak een kas, waarin groenten worden verbouwd. Deze producten worden verkocht in de onder­liggende supermarkt. Interesse vanuit de markt Ook in ons land is vertical farming in opkomst. Onder meer de gemeente Den Haag houdt zich hier actief mee bezig. “Enkele jaren geleden zagen we dat steeds meer bedrijven en particulieren in Den Haag plannen indienden met betrekking tot verticale stads­landbouw”, vertelt Ed de Jager, verantwoordelijke stads­landbouw bij de gemeente Den Haag. ”Omdat wij als gemeente kampten met een grote leegstand van kantoor­ gebouwen, besloten we in 2013 een prijs­ vraag rondom het thema ‘Stadslandbouw’ uit te schrijven voor De Schilde. Dit kantoren­pand, waarin voorheen een fabriek van Philips was onder­gebracht en dat eigendom is van de gemeente, stond op dat moment groten­deels leeg.” Het Zwitserse bedrijf Urban Farmers won de prijs­vraag en verdiende daar­mee een aantrekkelijke huur­prijs voor de zesde etage en het dak van De Schilde. “Wij zijn wereld­ leider als het gaat om stads­landbouw­ projecten, maar Nederland is dé wereld­ wijde kop­loper wat betreft de productie van levens­middelen”, vertelt Marc Durno, managing director van Urban Farmers Benelux. “Dit in combinatie met de strategische ligging van de gemeente Den Haag, deed ons besluiten om in te schrijven voor de prijsvraag. Ons idee was om verse vis en groenten te gaan produceren in De Schilde. In plaats van leeg­stand, levert een gebouw dan inkomsten op. En tegelijker­tijd hebben de consument en horeca de beschikking over lokaal geteelde vers­producten.” Het

project De Schilde is in diverse opzichten bijzonder, geeft Durno aan. “De Schilde wordt de grootste commerciële stadsfaciliteit voor levens­middelen­ productie in Europa. Het project omvat

20% van alle geconsumeerde versproducten moet straks uit de stad zelf komen een dakkas van 1.200 m2 voor de teelt van groenten als tomaten, sla, babyleaf en ‘cressen’ een overdekte tilapiakwekerij van 370 m2 en een ruimte van 250 m2 voor geïntegreerde verwerking. We gaan werken volgens het zogeheten aquaponics-concept, waarbij het water waarin de vissen worden gehouden ook wordt gebruikt voor irrigatie en voeding van de gewassen. Nadat de planten de voedings­stoffen uit het water hebben

gehaald, is het weer geschikt voor de visteelt. Het project wordt gerealiseerd in samen­werking met partijen als Priva, Koppert Biological Systems en Rijk Zwaan. Priva is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het kasklimaat.” In november 2015 werd gestart met de (ver)bouwing van De Schilde en eind maart zal de stads­ boerderij operationeel zijn. “Als alles meezit, kunnen we in april de eerste groenten oogsten”, vertelt Durno trots. “Op 20 mei wordt De Schilde officieel geopend. Vanaf dat moment levert De Schilde producten aan de lokale horeca, ook worden wekelijks verspakketten geleverd aan buurtbewoners.

Vliegwielfunctie De Schilde moet ook een plek worden om ervaringen op het gebied van vertical farming te delen en de discussie aan te gaan over stedelijke voedselproductie. “Op die manier wordt De Schilde een locatie waar consumenten betrokken raken bij lokaal en vers kwaliteits­ voedsel”, zegt Durno. “Dit project moet als vliegwiel gaan fungeren en andere partijen stimuleren om ook daken en gebouwen te gaan gebruiken voor stedelijke voedselproductie. De belangrijkste doelen hierbij zijn het verkorten van de transport­stromen voor vers voedsel, een nieuwe bestemming geven aan leeg­staande panden en ervoor zorgen dat meer mensen -ook in steden - lokaal en vers gaan eten. Onze ambitie is om minimaal twintig procent van alle versproducten die in een stad worden geconsumeerd uit de stad zelf te laten komen.” De Schilde is niet alleen een vlaggenschip voor Urban Farmers; volgens Ed de Jager profiteert ook de gemeente Den Haag van het project. “We creëren hiermee werk­gelegenheid en stimuleren de sociale samen­hang in de wijk. Maar veel belangrijker: door de komst van Urban Farmers hopen we meer bedrijven aan te trekken die zich bezig­houden met stadslandbouw. Zo gaan we de leegstand in onze stad tegen en kan Den Haag zowel nationaals als internationaal - hét voorbeeld worden van kennis­deling en educatie op het gebied van vertical farming. Daarnaast is het uiteraard mooi meegenomen dat we de productie van vers voedsel weer terugbrengen naar de stad en daarmee de voedselketen verkorten. ” Onderzoeker Jan Willem van der Schans, die vanuit Wageningen UR betrokken was bij De Schilde, ziet ook de meerwaarde van het project voor de stad Den Haag.

[49

Maar daarnaast ook voor de Nederlandse economie. “Als klein landje beschikken we over enorm veel kennis op het gebied van voedselproductie. Om onze koplopersfunctie te behouden, is vertical farming een fenomeen dat we móeten onderzoeken. Een ‘demo-omgeving’ als De Schilde toont in real life wat er allemaal mogelijk is en trekt daarmee veel buitenlandse geïnteresseerden. Hiermee laten we zien dat Nederland vooroploopt in voedselproductie, daarnaast kan dit Nederlandse bedrijven nieuwe orders opleveren. Met deze stadsboerderij stimuleren we dus ook onze eigen economie.”

50]

Stimuleren en versnellen Over wat de opmars van vertical farming betekent voor de reguliere (glas) tuinbouw zijn de meningen verdeeld. Marc Durno van Urban Farmers denkt dat vertical farming de beginnende revolutie in tuinbouwland zal stimuleren en versnellen. “Er zullen veranderingen gaan plaatsvinden op het gebied van techniek, maar ook in de toeleveringsketen, distributie en consumptie”. De Jager is het met Durno eens. “De verwachte technische ontwikkelingen in combinatie met de veranderingen rondom grondprijzen en vastgoedwaarden, zullen de verdienmodellen rondom stadstuinbouw versterken”, geeft hij aan. “Op deze manier kan vertical farming zich ontwikkelen tot een volwassen en zelfstandige bedrijfstak.” Jan Willem van der Schans van Wageningen UR is sceptischer. Hij denkt dat vertical farming commercieel gezien, qua productie en kwaliteit, in Nederland niet snel kan opboksen tegen de reguliere (glas)tuinbouw. “Telen onder natuurlijk licht blijft goedkoper dan de inzet van ledverlichting. De zon is immers gratis! In

landen waar de zonkracht voldoende is zoals in Nederland - heeft vertical farming naar mijn mening geen grote toekomst.” Van der Schans geeft toe dat grond inderdaad duur is. “Maar alles wat nodig is voor vertical farming - de ledverlichting, speciale teeltsystemen, kassen van extra dik glas en de bijkomende logistiek (al eens nagedacht over hoe je de planten of het voedsel omhoog en omlaag krijgt?) - brengt ook flink wat extra kosten met zich mee. Daardoor is deze vorm van tuinbouw hier niet rendabel. Waar vertical farming wél voor een omslag kan zorgen, is in grote, dichtbevolkte steden, waar maar weinig natuurlijk licht is en de logistiek voor een groot probleem zorgt. Daar biedt vertical farming uitkomst,

simpelweg omdat de kosten opwegen tegen de opbrengsten.” De onderzoeker twijfelt ook aan het slagen van het project De Schilde als productielocatie. “Is er in Den Haag, een stad die direct aan zee ligt en dus altijd de beschikking heeft over verse, lokale vis, daadwerkelijk behoefte aan kweekvis? Daarover heb ik mijn twijfels.”

Vertical farming op GreenTech 2016 Vertical farming is een van de subthema’s van de vak­beurs GreenTech, die dit jaar plaats­ vindt op 14,15 en 16 juni. “In deze nieuwe vorm van tuinbouw spelen techniek en innovatie een belangrijke rol”, geeft Mariska Dreschler, manager GreenTech bij RAI Amsterdam, aan. “Er wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van ledverlichting, speciale substraten en er worden water­geef­systemen ontwikkeld. Aan­ gezien we op de beurs het meest complete en innovatieve, inter­ nationale aanbod in de (glas)tuinbouw willen laten zien, mag vertical farming niet ontbreken.” Op de beurs­vloer (hal 8) komt een paviljoen waar alle aanbieders en kennis­ instellingen rondom vertical farming zich presenteren. Het theater­programma ‘Crops’ biedt bezoekers lezingen van diverse experts. Daarnaast wordt op de dag voorafgaand aan de beurs een congres georganiseerd over de circulaire economie en de rol die vertical farming daarin speelt. Kijk voor meer informatie op www.greentech.nl

NatuGro • verhoogt vitaliteit en weerbaarheid van het gewas • verbetert de groeikracht • stimuleert nuttige micro-organismen rond de wortels • vermindert de afhankelijkheid van chemische middelen • draagt bij aan een duurzame teelt

Timo Spruijt Koppert Consultant

Een gezond gewas? Begin bij de bodem

WWW.KOPPERT.NL | [email protected]

NatuGro

52]

Een nieuwe voorsprong door plantenstoffen De tuinbouw zoekt naar nieuwe manieren om geld te blijven verdienen. Het produceren en verhandelen van plantenstoffen is een zeer kansrijke. Want elke tomaat, roos of potplant bevat duizenden stoffen die misschien bruikbaar zijn voor bijvoorbeeld de farmaceutische industrie of voor voedingsproducenten. En dat kan wel eens de opmaat zijn voor een compleet nieuwe keten. Iedereen in de tuinbouw heeft ervan gehoord: de tomatenverpakkingen die deels gemaakt zijn met vezels van (geruimd) tomaten­gewas. Een schitterend voorbeeld van de biobased economy, ofwel: plant­ aardige ingrediënten vervangen fossiele grond­stoffen als grondstof voor farmacie, voedings­supplementen,

"Voor een gezonde toekomst moet de tuin­ bouw op zoek naar nieuwe verdien­capaciteiten", vertelt Jolanda Heistek, programma­manager Greenport WestlandOostland (GreenportWO). De aanleiding van die zoek­ tocht is de toegenomen inter­nationale concurrentie: andere landen blijken steeds vaker ook in staat goede groenten, bloemen of fruit te telen. Een nieuwe verdien­capaciteit klinkt abstract, maar kan heel concreet en voor de hand liggend zijn. Het vermarkten van speciale planten­stoffen bijvoorbeeld, ofwel: de ingrediënten van plant­aardige producten. Iedere vrucht en ieder gewas bestaat namelijk uit duizenden stoffen die wellicht te gebruiken zijn voor andere doeleinden. Maar welk gewas bevat nu welke stoffen voor welke oplossing? Om die vraag te beantwoorden is het Kenniscentrum Plantenstoffen gestart met de extractenbibliotheek. Van 1.300 verschillende plantensoorten

gebruikt kunnen worden in huidcrèmes). En dat zijn nog maar enkele voorbeelden.

getuige de ontwikkeling van de verpakkingen van vezels van tomaten­ gewas. Maar dat was nog maar het begin. Zo werkt Bio Based GreenportWO samen met het Kenniscentrum Planten­ stoffen en Koppert Biological Systems aan de ontwikkeling van groene gewas­ bescherming op basis van reststromen. Afval is dat wat overblijft. Elke euro die je ermee verdient is meegenomen, kun je zeggen. Maar in de producten zelf zoals tomaten of rozen - kunnen dus ook bruikbare stoffen zitten. Die producten moeten dus speciaal voor die toepassing geteeld worden. En dat blijkt een andere tak van sport, vertelt ook Steef Meewisse. De rozenteler uit Bleiswijk levert sinds enkele jaren speciaal geteelde planten aan een farmaceutisch bedrijf voor medicinale toepassingen. Om welke plant het gaat, of om welke stoffen, of om welk bedrijf kan hij niet vertellen. Zijn afnemer heeft dat liever niet. Maar Meewisse kan wel vertellen dat het verhandelen van planten­ stoffen anders is, heel anders. "Je moet écht vanuit de vraag denken. Niet: ik heb een plant. Maar: wat heeft de wereld nodig? En hoe kan ik daaraan bijdragen door te doen wat ik goed kan, namelijk telen? Dat is dus een heel andere denk­richting."

150 duizend ton afval Het gaat bij plantenstoffen dus zowel om speciaal voor dat doel geteelde planten als om plantaardige rest­stromen, ofwel afval. Om met die laatste categorie te beginnen: daarvan heeft de tuin­bouw voldoende. Smits: "De regio WestlandOostland heeft jaarlijks 150 duizend ton restmateriaal: van snoeiafval, het te ruimen gewas (of de planten aan het eind van een teelt) tot producten die zijn doorgedraaid." Een enorme berg die goede aanknopings­punt vormt voor het zoeken naar andere toepassingen,

Planten­stoffen verhandelen is geen kwestie van ze op een kar zetten en naar een veiling brengen, vertelt JanWillem Donkers, thema­trekker Kennis & Innovatie van GreenportWO en Greenport Aalsmeer. De afnemers van planten­stoffen zijn namelijk totaal andere partijen dan de tuinbouw tot heden gewend is. Het zijn afnemers die niet bijvoorbeeld een MPS-document willen, maar een uitgebreide risico-analyse. Afnemers die misschien niet willen dat je vertelt dat je met ze samenwerkt, uit concurrentie­oogpunt. En afnemers

zijn extracten gemaakt en is over die soorten de beschik­bare literatuur over functionaliteit en aan­wezige planten­ stoffen verzameld. Geïnteresseerde bedrijven kunnen de extracten nu screenen op aanwezig­heid van door hun gewenste eigen­schappen of de aanwezig­heid van specifieke moleculen. Zo bevat de paprika grond­stoffen voor kippen­voer, vervangers voor E-nummers en anti-oxidanten en kunnen stengels van paprika­gewas gebruikt worden in spaan­ plaat en MDF. In tomaten zitten stoffen tegen tumoren, diabetes en obesitas, terwijl het sap van de stengels effectief is tegen schimmel­ziekten. En rozen bevatten stoffen die gebruikt kunnen worden als natuurlijke kleur­stof en die effectief zijn tegen UV-straling (en dus

GEZOND

cosmetica, bestrijdings­middelen, dier­voeding en brand­stof. Onder de opper­vlakte zijn er meer van dergelijke voorbeelden. Een groeiend aantal telers weet namelijk planten­stoffen te verkopen. En de kans is groot dat in de toekomst de Nederlandse tuinbouw een belangrijk producent van planten­stoffen is. Om die toekomst mogelijk te maken hebben enkele partijen de handen ineen geslagen. Zo is Bio Base Greenport Westland-Oostland (Bio Base GreenportWO, voorheen Bio Base Westland) betrokken bij enkele projecten - waaronder de verpakkingen verrijkt met vezels van afgedragen tomaten­ planten en de ontwikkeling van groene gewas­beschermings­middelen - en is het Ondernemersplatform Plantenstoffen opgericht. Jan Smits (Bio Base GreenportWO): "Planten­stoffen hebben een grote toekomst."

[53

54]

die in totaal andere markten opereren. Donkers: "Een bloemetje vermarkten is veel eenvoudiger dan het verkopen van planten­stoffen. Dat is complex." Het omgaan met afnemers is dan ook een van de onderwerpen die naar voren komen tijdens de bijeen­komsten van het Ondernemersplatform Planten­stoffen. Dit platform werd enkele maanden geleden opgericht door GreenportWO (Bio Base GreenportWO), en Greenport Aalsmeer en is inmiddels een aantal maal samen­gekomen, onder leiding van onder meer Donkers en Smits. Tijdens die bijeenkomsten worden ervaringen en kennis uitgewisseld. "Ik hoop veel te leren van het plat­form", vertelt Meewisse, een van de deel­­nemers. "Bijvoorbeeld: wat speelt er op het gebied van plantenstoffen? En ook: waarmee zijn andere telers bezig? Want het is natuurlijk niet handig hetzelfde te doen als een andere teler." Meewisse verwacht dat de komende jaren de teelt van producten speciaal voor de planten­stoffen alleen maar zal toe­nemen. En niet alleen hij. "Ik ben nog maar een kleine teler. Er zitten in het platform ook een aantal grotere bedrijven. Die hebben een duidelijke stip aan de horizon als het gaat om plantenstoffen." Smits is een van initiatiefnemers van het Ondernemersplatform Planten­stoffen. Hij verwacht dat de markt van plantenstoffen zal groeien. "Plantenstoffen hebben een grote toekomst voor zich." En het mooie is: die planten­stoffen worden vaak ingezet om de wereld een stukje mooier te maken. Kijk maar naar het gebruik van plantenstoffen in voedings­middelen. Zo zijn shakes (maaltijd­dranken) te maken op basis van gezonde planten­stoffen uit de tuinbouw. Gezond en lekker. En vooral populair. Daarmee kunnen planten­stoffen de bevolking uiteindelijk gezonder maken

dan tot heden met 'gewone' groente is gelukt. Sterker, de shakes kunnen zelfs per persoon of doelgroep samen­ gesteld worden. ‘Personalised food’ komt dus een stap dichterbij. Nóg mooier: planten­stoffen bieden de tuinbouw de mogelijkheid eindelijk weer een goede marktpositie in te nemen. Donkers: "Dit kan leiden tot een nieuw keten­ model. Een keten die niet bestaat uit gesplitste ketens, zoals nu het geval is in de tuin­bouw. Maar een keten waarin wordt samen­gewerkt met afnemers, bijvoorbeeld door een joint venture aan te gaan met de afnemer." Smits: "De Greenports kunnen excelleren door

voorop te lopen in de ontwikkeling van planten­stoffen. Dat kan een voor­sprong van enkele tientallen jaren opleveren. Zo kunnen tuinbouw­ondernemers een echte partner worden in de keten, en dus niet alleen leveranciers van grond­stoffen. Door zo'n gesloten keten is er geen sprake meer van uitwisselbaar­heid, zoals nu vaak het geval is.” Voorsprong Plantenstoffen kunnen de Nederlandse tuinbouw dus weer een internationale voorsprong geven. Ofwel: een nieuwe verdien­capaciteit. Maar zo ver is het nog niet, vertelt Heistek van GreenportWO. Er moet nog veel kennis worden ontwikkeld, niet alleen op het gebied van de planten­stoffen zelf, maar ook op het gebied van onder meer

ketenontwikkeling, veredeling, rassen­ recht, verdien­modellen en teelt. Daarom vinden veel initiatieven plaats, gesteund door keten­­­partijen als Topsector Tuinbouw & Uitgangs­materialen en Agro&Food, de Greenports, Foodcluster en verschillende groene opleidingen. Zo wordt op opleidingen steeds meer aan­dacht besteed aan de biobased economy, en de handel in planten­stoffen. Heistek: “Alleen door samen­werken kan de Nederlandse tuin­bouw een efficiencyslag maken. De provincie ZuidHolland heeft een programma financieel onder­steund waarbij Greenport WO, Aalsmeer, Boskoop en Duin- & Bollenstreek samen met het Kenniscentrum Plantenstoffen en Biobased Delta ZuidHolland samen­werken aan de kennis­ontwikkeling en markt­verkenning, voor het ontwikkelen van business cases.“ Verder zijn er regionale pilots - zoals de ontwikkeling van een groen gewas­ beschermings­middel voor de sierteelt - en worden (Europese) subsidies aangevraagd. De subsidies zijn noodzakelijk om het risicodragende deel van deze nieuwe ontwikkeling te verlagen voor de onder­ nemers. Bovendien zijn er plannen voor een Bio Base Bedrijvenpark: een bedrijven­park waar kennis, bedrijven en commercie samenkomen. Smits: "Door deze samenwerking kunnen we beter en sneller inspelen op de ontwikkelingen in de innovatieve biobased-markt." De verpakkingen op basis van tomaten­ vezels zijn dus meer dan een eerste succesvolle toepassing. Ze zijn een voorloper van wat wel eens een nieuwe richting voor een deel van de Nederlandse tuinbouw kan zijn. Een richting waarbij Nederland kans heeft op een flinke voorsprong, andere markten en nieuwe verdienmodellen, in een duurzame omgeving.

Glasschade?

Gebrek aan beglazers?

The orchid professionals

®

since 1933

Met een werkplatform op hoogte snel weer operationeel ! • Veilig glas weghalen • Veilig reparatieplaten plaatsen • Veilig het scherm repareren - U beperkt vervolg schade aan uw gewas door werkend scherm. - U kunt de kas weer in om de zaak verder op orde te brengen. - Beglazers kunnen sneller werken doordat de scherven weg zijn. - Ook toe te passen in bestaande kassen door een U- profiel om de tralie.

Kijk verder op www.klimrek.com

Wij komen overal over de vloer. Daarom hebben we het meest uitgebreide aanbod stockfoto’s voor de tuinbouw!

De specialist in uitgangsmateriaal van orchideeën +31 (0)251 20 30 60

Meld je gratis aan!

www.floricultura.com

2A

Tekst Jacco Strating

Tomato Inspiration Award gaat naar Sundrop Farms Sundrop Farms is vorige maand uitgeroepen tot winnaar van de Tomato Inspiration Award 2016. De 100 meest innovatieve tomatentelers uit de wereld kwamen samen in Berlijn voor de derde editie van het Tomato Inspiration Event. Dit jaar konden de gasten zelf de winnaar kiezen.

56]

De derde Tomato Inspiration Award werd over­ handigd aan Philipp Saumweber van Sundrop Farms in de Puro Skybar in Berlijn tijdens het jaarlijkse Tomato Inspiration Event. Dit keer was er geen specifiek thema aan de prijs verbonden en was er ook geen internationale jury. Tijdens het evenement konden de deel­nemers hun stem uitbrengen op de genomineerde die hen het meest inspireert. De eerdere winnaars Windset Farms (2014) en Duijvestijn Tomaten (2015) droegen samen met de zeven partners van het event individueel bij aan de samen­stelling van een lange lijst met inspirerende producenten en organisaties. De zoektocht naar de best mogelijk consensus resulteerde in vier nominaties: APS Salads uit Cheshire (VK), het Flandria-label van de gezamen­ lijke Belgische veilingen (LAVA) uit Leuven (België), Sundrop Farms uit Adelaide (Australië) en Zeiler Gemüsevertrieb uit Münchendorf (Oostenrijk). De genomineerden werden eerder al bekendgemaakt door middel van korte trailers in de nieuwsbrief van HortiBiz en op HortiBiz.com. Sundrop Farms ontving uiteindelijk de meeste stemmen en werd

Meer dan 23.000 spiegels vangen de energie van de zon op

daarom uitgeroepen tot winnaar van de Tomato Inspiration Award 2016. Het Australische Sundrop Farms is de ontwikkelaar, eigenaar en exploitant van hightech productie­ faciliteiten die afhankelijk zijn van de natuurlijke bronnen zonlicht en zeewater om een hoge kwaliteit producten te telen. Dit jaar opent Sundrop Farms een ‘state of the art’ faciliteit in Port Augusta, in het zuiden van Australië. Deze locatie omvat 4 gecontroleerde kassen van elk 5 hectare, een ontziltings­installatie en een veld met zonne­panelen, dat bestaat uit een 115 meter hoge toren en meer dan 23.000 spiegels die de energie van de zon vangen. De nieuwe locatie is wereld­wijd enig in zijn soort, moet meer dan 17.000 ton tomaten op jaarbasis produceren op basis van zonne-energie, zeewater en natuurlijke gewas­bescherming. Partners Het Tomato Inspiration Event is een initiatief van KAS TuinbouwCommunicatie /HortiBiz. Het event wordt gesponsord door de partners Bayer, Delphy, Koppert Biological Systems, Oerlemans Plastics, Priva, Saint-Gobain Cultilene en Svensson.

Tekst Jacco Strating

Benefits of Nature start eerste duurzame pilot bij Belgische retailer Benefits of Nature is deze maand gestart met een pilot bij een grote Belgische retailer. In vijftig supermarktvestigingen zullen vanaf de komende weken zes verschillende groene planten van VDE Plant worden aangeboden in een speciale verpakking en display onder het label Cl’Air. Van alle planten is nauwkeurig berekend hoe zij scoren op gebied van duurzaamheid.

Eind vorig jaar kondigde Henri Potze, directeur van stichting Benefits of Nature (BON), in KAS al aan dat een dergelijke pilot op poten werd gezet. Nu de samenwerking met een grote Belgische retailer daadwerkelijk van start gaat, is het eerste concrete BON-project een feit. Potze is dan ook zeer nieuwsgierig naar de resultaten en velen met hem. “Het is geweldig dat we dit met elkaar in de relatief korte tijd dat Benefits of Nature actief is, van de grond hebben gekregen. Verschillende Founding Fathers en partners zijn nadrukkelijk bij deze pilot betrokken. VDE Plant levert de planten, Floramedia heeft de tray ontworpen, Desch Plantpak is verantwoordelijk voor de biologisch afbreekbare potten, Chrysal levert de aquapad, FlowerWatch zal de koelketen controleren en analyseren en Benefits of Nature heeft de footprint van de planten berekend en voert de regie over de pilot." Verduurzaming Het plantenconcept zal de komende weken in de Belgische winkels worden aangeboden. De planten worden op een kar met eenduidige look & feel gepresenteerd in trays waarop de logo’s van de partners staan vermeld. Een en ander gebeurt onder het speciaal hiervoor ontworpen label Cl’Air. “Het is pure storytelling”, aldus Potze, die aangeeft dat van ieder onderdeel de footprint is berekend. Van plant tot pot en van aquapad tot tray. Op basis van de reacties en verkoopresultaten tijdens deze eerste pilot zal het vervolgtraject worden uitgestippeld, laat Potze weten. “Het moet honderd procent kloppen. Het enthousiasme van alle betrokken

‘Interesse van andere Europese retailers’

partijen, inclusief de betreffende retailer, is volop aanwezig. Nu moeten we afwachten hoe de consument op het concept gaat reageren. Hoe meer planten worden verkocht, hoe beter voor het milieu. Verduurzaming is uiteindelijk het gezamenlijke doel. En als we daarbij ook gewoon geld weten te verdienen, is de proef geslaagd.” [57 Potze geeft aan dat ook andere Europese retailers inmiddels interesse hebben getoond. “Ook vanuit Nederland zal worden gekeken naar de resultaten in België. Maar we willen niet in zeven sloten tegelijk springen en ons nu eerst op deze pilot focussen. Vervolgens zullen we de resultaten uitgebreid evalueren om het vervolgens stap voor stap verder uit te kunnen bouwen.”

THANKS TO ALL OUR STARS | TUINBOUW RELATIEDAGEN

Check your own photo on fb.com/HollandContractingNL

Mensen maken het verschil

www.hollandcontracting.nl

In het nieuws... Secret agents Q3 en Q4 on tour Vorige maand werd de tuinbouw­ sector opgeschud door Aniek de Wit en Vanity White, de twee secret Q-agents van Hermadix Agro. Het bedrijf uit Aalsmeer zette een opvallende campagne in om loonwerkers en telers te attenderen op de voordelen van Q3 en A4. Gebruik van de krijtmiddelen Q3 en Q4 kan volgens Hermadix grote besparingen opleveren. Daarom werd een bijzondere campagne opgezet die vooral tijdens de Tuinbouw Relatiedagen in Gorinchem volop aandacht kreeg. Op veler verzoek krijgt deze campagne nu een vervolg, zo laat Hermadix weten. Op 21, 22 en 23 maart trekken de

mysterieuze Q-agents namelijk door Nederland om bedrijven te bezoeken. Bedrijven die bezocht worden door de dames, krijgen na het kraken van een geheime code een nuttig en bijzonder aandenken. De Q-agents op de Tuinbouw Relatiedagen in Gorinchem gemist? Bekijk een korte video terug op www.hermadix.com.

Bladplukrobot Tomation bijna praktijkklaar Na vijftien jaar ontwikkelen en experimenteren door Priva, gaat VDL dit najaar een prototype van de bladplukrobot Tomation produceren. De eerste robots worden uitgezet bij telers, die ermee gaan testen in de praktijk. Met name de vision-techniek betekende een doorbraak in de ontwikkeling van de Tomation, vertelde Ronald Zeelen, Manager Innovation & Research bij Priva tijdens de studiedag van de

Nederlandse Vereniging Techniek in de Landbouw in Wageningen. “In de laatste fase hebben we deze nieuwe techniek toegepast in de robot. Hierdoor hoeft deze niet meer de hele stengel af te zoeken om een blad te vinden dat moet verwijderd, maar kan de robotarm snel en betrouwbaar de positie van de betreffende bladeren bepalen. De robot haalt ongeveer een derde van de snelheid van een geoefende bladplukker, maar kan wel 24 uur per dag worden ingezet.”

ZON bij Federatie Vruchtgroente Organisaties Veiling ZON uit Grubbevorst wordt de zesde afzet­organisatie die deel uit maakt van de Federatie Vrucht­ groente Organisaties (FVO). Dat hebben het bestuur van Federatie Vruchtgroente Organisaties (FVO) en bestuur en directie van Telersvereniging ZON bekend gemaakt. De FVO bestaat daarmee uit de zes grote Nederlandse glasgroente telersorganisaties, te weten Best of Four, Coforta/ the Greenery, DOOR, Harvest House, Van Nature en nu dus ook ZON. Eind vorig jaar heeft FVO ZON uitgenodigd te participeren in het pilotproject 'vermarkten van paprika's in China'. Dit was, samen met de leidende rol van FVO in de lopende GMO -onderhandelingen met het Ministerie van Economische Zaken, voor het bestuur van ZON de directe aanleiding om in de afgelopen maanden te bekijken of aansluiting bij FVO meerwaarde voor ZON zou hebben. Naast GMO hebben de initiatiefnemers bij de oprichting van FVO ook andere gemeenschappelijke thema’s benoemd die zij in gezamenlijkheid willen aanpakken. Te weten: mededinging, market intelligence, keten ontwikkelingen en nieuwe product-markt-combinaties. Ook ZON wil deze thema’s graag op een gemeenschappelijke agenda zetten.

[59

. . . s ' o t o f n i 6 1 TIE 20 In februari kwam de top van de wereldwijde tomatenteelt wederom bijeen in Berlijn voor het Tomato Inspiration Event. Het leidde tot een bijzondere avond op een unieke locatie. Wilt u op deze pagina de volgende keer een fotoverslag van uw open dag, evenement, beurspresentatie of productlancering? Neem contact op met Hans van Renssen via [email protected]

60]

OMGEKEERDE OSMOSE VOOR OPTIMALE GROEI Wilt u gegarandeerd zuiver water voor een gewas van uitmuntende kwaliteit? Vertrouw dan op de unieke Nexus omgekeerde osmose -units van Moor Filtertechniek. Dit modulaire, gepatenteerde systeem wordt vooral toegepast in de tuinbouw voor de productie van voldoende gietwater en water voor

o o o o o o o o o

nevelsystemen. Het bron- of regenwater wordt ontdaan van alle schadelijke ballastelementen en eventuele ziektekiemen, waardoor de continuïteit en kwaliteit van de teelt gegarandeerd blijft. Voor meer informatie: bel Moor Filtertechniek (0174 639020) of bezoek www.moor.nl.

Gepatenteerd IPM™-systeem Draadloos diagnosesysteem System Simetra™ Hoogrendement Lowara centrifugaalpompen Onderhoudsvriendelijk Zeer compact Energiezuinig EC, geleidbaarheid schoon water tot 0,02 mS/cm CE-keurmerk Duurzame, corrosieongevoelige constructie

MOOR FILTERTECHNIEK KEEPS YOUR BUSINESS RUNNING Onderdeel van

www.moor.nl

NEW

New Harmony. Verspreidt licht als geen ander. Het nieuwe Harmony brengt diffuus licht naar een hoger niveau. Het zonlicht bereikt meer delen van het gewas, ook de dieper gelegen delen. Uw gewassen groeien beter en sneller. Een schermdoek waarmee we klimaat in een nieuw daglicht zetten en waarvan u als teler de vruchten plukt. Kijk voor meer informatie op ludvigsvensson.com

Harmony Luxous Obscura Solaro Tempa

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2018 TIXPDF.COM - All rights reserved.