-I -- _ ~--:_:::: - - ::- -_- - _ -:_~ - 'I


1 151 ~ Mer Ryckaert vuten Ho ve riddere dyen iersten steen ge/eyt vande nyeuwen schepenhuyse (memorieboek, fa/ia 48). Kopie van de opstand van de sta...

0 downloads 79 Views 3MB Size

Recommend Documents


No documents


151~ Mer Ryckaert vuten Ho ve riddere dyen iersten steen ge/eyt vande nyeuwen schepenhuyse (memorieboek, fa/ia 48). Kopie van de opstand van de stadhuisgevel door D. De Wagemakere en Rombaut Keldermans, 1517, SAG, AG L 86/6

- Memorieboek -- -.--=- _-~ _ - _-_->-- -

-

uit de zestiende eeuw terecht . -

Een privé-persoon schonk onlangs aan het Stadsarchiefeen erg bijzonder handschrift. Het is een manuscript dat behalve de schepenlijsten vanaf 1301 tot en met 1581 heel wat historische wetenswaardigheden opsomt. Het handschrift valt onder de algemene noemer van memodeboek Reeds in de veertiende eeuw komen memodeboeken voor. Zo'n boek doet wat de naam zegt: het houdt boek van dingen die in de memorie gegrift staan. In eerste instantie bevat een

.

;

-I

-- _ ~--:_::::

- -

::- -_-

-

_

-:_~

-

memorieboek aantekeningen over de samenstellingvan het stadsbestuur; het is een spiegel van het bestuur. In tweede instantie vulde(n) de auteur(s) deze boeken aan met allerlei notities gecompileerd uit andere memodeboeken, kronieken, encyclopedieënen annalen. Dit laatste is de persoonlijke toets waarmee de auteur zijn eigen interesse toont en een eigen visie op de geschiedenis geeft.Alle Gentsememodeboeken sluiten in oorsprong aan op het officiële Schepen-

'I

boek dat jaarlijks werd bijgewerkt met de nieuw verkozen schepenen, en dit tot in de negentiende eeuw. Het gros van de memodeboeken vangt aan in 1301. Als historische bron worden deze meestal niet zo hoog aangeslagen; de auteurs penden immers duchtig van elkaar over en overgoten het geheel met een uiterst persoonlijk sausje van prullaria uit de kast van de geschiedenis. Het handschrift was in de negentiende eeuw in privéVervolg op pagina 2

~

1

bezit. Voor zijn publicatie tussen 1852 en 1861 van het

Memorieboek der stad Ghendt van 'l¡aer 1301 tot 1731, baseerde PC. Van Der Meersch zich op een negental handschriften. Eén ervan was eigendom van zijn vriend en stadsgenoot Albert Gheldolf. Toen Anne-Laure Van Bruaene in 1998 als Verhan-

deling van de Maatschappij voor Geschiedenis en OudheIdkundete Genthaar licentiaatsonderzoek naar De Gentse memorieboeken als spiegel vanstedelijkhistorisch bewustzijn(14Pe tot 1(J1e eeuw) publiceerde, bleek dit handschrift niet meer op te sporen. Nu, na meer dan 140 jaar duikt het weer op in Gent. Het handschrift draagt op het eerste blanco schutblad de signatuur AEGheldolf, waarmee de identificatie wel degelijk wordt aangetoond. Albert Gheldolf (1806-1868) was magistraat, procureur des Konings en zetelde voor de liberale partij in de Senaat (1863-1868). Hij koesterde een grote belangstelling voor de rechtsgeschiedenis en publiceerde onder meer over het oude Gentse gewoonterecht. De auteur van het handschrift blijft anoniem. Het manuscript bevat de integrale schepenlijsten vanaf 1301 tot en met 1581, aangevuld met historische feiten, politieke gebeurtenissen en wetenswaardigheden uit de petIIe histoire. Het handschrift telt 62 ongenummerde folio's en is in één zestiende-eeuwse hand geschreven. Waar de informatie uit de veertiende en de vijftiende eeuw is overgepend uit andere handschriften, memo-

2

153" /n dIIjaer was te Ghent het spel van rethoryke opde divise we/c« den stervinden mensch den meesten troost is ïmemoreooes;folio 53). Litho met een voorstelling van het toneel van de rederijkerskamer De Fonteyne tijdens het landjuweel van 1539 (verkeerdelijk vermeld in het memorieboek onder de datum 1537) SAG, A.G., L 85/26d

rieboeken,annalen en kronieken, neemt het aantal meer persoonlijk getinte aantekeningen toe in de loop van de zestiende eeuw. Het heeft er alle schijn van dat de auteur vanaf de jaren 1520-1530 toeschouwer was bij een aantal gebeurtenissen. Het verhaal breekt af na de opsomming van de nieuwe schepenen in 1581 . U it de aard van de aantekeningen en weglatingen en uit het specifieke woordgebruik mag voorzichtig de stelling naar voren worden geschoven dat de auteur dient te worden gezocht binnen het stedelijk (?) juridische kader en dat hij wellicht calvinistische of toch zeker gereformeerde sympathieën koesterde.

Leen Charles

SA G, Memodeboek dat recente/ijk aan het Stadsarchief geschonken werd

:ditD

_

In deze @rchieflink halen wij de vrijwilligers van het Stadsarchiefvoor het voetlicht. Hun activiteitenliggen nu eens in het verlengdevan hun beroepsbezigheden, dan weer zijn ze gegroeid uit een hobby of een oude liefde. Maar voor allen geldt dat hun werk niet alleen de vorser ten goede komt, maar dat ze er ook veel plezier aan beleven en er zelf nog heel wat bij opsteken. Wilfried Steeghers, de vroegste vrijwilliger, maakte en maakt ontelbaresteekkaartenop waardoor informatie beter wordt ontsloten. Deze gegevens voeren Gontran Ervynck en Gilbert De Leu in de computer in, naast andere activiteiten. Zo zet Gilbert zich ook in voor de website van het GOF (www archieflink. centreraI/. com) And ré Verbeke lokaliseert en identificeert meer of minder anonieme foto's. Ontsluiten van specifieke collecties of series en invoeren in een databank doen ook Marlies De Meulder (geporseleinde kaarten en prentkaarten) en Anne Goossens (bouwaanvragen).Anne doet tevens aan preserveren door samen met Karel Van Nuffel oude boekbanden onder handen te nemen. Daniël Liévois ontsluit, klappert, digitaliseert, maar doet historischonderzoekten dienstevan het Stadsarchief. Aan vorsers die met een probleem zitten geeft hij als ervaren pedagoog niet meteen het antwoord, maar wijst de weg er naar toe. Ikzelf ben gestart met na te gaan hoe we plaats kunnen winnen in het archiefmagazijn, zonder informatie te verliezen. Met negen zijn wij, maar er is nog werk in overvloed. Wie zich geroepen voelt, neemt contact op met stadsarchivaris Leen Charles. @rchieflink vestigt ook de aandacht op het recent verworven zestiende-eeuws memorieboek. Dat het een schenking is waarbij de schenker zelfs geen naambekendheid wou, mag worden onderstreept. En ten slotte nodigen wij u allen uit, liefst vergezeld van zoveel mogelijkvrienden en familieleden,op onze Opendeurdag op 7 september. Ook hierover meer in dit nummer. Tot dan!

Griel Maréchal

lets meer te weten komen over eigen streek en familie vormde voor Gontran Ervynck, wiskundige, de start van een lange archiefloopbaan. Zijn aandacht ging hierbij vooral naar de parochies ten oosten van Gent zoals Melle, Gentbrugge, Ledeberg en Merelbeke. In de loop van dit onderzoek bleek al heel vlug dat de Stad Gent er moest bij betrokken worden, meer bepaald de heerlijkheid van Sint-Pieters. Ledeberg behoorde immers tot de Sint-Pietersparochie. Hij consulteerde dan ook de microfilms van de oude parochieregisters die zich in het Stadsarchief bevinden, een werk dat enorm bemoeilijkt werd door het grote aantal microfilms (90 rollen) en het onhandige gebruik van de tafels. Dit gaf aanleiding tot het opmaken van een Inventaris van de microfilms, thans ter inzage in de leeszaal, een bezigheid die zes maanden zoekwerk vergde a rato van één namiddag in de week. De parochieregisters vertonen bovendien een aantal hiaten, met een dieptepunt voor de overlijdensregisters van Sint-Michiels (Noord) waarvoor alle informatie ouder dan 1736 ontbreekt. Deze lacune kan weliswaar gedeeltelijk opgevangen worden door gebruik te maken van de begraafboeken van de alexianen (ook cellebroeders genoemd) die te Gent het alleenrecht hadden om de overledenen naar hun laatste rustplaats te begeleiden. Jaren geleden heeft Wilfried Steeghers met eindeloos geduld iedere begraving, genoteerd in deze registers, op steekkaart gebracht. Sinds anderhalf jaar zijn Gilbert De Leu en Gontran Ervynck intensief bezig deze gegevens in te voeren in een database die men op termijn zal kunnen raadplegen via het archiefbeheersysteem Du//e Gdet en later (hopelijk) ook via het Internet. Thans is ongeveer één derde ingevoerd en staat ter beschikking van de leeszaalbezoeker in de vorm van alfabetische lijsten van de overledenen voor de periode 17561796. Zo zie je maar dat 'met pensioen gaan' voor een stadsarchief een nuttige zaak kan zijn!

3

_Wi.lf[ie~d_Ste.eg,be[s_ _GilberiDe_Leu_

De weduwe van Antonius Manilius, aen het Vleeshuys, 05/08/1792, folio 61 verso (deel LXVIII).

Gilbert had in zijn jonge jaren twee liefdes, wiskunde en geschiedenis. Zijn professioneel leven zou volledig in het teken van wetenschap en techniek komen te staan. Dat betekent echter niet dat geschiedenis in het verdomhoekje terechtkwam. Wanneer hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt neemt hij dan ook zijn toevlucht tot Clio. Hij duikt zijn familiegeschiedenis in en vermits aan vaderszijde minstens tien generaties in Gent geboren en getogen zijn, wordt het Stadsarchief van Gent zijn vaste stek. Daar komt hij in contact met het huizenonderzoek en werkt mee aan het project over het Goudenleeuwplein. Gilbert is trouwens enorm opgetogen over de positieve wisselwerking tussen huizenonderzoek en genealogie. Na deze periode van intensief huizenonderzoek en na heel wat moeilijkheden te hebben ondervonden met de parochieregisters is Gilbert gestart, samen met Gontran Ervynck, met het digitaliseren van de begraafboeken van de alexianen. Het was het ideale moment om het werk van Wilfried Steeghers volledig te ontsluiten en zodoende andere familievorsers een gemakkelijker manier voor het raadplegen van de begraafboekente bezorgen. In de overtuiging dat het digitaliseren van archiefbronnen een must is en dat de middelen van de overheid steeds tekort zullen schieten voor deze tijdrovende activiteit, zijn Gilbert en Gontran alvast als vrijwilliger aan de slag gegaan, hopend dat zij na 'de Alexianen' op ditzelfde elan kunnen doorgaan met het volgende titanenwerk, nieuwe klappers maken op de Gentse parochieregisters.

4

Dit is een voorbeeld van een van de vele duizenden steekkaarten die Wilfried Steeghers in zijn carrière aan het Stadsarchief te Gent manueelopstelde, gebaseerd op de informatie vervat in de begraafboeken van de alexianen of cellebroeders. Gontran Ervynck en Gilbert Deleu wezen reeds op het belang van deze bron voor de genealogen. Bij Wilfried ging deze activiteit van start in de jaren '80 toen hij na een loopbaan als typograaf in een drukkerij, in 1976 medewerker werd in het Stadsarchief van Gent. Niet alleen de alexianen moesten hun geheimen prijs geven, ook op de staten van goed werden honderden regesten gemaakt (1504-1513) die nu nog door de vele leeszaalbezoekers druk geconsulteerd worden. Wanneer hij in 1991 met pensioen gaat lijkt het evident deze activiteiten verder te zetten als vrijwilliger. Een interesse in geschiedenis, heemkunde en genealogie zet je immers zo maar niet aan kant. Een interesse die trouwens al bijzonder vroeg van start ging toen hij als tienjarig ventje aangestoken werd door de genealogische passies van zijn vader. In 1963 publiceerde hij de genealogie van de familie Steeghers in het tijdschrift Appeltjes van het Meetjesland,waarvoor hij nog steeds bijdragen levert over de Gentse poorters. Hij was trouwens ook één van de eerste leden van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde. Wilfried is momenteel nog steeds actief als vrijwilliger in het Stadsarchief waar hij zich vooral toespitst op het maken van regesten op de minuten van de staten van goed (1592-1594).

Marlies De

eulder

Geporseleinde kaartjes kenden een korte bloei tussen 1840 en 1860 waarbij vooral Gentse drukkers zich toespitsten op deze juweeltjes van de reclamegrafiek: ze werden inderdaad in hoofdzaak gebruikt als publiciteitskaarten voor winkels, bedrijven, hotels maar ook bij de gegoede burgerij voor de aankondiging van geboorte, huwelijk en overlijden. Voor de vorser zijn ze een rijke bron voor de studie van de ambachtelijke nijverheid maar ook de genealoog is erg happig op deze kaartjes en bovendien leren ze ons, met de nodige dosis kritiek weliswaar, veelover reeds gesloopte gebouwen. Het Stadsarchief heeft een indrukwekkende verzameling van zeven albums goed voor zo'n 1900 kaarten die tot op heden nog niet geïnventariseerd waren. Het is de verdienste van Marlies De Meulder, licentiate Kunstwetenschappen en sinds het najaar 2001 aan het werk als vrijwilliger, het totale pakket te hebben geïnventariseerd en ingevoerd in het archiefbeheersysteem Dul/e Griet. Bovendien werd intussen de hele collectie gedigitaliseerd en is nu opvraagbaar via de bee/dbank Gent (www.beeldbankgent.be) zodat de originelen nooit meer in de leeszaal moeten worden geraadpleegd. Maar de tijd en vooralonze vrijwilligers staan niet stil. Marlies is nu met volle moed begonnen aan de inventarisatie van de prentkaarten uit de collectie van de Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichtenen slaagde erin om reeds 2700 prentkaarten in te voeren in Du//e Gdet Niet altijd even gemakkelijk voor iemand die na een aantalomzwervingen (Leopoldstad, Leuven, Oostende) wel in Gent strandde maar er niet geboren en getogen is. Maar met de hulp van enkele oudgedienden uit het archief zullen de Gentse hoekjes en kantjes voor haar weldra geen geheimen meer hebben.

Op 1 december 2002 zette Griet Maréchal een punt achter haar carrière als afdelingshoofd bij het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Als voorzitster van de Vriendenkring van het Gentse Stadsarchief, het GOF, werd de stap naar vrijwilligerswerk in deze instelling bijzonder klein. De gemeentelijke diensten van Gent hebben in het verleden hun archief vaak integraal overgedragen aan het Stadsarchief. Dit was een goede zaak. Men vermeed zo onoordeelkundige vernietigingen vermits er geen officiële selectievoorschriften bestonden. Nu deze wel bestaan probeert Griet ze toe te passen. Het is immers onmogelijk alle archief te bewaren en het is ook niet nodig. Het is bijvoorbeeld historisch belangrijk te weten wie in de jaren twintig van de vorige eeuw luxepaarden hield of personeel tewerkstelde en hoeveel. Maar of de belastingen die daarop werden geheven, betaald werden op 5 juli 1925 of 28 augustus 1925 is dit niet. De dagboeken met deze gegevens komen bijgevolg voor vernietiging in aanmerking. Het spreekt vanzelf dat ze alle wettelijke voorschriften naleeft. Dit werk ligt helemaal in het verlengde van haar opdrachten toen ze nog professioneel actiefwas. Griet heeft namelijk meegewerkt aan het opstellen van de selectielijsten. Ze maakt van de gelegenheid ook gebruik om de overdrachtslijsten te vervolledigen of te verduidelijken. Zo was het voor de ambtenaar die ze opstelde vanzelfsprekend wat 'gedoogzaamhederl waren, maar voor de vorser van nu is dit veel minder het geval. Tenslotte signaleert ze de bescheiden waarvan de materiële staat te wensen overlaat.

5

ndr_é œ_rhek_ André's carrière in het Stadsarchief begon met een eenvoudig verzoek vanwege de toenmalige stadsarchivaris, de heer Johan Decavele: het Stadsarchief beschikte immers over heel wat foto's die niet geïdentificeerd konden worden, een expertise die bij André juist ruimschoots aanwezig was. Als verwoed verzamelaar van prentkaarten en algemene iconografie over Gent heeft hij immers in de loop der jaren een zeer grote kennis opgebouwd van de Gentse Stadsgezichten. Onder iedere foto proberen een naam te plakken van de straat, het huis, de gebeurtenis, de personen werd dan ook de kern van zijn activiteit in het Stadsarchief. Eerlijkheidshalve moet hij bekennen dat hij de uitdaging met geestdrift heeft aanvaard, te meer omdat het ook een tweesnijdend zwaard was: enerzijds konden tot op heden niet geïnventariseerde foto's ontsloten worden en daardoor in de leeszaal geconsulteerd worden, anderzijds werd het voor hemzelf een bijzonder boeiende en leerrijke bezigheid. En het ene werk bracht het andere voort. Hij stelde vast dat de reeds geïnventariseerde fotatheek van het archief veel meer informatie bevatte dan wat de inventaris opgaf. Een eenvoudige vermelding in de inventaris zoals stoet omgang of processie preciseert niet in welke straat de foto genomen werd of wie de personen zijn die erop voorkomen. Daarom is hij nu gestart met een gedetailleerde ontleding van iedere foto in de hoop hiermee opnieuween stukje Gentse geschiedenis te ontsluiten voor de vorser.

6

Zo'n half jaar geleden begon Anne Goossens, gedreven door haar liefde voor oude boeken als vrijwilliger in het archief. Ze is weliswaar een aardrijkskundige van beroep maar volgde een opleiding voor boekbinder. Er werden haar twee taken toegewezen. Een eerste activiteit leunt onmiddellijk aan bij haar opleiding en bestaat uit het reinigen van lederen boekbanden. Zij doet dat samen met Karel Van Nuffel, eveneens vrijwilliger in het archief. De tweede activiteit heeft te maken met de klappers op de bouwaanvragen vanaf 1796. De bouwvergunningen behoren tot de meest geraadpleegde documenten van het archief: iedere bewoner van een pand gelegen in Gent, kan in de leeszaal van het Stadsarchief terecht om de oude plannen in te kijken. Alle dossiers zijn geklasseerd op een nummer dat op te sporen is in de klappers aan de hand van het bouwjaar, de bouwheer en de straatnaam. Men kan zich dan ook best voorstellen dat deze klappers enorm te lijden krijgen onder dit frequent gebruik. De taak van Anne bestaat er dan ook in deze zoekinstrumenten te digitaliseren waardoor het opzoeken van een nummer heel snel zal kunnen verlopen en waardoor de boeken voor verdere aftakeling behoed blijven. Het boeiendste aan deze input ligt voor haar in het lokaliseren en het vertalen van de Franse straatnamen: de rue du Savon werd de Savaanstraat, Rue des Couturièreswerd Nodenaysteeg, een verbastering van Madenaaistraat. Keer op keer blijft zij zich verbazen over het weinig scrupuleuze van de vertaling en over de aard van de werken: zo wordt bijvoorbeeld een bouwaanvraag ingediend om een O.-L.-V.-beeldje aan de gevel te mogen plaatsen.Ter controle grijpt ze soms naar de originele bouwaanvragen en stoot dan onvermijdelijk op juweeltjes van oude gevels. Het is zeker een werk van lange adem (er zijn klappers voorhanden van 1796 tot 1960) maar kleine, leuke ontdekkingen maken de opdracht voor haar meer dan boeiend.

De interesse van Karel Van Nuffel voor oude boeken stamt reeds uit zijn prille jeugd. De mooie colleetie boeken van zijn vader werd sterk beschadigd in mei 1940 door de bombardementen van de bruggen over de Coupure. Wanneer de 'flarden' van boeken bij het overlijden van zijn ouders bij hem terechtkomen betekent dit voor Karel het startsein om een boekbindersopleiding te volgen waardoor hij alle gehavende werken kon restaureren. Later kwam het vrijwilligerswerk in de bibliotheken van het Groot Seminarie en van de Gentse Universiteit, afdeling restauratie, waar hij zeer veel ervaring opdeed niet alleen op het vlak van boekbinden maar ook van boekrestauratie Een volgende stap was het vrijwilligerswerk in het Stadsarchief. Sinds vorig jaar staat hij samen met Anne Goossens in voor de opkuis van de lederen en perkamenten boekbanden van de oude bibliotheek. De boeken worden eerst ontstoft en nadien wordt het leder ontsmet en ingewreven met een voedend product. Tenslotte worden ze opgeblonken tot ze opnieuw hun oorspronkelijke uitstraling bekomen hebben. Daarnaast restaureert hij ook een werk van Charles Rouen, L Armée Beigeeen werk van 783 pagina's dat nogal wat gekleurde platen bevat die echter loszitten en zo verloren dreigen te gaan. En zoals onze enthousiaste vrijwilliger het zelf zegt; het is de liefde voor de boeken, die hem jong houdt.

_[la.n.ieLLlevois Daniel Lievois is historicus, ex-leerkracht geschiedenis, en zijn bijdrage aan het Stadsarchief is van een totaal andere aard: hij digitaliseert geen bestanden of maakt geen nieuwe klappers. We laten hem hier even aan het woord: 'Historisch onderzoek heeft veel te maken met hersengymnastiek, in dezelfde lijn als schaken of kruiswoordraadsels oplossen. Alleen: het heeft te maken met mensen en het levert bescheiden bouwstenen op die kunnen dienen bij een constructie van ons gemeenschappelijke verleden.' De bijdrage van Daniël als vrijwilliger bij het Stadsarchief is er dan ook een van gratis dienstverlening, in de eerste plaats aan stadsdiensten zoals het Stadsarchief. Anderzijds gebeurt het dat ook de archiefbezoekers een beroep doen op zijn ervaring. Die ervaring berust op de kennis van de Gentse archiefvormers en van de documenten die zij produceerden. Steevast bestaat zijn antwoord dan ook in het uitstippelen van de weg via dewelke de vraagsteller zélf aan het werk kan gaan. Soms komt er ook een probleem van interpretatie aan de orde. Dit gebeurt enkeloccasioneel en als aanvulling van de taak van de eigen medewerkers van het Stadsarchief. Verder verricht Daniël Lievois archiefonderzoek voor de Dienst Stadsarcheologie en heeft hij zijn eigen onderzoeksprojecten.

7



JO

Link staat in het teken van de Opendeurdag, die traditioneel op de eerste zondag van september valt, midden in de bonte werveling van de Prinsenhoffeesten. In een vorig nummer van @rchlé?ffinkhadden we het reeds over de nieuw te verschijnen publicatie van de Berg van Barmhartigheid, het gebouw waarin het Stadsarchief gehuisvest is. Daarom wilden we complementair aan dit initiatief onze Opendeurdag in het teken stellen van de inhoud van het gebouw, het archief zelf. De nadruk komt te liggen op een tentoonstelling, opgebouwd in de beide leeszalen, rond drie centrale thema's: Conl!nuílelÏ en diverslÏeit, met name de continuïteit van de stedelijke administratie als basis voor de aanvoer van documenten maar diversiteit in de beschrijfstaffen. De settoonhe/a van de alledaagsheId is een tweede thema waarmee we willen aantonen dat administratieve papieren niet per se saai en lelijk moeten zijn en waarmee we willen appelleren aan het esthetisch gevoel van de bezoeker. Om tenslotte in de tand des tijds de andere kant van de medaille te laten zien en de bezoeker te wijzen op de interactie van een document met de omgeving en op de vele belagers van een archiefstuk zoals verzuring van het papier, vocht, schimmels, insecten, de mens zelf ... Andere componenten van het wetenschappelijke luik van deze Opendeurdag zijn de rondleidingen die op verschillende tijdstippen georganiseerd worden en de presentatie van het afgewerkte sponsorproject uit 2002, het gerestaureerd charter van de Vrede van Gavere uit 1453. En uiteraard kan de bezoeker zijn medewerking verlenen aan een volgend restauratieproject. Ondertussen is het een traditie geworden de bezoeker op deze dag te laten genieten van de mooie binnentuin: opnieuw zal het mogelijk zijn even het feestgewoel van het Prinsenhof te ontvluchten en tot rust te komen bij een glaasje en een lekker hapje omkaderd met wat klassieke muziek ten voordele van het sponsorproject.

Praktisch: Opendeurdag Stadsarchief Zondag 7 september van 10.00 uur tot 18.00 uur Abrahamstraat 13, 9000 Gent Gratis toegang De opendeurdag is een samenwerking van het Stadsarchief Gent en de vriendenkring GOF

8

¡(lihàd~ __ +-

.
_ -. r-

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2020 TIXPDF.COM - All rights reserved.