IMARES Wageningen UR. Data rapport: Effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in Oosterschelde en Westerschelde in 2014


1 Data rapport: Effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in Oosterschelde en Westerschelde in 2014 M. Tangelder, M. de Kluijver 1, E.B.M. Br...
Author:  Arthur Lambrechts

0 downloads 97 Views 4MB Size

Recommend Documents


No documents


Data rapport: Effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in Oosterschelde en Westerschelde in 2014 M. Tangelder, M. de Kluijver1, E.B.M. Brummelhuis, & M.J Van den Heuvel-Greve 1

St. Zeeschelp

Rapport nummer: C116.15

IMARES Wageningen UR Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies

Klant:

RWS Zee en Delta / RWS WVL Poelendaelesingel 18 4335 JA Middelburg

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat

Publicatie datum:

7 augustus 2015

IMARES is: •

an independent, objective and authoritative institute that provides knowledge necessary for an



an institute that provides knowledge necessary for an integrated sustainable protection, exploitation



a key, proactive player in national and international marine networks (including ICES and EFARO).

integrated sustainable protection, exploitation and spatial use of the sea and coastal zones; and spatial use of the sea and coastal zones;

Foto omslag: IMARES beeldbank (links) en www.rws.nl (rechts)

P.O. Box 68

P.O. Box 77

P.O. Box 57

P.O. Box 167

1970 AB IJmuiden

4400 AB Yerseke

1780 AB Den Helder

1790 AD Den Burg Texel

Phone: +31 (0)317 48 09 00

Phone: +31 (0)317 48 09 00

Phone: +31 (0)317 48 09 00

Phone: +31 (0)317 48 09 00

Fax: +31 (0)317 48 73 26

Fax: +31 (0)317 48 73 59

Fax: +31 (0)223 63 06 87

Fax: +31 (0)317 48 73 62

E-Mail: [email protected]

E-Mail: [email protected]

E-Mail: [email protected]

E-Mail: [email protected]

www.imares.wur.nl

www.imares.wur.nl

www.imares.wur.nl

www.imares.wur.nl

© 2011 IMARES Wageningen UR IMARES, institute of Stichting DLO

The Management of IMARES is not responsible for resulting

is registered in the Dutch trade

damage, as well as for damage resulting from the application of

record nr. 09098104,

results or research obtained by IMARES, its clients or any claims

BTW nr. NL 806511618

related to the application of information found within its research. This report has been made on the request of the client and is wholly the client's property. This report may not be reproduced and/or published partially or in its entirety without the express written consent of the client.

A_4_3_2-V12.3

2 van 81

Rapportnummer C116/15

Inhoud Samenvatting ............................................................................................................ 4 1.

Introductie ....................................................................................................... 6

2.

Methode .......................................................................................................... 8

3.

4.

5.

2.1

Bemonstering .......................................................................................... 8

2.2

Identificatie .......................................................................................... 12

2.3

Bodemsediment ..................................................................................... 15

2.4

Analyses............................................................................................... 16

2.5

Zachtsubstraat gemeenschappen ............................................................. 16

Resultaten ..................................................................................................... 17 3.1

Oosterschelde ....................................................................................... 18 3.1.1 Diversiteit en dichtheden.............................................................. 18

3.2

Westerschelde ....................................................................................... 28 3.2.1 Diversiteit en dichtheden.............................................................. 28

3.3

Zachtsubstraat gemeenschapen ............................................................... 36 3.3.1 Oosterschelde ............................................................................ 37 3.3.2 Westerschelde ............................................................................ 51

Discussie ....................................................................................................... 59 4.1

Oosterschelde ....................................................................................... 59

4.2

Westerschelde ....................................................................................... 61

Conclusie ....................................................................................................... 62

Kwaliteitsborging ..................................................................................................... 63 Referenties ............................................................................................................. 64 Verantwoording ....................................................................................................... 65 Bijlagen .................................................................................................................. 66 Bijlage 1 Aantal individuen per monster en per m² in elke locatie en afgeronde diepte voor 2014. ........................................................................................... 67 Bijlage 2 Lijst infaunamonsters en metadata. ...................................................... 76 Bijlage 3 Aantal soorten per station voor de stations in de Oosterschelde. ............... 78 Bijlage 4 Totale dichtheid per station voor de stations in de Oosterschelde. ............. 79 Bijlage 5 Aantal soorten per station voor de stations in de Westerschelde. ............... 80 Bijlage 6 Totale dichtheid per station voor de stations in de Westerschelde. ............. 81

Rapportnummer C116/15

3 van 81

Samenvatting Sinds 2009 zijn op verschillende locaties in de Ooster- en Westerschelde vooroeverbestortingen uitgevoerd door Rijkswaterstaat om erosie van de vooroever tegen te gaan. Hierbij wordt gebruik gemaakt van breukstenen, staalslakken en zeegrind. Door de vooroeververdediging zal de aanwezige lokale flora en fauna in ieder geval tijdelijk verdwijnen. Daarnaast is de vraag of zware metalen uitlogen uit de bestortingsmaterialen die effecten zouden kunnen hebben op biota. Om de veranderingen in de benthische gemeenschappen en zware metalen te onderzoeken zijn in de periode 2009-2013 bodemgemeenschappen in de Oosterschelde en Westerschelde onderzocht. Hiervoor is er voorafgaand aan de werkzaamheden op de locaties een zogenaamd T0-onderzoek uitgevoerd in 2009 in de Oosterschelde en in 2010 in de Westerschelde, waarin zowel de soortendiversiteit van flora en fauna als de gehalten aan zware metalen in een aantal organismen op de te verdedigen vooroevers zijn bepaald. In 2010, 2011, 2012 en 2013 heeft monitoring plaatsgevonden na afronding van de vooroeververdedigingswerkzaamheden, de zogenaamde T1-, T2-, T3- en T4-metingen. Rijkswaterstaat heeft aan IMARES opdracht gegeven om in 2014 de T5-monitoring uit te voeren. Het onderzoek in 2010 en 2011 was gericht op de Oosterschelde en Westerschelde. In 2012 en 2013 heeft het onderzoek zich gericht op locatie Zuidhoek-de Val/Zeelandbrug om een vinger aan de pols te houden. In 2014 is besloten om een groter aantal locaties te monitoren in de Oosterschelde en de Westerschelde. De monitoring is uitgevoerd door IMARES in samenwerking met Stichting Zeeschelp en TNO-Triskelion. Dit rapport gaat in op rekolonisatie van infauna gemeten tijdens de T5-monitoring van zogenaamde Cluster 1 en 2 lokaties in de Oosterschelde bij de Zeelandbrug en Schelphoek en Westerschelde bij Ritthem en Hoedekenskerke. Infauna zijn bodemdieren die in het sediment leven. Voor locatie Wemeldinge (Cluster 3) is in 2014 een T0-meting uitgevoerd. In 2016 zal Rijkswaterstaat hier de vooroever versterken. In 2014 zijn als referentie locaties in de Oosterschelde, Zuidbout, Westbout en Gorishoek bemonsterd. Ook is bij de Zeelandbrug de oude bodem bemonsterd als referentie. In de Westerschelde zijn als referentie locaties, Ritthem-ref en Kapellebank bemonsterd. De kennisvraag voor de T5 van Cluster 1, 2 en 3 betreft: Hoe verhoudt de rekolonisatie van infauna (diversiteit en aantallen) in het nieuwe gevormde sediment op de aangelegde vooroever op de Cluster 1 en 2 locaties in de Oosterschelde en Westerschelde zich tot de eerdere T0-, T1-, T2-,T3- en T4 monitoring en referentielocaties en hoe is de T0 situatie bij Cluster 3 locatie Wemeldinge in de Oosterschelde? Op basis van de gegevens verzameld in de jaren 2009-2014 is het duidelijk dat er een ruimtelijke en temporele variatie in de bodemdiergemeenschappen bestaat. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de vooroeverbestortingen duidelijk invloed hebben op de infauna gemeenschappen in de Oosterschelde en Westerschelde omdat soortenrijkdom en dichtheden van soorten sterk afnemen direct na de maatregelen. Echter komt ook naar voren dat in de jaren na bestorting herstel optreedt van diversiteit en dichtheden en soorten zelfs lijken te profiteren van het nieuw gevormde habitat door een tijdelijk relatief hoge soortenrijkdom hoewel de gemeenschappen nog niet altijd gelijk zijn als in de T0-situatie voor bestorten. In de Oosterschelde in 2014 volgt de ontwikkeling van infauna het patroon van de ruimtelijke spreiding van de gemeenschapen zoals die tijdens de T0-situatie aanwezig was. Circa 3-5 jaar na de bestorting is dit patroon nog duidelijker, echter treden er ook veranderingen op in sedimentatie patronen en meer sedimentatie van slib die het voorkomen van soorten beïnvloed. Dit is te zien bij locatie Zeelandbrugwest en –midden waar een gemeenschap van een slibrijke bodem te vinden is mogelijk als gevolg van verhoogde sedimentatie door de aangelegde ecoriffen, terwijl dit bij Zeelandbrug-oost (alleen staalslakken) niet zo is. Ook zijn de dichtheden van soorten (voornamelijk wormen soorten) gestegen ten opzichte van 2013, ook een kenmerk van slibrijkere bodems. Omdat deze ontwikkeling speelt bij zowel stort- als referentielocaties is dit waarschijnlijk niet gerelateerd aan het type vooroever (staalslakken,

4 van 81

Rapportnummer C116/15

breuksteen of oude bodem). Locatie Schelphoek laat een wisselend beeld zien voor soortenrijkdom en dichtheden, maar op gemeenschapsniveau lijkt herstel op te treden van de soortenrijke en slibrijke gemeenschap zoals die aanwezig was voordat met de vooroeverbestortingen was begonnen. In 2014 is een T0-meting uitgevoerd bij locatie Wemeldinge-west en –oost. Deze locaties vertonen overeenkomsten met de komgemeenschappen op de referentielocatie. Opvallend is de hoge soortenrijkdom bij Wemeldinge-west en de soortenrijke gemeenschap op het diepe station van 30 meter. Ook in de Westerschelde is een ruimtelijke spreiding van gemeenschappen duidelijk herkenbaar. Bij Hoedekenskerke treedt duidelijk herstel op van de oostelijke gemeenschap op 7 en 15 meter drie jaar na bestorten in 2011, al zijn zowel soortenrijkdom en dichtheden nog aanzienlijk lager dan op de referentielocatie en is de soortenrijke gemeenschap die aanwezig was voor de stortingen nog niet terug gekeerd. Ook hier speelt vermoedelijk verhoogde sedimentatie van slib een rol. Bij locatie Ritthem is geen T0-meting uitgevoerd waardoor een vergelijking niet mogelijk is. In 2014 is hier voor het eerst een soortenrijke gemeenschap met een relatief hoge soortenrijkdom en dichtheden waargenomen. Het onderzoek in 2014 heeft ervoor gezorgd dat er een T5-meting kon worden uitgevoerd in de Oosterschelde en T3 en T5-meting in de Westerschelde. De resultaten verschillen van jaar tot jaar. De referentielocaties, Westbout en Zuidbout, en de bemonstering van de oude bodem op 15 meter ondersteunen het beeld van jaarlijkse fluctuatie in soortenrijkdom en dichtheden, terwijl hier geen vooroeverversterking heeft plaatsgevonden. De fluctuaties worden veroorzaakt doordat er constant veranderingen plaatsvinden in condities van de Oosterschelde en Westerschelde in bijvoorbeeld stroming en temperatuur (b.v. koude of warme winter). Vervolg van de monitoring (T6, T7, enz.) op de locaties waar vooroeververdediging heeft plaatsgevonden, samen met monitoring van referentielocaties zal een completer beeld geven van hoe de infaunagemeenschap reageert op verstoring door vooroeververdediging. Bij een groter aantal opeenvolgende meetjaren kunnen de trends in soortenrijkdom en aantal individuen ook getest worden op significante verschillen. Dit geeft de mogelijkheid om met een grotere zekerheid conclusies te trekken over de effecten op infauna soorten.

Rapportnummer C116/15

5 van 81

1. Introductie Sinds 2009 hebben op verschillende locaties in de Ooster- en Westerschelde dijkversterkingswerkzaamheden plaatsgevonden. Om de veranderingen in de benthische gemeenschappen en zware metalen te onderzoeken zijn in de periode 2009 (T0) en 2010-2013 (T1-T4) bodemgemeenschappen in de Oosterschelde en Westerschelde onderzocht (zie Van den Brink & Brummelhuis, 2010; Van den Brink & Hartog, 2011a; Van den Brink & Hartog 2011b; Van den Brink & de Kluijver, 2012; Van den Brink et al., 2013; Tangelder et al., 2014). Hiervoor zijn bodemmonsters op achttien locaties in de Oosterschelde (Figuur 2) op drie verschillende diepten verzameld en geanalyseerd. De data voorafgaand aan de dijkversterkingen in 2009 (zes lokaties in de Oosterschelde en drie in de Westerschelde) en in 2010 (negen lokaties in de Westerschelde) en na de dijkversterkingen (2010-2014) zijn vergeleken met elkaar evenals de referentielocaties. Daarnaast zijn in 2011 ook de ecoriffen gemonitord, deze kunstriffen zijn aangelegd bij de Zeelandbrug in 2010 als proef om de habitat structuur te verbeteren. De vooroeverbestortingen worden uitgevoerd in zogenaamde “clusters” die de fasering van de uitvoering vertegenwoordigen: Cluster 1 (2009-2010), Cluster 2 (2011-2014) en Cluster 3 (2016) (Figuur 1). De uitvoering van de monitoring wordt ook gerelateerd aan deze clusters (bv. T0 meting voor cluster 1 in 2009).

Figuur 1. Geplande dijkversteviging in het Nederlands Deltagebied. De in dit rapport beschreven monitoring betreft de T4 monitoring van Cluster 1 bij de locatie Zuidhoek-De Val/Zeelandbrug (meest rechtse van de rood gekleurde locaties) en de T0 monitoring van Cluster 2.2 bij locatie Zierikzee in de Oosterschelde.

In 2012 is besloten om de monitoring van effecten na bestorten toe te spitsen op een aantal locaties om de ontwikkeling van planten, dieren en zware metalen te kunnen blijven volgen. Het gaat hierbij om drie locaties bij Zuidhoek-De Val/Zeelandbrug. Rijkswaterstaat heeft aan IMARES opdracht gegeven om in 2014 de T5-monitoring voor Cluster 1 (Schelphoek en Zeelandbrug) in de Oosterschelde uit te voeren. Wel is een T0-meting uitgevoerd voor locatie Zierikzee (Cluster 2) in 2013, In 2014 richt de T5-

6 van 81

Rapportnummer C116/15

monitoring zich weer op meerdere locaties zowel in de Oosterschelde als de Westerschelde om de ontwikkeling van het bodemleven vier en vijf jaar na bestorten goed in kaart te kunnen brengen. Het doel van deze monitoring is het bepalen van de samenstelling en biodiversiteit van de aanwezige levensgemeenschappen op harde en zachte substraten, en de bepaling van de gehalten aan zware metalen in mosselen en oesters. De monitoring is uitgevoerd door IMARES in samenwerking met Stichting Zeeschelp en TNO-Triskelion. Dit rapport gaat in op rekolonisatie van infauna gemeten tijdens de T5-monitoring van Cluster 1 en 2 in de Oosterschelde. Infauna zijn bodemdieren die in het sediment leven. Daarnaast zijn in dit onderzoek ook de organismen meegenomen die op het zachte substraat zijn aangetroffen. Voor locatie Wemeldinge (Cluster 3) is een T0-meting uitgevoerd. In 2016 zal Rijkswaterstaat hier de vooroever versterken. In 2014 zijn als referentie locaties in de Oosterschelde, Zuidbout, Westbout en Gorishoek bemonsterd. Ook is bij de Zeelandbrug de oude bodem bemonsterd als referentie. In de Westerschelde zijn als referentie locaties, Ritthem-ref en Kapellebank bemonsterd. De kennisvraag voor de T5 van Cluster 1, 2 en 3 betreft: Hoe verhoudt de rekolonisatie van infauna (diversiteit en aantallen) in het nieuwe gevormde sediment op de aangelegde vooroever op de Cluster 1 en 2 locaties in de Oosterschelde en Westerschelde zich tot de eerdere T0-, T1-, T2-,T3- en T4 monitoring en referentielocaties en hoe is de T0 situatie bij Cluster 3 locatie Wemeldinge in de Oosterschelde? De infauna monitoring van 2014 is uitgevoerd in samenhang met het ‘Building for Nature project Schelphoek’ van de HZ University of Applied Science waarbij eind 2014 een nieuw type vooroever is aangelegd van breuksteen en zandsteen op zeegrind (lokatie Schelphoek-west II). Om de onderlinge samenhang van deze projecten te versterken en het benutten van de data te faciliteren worden de data die verzameld zijn op deze locatie ook besproken in dit rapport. Anderzijds zullen de resultaten die voortkomen uit dit onderzoek ook benut worden binnen het Schelphoek project.

Rapportnummer C116/15

7 van 81

2. Methode 2.1

Bemonstering

In de periode 2009-2014 is op 18 locaties in de Oosterschelde de macrofauna onderzocht (Figuur 2).

Figuur 2. De onderzochte locaties in de Oosterschelde in periode 2009-2014. 1-Westbout, 2-Burghsluis-west, 3Schelphoek-westII, 4-Schelphoek-west, 5-Schelphoek-midden, 6-Schelphoek-oost, 7-Lokkersnol, 8-Zierikzee, 9-Zeelandbrug-west, 10-Zeelandbrug-midden, 11-Zeelandbrug-oost, 12-Zuidbout, 13-Sophiahaven, 14Zandhoek, 15-Katshoek, 16-Wemeldinge-west, 17-Wemeldinge-oost, 18-Gorishoek. Locaties die in 2014 zijn bemonsterd, zijn onderstreept.

In 2009 is op zes locaties bij Schelphoek, Lokkersnol en Zeelandbrug en op 3 diepten een T0inventarisatie uitgevoerd van de aanwezige macrofauna in de waterbodems. In het najaar van 2009 is op deze locaties de vooroever versterkt. In 2010 is in de Oosterschelde op twee locaties (Burghsluis-west en Schelphoek-westII) een T0inventarisatie uitgevoerd. De T1-situatie kon alleen op de locaties Schelphoek-oost en Zeelandbrug-oost onderzocht worden, omdat enkel op deze plekken voldoende (nieuw) sediment aanwezig was om waterbodemmonsters te kunnen nemen. In 2011 is de T2-situatie op acht locaties onderzocht, en is tevens op zes referentielocaties de samenstelling van het macrofauna onderzocht. Bovendien is op zeven locaties het macrobenthos rond verschillende structuren van de ecoriffen onderzocht en is als referentie de oude bodem bij de Zeelandbrug (west, midden en oost) bemonsterd. In 2012 is de T3-situatie op de locatie Zeelandbrug onderzocht, en is op twee referentielocaties de samenstelling van het macrofauna onderzocht. Ook is de oude bodem bij de Zeelandbrug bemonsterd. In 2013 is de T4-situatie op de locatie Zeelandbrug onderzocht, en is op twee referentielocaties de samenstelling van het macrofauna als referentie onderzocht. Daarnaast is op locatie Zierikzee een T0meting uitgevoerd. Ook is de oude bodem bij de Zeelandbrug bemonsterd. In 2014 is de T5-situatie onderzocht op de locaties Schelphoek (-west, -midden en –oost en -westII) en Zeelandbrug (-west, -midden en -oost). Ook is de oude bodem op de locatie Zeelandbrug (-west, -

8 van 81

Rapportnummer C116/15

midden en -oost) als referentie onderzocht. Als referentie voor de locaties Schelphoek en Zeelandbrug is de samenstelling van het macrobenthos op de locaties Westbout en Zuidbout onderzocht. Bovendien zijn T 0 -inventarisaties op de locaties Wemeldinge-oost en Wemeldinge-west uitgevoerd. Als referentie voor deze locaties is ook de locatie Gorishoek onderzocht. In de periode 2009-2014 is op 15 locaties in de Westerschelde de macrofauna onderzocht (Figuur 3).

Figuur 3. De onderzochte locaties in de Westerschelde in de periode 2009-2014. 1-Ritthem-West, 2-RitthemMidden, 3-Ritthem-Oost, 4-Ritthem-ref, 5- Borssele, 6-Ellewoutsdijk-west,7-Ellewoutsdijk-midden, 8Ellewoutsdijk-haven, 9-Hoedekenskerke-Zuid, 10-Hoedekenskerke-haven, 11-Hoedekenskerke-noord, 12Platen van Ossenisse, 13-Kapellebank, , 14-Paulinapolder, 15-Slijkplaat. Locaties die in 2014 bemonsterd zijn, zijn onderstreept.

In de T0-situatie in 2009 is de macrofauna niet onderzocht. In de zomer van 2009 is de vooroever op de locatie Ritthem (-west, -midden en - oost) met staalslakken versterkt. Tabel 1 geeft een overzicht van alle monitoringslocaties van 2009-2014. In 2010 zijn T0-inventarisaties uitgevoerd op de locaties Borssele, Ellewoutsdijk-west en -midden en Hoedekenskerke-zuid, -haven en -noord. De T1-situatie kon alleen op het station dieper dan 10 meter NAP op de locatie Ritthem-west onderzocht worden. Op de overige stations op de locatie Ritthem was onvoldoende sediment aanwezig om de infauna te bemonsteren. In 2011 is op de diepere stations van de locaties Ritthem-west en -midden de T2-situatie onderzocht. Op de overige stations op de locatie Ritthem was onvoldoende sediment aanwezig om de infauna te bemonsteren. Bovendien is het macrofauna op de locaties Ritthem-Ref, Ellewoutsdijk-haven, Kapellebank, Ossenisse, Paulinapolder en Slijkplaat als referentie onderzocht. In 2011 is de vooroever over het traject Hoedekenskerke-zuid tot Hoedekenskerke-noord met staalslakken verstevigd.

Rapportnummer C116/15

9 van 81

In 2014 is op de locatie Ritthem (-west, -midden en -oost) de T5-situatie onderzocht en op de locaties Hoedekenskerke-haven en -noord de T3-situatie. Als referentie zijn de locaties Ritthem-Ref en Kapellebank onderzocht. Dit rapport richt zich op de T5-monitoring van de lokaties: Oosterschelde: stortlocaties Zeelandbrug (west, midden, oost) en Schelphoek (west, midden, oost). Als referentielocaties zijn Westbout, Zuidbout en Gorishoek meegenomen. Daarnaast is op locatie Wemeldinge (west en oost) een T0-meting uitgevoerd. Westerschelde: stortlocaties Ritthem (west, midden, oost) en Hoedekenskerke (zuid, haven, noord). Als referentielocaties zijn Kapellebank en Ritthem-Ref meegenomen. In dit onderzoek zijn ook de data van de voorgaande metingen (T0-T4) meegenomen van de locaties die in 2014 bemonsterd zijn. Er zijn ook locaties die in voorgaande jaren zijn bemonsterd maar niet in 2014. Tabel 1: Overzicht van de stort- en referentielocaties die bemonsterd zijn voor infauna in alle jaren. Gearceerde cellen geven aan dat er infauna bemonstert is en er wordt daarbij per locatie aangegeven of het een T0-T5 bemonstering betreft. Het type stort die aanwezig is onder de sedimentlaag die bemonsterd is voor infauna wordt aangegeven met BS voor Breuksteen, SS voor Staalslakken en ZG voor Zeegrind; op sommige locaties zijn meerdere typen aanwezig, dit wordt aangegeven met bijvoorbeeld ‘BS & SS’.

Westerschelde

T0

T1

T2

T5

1

T0

T1

T2

T5

2009

1

T0

T1

BS & SS

2009

1

T0

T1

T2

T5

Zuidhoek de Val

Zeelandbrug-midden

BS & SS

2009

1

T1

T2

T5

Zuidhoek de Val

Zeelandbrug-oost

BS & SS

2009

1

T0

T1

T2

T5

Zuidhoek de Val

Zeelandbrug pijler

SSBS

2009

1

T0

T1

T2

Zierikzee

ZG

2014

2.2

Wemeldinge-west

ZG

2016

3

T0

Wemeldinge-west 30m Wemeldinge-oost

ZG ZG

2016 2016

3 3

T0 T0

Westbout Zuidbout

Ref Ref

-

-

Gorishoek Sophiahaven

Ref Ref

-

-

Zandhoek Katshoek

Ref Ref

-

-

Ritthem-west

SS

2009

1

T1

T2

T5

Zuidwatering

Ritthem-midden Ritthem-oost

SS SS

2009 2009

1 1

T1

T2

T5 T5

Zuidwatering Zuidwatering

Borssele Ellewoutsdijk-west

SS SS

2009 2010

1 2.2

T0 T0

Ellewoutsdijk-midden Ellewoutsdijk-haven

SS SS

2010 2010

2.2 2.2

T0 T0

Hoedekenskerke-zuid Hoedekenskerke-haven

SS BS & SS

2011 2011

2.1 2.1

T0 T0

T3

Hoedekenskerke-noord Ritthem-referentie

BS & SS Ref

2011 -

2.1 -

T0

T3

Kapellebank Ossenisse

Ref Ref

-

-

Slijkplaat Paulinapolder

Ref Ref

-

-

Jaar stort

Burghsluis-west

ZG

2014

2

Schelphoek-west

SS

2009

1

Schelphoek-west II

ZG*

2014

2

Ref

Schelphoek-midden

BS

2009

1

Schelphoek-oost

SS

2009

Lokkersnol-oost (a+b)

BS & SS

Zeelandbrug-west

2014

2011 T2

Type Stort

2013

2010 T1

Locatie

2012

2009

Andere gebruikte namen

T0

Cluster

Oosterschelde

Bemonstering

T5 T0

Cauwersinlaag

T3

T4

T5

T0

* Bij locatie Schelphoek-west II wordt geëxperimenteerd met een nieuw ontwerp oever. Op de nieuwe bestorting van zeegrind zijn kleine hopen bestort met zowel breuksteen als zandsteen.

10 van 81

Rapportnummer C116/15

Bemonstering is uitgevoerd door Stichting Zeeschelp op drie diepten per locatie. Omdat er verschillende diepten waren hebben we in dit rapport de diepten afgerond tot 3m, 7m en 15m zodat vergelijking makkelijker is (zie Tabel 2). Bij de Zeelandbrug-west, -midden en -oost zijn er ook monsters genomen dicht bij de dijkversterking, maar niet overstort. Deze monsters zijn “Zeelandbrug–oud” genoemd. Hiermee wordt aangeduid dat de oude bodem bemonsterd is. Bij de twee referentielocaties (Westbout en Zuidbout) hebben geen dijkversterkingsactiviteiten plaatsgevonden. Op deze locaties zijn ook drie diepten bemonsterd. Alle locaties op T5 zijn in augustus en september 2014 bemonsterd. Bij elke locatie en op elke diepte is één monster genomen met zes steekbuisen (65mm diameter). Voor verdere details omtrent de methodiek zie De Kluijver & Dubbeldam (2009, 2010). Tabel 2. Daadwerkelijke diepten (m) van bemonstering van T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014), en de afronding die gebruikt is in de rest van het rapport voor de Oosterschelde.

Watersysteem Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde

Bemonsteringslocatie Atol-binnen Atol-buiten Burghsluis-west Gorishoek Katshoek Kruis-noord Kruis-oost Kruis-west Kruis-zuid Lokkersnol-oost-1 Lokkersnol-oost-2 Lokkersnol-oost-A Lokkersnol-oost-B Schelphoek-midden Schelphoek-midden Schelphoek-oost Schelphoek-oost Schelphoek-oost Schelphoek-oost Schelphoek-west Schelphoek-west Schelphoek-west Schelphoek-west II Schelphoek-west II Sophiahaven Steenhoop Wemeldinge-oost Wemeldinge-west Westbout Westbout Westbout Westbout Zandhoek Zeelandbrug-midden Zeelandbrug-midden Zeelandbrug-midden Zeelandbrug-midden Zeelandbrug-midden-oud Zeelandbrug-midden-oud Zeelandbrug-midden-oud Zeelandbrug-midden-oud Zeelandbrug-oost

Rapportnummer C116/15

Jaar 2011 2011 2010 2014 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2009 2009 2011 2014 2009 2010 2011 2014 2009 2011 2014 2010 2014 2011 2011 2014 2014 2011 2012 2013 2014 2011 2011 2012 2013 2014 2011 2012 2013 2014 2009

T

diepte 3 m 2 2 0 5 2 2 2 2 2 2 2 0 0 2 5 0 1 2 5 0 2 5 0 5 2 2 5 5 2 3 4 5 2 2 3 4 5 2 3 4 5 0

diepte 7 m

3.6 3

5 7.6 7.5

8 8 7 7

3 3 3.5 3.5 3 4 4.5 3.5 3 3.5 4 3 3 3

7.5 7 9 8.5 7.5 7.5 7.5 7.9 7.5 10 7.5

4 3.6 3 4 4 3.5 3 3 6.1 5.3 3.8

7.9 7.6 7.5 7.5 7.2 7.5 7.5 7 8 7.5 7.6

3

7

diepte 15 m 12.1 14 15 15.1 15 11.4 13.3 13.5 13.7 13 13 15 15 14.8 15 15 15 15.8 15 15 10.5 13.8 15 15 15 14.3 15.3 15 15 14.9 15 15 16 12 13.1 10.8 12.5 15.5 16.4 16.1 14.4 15

30.3

11 van 81

Watersysteem Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde Oosterschelde

Bemonsteringslocatie Zeelandbrug-oost Zeelandbrug-oost Zeelandbrug-oost Zeelandbrug-oost Zeelandbrug-oost Zeelandbrug-oost-oud Zeelandbrug-oost-oud Zeelandbrug-oost-oud Zeelandbrug-oost-oud Zeelandbrug-west Zeelandbrug-west Zeelandbrug-west Zeelandbrug-west Zeelandbrug-west Zeelandbrug-west-oud Zeelandbrug-west-oud Zeelandbrug-west-oud Zeelandbrug-west-oud Zierikzee-1 Zierikzee-2 Zuidbout Zuidbout Zuidbout Zuidbout

Jaar 2010 2011 2012 2013 2014 2011 2012 2013 2014 2009 2011 2012 2013 2014 2011 2012 2013 2014 2011 2013 2011 2012 2013 2014

T

1 2 3 4 5 2 3 4 5 0 2 3 4 5 2 3 4 5 2 4 2 3 4 5

diepte 3 m

diepte 7 m

3.5 4.4 4.2 4.1

7 8.1 8.1 7.8

3 6 4.7 5 4.3

7 9 9.6 7 7.4

4 4.4 3 4.4 4.7 3.6

7.5 7.6 7.5 7.8 7.5 7.6

diepte 15 m 12.5 14.5 15.8 15 14.8 17 20.2 19.1 21.4 15 12 10.4 10.6 10.1 14 14.2 12.2 12 15 15.5 15 16 15.3 15

Tabel 3. Daadwerkelijke diepten (m) van bemonstering van T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014), en de afronding die gebruikt is in de rest van het rapport voor de Westerschelde.

Watersysteem Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde Westerschelde 2.2

Bemonsteringslocatie Borssele Ellewoutsdijk-midden Ellewoutsdijk-west Hoedekenskerke-haven Hoedekenskerke-haven Hoedekenskerke-noord Hoedekenskerke-noord Hoedekenskerke-zuid Kapellebank Ref 1-Ritthem Ref 1-Ritthem Ref 2-Kapellebank-west Ref 3-Platen van Ossenisse Ref 4-Ellewoutsdijk Ref 5-Paulinapolder Ref 6-Slijkplaat Ritthem-midden Ritthem-midden Ritthem-oost Ritthem-west Ritthem-west Ritthem-west

Jaar 2010 2010 2010 2010 2014 2010 2014 2010 2014 2011 2014 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2014 2014 2010 2011 2014

T

0 0 0 0 5 0 5 0 5 2 5 2 2 2 2 2 2 5 5 1 2 5

diepte 3 m

3

3.5 2.5 3.7 3 3.4 3 3.7 3.5 4.5 3.5 3.5 3

diepte 7 m

7 7.5 9.5 7.6 6.5 7.6 7.5 7.4 7.5 7.6 7

4.3

7 7.5 7 7.5 7.5 6.4

3.6

7.5 7.6

diepte 15 m 15 15 15 13.3 10.5 14.1 15 14.5 13.5 13.6 13.5 14.3 16 15 14 11.5 13.6 12 13.5 15

Identificatie

De monsters zijn uitgezocht, geïdentificeerd en geteld in het laboratorium van IMARES. Het identificeren gebeurde zoveel mogelijk op soortniveau. Helaas was dit niet altijd mogelijk. Door de monstername en het zeven kan het voorkomen dat er alleen fragmenten van een organisme aanwezig waren. In de maanden augustus en september, de bemonsteringsperiode, zijn er veel jonge organismen in het sediment aanwezig (Beukema, 1974). In dit geval is identificatie op het laagst mogelijke taxonomische

12 van 81

Rapportnummer C116/15

niveau gebeurd. Van de genera Eteone, Nephtys, Phylledoce en Ensis zijn veel juveniele aangetroffen. Van de soorten Capitella capitata, Glycera, Polycirrus en Notomastus latericeus zijn voornamelijk juveniele en half volwassen exemplaren aangetroffen. Deze is in het verleden niet onderscheiden van kleine exemplaren van Heteromastus. In dit rapport zijn beide soorten als Heteromastus filiformis geteld. Sommige exemparen waren lastig tot op soortsniveau te determineren: -

Abra (spec.): juveniel exemplaar.

-

Aoridae: kan het geslacht Aora of Microdeutopus zijn.

-

Arenicola: de soortnaam kan niet geïdentificeerd worden als de kop, of een stukje van de kop,

-

Actinaria: ordeniveau voor alle anemonen, hiervoor is geen determinatie op soortsniveau

-

Aphroditidae: Juveniele en incomplete exemplaren.

-

Asteroidae: juveniele stadum, Waarschijnlijk Asterias rubens

-

Bivalve (spec.): Juveniele en incomplete exemplaren.

-

Decapoda: Juveniele en zoea stadium van krab.

-

Ensis (spec.): deze soort kon niet geïdentificeerd worden doordat het juveniele waren of alleen

-

Eteone (spec.): Juveniele en incomplete exemplaren.

-

Gammaridae: meerdere soorten binnen deze familie. betrof incomplete exemplaren

-

Gastropoda: betrof incomplete exemplaren

-

Glycera tridactyla: verwisseling mogelijk met Glycera alba.

-

Glycera (spec.): juveniele stadia en incomplete exemplaren .

-

Hippolyte (spec.): klein exemplaar. Alleen Hippolyte varians gevonden.

-

Idotea: juveniele stadia en incomplete exemplaren.

ontbreekt; waarschijnlijk Arenicola marina. gebeurd.

de topjes van de schelp aanwezig waren; hoogstwaarschijnlijk Ensis directus.

-

Jassa (spec.): juveniele stadium. Alleen Jassa marmorata gevonden .

-

Hesionidae: Juveniele stadium. Alleen Kefersteinia cirrata gevonden.

-

Lepidonotus (spec.): incomplete exemplaren, Alleen Lepidonotus squamatus gevonden.

-

Lumbrineridae: Juveniele stadium.

-

Macropodia (spec.): klein exemplaar. Melita (spec.): klein exemplaar. Alleen Melita obtusata gevonden.

-

Microdeutopus (spec.): de identificatie sleutel geeft alleen kenmerken van volgroeide mannelijke exemplaren. Als er een juveniel of vrouwtje aantroffen wordt kan, deze niet geïdentificeerd worden; alleen Microdeutopus anomalus gevonden.

-

Magelona (spec.): incompleet exemplaar, waarschijnlijk Magelona johnstoni of M. mirabilis.

-

NATANTIA: incompleet exemplaar.

-

Neoamphitrite (spec.): incompleet exemplaar, waarschijnlijk Neoamphitrite figulus.

-

Nephtys (spec.): klein exemplaar.

-

Nudibranchia: ordeniveau voor alle naaktslakken, hiervoor is geen determinatie op soortsniveau

-

Palaemon (spec.): klein exemplaar.

gebeurt. -

Photis (spec.): juveniel exemplaar.

-

Polycirrus (spec.): juveniele exemplaren.

-

Polynoidae: Juveniele en incomplete exemplaren.

-

Venerupis spec: specimen kon niet op soortniveau geïdentificeerd worden, hoogst waarschijnlijk

-

Sabella (spec.): in juveniele stadia zijn soorten van dit genus zeer lastig te onderscheiden.

-

Stenothoidae: Juveniele stadia van deze familie zijn zeer lastig te onderscheiden.

Venrupis corrugate.

Rapportnummer C116/15

13 van 81

Een andere reden waarom sommige organismen niet op soortniveau gebracht kunnen worden, is dat er soms te weinig kenmerken ontwikkeld of aanwezig zijn waardoor er wel gezien wordt dat ze tot hetzelfde taxonomische niveau behoren maar niet onderscheiden kunnen worden op soortniveau: -

Bivalva (spec.): kan behoren tot alle gevonden tweekleppige.

-

AMPHIPODA

-

Crangon (spec.) kan de soort Crangon crangon of Crangon allmanni zijn.

-

Eumida (spec.) kan de soort Eumida sanguinea of Eumida bahusiensis zijn.

-

Eteone (spec.): kan de soort Eteone longa, Eteone flava of eteone foliosa zijn.

-

Eteoninae: kan het genus Eteone, Hesionura, Eulalia of Eumida zijn.

-

Gammaridae: kunnen alle soorten binnen de Gammaridae familie zijn.

-

Nassarius (spec.): kan de soort Nassarius reticulatus of Nassarius nitidus zijn.

-

Nereis (spec).: kan de soort Nereis virens, Nereis diversicolor of Nereis longissima zijn.

-

Nephtys (spec.): kan de soort Nephtys ceaca, Nephtys cirrosa of Nephtys hombergii zijn.

-

Ophiura (spec.): kan de soort Ophiura albida of Ophiura ophiura zijn.

-

Ophiuroidae: kan het genus Ophiura of Ophiotrix zijn.

-

Pholoe (spec): kan de soort Pholoe inornata of Pholoe baltica zijn.

-

Phyllodoce (spec.): kan de soort Phylledoce mucosa of Phylledoce groenlandica zijn.

-

Polydora (spec.): kan de soort Polydora cornuta, Polydora ciliata, Polydora ligni of Polydora

-

Polychaeta: specimen behoort tot de Polychaeta, maar niet op lager taxonomisch niveau te

pulchra zijn. identificeren -

Semelidae: juveniel van Abra alba of Scrobicularia plana.

-

Spionidae: kunnen soorten van genera Polydora, Spiophanes, Pygospio, Spio of Marenzelleria zijn.

Oligochaeta, Caprellidae, Nemertea en Ostracoda worden niet op soortnaam gebracht. In aanvulling op bovenstaande lijst zijn voor de T5-monitoring nog onderstaande wijzigingen meegenomen in de identificatie van soorten: Tapijtschelp, daar waar er geen onderscheid gemaakt kon worden tussen de inheemse soort (Venerupis senegalensis) en exoot (Tapes philippinarum) worden nu i.p.v. “spec.”, beiden benoemd als Veneridae. Ruditapes philippinarum en Ruditapes (spec.) Er is één keer een waarneming geweest op soortniveau (maar dus wél de exoot). Deze wordt op hetzelfde niveau beschouwd moeten worden als de R. philippinarum -

Anemonen, viltkokeranemoon (Cerianthus lloydii), slibanemoon (Sagartia troglodytes) en eventueel andere soorten benoemen we tot Actiniaria.

-

In sommige gevallen worden er ondefinieerbare fragmenten van een organisme aangetroffen. Deze worden genoteerd als onbekend. Ook zijn er kolonievormende zakpijpen aangetroffen, maar omdat deze soorten op hardsubstraat leven en dus niet tot de infauna behoren, werden deze niet meegenomen in de analyses.

Verschillende organismen hebben recentelijk een nieuwe benaming gekregen. Om de correcte benaming te hanteren controleren we deze ten allen tijden in WoRMS. In Tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de meest recente en correcte benamingen die voor deze rapportage zijn gehanteerd.

Figuur 4 geeft een overzicht van de belangrijkste fyla die zijn aangetroffen en meegenomen in de analyses.

14 van 81

Rapportnummer C116/15

Tabel 4. Soorten die recent een nieuwe benaming hebben gekregen (check: 27 januari 2014).

Oude benaming:

Geaccepteerde benaming:

Autolytus (spec.)

Myrianida (spec.)

Autolytus edwardsi

Myrianida edwardsi

Corophium sextonae

Monocorophium sextonae

Melita obtusata

Abludomelita obtusata

Nereis diversicolor

Hediste diversicolor

Nereis longissima

Eunereis longissima

Nereis virens

Alitta virens

Ruditapes spec.

Venerupis (Ruditapes)

Scolelepis fuliginosa

Malacoceros fuliginosus

Scoloplos armiger

Scoloplos (Scoloplos) armiger

Terebellidae

Seraphsidae

Annelida – wormachtigen

Bryozoa - mosdieren

Nemertea - snoerwormen

Arthropoda - geleedpotigen

Cnidaria - neteldieren

Phoronida - hoefijzerwormen

Mollusca - weekdieren

Echinodermata - stekelhuidigen Plathyhelminthes - platwormen

Figuur 4. De belangrijkste klassen die zijn gedetermineerd met een voorbeeld foto: Annelida, Bryozoa, Nemertea (foto: www.dnr.sc.gov/marine), Arthropoda, Cnidaria (www.actinaria.com), Phoronida (foto: Peter Grobe via Flikr), Mollusca, Echinodermata en Plathuhelminthes (foto’s van IMARES tenzij anders vermeld).

2.3

Bodemsediment

De sedimentkarakteristieken van de bovenste centimeter van de sedimentlaag zijn bepaald door monsters te zeven over 7 gekalibreerde zeven (2.8-0.053 mm). De karakteristieken zijn uitgedrukt als de procentuele bijdrage van de drooggewichten van de verschillende fracties. Omdat de verdeling van de fracties niet normaal bleek te zijn, is op basis van de dominante fracties een typologie voor de bodemsedimenten opgesteld (Tabel 5). Wanneer, door een recente verstoring, de sedimenten een

Rapportnummer C116/15

15 van 81

tweetoppige verdeling vertonen (bv. grof en fijn), wordt dit sediment aangeduid als een verstoord (dis) grover type. Tabel 5. Typologie voor de bodemsediment Type sediment: dominante fractie in mm Benaming

I >2.8

II 2.8-1.4 schelprest

III 1.4-0.6 zeer grof zand

IV 0.6-0.3 grof zand

V 0.3-0.15 fijn zand

VI 0.15-0.09 zeer fijn zand

VII 0.09-0.05 ultra fijn zand

VIII <0.05 slib

In 2009 en 2010 zijn de sedimenten op de nabij gelegen stations voor de hardsubstraat bemonstering gebruikt, na 2010 zijn monsters op de exacte locatie genomen. Naast de sedimentkarakteristieken zijn in 2011-2014 ook het percentages organische en droge stof bepaald. Deze percentages zijn bepaald van de bovenste zes cm van het bodemsediment, door de monsters te drogen bij 70ºC en vijf uur te verassen bij 525ºC. Ook is het zoutgehalte gemeten.

2.4

Analyses

De soortenrijkdom is een maat voor de diversiteit van de gemeenschap. De dichtheid van soorten en soortengroepen geeft inzicht in de mate waarin de soort voorkomt. Dichtheid: Data per monster zijn omgerekend naar aantallen per m² via de formule: X = n/(6*0.003318) Hierbij is X de hoeveelheid per m², n is het aantal per monster en 0.003318 per m² van één steekbuis. Hierbij is 6 het aantal steekbuizen. Voorzichtigheid is geboden bij het interpreteren van de resultaten van deze analyses, omdat de gepresenteerde gegevens gebaseerd zijn op verschillende taxonomische niveaus. In deze analyses heeft een individu geïdentificeerd op soortniveau hetzelfde gewicht als individu geïdentificeerd op hoger taxonomisch niveau (bv. soortenrijkdom). De methode voor identificatie is echter consistent gehouden over de verschillende monitoringsjaren, zodat deze analyses nog steeds relevant zijn.

2.5

Zachtsubstraat gemeenschappen

Om te beoordelen of er veranderingen op gemeenschapsniveau binnen de gemeenschappen in de zachte substraten zijn opgetreden, is een clusteranalyse met de data van de T0-, T1-, T2-, T3- en T4inventarisatie uitgevoerd. De analyses zijn uitgevoerd met de statistische softwarepakketten MVSP (Kovach, 1999), Primer (Clarke & Gorley, 2006) en Permanova (Anderson et al., 2008). De clusteranalyse is uitgevoerd met logaritmisch getransformeerde data, met de ‘Bray-Curtis’-coëfficiënt in combinatie met de ‘Average-linkage’- methode. Vervolgens is een inverse analyse uitgevoerd zoals beschreven in Kaandorp (1986). De inverse analyse maakt een onderscheid mogelijk tussen dominante soorten (n>100 m²), karakteristieke soorten voor een cluster en soorten beperkt tot een cluster. Om de ontwikkelingen van de infauna binnen gemeenschapsniveau te onderzoeken is een Cononical analysis of principal coordinates (CAP) uitgevoerd. De analyse is alleen uitgevoerd met de stations op het talud en in de oude bodem van de locatie Zeelandbrug. De analyse gebruikt de similariteitsmatrix tussen de stations en probeert de assen in de multivariate ruimte te vinden die de groepen het best verklaren.

16 van 81

Rapportnummer C116/15

3. Resultaten Zowel abundantie als diversiteit van soorten variëren per locatie en op verschillende diepten. In Bijlage 1 zijn de ruwe data van de 2014 monitoring opgenomen met een lijst van soorten en hun abundantie. In Bijlage 2 is een lijst van infaunamonsters en metadata opgenomen. De ruwe data van 2009-2013 zijn terug te vinden in voorgaande rapportages (zie Van den Brink & Brummelhuis, 2010; Van den Brink & Hartog, 2011a; Van den Brink & Hartog 2011b; Van den Brink & de Kluijver, 2012; Van den Brink et al., 2013; Tangelder et al., 2014). In dit rapport wordt ingegaan op de locaties Schelphoek (west, west II, midden, oost), Zeelandbrug (west, midden, oost) en Wemeldinge (west en oost) en referentielocaties Westbout, Zuidbout en Gorishoek, omdat deze in 2014 zijn bemonsterd. Tabel 6 geeft een overzicht van de meest abundante taxa die zijn aangetroffen. Tabel 6. Een overzicht van voorkomende fyla en meest abundante taxa die zijn aangetroffen. Bryozoa, Nemertea, Phoronida, Platyhelminthes en Porifera zijn niet op een lager taxonomisch niveau gedetermineerd.

Fylum

Nederlandse benaming

Meest abundante taxa die zijn aangetroffen

Annelida

Wormachtigen

Oligochaeta, Aphelochaeta marioni,

(Polychaeta en

(borstelwormen en

Heteromastus filiformis, Streblospio shrubsoli,

Clitellata)

ringwormen)

Capitella capitata, Scoloplos armiger, Notomastus latericeus

Arthropoda

Geleedpotigen

Corophium (spec.), Aoridae, Caprellidae, Jassa marmorata, Urothoe poseidonis, Ampelisca brevicornis

Mollusca

Weekdieren

Abra alba, Ruditapes (spec.), Ensis (spec.),

Bryozoa

Mosdieren

Bryozoa

Cnidaria

Neteldieren

Actiniaria

Echinodermata

Stekelhuidigen

Ophiura ophiura , Ophiothrix fragilis,

Nemertea

Snoerwormen

Niet nader gedefinieerd

Phoronida

Hoefijzerwormen

Niet nader gedefinieerd

Chordata

Gewervelden

Niet nader gedefinieerd

Platyhelminthes

Platwormen

Niet nader gedefinieerd

Sponzen

Niet nader gedefinieerd

Slurfwormen

Niet nader gedefinieerd

Venerupis senegalensis, Abra prismatica

Echinocadium cordatum

(categorie overig) Porifera (categorie overig) Ephiura (categorie overig)

Rapportnummer C116/15

17 van 81

3.1

Oosterschelde

3.1.1

Diversiteit en dichtheden

Figuur 5 laat de soortenrijkdom zien en Figuur 6 de dichtheden (N/m2) op de bemonsterde locaties (stort- en referentielocaties) voor T0-T5 in de Oosterschelde voor zover gegevens beschikbaar zijn. Op alle locaties behoren de meeste soorten en de grootste dichtheden tot de Annelida (wormachtigen) waarvan de klasse Polychaeten (borstelwormen) de hoogste diversiteit en dichtheden vertegenwoordigen, dan de klasse Clittelata (ringwormen), gevolgd door Arthropoda (geleedpotigen) en Mollusca (weekdieren). Cnidaria (neteldieren) zijn ook vaak aanwezig, maar deze zijn niet tot op soortniveau gedetermineerd. Van Echinodermata (stekelhuidigen), Nemertea (snoerwormen), Phoronida (hoefijzerwormen) en Chordata (gewervelden) zijn weinig exemplaren aanwezig in de onderzochte monsters. Plathyhelminthes (platwormen), Porifera (sponzen) en Echiura (slurfwormen) komen het minste voor. Zowel de soortenrijkdom als de dichtheden van soorten laten een wisselend beeld zien qua ontwikkeling in de tijd (Figuur 5 en Figuur 6). In 2014 is de gemiddelde soortenrijkdom 26 soorten en de gemiddelde dichtheid 24.639 N/m2. Op locatie Schelphoek is de soortenrijkdom is gedaald bij Schelphoek-west van T1(34 soorten), T2 (23 soorten) naar T5 (12 soorten), de dichtheden zijn ongeveer gelijk gebleven. De soortenrijkdom bij Schelphoek-westII is echter gestegen van T0 (18 soorten) naar T5 (25 soorten), evenal Schelphoek-midden van T2 (23 soorten) naar T5 (34 soorten) en Schelphoek-oost van T2 (22 soorten) naar T5 (30 soorten). Soorten komen ook in hogere dichtheden voor in 2014; bij Schelphoekmidden worden zelfs de hoogste dichtheden (74.185 N/m2) waargenomen in de Oosterschelde. Opvallend is ook de hoge dichtheden Mollusca bij Schelphoek-oost in 2011 en 2014. De soortenrijkdom bij naastgelegen referentielocatie Westbout is gestegen van T4 (20 soorten) naar T5 (25 soorten), en ook de dichtheid aan soorten vertoont een lichte stijging. Opvallend is dat bij de Zeelandbrug na een stijging van de soortenrijkdom in 2013 voor Zeelandbrugwest en Zeelandbrug-midden de soortenrijkdom nu is gedaald op alle drie locaties. Deze daling betreft 25 soorten bij Zeelandbrug-west, 6 soorten bij Zeelandbrug-midden en 8 soorten bij Zeelandbrug-oost in 2014 (T5) ten opzichte van 2013 (T4). De totale dichtheden van soorten stijgen echter in 2014 ten opzichte van het jaar daarvoor bij locatie Zeelandbrug-west en Zeelandbrug-oost (en een zeer lichte stijging bij Zeelandbrug-midden), waarbij het aandeel Annelida is toegenomen en het aandeel Mollusca en Arthropoda is afgenomen. De soortenrijkdom bij referentielocatie Zuidbout is gestegen van T4 (15 soorten) naar T5 (21 soorten), en ook de dichtheden zijn gestegen. Bij Wemeldinge is een T0-meting uitgevoerd in 2014. De soortenrijkdom bij Wemeldinge-west is het hoogst (49 soorten) van alle bemonsterde locaties in 2014. De soortenrijkdom bij Wemeldinge-oost (17 soorten) is vergelijkbaar met die van referentielocatie Gorishoek (11 soorten). Voor de dichtheden geldt hetzelfde patroon.

18 van 81

Rapportnummer C116/15

x x

x x x x

O

x x

x x

xx

x x

O

x x

xO

x xx xx

x x x x x

x x x x x

Figuur 5 Soortenrijkdom van de verschillende fyla op de bemonsterde locaties (van west naar oost) in de Oosterschelde op T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014) in de Oosterschelde inclusief drie referentielocaties, Westbout, Zuidbout en Gorishoek (aangegeven met een groen gebroken vierkant). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

19 van 81

Figuur 6. Dichtheid (indiv./m2) op de bemonsterde locaties (van west naar oost) in de Oosterschelde op T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014) in de Oosterschelde inclusief drie referentielocaties, Westbout, Zuidbout en Gorishoek (aangegeven met een groen gebroken vierkant). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

20 van 81

Rapportnummer C116/15

Als de data beschikbaar zijn, is soortenrijkdom en dichtheden gescheiden per diepte en zijn T5 data vergeleken met data van eerdere bemonsteringen (T0, T1, T2, T3, T4) en referentielocaties. In Figuur 7 t/m Figuur 18 zijn de resultaten van soortenrijkdom en dichtheden van soorten op 3, 7 en 5 meter diepte van alle in 2014 bemonsterde locaties in de Oosterschelde weergegeven. De locaties worden in de volgende paragrafen behandeld van west naar oost. Bij referentielocatie Westbout (Figuur 7) is de soortenrijkdom op 7 en 15 meter diepte gedaald in 2014 ten opzichte van 2013. De dichtheden nemen echter toe op 3 en 15 meter. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename in dichtheid van Anneliden op 3 meter (stijging van 170%) en 15 meter (stijging van 350%) in 2014 ten opzichte van 2013. Op 7 meter vertonen de dichtheden echter een lichte daling. De soortenrijkdom is op alle diepten lager als bij de eerste meting in 2011. De naastgelegen stortlocaties bij Schelphoek (Figuur 8, Figuur 9, Figuur 10 en Figuur 11) laten een wisselend beeld zien. Bij Schelphoek-westII is een T0 meting uitgevoerd in aanvulling op een meting in 2009 (Figuur 8). Hier vinden lichte verschuivingen plaats in soortenruikdom en neemt de dichtheden van soorten toe met de diepte. Bij Schelphoek-west en Schelhoek-oost daalt de soortenrijkdom in 2014 (T5) en opzichte van 2011 (T2) op alle diepten behalve bij Schelphoek-oost op 15 meter diepte (Figuur 9 en Figuur 11). Ook de dichtheden dalen hier behalve bij Schelphoek-oost op 15 meter. Opvallend is de grote dichtheid Mollusca bij locatie Schelphoek-oost die hoger is als de Annelida in 2011 en 2014 op 15 meter. De hoge dichtheden worden bepaald door de aanwezigheid van veel schelpdieren (vooral Alba abra, witte dunschaal, met in totaal 18.785 N/m2 in 2014). Bij Schelphoek-midden neemt de soortenrijkdom en de dichtheid van soorten in 2014 (T5) toe naarmate dieper bemonsterd is (Figuur 10).

x x

x x

x x

x x

x x

x x

Figuur 7 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij referentielocatie Westbout. X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

Figuur 8 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Schelphoek-westII in 2009 en 2014 . X = niet bemonsterc, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

22 van 81

Rapportnummer C116/15

O

x x

O

x x

x x

O

O

x x

O

x x

O

x x

Figuur 9 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Schelphoek-west in T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x

x x

x x O x x

x x

x x

xx

x x

x x Ox x

x x

x x

Figuur 10 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Schelphoek-midden in T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x

x x

x x

x x

x x

x x

Figuur 11 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Schelphoek-oost in T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

23 van 81

De stortlocatie Zeelandbrug wordt sinds 2009 gemonitord en is bestort in 2010 (Figuur 12, Figuur 13 en Figuur 14). Op alle locaties daalt de soortenrijkdom en de dichtheden na bestorten in 2010 waarna soortenrijkdom en dichtheden zich lijken te herstellen. De soortenrijkdom bij locatie Zeelandbrug-west (Figuur 12) laat een (lichte) daling zien op alle diepten bij de T5 in 2014 ten opzichte van 2013 zowel op 3 meter (afname van 8 soorten), 7 meter (afname van 2 sooren), 15 meter (afname 2 soorten) als op de oude bodem (afname 5 soorten). De dichtheden van soorten stijgen in 2014 op alle diepten behalve op 15 meter. Op vallend is de toename in het aandeel Clittelata op 3 en 7 meter. Dit wordt voornamelijk veroozaakt door hoge dichtheden Oligochaeten (Annelida). Deze nemen op 15 meter juist af in 2014. Bij Zeelandbrug-midden (Figuur 13) daalt de soortenrijkdom ook op alle diepten met uitzondering van een lichte stijging op 7 meter (toename van 2 soorten). De dichtheden zijn in 2014 gestegen op 7 en 15 meter maar gedaald op 3 meter en de oude bodem. Locatie Zeelandbrug-oost (Figuur 14) laat een soort gelijk beeld zien met een daling van de soortenrijkdom op alle diepten, behalve op 7 meter waar deze gelijk is gebleven, en een stijging van de dichtheden van soorten. Metname het aandeel Polychaeten (Annelida) neemt sterk toe. Dit wordt veroorzaakt door hoge dichtheden van de borstelworm Aphelochaeta marioni: 5123 N/m2 op 3 meter, 20.292 N/m2 op 7 meter en 11.351 N/m2 op 15 meter. De nabij gelegen referentielocatie Zuidbout (Figuur 15) laat over het algemeen een lagere soortenrijkdom zien als bij de Zeelandbrug locaties. Echter vertoont de soortenrijkdom hier een (lichte) stijging op alle diepten. De dichtheden zijn op alle diepten sterk gestegen waarbij, voornamelijk op 7 meter diepte, ook hier het aandeel van de ringwormen Oligochaeten (Annelida).

xx

O

O

x

x

xx

Figuur 12. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Zeelandbrug-west en Zeelandbrug west oude bodem in T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014). X = niet bemonstert/gemeten, O= wel bemonstert maar onvoldoende sediment aanwezig.

xx

xx

xx

xx

xx

xx

xx

x x

Figuur 13. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Zeelandbrug-midden en Zeelandbrug midden oude bodem in T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014). X = niet bemonstert, O= wel bemonstert maar onvoldoende sediment aanwezig.

24 van 81

Rapportnummer C116/15

O

xx

O

O

O

xx

Figuur 14. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Zeelandbrug-oost en Zeelandbrug oost oude bodem in T0 (2009), T1 (2010), T2 (2011), T3 (2012), T4 (2013) en T5 (2014). X = niet bemonstert, O= wel bemonstert maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x

x x

x x

x x

x x

x x

Figuur 15 Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij referentielocatie Zuidbout. X = niet bemonstert, O= wel bemonstert maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

25 van 81

Bij Wemeldinge is in 2014 een T0 meting uitgevoerd (Figuur 16 en Figuur 17). De totale soortenrijkdom van locatie Wemeldinge-west is relatief hoog met 49 soorten (Figuur 5). De soortenrijkdom per afzonderlijke diepte ligt veel lager (Figuur 16), wat aangeeft dat er weinig overlap is in de soorten die voorkomen op verschillende diepten. Bij Wemeldinge-west is ook een diepe locatie van 30 meter bemonsterd, omdat hier in 2016 de vooroeververdediging gestort zal worden. Wat opvalt, is dat de soortenrijkdom en dichtheden op 30 meter diepte het hoogst zijn (20 soorten, 15.369 N/m2) ten opzichte van de andere diepten. Locatie Wemeldinge-oost (Figuur 17) laat een heel ander beeld zien met een relatief lage soortenrijkdom (5-9 soorten) en lage dichtheden (ca. 300-1000 N/m2). De tegenover gelegen referentielocatie bij Gorishoek (Figuur 18) laat een soortgelijk beeld zien als bij Wemeldingeoost met relatief lage soortenrijkdom (3-9 soorten) en dichtheden (ca. 500-950 N/m2).

xxxxx

xx x x x

xx x x x

xx x x x

xx x x x

x x x xx

xxx xx

xxx xx

Figuur 16. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Wemeldinge-west in T0 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x x xx

x x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x x

Figuur 17. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Wemeldinge-oost in T0 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x x

Figuur 18. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie referentielocatie Gorishoek. X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

26 van 81

Rapportnummer C116/15

In de T5-situatie van 2014 zijn in de Oosterschelde weer andere soorten aangetroffen ten opzichte van de T0-situatie in 2009. Tabel 7 geeft een overzicht van de soorten die nieuw zijn ten opzichte van de T0situatie. Tabel 7. Overzicht soorten die bij de T5-meting (2014) zijn aangetroffen in de Oosterschelde en nieuw zijn ten opzichte van de T0 situatie voor de bestorting in 2009 bij locaties Schelphoek midden, oost en west en Zeelandbrug midden, oost en west in de Oosterschelde. Soort Abra alba Abra prismatica Actiniaria Ampelisca brevicornis Anoplodactylus petiolatus Aonides oxycephala Aphelochaeta marioni Ascidiacea Bodotria scorpioides BRYOZOA Capitella capitata Caprellidae Carcinus maenas Corophium acherusicum Corophium insidiosum Corophium sextonae Cossura longocirrata Crepidula fornicata Ensis (spec.) Eteone (spec.) Glycera (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Hippolyte varians HYDROZOA Jassa marmorata Kefersteinia cirrata Lanice conchilega Macoma balthica Malmgreniella darbouxi Microdeutopus (spec.) Mya arenaria Mysella bidentata Nephtys caeca Nephtys hombergii Nereis longissima Nereis virens Notomastus latericeus Oligochaeta Ophiodromus flexuosus Ophiothrix fragilis Ophiuroidea OSTRACODA Owenia fusiformis Pectinaria koreni Pholoe baltica Phoronida Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Pygospio elegans Ruditapes (spec.) Scoloplos armiger Spiophanes bombyx Spisula subtruncata Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Sycon (spec.) Venerupis senegalensis

Rapportnummer C116/15

Schelphoek Schelphoek Schelphoek west midden oost Phylum Mollusca X Mollusca Cnidaria X Arthropoda Arthropoda X Annelida X Annelida X Chordata X X Arthropoda X Bryozoa X X Annelida X X Arthropoda X Arthropoda Arthropoda Arthropoda X Arthropoda Annelida X Mollusca X Mollusca X Annelida X X Annelida X Annelida X Annelida X Arthropoda Cnidaria Arthropoda Annelida Annelida Mollusca X Annelida Arthropoda Mollusca X Mollusca Annelida Annelida X Annelida X Annelida X Annelida Annelida X Annelida Echinodermata X Echinodermata X X Arthropoda Annelida X Annelida Annelida X X Phoronida Annelida X Annelida X X Annelida Mollusca X Annelida X Annelida X Mollusca X X Annelida X Annelida X Porifera X Mollusca X X

Zeelandbrug Zeelandbrug Zeelandbrug midden oost west X X X X X X

X X X X

X X X X

X

X X X X X X X X

X X X X

X

X

X X

X X X X X X X X

X

X X

X X

X X X

X X

X

X X

X X

X X X

X

X

27 van 81

3.2

Westerschelde

3.2.1

Diversiteit en dichtheden

Figuur 5 laat de soortenrijkdom zien en Figuur 6 de dichtheden individuen (N/m2) van de bemonsterde locaties (stort- en referentielocaties) voor T0-T5 in de Westerschelde waar gegevens beschikbaar zijn. Op alle locaties behoren net als in de Westerschelde de meeste soorten en de grootste dichtheden tot de Annelida (wormachtigen) waarvan de klasse Polychaeten (borstelwormen) abundanter zijn in diversiteit en dichtheden dan de klasse Clittelata (ringwormen) gevolgd door Arthropoda (geleedpotigen) en Mollusca (weekdieren). Cnidaria (neteldieren) zijn ook vaak aanwezig, deze zijn niet tot op soortniveau gedetermineerd. Van Echinodermata (stekelhuidigen), Nemertea (snoerwormen), Phoronida (hoefijzerwormen) en Chordata (gewervelden) zijn weinig exemplaren aanwezig in de onderzochte monsters. In 2014 is de gemiddelde soortenrijkdom 11 soorten en de gemiddelde dichtheid 8.532 N/m2. Vergeleken met de Oosterschelde ligt de gemiddelde soortenrijkdom en de dichtheid vanbemonsterde locaties in de Westerschelde lager (gemiddeld 26 soorten en een dichtheid van 24.639 N/m2). In de Westerschelde zijn ook minder locaties bemonsterd, zes stortlocaties en twee referentielocaties, en is alleen in 2010 (T0), 2011 (T1) en 2014 (T4) gemeten en niet in elk jaar op alle locaties. In Figuur 5 en Figuur 6 zijn de resultaten van de soortenrijkdom en dichtheden van infauna in de Westerschelde weergegeven. Bij Ritthem is de soortenrijkdom gedaald bij Ritthem-west (van 15 soorten in 2011 naar 8 soorten in 2014) en gestegen bij Ritthem-midden (van 15 soorten in 2011 naar 23 soorten in 2014) ten opzichte van 2011 (T1). De dichtheden laten hetzelfde patroon zien. Opvallend is de hoge dichtheden bij Ritthem-midden in 2014 (T4) door een stijging van dichtheden in Annelida en Arthorpoda (31.944 N/m2). De referentielocatie bij Rithem laat een lichte daling zien van soortenrijkdom evenals dichtheden. Bij locatie Hoedekenskerke daalt de soortenrijkdom in 2014 (T4) bij Hoedekenskerke-haven (van 12 soorten in 2010 naar 3 soorten in 2014) en Hoedekenskerken-noord (van 10 soorten in 2010 naar 5 soorten in 2014) ten opzichte van de bemonstering in 2010 (T0). Ook de dichtheden laten een daling zien. Bij naastgelegen referentielocatie Kapelle bank stijgt de soortenrijkdom in 2014 (8 soorten) ten opzichte van 2010 (13 soorten). De dichtheden vertonen hier echter een relatief sterke daling doordat de dichtheden in 2011 hoog waren (41.235 N/m2).

28 van 81

Rapportnummer C116/15

x

x x

x x

O

x x

O x

x x

x

x x

x

x

x x

x

x

x

x

x x

Figuur 19 Soortenrijkdom van de verschillende fyla op de bemonsterde locaties (van west naar oost) in de Westerschelde op T0 (2010), T1 (2011), en T4 (2014) inclusief twee referentielocaties, Ritthem-referentie en Kapellebank (aangegeven met een groen gebroken vierkant). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

29 van 81

x

x x

x x

O

x x

O x

x x

x

x x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

Figuur 20 Dichtheden van soorten in N/m2 van de verschillende fyla op de bemonsterde locaties (van west naar oost) in de Westerschelde op T0 (2010), T1 (2010), en T4 (2014) inclusief twee referentielocaties, Ritthem-referentie en Kapellebank (aangegeven met een groen gebroken vierkant). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Als de data beschikbaar zijn, is soortenrijkdom gescheiden per diepte en zijn T5 data vergeleken met data van eerdere bemonsteringen (T0, T1, T2, T3 en T4) en referentielocaties. In Figuur 21 t/m Figuur 28 zijn de resultaten van soortenrijkdom en dichtheden van soorten op 3, 7 en 5 meter diepte van alle in 2014 bemonsterde locaties in de Westerschelde weergegeven. De locaties worden in volgende paragrafen behandeld van west naar oost. Bij referentielocatie Ritthem-referentie (Figuur 21) is de soortenrijkdom in 2014 (T4) gedaald op 3 en 7 meter en gestegen op 15 meter ten opzichte van 2011 (T1). De dichtheden laten hetzelfde patroon zien. Op zeven meter diepte zijn de soortenrijkdom en dichtheid het laagst.

30 van 81

Rapportnummer C116/15

De naastgelegen stortlocatie bij Ritthem (Figuur 22, Figuur 23 en Figuur 24) laat een wisselend beeld zien met een daling van de soortenrijkdom bij Ritthem-west op 7 en 15 meter diepte en een stijging van de soortenrijkdom bij Ritthem-midden ten opzichte van 2010 (T1) en 2011 (T2). Er is hier geen T0 bemonstert. De dichtheden van soorten laten hetzelfde patroon zien. Bij Ritthem-midden neemt de dichtheid van de Clitelatta (Annelida) sterk toe, dit komt door de toename in ringwormen (Oligochaeten). Locatie Ritthem-oost is alleen in 2014 bemonsterd.

x

x x

x

x

x

x

x x

x

x x

x

x x

x

x x

Figuur 21. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie referentielocatie Ritthem-referentie voor T1 (2011) en T4 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

31 van 81

o o x x

o

x x

x x

o o x x

o

x x

x x

Figuur 22. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Ritthem-west voor T1 (2010), T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

o o

x x

x o

x x

x

x x

o o x x x o

x x

x

x x

Figuur 23. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Ritthem-midden voor T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x x x x

x x x x

x x x x

x

x

x x

x x x x

x x x x x

Figuur 24. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Ritthem-oost voor T2 (2011) en T5 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

32 van 81

Rapportnummer C116/15

Locatie Hoedekenskerke (Figuur 25, Figuur 26 en Figuur 27) laat een meer overeenkomstig beeld zien. Bij Hoedekenskerke-haven en Hoedekenskerke-noord daalt de soortenrijkdom op 7 en 15 meter in 2014 ten opzichte van 2010 en dalen eveneens dichtheden (Figuur 26 en Figuur 27). Op locatie Hoedekenskerke-zuid is alleen in 2010 bemonsterd (Figuur 25). Referentielocatie Kapellebank is in 2011 en 2014 bemonsterd (Figuur 28). Hier stijgt de soortenrijkdom op 7 en 15 meter en is een lichte daling te zien op 3 meter in 2014 ten opzichte van 2011. De dichtheden van soorten dalen echter op alle diepte door een (sterke) afname van borstelwormen (polychaeten).

x x x x x

x x

x x

x x x x

x

x

x x x

x x x x

x x x x

Figuur 25. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Hoedekenskerke-zuid voor T0 (2010). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x

x

x x

x x x

x

x x x

x

x

x x

x x x x

x x x

Figuur 26. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Hoedekenskerke-haven voor T0 (2009) en T3 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

Rapportnummer C116/15

33 van 81

x

x

x x

x x

x

x

x x x

x x x

x x

x x x

Figuur 27. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Hoedekenskerke-noord voor T0 (2010) en T3 (2014). X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

x

x x

x

x x

x

x x

x

x x

x

x x

x

x x

Figuur 28. Soortenrijkdom (links) en dichtheden (rechts) van de verschillende fyla per diepte bij locatie Referentielocatie Kapellebank voor 2010, 2011 en 2014. X = niet bemonsterd, O= wel bemonsterd maar onvoldoende sediment aanwezig.

34 van 81

Rapportnummer C116/15

In de T5-situatie van 2014 zijn in de Westerschelde weer andere soorten aangetroffen ten opzichte van de T0 situatie in 2009. Tabel 7 geeft een overzicht van de soorten die nieuw zijn ten opzichte van de T0situatie. Tabel 8. Overzicht soorten die bij de T5-meting (2014) zijn aangetroffen in de Westerschelde en nieuw zijn ten opzichte van de T0 situatie voor de bestorting in 2009 bij locaties Hoedekenskerke haven en noord, Ritthem midden, oost en west. Soort Abra alba Abra prismatica Actiniaria Ampelisca brevicornis Anoplodactylus petiolatus Aonides oxycephala Aphelochaeta marioni Ascidiacea Bodotria scorpioides BRYOZOA Capitella capitata Caprellidae Carcinus maenas Corophium acherusicum Corophium insidiosum Corophium sextonae Cossura longocirrata Crepidula fornicata Ensis (spec.) Eteone (spec.) Glycera (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Hippolyte varians HYDROZOA Jassa marmorata Kefersteinia cirrata Lanice conchilega Macoma balthica Malmgreniella darbouxi Microdeutopus (spec.) Mya arenaria Mysella bidentata Nephtys caeca Nephtys hombergii Nereis longissima Nereis virens Notomastus latericeus Oligochaeta Ophiodromus flexuosus Ophiothrix fragilis Ophiuroidea OSTRACODA Owenia fusiformis Pectinaria koreni Pholoe baltica Phoronida Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Pygospio elegans Ruditapes (spec.) Scoloplos armiger Spiophanes bombyx Spisula subtruncata Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Sycon (spec.) Venerupis senegalensis

Rapportnummer C116/15

Hoedekenskerke Hoedekenskerke Ritthem haven Phylum midden noord X Mollusca Mollusca Cnidaria X Arthropoda Arthropoda X Annelida X Annelida Chordata X Arthropoda Bryozoa X X X Annelida Arthropoda X Arthropoda Arthropoda X Arthropoda Arthropoda Annelida Mollusca Mollusca X Annelida Annelida Annelida X Annelida X Arthropoda Cnidaria X X Arthropoda X Annelida X Annelida X Mollusca Annelida Arthropoda Mollusca Mollusca X Annelida Annelida X Annelida Annelida Annelida Annelida X Annelida Echinodermata Echinodermata Arthropoda Annelida X Annelida X Annelida Phoronida X Annelida Annelida Annelida Mollusca Annelida Annelida Mollusca Annelida X Annelida X Porifera Mollusca

Ritthem oost X

Ritthem west X

X

X

X X X X X

X

X X

X X

X

X X

X

X X

X

X X

X X

X X

X

X

35 van 81

3.3

Zachtsubstraat gemeenschapen

In de periode 2009-2014 is op 15 locaties in de Oosterschelde en op 15 locaties in de Westerschelde het macrofauna onderzocht. De stationsgegevens en abiotische factoren zijn in Bijlage 2 gegeven. Het dendrogram in Figuur 29.

Figuur 29. Vereenvoudigd dendrogram van de clustering van de zachtsubstraat data van de Ooster- en

Westerschelde uit de periode 2009-2014.(DI = dissimilariteit)

In totaal zijn er 24 clusters gevonden, waarvan er 20 in de Oosterschelde en 14 in de Westerschelde voorkwamen. Elf clusters waren beperkt tot de Oosterschelde en vijf tot de Westerschelde De Ooster- en Westerschelde zijn verder afzonderlijk geanalyseerd..

36 van 81

Rapportnummer C116/15

Tabel 9. Verdeling van de clusters over de Ooster- en Westerschelde.

cluster: A1 A2 A3 A4 A5 B C1 C2 D E F G H1 H2 I J K L M N O P Q R leeg 3.3.1

aantal stations 4 17 2 1 48 48 29 10 2 2 1 4 6 15 6 1 5 4 1 1 1 1 1 1 3

% Oosterschelde 100,0 0,0 0,0 100,0 97,9 95,8 72,4 90,0 100,0 100,0 100,0 0,0 66,7 93,3 100,0 100,0 20,0 50,0 100,0 100,0 0,0 0,0 100,0 100,0 33,3

% Westerschelde 0,0 100,0 100,0 0,0 2,1 4,2 27,6 10,0 0,0 0,0 0,0 100,0 33,3 6,7 0,0 0,0 80,0 50,0 0,0 0,0 100,0 100,0 0,0 0,0 66,7

Oosterschelde

De verdeling van gemeenschappen van de bemonsterde stations is gegeven in Figuur 30 voor alle locaties in de Oosterschelde in de periode 2009-2014. Het aantal soorten en de totale dichtheid per station voor de drie diepten voor alle locaties in de Oosterschelde zijn gegeven in Bijlage 3 en 4. De geordende tabel van dichtheden is gegeven in In de ongestoorde situatie in 2009 zijn er vier clusters in de Oosterschelde gevonden. Cluster A1 was beperkt tot het ondiepe station op de locatie Schelphoek-west (Figuur 30). Het cluster werd gedomineerd door oligochaeten en de polychaeten Aphelochaeta marioni, Heteromastus filiformis, Streblospio shrubsoli en Nephtys hombergii (Tabel 10). Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster, maar de zeeklit Echinocardium cordatum en de ovale zeeklitschelp Tellimya ferruginosa waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 18 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 4696 exemplaren per m2 (Tabel 11). Cluster A5 was ook beperkt tot de ondiepe stations. Het cluster werd gedomineerd door oligochaeten, de polychaeten Aphelochaeta marioni, Scoloplos armiger, Capitella capitata, Streblospio shrubsoli, Heteromastus filiformis en Cossura longocirrata en de witte dunschaal Abra alba. Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster, maar zes soorten, waaronder crustacea en schelpdieren, waren er toe beperkt. In totaal kwamen er 93 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 5796 exemplaren per m2. Ook het gemiddeld aantal soorten per station was hoger dan in cluster A1. Cluster B kwam op alle diepten voor, maar was meer algemeen op de diepere stations dan op de ondiepe stations. Rapportnummer C116/15

37 van 81

Het cluster werd gedomineerd door oligochaeten, de polychaeten Aphelochaeta marioni, Scoloplos armiger, Heteromastus filiformis, Lanice conchilega, Notomastus latericeus, Capitella capitata, Streblospio shrubsoli, Cossura longocirrata, Phyllodoce mucosa en Glycera spec., de schelpdieren Abra alba en Crepidula fornicata en spookkreeftjes. De spookkreeftjes waren karakteristiek voor dit cluster, en 44 soorten waren ertoe beperkt. Met een totaal aantal soorten van 146 was dit het soortenrijkste cluster in de Oosterschelde. Ook de gemiddelde dichtheid van 13073 exemplaren per m2 was hoog. Cluster C1 kwam alleen op de diepere stations voor. Het cluster werd gedomineerd door de witte dunschaal Abra alba, oligochaeten, anemonen en de polychaeten Scoloplos armiger, Aphelochaeta marioni, Heteromastus filiformis, Lanice conchilega en Nephtys hombergii. Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster, maar vijf soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 82 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 5142 exemplaren per m2.

38 van 81

Rapportnummer C116/15

OS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Sch-w A1 B B

OS-2010 0-5 5.1-10 >10.1 OS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

Burgh-w Sch-wII C1 A1 H1 C1 A1 C1 Wb C1 C1 C1

Sch-o A5 C1 C1

Lok-a A5 A5 B

Lok-b A5 A5 B

Zeel-w Zeel-m Zeel-o B A5 B A5 B C1

Sch-o L R M Sch-w Sch-m Sch-o H2 A5 A5 A5 A5 C1 A5 C1

Zeel-o

F Lok-a A5 A5 A5

Lok-b C1 A5 B B B

Zie I Q I

Zeel-w Zeel-m Zeel-o A5 I H1 C1 A5 A5 B A5 A5 B B B

Zb J A5 A5

B B

B

B B

Sophia C1 C1 C1

0-5 5.1-10 >10.1 OS-2012 0-5 5.1-10 >10.1

Wb I K E

OS-2013 0-5 5.1-10 >10.1

Wb I A5 D

OS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Wb C2 L C1

0-5 5.1-10 >10.1 30

Zandh H1 H2 C1

Katsh A5 A5 C1

Zie A1 N

Sch-wII Sch-w Sch-m Sch-o A4 A5 A5 H1 C1 A5 A5 H2 C1 I B B

Zeel-w Zeel-m Zeel-o B A5 E B B A5 B B B B B B

Zb H2 H2 A5

Zeel-w Zeel-m Zeel-o A5 B A5 B A5 B B B B B B B

Zb H2 H2 H2

Zeel-w Zeel-m Zeel-o A5 H2 A5 A5 A5 B B A5 B B D B

Zb A5 A5 B

We-w We-o A5 A5 A5 H2 A5 H2 B

Gor H2 H2 H2

Figuur 30. Schematische verdeling van de clusters over de locaties in de Oosterschelde (van west naar oost) voor drie verschillende diepte in de jaren 2009-2014. De kleuren corresponderen met typen gemeenschappen die zijn aangetroffen.

Rapportnummer C116/15

39 van 81

Tabel 10. Geordende tabel van dichtheden van de zachtsubstraat gemeenschappen in de Oosterschelde.

Vet gedrukte dichtheden geven een presentie van de soort in 66.7% van de stations van een cluster, onderstreepte waarden geven per soort een voorkomen van minimaal 90% van de totale kwantiteit binnen de onderzochte stations. Afkortingen: An - Anthozoa, Br -- Bryozoa, Cr - Crustacea, Ech Echinodermata, Echi - Echiura, Mol - Mollusca, Ne - Nemertea, Ol - Oligochaeta, Ph - Phoronida, Pl Plathyhelminthes, Po - Polychaeta, Pyc -Pycnogonidae, Sp - Porifera en Tu - Tunicaten. Nudibranchia Brachyura Streblospio shrubsoli Sycon ciliata Fabricia stellaris stellaris Actiniaria Ascidiacea Malmgreniella darbouxi Asterias rubens Photis spec Mytilus edulis Lanice conchilega Nephtys spec Polynoidae Heteromastus filiformis Crangon crangon Tornus subcarinatus Gattyana cirrosa Gammarus locusta Arenicola spec Oligochaeta Capitella capitata Abra alba Bryozoa Cerastoderma edule Ophiothrix fragilis Nephtys hombergii Ruditapes philippinarum Bivalvia Phoronida Owenia fusiformis Abra prismatica Spisula subtruncata Venerupis corrugata Ostracoda Gammaridea Monocorophium insidiosum Exogone naidina Ampelisca brevicornis Abra nitida Perioculodes longimanus Aora typica Macoma balthica Plathynereis dumerilli Nephtys caeca Scoloplos armiger Phyllodoce mucosa Cheirocratus sundevallii Ampharete acutifrons Crepidula fornicata Ophiuroidea Eumida spec Notomastus latericeus Ensis spec Nereis diversicolor Decapoda Bodotria pulchella Autolytus spec Syllis gracillis Aphelochaeta marioni Corophiidae Aoridae Pholoe inornata Pseudopolydora pulchra Glycera spec Eteone spec Neoamphitrite figulus Nemertea Hydrozoa Carcinus maenas Palaemon spec Nereis longissima Cossura longocirrata Pholoe baltica Microdeutopus anomalus Sthenelais boa Phyllodoce spec Monocorophium sextonae Sabella spec Nereis spec Jassa spec Melita spec Melita obtusata Polychaeta Nassarius spec Hesionidae Polydora cornuta Microdeutopus spec Crassicorophium bonellii

40 van 81

A1 -

A4 -

A5 -

B 1.1

C1 -

C2 -

D -

E -

F -

H1 -

H2 -

I -

J -

K -

L -

M -

N -

Q -

R 50.2

-

-

-

2.1

-

2.4

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

Po

200.9

-

182.7

194.4

86.1

-

-

25.1

-

12.6

68.2

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

Sp

-

-

-

2.2

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

200.9

-

-

-

An

87.9

-

43.8

59.0

145.9

200.9

75.3

-

200.9

25.1

3.6

-

-

100.5

50.2

351.6

-

-

-

-

Tu

-

-

8.5

10.9

2.4

-

75.3

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

8.7

19.1

-

-

-

-

-

10.8

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

Ech

-

-

-

4.4

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

M-biv

-

-

1.1

9.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

366.9

177.0

200.9

25.1

-

150.7

-

10.8

-

-

-

75.3

-

-

-

-

-

Po

25.1

-

8.5

4.4

28.7

-

25.1

25.1

50.2

-

17.9

-

-

-

25.1

-

-

-

-

-

Po

12.6

-

-

3.3

7.2

50.2

-

-

-

-

3.6

-

-

-

25.1

-

-

-

-

-

Po

M-gas

Cr-deca

401.8

200.9

132.5

682.4

385.1

-

477.2

100.5

100.5

-

-

67.0

-

100.5

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

-

-

18.2

15.3

4.8

-

50.2

-

-

-

7.2

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

34.9

9.6

-

25.1

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

2.1

3.3

7.2

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

Oli

2410.9

3373.9

50.2

2530.6

942.3

100.5

351.6

-

1067.3

100.5

778.5

50.2

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

318.5

199.8

7.2

301.4

-

25.1

-

12.6

10.8

184.2

-

-

-

-

-

-

-

-

12.6

-

266.1

751.2

1234.1

-

-

50.2

50.2

62.8

17.9

159.1

-

-

-

-

-

-

-

-

Br

-

-

11.8

6.6

2.4

50.2

-

-

-

-

-

8.4

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

3.6

8.4

-

-

-

-

-

-

-

-

Po M-biv

-

-

Ech

-

-

1.1

3.3

9.6

-

-

-

-

37.7

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

163.2

150.7

31.0

72.1

105.2

100.5

-

-

-

25.1

132.7

8.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

12.8

7.6

-

-

75.3

-

-

-

132.7

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

13.9

4.4

93.3

200.9

50.2

-

-

-

118.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ph

12.6

-

-

27.3

67.0

-

-

-

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

7.5

39.3

43.1

-

-

-

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

15.0

1.1

-

-

-

-

-

-

17.9

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

1.1

1.1

7.2

-

-

-

-

-

14.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

6.4

43.7

-

-

100.5

-

-

-

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-ostra

-

-

2.1

37.1

-

-

-

-

-

-

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

4.3

18.6

2.4

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

3.2

13.1

4.8

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

4.3

9.8

-

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

2.1

39.3

-

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

1.1

12.0

-

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

8.7

7.2

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

10.7

95.0

14.4

-

-

-

-

12.6

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

7.5

33.8

14.4

-

-

-

-

12.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

3.3

-

-

-

-

-

12.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

2.4

-

-

-

-

12.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

382.6

1382.3

681.6

150.7

-

-

1054.8

-

46.6

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

16.0

111.4

7.2

-

-

-

351.6

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

1.1

97.2

-

-

-

-

150.7

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

12.6

-

2.1

80.8

2.4

-

-

-

100.5

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

4.3

103.7

2.4

-

25.1

-

100.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ech

-

-

2.1

32.8

7.2

-

50.2

-

100.5

-

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

26.2

19.1

-

-

-

100.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

M-biv

Po

-

75.3

50.2

17.1

253.3

9.6

50.2

75.3

-

50.2

-

10.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

2.1

48.0

14.4

-

75.3

-

50.2

-

10.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

3.3

-

-

-

25.1

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

-

-

1.1

22.9

-

-

-

-

301.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-cum

-

-

-

1.1

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

1180.3

-

1333.7

2861.8

387.5

150.7

1130.1

200.9

-

-

32.3

33.5

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

20.3

41.5

14.4

-

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

17.1

26.2

16.7

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

77.5

2.4

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

12.6

-

16.0

73.2

19.1

-

50.2

-

-

-

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

12.6

-

21.4

105.9

2.4

-

50.2

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

8.5

93.9

16.7

-

50.2

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

2.1

28.4

2.4

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ne

-

-

12.8

15.3

81.3

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Hy Cr-deca Cr-deca

-

-

2.1

4.4

2.4

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2.1

3.3

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

3.2

37.1

2.4

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

122.9

116.8

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

15.0

30.6

47.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

2.1

84.1

33.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

6.4

67.7

26.3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

11.8

25.1

23.9

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

42.7

74.2

14.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po Po

-

-

-

-

-

-

7.6

12.0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

12.6

-

1.1

2.2

9.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

2.2

9.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

9.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

8.7

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

5.5

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

1.1

4.4

7.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

4.4

4.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

4.3

39.3

4.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

3.2

28.4

4.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

1.1

6.6

4.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Rapportnummer C116/15

-

-

(vervolg Tabel) Neoamphitrite spec Ophiura albida Pygospio elegans Gastropoda Phyllodoce groenlandica Bodotria scorpioides Idotea spec Anoplodactylus petiolatus Aphroditidae Spiophanes bombyx Bathyporeia spec Polydora spec Spio spec Spionidae Ophiura ophiura Tellina fabula Veneridae Mya arenaria Microphthalmus aberrans Aonides oxycephala Petricola pholadiformis Porifera Pholoe spec Hippolyte varians Nereis virens Stenothoidae Caprellidae Polycirrus spec Harmothoe impar Flabelligera affinis Cheirocratus spec Kefersteinia cirrata Eumida sanguinea Eteoninae Syllidia armata Lepidonotus squamatus Balanus crenatus Nicolea zostericola Achelia echinata Nephtys cirrosa Amphilochus neapolitanus Nereis succinea Ammothea hilgendorfi Hippolyte spec Lepidonotus spec Nymphon spec Platyhelminthes Spio martinensis Tanaidacea Proceraea cornuta Arenicola marina Atylidae Atylus swammerdami Autolytus edwardsi Autylus prolifer Ciona intestinalis Epitonium clathrus Eulalia viridis Harmothoe imbricata Jassa marmorata Liocarcinus holsatus Liocarcinus navigator Macropodia spec Macropodia rostrata Magelona spec Ophiodromus flexuosus Polydora ciliata Sabellida Scolelepis fuliginosa Stenothoe marina Stenothoe monoculoides Bodotriidae Gammarus spec Lumbrineridae Pectinaria koreni Tellina tenuis Terebellidae Kurtiella bidentata Echiurus echiurus Echinocardium cordatum Tellimya ferruginosa

Po

A1 12.6

A4 -

A5 -

B 0.0

C1 2.4

C2 -

D -

E -

F -

H1 -

H2 -

I -

J -

K -

L -

M -

N -

Q -

R -

-

Ech

-

-

1.1

6.6

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

4.4

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

1.1

-

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

3.3

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-cum

-

-

1.1

13.1

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-iso

-

-

1.1

8.7

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pyc

-

-

-

7.6

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

37.1

95.7

753.4

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

-

4.8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ech

-

-

-

-

4.8

100.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

-

1.1

2.4

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

8.5

63.3

2.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

5.3

7.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

2.1

7.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

7.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

1.1

6.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Sp

-

-

2.1

3.3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

-

-

2.1

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

2.1

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

1.1

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

8.5

398.5

2.4

-

-

25.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

5.3

85.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

27.3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

16.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

13.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

10.9

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

7.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

5.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

5.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

5.5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-bal

-

-

-

4.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

4.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pyc

-

-

-

4.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

4.4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

3.3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

3.3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pyc

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pyc

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pl

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-tana

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

2.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Tu

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca Cr-deca Cr-deca Cr-deca

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-cum

-

-

2.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

2.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

100.5

2.1

2.2

-

-

-

-

-

-

3.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Echiura

-

50.2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ech

37.7

-

-

1.1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

12.6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

4696.2 8.5

602.7 6.0

5796.4 11.6

13073.1 25.8

5142.2 15.4

2511.3 15.0

3063.8 17.0

577.6 7.0

3164.3 20.0

1293.3 4.5

904.1 7.1

1247.3 3.2

251.1 5.0

351.6 5.0

226.0 3.0

552.5 5.0

301.4 3.0

50.2 1.0

50.2 1.0

0.0 0.0

4 18

1 6

47 93

46 146

21 82

1 15

2 27

2 11

1 20

4 11

14 40

6 8

1 5

1 5

2 5

1 5

1 3

1 1

1 1

1 0

0.557 0.634

0.779 0.933

0.658 0.729

0.763 0.795

0.727 0.783

0.863 0.924

0.834 0.887

0.728 0.852

0.852 0.896

0.463 0.586

0.675 0.816

0.396 0.558

0.803 1.000

0.778 0.969

0.376 0.469

0.562 0.701

0.501 0.748

0.000 0.000

0.000 0.000

**** ****

n/m2 gemiddeld aantal soorten aantal stations totaal aantal soorten Index Evenness

Rapportnummer C116/15

41 van 81

Tabel 11. Aantal soorten per taxa en de dichtheden binnen de clusters. aantal soorten

Actiniaria Bryozoa Crustacea Echinodermata Echiura

Hydrozoa Mollusca Nemertea Oligochaeta Phoronida Platyhelminthes Polychaeta Pycnogonidae Sponzen Tunicata

totaal aantal soorten dichtheid

Actiniaria Bryozoa Crustacea Echinodermata Echiura

Hydrozoa Mollusca Nemertea Oligochaeta Phoronida Platyhelminthes Polychaeta Pycnogonidae Sponzen Tunicata

n/m2

A1 1

A4 0

A5 1

B 1

C1 1

C2 1

D 1

E 0

F 1

H1 1

H2 1

I 0

J 0

K 1

L 1

M 1

N 0

Q 0

R 0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

24

40

20

0

3

3

4

1

7

0

1

1

0

1

0

1

0

0

1 0 0

0 1 0

3 0 1

5 0 1

4 0 1

1 0 0

2 0 1

0 0 0

1 0 0

1 0 0

2 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

1 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

2

1

19

20

10

2

5

1

3

2

10

2

0

1

1

0

0

0

1

0

0

0

1

1

1

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

1

0

0

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

1

0

0

1

1

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

12

3

40

66

40

9

11

7

11

5

18

4

3

1

3

1

2

0

0

0

0

0

0

4

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

1 1

2 2

0 1

0 0

1 1

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 1

1 0

0 0

0 0

0 0

18

6

93

146

82

15

27

11

20

11

40

8

5

5

5

5

3

1

1

0

A1 87,9

A4 0,0

A5 43,8

B 59,0

C1 145,9

C2 200,9

D 75,3

E 0,0

F 200,9

H1 25,1

H2 3,6

I 0,0

J 0,0

K 100,5

L 50,2

M 351,6

N 0,0

Q 0,0

R 0,0

0,0

0,0

0,0

11,8

6,6

2,4

50,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

153,9

1085,3

169,8

0,0

100,5

100,5

552,5

12,6

32,3

0,0

50,2

50,2

0,0

50,2

0,0

50,2

0,0

0,0

37,7 0,0 0,0

0,0 50,2 0,0

4,3 0,0 2,1

48,0 0,0 4,4

23,9 0,0 2,4

100,5 0,0 0,0

75,3 0,0 25,1

0,0 0,0 0,0

100,5 0,0 0,0

37,7 0,0 0,0

14,4 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

50,2 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0

25,1

100,5

352,7

1106,1

1380,0

251,1

75,3

330,1

167,4

0,0

326,5

50,2

200,9

50,2

50,2

0,0

0,0

0,0

50,2

0,0

0,0

0,0

12,8

15,3

81,3

0,0

25,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2410,9

50,2

2530,6

3373,9

942,3

100,5

351,6

0,0

0,0

1067,3

100,5

778,5

50,2

50,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

12,6

0,0

0,0

27,3

67,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

25,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2122,1

401,8

2673,8

7311,2

2322,4

1808,2

1983,9

426,9

2109,5

75,3

398,2

293,0

150,7

100,5

125,6

50,2

251,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

16,4

2,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

2,1 8,5

5,5 12,0

0,0 2,4

0,0 0,0

25,1 75,3

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 50,2

50,2 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

4696,2

602,7

5796,4

13073,1

5142,2

2511,3

3063,8

577,6

3164,3

1293,3

904,1

1247,3

251,1

351,6

226,0

552,5

301,4

50,2

50,2

0,0

De samenstelling van de bodemsedimenten op de stations is in Figuur 31 weergegeven.

42 van 81

Rapportnummer C116/15

OS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Sch-w 28,7 42,1

OS-2010 0-5 5.1-10 >10.1 OS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

Burgh-w Sch-wII 29,6 20,2 30,8 43,9 20,0 28,9 Wb 6,1 3,0 4,0

Sch-o 72,5 40,3 23,5

Lok-a 53,3 63,3 85,3

Lok-b

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 32,0 50,0 39,6 4,7

Sch-o 65,6 74,5 78,3 Sch-w Sch-m Sch-o 90,2 76,0 64,7 28,5 73,7 49,2 43,1 33,6

Zeel-o

72,7 Lok 83,5 85,3 70,9

71,9 69,3 22,8 60,1 13,7

Zie 88,0 87,6 75,7

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 69,9 54,0 69,4 34,8 76,0 60,0 10,4 23,1 26,6 14,8 13,4 3,5

Zb 3,2 20,0 36,8

6,9 13,2

11,9

13,6 10,0

Sophia 16,7 8,4 7,3

0-5 5.1-10 >10.1 OS-2012 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 15,2 9,3 20,7

OS-2013 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 17,7 10,0 17,4

OS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 7,6 2,4 3,4

0-5 5.1-10 >10.1 30

Zandh 53,3 38,6 37,0

Katsh 15,5 15,7 18,0

Zie 43,6 77,2 87,6

Sch-wII Sch-w Sch-m Sch-o 41,5 48,9 71,7 77,0 27,4 34,7 66,7 61,9 25,1 22,4 41,2 30,1

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 64,4 38,8 63,4 41,3 63,0 13,6 22,3 17,5 15,4 9,8 8,6 5,4

Zb 25,1 31,8 31,3

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 59,0 52,6 74,4 63,6 71,4 30,9 51,6 32,5 38,4 38,9 11,6 11,0

Zb 7,2 31,5 29,9

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 61,9 41,5 61,8 47,0 54,4 42,1 23,4 24,9 32,4 8,0 15,1 7,6

Zb 4,2 24,2 19,7

We-w 19,3 15,0 30,4 24,7

Gor 15,4 23,6 18,3

We-o 49,7 30,7 38,9

Figuur 31. De samenstelling van de bodemsedimenten op de stations. De verschillende typen zijn in

kleuren weergegeven (V-blauw, VI-groen, V(dis)-bruin en VIII-rood) en het % aan fracties

90 µm.

Gezien het ontbreken van karakteristieke soorten en verschillen in het totaal aantal soorten en de dichtheden moet cluster A1 als een soortenarme variant van gemeenschap A5 worden gezien, en C1 als een soortenarme variant van gemeenschap B. Om te zien of deze clusters tot bepaalde bodemtypen zijn beperkt, is de sedimentsamenstelling uit de hardsubstraat monitoring gebruikt. De soortenarmere variant A1 kwam in minder slibrijke bodems voor dan gemeenschap A5 en de bodems van de soortenarme variant C1 waren minder slibrijk dan die van de soortenrijke gemeenschap B.

Rapportnummer C116/15

43 van 81

In 2010 kwamen op de ongestoorde locaties Burghsluis en Schelphoek de varianten A1 en C1 en het cluster H1 voor. Cluster H1 werd alleen gedomineerd door oligochaeten. Er waren geen soorten karakteristiek voor, of beperkt tot dit cluster. In totaal kwamen er 11 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 1293 exemplaren per m2. Gezien het geringe aantal soorten moet dit cluster als een soortenarme variant van C1 worden beschouwd. Op de locaties waar de vooroever was versterkt was alleen voldoende sediment aanwezig op de locatie Schelphoek-oost en het diepe station op de locatie Zeelandbrug-oost. Dit sediment was fijn van samenstelling, en op elk station kwam een ander cluster voor. Op de locatie Schelphoek waren dit de clusters L, R en M en op de locatie Zeelandbrug F. In cluster L, op 3 meter diepte op de locatie Schelphoek-oost, kwamen geen karakteristieke soorten voor en er waren ook geen soorten tot dit cluster beperkt. In totaal kwamen er vijf soorten voor, met een gemiddelde dichtheid van 226 exemplaren per m2. In cluster R, op 7.5 meter, kwamen ook geen karakteristieke soorten voor, en een niet gedetermineerde naaktslak was ertoe beperkt. In totaal kwam er 1 soort voor, met een gemiddelde dichtheid van 50 exemplaren per m2. In cluster M, op 15 meter diepte, waren alleen anemonen dominant, en een niet nader gedetermineerde vlokreeft was ertoe beperkt. In totaal kwamen er vijf soorten voor, met een gemiddelde dichtheid van 553 exemplaren per m2. Cluster F, op het diepe station op de locatie Zeelandbrug-oost, werd gedomineerd door de polychaeten Scoloplos armiger, Phyllodoce mucosa, Lanice conchilega, Heteromastus filiformis, Eumida spec. en Ampharete acutifrons, de amphipode Cheirocratus sundevalli, het muiltje Crepidula fornicata en niet nader gedetermineerde decapoda, anemonen en slangsterren. De niet gedeterminnerde decapoda was karakteristiek voor dit cluster en drie soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 20 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 3164 exemplaren per m2. De soortenarme clusters L, R en M op de locatie Schelphoek-oost lijken een eerste kolonisatie van de nieuwe sedimenten te zijn. Cluster F, op het diepe station op de locatie Zeelandbrug-oost, lijkt, qua soorten, een soortenarme variant van gemeenschap B te zijn. Het sediment was fijner dan op de stations van cluster B in 2009, en wijst op een recente sedimentatie van fijne fracties, maar mogelijk is hier een deel van de niet bestorte, oude, bodem bemonsterd. In 2011 was er op de meeste stations waar staalslakken zijn gestort voldoende sediment aanwezig on de infauna te bemonsteren. Alleen op het station op 7.5 meter diepte op de locatie Schelphoek-midden was de sedimentlaag onvoldoende dik. Doordat er in dit jaar ook zes referentie locaties bemonsterd zijn, is een geografisch patroon in de verspreiding van de gemeenschappen zichtbaar. Op de westelijke referentie locaties (Westbout en Sophiahaven) was variant C1 aanwezig en op de oostelijke locaties (Zuidbout en Katshoek) vooral gemeenschap A5. Op de locatie Katshoek kwam verder variant C1 op grotere diepte gevonden, en op het ondiepe geëxponeerd zandplateau in de infralittorale zone op de locatie Zuidbout was cluster J aanwezig. In cluster J waren geen soorten dominant, of ertoe beperkt. In totaal kwamen er 5 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 251 exemplaren per m2. Op de referentie locatie Zandhoek kwam naast variant C1 de varianten H1 en H2 voor. Cluster H2 werd gedomineerd door de tapijtschelp Ruditapes philipparum, de zandzager Nephtys hombergii en oligochaeten. Er waren geen soorten karakteristiek voor, of beperkt tot dit cluster. In totaal kwamen er 40 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 904 exemplaren per m2. Dit cluster lijkt een soortenrijke variant van H1. Op de referentie locatie Zierikzee kwamen de clusters I en Q voor.

44 van 81

Rapportnummer C116/15

Cluster I werd gedomineerd door oligochaeten, de slangpier Capitella capitata en de witte dunschaal Abra alba. Er waren geen soorten karakteristiek voor, of beperkt tot dit cluster. In totaal kwamen er 8 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 1247 exemplaren per m2. Dit cluster lijkt een soortenarme variant van gemeenschap A5 te zijn. In cluster Q waren geen soorten dominant. De enige aanwezige soort was een niet gedetermineerde kreeftachtige. In het nieuw gesedimenteerde materiaal op de locatie Schelphoek hadden zich de varianten C1 en H2 en gemeenschap A5 ontwikkeld. Variant H1 was beperkt tot het ondiepe station op Schelphoek-west, gemeenschap A5 kwam op alle diepten voor en variant C1 kwam alleen op de diepe stations voor. Op de locatie Lokkersnol hadden zich in het nieuwe sediment gemeenschap A5 en variant C1 ontwikkeld. In de oude bodem, op grotere diepte, was de soortenrijke gemeenschap B aanwezig. Op de locatie Zeelandbrug hadden zich de varianten I, H1 en C1 en de gemeenschappen A5 en B ontwikkeld. In de oude, ongestoorde, bodem en rond de ecoriffen was de soortenrijke gemeenschap B aanwezig. De varianten I en H1 kwamen op de ondiepe stations voor, gemeenschap A5 op alle diepten en gemeenschap B aan de onderzijde van het talud. De verdeling van de samenstelling van de bodemsedimenten laat zien dat de soortenrijke gemeenschap B in grovere bodems voorkwam dan de variant C1 en de gemeenschap A5. In 2012 waren het aantal soorten en de dichtheid op de westelijke referentie locatie Westbout sterk afgenomen, waardoor de clusters I, K en E werden gevonden. Cluster I was in 2011 al eerder gevonden op de locatie Zierikzee. Cluster K werd alleen gedomineerd door anemonen en de polychaet Heteromastus filiformis. Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster, maar de gekielde cirkelslak Tornus subcarinatus was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 5 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 352 exemplaren per m2. Cluster E werd gedomineerd door de polychaeten Aphelochaeta marioni en Heteromastus filiformis. Er waren geen soorten karakteristiek voor, of beperkt tot dit cluster. In totaal kwamen er 11 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 578 exemplaren per m2. Op de oostelijke referentie locatie Zuidbout werd ondiep variant H2 gevonden en op het diepe station gemeenschap A5. Het ondiepe station op het zandplateau was dit jaar iets dieper op het aflopende talud bemonsterd. Op de locatie Zeelandbrug werden in de infralittorale zone variant E en de gemeenschappen A5 en B gevonden. Op grotere diepte kwamen de gemeenschappen A5 en B voor en in de oude, niet bestorte, bodem kwam gemeenschap B voor. Ten opzichte van 2011 was op de westelijke referentie locatie het percentage van de fracties <90 µm sterk toegenomen. Op de oostelijke referentie locatie was het percentage van de fracties <90 µm van het sediment in de infralittorale zone toegenomen, omdat het station in 2012 op het talud bemonsterd was. Op de locatie Zeelandbrug was het percentage van de fracties <90 µm van het sediment van de ongestoorde bodem laag, en nam naar minder grote diepte sterk toe. In 2013 waren het aantal soorten en hun dichtheid op de westelijke referentie locatie weer iets toegenomen ten opzichte van 2012, en nu werden de clusters I, A5 en D gevonden. Cluster D werd gedomineerd door de polychaeten Aphelochaeta marioni en Heteromastus filiformis, oligochaeten en de tweekleppige Venerupis corrugata. Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster en een niet nader gedetermineerde garnaal was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 27 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 3064 exemplaren per m2. Dit cluster kan zowel een soortenarme variant zijn van gemeenschap A5 als van gemeenschap B.

Rapportnummer C116/15

45 van 81

Op de oostelijke referentie locatie waren de aantallen soorten en hun dichtheden in 2013 sterk afgenomen ten opzichte van 2013 en werd op alle diepten variant H2 gevonden. Op de locatie Zierikzee werd in de infralittorale zone variant A1 gevonden, op 7.5 meter diepte waren geen soorten aanwezig, en op 15 meter werd cluster N gevonden. Cluster N werd alleen gedomineerd door de polychaet Fabricia stellaris stellaris. Deze soort was karakteristiek voor dit cluster. Er waren verder geen soorten beperkt tot het cluster. In totaal kwamen er 3 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 301 exemplaren per m2. Op de locatie Zeelandbrug werden in de infralittorale zone de gemeenschappen A5 en B gevonden. Op grotere diepte kwamen de gemeenschappen A5 en B voor en in de oude, niet bestorte, bodem kwam gemeenschap B voor. Op alle stations, dus zowel op de staalslakken als op de oude bodem, was in 2013 het sediment fijner van samenstelling dan in 2012. In 2014 was op de westelijke referentie locatie het aantal soorten en hun dichtheid in de infralittorale zone sterk toegenomen waardoor cluster C2 was ontstaan. Op 7.5 meter diepte was het aantal soorten laag en was de kolonisatie gemeenschap L aanwezig. Op 15 meter diepte was de westelijke variant C1 aanwezig. Cluster C2 werd gedomineerd door de polychaeten Spiophanes bombyx, Capitella capitata, Lanice conchilega, Scoloplos armiger, Aphelochaeta marioni en Nephtys hombergii, de slangster Ophiura ophiura, oligochaeten, anemonen en een niet gedetermineerde tweekleppige. De slangster Ophiura ophiura was karakteristiek voor dit cluster, en de rechtsgestreepte platschelp Tellina fabula was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 15 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 2511 exemplaren per m2. Op de oostelijke referentie waren het aantal soorten en hun dichtheden sterk toegenomen ten opzichte van 2013, waardoor nu de gemeenschappen A5 en B op de locatie voorkwamen. In de oostelijke kom van de Oosterschelde is de samenstelling op drie locaties onderzocht (Wemeldingeoost en -west en Gorishoek). Op de locatie Gorishoek kwam op alle diepten variant H2 voor. Op de locatie Wemeldinge-oost kwam in de infralittorale zone gemeenschap A5 voor en op de diepere stations variant H2. Op de locatie Wemeldinge-west kwam op 3.5, 7.5 en 15 meter diepte gemeenschap A5 voor. Op deze locatie is ook de infauna op 30 meter diepte bemonsterd. Op dit station werd gemeenschap B gevonden. Op de locatie Schelphoek is, naast het sediment op de staalslakken, ook een ongestoorde referentie locatie ten westen van de bestorte vooroever bemonsterd. Op deze locatie werd in de infralittorale zone cluster A4 gevonden, en op grotere diepten de westelijke variant C1. Cluster A4 werd gedomineerd door de polychaeten Heteromastus filiformis en Nephtys hombergii en de tweetandschelp Kurtiella bidentata. Het schelpje Kurtiella bidentata was karakteristiek voor dit cluster, en de slurfworm Echiurus echiurus was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 6 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 603 exemplaren per m2. In het sediment tussen het breuksteen in de infralittorale zone, waar staalslakken zijn gestort, werden variant H1 en gemeenschap A5 gevonden. Op de stations op grotere diepten kwamen de varianten H2 en I en de gemeenschappen A5 en B voor. Op de locatie Zeelandbrug werden in de infralittorale zone variant H2 en gemeenschap A5 gevonden. In het sediment op de staalslakken werden de gemeenschappen A5 en B gevonden. Wel was gemeenschap A5 op meer stations aanwezig dan in 2013. Op de oude bodem werden variant D en de gemeenschap B gevonden. De samenstelling van de sedimenten op het talud waren minder fijn dan in 2013, maar nog altijd fijner dan in 2012. 46 van 81

Rapportnummer C116/15

Om de samenstelling van de bodemsedimenten nader te onderzoeken zijn vanaf 2011, naast de verdeling van de fracties, ook de percentages droge en organische stof bepaald (Figuur 32).

Oosterschelde 14

12

% organische stof

10

V

8

VI V(dis)

6

VIII

4

2

0 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% droge stof

Figuur 32. Relatie tussen het percentage droge stof en het percentage organische stof in de verschillende sedimenttypen (V-VIII) in de Oosterschelde in de periode 2011-14.

Hoewel de typering van de sedimenten is gebaseerd op de verdeling van de korrelgrootte kan deze voor de gedefinieerde typen V, VI en VIII ook op grond van het percentage droge stof en organische stof gegeven worden. Accumulatie van fracties ≤90 µm (Type VIII) vindt plaats met een percentage droge stof van minder dan 50%, en meer dan 6% aan organische stof, terwijl door zandfracties gedomineerde sedimenten (Typen V en VI) meer dan 50% droge stof hebben en minder dan 6% organische stof. Voor het recent verstoorde tweetoppige type V(dis) is dit niet mogelijk, omdat dit type binnen alle drie de andere typen voorkomt. Om te bepalen of de verschillende bodemtypen leiden tot verschillen in de samenstelling van de infauna, is per cluster de verspreiding van de stations in relatie tot de percentages droge en organische stof bekeken (Tabel 12). Tabel 12. Samenvatting van de soortenrijkdom en de bodemparameters in de periode 2009-

2014. L C2 J K D C1 B H2 A1 E A4 A5 I H1 F N R M Q -

gem n/m2 226,0 2511,3 251,1 351,6 3063,8 5142,2 13073,1 904,1 4696,2 577,6 602,7 5796,4 1247,3 1293,3 3164,3 301,4 50,2 552,5 50,2 0,0

Rapportnummer C116/15

gem n sp 3,0 15,0 5,0 5,0 17,0 15,4 25,8 7,1 8,5 7,0 6,0 11,6 3,2 4,5 20,0 3,0 1,0 5,0 1,0 0,0

% <0.090 mm 34,0 7,6 3,2 9,3 16,3 24,6 27,7 34,6 28,1 42,0 41,5 47,3 45,5 57,6 72,7 73,0 74,5 78,3 87,6 77,2

% droge stof 81,4 79,6 77,8 76,2 75,1 65,1 61,7 59,5 57,2 56,0 54,9 48,5 47,6 38,2

% org stof 0,8 0,8 1,0 1,3 1,7 3,5 4,1 4,3 5,3 5,4 6,2 6,9 7,0 9,6

31,0

11,3

30,8 30,0

11,0 10,9

V 50,0 100,0 100,0 100,0 100,0 47,6 21,4 28,6 25,0 0,0 0,0 11,1 16,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

VI 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 28,6 2,4 50,0 25,0 0,0 100,0 15,6 16,7 25,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

V(dis) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 9,5 61,9 7,1 50,0 50,0 0,0 28,9 33,3 25,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

VIII 50,0 0,0 0,0 0,0 0,0 14,3 14,3 14,3 0,0 50,0 0,0 44,4 33,3 50,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 47 van 81

De clusters kunnen in vier verschillende habitats gegroepeerd worden: -Clusters die beperkt waren tot zandige bodems met een zeer laag gehalte aan organische stof (<2%) en een hoog percentage droge stof (>75%). Binnen deze habitat kwamen twee typen clusters voor. Clusters met een laag aantal soorten die ook in lage dichtheden voorkwamen (L. J en K). Deze clusters waren hoofdzakelijk tot de referentie locaties beperkt. Cluster J werd gevonden op een horizontaal zandplateau op de locatie Zuidbout, en de cluster L en K op de locatie Westbout. Soortenrijke clusters, waarin de soorten in relatief hoge dichtheden voorkwamen (C2 en D). Beide gemeenschappen kwamen ook op de Westbout voor. Deze referentie locatie lijkt in potentie geschikt voor soortenrijke gemeenschappen, maar de ontwikkeling wordt kennelijk door een verstoring afgeremd. Naast de locatie ligt een intensief bevist mosselperceel, verstoring kan opdtreden bijvoorbeeld als gevolg van bodemberoering door een kor. -Clusters die in een brede range voorkwamen van zandige bodems (percentage droge stof 50-75%) en met een laag gehalte aan organische stof (2-6.5%). Twee clusters vallen hierbij op door het hoge aantal soorten. Gemeenschap B had de meeste soorten en deze kwamen in hoge dichtheden voor. In variant C1 van deze gemeenschap was het aantal soorten lager en waren ook de dichtheden minder hoog. Gemeenschap B had een meer centrale verspreiding, terwijl variant C1 meer algemeen was op westelijke locaties. De overige vier clusters zijn soorten arme varianten van C1 en B. In variant A1 kwamen de soorten in hoge dichtheden voor. Deze variant kwam vooral op de westelijke locaties voor. In variant H2 waren de dichtheden minder hoog. Deze variant had een duidelijke oostelijke verspreiding. De clusters E en A4 waren lokale varianten in de infralittorale zone. -Clusters die in meer slibrijke bodems voorkwamen (percentage droge stof 35-50%), met een hoger percentage aan organische stof (6.5-10%). Gemeenschap A5 was het soortenrijkste, en ook kwamen de soorten in hoge dichtheden voor. De gemeenschap kwam vooral op het talud voor, en werd vaak aan de onderzijde begrenst door C1 en B. In de andere twee clusters (I en H1) kwamen lage soortenaantallen voor, en de relatief hoge dichtheid werd veroorzaakt door oligochaeten. -Clusters die beperkt waren tot slibbige bodems met een laag percentage droge stof (<35%) en een hoog percentage aan organische stof (>10%). Met uitzondering van cluster F was het aantal soorten en hun dichtheid laag. In deze groep clusters kwam ook een station voor zonder infauna. Cluster F wordt gevormd door een uniek station. Dit station is in 2010 bemonsterd tijdens de T 1 -situatie op de locatie Zeelandbrug. Het aantal soorten en hun dichtheden waren erg hoog voor deze slibrijke bodem. Het percentage droge en organische stof is bepaald van de bovenste zes cm van de bodem. De infauna is echter bemonsterd tot een diepte van 30 cm. Het is mogelijk dat tijdens de bemonstering van de infauna een deel van de oude bodem met de clusters C1 of B is meegenomen. De effecten van een te hoge sedimentatie op de samenstelling van de infauna kan het beste op de locatie Zeelandbrug nader onderzocht worden. Uit metingen met sedimentvallen rond de ecoriffen in 2011 bleek de sedimentatie van fijne fracties gedurende de kentering redelijk uniform. Deze ecoriffen liggen ten westen van de Zeelandbrug en lopen tot Zeelandbrug midden. Op de ongestoorde oude zandbodem blijken de fijne gesedimenteerde fracties grotendeels te worden afgevoerd (Figuur 33). Op het uniforme staalslak ( de locatie Zeelandbrug-oost; Tabel 1) blijven de fijne fracties alleen op beschutte plaatsen liggen en is het sediment rijker aan organische stof. Ondieper, waar de staalslakken met breukstenen zijn afgedekt vindt een duidelijke accumulatie van fijne fracties plaats. Aan de westzijde van de Zeelandbrug, tussen de ecoriffen, zijn meer plaatsen beschut voor de stroming en kunnen de fijne fracties accumuleren. Er blijken zich dus duidelijk verschillende habitats te vormen op de locatie Zeelandbrug, waarbij de soortenrijkste habitats niet tussen de ecoriffen liggen (Figuur 34).

48 van 81

Rapportnummer C116/15

2011-Zeelandbrug-west

2011-Zeelandbrug-midden

2011-Zeelandbrug-oost

12

12

12

10

10

10

8

6

% organische stof

14

% organische stof

14

% organische stof

14

8

6

8

6

4

4

4

2

2

2

0

0 0

10

20

30

40

50

60

70

80

0 0

90

10

20

30

40

50

60

70

80

90

0

2012-Zeelandbrug-west

10

6

% organische stof

12

10

% organische stof

12

10

% organische stof

12

8

8

6

4

4

2

2

30

40

50

60

70

80

20

30

40

50

60

70

80

90

0

2013-Zeelandbrug-wes t

10

10

8

6

2

2

0

% organische stof

12

10

% organische stof

14

12

% organische stof

14

20

30

40

50

60

70

80

20

30

40

60

70

80

90

0

12

10

10

% organische stof

12

10

8

6

2

2

30

40

50 % droge stof

20

30

40

60

70

80

90

50

60

70

80

90

60

70

80

90

8

6

4

2

0

0

90

2014-Zeelandbrug-oost

12

4

80

% droge stof

14

20

10

2014-Zeelandbrug-midden

% organische stof

% organische stof

50

14

4

70

0 10

2014-Zeelandbrug-west

6

60

6

% droge stof

8

50

8

14

10

40

2

0

90

% droge s tof

0

30

4

0

10

20

% droge stof

12

0

10

2013-Zeelandbrug-oost

14

4

90

6

2013-Zeelandbrug-midden

4

80

8

% droge stof

6

70

0 10

% droge stof

8

60

2

0

90

50

4

0

0

40

2012-Zeelandbrug-oost

14

20

30

2012-Zeelandbrug-midden

14

10

20

% droge stof

14

0

10

% droge stof

% droge stof

0 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% droge stof

0

10

20

30

40

50 % droge stof

Figuur 33. Samenstelling van de nieuwe sedimenten en de ongestoorde bodem op de locatie Zeelandbrug gedurende de jaren 2011 (boven)-2014 (onder) voor deel locaties Zeelandbrug west (linker figuren), Zeelandbrug-midden (middelste figuren) en Zeelandbrug-oost (rechter figuren). Horizontale as : % organissche stof. Verticale as: % droge stof. Sedimentkarakteristieken: ●=V, ●= VI, ● = V(dis), ● = VIII. Diepten: 0-5 meter(▲),10-5 meter (▪), >10 meter (♦),oude bodem (•).

Rapportnummer C116/15

49 van 81

14

14

12

12

10

V

8

VI V(dis) VIII

6

com A5

% organische stof

% organische stof

10

V

8

VI V(dis) VIII

6

com B

4

4

2

2

0

0 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% droge stof

% droge stof

Figuur 34. De verspreiding van de gemeenschappen A5 (■ linker figuur) en B (■ rech ter fig u u r ) in relatie tot de percentages droge en organische stof op de locatie Zeelandbrug in de periode 2011-14. Horizontale as : % organissche stof. Verticale as: % droge stof. Sedimentkarakteristieken: ●=V, ●= VI, ● = V(dis), ● = VIII.

Om de relatie tussen de samenstelling van het sediment verder te onderzoeken, zijn de stations van cluster A5 en B op de locatie Zeelandbrug uit de periode 2011-2014 verder onderzocht door middel van een Cononical analyses of principal coordinates (CAP) analyse. Deze analyse gebruikt de similariteitsmatrix tussen de stations en probeert de assen in de multiviarate ruimte te vinden die de groepen het best verklaren. Hierbij zijn voor het percentage droge stof de categorieën <50% en >50% gebruikt en voor het percentage organische stof <6.5% en >6.5%. De correlatie en coëfficiënten voor de verschillende analysen zijn gegeven in Tabel 13. Tabel 13. Correlatie coëfficiënten van de eigenwaarden van de verschillende conical analysen voor de clusters A5 en B op de locatie Zeelandbrug in de periode 2011-2014.

correlatie

R2

jaar eigenwaarde 1 eigenwaarde 2 eigenwaarde 3

0,9382 0,9222 0,8510

0,8802 0,8504 0,7241

% droge stof eigenwaarde 1

0,7792

0,6071

% organische stof eigenwaarde 1

0,7931

0,6291

cross validation 93.9% correct

79.3% correct

87.8% correct

De hoogste correlatie werd gevonden voor de factor ‘jaar van bemonstering’ (afzonderlijke analyse). Na een ‘cross validation’ werden 94% van de stations goed geclassificeerd. Maar de samenstelling van de bodem bleek ook een belangrijke factor voor de samenstelling van de infauna. Bij het percentage organische stof werd 88% goed geclassificeerd, bij het percentage droge stof 79%. Omdat het jaar van bemonstering hoog scoorde zijn alle data van de Zeelandbrug uit de periode 20092014 geanalyseerd (Figuur 35).

Rapportnummer C116/15

50 van 81

Zeelandbrug 2009-14 Resemblance: S17 Bray Curtis similarity

0.2

jaar 2009 2010 2011 2012 2013 2014

0.1

CAP2

0

-0.1

-0.2

-0.3 -0.2

-0.1

0

0.1

0.2

0.3

CAP1

Figuur 35. . Canonical ordinatie voor de discriminant analyse voor de factor ‘jaar van bemonstering’ voor de stations op de locatie Zeelandbrug uit de periode 2009-2014.

Na een ‘cross validation’ werden 84% van de stations goed geclassificeerd. Dit aantal was relatief laag, omdat de similariteiten tussen de stations uit de jaren 2009, 2012 en 2014 hoog waren. Ondanks dat er op gemeenschapsniveau veranderingen in de tijd opgetreden zijn, lijkt er binnen de verschillende gemeenschappen overeenkomstige jaarlijkse variaties op te treden. 3.3.2

Westerschelde

De verdeling van de bemonsterde stations is gegeven in Figuur 36 voor alle locaties in de Westerschelde in 2009, 2010, 2011 en 2014. Het aantal soorten en de totale dichtheid per station voor de drie diepten zijn gegeven in Bijlage 5 en 6. De geordende tabel van dichtheden is gegeven in Tabel 14, de aantallen soorten per taxa en de dichtheden in In 2009 is de samenstelling van de infauna niet onderzocht. Aan het einde van de zomer is in dit jaar de vooroever bij Ritthem met staalslakken versterkt. In 2010 is een T 1 -inventarisatie uitgevoerd op de locatie Ritthem, en T 0 -inventarisaties op de locaties Borssele, Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke. Op de locatie Ritthem was alleen op het diepe station van Ritthem-west voldoende sediment aanwezig om de infauna te bemonsteren. In het sediment werd cluster C1 gevonden. Cluster C1 werd gedomineerd door de polychaeten Aphelochaeta marioni, Heteromastus filiformis, Scoloplos armiger en Lanice conchilega, oligochaeten, hoefijzerwormen, anemonen en de witte dunschaal Abra alba. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, maar 10 soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 40 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 7553 exemplaren per m2. Dit cluster moet als een soortenrijke gemeenschap in de Westerschelde beschouwd worden. Op de meer oostelijk gelegen locatie Borssele kwam in de infralittorale zone cluster H2 voor, en op de diepere stations gemeenschap C1. Cluster H2 werd gedomineerd door de polychaeten Scoloplos armiger, Spiophanes bombyx en Nephtys spec. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, maar de polychaet Pygospio elegans was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 8 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 603 exemplaren per m2. Dit cluster moet als een soortenarme variant van gemeenschap C1 beschouwd worden. In de Everingen (locaties Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke-zuid) kwam in de infralittorale zone cluster K voor. Op grotere diepten werden de clusters A3, C1, P en K gevonden.

Rapportnummer C116/15

51 van 81

Cluster K werd gedomineerd door de polychaet Heteromastus filiformis. Er waren geen soorten karakteristiek voor dit cluster, en twee niet nader gedetermineerd gedetermineerde soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 7 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 201 exemplaren per m2. Dit cluster moet beschouwd worden als een soortenarme variant van gemeenschap C1. Cluster A3 werd gedomineerd door de mossel Mytilus edulis en oligochaeten. De mossel was karakteristiek voor dit cluster en een niet nader gedetermineerde Polydora soort was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 6 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 1432 exemplaren per m2. Dit cluster moet beschouwd worden als een soortenarme variant van gemeenschap A2. Cluster P werd gedomineerd door een niet nader gedetermineerde krab. Er waren geen soorten karakteristiek voor, of beperkt tot het cluster. In totaal kwamen er 2 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 151 exemplaren per m2. In het Middelgat (locaties Hoedekenskerke-haven en Hoedekenskerke-noord) kwam in de infralittorale zone cluster A2 voor. Op grotere diepten werden de clusters C1 en A2 gevonden. Cluster A2 werd gedomineerd door de polychaeten Aphelochaeta marioni en Heteromastus filiformis en oligochaeten. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, en 3 soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 19 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 3847 exemplaren per m2. Dit cluster is een soortenrijke gemeenschap die vooral in het middendeel van de Westerschelde aanwezig is. De soortenrijke gemeenschappen C1 en A2 kwamen in zandige sedimenten voor, de soortenarme varianten in meer slibrijke bodems. In 2011 is de T 2 -situatie op de locatie Ritthem onderzocht en zijn zes referentie locaties geïnventariseerd. Op de locatie Ritthem was alleen voldoende sediment aanwezig op de diepere stations van Ritthem-west en -midden. In dit sediment werd cluster C2 gevonden. Cluster C2 werd gedomineerd door de polychaeten Scoloplos armiger en Spiophanes bombyx, de dunschaal Abra alba, oligochaeten en anemonen. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, en 5 soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 36 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 2389 exemplaren per m2. Dit cluster moet beschouwd worden als een iets soortenarmere variant van de westelijke gemeenschap C1. Op de referentie locatie ten westen van het stortvak bij Ritthem kwamen de clusters C2 en G voor. Cluster G werd gedomineerd door de polychaeten Heteromastus filiformis, Capitella capitata en Scoloplos armiger en het nonnetje Macoma balthica. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, en 3 soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 16 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 1143 exemplaren per m2. Dit cluster moet beschouwd worden als een soortenarme variant van de westelijke gemeenschap C1. Op de referentie locatie Ellewoutsdijk-haven werd in de infralittorale zone variant A3 gevonden en op grotere diepten gemeenschap A2 en variant K. Op de locatie Kapellebank kwam op alle diepten gemeenschap A2 voor, terwijl op de platen van Ossenisse op alle diepten variant G werd gevonden. Aan de zuidoever werd op alle diepten op de locatie Slijkplaat gemeenschap A2 gevonden, en op de locatie Paulinapolder gemeenschap C1. In 2014 is de T 5 -situatie op de locatie Ritthem onderzocht, en de T 3 -situatie op de locatie Hoedekenskerke. Als referentie locaties zijn Ritthem-west en Kapellebank, ten noorden van Hoedekenskerke onderzocht.

52 van 81

Rapportnummer C116/15

Op de locatie Ritthem kwamen in de infralittorale zone de clusters C2 en A5 voor, en op grotere diepten de clusters C2, L en B. Cluster A5 werd gedomineerd door de polychaeten Capitella capitata, Sthenelais boa, Scoloplos armiger, Nephtys caeca en Heteromastus filiformis, anemonen, de dunschaal Abra alba en oligochaeten. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, maar 2 waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 13 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 4571 exemplaren per m2. Cluster B werd gedomineerd door oligochaeten, de amphipoden Monocorophium acherusicum en Jassa marmorata, de polychaeten Heteromastus filiformis, Aonides oxycephala, Glycera spec. en Sthenelais boa, anemonen, hoefijzerwormen, de dunschaal Abra alba en zakpijpen. Aonides oxycephala en de amphipoden waren karakteristiek voor dit cluster, en 4 andere soorten waren ertoe beperkt. In totaal kwamen er 22 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 15972 exemplaren per m2. Cluster L werd gedomineerd door niet gedetermineerde tweekleppige en de polychaet Spiophanes bombyx. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, en 1 soort was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 6 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 603 exemplaren per m2. Op de referentie locatie van Ritthem kwam in de infralittorale zone cluster O voor, en op grotere diepten L en H1. Cluster O werd gedomineerd door de ovale zeeklitschelp Tellimya ferruginosa, de halfgeknotte strandschelp Spisula subtruncata, het buldozerkreeftje Urothoe poseidonis, de zeeklit Echinocardium cordatum en slangsterren. De zeeklitschelp, de strandschelp, het buldozerkreeftje en de slangsterren waren karakteristiek voor dit cluster, en 1 soort was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 10 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 2059 exemplaren per m2. Cluster H1 werd gedomineerd door oligochaeten en de polychaet Spiophanes bombyx. Er waren geen soorten karakteristiek voor het cluster, en 1 soort was ertoe beperkt. In totaal kwamen er 10 soorten binnen dit cluster voor, met een gemiddelde dichtheid van 578 exemplaren per m2. In de infralittorale zone op de locatie Hoedekenskerke werd op 1 station cluster H1 gevonden, en 1 station was zonder infauna. In het sediment op de staalslakken op grotere diepten werd op alle stations de oostelijke gemeenschap A2 gevonden. Deze gemeenschap was ook aanwezig op alle diepten op de referentie locatie Kapellebank. Het sediment op deze locaties was erg fijn van samenstelling in vergelijking met de sedimenten op de locatie Ritthem.

Rapportnummer C116/15

53 van 81

WS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2010 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

C1 R-Rit C2 G C2

Rit-w

Rit-m

C2 C2

C2 C2

Rit-o

El-w K A3

El-m

Hd-z P K

C1 K

Hd-h

C1

El-h A3 A2 K

R-Rit O L H1

Rit-w C2 C2 L

Rit-m B B

Rit-o A5 C2

Hd-n A2 A2 A2 Kapel A2 A2 A2

Slijkpl Paulina A2 C1 A2 C1 A2 C1

0-5 5.1-10 >10.1 WS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Bor H2 C1 C1

Osse G G G Hd-h H1 A2 A2

Hd-n Kapel A2 A2 A2 A2 A2

Figuur 36. Schematische verdeling van de clusters over de locaties in de Westerschelde (van west naar oost) voor drie verschillende diepte in de jaren 2009-2014. De kleuren corresponderen met de typen gemeenschappen die zijn aangetroffen

54 van 81

Rapportnummer C116/15

Tabel 14. Geordende tabel van dichtheden van de zachtsubstraat gemeenschappen in de Westerschelde. Vet gedrukte dichtheden geven een presentie van de soort in 66.7% van de stations van een cluster, onderstreepte waarden geven per soort een voorkomen van minimaal 90% van de totale kwantiteit binnen de onderzochte stations. Afkortingen: An - Anthozoa, Br -- Bryozoa, Cr - Crustacea, Ech Echinodermata, Echi - Echiura, Mol - Mollusca, Ne - Nemertea, Ol - Oligochaeta, Ph - Phoronida, Pl Plathyhelminthes, Po - Polychaeta, Pyc -Pycnogonidae, Sp - Porifera en Tu - Tunicaten. Corophiidae 5ecapoda 9chinocardium cordatum Spiophanes bombyx 9nsis spec Hydrozoa Tellimya ferruginosa Urothoe poseidonis hphiuroidea Spisula subtruncata aagelona mirabilis Bryozoa bephtys spec Bivalvia aelita spec Crangon crangon Asterias rubens Arenicola spec Gammarus spec Scoloplos armiger Glycera spec Lanice conchilega Polychaeta bephtys hombergii Pygospio elegans bephtys cirrosa aacoma balthica hphiura ophiura Heteromastus filiformis Capitella capitata Spio martinensis bemertea Phyllodoce mucosa 9teone spec Phyllodoce spec Spionidae aarenzelleria viridis Spio spec Abra alba Sthenelais boa Kurtiella bidentata botomastus latericeus Ascidiacea Caprellidae Aphelochaeta marioni hligochaeta Actiniaria Phoronida Streblospio shrubsoli bereis succinea Polydora cornuta bephtys caeca Carcinus maenas bereis diversicolor Claparedepelogenia inclusa Gastropoda aalacoceros fuliginosus aalmgreniella darbouxi aesopodopsis slabberi bereis spec hphiothrix fragilis Pseudopolydora pulchra bereis longissima Gastrosaccus spinifer aagelona johnstoni Pholoe baltica Spio fillicornis Aonides oxycephala aonocorophium acherusicum Jassa marmorata Anoplodactylus petiolatus Kefersteinia cirrata hwenia fusiformis Pectinaria koreni Cossura longocirrata Venerupis corrugata aytilus edulis Polydora spec Lschyroceridae beoamphitrite figulus Palaemon macrodactylus n/m2

gemiddeld aanPal soorPen aanPal sPaPions PoPaal aanPal soorPen Hndex Evenness

Rapportnummer C116/15

A2 5,9

A3 -

A5 -

B -

C1 -

C2 -

G -

H1 -

H2 -

K -

L -

O -

P 50,2

-

Cr-deca

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

100,5

-

Ec h

-

-

-

-

6,3

11,2

-

-

-

-

-

100,5

-

-

Po

-

-

-

-

31,4

301,4

-

100,5

100,5

-

100,5

50,2

-

-

M-biv

-

-

-

25,1

37,7

5,6

-

-

-

-

-

50,2

-

-

5,9

-

-

25,1

-

5,6

-

25,1

-

-

-

50,2

-

-

M-biv

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

602,7

-

-

Cr-amph

-

-

-

-

-

33,5

-

-

-

-

-

552,5

-

-

Ec h

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

452,0

-

-

M-biv

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

100,5

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

50,2

-

-

Br

3,0

-

-

50,2

-

16,7

-

50,2

-

-

50,2

-

-

Po

Cr-amph

Hy

-

3,0

-

-

-

25,1

-

37,7

25,1

100,5

-

50,2

-

-

-

M-biv

-

-

-

-

75,3

156,3

-

-

-

-

301,4

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

25,1

-

-

-

Cr-deca

5,9

-

-

-

37,7

5,6

-

-

-

12,6

-

-

-

-

Ec h

-

-

-

-

18,8

-

-

-

-

12,6

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

-

12,6

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

-

-

-

-

-

-

12,6

-

-

-

-

Po

11,8

-

251,1

-

169,5

887,3

100,5

-

150,7

-

75,3

-

-

-

Po

-

-

-

150,7

-

5,6

-

-

50,2

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

25,1

106,7

5,6

-

-

50,2

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

50,2

-

-

-

-

-

Po

5,9

-

-

-

6,3

44,6

-

50,2

50,2

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

-

-

50,2

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

5,6

75,3

50,2

-

-

-

-

-

-

62,0

-

-

-

62,8

-

150,7

25,1

-

12,6

-

-

-

-

M-biv Ec h

-

-

-

-

-

-

-

25,1

-

-

-

-

-

-

Po

1554,1

50,2

100,5

627,8

1142,7

94,9

376,7

-

-

125,6

-

-

-

-

Po

-

-

1757,9

-

18,8

33,5

200,9

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

67,0

62,8

-

-

-

-

-

-

-

Ne

-

-

-

-

-

5,6

25,1

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

50,2

-

12,6

5,6

12,6

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

43,9

39,1

12,6

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

43,9

27,9

12,6

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

25,1

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

12,6

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

-

12,6

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

552,5

125,6

238,6

195,3

-

25,1

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

251,1

100,5

-

44,6

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

-

-

-

25,1

6,3

27,9

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

50,2

-

-

16,7

-

-

-

-

-

-

-

-

Tu

-

-

-

100,5

-

11,2

-

-

-

-

-

-

-

-

3,0

-

-

75,3

-

11,2

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

1740,2

25,1

-

-

3082,7

11,2

12,6

-

-

-

-

-

-

-

Cli

342,7

100,5

200,9

12280,4

1249,4

156,3

12,6

200,9

-

-

-

-

-

-

An

-

-

1105,0

276,2

182,1

106,0

-

-

-

12,6

-

-

-

-

Ph

-

-

-

150,7

734,6

-

-

-

-

-

-

50,2

-

-

Po

76,8

-

-

25,1

43,9

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

8,9

25,1

-

-

12,6

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

5,9

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

100,5

-

6,3

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

-

-

-

-

18,8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

18,8

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-gas

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-mys

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ec h

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

6,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

16,7

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-mys

-

-

-

-

-

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

-

-

5,6

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

50,2

527,4

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

904,1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

-

-

326,5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Pyc

-

-

-

50,2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

50,2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

25,1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

-

25,1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

-

-

50,2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

-

M-biv

-

-

50,2

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

M-biv

3,0

1205,4

-

-

43,9

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

25,1

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-amph

3,0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Po

3,0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Cr-deca

3,0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

3846,76 5,1

1431,46 4,5

4570,61 13,0

15972,03 15,0

7552,81 13,1

2388,55 10,0

1142,65 6,8

577,60 6,5

602,72 8,0

200,91 2,5

602,72 4,0

2059,29 10,0

150,68 2,0

0,00 0,0

17 19

2 6

1 13

2 22

8 40

9 36

4 16

2 10

1 8

4 7

2 6

1 10

1 2

2 0

0,547 0,705

0,419 0,595

0,769 0,833

0,394 0,422

0,705 0,766

0,650 0,727

0,776 0,929

0,735 0,873

0,848 0,968

0,380 0,618

0,510 0,698

0,786 0,873

0,447 0,889

**** ****

Po

-

55 van 81

Tabel 15. Aantal soorten per taxa en de dichtheden binnen de clusters. aantal soorten

Actiniaria Bryozoa Crustacea Echinodermata Hydrozoa Mollusca Nemertea Oligochaeta Phoronida Polychaeta Pycnogonidae Tunicata

A2 0

A3 0

A5 1

B 1

C1 1

C2 1

G 0

H1 0

H2 0

K 1

L 0

O 0

P 0

0

1

0

0

1

0

1

0

1

0

0

1

0

0

0

5

0

0

3

4

4

0

0

0

2

1

1

2

0

0

0

0

0

3

1

0

1

0

1

0

2

0

0

1

0

0

1

0

1

0

1

0

0

0

1

0

0

2

1

2

3

7

4

1

2

0

1

1

3

0

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

1

0

0

9

4

9

9

23

21

13

4

8

2

3

2

0

0

0 0 19

0 0 6

0 0 13

1 1 22

0 0 40

0 1 36

0 0 16

0 0 10

0 0 8

0 0 7

0 0 6

0 0 10

0 0 2

0 0 0

A2 0,0

A3 0,0

A5 1105,0

B 276,2

C1 182,1

C2 106,0

G 0,0

H1 0,0

H2 0,0

K 12,6

L 0,0

O 0,0

P 0,0

0,0 0,0

totaal aantal soorten dichtheid

Actiniaria Bryozoa Crustacea Echinodermata Hydrozoa Mollusca Nemertea Oligochaeta Phoronida Polychaeta Pycnogonidae Tunicata

n/m2

3,0

0,0

0,0

50,2

0,0

16,7

0,0

50,2

0,0

0,0

50,2

0,0

0,0

20,7

0,0

0,0

1305,9

69,1

55,8

0,0

0,0

0,0

25,1

25,1

552,5

150,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

31,4

11,2

0,0

25,1

0,0

12,6

0,0

552,5

0,0

0,0 0,0

5,9

0,0

0,0

25,1

0,0

5,6

0,0

25,1

0,0

0,0

0,0

50,2

0,0

65,0

1205,4

602,7

175,8

470,9

385,1

150,7

50,2

0,0

12,6

301,4

753,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

5,6

25,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

342,7

100,5

200,9

12280,4

1249,4

156,3

12,6

200,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

150,7

734,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

50,2

0,0

0,0

3409,5

125,6

2662,0

1557,0

4815,5

1635,2

954,3

226,0

602,7

138,1

226,0

100,5

0,0

0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

50,2 100,5

0,0 0,0

0,0 11,2

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

0,0 0,0

3846,8

1431,5

4570,6

15972,0

7552,8

2388,6

1142,7

577,6

602,7

200,9

602,7

2059,3

150,7

0,0

De samenstelling van de bodemsedimenten op de stations is in Figuur 37 weergegeven. WS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w 19,3 13,1

Rit-m 8,3 13,1 -

Rit-o 5,4 10,1 27,3

WS-2010 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w 17,9 6,3

Rit-m 34,0 15,9 5,6

Rit-o 20,8

Rit-w 6,2 14,8

Rit-m 6,9 14,1

Rit-o

WS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

R-Rit 1,7 3,9 2,1

El-w 74,4 60,7

El-m 43,1 40,5

Hoed-z Hoed-h Hoed-n 19,4 12,3 50,3 30,0 50,0

El-h 85,6 56,1 5,3

Kapel 56,5 70,9 53,0

Slijkpl Paulina 46,2 43,3 58,2 34,4 21,3 36,9

0-5 5.1-10 >10.1 WS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Bor 31,1 12,3

R-Rit 0,6 1,3 2,4

Rit-w 4,2 12,5 11,5

Rit-m 13,1 6,3

Rit-o 20,9 25,1 -

Osse 23,2 4,0 2,9 Hoed-h Hoed-n Kapel 69,0 87,0 54,9 57,5 47,2 57,0 45,7 37,2 62,4

Figuur 37. De samenstelling van de bodemsedimenten op de stations. De verschillende typen zijn in

kleuren weergegeven (V-blauw, VI-groen, V(dis)-bruin en VIII-rood) en het % aan fracties

56 van 81

90 µm.

Rapportnummer C116/15

Om de samenstelling van de bodemsedimenten nader te onderzoeken zijn vanaf 2011, naast de verdeling van de fracties, ook de percentages droge en organische stof bepaald (Figuur 38).

Westerschelde 14

12

% organische stof

10

V

8

VI V(dis)

6

VIII

4

2

0 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

% droge stof

Figuur 38. Relatie tussen het percentage droge stof en het percentage organische stof in de verschillende sedimenttypen (V-VIII) in de Westerschelde in de periode 2011-14.

De sedimenten in de Westerschelde vertonen dezelfde relatie als de sedimenten in de Oosterschelde, maar in de Westerschelde ontbreken de sedimenten met een laag percentage aan droge stof in combinatie met een hoog percentage aan organische stof. Om te bepalen of de verschillende bodemtypen leiden tot verschillen in de samenstelling van de infauna, is per cluster de verspreiding van de stations in relatie tot de percentages droge en organische stof bekeken (Tabel 16). Tabel 16. Samenvatting van de soortenrijkdom en de bodemparameters in de periode 2010-2014. gem n/m2 2059,3 15972,0 200,9 602,7 2388,6 1142,7 7552,8 577,6 4570,6 602,7 3846,8 150,7 1431,5 0,0

O B K L C2 G C1 H1 A5 H2 A2 P A3 -

gem n sp 10,0 15,0 2,5 4,0 10,0 6,8 13,1 6,5 13,0 8,0 5,1 2,0 4,5 0,0

% <0.090 mm 0,6 9,7 42,5 6,4 9,7 8,5 26,9 28,7 20,9 31,1 50,3 50,3 73,2 69,0

% droge stof 81,0 77,5 80,0 75,4 74,3 74,0 69,8 68,5 63,9

% org stof 0,8 1,4 1,1 1,6 1,8 1,8 2,9 2,6 3,9

55,8

5,1

44,4 43,9

6,8 6,7

V 100,0 0,0 0,0 50,0 33,3 75,0 42,9 0,0 0,0 0,0 6,3 0,0 0,0 0,0

VI 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 25,0 0,0 0,0 0,0 0,0 6,3 0,0 0,0 0,0

V(dis) 0,0 100,0 50,0 50,0 66,7 0,0 0,0 50,0 100,0 100,0 18,8 0,0 0,0 0,0

VIII 0,0 0,0 50,0 0,0 0,0 0,0 57,1 50,0 0,0 0,0 68,8 100,0 100,0 100,0

De clusters kunnen in drie verschillende habitats gegroepeerd worden: -

Clusters die beperkt waren tot zandige bodems met een zeer laag gehalte aan organische stof (<2%) en een hoog percentage droge stof (>70%). Deze clusters kwamen hoofdzakelijk op de westelijke locatie Ritthem voor. Twee clusters vormen hierop een uitzondering: Cluster G werd op alle diepten in een stroomgeul tussen de zandige platen van Ossenisse gevonden.

Rapportnummer C116/15

57 van 81

Cluster K werd op de locaties Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke-zuid gevonden. Het aantal soorten en hun dichtheden waren zeer laag. Ondanks het hoge percentage droge stof was het percentage aan fracties ≤90 µm ook hoog. Deze combinatie is niet elders op de onderzochte locaties gevonden en is mogelijk veroorzaakt door een verstoring. De locaties liggen in het gebied waar gebaggerd materiaal wordt gestort. -

Clusters die in een brede range voorkwamen van zandige bodems (percentage droge stof 6070%) en met een laag gehalte aan organische stof (2-4%). Binnen dit cluster was gemeenschap C1 het meest algemeen, en kwam voor vanaf Borssele tot aan Hoedekenskerke. Ook werd het cluster gevonden tijdens de T 1 -inventarisatie op de locatie Ritthem. De overige clusters waren minder algemeen en kwamen voor op de locaties Ritthem, Borssele en Hoedekenskerke.

-

Clusters die in meer slibrijke bodems voorkwamen (percentage droge stof 40-60%), met een hoger percentage aan organische stof (5-7%). Binnen dit cluster was gemeenschap A2 het meest algemeen en kwam op de oostelijke locaties voor. In de monding van de Westerschelde werd de gemeenschap gevonden op de locatie Slijkplaat, in het vaarwater tussen de Hooge Platen en de kust van Zeeuws-Vlaanderen.

-

De overige clusters werden op de locaties gevonden waar ook cluster K aanwezig was.

De gemeenschappen vertonen een west-oost verspreiding in de Westerschelde, die samenvalt met de samenstelling van de bodemsedimenten en de saliniteit van het water. In de monding is de diversiteit van de gemeenschappen het hoogste, meer oostelijk neemt deze af. Lokaal kunnen afwijkingen van dit patroon optreden, zoals op de locaties Slijkplaat en Ossenisse, en mogelijke verstoringen leiden tot soortenarme gemeenschappen.

58 van 81

Rapportnummer C116/15

4. Discussie Op basis van de gegevens verzameld in de jaren 2009-2014 is het duidelijk dat er een ruimtelijke en temporele variatie in de bodemdiergemeenschappen bestaat. Dit is in overeenstemming met eerdere onderzoeken naar bodemdiergemeenschappen in Westerschelde (Craeymeersch, 1999; Ysebaert et al., 2003) en de Oosterschelde (Schaub et al., 2003). Net als in de andere jaren zijn bij T5 zowel in de Oosterschelde als de Westerschelde de borstelwormen (Annelida) de groep met de meeste soorten en hoogste dichtheden op alle locaties. Deze groep bestaat voor het overgrote deel uit polychaeten. Geleedpotigen (Arthropoda), weekdieren (Mollusca) en neteldieren (Cnidaria) komen ook vaak voor. Stekelhuidigen (Echinodermata), mosdieren (Bryozoa), snoerwormen (Nemertea), hoefijzerwormen (Phoronida) en platwormen (Platyhelminthes) komen relatief gezien in veel mindere mate voor. De Oosterschelde en Westerschelde worden hier apart bediscussieerd.

4.1

Oosterschelde

De bevindingen van de T0-situatie in 2009 en op de ongestoorde referentie locaties aan de kust van Schouwen-Duiveland in 2010 en 2011 laten een gevarieerd patroon zien van zowel soortenrijkdom als dichtheden op verschillende locaties en diepten. Ook werden drie algemene gemeenschappen gevonden met een algemeen verspreidingspatroon: C1, A5 en B. Gemeenschap C1 was vooral algemeen op de diepere stations op de westelijke locaties en B op de diepere stations op de meer oostelijk gelegen locaties. Beide gemeenschappen kwamen voor in bodems met een relatief hoog gehalte aan droge stof en een relatief laag gehalte aan organische stof. Het aantal soorten in gemeenschap B was hoger dan in C1. Gemeenschap A5 was meer algemeen op de ondiepere stations op zowel de westelijke als oostelijke locaties. Het percentage droge stof was lager dan in de gemeenschappen C1 en B en het percentage organische stof hoger. Het gemiddeld aantal soorten per station was lager dan in de gemeenschappen C1 en B. Na de versterking van de vooroever in de winter 2009/voorjaar 2010 op de locaties Schelphoek, Lokkersnol en Zeelandbrug was er in de zomer van 2010 (T1) op de westelijke locaties alleen op Schelphoek-oost voldoende sediment aanwezig om de infauna te bemonsteren en op de oostelijke locaties alleen op het station op 15 meter diepte op de locatie Zeelandbrug-oost. Dit sediment was zeer fijn van samenstelling en bestond voor meer dan 65% uit fracties ≤90 µm. In dit sediment kwamen afwijkende samenstellingen van de infauna voor. Op de westelijke locaties waren het aantal soorten en hun dichtheden zeer laag. Op het station op 15 meter diepte op de Zeelandbrug-oost was het aantal soorten en hun dichtheden daarentegen hoog, zelfs hoger dan die op dit station tijdens de T0-situatie. Veel van de dominante soorten binnen de gemeenschappen C1, B en A5 ontbraken echter nog op dit station. Mogelijk is hier de oude bodem bemonsterd die overdekt was met een slib laag. In de T2-situatie in 2011 was er, met uitzondering van het station op 7.5 meter diepte op de locatie Schelphoek-midden, voldoende sediment aanwezig om de infauna te bemonsteren. Op de westelijke locatie Schelphoek werd op de diepere stations opnieuw gemeenschap C1 gevonden. Op de minder diepe stations werd gemeenschap A5 gevonden. Alleen op het ondiepe station op Schelphoek-west, met een slibgehalte van meer dan 90%, werd slechts één soort gevonden. In het nieuw gevormde sediment op de locatie Lokkersnol werd gemeenschap A5 en C1 gevonden. In de oude, niet bestorte, bodem, die als referentie is bemonsterd, werd de soortenrijke gemeenschap B gevonden. Op de locatie Zeelandbrug was op grotere diepten, en op de oude, niet bestorte bodem, opnieuw gemeenschap B aanwezig. Hoger op het talud werden de gemeenschappen A5 en C1 gevonden. Alleen tussen de breukstenen op de stations op 3.5 meter werden soortenarme varianten gevonden.

Rapportnummer C116/15

59 van 81

Na 2011 is alleen de ontwikkeling op de locatie Zeelandbrug verder onderzocht. In de T3- en T4situatie (2012 en 2013) lijkt het herstel van soortenrijkdom en dichtheden van infauna zich hier met enige fluctuatie door te zetten. Over de verschillende diepten ligt de gemiddelde soortenrijkdom op 15 meter hoger dan op 3 en 7 meter. Zowel de soortenrijkdom als de dichtheid per locatie is bij de effectlocaties (Zeelandbrug) over het algemeen hoger dan bij de referentielocaties Zuidbout en Westbout. Ook laten de referentielocaties een jaarlijkse fluctuatie zien in zowel soortenrijkdom als de totale dichtheid. Dit geldt ook voor resultaten van de bemonstering van de oude bodem op 15 meter. Op alle locaties (Zeelandbrug en referentie locaties) vormen Annelida (wormachtigen) de grootste vertegenwoordiging van de soortenrijkdom gevolgd door Arthropoda (geleedpotigen) en Mollusca (weekdieren). Voor wat betreft soortengemeenschappen kwam in de T3- en T4-situatie bij de Zeelandbrug op grotere diepte, en op de oude, niet bestorte bodem, gemeenschap B voor. Op het talud op minder grote diepte werd een enkele maal gemeenschap A5 gevonden, en tussen het breuksteen op 3.5 meter werden soms soortenarme varianten gevonden. Drie-en-een-half tot vier jaar na de bestorting lijkt vanuit grotere diepten een herstel van het infauna op te treden. Op het talud op minder grote diepten, in sedimenten met een verhoogd slib en organisch gehalte ontwikkelt zich de soortenarme gemeenschap, en tussen het breuksteen op minder grote diepten, vaak in slibrijke sedimenten, kunnen echter soortenarme varianten voorkomen. In de T5- situatie (2014) is naast de locatie Zeelandbrug ook de locatie Schelphoek en Wemeldinge (T0) onderzocht. Bij de Zeelandbrug treedt voortschrijdende verslibbing op (neerslag van zeer fijn sediment) vanuit de ondiepe delen richting de diepere delen. Dit is ook terug te zien aan gemeenschap A5 van een slibrijke bodem (dit is te zien aan relatief lage droge stof en hoger organisch stof gehalte) waardoor de soortenrijke gemeenschap B is afgenomen bij Zeelandbrug west en –midden. Mogelijk treedt hier verhoogde sedimentatie op door de aanwezigheid van de ecoriffen, aangezien deze trend niet zichtbaar is bij Zeelandbrug-oost (alleen staalslakken). Echter is de A5 gemeenschap ook terug te vinden bij referentielocatie Zuidbout (3 en 7 meter diepte). Opvallend is dat bij de Zeelandbrug na een stijging van de soortenrijkdom in 2013 voor Zeelandbrug-west en Zeelandbrug-midden de soortenrijkdom nu is gedaald op alle drie locaties. De dichtheden van soorten stijgen echter in 2014 ten opzichte van het jaar daarvoor bij locatie Zeelandbrug-west en Zeelandbrug-oost (en een zeer lichte stijging bij Zeelandbrugmidden), waarbij het aandeel Anneliden is toegenomen en het aandeel Mollusca en Arthropoda is afgenomen. Locatie Schelphoek laat een gevarieerd beeld zien met wisselende stijgingen en dalingen in soortenrijkdom en dichtheden die vergeleken zijn met de laatste bemonsteringen in 2009 en 2011. Op gemeenschapsniveau lijkt echter herstel op te treden ten opzichte van de situatie in 2011 met de terugkeer van de soortenrijke B-gemeenschap (15 meter diepte) en ontwikkeling van de A5 gemeenschap van een slibrijke bodem (3 en 7 meter). Met name op 15 meter zijn de dichtheden van infauna relatief hoog ten opzichte van 3 en 7 meter door de hoge aantallen Oligochaeten (Schelphoekwest en -midden) en Mollusca (Schelphoek-oost). Referentie locatie Westbout laat een heel gevarieerd beeld zien over de jaren. Mogelijk ondervindt deze locatie verstoring van de naastgelegen mosselpercelen (bv. door bodem beroering met een kor) waardoor de relatief soortenrijke C1 gemeenschap maar gedeeltelijk (15 meter diepte) tot ontwikkeling komt. Bij locatie Wemeldinge is een T0-meting uitgevoerd. Ook hier is de A5 gemeenschap en komgemeenschap H2 aanwezig. Op het diepe station bij Wemeldinge-west (30 meter) is echter de soortenrijke B-gemeenschap aanwezig. De soortenrijkdom is hier het hoogst van alle in 2014 bemonsterde locaties (49 aangetroffen soorten), dit komt met name door het hoge aantal soorten op het diepe station. Locatie Wemeldinge-Oost vertoont meer gelijkenis met referentielocatie Gorishoek met lagere soortenrijkdom en dichtheden ten opzichte van locatie Wemeldinge-west. Over het algemeen treedt tussen de 3-5 jaar herstel op van het bodemleven. Over soortgelijk onderzoek naar op de vooroever op andere locaties is niets bekend. Echter zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd naar herstel van het bodemleven na suppleren. Een studie van Baptist et al. (2009) naar effecten van suppleties langs de Noordzee kustzone op bodemdieren beschrijft dat voor de meeste soorten het voorkomen van het aantal individuen en biomassa grotendeels herstellen na één jaar na de suppletie. Volledig herstel van de benthische kust levensgemeenschap zal 2-5 jaar duren, omdat meerjarige 60 van 81

Rapportnummer C116/15

soorten zoals schelphdieren langer de tijd nodig hebben om te herstellen (Van Dalfsen & Essink, 1997; Baptist et al., 2009). Een herstelduur van circa 3-5 jaar komt dus aardig overeen met de herstelduur van bodemdieren na een suppletie.

4.2

Westerschelde

In tegenstelling tot de Oosterschelde is de Westerschelde een echt estuarium met een geleidelijke gradient in zoutgehalte, sediment en doorzicht. Uit dit onderzoek is gebleken dat het type bodemsediment en gerelateerde infauna gemeenschappen lokaal kan verschillen. In de Westerschelde is in 2010, 2011 en 2014 bemonsterd. In de T0-situatie in 2010 zijn de locaties Borsele, Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke bemonsterd (geen referentielocaties). De gemiddelde soortenrijkdom en dichtheden liggen lager in de Westerschelde in vergelijking met de Oosterschelde. Ook zijn er grotendeels andere gemeenschappen aanwezig en komen sommige gemeenschappen overeen (bv. gemeenschap C1, B en H1) maar zijn ze anders met betrekking tot samenstelling, aantal soorten en dichtheden. Voor locatie Ritthem is een T1 meting uitgevoerd omdat deze locatie al bestort was. Hier is geen T0-meting uitgevoerd. In 2010 was hier onvoldoende sediment aanwezig om te bemonsteren behalve bij Ritthem-west op 15 meter diepte waar de relatief soortenrijke C1 gemeenschap is aangetroffen. Soorten lijken hier te profiteren van nieuw gevormd sediment. Deze gemeenschap was ook aanwezig op de locaties Borssele, Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke, maar op sommige stations op Ellewoutsdijk en Hoedekenskerke kwamen soortenarme gemeenschapppen voor. Op de locatie Hoedekenskerke-noord kwam de soortenarme oostelijke gemeenschap A2 voor. In de T2-situatie in 2011 zijn de locaties Ritthem en zes referentie locaties onderzocht. Op locatie Ritthem was op 7 en 15 meter voldoende sediment aanwezig om te bemonsteren en is gemeenschap C2 gevonden. Deze was ook op de referentie locatie bij Ritthem aanwezig is. Ook de soortenrijkdom en dichtheden zijn vergelijkbaar. Op de referentie locatie Paulinapolder was gemeenschap C1 aanwezig en op Kapellebank de oostelijke gemeenschap A2. Op de drie andere referentie locaties kwamen gemeenschappen voor die niet in de west-oost zonering passen. Op de locatie Slijkplaat werd de oostelijke gemeenschap A2 gevonden, in de zandige bodem op de platen van Ossenisse een afwijkende gemeenschap, en bij Ellewoutsdijk was de infauna soortenarm. In 2014 is de T5-situatie op de locatie Ritthem onderzocht en de T3-situatie op de locatie Hoedekenskerke. Bij Hoedekenskerke (T3 meting door bestorting in 2011) treedt duidelijk herstel op van de oostelijke A2 gemeenschap op 7 en 15 meter. Zowel soortenrijkdom als dichtheden zijn echter nog aanzienlijk lager als bij naastgelegen referentielocatie Kapellebank waar deze gemeenschap ook is gevonden. De soortenrijke C1 gemeenschap is echter nog niet terug gekeerd. Dit heeft vermoedelijk te maken met de veranderende sedimentatie patronen (hoger slibgehalte). Het is onduidelijk of verandering in sedimentatie te relateren is aan een mogelijke invloed van de bestorting. Bij locatie Ritthem is een T5 meting uitgevoerd. Omdat hier geen T0 meting is gedaan kunnen geen conclusies getrokken worden over de effecten van bestorting. In 2014 is voor het eerst de soortenrijke B-gemeenschap gevonden bij Ritthem-midden waar ook relatief hoge soortenrijkdom en dichtheden zijn waargenomen. Met name de dieper gelegen stations (7 en 15 meter) lijken het snelst te koloniseren, en er lijkt herstel op te treden hoewel samenstelling van gemeenschappen, aantallen en dichtheden (nog) niet hetzelfde zijn als in de T0-situatie. Veranderende sedimentatiepatronen zorgen ook voor verschuivingen hierin.

Rapportnummer C116/15

61 van 81

5. Conclusie Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de vooroeverbestortingen duidelijk invloed hebben op de infauna gemeenschappen in de Oosterschelde en Westerschelde omdat soortenrijkdom en dichtheden van soorten sterk afnemen direct na de maatregelen. Echter komt ook naar voren dat in de jaren na bestorting herstel optreedt van diversiteit en dichtheden en soorten zelfs lijken te profiteren van het nieuw gevormde habitat hoewel de gemeenschappen nog niet altijd gelijk zijn als in de T0-situatie voor bestorten. In de Oosterschelde in 2014 volgt de ontwikkeling van infauna het patroon van de ruimtelijke spreiding van de gemeenschapen zoals die tijdens de T0-situatie aanwezig was. Circa 3-5 jaar na de bestorting is dit patroon nog duidelijker, echter treden er ook veranderingen op in sedimentatie patronen en meer sedimentatie van slib die het voorkomen van soorten beïnvloed. Dit is te zien bij locatie Zeelandbrugwest en –midden waar een gemeenschap van een slibrijke bodem te vinden is mogelijk door verhoogde sedimentatie door de ecoriffen. Zo zijn de dichtheden van soorten (voornamelijk wormen soorten) gestegen ten opzichte van 2013. Omdat deze ontwikkeling speelt bij zowel stort- als referentielocaties is dit waarschijnlijk niet gerelateerd aan het type vooroever (staalslakken, breuksteen of oude bodem). Locatie Schelphoek laat een wisselend beeld zien voor soortenrijkdom en dichtheden, maar op gemeenschapsniveau lijkt herstel op te treden van de soortenrijke en slibrijke gemeenschap. In 2014 is een T0-meting uitgevoerd bij locatie Wemeldinge-west en –oost. Deze locaties vertonen overeenkomsten met de komgemeenschappen op de referentielocatie. Opvallend is de hoge soortenrijkdom bij Wemeldinge-west en soortenrijke gemeenschap op het diepe station van 30 meter. Ook in de Westerschelde is een ruimtelijke spreiding van gemeenschappen duidelijk herkenbaar. Bij Hoedekenskerke treedt duidelijk herstel op van de oosterlijke gemeenschap op 7 en 15 meter drie jaar na bestorten in 2011 al zijn zowel soortenrijkdom en dichtheden nog aanzienlijk lager als op de referentielocatie en is de soortenrijke gemeenschap nog niet terug gekeerd. Ook hier speelt vermoedelijk verhoogde sedimentatie van slib een rol. Bij locatie Ritthem is geen T0-meting uitgevoerd waardoor een vergelijking niet mogelijk is. In 2014 is hier voor het eerst een soortenrijke gemeenschap met een relatief hoge soortenrijkdom en dichtheden waargenomen. Vervolg Het onderzoek van in 2014 heeft ervoor gezorgd dat er een T5-meting kon worden uitgevoerd in de Oosterschelde en T3- en T5-meting in de Westerschelde. De resultaten verschillen van jaar tot jaar. De referentielocaties, Westbout en Zuidbout, en de bemonstering van de oude bodem op 15 meter ondersteunen het beeld van jaarlijkse fluctuatie in soortenrijkdom en dichtheden, terwijl hier geen vooroeverversterking heeft plaatsgevonden. De fluctuaties worden veroorzaakt doordat er constant veranderingen plaatsvinden in condities van de Oosterschelde en Westerschelde m.b.t. bijvoorbeeld stroming, temperatuur (b.v. koude of warme winter) en tijd. Vervolg van de monitoring (T6, T7, enz.) op de locaties waar vooroeververdediging heeft plaatsgevonden, samen met monitoring van referentielocaties zal een completer beeld geven van hoe de infaunagemeenschap reageert op verstoring door vooroeververdediging. Bij een groter aantal opeenvolgende meetjaren kunnen de trends in soortenrijkdom en aantal individuen ook getest worden op significante verschillen. Dit geeft de mogelijkheid om met een grotere zekerheid conclusies te trekken over de effecten op infauna soorten.

62 van 81

Rapportnummer C116/15

Kwaliteitsborging IMARES beschikt over een ISO 9001:2008 gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem (certificaatnummer: 124296-2012-AQ-NLD-RvA). Dit certificaat is geldig tot 15 december 2015. De organisatie is gecertificeerd sinds 27 februari 2001. De certificering is uitgevoerd door DNV Certification B.V. Daarnaast beschikt het chemisch laboratorium van de afdeling Vis over een NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 accreditatie voor testlaboratoria met nummer L097. Deze accreditatie is geldig tot 1 april 2017 en is voor het eerst verleend op 27 maart 1997; deze accreditatie is verleend door de Raad voor Accreditatie.

Rapportnummer C116/15

63 van 81

Referenties Anderson, M.J., Gorley, R.N. & K.R. Clarke, 2008. PERMANOVA+ for PRIMER: Guide to Software and Statistical Methods. PRIMER-E, Plymouth, UK. Baptist, M. J., J. E. Tamis, et al. (2009). Review of the geomorphological, benthic ecological and biogeomorphological effects of nourishments on the shoreface and surf zone of the Dutch coast, IMARES and Deltares: 69. Beukema, JJ (1974). Seasonal changes in the biomass of the macro-benthos of a tidal flat area in the Dutch Wadden Sea. Netherlands Journal of Sea Research 8 (1): 94-107. Yerseke Brink, A. van den. & E. Brummelhuis (2010). Data report: T0 monitoring of benthic species of soft bottoms in the Oosterschelde. IMARES report C135/09. Yerseke Brink, A. van den & Hartog, E. (2011a). Data report: The effect of dyke reinforcement on benthic species in the Oosterschelde: T0 Cluster 2 and T1 Cluster 1. IMARES report C033/11. Yerseke Brink, A. van den. & Hartog, E. (2011b). Data report: The effect of dyke reinforcement on benthic species in the Westerschelde: T0 Cluster 2 and T1 Cluster 1. IMARES report C034/11. Yerseke Brink, A. van den, Hartog, E. & M. de Kluijver, M. (2012) Data report: The effect of dyke reinforcement on benthic species in the Oosterschelde and Westerschelde: 2011. IMARES rapport C080.12. Yerseke Brink, A. van den, Hartog, E. & de Kluijver, M. (2013). Data rapport: het effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in de oosterschelde: 2012. IMARES rapport C101/13. Yerseke. Craeymeersch JA (1999) The use of macrobenthic communities in the evaluation of environmental change. PhD Thesis, University of Gent. 254 pp. Clarke, K.R. & R.N. Gorley, 2006. PRIMER v6: User Manual/Tutorial. PRIMER-E, Plymouth, UK. Kaandorp, J.A., 1986. Rocky substrate communities of the infralittoral fringe of the Boulonnais coast, NW France: a quantitative survey. Mar. Biol., 92: 255-265. Kluijver, M.J. de, Dubbeldam, M.C., Dooge, M., Broekhoven, B.J.L. van & L. Brand (2012) Levensgemeenschappen op de harde substraten van Schouwen-Duiveland (Oosterschelde) en Ritthem (Westerschelde). T2-inventarisatie eulittoraal en vooroever 2011. Stichting Zeeschelp. Kovach, W.L., 1999. MVSP - A Multi Variate Statistical Package for Windows, version 3.1. Kovach Computing Services, Pentraeth, Wales, UK. Tangelder, M. Brummelhuis, E.B.M. De Kluijver, M. & Van den Heuvel-Greve, M.J (2014) Data rapport: Het effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in de Oosterschelde in 2013. IMARES Wageningen UR. Rapport C119.14, Yerseke. Schaub BEM, Ysebaert T, Hummel H (2003) Macrobenthos dynamiek gekoppeld aan veranderingen in omgevingsvariabelen - Oosterschelde (periode 1992-2001). NIOO-CEME Rapport 2003-07. Pielou, E. C. 1975. An introduction to mathematical ecology, Ecological diversity. Ysebaert T, Herman P, Meire P, Craeymeersch J, Verbeek H, Heip C (2003) Large-scale patterns in estuaries: estuarine macrobenthic communities in the Schelde estuary, NW Europe. Estuarine, Coastal and Shelf Science 57:335-355 Van Dalfsen, J. and K. Essink (1997). Risk analysis of coastal nourishment techniques., RIKZ: 98.

64 van 81

Rapportnummer C116/15

Verantwoording

Rapportnummer

: C116/15

Projectnummer

: 4303107301

Dit rapport is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. De wetenschappelijke kwaliteit is intern getoetst door een collega-onderzoeker en het betreffende afdelingshoofd van IMARES.

Akkoord:

Dr. J.A.M. Craeymeersch Onderzoeker

Handtekening:

Datum:

10 augustus 2015

Akkoord:

Dr. Ing. R.E. Trouwborst Afdelingshoofd Delta en Aquacultuur

Handtekening:

Datum:

Rapportnummer C116/15

10 augustus 2015

65 van 81

Bijlagen Bijlage 1. Aantal individuen per monster en per m² in elke locatie en afgeronde diepte voor 2014. Bijlage 2. Lijst van infaunamonsters en metadata Bijlage 3. Aantal soorten per station voor de stations in de Oosterschelde. Bijlage 4. Totale dichtheid per station voor de stations in de Oosterschelde. Bijlage 5. Aantal soorten per station voor de stations in de Westerschelde. Bijlage 6. Totale dichtheid per station voor de stations in de Westerschelde.

66 van 81

Rapportnummer C116/15

Bijlage 1 Aantal individuen per monster en per m² in elke locatie en afgeronde diepte voor 2014.

Lokatie (Oosterschelde) Gorishoek

Schelphoek-midden

Rapportnummer C116/15

Phylum Annelida

Naam taxa Aphelochaeta marioni Nephtys hombergii Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Streblospio shrubsoli Arthropoda Crangon crangon Echinodermata Ophiothrix fragilis Mollusca Abra (spec.) Abra alba Cerastoderma edule Ruditapes (spec.) Semelidae Annelida Aonides oxycephala Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Eteone (spec.) Glycera (spec.) Heteromastus filiformis Nephtys hombergii Nereis longissima Nereis virens OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pholoe baltica Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Spiophanes bombyx Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Amphipoda (spec.) Anoplodactylus petiolatus Corophium (spec.) Hippolyte (spec.) Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Cnidaria ACTINIARIA Echinodermata Ophiothrix fragilis Ophiuroidea

N/m2 per diepte in meters 3 7 15 100 151 151 151 100 50 50 151 50 50 100 100 50 50 151 352 151 50 151 50 301 251 50 50 50 50 100 1306 50 201 50 50 603 703 62833 151 50 100 50 603 50 50 301 50 50 100 50 402 50 aanwezig 50

50 502 50 50

50 67 van 81

Lokatie (Oosterschelde)

Schelphoek-oost

Schelphoek-west

68 van 81

Phylum Mollusca

Naam taxa Abra alba Ensis (spec.) Semelidae Spisula subtruncata Venerupis senegalensis Porifera Sycon (spec.) Annelida Aphelochaeta marioni Eteone (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Nephtys hombergii Nereis longissima OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pholoe baltica Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Sthenelais boa Arthropoda Bodotria scorpioides Caprellidae Corophium (spec.) Corophium insidiosum Melita (spec.) Chordata Ascidiacea Cnidaria ACTINIARIA Echinodermata Ophiothrix fragilis Ophiuroidea Mollusca Abra alba Crepidula fornicata Macoma balthica Mya arenaria Ruditapes (spec.) Semelidae Spisula subtruncata Venerupis senegalensis Annelida Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Heteromastus filiformis Nephtys hombergii OLIGOCHAETA Bryozoa BRYOZOA

N/m2 per diepte in meters 3 7 15 1356 3014 50 151 50 50 50 151 50 100 1959 50 301 100 50 653 201 10598 251 201 653 50 50 50 201 1457 452 50 50 100 50 50 50 50 50 50 251 50 18785 100 50 50 50 1256 151 50 100 50 100 50 50 50 100 251 50 402 3214 4169 aanwezig Rapportnummer C116/15

Lokatie (Oosterschelde)

Schelphoek-west II

Wemeldinge-oost

Rapportnummer C116/15

Phylum Cnidaria Mollusca

Naam taxa ACTINIARIA Abra alba Semelidae Annelida Aphelochaeta marioni Aphroditidae Heteromastus filiformis Neoamphitrite figulus Nephtys hombergii Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Phyllodoce mucosa POLYCHAETA Polynoidae Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Sthenelais boa Arthropoda Aoridae Cnidaria ACTINIARIA HYDROZOA Echinodermata Ophiura ophiura Ophiuroidea Echiura Echiurus echiurus Mollusca Bivalvia Kurtiella bidentata Macoma balthica Semelidae Spisula subtruncata Phoronida PHORONIDA Annelida Ampharete acutifrons Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Nephtys hombergii OLIGOCHAETA Arthropoda Ampelisca brevicornis Crangon crangon OSTRACODA Chordata Ascidiacea Mollusca Abra alba Abra prismatica Ruditapes (spec.) Semelidae Spisula subtruncata

N/m2 per diepte in meters 3 7 50 50

15 954

100

201 151 50 50

201 100 50 1306 201 301

50 1306 50 201 2310 50

50 50 50 251 100 50 301

251 201 aanwezig 50

50 100

50 100 100 100 452

854 50 201

50 50

50 50 50 100

50 50

100 50 50

50 50 50

50 201 552

50 352 100 50 69 van 81

Lokatie (Oosterschelde)

Wemeldinge-west

Westbout

70 van 81

Phylum

Naam taxa Venerupis senegalensis Phoronida PHORONIDA Annelida Ampharete acutifrons Aphelochaeta marioni Capitella capitata Gattyana cirrosa Glycera (spec.) Heteromastus filiformis Nephtys hombergii Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pholoe inornata Polydora cornuta Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Ampelisca brevicornis Aora typica Aoridae Caprellidae Crangon crangon Decapoda Microdeutopus (spec.) OSTRACODA Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Cnidaria ACTINIARIA HYDROZOA Echinodermata Ophiothrix fragilis Ophiuroidea Mollusca Abra alba Abra prismatica Mysella bidentata Ruditapes (spec.) Annelida Aphelochaeta marioni Capitella capitata Eumida (spec.) Lanice conchilega Malmgreniella darbouxi Nephtys (spec.) Nephtys hombergii

N/m2 per diepte in meters 3 7 50

301 50

15 251 30 meter 50 151 753 552 50 50

653 50 50

50 201 151 1005

50 100 50 100

100 50 100 100

50 4169

100 151 50 100 50

653

1406

11853 50 50 100

50 201 50

100 50 100 50 100 50 aanwezig

aanwezig 50 50 aanwezig 50 50 50 352 100

151 aanwezig

452 50 50 352 151 301

100 201

201

151

50 201

50

151 1356 251

50 100

151 Rapportnummer C116/15

Lokatie (Oosterschelde)

Zeelandbrug-midden

Rapportnummer C116/15

Phylum

Naam taxa Nereis longissima Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Polynoidae Scoloplos armiger Spiophanes bombyx Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Melita (spec.) Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Cnidaria ACTINIARIA Echinodermata Ophiura ophiura Mollusca Abra alba Ensis (spec.) Mytilus edulis Semelidae Tellina fabula Annelida Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Glycera (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Lanice conchilega Malmgreniella darbouxi Nephtys (spec.) Nephtys hombergii Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Amphipoda (spec.) Carcinus maenas Hippolyte varians Microdeutopus (spec.) OSTRACODA Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Cnidaria HYDROZOA

N/m2 per diepte in meters 3 7 15 50 50 100 352 50 50 151 753 50 201 50 aanwezig aanwezig 50 201 100 251 100 201 50 50 201 50 50 2913 4822 151 100 50 50 201 402 151 151 50 50 100 251 2110 8086 100 151 50 50 50 50 50 50 50 50 50 aanwezig 50 aanwezig 71 van 81

Lokatie (Oosterschelde)

Zeelandbrug-middenoud

Zeelandbrug-oost

72 van 81

Phylum Mollusca

Naam taxa Abra alba Abra prismatica Crepidula fornicata Ensis (spec.) Mysella bidentata Ruditapes (spec.) Venerupis senegalensis

Aphelochaeta marioni Eteone (spec.) Gattyana cirrosa Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Lanice conchilega Neoamphitrite figulus Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Pseudopolydora pulchra Spiophanes bombyx Arthropoda Palaemon (spec.) Chordata Ascidiacea Echinodermata Ophiuroidea Mollusca Crepidula fornicata Ensis (spec.) Ruditapes (spec.) Semelidae Venerupis senegalensis Annelida Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Eteone (spec.) Exogone naidina Glycera (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Nephtys hombergii Nereis (spec.) Nereis longissima Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Ophiodromus flexuosus Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger

N/m2 per diepte in meters 3 7 15 50 100 50 50 50 100 50 151 50

Annelida

5123 5374 50

11351 753 50 50 251

50 904 50 50

402

50

502 1507

151 804

2110 100 50 100 904 50 50 151 452 50 50 50 100 50 50 151 151 100 201 20292 50 1256 1155 100 301 100 1507 50 50 2260 6077 50 100 1406

Rapportnummer C116/15

Lokatie (Oosterschelde)

Phylum Arthropoda

Bryozoa Cnidaria Mollusca

Zeelandbrug-oost-oud

Onbekend Annelida

Arthropoda

Bryozoa Chordata Rapportnummer C116/15

Naam taxa Streblospio shrubsoli Ampelisca brevicornis Amphipoda (spec.) Aoridae Caprellidae Corophium (spec.) OSTRACODA BRYOZOA ACTINIARIA Abra alba Abra prismatica Crepidula fornicata Onbekend Ampharete acutifrons Aphelochaeta marioni Capitella capitata Eteone (spec.) Eumida (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Lanice conchilega Malmgreniella darbouxi Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pholoe inornata Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Spio martinensis Spiophanes bombyx Sthenelais boa Ammothea hilgendorfi Ampelisca brevicornis Amphilochus neapolitanus Aora typica Aoridae Caprellidae Macropodia (spec.) Melita obtusata TANAIDACEA BRYOZOA Ascidiacea

N/m2 per diepte in meters 3 7 15 251 352 603 50 50 100 50 50 100 50 753 aanwezig 50 201 402 50 50 aanwezig 50 6178 50 50 100 50 151 301 50 301 1256 50 50 50 201 402 50 201 100 50 100 50 753 151 201 50 352 50 aanwezig 50 73 van 81

Lokatie (Oosterschelde)

Zeelandbrug-west

Zeelandbrug-west-oud

74 van 81

Phylum Naam taxa Echinodermata Ophiuroidea Mollusca Abra alba Ensis (spec.) Tellina fabula Venerupis senegalensis Phoronida PHORONIDA Annelida Ampharete acutifrons Aonides oxycephala Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Eteone (spec.) Glycera (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Nephtys hombergii Nereis longissima Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Phyllodoce mucosa Polycirrus (spec.) Pseudopolydora pulchra Pygospio elegans Scoloplos armiger Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Ampelisca brevicornis Caprellidae Corophium sextonae Hippolyte varians OSTRACODA Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Echinodermata Ophiuroidea Mollusca Abra alba Abra prismatica Ruditapes (spec.) Annelida Aphelochaeta marioni Eteone (spec.) Glycera tridactyla Heteromastus filiformis Lanice conchilega

N/m2 per diepte in meters 3 7

5475 301 151

50 10347 201 352 50

50

151 301 50

8438

15 352 50 301 50 301 301 100 9844 50 151 50 151 703 50 804 251 251 50 50 50 201 603

50 18835

100 50 50

301 301

50 100 100 50 50 aanwezig 50 50 100 50 50 15620 251 301 1406 50 Rapportnummer C116/15

Lokatie (Oosterschelde)

Zuidbout

Rapportnummer C116/15

Phylum

Naam taxa Nereis longissima Notomastus latericeus OLIGOCHAETA Owenia fusiformis Pholoe inornata Phyllodoce mucosa Scoloplos armiger Spiophanes bombyx Sthenelais boa Streblospio shrubsoli Arthropoda Ampelisca brevicornis Amphipoda (spec.) Cheirocratus sundevallii Chordata Ascidiacea Echinodermata Ophiothrix fragilis Ophiuroidea Mollusca Abra alba Crepidula fornicata Ensis (spec.) Venerupis senegalensis Onbekend Onbekend Annelida Aphelochaeta marioni Capitella capitata Cossura longocirrata Glycera (spec.) Glycera tridactyla Neoamphitrite figulus Nephtys hombergii Nereis longissima OLIGOCHAETA Phyllodoce mucosa Pseudopolydora pulchra Scoloplos armiger Streblospio shrubsoli Arthropoda Ampelisca brevicornis Caprellidae Corophium (spec.) Perioculodes longimanus Bryozoa BRYOZOA Chordata Ascidiacea Mollusca Abra prismatica Bivalve (spec.) Ruditapes (spec.)

N/m2 per diepte in meters 3 7

3415 301

50

954

50

15 100 502 1105 151 50 151 1055 50 50 100 151 50 251 50 50 50 100 301 151 201 aanwezig 1105 1306 50 100 100 50 50 100 151 50 7835 1256 50 151 50 3014 4219 50

50 50 100 aanwezig aanwezig 50 151 50 50 50 75 van 81

Bijlage 2 Lijst infaunamonsters en metadata.

inf nr 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117

locatie Schelp-west Schelp-west Schelp-west Schelp-oost Schelp-oost Schelp-oost Lok A Lok B Lok A Lok B Lok A Lok B Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Burgh-w Burgh-w Burgh-w Sch-wII Sch-wII Sch-wII Schelp-oost Schelp-oost Schelp-oost Zeel-oost Ritthem-west Borselle Borselle Borselle Ellewout-west Ellewout-west Ellewout-midden Ellewout-midden Hoed-zuid Hoed-zuid Hoed-zuid Hoed-haven Hoed-noord Hoed-noord Hoed-noord Lok A Lok A Lok A Lok B Lok B Lok B Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-west Ritthem-midden Ritthem-midden Ritthem-west Ritthem-west R-Ritthem R-Ritthem R-Ritthem Schelp-west Schelp-west Schelp-west Schelp-midden Schelp-midden Schelp-oost Schelp-oost Schelp-oost Kabbelaarsbank Kabbelaarsbank Kabbelaarsbank Ossenisse Ossenisse Ossenisse Ellewout-haven Ellewout-haven Ellewout-haven Paulinapolder Paulinapolder Paulinapolder Slijkplaat Slijkplaat Slijkplaat Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zandhoek Zandhoek Zandhoek Zuidbout Zuidbout Zuidbout Sophiahaven Sophiahaven Sophiahaven Westbout Westbout Westbout Zierikzee Zierikzee Zierikzee Katshoek Katshoek Katshoek eco-kr-noord eco-kr-oost eco-kr-zuid eco-kr-west eco-steenhoop eco-atol-buiten eco-atol-binnen Zeel west

76 van 81

jaar 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2009 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2011 2012

bekken OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS WS WS WS WS WS WS WS OS OS OS OS OS OS OS OS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS

type T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0/Ref T0/Ref T0/Ref T0/Ref T0/Ref T0/Ref T1 T1 T1 T1 T1 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T0 T2 T2 T2 Ref T2 T2 Ref T2 T2 T2 T2 T2 T2 T2 Ref Ref Ref T2 T2 T2 T2 T2 T2 T2 T2 Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref T2 T2 T2 Ref Ref T2 T2 T2 Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif Ref

diepte (NAP) 3 7,5 15 3 7 15 3 3 7 7 15 15 3 7 15 3 7 15 5 10 15 3 7,5 15 3 9 15 12 12 3 7 15 5,5 9,5 7,5 15 3 7,5 15 15 2,5 6,5 10,5 13,0 8,0 5,0 13,0 12,0 8,0 14,0 9,0 12,0 6,0 11,5 7,5 13,5 7,5 13,5 7,5 3,0 10,5 7,5 3,5 14,8 3,5 15,8 8,5 4,5 13,5 7,0 3,5 14,3 10,1 4,5 16,0 7,0 3,5 15,0 7,5 3,5 14,0 7,0 3,0 14,5 7,0 3,5 17,0 15,5 12,0 7,0 3,0 16,0 7,5 3,0 15,0 7,5 3,0 15,0 7,5 3,0 15,0 7,5 3,0 15,0 7,5 4,0 15,0 7,5 3,0 11,4 13,3 13,7 13,5 14,3 14,0 12,1 14 2

anal doepte 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 0-5 5-10 5-10 >10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 >10 >10 >10 0-5 5-10 >10 0-5 5-10 5-10 >10 0-5 5-10 >10 >10 0-5 5-10 >10 >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 oud 5-10 >10 0-5 >10 5-10 >10 5-10 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 oud oud >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif ecorif oud

% droog

% organisch

type sed

%<90µm

sal

27,4 30,2 29,7 62,8 38,8 38,8 77,2 48,3 55,7 39,8 70,6 73,1 76,3 76,4 79,4 69,7 79,7 45,2 50,6 29,5 39,3 35,8 53,0 44,5 37,8 48,4 57,4 57,2 80,8 76,3 69,0 80,0 55,5 44,4 69,9 69,4 70,2 64,7 53,2 63,2 48,7 37,0 30,1 79,0 71,7 57,2 31,5 34,8 65,1 53,2 44,4 72,3 66,0 77,8 77,4 76,8 73,8 76,1 79,3 79,1 40,9 30,8 29,0 70,6 69,8 68,1 67,1 76,6 77,0 65,5 72,9 74,1 50,5 73 4

12,7 11,3 10,6 3,6 9,0 9,4 1,2 6,3 5,1 9,2 2,2 1,7 1,7 1,7 0,8 2,6 1,0 7,3 6,6 10,4 9,3 9,3 5,2 6,6 7,6 6,8 5,2 5,4 0,7 1,1 2,7 1,1 6,5 6,8 2,8 2,9 2,8 3,2 5,1 4,0 6,7 10,5 12,1 1,1 2,1 4,5 11,4 9,9 3,2 5,3 7,8 1,9 2,9 1,0 1,4 1,5 1,8 1,4 0,8 0,8 8,7 11,0 11,1 2,2 2,4 2,3 3,0 1,4 1,3 3,5 2,0 1,5 6,0 18

VIII VIII VIII V(dis) VIII VIII V(dis) V(dis) V(dis) VIII V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) V V V VIII V(dis) VIII VIII VIII VI VIII VIII VIII VIII V(dis) V V VI V(dis) VIII VIII VIII VIII VIII V(dis) VIII V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) V V V(dis) VIII V(dis) VI VI VIII V(dis) VI V V V V V V V VIII VIII VIII VI V VI V V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) V V(dis) V(dis)

70,9 85,3 83,5 22,8 69,3 71,9 14,8 34,8 10,4 69,9 14,1 6,9 14,8 6,2 2,1 3,9 1,7 49,2 28,5 90,2 43,1 76,0 33,6 73,7 64,7 53,0 70,9 56,5 2,9 4,0 23,2 5,3 56,1 85,6 36,9 34,4 43,3 21,3 58,2 46,2 26,6 60,0 69,4 3,5 13,4 23,1 76,0 54,0 37,0 38,6 53,3 36,8 20,0 3,2 7,3 8,4 16,7 4,0 3,0 6,1 75,7 87,6 88,0 18,0 15,7 15,5 6,9 13,6 10,0 11,9 13,2 13,7 60,1 98

30,7 30,5 30,5 30,7 30,7 30,5 30,4 30,4 30,4 30,4 29,7 29,9 30,1 29,9 30,1 29,9 29,8 30,7 30,8 30,8 30,8 30,7 31,0 31,0 31,0 22,4 22,4 22,4 22,4 22,4 22,4 27,0 26,8 26,8 27,0 26,5 26,7 29,2 29,3 29,5 30,6 30,6 30,6 30,4 30,5 30,5 30,6 30,6 30,8 30,8 30,7 30,4 30,3 30,3 31,5 31,5 31,3 31,5 31,7 31,7 30,7 30,6 30,6 30,8 30,8 30,7 30,4 30,3 30,4 30,3 30,3 30,4 30,3 31 3

type bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee slib op staalslak slib op staalslak ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak oude bodem slib op staalslak slib op staalslak oude bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee oude bodem oude bodem slib op staalslak slib op staalslak slib op staalslak, tussen breukstee ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem slib op staalslak, tussen breukstee slib op staalslak, tussen breukstee oude bodem tussen breuksteen slib op staalslak, tussen breukstee oude bodem tussen breuksteen oude bodem tussen breuksteen slib op staalslak, tussen breukstee oude bodem

Rapportnummer C116/15

116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 BfN 1 BfN 2 BfN 3 inf 156 inf 157 inf 158 inf 159 inf 160 inf 161 inf 162 inf 163 inf 164 inf 165 inf 166 inf 167 inf 168 inf 169 inf 170 inf 171 inf 172 inf 173 inf 174 inf 175 inf 176 inf 177 inf 178 inf 179 inf 180 inf 181 inf 182 inf 183 inf 184 inf 185 inf 186 inf 187 inf 188 inf 189 inf 190 inf 191 inf 192 inf 193 inf 194 inf 195 inf 196 inf 197 inf 198 inf 199 inf 200 inf 201 inf 202 inf 203 inf 204 inf 205 inf 206 inf 207 inf 208 inf 209 inf 210 inf 211

eco-atol-binnen Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zuidbout Zuidbout Zuidbout Westbout Westbout Westbout Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-west Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zeel-midden Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zeel-oost Zierikzee Zierikzee Zierikzee Zuidbout Zuidbout Zuidbout Westbout Westbout Westbout Sch-wII Sch-wII Sch-wII Sch-w Sch-w Sch-w Sch-m Sch-m Sch-m Sch-o Sch-o Sch-o Zeel-w Zeel-w Zeel-w Zeel-w Zeel-o Zeel-o Zeel-o Zeel-o Westbout Westbout Westbout Rit-o Rit-o Rit-m Rit-m Ref-Rit Ref-Rit Ref-Rit Rit-w Rit-w Rit-w Gorishoek Gorishoek Gorishoek Zeel-m Zeel-m Zeel-m Zeel-m Zuidbout Zuidbout Zuidbout Wem-w Hoed-h Hoed-h Hoed-h Hoed-n Hoed-n Hoed-n Kapb Kapb Kapb Wem-o Wem-o Wem-o Wem-w Wem-w Wem-w

2011 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2013 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014 2014

Rapportnummer C116/15

OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS WS WS WS WS WS WS WS WS WS WS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS OS WS WS WS WS WS WS WS WS WS OS OS OS OS OS OS

ecorif Ref T3 T3 T3 Ref T3 T3 T3 Ref T3 T3 T3 Ref Ref Ref Ref Ref Ref Ref T4 T4 T4 Ref T4 T4 T4 Ref T4 T4 T4 T0 T0 T0 Ref Ref Ref Ref Ref Ref BfN/T0 BfN/T0 BfN/T0 T5 T5 T5 T5 T5 T5 T5 T5 T5 Ref T5 T5 T5 Ref T5 T5 T5 Ref Ref Ref T5 T5 T5 T5 Ref Ref Ref T5 T5 T5 Ref Ref Ref Ref T5 T5 T5 Ref Ref Ref T0 T3 T3 T3 T3 T3 T3 Ref Ref Ref T0 T0 T0 T0 T0 T0

12,1 14,2 10,4 9,6 4,7 20,2 15,8 8,1 4,4 16,4 13,1 8,0 6,1 16,0 7,8 4,4 14,9 7,5 4,0 12,2 10,6 7,0 5,0 16,1 10,8 7,5 5,3 19,1 15,0 8,1 4,2 15,5 7,6 4,4 15,3 7,5 4,7 15,0 7,2 4,0 15.0 m 10.0 m 3.5 m 13.8 m 7.9 m 4.0 m 15.0 m 7.5 m 3.5 m 15.0 m 7.5 m 3.5 m 12.0 m 10.1 m 7.4 m 4.3 m 21.4 m 14.8 m 7.8 m 4.1 m 15.0 m 7.5 m 3.5 m 6.4 m 4.3 m 13.6 m 7.5 m 13.6 m 7.6 m 3.7 m 15.0 m 7.6 m 3.6 m 15.1 m 7.6 m 3.6 m 14.4 m 12.5 m 7.6 m 3.8 m 15.0 m 7.6 m 3.6 m 30.3 m 13.3 m 7.6 m 3.5 m 14.1 m 7.6 m 3.7 m 14.5 m 7.4 m 3.4 m 15.3 m 7.9 m 4.0 m 15.0 m 7.6 m 3.6 m

ecorif oud >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 5-10 0-5 >10 5-10 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 oud >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 30 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5 >10 5-10 0-5

50,5 73,4 47,8 47,7 38,2 79,8 52,2 66,7 37,6 74,2 72,6 35,6 38,5 50,3 66,4 65,7 74,4 76,2 63,2 58,5 43,7 38,2 35,4 72,2 53,1 36,7 40,2 68,8 54,7 65,3 37,9 31,0 30,0 57,2 67,2 68,7 77,0 79,2 75,6 50,2 58,0 59,6 54,9 67,7 64,5 44,3 53,6 35,4 39,0 46,1 37,7 40,0 74,0 54,5 45,1 33,6 78,6 54,9 54,9 31,9 75,6 81,4 79,6 53,5 63,9 79,3 75,6 80,4 81,1 81,0 69,7 80,1 79,7 68,7 65,0 75,2 71,1 57,2 48,3 45,6 72,8 59,3 76,0 70,8 52,0 50,6 56,7 65,2 57,1 43,9 47,4 58,2 50,7 59,5 53,8 52,9 55,5 68,2 64,0

6,0 1,8 6,4 6,3 9,4 1,1 5,7 2,9 9,0 1,6 1,9 9,2 8,9 5,6 2,5 2,9 1,7 1,3 3,3 4,1 7,7 9,3 9,7 1,9 5,6 10,3 8,9 2,7 5,2 3,2 9,5 11,3 10,9 5,3 2,5 2,2 1,1 0,9 1,6 6,1 4,8 4,3 6,2 2,8 3,1 6,6 5,8 9,9 9,5 7,4 9,2 9,0 2,0 6,3 8,4 11,9 1,7 5,5 5,1 12,1 1,7 0,8 0,8 5,4 3,9 1,1 1,7 0,7 0,8 0,8 2,4 1,1 1,0 2,3 2,9 1,4 2,5 4,7 7,0 7,9 1,8 4,5 1,2 2,4 5,3 5,7 4,4 3,0 4,2 6,7 6,4 4,7 5,8 3,9 5,1 4,9 4,8 2,5 3,4

V(dis) V(dis) V(dis) VIII VIII V V V VIII V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) VI VI V V(dis) V V(dis) V(dis) VIII VIII V(dis) V(dis) V(dis) VIII V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) VIII VIII VIII V(dis) V V V V V V VI VI VI VI VI VIII VIII VIII VIII V VIII VIII V(dis) V(dis) VIII VIII V V(dis) VIII V(dis) V V V V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) V(dis) V V V(dis) V(dis) V VI VI VI V V(dis) VIII V(dis) V V V VI VIII VIII VIII VIII VIII VIII VIII VIII VIII VI VI VIII VI VI VI

60,1 9,8 22,3 41,3 64,4 5,4 15,4 13,6 63,4 8,6 17,5 63,0 38,8 31,3 31,8 25,1 20,7 9,3 15,2 38,9 51,6 63,6 59,0 11,6 32,5 71,4 52,6 11,0 38,4 30,9 74,4 73,0 77,2 43,6 29,9 31,5 7,2 17,4 10,0 17,7 25,1 27,4 41,5 22,4 34,7 48,9 41,2 66,7 71,7 30,1 61,9 77,0 8,0 23,4 47,0 61,9 7,6 32,4 42,1 61,8 3,4 2,4 7,6 25,1 20,9 6,3 13,1 2,4 1,3 0,6 11,5 12,5 4,2 18,3 23,6 15,4 15,1 24,9 54,4 41,5 19,7 24,2 4,2 24,7 45,7 57,5 54,9 37,2 47,2 69,0 62,4 57,0 87,0 38,9 30,7 49,7 30,4 15,0 19,3

30,3 31,3 31,3 31,3 31,3 31,3 31,3 31,3 31,3 31,6 31,6 31,6 31,7 32,1 32,2 32,2 33,3 33,2 33,2 29,1 29,1 29,1 29,1 29,1 29,2 29,2 29,3 29,6 29,5 29,5 29,6 29,3 29,3 29,3 29,0 29,1 29,1 30,2 30,2 30,2

slib op staalslak, tusse oude bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk oude bodem sediment op staalslak mogelijk oude bodem b sediment tussen breuk oude bodem sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem oude bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk oude bodem sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment tussen breuk oude bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment tussen breuk sediment tussen breuk sediment op staalslak sediment op staalslak sediment op staalslak oude bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk oude bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem sediment tussen breuk sediment tussen breuk sediment tussen breuk sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem oude bodem sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk sediment op staalslak sediment op staalslak sediment tussen breuk ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem ongestoorde bodem

77 van 81

Bijlage 3 Aantal soorten per station voor de stations in de Oosterschelde. Voor ieder jaar staat voor drie diepten en verschillende locaties (van west naar oost) het aantal soorten aangegeven. De kleuren corresponderen met de gemeenschappen. De extra bemonstering bij Lokkersnol, Zierikzee en Zeelandbrug in 2011 betreffen de ecoriffen. OS-2009 Sch-w Sch-o Lok-a Lok-b Zeel-w Zeel-m Zeel-o 0-5 7 7 6 6 29 12 5.1-10 23 15 8 12 20 15 >10.1 18 22 34 39 17 17 Burgh-w Sch-wII 8 8 4 13 7 11

OS-2010 0-5 5.1-10 >10.1 OS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 19 10 17

Sch-o 1 1 5 Sch-w Sch-m Sch-o 1 11 10 14 11 16 19 18

Zeel-o

20 Lok-a 14 6 9

Lok-b 13 14 36 18 34

Zie 1 1 4

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 14 3 5 22 7 10 28 29 19 41 17 26 21

27

30

34 47

Sophia 19 9 27

0-5 5.1-10 >10.1 OS-2012 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 3 5 6

OS-2013 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 3 7 15

OS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 15 5 14

0-5 5.1-10 >10.1 30

78 van 81

Zandh 5 2 8

Katsh 10 11 16 Zeel-w Zeel-m Zeel-o 20 15 8 20 18 18 20 27 26 31 21 19 Zie 12 3

Sch-wII Sch-w Sch-m Sch-o 6 5 5 4 13 8 14 10 17 5 22 24

Zeel-w Zeel-m Zeel-o 17 20 11 25 10 20 46 28 23 28 28 34 Zeel-w Zeel-m Zeel-o 10 11 9 14 12 19 19 17 18 23 19 36 We-w We-o 18 5 14 7 12 9 19

Rapportnummer C116/15

Bijlage 4 Totale dichtheid per station voor de stations in de Oosterschelde. Voor ieder jaar staat voor drie diepten en verschillende locaties (van west naar oost) de dichtheden (N/m2) aangegeven. De kleuren corresponderen met de gemeenschappen. De extra bemonstering bij Lokkersnol, Zierikzee en Zeelandbrug in 2011 betreffen de ecoriffen. OS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Sch-w 1256 5726 3415

OS-2010 0-5 5.1-10 >10.1 OS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

Sch-o 2009 3867 6730

Burgh-w Sch-wII 3616 1457 3667 2411 9945 1356 Wb 2110 854 3014

Lok-a 2762 1758 8137

Lok-b 5023 1657 16826

Zeel-w 9744 1758 1306

Zeel-m

Sch-o 50 50 552 Sch-w 151 1155 8137

Sch-m 2913 12707

Sch-o 2059 4068 13712

Z 5 2 1 Z

3 Lok-a 1909 1105 4068

Lok-b 2411 7584 18835 11703 8840

Zie 50 50 352

Zeel-w 2361 11000 8840 18182

10949

9643

Zeel-m 452 1055 14315 5676

Z 1 1 7

3867 1 18031

Sophia 5123 3968 10397

0-5 5.1-10 >10.1 OS-2012 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 452 352 452

OS-2013 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 703 502 1205

OS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Wb 2511 402 3365

0-5 5.1-10 >10.1 30

Rapportnummer C116/15

Zandh 452 100 3415

K 2 1 1

Zie 6128 301

Sch-wII Sch-w 603 703 3767 3817 5525 5475

Sch-m 904 3566 69664

Sch-o 804 2562 35460

Zeel-w 7383 8187 5927 6580

Zeel-m 12054 11251 21597 10698

Z

Zeel-w 3717 11201 36615 3466

Zeel-m 7986 1708 11251 7182

Z

Zeel-w 14716 31140 13662 22200

Zeel-m 1105 5625 14465 4922

Z 1 1 3 1

We-w 3265 1858 6077 15369

W

6 1 4

8 7 6

1 1

79 van 81

Bijlage 5 Aantal soorten per station voor de stations in de Westerschelde. Voor ieder jaar staat voor drie diepten en verschillende locaties (van west naar oost) het aantal soorten aangegeven. De kleuren corresponderen met de gemeenschappen. WS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2010 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

13 R-Rit 15 6 6

Rit-w

Rit-m

11 10

10 9

Rit-o

80 van 81

El-w 2 6

El-m

Hd-z 2 2

12 1

Hd-h

12

Hd-n 5 5 8

Hd-h 5 5 7

Hd-n 4 3

El-h 3 3 5 Slijkplaat Paulina 6 11 2 20 5 14

0-5 5.1-10 >10.1 WS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Bor 8 12 11

R-Rit 10 3 8

Rit-w 7 10 5

Rit-m 14 16

Rit-o 13 12

Rapportnummer C116/15

Bijlage 6 Totale dichtheid per station voor de stations in de Westerschelde. Voor ieder jaar staat voor drie diepten en verschillende locaties (van west naar oost) de dichtheden (N/m2) aangegeven. De kleuren corresponderen met de gemeenschappen. WS-2009 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2010 0-5 5.1-10 >10.1

Rit-w

Rit-m

Rit-o

WS-2011 0-5 5.1-10 >10.1

7283 R-Rit 2461 502 2160

Rit-w

Rit-m

3014 2963

3214 2511

El-w 301 2662

Hd-z 151 100

El-m 3516 50

Hd-h

6981

Hd-n 2310 1306 2361

El-h 201 301 352

Rit-o

Kapel 13009 12406 15821

Slijkplaat Paulina 1507 4671 27373 552 7434 653

0-5 5.1-10 >10.1 WS-2014 0-5 5.1-10 >10.1

Bor 603 1959 1205

R-Rit 2059 301 703

Rapportnummer C116/15

Rit-w 1406 1959 904

Rit-m 15922 16022

Rit-o 4571 1808

Osse 2612 1005 452 Hd-h 452 1507 3867

Hd-n 603 1758

Kapel 1205 3717 2511

81 van 81

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2020 TIXPDF.COM - All rights reserved.