Inleiding instrumenten Leerdoelen, leerlijn en aanpak,


1 Inleiding Veel Europese landen hebben de afgelopen jaren werk gemaakt van de invoering van vreemdetalenonderwijs op de basisschool. Dat gebeurde in ...
Author:  Godelieve Meijer

0 downloads 79 Views 342KB Size

Recommend Documents


No documents


ELENA NEDERLANDS Inleiding Veel Europese landen hebben de afgelopen jaren werk gemaakt van de invoering van vreemdetalenonderwijs op de basisschool. Dat gebeurde in drie varianten: • als verplicht vak in het curriculum (formeel); • als structureel aanbod buiten het curriculum (non-formeel); • als incidentele leeractiviteit (informeel). Deze drie varianten, die met een grote verscheidenheid in beschikbaar lesmateriaal, faciliteiten, opleiding en (taal-)vaardigheid van leerkrachten corresponderen (tussen 0 en 100%), komen we ook tegen bij het Nederlands in het basisonderwijs in Wallonië (formeel), Noord-Frankrijk en de Duitse deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen (non-resp. informeel). Doel en instrumenten Het lespakket Elena doelt vooral op de verbreding en verbetering van het non-formeel resp. informeel lesaanbod Nederlands in het basisonderwijs voor leerlingen tussen 5 en 10 jaar. Daarvoor biedt het pakket de volgende instrumenten: • verhaal-/leerlijn met expliciete leerdoelen en beproefde aanpak; • gedetailleerde lesplannen; • digitale leeromgeving met audiovisuele ondersteuning en oefeningen; • handboek met achtergrond en opzet • brieven voor ouders Leerdoelen, leerlijn en aanpak, Elena is niet alleen de naam van het lesaanbod, het is ook de naam van de hoofdpersoon, die vanuit Straatsburg met haar Duitstalige ouders naar het land van de doeltaal verhuist (Nederland/Vlaanderen) en daar allerlei avonturen beleeft die kinderen tussen vijf en tien jaar mee kunnen beleven: nieuwe vriendjes, een nieuwe school, ander eten en voor al een andere taal. Elena raakt al snel bevriend met haar buurjongens, de tweeling Max en Otto, en leert stapsgewijs de taal van het nieuwe land. Deze leerlijn, ingebed in de verhaallijn, kent de volgende leerdoelen resp. taalfuncties: Luisteren

• • • • • •

Ik begrijp eenvoudige verhaaltjes, liedjes en versjes Ik begrijp eenvoudige aanwijzingen Ik begrijp het als iemand me groet en mij vragen stelt over mijn persoon (naam, leeftijd, woonplaats, land, geboortedatum) Ik begrijp het als iemand mij vraagt wat ik (niet) leuk/lekker vind of mij vertelt wat zij/hij niet leuk/lekker vindt (eten, drinken, school, dieren, vrijetijdsactiviteiten, dieren, kleding, beroepen) Ik begrijp het als iemand me vraagt wat ik wil (winkel, school, restaurant). Ik begrijp het als iemand mij iets vertelt over het verloop van de dag (tijd, activiteiten)

ELENA NEDERLANDS Lezen

• • •

Spreken

• •

Schrijven

• • • • • •

Ik kan eenvoudige instructies lezen Ik kan eenvoudige teksten met visuele ondersteuning passend bij mijn leeftijd begrijpen (verhaaltje, rijmpje, liedje) Ik kan een aantal belangrijke klanken-letters vergelijken met klanken-letters in mijn moedertaal (oe/u, eu/ui, ij/ei, sch, ch/g) Ik kan iets over mezelf vertellen (leeftijd, familie, woonplaats, verjaardag) en anderen vragen iets over zichzelf te vertellen Ik kan vertellen wat ik (niet) leuk/lekker vind (eten, drinken, school, dieren, vrijetijdsactiviteiten, dieren, kleding) en anderen vragen wat zij leuk/lekker vinden Ik kan vertellen hoe ik me voel en ik kan anderen vragen hoe zij zich voelen. Ik kan iets vertellen over het verloop van dag/week Ik kan zeggen wat ik wil of niet wil (winkel, restaurant, school) Ik kan woorden en zinnen overschrijven Ik kan woorden in een zin in de goede volgorde zetten Ik kan enkele klanken schrijven die niet in mijn moedertaal voorkomen (oe/u, eu/ui, ij/ei, sch)

Aan deze leerdoelen wordt gewerkt volgens de klassieke structuur voor de vreemde-taalles: present – practice – produce. In Nederland wordt vaak over een 4-fasen-model gesproken: 1. Opwarmen De leerkracht zorgt voor een context waarin de kinderen het nieuwe taalaanbod kunnen plaatsen en begrijpen door hun voorkennis te activeren. Dit deel gebeurt vaak in de moedertaal van de leerlingen. Bij het thema dierentuindieren wordt bijvoorbeeld eerst eens in de moedertaal gesproken wie er wel eens naar een dierentuin geweest is, welke dieren je er ziet, etc. 2. Presenteren De leerkracht presenteert het nieuwe taalaanbod met een video of prentenboek. Een kijk- en/of luisteropdracht zorgt ervoor dat de leerlingen weten dat en waar ze op moeten letten. 3. Oefenen De belangrijkste woorden en zinnen worden on- en offline geoefend met klassieke en minder klassieke oefeningen als herhalen, matchen, memory en maak een verhaal. 4. Toepassen In dit deel passen de leerling toe wat ze in het oefendeel hebben geleerd, bijvoorbeeld door een klasgenoot te interviewen (Hoe heet je? Hoe oud ben je? Wat vind je lekker?) Het pakket bestaat uit 2 delen: onderbouw en middenbouw. In de onderbouw ligt de nadruk op het vertrouwd raken met de klanken van het Nederlands en het verwerven van een basiswoordenschat (ca. 120 zelfstandige naamwoorden, getallen t/m 20 en kleuren). In de middenbouw wordt deze woordenschat herhaald en (met nog eens ca. 150 zelfstandige naamwoorden) verbreed, daaraan toegevoegd de relevante werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden).

ELENA NEDERLANDS Het accent verschuift van het woord naar de (korte) zin en behalve het herhalen, memoriseren en reproduceren krijgen de leerlingen in de middenbouw opdrachten die aanzetten tot actieve toepassing van het geleerde (productie). De verwerving van de voornoemde taalfuncties verloop dus stapsgewijs, waarbij overigens de woordenschat wel cruciaal blijft, vrij naar het motto van Krashen: Als ik naar het buitenland ga, neem ik een woordenboek mee, geen grammatica. Lesplannen Elena bestaat voor zowel de onder- en middenbouw uit 10 thema’s met telkens 8 leseenheden. De thema’s zijn de gangbare thema’s uit het vreemdetalenonderwijs aan kinderen, zodat Elena ook heel goed naast andere lesmethodes gebruikt kan worden: Thema Ik en de mensen om mij heen Ziek zijn School, dagverloop Dieren Kleding Eten en drinken Vervoer Verjaardagen Vrije tijd

Woordveld familieleden, beroepen lichaamsdelen, gevoelens schoolspullen, dagen, tijden, getallen t/m 100 huisdieren, dierentuindieren kledingstukken, kleuren groente, fruit, snoep, frisdranken, bestek vervoersmiddelen muziekinstrumenten, versiering, eten en drinken speelgoed, spelletjes, sporten

Elke leseenheid duurt ongeveer 60 minuten en kent telkens vier stappen (vgl. aanpak), waarvan het hoe en wat gedetailleerd wordt toegelicht: • Input. Deze stap stelt de kinderen in staat het nieuwe taalaanbod in de goede context te plaatsen. Hun (voor-)kennis van het onderwerp wordt geactiveerd, ze kunnen als het ware al voorspellen wat er aan de orde komt en met persoonlijke ervaringen verbinden. Deze ‘contextualisering’ gebeurt op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een klassengesprek over het thema in de moedertaal van de leerlingen, een korte herhaling van de vorige les of een aantal gerichte vragen. In deze fase wordt ook eventueel huiswerk besproken en de leerdoelen benoemd. • Verwerking. Tijdens de verwerking worden het nieuwe taalaanbod visueel zo gepresenteerd dat de leerlingen de betekenis in elk geval globaal kunnen begrijpen. De belangrijkste presentatievormen zijn video, prentenboek en flitskaarten. Door (voor-)kennis van de context en visuele ondersteuning wordt het nieuwe taalaanbod ‘zinvol’ voor de leerlingen, ook al ligt het boven het niveau van de leerlingen.1 1

Als vuistregel geldt dat het taalaanbod iets boven het niveau van de leerlingen moet liggen.

ELENA NEDERLANDS • Output. Deze stap bestaat uit de praktische oefening. De leerlingen oefenen woorden en zinnen op verschillende manieren off en online woorden, in zowel geleide als vrijere oefeningen in groepen, tweetallen of individueel. Ook is er voor de leerlingen de mogelijkheid om thuis (ook met hun ouders) aan Elena te werken. • Afsluiting. Deze stap controleert wat de leerlingen hebben geleerd. Dit gebeurt vooral in de laatste les van elk thema. Door observatie of met behulp van een korte toets kijkt de leerkracht of en in welke mate de leerlingen vooruit zijn gegaan. Hij laat bijvoorbeeld 8 flitskaarten zien en laat de leerlingen de woorden herhalen (vooral de woorden waarvan tijdens de les is gebleken dat die lastig zijn voor kinderen om te onthouden).2 Het uitgangspunt is dat er elke week twee lessen van 30 minuten gegeven worden, zodat er 4 weken aan een thema gewerkt wordt. Echter, leerkrachten bepalen natuurlijk zelf het tempo en de meeste scholen houden het ritme van een half uur per week aan, zodat ze vier jaar met Elena uit de voeten kunnen (40 schoolweken, 20 klokuren, 5 thema’s). Regelmaat is voor het leren van een taal wel belangrijk! Digitale leeromgeving Zodra u op de hoofdpagina http://elena-learning.eu bent gekomen, kunt u kiezen tussen Elena onderbouw en Elena middenbouw.

Nadat u de keuze heeft gemaakt, komt u op een tussenpagina waar u bij Elena onderbouw uit de talen Duits, Frans en Nederlands als doeltaal kunt kiezen, bij Elena middenbouw kunt u alleen Duits als doeltaal selecteren en gaat u naar http://elena-nederlands.org voor de 2

Vgl. de viertakt van Verhallen voor woordenschatverwerving of de bekende schijf van vijf voor het talenonderwijs van G. Westhoff.

ELENA NEDERLANDS middenbouw. Als u dan op een thema klikt, hebt u de keuze uit een presentatieblok (video, prentenboek) en een oefenblok (match, memory, flitskaart, maak het verhaal). Presentatie Video

Prentenboek

Elk thema start met een video waarin de kinderen de avonturen van Elena rondom een bepaald onderwerp met het nieuwe taalaanbod volgen. Het prentenboek vertelt het verhaal van de video in vijf prenten.

Oefenen Maak het verhaal Match

Match

Memory

Flitskaarten

De leerlingen zien vijf plaatjes uit het prentenboek in willekeurige volgorde en luisteren naar het verhaal. Daarna zetten ze de plaatjes in de goede volgorde. De leerlingen zien een plaatje en vier geluidsknoppen. Als ze op een geluidsknop klikken, horen ze een woord. Ze slepen het plaatje naar de goede geluidsknop. Als hierboven maar met één geluidsknop en vier plaatjes. Ze slepen het goede plaatje naar de geluidsknop. Als de leerlingen op een kaartje klikken, wordt het omgedraaid. De kaartjes die niet samen een paar vormen, draaien automatisch weer om. De leerlingen zien een plaatje en kunnen naar de audio luisteren, als ze niet weten wat het in het Nederlands is.

Deze online oefeningen worden aangevuld met vooral actieve toepassing gerichte oefeningen die in de lesplannen worden voorgesteld (werkbladen, dialogen, bewegingsspelletjes, etc.). Ouderbetrokkenheid Kinderen leren het best als er een goede samenwerking is tussen school en thuis. Dit geldt vooral voor het leren van een vreemde taal. Een positieve houding van ouders t.o.v. het leren van de doeltaal motiveert de kinderen om met de taal aan de slag te gaan. Ouders kunnen goed over het programma en hun rol hierin geïnformeerd worden. U vindt voor de onderbouw voor elk thema een informatiebrief met de tekst van het liedje en de chant erop. Daar staan ook een overzicht van de kernwoorden en een korte opsomming van de activiteiten die de kinderen voor dat thema gaan doen. Voor de middenbouw hebben dat voor een tweetal thema’s gedaan. De kinderen kunnen ook thuis oefenen, eventueel samen met hun de ouders. De opdrachten variëren van het samen oefenen tot het samen spelen van spelletjes. Hoe meer tijd er aan

ELENA NEDERLANDS Elena besteed wordt, des te hoger zijn de leeropbrengsten. Wel staat het plezier voorop, de leerlingen moeten het niet als gewoon huiswerk ervaren.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2020 TIXPDF.COM - All rights reserved.