Inspectierapport De Warrelwind (KDV) Doorsteek BR Zeewolde Registratienummer


1 Inspectierapport De Warrelwind (KDV) Doorsteek BR Zeewolde Registratienummer Toezichthouder: GGD Flevoland In opdracht van gemeente: Zeewolde Datum ...
Author:  Irena Lenaerts

0 downloads 27 Views 110KB Size

Recommend Documents


No documents


Inspectierapport

De Warrelwind (KDV) Doorsteek 51 3893BR Zeewolde Registratienummer 130451745

Toezichthouder: In opdracht van gemeente: Datum inspectie: Type onderzoek: Status: Datum vaststelling inspectierapport:

GGD Flevoland Zeewolde 09-07-2018 Jaarlijks onderzoek Definitief 27-09-2018

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................2  Het onderzoek................................................................................................................3  Observaties en bevindingen .............................................................................................4  Overzicht getoetste inspectie-items ................................................................................. 12  Gegevens voorziening ................................................................................................... 16  Gegevens toezicht ........................................................................................................ 16  Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum ........................................................................ 17 

2 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Het onderzoek Onderzoeksopzet Dit onderzoek is uitgevoerd op grond van artikel 1.62 lid 2 van de Wet kinderopvang. Het betreft een onaangekondigd jaarlijks onderzoek. Beschouwing Algemeen Kinderdagverblijf (KDV) De Warrelwind maakt deel uit van de Stichting Kindercentra Zeewolde (SKZ). Deze stichting beheert peuterspeelzalen, peuteropvang en een vestiging voor dagopvang en buitenschoolse opvang in Zeewolde. Het kinderdagverblijf heeft plaats voor maximaal 16 kinderen tussen de 2 en 3 jaar. De Warrelwind biedt biedt opvang in de vorm van peuteropvang en dagopvang. Ze zijn geopend op op maandag, dinsdag en donderdag van 8.30 tot 13.00 uur, 12.30 tot 16.00 uur of 8.30 tot 16.00 uur. Op woensdag- en vrijdagochtend vindt er alleen peuteropvang plaats. Harmonisatie In de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is vastgelegd dat peuterspeelzalen vanaf 1 januari 2018 moeten gaan voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor kinderdagverblijven. Vanaf deze datum zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven. Ook de peuterspeelzaal De Warrelwind is geharmoniseerd, wat inhoudt dat de peuterspeelzaal registratie is komen te vervallen en door gaat op de bestaande KDV registratie. Inspectiegeschiedenis Er zijn in de afgelopen jaren geen tekortkomingen geconstateerd bij de peuteropvang. In 2017 is een handhaving geadviseerd naar aanleiding van het ontbreken van een VOG voor vrijwilligers. Uit het nader onderzoek dat is uitgevoerd in mei 2017 is gebleken, dat de vrijwilligers in het bezit zijn van een VOG. Geen verdere handhaving is geadviseerd. Huidig onderzoek De Warrelwind is onaangekondigd bezocht op maandagochtend 09-07-2018 van 10.45 tot 12.30 uur. Tijdens het bezoek is een kringmoment geobserveerd waarbij een verjaardag van een kind werd gevierd dat 4 jaar gaat worden. Daarna is gesproken met de beroepskracht. De pedagogische competenties worden voldoende aangeboden. Tijdens het jaarlijks onderzoek in 2017 is gezien dat het overgangsmoment tussen peuteropvang en verlengde peuteropvang onrustig verliep. Tijdens dit onderzoek is daar opnieuw naar gekeken. De overgang verliep rustig. De beroepskrachten vertelden dat geregeld is dat vaste invalkrachten aanwezig zijn wanneer de vaste beroepskrachten om de beurt pauzeren. In het documentenonderzoek is gebleken dat het pedagogisch beleidsplan en het beleid veiligheid en gezondheid niet aan alle eisen voldoen. Met name locatiespecifieke informatie ontbreekt. Omdat dezelfde punten komen naar voren in het rapport onderzoek voor registratie De Tuimelaar 03-07-2018, adviseert de toezichthouder de tekortkomingen in dit rapport tijdens het volgende jaarlijkse onderzoek nogmaals te beoordelen. Advies De toezichthouder adviseert de gemeente Zeewolde niet te handhaven.

Advies aan College van B&W Geen handhaving.

3 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Observaties en bevindingen

Pedagogisch klimaat Onder de Wet kinderopvang gelden eisen voor de aanwezigheid van een pedagogisch beleidsplan, de inhoud van een pedagogisch beleidsplan en de relatie van het beleidsplan met de praktijk. In de praktijk moet de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de aspecten van verantwoorde dagopvang, bedoeld in artikel 11 van het Besluit kwaliteit kinderopvang kunnen worden getoetst. Bij de observatie maakt de toezichthouder gebruik van het "Veldinstrument onderzoek en observatie" van december 2014. Hieruit citeert de toezichthouder de criteria (modelvoorbeelden) die betrekking hebben op het geobserveerde pedagogisch handelen en illustreert deze met voorbeelden uit de praktijkobservatie. De beknopte voorbeelden zijn bedoeld als illustraties en pretenderen niet een volledig beeld van de praktijksituatie te geven. De toezichthouder stoelt haar inzicht en mening op de gegeven voorbeelden en op tijdens de observatie opgedane overige signalen. Pedagogisch beleid Handelen volgens beleidsplan Tijdens de pedagogische observatie is gezien dat onder andere volgens de 'Gordon methode' wordt gewerkt. Deze werkwijze staat beschreven in het pedagogisch beleidsplan. Verantwoorde kinderopvang Het pedagogisch beleidsplan bevat een concrete beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan aspecten van verantwoorde dagopvang, bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Werkwijze Het algemene pedagogisch beleidsplan bevat onvoldoende een concrete beschrijving van de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroep op het kindercentrum. Daarnaast is er op dit kinderdagverblijf met peuterspeelzaalactiviteiten sprake van verlengde opvang na afloop van de peuterspeelzaal. Ook kunnen kinderen gebruik maken van de kinderopvang waarbij er van 8.30 tot 16.00 uur opvang plaatsvindt. Deze werkwijze ontbreekt. Verlaten van de stamgroep In het beleidsplan moet worden beoordeeld of uitstapjes op het KDV worden beschreven. Op 03-07-2018 dinsdagochtend is de toezichthouder op de locatie langsgeweest voor een inspectie. De groep was niet aanwezig. De houder heeft telefonisch verklaard dat de groep in de buurt van het kindercentrum aan het picknicken was. Dit soort uitstapjes worden niet beschreven. Doorlopende ontwikkellijn Het pedagogisch beleidsplan beschrijf de wijze waarop er wordt gezorgd voor een doorlopende ontwikkellijn naar het basisonderwijs. Echter, een aantal punten wordt niet concreet genoeg beschreven:  - Dat met toestemming van de ouders kennis over de ontwikkeling van het kind wordt overgedragen aan de school bij de overgang van het kind naar het basisonderwijs en aan de buitenschoolse opvang bij de overgang van het kind naar de buitenschoolse opvang, en;  - bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen worden gesignaleerd en ouders worden doorverwezen naar passende instanties voor verdere ondersteuning.

4 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Mentorschap Het pedagogisch beleidsplan beschrijft met mentorschap kort. Echter, de wijze waarop de mentor de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders bespreekt, wordt niet beschreven. Wenbeleid Het wenbeleid met betrekking tot de eerste dag wordt duidelijk beschreven. Echter, hoe het wennen verder verloopt, hoeveel keer, hoe lang en op welke manier het kind bekend wordt gemaakt met de gebruiken op de groep, wordt niet beschreven. Aanvulling is gewenst. Afwijken beroepskracht-kindratio Tijdens openingstijden wordt niet afgeweken van de beroepskracht-kindratio. De voorwaarde is niet beoordeeld. Extra dagdelen In het beleidsplan moet worden beoordeeld of het afnemen van extra dagdelen op het KDV worden beschreven. De houder verklaart dat er geen extra dagdelen kunnen worden afgenomen. De voorwaarde is om deze reden niet beoordeeld. Taken stagiaires en vrijwilligers Het beleidsplan geeft geen concrete beschrijving van de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de dagopvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid. Ook het apart gestuurde stagebeleid geen geen concrete taakbeschrijving. Conclusie Het pedagogisch beleidsplan voldoet niet aan de eisen. Uit bovenstaande constatering(en) / bevindingen blijkt dat aan de volgende voorwaarde niet is voldaan:

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd en gestimuleerd en daarbij naar een doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs en de buitenschoolse opvang wordt gestreefd, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op de wijze waarop: - met toestemming van de ouders kennis over de ontwikkeling van het kind wordt overgedragen aan de school bij de overgang van het kind naar het basisonderwijs en aan de buitenschoolse opvang bij de overgang van het kind naar de buitenschoolse opvang; - bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen worden gesignaleerd en ouders worden doorverwezen naar passende instanties voor verdere ondersteuning. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder d Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de stamgroep of de stamgroepruimte kunnen verlaten. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de dagopvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 onder d Besluit kwaliteit kinderopvang)

5 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Pedagogische praktijk Emotionele veiligheid Structuur en flexibiliteit (0-4) Er is een dagschema met dagelijkse routines en activiteiten in een herkenbare en vertrouwde volgorde. Het biedt houvast voor kinderen. Het laat ruimte voor enige flexibiliteit voor onvoorziene situaties of uitloop van geplande activiteiten. Observatie: In deze week voor de zomervakantie worden een aantal verjaardagen gevierd van kinderen die erna naar school gaan. Vandaag wordt er ook een verjaardag gevierd. De jarige mag op een speciale stoel zitten en er worden liedjes gezongen. Hij krijgt een muts, een afscheidsboekje, er worden liedjes gezongen, muziek gemaakt en kaarsjes uitgeblazen. Ditzelfde ritueel is ook op een andere speelzaal van de Stichting geobserveerd. De toiletronde, de verjaardagsviering en de fruitronde hebben in totaal meer dan een uur geduurd waarbij de kinderen in de kring hebben gezeten. De toezichthouder merkte op dat dit voor sommige kinderen wellicht wat lang duurde. De beroepskrachten gaven aan dat dit met de viering te maken heeft gehad. Vertrouwde gezichten-kinderen (1-4) Kinderen hebben op hun opvangdag altijd (een aantal) vaste/vertrouwde andere kinderen in de groep. De wisselingen worden zorgvuldig begeleid. Een enkele keer worden hele kleine groepen (enkele uren) samengevoegd. Observatie: Op deze locatie wordt verlengde peuteropvang aangeboden. Dit houdt in dat na afloop van de peuterspeelzaal kinderen tot 13.00 uur kunnen blijven om te lunchen. Om 13.00 uur begint de volgende groep kinderen voor een dagdeel peuterspeelzaalactiviteit tot 16.00 uur. Ouders hebben de mogelijkheid hun kind tot 13.00 uur op te laten vangen of tot 16.00 uur. Dit houdt in dat voor de kinderen, die om 09.00 uur beginnen en de hele dag blijven, de samenstelling van de groep op een dag wisselt. Vaste gezichten ondersteunen de beroepskrachten tussen de middag tijdens de pauze. De emotionele veiligheid van de kinderen kan in gevaar komen wanneer er sprake is van veel en veel onbekende kinderen op één dag. De toezichthouder schat in dat hier geen sprake van is en dat ouders op de hoogte zijn van de wisselende groep wanneer zij kiezen voor dagopvang. Op moment van inspectie bleef na afloop van de peuterspeelzaalactiviteit er één kind voor de verlengde opvang over. Zij zou om 13.00 uur worden opgehaald. De overgang na afloop verliep rustig. Op dit moment maken er geen kinderen gebruik van de dagopvang. Persoonlijke competentie Rituelen (0-4) De beroepskrachten zorgen voor gewoontevorming in de groep door het consequent hanteren van rituelen binnen de hele groep of tussen (bepaalde) kinderen. Kinderen kennen elkaars gedrag, imiteren elkaar en bouwen dit –met hulp- verder uit naar nieuwe ervaringen. Observatie: Na de toiletronde zitten alle kinderen in de kring en wordt iedereen goedemorgen geheten. Ieder kind krijgt een 'podium' door op een krukje zijn of haar eigen beweging te laten zien. Sommigen doet het op een eigen manier, anderen imiteren de beweging. Sociale competentie Regie voeren (0-4) De beroepskrachten grijpen adequaat in bij negatieve interacties tussen kinderen. Zij helpen om de betreffende situatie stop te zetten of op te lossen. Kinderen krijgen de kans voor ‘hoor en wederhoor’. De beroepskrachten leggen doorgaans uit waarom er wordt ingegrepen en geven aan wat wèl de bedoeling is. Observatie: In de kring zit een jongetje steeds aan zijn buurman. De beroepskracht zit er vlakbij en zegt tegen X: 'Doe maar niet, Y vindt dat niet zo fijn.' Het gebeurt nog twee keer en de beroepskracht besluit tussen de twee kinderen in te gaan zitten. 6 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Normen en waarden Uitleg en instructie (1-4) De beroepskrachten begeleiden (nieuwe) kinderen actief bij het leren kennen en omgaan met de afspraken in de groep. Zij leggen uit wat er van het kind verwacht wordt. Zij geven aan welk gedrag bij welke situatie hoort in termen van ‘wat er wèl mag’. Observatie: De kinderen spelen muziek op instrumenten. Een jongetje wil zijn drumstokje niet meer en de beroepskracht zegt dat hij deze in de bak mag doen, hij mag hem zelf brengen. Het jongetjes gooit het drumstokje richting de bak. De beroepskracht zegt: 'Dat vind ik jammer, probeer het nog een keer.' Conclusie De pedagogische praktijk voldoet aan de eisen. Gebruikte bronnen:  Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (mevr. Vinders op 10-07-2018 en 19-072018)  Interview (beroepskrachten)  Observaties (op de groep)  Pedagogisch beleidsplan (beleidsplan en werkwijze peuteropvang SKZ, toegezonden in februari 2018)  Stagebeleid SKZ

7 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Personeel en groepen Onder de Wet kinderopvang gelden eisen voor de aanwezigheid van een pedagogisch beleidsplan, de inhoud van een pedagogisch beleidsplan en de relatie van het beleidsplan met de praktijk. In de praktijk dienen voorwaarden te worden vervuld voor het waarborgen van de emotionele veiligheid van kinderen, de ontwikkeling van de persoonlijke en de sociale competentie van kinderen en de overdracht van normen en waarden. Bij de observatie van de pedagogische praktijk maakt de toezichthouder gebruik van het "Veldinstrument observatie pedagogische praktijk" van december 2014. Daarin staan de specifieke aspecten waarop wordt geobserveerd. Hieruit citeert de toezichthouder enkele zinnen, die betrekking hebben op het geobserveerde pedagogisch handelen en illustreert deze met voorbeelden uit de praktijk. De illustraties zijn bedoeld als beknopte voorbeelden en pretenderen niet een volledig beeld van de praktijksituatie te geven. De toezichthouder stoelt haar inzicht en mening op de gegeven voorbeelden en op tijdens de observatie opgedane overige signalen. Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang Op het kinderdagverblijf zijn drie vaste beroepskrachten werkzaam. Een vierde en vijfde beroepskracht ondersteunen de opvang tussen de middag tijdens de verlengde opvang. Van de vijf beroepskrachten en de houder is gecontroleerd of de personen geregistreerd staan in het Personen Register Kinderopvang (PRK) én gekoppeld zijn aan de locatie. Alle beroepskrachten en de houder staan geregistreerd in het PRK en zijn gekoppeld aan Stichting Kindercentra Zeewolde. Conclusie Er wordt voldaan aan de eisen. Opleidingseisen en eisen aan de inzet van leerlingen De vijf beroepskrachten beschikken over een passende beroepskwalificatie zoals genoemd in de meest recente CAO Kinderopvang. Conclusie De beroepskwalificaties voldoen aan de eisen. Aantal beroepskrachten Op een kinderdagverblijf met peuterspeelzaalactiviteiten mogen maximaal 16 kinderen in de leeftijd van 2-4 jaar aanwezig zijn onder begeleiding van 2 beroepskrachten. Het kan voorkomen dat er 8 of minder kinderen aanwezig zijn, dan kan er één beroepskracht worden ingezet die wordt ondersteund door een vrijwilliger. Over het algemeen worden er 2 beroepskrachten ingezet en een vrijwilliger. Op moment van inspectie waren er 10 kinderen, 2 beroepskrachten en een ouder aanwezig. Conclusie Er wordt voldaan aan de beroepskracht-kindratio.

8 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Stabiliteit van de opvang voor kinderen Stamgroepen Op de Warrelwind wordt gebruik gemaakt van één groepsruimte. De kinderen doen op vaste dagdelen mee aan de peuterspeelzaalactiviteiten. Deze locatie biedt ook verlengde opvang aan van 12.00 tot 13.00 uur of tot 16.00 uur. De stabiliteit van de opvang van kinderen zou hiermee in gevaar kunnen komen. Echter, de toezichthouder beoordeelt dat hier op dit moment geen sprake van is. Zie de toelichting bij het domein Pedagogisch klimaat/Emotionele veiligheid. Het KDV is op de volgende dagen geopend: Geopend

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Ochtend

x

x

x

x

x

Verlengde opvang

x

x

-

x

-

Middag

x

x

-

x

-

Vaste gezichten Op het rooster is te zien op welke dagen de 3 vaste beroepskrachten werken. Tijdens de verlengde opvang worden zij ondersteund door een vierde en vijfde beroepskracht. Ook zij zijn op vaste dagen aanwezig. Eén van de 3 vaste gezichten blijft aanwezig tijdens de pauzes. Mentor Aan de kinderen zijn mentoren toegewezen. De beroepskracht licht tijdens het gesprek toe wat haar taken zijn en laat een aantal uitgevoerde observaties zien. Conclusie Er wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot de stabiliteit van de groep. Gebruikte bronnen:  Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (mevr. Vinders op 10-07-2018 en 19-07-2018)  Interview (beroepskrachten)  Personen Register Kinderopvang (5 personen op 26-07-2018)  Diploma's beroepskrachten  Personeelsrooster  Observatielijsten  Diplomalijst CAO Kinderopvang 2018/2019  LRK op 16-07-2018

9 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Veiligheid en gezondheid Onder de Wet kinderopvang gelden normen voor de waarborging van de veiligheid en gezondheid van kinderen. De houder legt in het Beleid veiligheid en gezondheid onder andere vast welke voornaamste risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. Verder gelden normen voor de inhoud en uitvoering van het plan van aanpak en de meldcode kindermishandeling. Veiligheids- en gezondheidsbeleid Locatiegericht beleid De houder heeft op verzoek van de GGD Flevoland in februari 2018 het veiligheids- en gezondheidsbeleid toegezonden ter voorbereiding op het jaarlijks onderzoek. Het beleid bestaat uit een algemeen beleid dat geldt voor alle KDV en BSO locaties van SKZ. Hiermee wordt niet voldaan aan de eis dat er voor elk kindercentrum een veiligheids- en gezondheidsbeleid is opgesteld. De beoordeling hiervan wordt beschreven onder het kopje Grote risico's en kans op grensoverschrijdend gedrag. De beroepskrachten zijn echter wel op de hoogte van bestaande werkafspraken en handelen ernaar. Tijdens teamoverleggen worden nieuwe werkafspraken geïntroduceerd. Actueel beleid Het veiligheids- en gezondheidsbeleid beschrijft dat voor de totstandkoming van het plan gebruik is gemaakt van de risico-inventarisatie en het pedagogisch beleid. Jaarlijks wordt het beleid geëvalueerd. Het beleidsplan beschrijft echter niet wanneer de risico-inventarisatie is afgenomen bij de desbetreffende locatie en welke actiepunten daaruit zijn voortgekomen. Dit wordt in een apart opgevraagde bijlage beschreven. De houder dient dit te vermelden in het veiligheids- en gezondheidsbeleid van de desbetreffende locatie. Grote en risico's en kans op grensoverschrijdend gedrag Grote risico's worden kort beschreven. Echter, de risico's zijn niet locatiespecifiek. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over genomen maatregelen om de kans op verstikking in de slaapruimtes te verkleinen, maar er zijn geen slaapruimtes bij de Tuimelaar. Verder wordt gesproken over kleine voorwerpen op de locatie Polderwijk door aanwezigheid van BSO materialen. Er wordt bijvoorbeeld niet gesproken over het risico dat een kind de straat op kan lopen wanneer de deuren open staan bij het haal- en brengmoment. Plan van aanpak, vierogenprincipe Voor alle locaties is een algemeen plan van aanpak met te nemen risico's opgesteld. Er worden werkafspraken beschreven en er wordt af en toe verwezen naar het bijhorende protocol waarin verder wordt uitgelegd wat de te nemen maatregelen zijn. Echter, de verwijzingen zijn niet altijd aanwezig of niet correct. Bij het hanteren van maatregelen om kruisbesmetting te voorkomen wordt bijvoorbeeld verwezen naar de GGD richtlijnen voor gezondheid en veiligheid. Deze zijn niet bestaand. De GGD geeft geen richtlijnen wat betreft veiligheids- en hygiënemaatregelen, alleen informatie over ziektebeelden. In het vierogenbeleid wordt in algemene termen beschreven en dat er soms één beroepskracht kan worden ingezet. Omdat deze locatie een losstaand pand betreft, moet er gedurende de opvang hier altijd een beroepskracht en tenminste één andere volwassene worden ingezet. Er zijn namelijk geen andere volwassenen aanwezig in het pand die onverwachts toezicht kunnen houden. Dit worden onvoldoende toegelicht. EHBO De beroepskrachten zijn in het bezit van een EHBO-certificaat. Conclusie Het veiligheids- en gezondheidsbeleid voldoet niet aan alle eisen.

10 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Uit bovenstaande constatering(en) / bevindingen blijkt dat aan de volgende voorwaarde niet is voldaan:

De houder of voorgenomen houder stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit bij de aanvraag tot exploitatie. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

Gebruikte bronnen:  Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (mevr. Vinders op 10-07-2018 en 19-072018)  Beleid veiligheid- en gezondheid (beleidsplan veiligheid en gezondheid 2018, gestuurd in februari 2018)

11 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Overzicht getoetste inspectie-items Pedagogisch klimaat Pedagogisch beleid Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop de ontwikkeling van het kind wordt gevolgd en gestimuleerd en daarbij naar een doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs en de buitenschoolse opvang wordt gestreefd, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op de wijze waarop: - met toestemming van de ouders kennis over de ontwikkeling van het kind wordt overgedragen aan de school bij de overgang van het kind naar het basisonderwijs en aan de buitenschoolse opvang bij de overgang van het kind naar de buitenschoolse opvang; - bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen worden gesignaleerd en ouders worden doorverwezen naar passende instanties voor verdere ondersteuning. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de werkwijze, maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder d Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de aard en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de stamgroep of de stamgroepruimte kunnen verlaten. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de taken die beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers in de dagopvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 onder d Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld. (art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan aspecten van verantwoorde dagopvang, bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteit kinderopvang. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder a Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop de mentor de verkregen informatie over de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders bespreekt en de wijze waarop aan de ouders en het kind bekend wordt gemaakt welke beroepskracht de mentor is van het kind. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder c Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe stamgroep waarin zij zullen worden opgevangen. (art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 2 onder e Besluit kwaliteit kinderopvang)

12 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Pedagogische praktijk In het kader van het bieden van verantwoorde dagopvang, draagt de houder er in ieder geval zorg voor dat, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden: a. op een sensitieve en responsieve manier met kinderen wordt omgegaan, respect voor de autonomie van kinderen wordt getoond en grenzen worden gesteld aan en structuur wordt geboden voor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen; b. kinderen spelenderwijs worden uitgedaagd in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving; c. kinderen worden begeleid in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met anderen op te bouwen en te onderhouden; d. kinderen worden gestimuleerd om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij. (art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Personeel en groepen Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn: a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum; b. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; c. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen; d. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen; e. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres. Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met e ingeschreven in het personenregister kinderopvang. (art 1.50 lid 3 Wet kinderopvang)

De houder van een kindercentrum draagt zorg voor koppeling op basis van het burgerservicenummer, met de in artikel 1.50 derde lid van de Wet genoemde personen inclusief hemzelf. (art 1.48d lid 2 en 3 Wet kinderopvang)

Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de Wet in het personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder kan de persoon zijn werkzaamheden aanvangen. (art 1.50 lid 4 Wet kinderopvang)

Opleidingseisen en eisen aan de inzet van leerlingen Beroepskrachten beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding. De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen cao Kinderopvang en cao Sociaal Werk, Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding. (art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 6 lid 1 en 2 Besluit kwaliteit kinderopvang; art 7 lid 1 Regeling Wet kinderopvang)

13 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Aantal beroepskrachten De verhouding tussen het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een stamgroep (beroepskracht-kindratio) wordt bepaald op grond van tabel 1 in bijlage 1a, onderdeel a bij het besluit en de daarbij behorende rekenregels. Gebruik kan worden gemaakt van de rekentool op de website www.1ratio.nl Indien bij dagopvang per dag ten minste tien aaneengesloten uren opvang wordt geboden, kunnen in afwijking van het vereist aantal minimaal in te zetten beroepskrachten, voor ten hoogste drie uren per dag minder beroepskrachten worden ingezet. Dit met inachtneming van de in het pedagogisch beleidsplan vastgestelde tijden waarop minder beroepskrachten kunnen worden ingezet dan minimaal vereist op grond van de beroepskracht-kindratio alsmede de tijden waarop in ieder geval niet daarvan wordt afgeweken. Gedurende de uren dat minder beroepskrachten worden ingezet wordt ten minste de helft van het aantal vereiste beroepskrachten ingezet. De afwijkende inzet kan op de dagen van de week verschillen, zij het dat de afwijkende inzet niet per week verschilt. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 3 onder a en 7 lid 1, 2 en 4 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Indien kinderen bij een activiteit zoals beschreven in het pedagogisch beleidsplan de stamgroep verlaten, leidt dit niet tot een verlaging van het totaalaantal minimaal op of, indien de activiteit buiten het kindercentrum plaatsvindt, vanuit het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, ten opzichte van de situatie direct voorafgaand aan de activiteit. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 7 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Indien gelet op de vereiste beroepskracht-kindratio op grond van artikel 7, lid 2, in het kindercentrum één beroepskracht aanwezig is, is tevens een volwassene beschikbaar die telefonisch bereikbaar is en die binnen vijftien minuten in het kindercentrum aanwezig kan zijn in geval van een calamiteit. De houder informeert de bij het kindercentrum werkzame personen over de naam en het telefoonnummer van deze persoon. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 7 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Indien op grond van het afwijken van de beroepskracht-kindratio slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning van deze beroepskracht ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 7 lid 6 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Stabiliteit van de opvang voor kinderen Bij dagopvang vindt de opvang plaats in stamgroepen. Een kind wordt opgevangen in één stamgroep. De maximale groepsgrootte wordt bepaald op grond van tabel 1 in bijlage 1a, onderdeel a van het Besluit kwaliteit kinderopvang. Het vereiste van opvang in één stamgroep geldt niet: - indien kinderen bij activiteiten als beschreven in het pedagogisch beleidsplan de stamgroep verlaten; - voor een kind dat blijkens de overeenkomst tussen de houder en de ouders van het kind, gebruik maakt van dagopvang op dagen die per week verschillen; - indien met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders het kind gedurende een tussen houder en ouders overeengekomen periode worden opgevangen in één andere stamgroep dan de vaste stamgroep. De eis ten aanzien van de maximale groepsgrootte geldt niet indien kinderen bij activiteiten als beschreven in het pedagogisch beleidsplan de groep verlaten. (art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 9 lid 1, 2, 7, 8 en 9 Besluit kwaliteit kinderopvang)

De houder deelt de ouders en het kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht dan wel beroepskrachten op welke dag aan de desbetreffende stamgroep zijn toegewezen. (art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 9 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang)

14 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Aan een kind van één jaar of ouder worden ten hoogste drie vaste beroepskrachten toegewezen, waarvan per dag ten minste één beroepskracht werkzaam is in de stamgroep van dat kind. Indien er vanwege de grootte van de stamgroep met drie of meer beroepskrachten tegelijkertijd gewerkt wordt dan worden er ten hoogste vier vaste beroepskrachten toegewezen aan een kind van één jaar of ouder. (art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 9 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor is een beroepskracht van het kind en bespreekt de ontwikkeling van het kind periodiek met de ouders. Tevens is de mentor voor de ouders aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. (art 1.50 lid 1 en 2; art 9 lid 11 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Veiligheid en gezondheid Veiligheids- en gezondheidsbeleid De houder of voorgenomen houder stelt het veiligheids- en gezondheidsbeleid schriftelijk vast en verstrekt dit bij de aanvraag tot exploitatie. De houder evalueert, en indien nodig actualiseert, het veiligheids- en gezondheidsbeleid binnen drie maanden na opening van het kindercentrum. Daarna houdt de houder het veiligheids- en gezondheidsbeleid actueel. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich brengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen; - de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen; - het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)

De houder heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt gehandeld. (art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

De houder draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen conform de in de Regeling Wet kinderopvang aan deze kwalificatie gestelde nadere regels.

(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang; art 8 Regeling Wet kinderopvang)

15 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Gegevens voorziening Opvanggegevens Naam voorziening Aantal kindplaatsen Gesubsidieerde voorschoolse educatie

: De Warrelwind : 16 : Nee

Gegevens houder Naam houder Adres houder Postcode en plaats Website KvK nummer Aansluiting geschillencommissie

: : : : : :

Stichting Kindercentra Zeewolde Hermelijnhof 27 3892VE Zeewolde www.kindercentrazeewolde.nl 41023454 Ja

Gegevens toezichthouder (GGD) Naam GGD Adres Postcode en plaats Telefoonnummer Onderzoek uitgevoerd door

: : : : :

GGD Flevoland Postbus 1120 8200BC LELYSTAD 088-0029910 E. Laan

Gegevens opdrachtgever (gemeente) Naam gemeente Adres Postcode en plaats

: Zeewolde : Postbus 1 : 3890AA ZEEWOLDE

Gegevens toezicht

Planning Datum inspectie Opstellen concept inspectierapport Vaststelling inspectierapport Verzenden inspectierapport naar houder Verzenden inspectierapport naar gemeente Openbaar maken inspectierapport

: : : : :

09-07-2018 28-08-2018 27-09-2018 27-09-2018 27-09-2018

:

16 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Bijlage: Zienswijze houder kindercentrum De zienswijze betreft een reactie van de houder op de inhoud van het inspectierapport. De houder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een zienswijze in te dienen.

17 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 09-07-2018 De Warrelwind te Zeewolde

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.