integri teits beleid tool voor het jeugdwerk


1 integri teits beleid tool voor het jeugdwerk2 inhoud Tool integriteit Wat als... Hoe dan? Het stappenplan STAP 1 - Ring the alarm STAP 2 - Integri w...
Author:  Anja van den Berg

0 downloads 32 Views 841KB Size

Recommend Documents


No documents


i r g e int s t i e t eid bel

tool voor het jeugdwerk

inhoud Tool integriteit Wat als ... Hoe dan? Het stappenplan STAP 1 - Ring the alarm STAP 2 - Integri…watte? STAP 3 - De beleidspiramide STAP 4 – Implementatie en communicatie STAP 5 - Evalueren en bijsturen Invuldocument: integriteitsbeleid Visie integriteit Kwaliteitsbeleid Preventiebeleid Reactiebeleid Implementatie en communicatie Evaluatie en bijsturing De wegwijzer Waarom en wanneer Schematisch overzicht Bijlagen Bijlage 1 : Theoretisch kader ‘integriteit’ Bijlage 2: Beleidspiramide Bijlage 3: Doelstellingenkaartjes pesten Bijlage 4: Doelstellingenkaartjes SGG Bijlage 5: Blanco doelstellingenkaartjes Bijlage 6: Het reactiebeleid

3 3 3 4 5 6 8 11 13 14 14 15 16 17 18 18 19 19 20 21 21 25 26 29 32 33

Kijk op pimento.be voor eventuele aanpassingen of toevoegingen.

colofon ‘Integriteitsbeleid, tool voor het jeugdwerk’ is een uitgave van Pimento vzw Redactie Annelies Follaets, Vincent Engelbos Taalcorrectie Bart Boone Lay-out Annelies Follaets Wettelijk Depot D/2018/13.233/12 ISBN 9789491850332 Verantwoordelijke uitgever Peter Verduyckt, Kipdorp 30, 2000 Antwerpen, 03 336 99 99, [email protected] Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden (d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook), zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

2

tool

t i e t i integr

wat als ... … een jongere in een agressieve bui een begeleider een blauw oog slaat?

… een hoofdmonitor na een cursus contact zoekt met meerdere minderjarige meisjes en hen op Facebook toevoegt?

… je telefoon krijgt van een begeleider die een groep heeft waar iemand hard gepest wordt?

… een begeleider een bewerkte foto van een jongere post in een WhatsApp-groep voor de begeleiders?

Dat zijn allemaal situaties waar je waarschijnlijk niet zomaar een pasklaar antwoord op hebt. Het gaat hier over integriteitsschendingen. In het jeugdwerk komen we geregeld met dat thema in aanraking maar we weten niet altijd hoe we daarop moeten reageren. Met deze tool proberen we jou op weg te helpen bij het opmaken van een integriteitsbeleid. Dat beleid geeft een houvast om als organisatie integriteitsschendingen te voorkomen en ermee om te gaan. En ook handig: als de overheid ernaar vraagt, heb je alvast je huiswerk gemaakt!

hoe dan? Eenvoudig! Je volgt gewoon het stappenplan verderop in deze tool: Stap 1 – Ring the alarm Stap 2 – Integri…watte? Stap 3 – De preventiepiramide Stap 4 – Implementatie en communicatie Stap 5 – Evalueren en bijsturen Aan de hand van de opdrachten verzamel je input voor jullie integriteitsbeleid. Als je na de opdracht het invuldocument aanvult, bespaart dat je nadien heel wat werk. Dit icoontje is alvast een reminder. Nadat je alle stappen doorlopen hebt, heb je een integriteitsbeleid op maat van jouw organisatie. In deze tool maken we gebruik van de beleidspiramide. Die piramide staat voor een integrale aanpak met aandacht voor kwaliteit, preventie en curatie. Is het voor jullie nog niet helemaal duidelijk wat integriteit precies is of heb je nood aan wat meer achtergrondinfo over integriteit? Dan verwijzen we je graag door naar bijlage 1, waar je theoretische kaders vindt.

3

het

n a l p n stappe arm l a e h t ring n wie 1 p de hoogte e a p o je st g n re Wie b teitsbeleid? het betrek je bij

stap 2 -

integri

e? t t a w . . . riteit? integri Wat is integ

ide m a r i p s d belei uleren e d n acties form teit. e 3 n e g in p ll a te st Doels rond integri

ie t a c i n u m n com id e e i t griteitsbele a te in t t e n h e je k m maa lak? le

imp stap 4 -

Hoe voor draagv je rg o z n e d beken

sturen j i b n e g. ren e u l ontwikkelin a in v d ij e lt a is Integriteit stap 5 Graag wat meer ondersteuning in het opstellen van dit beleid? Dan helpt Pimento je graag met een aanpak op maat. Meer info vind je op pimento.be.

4

penplan het stap stap 1

alarm e h t g n ri stap 1 Als je van het integriteitsbeleid een succes wilt maken, moet je voor gedragenheid zorgen. Dat begint bij deze eerste stap, namelijk de nodige mensen ervan op de hoogte brengen dat jullie starten met het ontwikkelen van een integriteitsbeleid. Denk daarbij aan:

raad van bestuur

medewerkers/collega’s

vrijwilligers



kinderen, jongeren en hun ouders



eventueel de lokale werking

Daarnaast is het een goed idee om een werkgroep Integriteit op te starten. Aan de hand van de onderstaande opdracht kom je te weten wie daar het beste deel van uitmaakt. Sta ook stil bij wie je om input zal vragen en waarom. Hoe meer mensen je betrekt bij de ontwikkeling van het beleid, hoe meer draagvlak je creëert. Dat wil niet zeggen dat iedereen deel moet uitmaken van de werkgroep. Het kan wel betekenen dat jullie input vragen over bv. integriteitsschendingen die iemand al eens tegenkwam en op welke manier hij/zij/die de situatie aanpakte. Die input kan je bijvoorbeeld meenemen in het opstellen van een reactiebeleid.

opdracht: wie is het? Verdeel een poster, flap of groot papier in drie kolommen. De eerste kolom staat voor uitwerken, de tweede voor uitvoeren en de derde voor input. In de kolom ‘uitwerken’ noteer je alle namen of rollen van de mensen die hun schouders onder het ‘denkwerk’ voor het integriteitsbeleid zetten. In de kolom ‘uitvoeren’ komen alle namen of rollen van degenen die mee voor de uitvoering van het beleid zullen zorgen. Tot slot noteer je alle mensen aan wie input gevraagd wordt in de derde kolom. Enkele richtvragen die jullie daarbij kunnen helpen:

Wie is de meest geschikte persoon om de werkgroep te trekken?



Zijn er mensen met een thematische expertise die een bijdrage kunnen leveren?



Wie wordt de aanspreekpersoon Integriteit (API)?



Wie wil je zeker bevragen?

Je hoeft voor deze opdracht misschien niet van nul te beginnen. Zo hebben jullie misschien intern al een pestbeleid, deden jullie al iets rond welzijn of werkten jullie al iets uit over seksueel grensoverschrijdend of agressief gedrag? Die input kan je meenemen wanneer je een integriteitsbeleid opstelt.

5

penplan het stap stap 2

stap 2 -

Oké, de werkgroep heeft nu enkele gezichten. Tijd om het begrip ‘integriteit’ te kaderen. Wat is integriteit en hoe bepaal je of iets integer is of niet? En wie bepaalt dat? Voor deze opdracht kan je als leidraad voor integriteitsschendingen bijlage 1 gebruiken (puntje 5: Integriteitsschendingen). Daar beschrijven we het Sensoa Vlaggensysteem¹ (voor seksueel getinte situaties) en geven we achtergrondinformatie over pesten en agressie. Die kunnen je helpen bij het inschatten of er sprake is van een integriteitsschending of niet.

opdracht 1: integer of niet? In deze opdracht sta je stil bij enkele integriteitsschendingen. Ga ervan uit dat de situaties zich binnen jouw organisatie afspelen (misschien zal je ze dus een beetje moeten aanpassen). Bespreek ze en formuleer een antwoord op de volgende vragen:

Is dat integer volgens jullie of niet? Waarom wel of niet?



Van wie komt de integriteit in het gedrang?



Welke voorwaarden zijn nodig om in deze situatie tot integer gedrag te komen? Welke waarden van de organisatie komen in het gedrang? Of binnen welke waarden zou je dat kunnen kaderen?



Welke mogelijke gevolgen kan deze situatie hebben?



Hoe zou je kunnen voorkomen dat deze situatie zich voordoet?

de situaties Twee vrijwilligers roddelen tijdens hun middagpauze over een jongere. Een van jullie vrijwilligers/medewerkers draagt een T-shirt van een band die gelinkt is aan een extremistische organisatie/vereniging. Een jongere wordt dronken op een door jullie georganiseerd feestje en wordt handtastelijk. Je krijgt een jongere aan de lijn die vertelt dat er een vermoeden is van misbruik in haar groep. Iemand reageert fysiek agressief wanneer hij (negatieve) feedback krijgt. Een leidster doucht samen met een lid op kamp. Tijdens het kamp neemt de begeleider een van de deelnemers mee naar zijn kamer om extra uitleg te geven bij een spel. 1 Met het Sensoa Vlaggensysteem leer je seksueel getinte situaties in te schatten en er gepast op te reageren. Aan de hand van zes criteria kan je seksueel getinte situaties indelen in vier categorieën, aangeduid met verschillende kleuren van vlaggen. Meer info: seksuelevorming.be/sensoa-vlaggensysteem.

6

e?

watt . . . i r g e int

penplan het stap stap 2

opdracht 2: definitie integriteit Intussen link je vermoedelijk al heel wat termen aan ‘integriteit’ en misschien krijg je stilaan een beeld van hoe integriteit er voor jouw organisatie kan uitzien. Tijd om dat denkwerk in tekst om te zetten: formuleer jullie definitie van integriteit. Je kan daarvoor een beroep doen op de definitie in bijlage 1, maar evengoed kan je online nog heel wat definities vinden. Opgelet: formuleer ze op maat van jouw organisatie, dat zorgt voor meer gedragenheid en een duurzaam effect.

7

penplan het stap stap 3

de

ami r i p s d i e e bel d 3 p sta

De grootste stap van allemaal. Maar ook wel een van de belangrijkste. Na deze stap is jullie integriteitsbeleid bijna rond. De piramide in deze tool bestaat uit drie lagen. De interventies of maatregelen op het onderste niveau moeten eerst goed draaien voor de interventies op bovenliggende niveaus op volle kracht kunnen werken. Hoe hoger je in de piramide gaat, hoe meer je focust op het probleem. Het kwaliteitsbeleid is een voorwaardenscheppend kader dat bepaalt hoe je als organisatie omgaat met morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit, welbevinden en aanverwante thema’s. Wat beschouwd wordt als noodzakelijke zorg voor en begeleiding van kinderen en jongeren. Het preventiebeleid vertaalt zich in algemene preventie en specifieke preventiemaatregelen. Bij preventie denken we aan risico’s op het vlak van seksualiteit, lichamelijke en psychische integriteit. Voorbeelden zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag, gendergerelateerd geweld, agressie, pesterijen, enz. Risico’s voorkomen is een van de verantwoordelijkheden van de organisatie. Het reactiebeleid is de curatieve aanpak. Daarin stippel je uit wat je organisatie moet doen als er incidenten plaatsgevonden hebben: welke procedure, manier van werken, rapportage of zorg zijn er nodig?

reactiebeleid

preventiebeleid

kwaliteitsbeleid

8

penplan het stap stap 3

opdracht: doelstellingen formuleren In deze opdracht formuleer je concrete doelstellingen binnen de lagen van de piramide. Dat is niet altijd evident. Daarom werkten we twee themaspecifieke voorbeelden uit die jullie een duwtje in de rug kunnen geven: een over het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) en een over het thema pesten. Het reactiebeleid vraagt eigenlijk om meer dan enkel doelstellingen te formuleren. De API in jouw organisatie werd tijdens de API-opleiding alvast ondergedompeld in hoe een reactiebeleid er concreet kan uitzien. In bijlage 5 vind je een voorbeeld van zo’n reactiebeleid. Wat heb je nodig voor de opdracht:

de beleidspiramide (bijlage 2)



uitgeknipte doelstellingenkaartjes (bijlagen 3 + 4)



blanco doelstellingenkaartjes (bijlage 5)



iets om te schrijven

fase

1

Het is belangrijk om thematische piramides uit te werken. Zo voorkom je dat het beleid onbestemde of losse doelstellingen bevat. Het uiteindelijke integriteitsbeleid bestaat uit meerdere thematische piramides. Leg de piramide in het midden en neem er de doelstellingenkaartjes bij. De doelstellingen die al ‘aanwezig zijn en goed bevonden worden’ leg je links van je piramide, bij de juiste laag. In het midden leg je acties ‘die aan- of afwezig zijn maar die meer aandacht moeten krijgen’. Rechts leg je de acties die ontbreken en waar jouw organisatie geen werk van maakt. Nadat alle kaartjes een plek gekregen hebben, formuleer je een antwoord op de volgende vragen:

Wat ontbreekt er nog?



Welke kansen zie je nog voor jouw organisatie?



Welke doelstellingen liggen moeilijk (en waarom)?



Welke doelstellingen zijn niet nodig om uit te werken (en waarom)?

Aan de hand van deze vragen vervolledig je de piramide. Schrijf ontbrekende acties op blanco doelstellingenkaartjes en geef ze een plek in of rond de piramide.

9

penplan het stap stap 3

fase

2

Als de piramide volgens jullie volledig is, maak je voor de acties waar jullie prioriteit aan willen geven een onderscheid in korte- en langetermijnacties. Acties op korte termijn zijn meestal binnen één jaar te realiseren. Acties die meer dan een jaar nodig hebben om gerealiseerd te worden, zijn langetermijnacties. Sta gerust ook stil bij de vraag: wat kunnen we morgen al doen? TIP - Om acties zo concreet mogelijk te formuleren, heb dan aandacht voor alle betrokkenen: kinderen en jongeren, raad van bestuur, ouders, opvoeders, scholen, lokale gemeente,enz. Kortom iedereen die voor jullie van betekenis is in dit integriteitsbeleid

fase

3

Van doelstellingen naar acties! Om een doelstelling waar te maken, moeten er concrete acties aan ­gekoppeld worden. Stel meteen ook een verantwoordelijke aan per doelstelling of actie. Enkele voorbeelden van doelstellingen en daaraan gekoppelde acties voor het kwaliteits-, preventie- en reactiebeleid rond pesten: kwaliteitsbeleid Doelstelling 1: Onze organisatie heeft een aanspreekpersoon bij wie kinderen/jongeren, ouders en begeleiders terechtkunnen met vragen over integriteitsschendingen. Actie 1: We informeren jaarlijks alle betrokkenen wie de aanspreekpersonen zijn voor het onderwerp integriteit. preventiebeleid Doelstelling 1: Onze organisatie betrekt kinderen, jongeren en hun ouders bij het uitwerken, invoeren en evalueren van het antipestbeleid. Actie 1: Bij het opstellen van een antipestbeleid binnen onze organisatie vragen we kinderen, jongeren en ouders twee keer om input. Een eerste keer in de beginfase, een tweede keer in een tussentijdse periode. reactiebeleid Doelstelling 1: Onze organisatie kiest voor een herstelgerichte aanpak en gaat op zoek naar iemand die herstelbemiddeling kan doen in geval van problemen. Actie 1: Eén keer per jaar nemen we contact op met expertorganisatie Moderator om ons te informeren over nieuwe ontwikkelingen zodat we accuraat kunnen optreden wanneer incidenten zich voordoen.

10

penplan het stap stap 4

tie

ica n u m m o c en mentatie

ple m i 4 stap

Walk your talk. Wil je dat het integriteitsbeleid een succes wordt, dan is het belangrijk dat je het ook in de praktijk brengt. Een integriteitsbeleid implementeren en zorgen voor een draagvlak is van niet te onderschatten waarde. Erover communiceren is daar een onderdeel van. Een van de belangrijkste aandachtspunten is dat alle medewerkers op de hoogte gebracht worden van het integriteitsbeleid en van het bestaan van een werkgroep Integriteit. Het draagvlak zal groter zijn als medewerkers de mogelijkheid hebben om daar ook input over te geven. Bekijk dus op tijd en stond wanneer en waarom je van bepaalde mensen input vraagt. Naast medewerkers is het belangrijk om aandacht te hebben voor vrijwilligers, ouders, de raad van bestuur en kinderen en jongeren. De volgende opdracht geeft daarover duidelijkheid. Daarnaast zijn er enkele tips en tricks die je kunnen helpen bij de implementatie en communicatie.

tips en tricks Organiseer een workshop over een integriteitsthema voor jongeren Organiseer een mini-sensibiliseringscampagne over pesten waarin je enkele tips rond pesten formuleert Geef het thema integriteit een plek in jullie nieuwsbrief, waar je alle info, actualiteit, weetjes, enz. verzamelt om betrokkenen te informeren Organiseer jaarlijks een ‘dag van de integriteit’ waarop je de kennis over het integriteitsbeleid nog eens opfrist bij medewerkers, vrijwilligers, enz.

11

penplan het stap stap 4

opdracht: communicatielijstjes Maak drie lijsten: een mensenlijst, een boodschappenlijst en tot slot een goedemanierenlijst. Als de drie lijsten volgens jullie volledig zijn, kan je ze met elkaar verbinden: wie krijgt welke boodschap en hoe gaan we dat bekendmaken? We geven alvast een voorbeeld om je op gang te helpen.

de mensenlijst Wie zijn de mensen die op de hoogte gebracht moeten worden van het integriteitsbeleid? Denk daarbij aan je doelgroep(en), lokale besturen, bovenlokale besturen, raad van bestuur, overheden, ouders, scholen, enz.

welke Mensen? RVB

vrijwilligers begeleiders de boodschappenlijst Je weet nu wie je moet informeren. Dan volgt logischerwijs de vraag: wat moeten we hen laten weten? Maak een lijst van welke boodschappen je wilt overbrengen.

welke boodschap? van het goedkeuring leid integriteitsbe

geplande vormingen over integriteit bekendmaking api

de goedemanierenlijst Die lijst bevat alle mogelijke manieren van communiceren over integriteit. De jongeren met wie je werkt, zal je waarschijnlijk op een andere manier benaderen dan de raad van bestuur. Som enkele ­mogelijkheden op. Integriteit is misschien geen sexy thema, maar de manier waarop je communiceert misschien wel?

Hoe communiceren?

telt integrihe werkgroep s ludieke ‘wanted’ affic voor lf e z id le be teits op rvb integriteitsquiz?

12

penplan het stap stap 5

n

ure t s j i b n ren e e u l a v e stap 5 Het integriteitsbeleid is voortdurend in ontwikkeling. Tijden, mensen, contexten en wetgeving veranderen, en dat vertaalt zich naar dat beleid. Heb daar oog voor en neem geregeld even de tijd om stil te staan, te evalueren en te analyseren. Het klinkt logisch om jaarlijks een evaluatiemoment in te plannen. Dat is alvast een goed voornemen. Maar maak ook tijdens de komende maanden de reflex om dat beleid erbij te nemen. Integriteits­schendingen doen zich jammer genoeg vaker voor dan we denken. Grijp daarom geregeld terug naar dat document om af te toetsen of alles wel even haalbaar en realistisch is als jullie voor ogen hadden. Bevraag daarbij ook geregeld andere betrokkenen. Als er zich een integriteitsschending voordeed, is het van groot belang om niet alleen de reactie maar ook het hele beleid (preventie en kwaliteit) nog eens onder de loep te nemen. Sta stil bij de volgende vragen. Wat liep er goed? Waar zijn er verbeterpunten? Wat liep er mis? Hoe kunnen we dat nog beter voorkomen?

opdracht: post-it baby Noteer de beleidsthema’s (SGG, pesten, enz.) op papieren/flappen/posters en neem er de doelstellingen en acties bij die je daarrond formuleerde. Voorzie post-its in vier kleuren, iedere kleur staat voor een vraag. Alle werkgroepleden (of andere belangrijke betrokkenen) krijgen een aantal post-its van iedere kleur. Overloop de doelstellingen en acties. Geef ze voor het gemak een nummer. Laat de werkgroep­ leden nu op de post-it het nummer schrijven dat verbonden is aan de doelstelling of actie waarvan zij vinden dat ze op deze vraag van toepassing is. Kleur 1: wat liep er goed? Kleur 2: wat liep er fout? Kleur 3: wat heeft er nog extra aandacht nodig? Kleef de post-it op het papier van de bijbehorende beleidsthema’s Zo krijg je een mooi overzicht op alle vlakken van wat er goed of fout liep en wat voor verbetering vatbaar is. Tot slot is er nog een vierde kleur. Daar kunnen de werkgroepleden acties of doelstellingen op formuleren die volgens hen nog ontbreken.

13

d i e l e b s t i e t i r g e t n i

Naam van je organisatie

1

visie integriteit

14

d

itsbelei

e integrit

2 kwaliteitsbeleid 2.1 doelstellingen en acties op korte termijn

2.2 doelstellingen en acties op lange termijn

15

d

itsbelei

e integrit

3 preventiebeleid 3.1 doelstellingen en acties op korte termijn

3.2 doelstellingen en acties op lange termijn

16

d

itsbelei

e integrit

4 reactiebeleid 4.1 doelstellingen en acties op korte termijn

4.2 doelstellingen en acties op lange termijn

17

d

itsbelei

e integrit

5 implementatie en communicatie

6 evaluatie en bijsturing

18

r e z j i w g e w e d Deze wegwijzer bevat basisinformatie over de externe instanties die je kan aanspreken en/of die jou kunnen ondersteunen bij het realiseren van een kwaliteits-, preventie- en reactiebeleid rond integriteit in jouw organisatie.

waarom en wanneer Het is essentieel te weten op welke externe instanties je een beroep kan doen voor vorming, antwoorden en advies en bij welke instanties je terechtkan voor een melding van een integriteitsschending. De wegwijzer kan je ondersteunen bij:

de opmaak van een integriteitsbeleid de reactie op een vermoeden, onthulling of vaststelling van een integriteitsschending

Op de volgende pagina vind je een overzicht van organisaties die je kan contacteren in het kader van onder andere integriteitsschendingen.

19

wegwijzer - schematisch overzicht Nuttige contacten

Vorming

1712

Advies/informatie bij vermoeden of incident

Hulpverlening

Rechtsbijstand

Bemiddeling

x

Alarmnummer 101

x (acuut gevaar)

Alarmnummer 112

x (medisch acuut gevaar)

De Ambrassade

x

x

Centrum voor ­Algemeen Welzijnswerk (CAW)

x

x

x

DSI

x

Parket Pimento

Melding

x x

x

Politie

x

Icoba

informatie

Justitiehuis

x

x

Advocaat/­ jeugdadvocaat

x

Moderator (slachtofferdaderbemiddeling

x

Bemiddeling in Strafzaken

x

Zorgcentrum na Seksueel Geweld

x

Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK)

x

x

Child Focus

x

x

x (minderjarigen)

Stop it Now!

x (voor mensen met pedofiele gevoelens)

x Tumult

x

x

TEJO

x

Universitair Forensisch Centrum

x

I.T.E.R.

x

x (voor plegers)

20

x

x

r h kade’ c s i t e r o the teit ‘integri

1 e g a bijl

Over de veelgebruikte term integriteit bestaan veel meningen die inhoudelijk verschillen. De een denkt bij integriteit aan eerlijk en transparant handelen, de andere denkt aan respect voor de grenzen van de andere persoon. Dit hoofdstuk gaat in op wat we in deze tool verstaan onder integriteit.

1

recht op bescherming van de integriteit

Integriteit is een thema dat beleidsdomeinoverschrijdend aangepakt wordt via het ‘Vlaams actieplan ter bevordering en bescherming van de fysieke, psychische en seksuele integriteit van de minderjarige in de jeugdhulp en de kinderopvang, het onderwijs, de jeugd- en de sportsector’. Het recht op integriteit werd in 2000 opgenomen in de Belgische grondwet (art. 22bis): “Elk kind heeft recht op eerbiediging van zijn morele, lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit.” Het begrip ‘integriteit’ werd echter niet verder verduidelijkt in de parlementaire werken (De Craim, 2011). Onder bescherming van de integriteit wordt verstaan “de onaantastbaarheid van het lichaam van elk individu. De kern is dat een individu zelf mag en kan bepalen welke ingrepen het van buitenaf duldt en dat het niet gedwongen mag worden iets anders te doen dan wat het zelf beoogt”, en nog “Integriteit gaat om het leren grenzen stellen én om het leren omgaan met grenzen, bepaald door anderen (groepsgenoten, leiding, enz.) en door maatschappelijke waarden en normen” (Van Obbergen, 2012).

2

integriteit komt van integer

Met integer handelen bedoelen we hier dat medewerkers, vrijwilligers, kinderen en jongeren zich ­gedragen volgens de regels, normen en waarden van de organisatie. Als er geen regels zijn of als ze onduidelijk zijn, dan wordt er geoordeeld op basis van algemeen aanvaardbare ethische en sociale normen en waarden.

3

integriteit is afhankelijk van de tijdsgeest en de context

Wat wel en niet als integer wordt beschouwd, is sterk afhankelijk van de tijdsgeest. Vroeger werden er geen vragen gesteld bij de naam van spelletjes zoals verkrachtertje, vandaag worden daar wel vragen over gesteld. Daarnaast is de context waarbinnen integriteitsschendingen zich afspelen zeer belangrijk. Een jongere die naakt rondloopt op zijn kamer is iets anders dan een jongere die naakt rondloopt op kamp in een tent vol met jonge kinderen.

21

1 bijlageer kad tisch i it theorei r nteg te

4

integriteit is niet nieuw voor het jeugdwerk

Het thema integriteit is voor het jeugdwerk niet nieuw. In de voorbije vijftien jaar werden heel wat tools en procedures ontwikkeld voor jongeren, professionals en lokale groepen. De vertaling van het Sensoa Vlaggensysteem², “(N)iets Mis Mee?!”, of het permanentiesysteem van de acht grote jeugdbewegingen zijn daarvan praktische voorbeelden. Meer praktische voorbeelden vind je via grenslijn.be. Waarom werken rond integriteit in het jeugdwerk? Omdat het moet. Zo bestaan er nieuwe indicatoren van de overheid en wetgeving die ons er als jeugdwerk toe verplichten om te werken rond integriteit. Maar vooral omdat we het belangrijk vinden dat het jeugdwerk een plaats is waar kinderen en jongeren kunnen experimenteren in een veilige context. Een plaats waar jongeren grenzen leren stellen en leren omgaan met de grenzen van anderen.

5 integriteitsschendingen Hieronder beschrijven we drie veelvoorkomende vormen van integriteitsschendingen: pesten, seksueel grensoverschrijdend gedrag en agressie.

5.1 pesten Pesten herken je aan vijf kenmerken:

1 Pestgedrag is systematisch, zich herhalend negatief gedrag.



2 In tegenstelling tot plagen heeft pesten de expliciete bedoeling om te kwetsen.



3 Het slachtoffer ondervindt schade door het pestgedrag. 4 Bij pesten is er sprake van een ongelijke machtsbalans. Pesters kiezen een slachtoffer uit dat in hun ogen ‘zwakker’ is.

5 Pesten heeft een sociale functie. Het is een manier voor de pesters om aanzien en status te verwerven binnen een groep.

Pesten is nog altijd een veelvoorkomend probleem. In elke groep van kinderen en jongeren, of het nu in de klas of de jeugdvereniging is, moeten we er samen alles aan doen om het probleem aan te pakken. Zowel preventief als curatief heb je als begeleider een belangrijke rol in het creëren van een pestvrije omgeving. Verdiep je in de problematiek van pesten en versterk jezelf als begeleider. Plagen is van korte duur en speelt zich af tussen gelijken. Omdat er geen machtsverschil is, kan de ander makkelijk terugplagen. Dat wil niet zeggen dat plagen niet kwetsend kan zijn. De term ‘plagen’ wordt ook weleens gebruikt om pesten goed te praten of te minimaliseren. Omgekeerd wordt de term pesten soms te snel gebruikt als het over plagen, ruzie of ander storend gedrag gaat. Bij ruzie is er niet noodzakelijk een ongelijke machtsverhouding, zodat de kinderen en jongeren het meestal zelf kunnen oplossen. Hoeveel broers en zussen of goede vriendjes maken niet regelmatig ruzie?

² seksuelevorming.be/sensoa-vlaggensysteem

22

1 bijlageer kad tisch i it theorei r nteg te

5.2 seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) Om in te schatten of een situatie al dan niet seksueel grensoverschrijdend is, maken we in het jeugdwerk gebruik van de methodiek ‘(N)iets mis mee?!’. Die is gebaseerd op het Sensoa Vlaggensysteem³ en helpt begeleiders, medewerkers, bestuursleden, maar ook ouders, kinderen en jongeren zelf beter in te schatten wanneer seksueel gedrag grensoverschrijdend is of niet. Het systeem bestaat uit vier vlaggen (groen, geel, rood en zwart) en zes criteria om seksueel gedrag te beoordelen. Het schetst ook een pedagogische reactie per vlag, waar de begeleider zich op kan baseren voor zijn/haar/diens reactie of aanpak. Elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, waarbij aan een of meerdere van de volgende zes criteria niet wordt voldaan, is dan ook seksueel grensoverschrijdend gedrag: (1) wederzijdse toestemming, (2) vrijwilligheid, (3) gelijkwaardigheid, (4) leeftijds- of ontwikkelingsadequaat, (5) contextadequaat en (6) zelfrespect. De methodiek geeft geen antwoord op alle voorkomende situaties, maar probeert via het overlopen van de criteria tot een goed overwogen reactie te komen. Dat geeft tegenwicht tegen emotioneel of ­paniekerig reageren, of onverschilligheid.

5.3 agressie3 Via de website van ICOBA leren we dat “Agressief gedrag inhoudt dat je grenzen, regels of waarden overschrijdt, of daarmee dreigt. Daarmee berokken je anderen of jezelf materiële, lichamelijke of psychische schade. En daarbij ben je je niet per se bewust van de gevolgen en de effecten van je gedrag” (ICOBA, 2013).

soorten agressie We onderscheiden verschillende soorten agressie naargelang de uitingsvorm, de gerichtheid en de motieven of ontstaansredenen. de uitingsvorm

materiële agressie: gooien met voorwerpen, met deuren slaan, spullen van tafel vegen



fysieke agressie: schoppen, slaan, duwen, bijten, krabben



verbale agressie: schelden, schreeuwen, spotten, uitdagen



non-verbale agressie: dreigende gebaren, spugen



psychische agressie: bedreigen, chanteren, onder druk zetten



seksuele agressie: verbale of fysieke ongewenste intimiteiten

³ icoba.be/Agressie%20buitengewoon

23

1 bijlageer kad tisch i it theorei r nteg te

de gerichtheid

gericht op mensen of dieren



gericht op materiële omgeving



gericht op zichzelf

de motieven of ontstaansredenen Frustratieagressie ontstaat vanuit gevoelens van onmacht. Een gevoel van geen controle te hebben over een situatie. Dat zie je bijvoorbeeld bij kinderen en jongeren waarover beslissingen worden genomen waarbij zij het gevoel hebben niet gehoord te worden. Instrumentele agressie is berekend: ze staat ten dienste van een welbepaald doel en staat zo dichter bij de definitie van geweld. Bijvoorbeeld een handtas stelen om aan geld te geraken. Agressie ten gevolge van middelengebruik (alcohol, drugs, medicatie) of van een psychisch of organisch ziektebeeld. In de symptomatologie van sommige aandoeningen is agressief gedrag een belangrijk element, bijvoorbeeld bij sommige vormen van psychose of persoonlijkheidsstoornissen. Agressie heeft naast die eerder ‘evidente’ motieven vaak ook een onduidelijker, minder aanwijsbaar motief. De pleger van agressie wil er vaak iets mee uitdrukken, iets duidelijk maken aan zijn/haar/diens omgeving. Al te vaak en te gemakkelijk wordt agressie gezien als een uiting van een negatieve intentie.

24

2 e g a bijl

iramide

beleidsp

reactiebeleid

preventiebeleid

kwaliteitsbeleid

aartjes k n e g n i l pesten doelstel

3 e g a bijl Kwaliteitsbeleid

Aanspreekpersoon

Sfeer en verbinding

Een kwaliteitsbeleid schept randvoorwaarden op het gebied van zorg, educatie, accommodatie en communicatie voor integriteit binnen een organisatiecontext. Het kwaliteitsbeleid is voorwaardenscheppend voor de andere niveaus.

Onze organisatie heeft een aanspreekpersoon bij wie kinderen/ jongeren, ouders en begeleiders terechtkunnen met vragen over integriteitsschendingen.

Als organisatie werken we aan een positieve basissfeer met respect voor pluralisme en verscheidenheid.

Werkgroep integriteit

Visie op

Bijscholingen

Onze organisatie heeft een werk- Onze organisatie heeft een duigroep Integriteit om een beleid delijke visie over pesten en weluit te werken, afspraken op te bevinden. volgen en te evalueren. Ouders en kinderen/jongeren sluiten indien mogelijk aan. Participatie

Privacy

Onze organisatie moedigt (externe) vormingen, nascholingen en trajectbegeleiding aan over de thema’s binnen integriteit.

Deontologische code

We maken in onze organisatie Er is aandacht voor privacy bij werk van volwaardige inspraak situaties van lichamelijke en seksuele integriteit zoals bij omkleen participatie. den, douchen, slapen, seksueel gedrag en praten over seks/delen van informatie over kinderen/ jongeren. Zinvolle activiteiten

Dienstverlening

We maken in onze organisatie werk van een aantrekkelijk activiteitenaanbod, aangepast aan de groepen.

Onze organisatie maakt werk van een goede dienstverlening en een cultuur van verbinding tussen de verschillende niveaus van de organisatie.

26

Onze organisatie werkt met een deontologische code. Zo bieden we een houvast aan de medewerkers en vrijwilligers om integer te kunnen werken.

3 bijlagees tj genkaars n i l l e t s pe ten doel

Preventiebeleid

Vorming pestpreventie

Jongeren voor jongeren

Een preventiebeleid bouwt ver- Onze organisatie organiseert der op een kwaliteitsbeleid, (externe) vormingen voor kindemaar gaat dieper in op het her- ren/jongeren over (cyber)pesten. kennen van risicovolle situaties en investeert in acties die deze risico’s kunnen verminderen of wegwerken.

Onze begeleiders werken aan het versterken van de positieve omgang tussen de kinderen/jongeren onderling, zowel offline als online. De kinderen/jongeren ondersteunen elkaar en geven tips.

Briefing over de pestvisie

Weerbaarheid en grenzen

Aanspreekpunten

Nieuwe collega’s worden goed geïnformeerd over de visie van de organisatie. Ze worden ook gebrieft over de preventie en aanpak van (cyber)pesten.

Onze organisatie zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich (online en offline) weerbaar kunnen opstellen tegen grensoverschrijdend gedrag, dat ze hun grenzen kunnen aangeven en die van anderen kunnen respecteren.

Kinderen, jongeren, begeleiders en ouders weten bij wie ze terechtkunnen met vragen over (cyber)pesten.

Werkgroep integriteit

Begeleidershouding

Participatie

Onze organisatie heeft een werkgroep Integriteit die begeleiders bijstaat bij thema’s zoals pesten.

Onze organisatie werkt aan een vormingsbeleid dat er onder andere op gericht is begeleiders te versterken op het vlak van groepsdynamica, weerbaarheid, talentgericht werken en communicatievaardigheden.

Onze organisatie betrekt kinderen, jongeren en hun ouders bij het uitwerken, invoeren en evalueren van het antipestbeleid.

27

3 bijlagees tj genkaars n i l l e t s pe ten doel

Reactiebeleid

Evaluatie van proces

Hulp en nazorg

Een reactiebeleid bouwt verder op het preventiebeleid. Het bepaalt hoe met een incident kan worden omgegaan en welke nazorg er voorzien moet worden.

Onze organisatie evalueert hoe problemen m.b.t. pesten aangepakt zijn. Betrek waar mogelijk kinderen/jongeren en indien nodig ouders of externe partners bij het aanpakken en oplossen van problemen.

Onze organisatie doet er alles aan zodat kinderen/jongeren na een incident systematisch hulp aangeboden krijgen. Er is tevens oog voor nazorg voor alle betrokkenen.

Stappenplan

Media, ouders, externen

Onze organisatie heeft een stappenplan dat elk teamlid kan volgen bij een vermoeden, incident of klacht. Een eerste stap kan zijn om de aanspreekpersoon te contacteren en de ernst van de situatie samen in te schatten.

Onze organisatie maakt afspraken over wie (wanneer) de kinderen/jongeren, ouders of externen (media, politie, andere organisaties) te woord staat. Dat kan de aanspreekpersoon, de directie of iemand anders zijn.

Communicatie met kinderen/ jongeren

Interne communicatie

Herstelbemiddeling

Onze organisatie maakt duidelijke afspraken over hoe de interne en externe communicatie het beste verloopt zodat iedereen op dezelfde manier reageert op een incident. Niet iedereen hoeft alle info te weten.

Onze organisatie kiest voor een herstelgerichte aanpak en gaat op zoek naar iemand die herstelbemiddeling kan doen in geval van problemen.

28

Onze organisatie heeft richtlijnen over wat wanneer naar welke kinderen/jongeren gecommuniceerd moet worden. Dat kan zowel de aanspreekpersoon, de directie of iemand anders doen. Aanspreekpersoon houdt dossier bij Onze organisatie registreert alle problemen en meldingen over relaties en seksualiteit en houdt bij hoe daarmee is omgegaan. Dat kan helpen bij toekomstige incidenten.

artjes sgg

ingenka oelstell

d

4 e g a bijl Kwaliteitsbeleid

Aanspreekpersoon

Een kwaliteitsbeleid schept randvoorwaarden op het gebied van zorg, educatie, accommodatie en communicatie voor integriteit binnen een organisatiecontext. Het kwaliteitsbeleid is voorwaardenscheppend voor de andere niveaus.

Onze organisatie heeft een aanspreekpersoon bij wie kinderen/ jongeren, ouders en begeleiders terechtkunnen met vragen over relaties en seksualiteit.

Werkgroep seksualiteit

Visie op seksualiteit en relaties Bijscholingen

Onze organisatie heeft een werkgroep Seksualiteit om een beleid uit te werken, afspraken op te volgen en te evalueren. Ouders en kinderen/jongeren sluiten indien mogelijk aan.

Onze organisatie heeft een duidelijke visie over relaties en seksualiteit. De kinderen/jongeren, hun begeleiders en ouders zijn daarvan op de hoogte.

Ouders, kinderen en jongeren Privacy betrekken Er is aandacht voor privacy bij Onze organisatie gaat met kinde- situaties van lichamelijke en ren/jongeren en ouders in dialoog seksuele integriteit zoals bij en betrekt hen bij het uitwerken, omkleden, douchen, slapen, invoeren en evalueren van een seksueel gedrag en praten over beleid op het gebied van relaties seks/delen van informatie over kinderen/jongeren. en seksualiteit.

29

Relationele en seksuele vorming Onze organisatie beschikt over een leerlijn over relationele en seksuele vorming, zodat het thema op meerdere momenten terugkomt en uitgediept kan worden.

Onze organisatie moedigt (externe) vormingen, nascholingen en trajectbegeleiding aan over relaties en seksualiteit. Zo zijn er genoeg competenties om deskundig, correct en ondersteunend met relaties en seksualiteit bij kinderen en jongeren om te gaan. Reglement Er zijn duidelijke richtlijnen in het reglement over contexten waar seksueel gedrag toegelaten is en waar niet.

4 bijlagees j genkaartsgg n i l l e t s doel

Preventiebeleid Een preventiebeleid bouwt verder op een kwaliteitsbeleid, maar gaat dieper in op het herkennen van risicovolle situaties en investeert in acties die deze risico’s kunnen verminderen of wegwerken.

Relationele en seksuele vorming Onze organisatie organiseert (externe) vormingen voor kinderen/jongeren over relaties en seksualiteit. Naast de positieve kant van seksualiteit, komen hier ook mogelijke risico’s aan bod.

Jongeren voor jongeren Onze begeleiders zetten in op het versterken van de positieve omgang tussen de kinderen/jongeren onderling, zowel offline als online. De kinderen/jongeren ondersteunen elkaar en geven tips.

Veilig vrijen

Weerbaarheid en grenzen

Grensoverschrijdend gedrag?

Er is in de organisatie aandacht voor veilig vrijen. Er wordt info gegeven en rond vaardigheden en attitudes gewerkt in de relationele en seksuele vorming en er zijn condooms beschikbaar.

Onze organisatie zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zich (online en offline) weerbaar kunnen opstellen tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag, dat ze hun grenzen kunnen aangeven en die van anderen kunnen respecteren.

Onze begeleiders zijn zich ervan bewust dat seksueel gedrag oké kan zijn en zijn alert voor signalen wanneer het misloopt. Dat kan door bv. bijscholing.

30

4 bijlagees j genkaartsgg n i l l e t s doel

Reactiebeleid

Evaluatie van proces

Hulp en nazorg

Een reactiebeleid bouwt verder op het preventiebeleid. Het bepaalt hoe met een incident kan worden omgegaan en welke nazorg er moet voorzien worden.

Onze organisatie evalueert hoe problemen m.b.t. relaties en seksualiteit zijn aangepakt en betrekt waar mogelijk kinderen/ jongeren en indien nodig ouders of externe partners bij het aanpakken en oplossen van problemen.

Onze organisatie doet er alles aan zodat kinderen/jongeren na een incident systematisch hulp aangeboden krijgen. Er is ook oog voor nazorg voor alle betrokkenen.

Stappenplan

Media, ouders, externen

Onze organisatie heeft een stappenplan dat elk teamlid kan volgen bij een vermoeden, incident of klacht. Een eerste stap kan zijn om de aanspreekpersoon te contacteren en de ernst van de situatie samen in te schatten.

Onze organisatie maakt afspraken over wie (wanneer) de kinderen/jongeren, ouders of externen (media, politie, andere organisaties) te woord staat. Dat kan zowel de aanspreekpersoon, de directie of iemand anders zijn.

Communicatie met kinderen/ jongeren

Interne communicatie

Herstelbemiddeling

Onze organisatie maakt duidelijke afspraken over hoe de communicatie, intern en extern, het best verloopt zodat iedereen op dezelfde manier reageert op een incident. Niet iedereen hoeft alle info te weten.

Onze organisatie kiest voor een herstelgerichte aanpak en gaat op zoek naar iemand die herstelbemiddeling kan doen in geval van problemen.

31

Onze organisatie heeft richtlijnen over wat wanneer naar welke kinderen/jongeren gecommuniceerd moet worden. Dat kan de aanspreekpersoon, de directie of iemand anders doen. Aanspreekpersoon houdt dossier bij Onze organisatie registreert alle problemen en meldingen over relaties en seksualiteit en houdt bij hoe daarmee is omgegaan. Dat kan helpen bij toekomstige incidenten.

aartjes k n e g n i l blanco doelstel

5 e g a bijl

32

eleid

tieb het reac

6 e g a bijl 1

wat, waarom en communicatielijnen

Een reactiebeleid beschrijft de stappen die de aanspreekpersoon Integriteit (API) kan zetten wanneer er een melding binnenkomt over een vermoeden, onthulling of vaststelling van een integriteitsschending. Het is echter geen vaststaand scenario: je zal telkens in overleg met collega’s, verantwoordelijken en eventueel experten buiten de organisatie beslissingen moeten nemen op basis van de ernst en aard van de situatie. Het is belangrijk dat je organisatie een gelaagd beleid over integriteit heeft: een breed kwaliteitsbeleid dat de visie beschrijft, een preventiebeleid en vervolgens een reactiebeleid. Een reactie­beleid biedt een houvast aan API’s. Aan de hand van de zes fasen van het reactiebeleid kom je te weten hoe je kan handelen bij een melding van incident (een vermoeden, onthulling of vaststelling) van integriteitsschendingen.

2

fasen van het reactiebeleid fase 0

vermoeden

onthulling

fase 1

vaststelling

niet acuut

fase 2

intern overleg

fase 3

interne afhandeling

acuut

extern advies

melding bij hulpverlening

melding bij politie/justitie

fase 4

nazorg en evaluatie

fase 5

verbeteracties beleid

33

6 bijlageid e l tiebe het reac

2.1 fase 0 - vermoeden, onthulling, vaststelling Vermoeden: iemand denkt dat er sprake is van een integriteitsschending, maar heeft daar nog geen duidelijkheid over. Onthulling: iemand vertelt dat er een integriteitsschending plaatsgevonden heeft. Vaststelling: iemand was getuige van een integriteitsschending. Een beleid staat of valt met de meldingsbereidheid van medewerkers of andere betrokkenen bij situaties waar de integriteit wordt bedreigd. Niet alle incidenten worden gemeld. Van zwaardere incidenten wordt het vaakst melding gemaakt, terwijl lichte incidenten of zaken die onmiddellijk opgelost werden het minst gemeld worden. Zo verhoog je de meldingsbereidheid: Zorg dat het duidelijk is aan wie er gemeld kan en mag worden. De API zal zich moeten profileren en elke betrokkene krijgt de informatie die nodig is om te weten bij wie je terechtkan; Zorg dat het zichtbaar is wat er met de melding gebeurt, en voorzie een zorgvuldige klachtenbehandeling. Bij de melding van een incident - zowel bij een vermoeden als bij een onthulling of vaststelling - is het van belang zorgvuldig in kaart te brengen wat de inhoud van de klacht of melding is en hoe die gegevens bij de API terechtkomen. De informatie kan rechtstreeks bij de API komen van een van de kinderen of jongeren (of familie), via iemand van het lokale niveau of het bestuur. Afhankelijk van hoe die informatie gedeeld wordt, kan het nodig zijn extra informatie in te winnen om de situatie verder in kaart te brengen. Vaak is de melder niet het slachtoffer of een rechtstreeks betrokkene, maar een derde. Soms is de melder ook geen rechtstreekse getuige van een voorval, maar werd die er door een betrokkene van op de hoogte gebracht. Er kan dus heel wat ruis op de communicatie zitten. Indien de melder wel een rechtstreekse betrokkene is: Check alvast wat de betrokkenen verwachten Hou altijd rekening met de wens van het slachtoffer Leg op voorhand jouw rol als API uit en hoe je omgaat met de melding (discretieplicht), maar als het over strafbare feiten gaat, leg je uit dat je dat moet melden (meldingsplicht, anders kan er sprake zijn van schuldig verzuim)

2.2 fase 1 - in kaart brengen van situatie Bij de melding van een incident, is het van belang zorgvuldig in kaart te brengen welke informatie je hebt en welke gegevens ontbreken of geverifieerd moeten worden.

34

6 bijlageid e l tiebe het reac

gesprek met de melder Luister naar de melding, stel open en gerichte vragen Zorg waar mogelijk voor de veiligheid van de melder Toon empathie met de melder Geef uitleg over je rol als API en spreek af over de volgende stappen

objectieve gegevens verzamelen Ga niet op onderzoek uit, maar ga een aantal feitelijkheden na (inschattingsgesprek) Breng in kaart wie de betrokkenen zijn en van wie je nog informatie nodig hebt om de situatie te kunnen inschatten Maak een inschatting van hoe acuut de situatie is

communicatie en registratie Behandel de melding vertrouwelijk maar beloof geen anonimiteit (discretieplicht, geen beroepsgeheim) Rapporteer (al dan niet geanonimiseerd) de melding aan het bestuur

doorverwijzing bij acuut gevaar Wanneer de situatie een acuut gevaar betreft, verwijs je onmiddellijk door naar de hulpverlening of naar de politie (zie fase 3). Check dat vermoeden van acuut gevaar bij 1712, Child Focus, het CAW of VK.

2.3 fase 2 - inschatten van de ernst en advies In deze fase probeer je tot een inschatting te komen van de ernst van de feiten. Divers intern of extern overleg kan je daarbij helpen indien nodig. Bij een lichte integriteitsschending is dat niet altijd nodig. Bij ernstiger feiten is het goed een vorm van collegiaal overleg te plannen. Handel nooit alleen.

intern overleg De API kan een vorm van collegiaal overleg houden met een aantal collega’s die kunnen helpen bij het maken van een inschatting Organiseer dat gesprek snel en gebruik de elementen uit het inschattingsgesprek Als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag kan je gebruikmaken van het Vlaggensysteem om de ernst van de situatie te beoordelen Ook de wettelijke bepalingen en de eventuele gedragscode kunnen helpen bij het maken van een inschatting

35

6 bijlageid e l tiebe het reac

extern advies De API kan voor een extern advies terecht bij 1712, Child Focus of De Ambrassade Als het over minderjarigen gaat, kan ook het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling van jouw regio helpen Bij volwassenen kan je het Centrum Algemeen Welzijnswerk contacteren

advies formuleren Hou bij je advies rekening met de verwachtingen van de betrokkenen. Ga na wat er intern moet gebeuren (korte/lange termijn) en of het nodig is om door te verwijzen naar hulpverlening of politie/justitie. Als het over eerder lichte feiten gaat, zal een interne opvolging vaak volstaan. Bij ernstiger feiten van seksueel grensoverschrijdend gedrag kan je je voor de interne opvolging baseren op de reactiewijzer per vlag. De API kan doorverwijzen naar hulpverlening en/of politie/justitie.

communicatie Maak afspraken over een terugkoppeling naar het lokale niveau Spreek goed af over de terugkoppeling naar de betrokkene, de melder en eventueel andere betrokkenen Let erop dat de privacy van betrokkenen niet geschaad wordt (discretieplicht), wees je bewust van je rol als API met betrekking tot schuldig verzuim en meldingsplicht

registratie Registreer het advies in het rapportageformulier De vertrouwelijkheid en discretieplicht worden gerespecteerd, de documenten beveiligd

2.4 fase 3 - (meehelpen) uitvoeren van het advies Voor het uitvoeren van het advies is de regie in handen van het lokale niveau (bestuurder, leiding, monitor, volwassen begeleider, enz.), en heeft de API enkel een adviserende en ondersteunende rol. In samenspraak met het lokale niveau kan de API deeltaken opnemen.

interne opvolging Bij een lichte integriteitsschending kan de API adviseren hoe er (ped)agogisch gereageerd kan worden ten aanzien van alle betrokkenen. Een mogelijke actie is werk maken van het verduidelijken of herformuleren van afspraken, en/of coaching van de groep daarbij.

36

6 bijlageid e l tiebe het reac

Bij een meer ernstige integriteitsschending kan het van belang zijn om na te gaan hoe de veiligheid van betrokkenen verbeterd kan worden en hoe toezicht geoptimaliseerd kan worden. Zorg voor de opvang en nazorg van en voor alle betrokkenen in een incident. In sommige gevallen kan het nodig zijn aan herstel te werken. Bij ernstige integriteitsschendingen is het nodig om na te denken over de toepassing van sancties. Crisismanagement Communicatie

hulpverlening Bij een meer ernstige integriteitsschending spreken we over slachtoffers en eventueel ook plegers, en kan een doorverwijzing naar de hulpverlening of professionele bemiddeling nodig zijn Daarmee stopt de verantwoordelijkheid van het lokaal bestuur of de API niet, want ook na de doorverwijzing zullen verdere opvolging en herstel nodig zijn. Maak goede afspraken over wat hier van de API verwacht wordt

politie/justitie De API kan betrokkenen informeren over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij politie/justitie. Het gaat in dat geval over strafbare feiten Er zijn meerdere mogelijkheden om een strafrechtelijke procedure op te starten. Je kunt: je burgerlijke partij stellen bij de onderzoeksrechter, of een strafklacht neerleggen bij het parket, of aangifte doen bij de politiediensten. Na het opstarten van de procedure kan een onderzoek geopend worden: Een opsporingsonderzoek Een gerechtelijk onderzoek Daarop kan een zitting voor de bevoegde rechtbank volgen, of een seponering of buitenvervolgingstelling Een vonnis Een mogelijke beroepsprocedure

37

6 bijlageid e l tiebe het reac

2.5 fase 4 - nazorg en evaluatie In de nasleep van een incident is er vaak weinig aandacht voor de beleving en de gevolgen daarvan voor alle betrokkenen. Zo kunnen gevoelens van onveiligheid of onrecht lang blijven aanslepen en ervaren mensen nadelige gevolgen. Meestal hebben betrokkenen behoefte aan meer en betere nazorg. Daar is opnieuw de regie in handen van het lokale niveau, en kan de API een adviserende rol spelen. Bovendien is gebleken dat, hoe beter de organisatie de nazorg georganiseerd heeft, hoe minder er sprake is van herhaling van dat soort incidenten. Ook de transparantie over hoe het incident is opgevolgd, zorgt voor een gevoel van veiligheid en vertrouwen in de organisatie: Organiseer nazorggesprekken met betrokkenen. Meestal is het goed om kort na de incidenten mensen de kans en de ruimte te geven om ervaringen te bespreken. Herhaal die nazorggesprekken op korte termijn. Daarvoor kan je ook terecht bij de diensten voor slachtofferhulp van het CAW (groepsdebriefing). Heb ook aandacht voor de communicatie naar een bredere groep mensen. Je maakt het beste afspraken over hoe het lokaal niveau terugkoppelt na het uitvoeren van de stappen van het advies (naar de API). Het incident wordt afgesloten met alle rechtstreeks betrokkenen. Er is informatie over welke stappen gezet zijn en welke nog uitgevoerd zullen worden. Het kan belangrijk zijn de gevolgen in kaart te brengen. Evaluatie van het proces bij alle betrokkenen kan waardevolle informatie geven over hoe de behandeling vanuit het lokale niveau werd ervaren, en waar eventueel verbeterpunten zitten voor het beleid: Zijn mensen tevreden over hoe het incident werd opgevolgd, verliep de communicatie goed, wat liep goed en wat kon anders? De API kan suggesties doen aan het bestuur over hoe die evaluatiegegevens kunnen verzameld en geïnterpreteerd worden

2.6 fase 5 - verbeteracties in het beleid Een incident is een goed moment om kritisch naar het eigen beleid en de praktijk van de organisatie te kijken. Moeten er zaken aangepakt worden, zijn er afspraken onduidelijk, is er te veel ruimte voor interpretatie, hoe wordt het toezicht uitgevoerd, zijn alle begeleiders vertrouwd met de basisafspraken enzovoort? Veel vragen dus. Tijd om een reflectie te maken en een paar verbeteracties voor te stellen en uit te voeren. Analyse van het incident: Het is goed alle factoren in kaart te brengen die bijgedragen hebben aan het incident, en de mogelijke oorzaken te onderzoeken. Het kan ook gaan om gebeurtenissen die aan het incident voorafgingen. Maak ook een risicotaxatie: wat is de kans dat zoiets zich nogmaals voordoet?

38

6 bijlageid e l tiebe het reac

Stel een lijst met mogelijke verbeteracties op. Je kan daarbij gebruikmaken van de beleidspiramide: om een goed beeld te hebben van wat een integraal beleid betekent, en niet de fout te maken om enkel te investeren in meer controle of toezicht, is het belangrijk alle niveaus in het beleid eens onder de loep te nemen. De beleidspiramide (die gebaseerd is op de preventiepiramide) kan daarbij helpen, en maakt een onderscheid tussen reactiebeleid, preventiebeleid en kwaliteitsbeleid.

39

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.