Lukas 22: 31-34: Verlangen


1 Lukas 22: 31-34: Verlangen. Orde van dienst: Welkom Verlangen: Lukas 22: Votum en zegengroet Gezang 155: 1, 2, 3 (oude GK) Gebed Kinderen Themalied ...
Author:  Godelieve Moens

0 downloads 26 Views 156KB Size

Recommend Documents


No documents


Lukas 22: 31-34: Verlangen. Orde van dienst: Welkom Verlangen: Lukas 22: 14-16 Votum en zegengroet Gezang 155: 1, 2, 3 (oude GK) Gebed Kinderen Themalied Lezen: Lukas 22: 1-34 NLB 389 Het brood dat ons voor ogen staat Tekst: Lukas 22: 31-34 Preek Psalm 116: 1, 3, 7 Heilig Avondmaal Geloofsbelijdenis Bij klaar maken tafel: Sela - Aan uw tafel Zingen bij aangaan: NLB 400 Voordat ik kan ontvangen… NLB 575 Jezus, leven van mijn leven NLB 976 Ons heeft de Heer… Wet: Zingen: GK 155: 4, 5 ´Ja, amen, ja.. (oude GK) Verlangen in lijn van de tien woorden. Gebed collecte Opw. 331 Breng dank aan de eeuwige. Zegen. ------------------------Voor de dienst begint: Het gaat in deze dienst over verlangen. Over het verlangen van Jezus en over het verlangen van de tegenstander, van satan. Over het verlangen van Jezus lezen we in Lukas 22: 14-16. Jezus verlangt naar de maaltijd met zijn discipelen. Naar zijn Koninkrijk van licht, dat komt en de vernietiging van het donkere leugenpaleis van satan. Over satans verlangen lezen we in Lukas 22: 31. Hij wil mensen in de leugen en de zonde laten omkomen. Twee verlangens komen bij het kruis bij elkaar. En de Heilige Geest legt nu deze vraag in ieder mensenleven neer: ‘Wat verlang jij?’. Het gaat in deze dienst over verlangen. Want oprecht verlangen maakt dat je echt iets gaat doen. ----------------------------------

Inleiding op Schriftlezing: Waarom is geloven vaak zo moeilijk? Zo’n strijd. Vooral met mijzelf. Waarom is bidden en Bijbellezen toch vaak zo lastig. Ik kom er gewoon niet toe. Zit zomaar uren te chatten of te appen of te Netflixen, maar als ik moet bidden en met God moet praten, dan heb ik opeens geen tijd, geen zin, te druk …. Voor een vakantie in Spanje leg ik makkelijk 600 Euro neer, maar als ik in de kerk iets moet geven voor de zending of de kerk, vind ik 2 euro eigenlijk al veel. Het is soms ook zo’n strijd met de mensen om mij heen. Het gaat niet altijd vanzelf. Het is soms echt worstelen. Ben makkelijk geïrriteerd. Heb snel kritiek en heb mijn oordeel klaar. Hoe komt dat? Waarom is het niet gewoon altijd blij en mooi? Waarom laat God nog steeds al die verleidingen toe in mijn leven? Daar gaat het over vanmorgen. We leven in de 40-dagen tijd. Naar Goede Vrijdag en Pasen. Het lijden van Jezus en zijn opstanding. Alle vier de evangeliën lopen daar op uit. Ze beginnen verschillend. Hebben soms verschillende wonderen of woorden van Jezus. Maar allemaal lopen ze uit op het lijden en de opstanding. Daar gaat het blijkbaar om. Dat zijn de twee brandpunten van Jezus’ leven. Vanaf nu tekent Lukas het lijden van Jezus dag voor dag. Uur voor uur. In hoofdstuk 22 is het donderdag. Witte donderdag. Jezus viert het pascha in een bovenzaal ergens in Jeruzalem. Dia. Pascha betekent ‘voorbijgaan’. In Egypte streken de kinderen van God het bloed van het lam aan de deurposten van hun huis. Aan die huizen ging de doodsengel dan voorbij. Dia. Zo vloeit het bloed van het lam, van Jezus, aan het kruis en daarmee gaat de dood aan ons voorbij en mogen we leven. --------------------------Preek: Dit is een van de mooiste schilderijen van Leonardo Da Vinci: Het laatste Avondmaal. Dia. Daar zit Jezus zelf aan tafel met zijn leerlingen. Weet u wat mij zo opvalt? Dat het zo´n bende lijkt. Het is helemaal geen mooie, stijlvolle viering. Zo doen wij dat vaak: mooie tafel. Witte lakens. Zilveren schalen en bekers. Nette kleren. Keurig op een rij. Stijlvol. Soms zo netjes, dat je bijna niet durft aan te gaan. Maar dit schilderij heeft veel beweging. Niemand blijft keurig op zijn plaats. Het lijkt het moment waarop Jezus vertelt, dat één van zijn eigen leerlingen hem zal verraden. Er is verwarring. Emotie. Beweging. Dia. Je ziet Petrus aan Johannes vragen: “Vraag eens wie hij bedoelt!”. Je ziet Judas een stuk brood pakken op het zelfde moment, dat Jezus dat doet. Filippus staat op en vraagt: “Ik ben het toch niet, Here!”. Andreas heft zijn handen op en lijkt te zeggen: “Ik ben het niet!!”. Verwarring. Angst. En dat niet alleen. Als ze aanliggen beginnen ze met elkaar ruzie te maken over de vraag wie van hen de belangrijkste is: “Wie mag straks in uw Koninkrijk aan uw rechterhand zitten, Meester?”. Totdat Jezus opstaat, een schort aandoet, water pakt en hun voeten gaat wassen. Het werk van een slaaf. Vernederend. Opnieuw verwarring, verbazing, onbegrip.

En het luide protest van Petrus: “U zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid, Here!”. Het is een bende. Het lijken allemaal net mensen. Mensen als wij. Zij moeten deze belangrijk les leren: Jezus leidt hen naar zijn Koninkrijk. Ze zullen koningen worden op tronen. Maar de weg naar dat Koninkrijk is een weg van vernedering. Van dienen. Van beproevingen en strijd. ***** Dan spreekt Jezus met Petrus. Dia. “Simon, Simon, weet dat satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven”. Simon, Simon. Heel indringend. En niet met zijn nieuwe naam, Petrus. Rotsman. Maar met zijn oude naam. Simon. De zwakke Simon. De mens van vlees en bloed. De man die zichzelf al zo vaak overschatte. Die moedig over het water liep, maar er doorheen zakte. Die Simon. Maar in Simon bedoelt Jezus al zijn leerlingen: de satan heeft jullie opgeëist. Jullie. Meervoud. Hij heeft jullie opgeëist. Letterlijk staat er: om uitlevering gevraagd. Satan vraagt aan God om onze uitlevering. Waarom? Om ons in zijn zeef te leggen. Te ziften. Daar zit een beeld achter, dat Petrus heel goed kende. Als boeren bij het oogsten het graan van de akker hadden gehaald, dan werd dat graan eerst gedorst. Op de dorsvloer. Mensen sloegen dan met dorsvlegels de korrels graan uit de halmen. Het kaf, de kleine velletjes, werden dan losgeslagen en het graan werd dan omhoog gegooid in de wind. Zo werden die kleine, lichte velletjes weggeblazen door de wind. Die korrels weren daarna nog gezeefd, zodat al het vuil en het zand uit de korrels werden gezeefd. Het vuil en het zand viel dan door de zeef heen en de grotere korrels graan werden overgehouden. Dat graan werd dan gemalen en daar werd brood van gemaakt. Satan wil hen zeven. Maar hij wil dan geen mooie volle graankorrel overhouden. Hij wil laten zien hoeveel vuil er in ons zit. En hoeveel vuil er in ons geloof zit. Daar is hij op uit. Hij wil ons beproeven. Verzoeken. Hij wil dat we bezwijken. Dat we ons geloof in God loslaten. Letterlijk: hij wil dat we deserteren. Zoals met Job. Daar gebeurt hetzelfde mee. Job is rijk. Steenrijk. Maar hij is ook heel vroom. Hij vertrouwt echt op God. Leeft met God. Bidt en dankt en is blij met God. Hij is een herdersvorst, maar hij leeft als een knecht. Op een dag komt satan voor Gods troon en dan zegt de HERE vol liefde: “Heb je ook op mijn knecht Job gelet? Hij dient mij oprecht! Hij is rechtvaardig en mijdt het kwaad”. Maar satan gelooft er niets van, dat Jobs geloof zo zuiver is. Hij reageert: “Job dient u alleen maar omdat u hem zo rijk hebt gemaakt! Zijn liefde voor u is betaalde liefde. Het is schijn! Er zit veel vuil in zijn vroomheid. Neem hem alles maar eens af, dan zult u wel zien, dat hij u loslaat! Dat hij deserteert. Betaalde liefde is geen liefde!”. En dan geeft God Job over aan satan. Om hem te zeven. God geeft hem over zodat het geloof en de liefde voor God in Job aan het licht zal komen. Satan gaat Job zeven, zodat hij kan bewijzen, dat Jobs geloof niet zuiver is. Dat geloof is gewoon berekening: zolang ik God maar braaf dien, wordt ik rijk! Om die vraag gaat het dus: heb ik God lief om niet. Om hemzelf. Niet om er beter van te worden. En satan mag alles van Job afnemen. Zijn kudden, zijn kinderen en zijn gezondheid. Tegenslag op tegenslag.

Zo is ook Jezus zelf door de satan beproefd. Verzocht. De duivel heeft goed gehoord dat Jezus de zoon van God is. Bij de Jordaan klonk de stem van de Vader zelf: “Jij bent mijn geliefde zoon. In jou vind ik vreugde!”. Mooi. Maar je ziet in gedachten de satan vragen: ‘Hoe diep zit die liefde bij jou, Jezus? Heb jij die vader ook lief? Vertrouw je echt hem? Wil je hem wel echt dienen of ben je toch uit je eigen eer? Satan legt Jezus in zijn zeef: hoeveel vuil zit er in het hart van Jezus zelf? Hoeveel begeerte en trots? “Ben jij zoveel anders dan ik?”, hoor je die engel van het licht aan Jezus vragen. In vers 28 zegt Jezus dat ook: “Jullie zijn in al mijn beproevingen bij mij gebleven”. Al mijn beproevingen. De direkte verzoekingen van satan. Verleidingen om nu al naar dat Koningschap te grijpen. Om de vernedering van de weg over Golgotha te vermijden. De spot van mensen. Het ongeloof. De venijnige tegenstand van de Joodse leiders. En de grootste beproeving moet nog komen: Jezus wordt straks gevangen genomen en naar het kruis geleid. Wil hij zich zó laten vernederen? Vertrouwt hij zijn Vader echt tot op de diepste diepte? Gelooft hij, dat zijn dood echt het leven voor de wereld zal betekenen? Of zal Jezus op het laatste moment toch deserteren? Voor zichzelf kiezen? ***** Zo wordt ook Petrus beproefd. In de zeef gelegd. Straks, als Jezus gevangen genomen is, zal een dienstmeisje de simpele vraag aan hem stellen: “Zeg, jij hoort toch ook bij die Jezus?”. En wat zal dan Petrus dan doen? Zal hij deserteren? Zal hij voor zichzelf kiezen en wegvluchten in de bedrieglijke veiligheid van de leugen? Jezus weet het al. En hij zegt het ook tegen Petrus: “Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je mij kent”. Weet u wat ik dan denk? Dan denk ik: als Jezus dat al weet, waarom laat hij het dan toch nog gebeuren? Waarom moet Petrus door die leugens en die pijn heen? Waarom houdt hij die satan niet tegen? En ik denk aan die mooie, spontane Petrus. Hij stapt zomaar uit de boot op de donkere golven om bij Jezus te zijn. Hij zegt op een dag als enige: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God!”. Wat een mooie kerel! Een man om van te houden. In gedachten zie ik Petrus na de verloochening als een gebroken man de hof van de hogepriester verlaten. Huilend. Bitter huilend. Geknakt. Al het geloof in zichzelf kwijt. Wilde Jezus dát!!?? “Ja, maar er staat nog iets”, zegt u. “Er staat toch ook, dat Jezus zegt, dat hij voor Petrus zal bidden”. Ja, dat is waar: “Maar ik heb voor je gebeden, opdat je geloof niet zal bezwijken”. Ja, mooi. Klinkt leuk. Maar eerlijk gezegd ook wel heel zwak en machteloos. Het heeft dan ook niet veel geholpen. Want Petrus is wél bezweken! En Jezus wist het. Wat wil Jezus eigenlijk? Hij wil dit. Hij wil inderdaad, dat Petrus het geloof in zichzelf verliest.

Daarvoor sprak hij nog grote woorden aan tafel. Over wie de grootste was. Wie de meeste eer moest krijgen, als Jezus Koning was. En als Jezus vertelt, dat hij door de satan beproefd gaat worden, gekeurd, dan roept hij meteen: “Heer, ik ben zelfs bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven!”. Petrus gelooft in zichzelf. Hij is sterk. Ze krijgen hem niet klein. Zijn geloof is rotsvast: ‘Meester, op mij kunt u rekenen! Misschien dat die anderen deserteren, maar ík nooit!”. En de satan vraagt om zijn uitlevering. “Wil Petrus voor hem sterven?? Dát wil ik nog wel eens zien!”. En Jezus laat hem los en geeft Petrus over. Hij laat hem in de hof van de hogepriester komen. Laat toe, dat een simpele vraag van een eenvoudig dienstmeisje hem al omver blaast. En wat blijkt: het geloof van Petrus is zo sterk als een strohalm: Petrus laat Jezus los. Deserteert. Satan had het goed gezien: “Alleen maar kaf, die grote woorden van Petrus”. Maar alleen door in die situatie te komen kon Petrus dit ook zelf inzien. Hij moest in de spiegel kijken en dat kon alleen door die echte woorden van dat dienstmeisje. Door zijn eigen echte daden. Door zijn eigen echte angst te zien. Zijn eigen echte vergissing in wat Jezus deed. Alleen zo kon hij dat groteske geloof in zichzelf loslaten en inzien, dat hij maar een mens is van vlees en bloed. Een mens, die verlost moet worden van zichzelf. Alleen zo kon hij een dienstknecht van Jezus worden. Een man, die niet vol is van zichzelf, maar van Jezus. En die dus niet over zichzelf praat omdat hij zichzelf zo geweldig vindt, maar over Jezus, die hem heeft vastgehouden. Het gebed van Jezus had hij meer nodig dan hij dacht. Jezus liet hem los, maar heeft hem tegelijk nooit losgelaten. ***** Zo kregen Adam en Eva de ruimte om te kiezen tussen goed en kwaad. Kreeg satan al in het paradijs ruimte om hun geloof, hun liefde voor God en voor elkaar te beproeven. Zo liet hij satan toe om Job te beproeven: is zijn liefde voor God wel echt? Zo liet hij David door satan in de zeef gooien, toen hij Batheseba zag. Hij heeft Bathseba niet bij David weggehouden. Nee, satan had alle ruimte. En David viel. Een diepe wond in zijn leven. Maar alleen zo kon hij aan God vragen: “Laat mij niet los! Neem uw heilige Geest niet van mij!”. Zo liet hij Paulus tegen Jezus vechten en vervolgde hij zijn leerlingen. Hij dacht dat hij alles goed zag. Voelde zich belangrijk. Maar wat zag hij het allemaal verkeerd! Zo moest ook Petrus zijn zwakheid leren kennen om zijn kracht in God te vinden. Zo leren mensen twee dingen: hun eigen zwakheid. En je leert, dat je Gods vergeving, Gods liefde, Gods wijsheid nodig hebt. Dat leer je alleen door zelf door het proces te gaan. ***** En zo leven wij ons leven. Het echte leven. Waarin je rijk kunt zijn en succesvol. Waarin je echt ziek kunt worden en zelfs sterven. Waarin je een kind kunt verliezen. Waarin je vrienden krijgt. Waarin je ook echte conflicten kunt krijgen en tegen mensen aanloopt, die je echt pijn hebben gedaan. Het echte leven waarin je tegen echte verleidingen aanloopt. God neemt je geld en de computer niet van je af, maar wil dat je daar zelf goed mee omgaat. Keuzes maakt. Hij neemt de verleidingen niet weg uit je leven. Hij neemt het verdriet niet weg. Zo leven we ons echte leven. Het kwaad is er. En we zijn vaak zwak. Zo leven we ook samen in onze gemeente.

En we maken heel wat mee. Vriendschappen. Mooie Bijbelstudies. Veel gezelligheid. Veel hulp. Maar we maken ook veel pijn mee. Mensen waar we tegen opbotsen. Die ons pijn doen. Mensen die anders denken. Soms voelt een gemeente als een zeef, waarin je je ruw heen en weer geschud voelt. Een ideale gemeente bestaat niet. Dat zal de satan nooit toelaten. Integendeel. Hij zal juist die gemeentes aanvallen en verleiden, die voor hem het grootste gevaar vormen. Dat zie je ook in oorlogstijd. Een leger zal die stellingen van de vijand aanvallen, die voor hem het gevaarlijkst zijn. Een stelling ergens in het achterland, leveren voor hem geen gevaar op. Laat die maar lekker zitten. Maar een stelling dicht bij het front, zwaar bewapend, vol liefde voor de koning, ja, die is gevaarlijk en die zal hij dus zwaar aanvallen. Hoe dichter bij God, hoe zwaarder de strijd kan zijn. Vervolgde christenen kunnen daarover meepraten. Maar nu vraagt God aan je wat je daarmee doet. Zorg je voor die weduwe, die vaak zo alleen is? Zoek je die jongere op, die je nooit meer in de kerk ziet? Ga je naar die broeder toe, die jou zo verwond heeft? Is jouw gelijk belangrijker dan de band, die God tussen jou en die zuster heeft gegeven? Anders gezegd: is jouw liefde een liefde om niet? Kun je je vernederen? Elke dag weer liggen we in de zeef. Elke dag van dit echt leven. Satan wil steeds weer bewijzen, dat er veel vuil in ons geloof en in onze liefde zit. Veel eigenbelang en trots. En hij heeft vaak gelijk. Maar God wil tegelijk laten zien, dat er geloof is, liefde. Ook al is het maar een begin. We vieren samen het Avondmaal. We vieren daarmee het diepe verlangen van Jezus om ons terug te brengen bij de Vader. Amen. ------------------------------------Heilig Avondmaal: In het evangelie van Lukas lazen we hoe Jezus het Avondmaal heeft ingesteld. Hij nam het brood en de beker van de Pesach-tafel en gaf het aan zijn leerlingen. Dit Avondmaal betekent in de eerste plaats: gedenken. Het Pesach-maal wil ons laten terugdenken aan de bevrijding uit Egypte. Het bloed van het lam laat ons de prijs van die bevrijding zien. Het Avondmaal, dat Jezus instelde, wil ons laten terugdenken aan de bevrijding van de zonde en uit de macht van de Boze. Daarom gaf Jezus zijn lichaam en bloed aan het kruis over voor al die mensen, die hem volgen. Hij is het lam en zijn bloed laat ons de prijs zien, die God voor onze bevrijding betaalde. Zo heeft hij zich in grote liefde voor ons geofferd, zodat ook wij nieuw zouden leven en ons leven als offer aan hem en onze naasten zouden geven. Het avondmaal wil zo onze aandacht richten op de zelfovergave van onze Heer. Het vervult ons met schaamte over onze zonden, maar ook met dankbaarheid om zijn liefde die alles goed maakt. Het avondmaal betekent niet alleen gedenken, maar gaat ook over de sterke band, die we met Jezus en met elkaar mogen hebben. Door samen bij Christus aan tafel te zijn en door van het ene brood te eten en uit een beker, leren we dat we aan elkaar verbonden zijn en elkaar mogen dienen. We kijken om ons heen naar al die broers en zussen die God ons heeft gegeven.

Avondmaal vieren is ook vooruit kijken. We kijken ook vooruit naar de dag dat onze Here Jezus zal terugkeren. We mogen aan het Avondmaal iets proeven van de blijdschap, die we zullen ervaren als de bruiloft van het Lam aanbreekt. Straks zullen we met onze Heer nieuwe wijn drinken in zijn Koninkrijk. Dat betekent ook, dat we niet onverschillig of onoprecht het avondmaal mogen vieren. We moeten dat doen met eerbied voor God en in heilige gespannen verwachting. Straks zal de Heer alle tranen uit onze ogen wissen en zal aan alle gebrokenheid en pijn een einde gekomen zijn. Jezus zelf zal als onze Koning over alles en allen regeren. --------------------------------Wet: GK 155: 4, 5 zingen. Wij mogen uit liefde het goede werken. Daarom verlangen wij naar een leven in lijn met Gods goede geboden. Hij zelf heeft het verlangen in ons hart geplant: Dat wij alleen hem zullen dienen en geen andere goden Dat wij hem alleen willen kennen en dienen door Jezus zijn Zoon. Dat wij zijn naam zullen heiligen en hoog houden. Dat wij de dag van rust zullen vieren en ons verlangen laten voeden in Gods huis. Dat wij onze ouders zullen waarderen. Dat wij het leven zullen eerbiedigen. Dat wij elkaar in de liefde trouw zullen zijn. Dat wij niets zullen afnemen van onze naasten, maar hen juist zullen steunen. Dat wij altijd betrouwbaar zullen zijn en onze naasten met waarheid tegemoet treden. Dat wij elkaar het goede gunnen, dat God aan ieder mens geeft. Want zo heeft God het ons van oudsher geleerd en door Jezus laten zien.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.