memo Overzicht Streekplanbeleid vs. Vigerend bestemmingsplan buitengebied Heumen


1 SAB Arnhem B.V. bezoekadres: Frombergdwarsstraat DZ Arnhem correspondentieadres: Postbus AL Arnhem T [026] F [026] I E memo aan: van: datum: aange...
Author:  Frieda de Jong

0 downloads 2 Views 509KB Size

Recommend Documents


No documents


T [026] 357 69 11 F [026] 357 66 11 I www.sab.nl E [email protected]

correspondentieadres: Postbus 479 6800 AL Arnhem

bezoekadres: Frombergdwarsstraat 54 6814 DZ Arnhem

SAB • Arnhem B.V.

memo aan: van: datum: aangepast: cc: betreft:

Gemeente Heumen Tav. Loek van de Leur SAB arnhem B.V. Jeroen Stegeman/ Marleen Schuijl 7 december 2006 9 januari 2007 Overzicht Streekplanbeleid vs. Vigerend bestemmingsplan buitengebied Heumen

Hoofdpunten uit het Streekplanbeleid Maatvoeringen 

De verantwoordelijkheid voor de maatvoering van (bedrijfs- en burger)woningen is bij de gemeente gelegd.



Maatvoering bijgebouwen idem.

Functieverandering in combinatie met sloop ter bevordering (per saldo) van de omgevingskwaliteit 

Verruimde mogelijkheden woningsplitsing (meer eenheden).



Verruimde oppervlaktemaat voor functieverandering naar werken/ woon-werkcombinatie tot max. 500 m2 (ongezoneerd).



Verruimde oppervlaktemaat voor niet-agrarische nevenfuncties op agrarisch bedrijf: 25% tot max. 350 m2.

Natuur en landschap 

De geprojecteerde ecologische verbindingszone Heumen-Horssen door het agrarisch gebied van Heumen vereist een aangepaste bestemming in de zone rond de A-watergang.



De contour beschermingsgebied natte natuur dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen.



Gebied ten westen van de A73 is benoemd tot „Waardevol landschap‟.

Toelichting In onderstaande tabel zijn de belangrijkste beleidsinhoudelijke verschillen aangegeven tussen enerzijds het Streekplan Gelderland 2005, Kansen voor de regio‟s, en anderzijds het Bestemmingsplan buitengebied 2003 van de gemeente Heumen. Voor de leesbaarheid zijn niet relevante passages uit het Streekplan (b.v. over reconstructiegebieden) uit de tekst verwijderd. Streekplan Gelderland 2005 – Kansen voor de regio’s pag

Bestemmingsplan buitengebied 2003 – gemeente Heumen

onderwerp

uitspraak

Art.

Relevante (onderdelen van) de voorschriften

Burgerwoning

De verantwoordelijkheid voor de maatvoering van (bedrijfs- en burger)woningen is bij de

27

Inhoud max. 600 m2

gemeente gelegd. Bijgebouwen max. 50 m2; via vrijstelling tot 75 m2, mits op een perceel  0,5 ha. Maatvoering bijgebouwen idem. 30

Nieuwe woningen

Voor het accommoderen van de behoefte aan landelijk wonen wordt primair uitgegaan van functieverandering van vrijgekomen gebouwen in het

Voor landgoederen max. 160 m2. 27

Voorts zijn nieuwe woningen toegestaan in vorm van inpandige woningsplitsing (burgerwoning) bij minimale inhoud van 900 m3 en tot maximaal 2 woningen.

buitengebied. Het is denkbaar dat er daarnaast voor het accommoderen van de regionale behoefte aan landelijk wonen in het multifunctionele gebied „zoekzones landschappelijke versterking‟ worden toegepast voor het toevoegen van een beperkt aantal woningen of kleinschalige woon-/werkcombinaties in lage dichtheden, passend in de landschappelijke structuur en bijdragend aan landschappelijke versterking. 33

Niet agrarische

Bij het vestigen van niet-agrarische bedrijvigheid gaat de voorkeur uit naar

Vestiging van niet-agrarische bedrijvigheid is uitsluitend toegestaan in de vorm van

bedrijvigheid

hergebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied, zoals beschreven

(inpandig) hergebruik in agrarisch gebied I en II (via wijziging) tot max. 300 m2 (zie

in par. 2.3 (zie verderop onder kopje „functieverandering algemeen‟). Voor bedrijfsvestiging

verderop in deze tabel)

op een nieuwe bouwlocatie in het buitengebied is een bestemmingsplanherziening nodig.

Uitbreiding van reeds bestemde niet-agrarische bedrijven varieert van 0 tot 5 % bij recht en

In het groenblauwe raamwerk zijn nieuwe bouwlocaties voor de vestiging

0 tot 10% via vrijstelling (zie tabel in voorschriften).

van niet-agrarische bedrijvigheid niet mogelijk als er geen relatie is met de

vervolg / pagina 2 van 19

gebiedsfuncties.

Bestaande niet agrarische bedrijven:

Ook in het multifunctionele gebied – en de waardevolle landschappen als

Vrijstelling

onderdeel daarvan – zijn de gebiedsfuncties medebepalend voor de

Burgemeester en wethouders kunnen, zoals dit is aangegeven in de in lid 2 opgenomen

vestigingsmogelijkheden op nieuwe bouwlocaties. Het kan hierbij gaan om

tabel, vrijstelling verlenen voor uitbreiding van het bebouwingsoppervlak en de inhoud

bedrijvigheid die nodig is voor of verwant is aan landbouw, bosbouw,

indien:

natuurbeheer en recreatie. Voorbeelden zijn paardenstalling, stations voor kunstmatige inseminatie en verhuurbedrijven van agrarische machines, collectieve mestvergistingsinrichtingen, maar ook maneges en dierenasiels.

1.

voldaan wordt aan de in kolom E genoemde criteria;

2.

het aantal bedrijfswoningen niet toeneemt.

wijziging

Loonbedrijven die voor de land- en bosbouw werken kunnen ook tot deze

de bestemming te wijzigen ten behoeve van een ander niet-agrarisch bedrijf of ten behoeve

categorie behoren.

van een semi-agrarische bedrijf voorzover de nieuwe bestemming:

Tevens geldt als voorwaarde dat niet-agrarische bedrijfsvestiging op nieuwe

a

niet leidt tot uitbreiding van de bebouwing;

bouwlocaties alleen mogelijk is als uit onderzoek blijkt dat de vestiging niet kan

b

niet leidt tot verhoging van de milieubelasting voor de omgeving;

worden geaccommodeerd in vrijgekomen agrarische bebouwing of op het lokale

c

geen of slechts een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking heeft;

bedrijventerrein. De meeste vormen van niet-agrarische bedrijvigheid horen thuis

d

niet leidt tot detailhandel anders dan als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter

op bedrijventerreinen, en niet in het buitengebied.

plaatse te vestigen bedrijvigheid; e

niet leidt tot activiteiten of opslag van het onbebouwde terrein.

Voor uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied geldt een maximum van 20% van het bebouwd oppervlak per planperiode tot maximaal 375 m2. In par.2.3.6 is aangegeven dat samenwerkende gemeenten een regionale beleidsinvulling voor functieverandering kunnen opstellen. Daarbij kan ook worden betrokken de uitbreidingsmogelijkheid van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied. 39-

Functieverandering

Vanwege ontwikkelingen in sectoren als land- en tuinbouw, zorg en defensie, verliezen in

41

algemeen

de komende periode veel (vooral agrarische) gebouwen en bouwpercelen in het buitengebied hun huidige functie, of hebben die functie al verloren. Ook zijn er agrariërs die hun agrarische gebouwen deels willen gebruiken voor niet-agrarische activiteiten. De provincie wil bevorderen dat deze gebouwen op een goede wijze kunnen worden (her)gebruikt. Door functieverandering kan tegemoet worden gekomen aan de aanwezige behoefte aan wonen en werken in het buitengebied, zonder daarvoor extra bouwlocaties toe te voegen. Functieverandering van gebouwen in het buitengebied moet bijdragen aan een impuls voor de leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Uitgangspunt is dat er door de initiatiefnemer voor de functieverandering wordt bijgedragen aan de verbetering van de omgevingskwaliteit en publieke functies van het buitengebied, gerelateerd aan de locatie waar functieverandering aan de orde is. Op locatieniveau kan de ruimtelijke kwaliteit worden verbeterd door sloop van overtollige bebouwing, verkleining van het

vervolg / pagina 3 van 19

Zie regelingen in navolgende cellen voor vigerende mogelijkheden.

bouwvlak en herbestemming van het vrijkomende deel met een „groene‟ bestemming, maatregelen ter verbetering van de openbare toegankelijkheid van het buitengebied, maatregelen ter verbetering van de waterhuishouding en uitvoeringsmaatregelen als gevolg van een beeldkwaliteitsplan, waaronder groenvoorzieningen en realisering natuurelementen. Vereveningsbijdragen daaraan kunnen in natura of in financiële zin worden gerealiseerd. Voor functieveranderingen waarbij nieuwe wooneenheden worden gecreëerd of nieuwe bedrijfsactiviteiten worden opgezet gelden de volgende algemene voorwaarden: • functieverandering is alleen van toepassing op fysiek bestaande, legale vrijgekomen ( en ook vrijkomende) gebouwen die gelegen zijn in het buitengebied; • de functieverandering van gebouwen wordt geëffectueerd door bestemmingswijziging van het gehele voormalige perceel en verkleining van het bouwvlak; • met functieverandering van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied wordt de bedrijfsontwikkeling van agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmerd; • functieverandering van vrijgekomen gebouwen mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling; mocht dit zich voordoen dan is het veroorzakersbeginsel (zie par.1.4.2.2) van toepassing; • met beeldkwaliteitsplannen wordt door de gemeenten de verschijningsvorm van de functieveranderingen afgestemd op de omgeving; • overtollige bebouwing wordt gesloopt met uitzondering van monumentale en karakteristieke gebouwen; • voor glastuinbouwbedrijven geldt het beleid voor functieverandering alleen buiten de concentratiegebieden in de Bommelerwaard en Huissen-Bemmel en begrensde clusters. Bovendien geldt voor deze sector het aanvullende uitgangspunt dat op elk vrijgekomen perceel alle glasopstanden worden gesloopt. Bij de beëindiging of verplaatsing van glastuinbouwbedrijven mag 100% van de bedrijfsgebouwen van functie veranderen naar wonen of werken onder de algemene randvoorwaarden die daarvoor gelden. Onder bedrijfsgebouwen verstaan wij bij glastuinbouwbedrijven díe gebouwen die niet voor de primaire teelt bedoeld zijn, maar ondersteunend daaraan (zoals opslag- en vervolg / pagina 4 van 19

sorteerruimtes, koelcellen, ketelhuizen e.d.); • In het groenblauwe raamwerk kan het verplaatsen van (intensieve) veehouderijbedrijven van provinciaal belang zijn; bijvoorbeeld als een dergelijke verplaatsing bijdraagt aan het realiseren van in provinciale plannen vastgelegde gebiedsdoelen (o.a. bescherming of verbetering kwetsbare natuur, of verbetering kwaliteit waardevolle landschappen). Om dergelijke verplaatsingen mogelijk te maken kan worden afgeweken van de algemene randvoorwaarden zoals in de paragrafen 2.3.4 en 2.3.5 aangegeven. 41

Functieverandering

Wonen is een geschikte vorm van (her)gebruik van vrijgekomen gebouwen in

naar wonen

het buitengebied. Mede in het kader van het provinciale woonbeleid verlangt

meer wordt uitgeoefend, het plan zodanig te wijzigen dat de aanduiding "agrarisch

de provincie dat gemeenten de regionale behoefte aan landelijk wonen in het

bouwperceel" vervalt en de bestemming "Burgerwoningen" wordt toegevoegd, met dien

buitengebied in beginsel in vrijgekomen gebouwen in het buitengebied

verstande dat:

accommoderen.

27

Nadat is vast komen te staan dat op een aangewezen bouwperceel geen agrarisch bedrijf

a

Bij functieverandering kan hergebruik van de aanwezige gebouwen met meerdere wooneenheden plaatsvinden. De wooneenheden komen zoveel

gebruikt voor bewoning; b

de wijziging niet tot gevolg heeft dat de bedrijfsvoering op nabij gelegen agrarische

mogelijk in één gebouw, en hoogstens in twee gebouwen die bij elkaar staan.

bedrijven wordt beperkt. Van een dergelijke beperking is sprake indien, als gevolg

Met de meerdere wooneenheden per gebouw kan gedifferentieerd worden

van toepassing van de vigerende milieuwetgeving, extra beperkingen worden ge-

voorzien in de regionaal aanwezige kwalitatieve woonbehoefte.

steld aan uitbreidingsmogelijkheden en bedrijfsactiviteiten van nabijgelegen agrari-

Er wordt uitgegaan van een reductie van tenminste 50% van de bebouwing (alle

sche bedrijven;

opstallen, exclusief de bedrijfswoning) per bestemmingswijziging. Het resterend

c

het aantal woningen beperkt dient te blijven tot één dan wel tot het aantal woningen

oppervlak aan gebouwen kan worden hergebruikt voor wonen. De gebouwen die

gelijk aan het aantal bedrijfswoningen zoals aanwezig op het moment van vaststel-

niet voor wonen en bijgebouw worden hergebruikt, dienen te worden gesloopt.

ling van het wijzigingsplan. Woningsplitsing door aanduiding van de gesplitste wo-

Als hergebruik van de aanwezige gebouwen voor wonen niet mogelijk is, kan na

ningen op de plankaart met GW in ten hoogste 2 woningen is toegestaan, indien:

sloop van alle bedrijfsgebouwen vervangende nieuwbouw plaatsvinden in de

1. het gebouw reeds voor een deel een woonfunctie vervult;

vorm van meerdere wooneenheden in één gebouw, met een omvang van

2. het niet leidt tot uitbreiding van het te splitsen gebouw;

maximaal 50% van de gesloopte bebouwing.

3. het gebouw behouden blijft;

Voor functieverandering naar wonen gelden de algemene voorwaarden van

4. het te splitsen gebouw een inhoud heeft van minimaal 900 m3, zodat er twee

par.2.3.3. Functieverandering van vrijgekomen gebouwen naar wonen door middel van bestemmingswijziging van het perceel naar een kleiner perceel „wonen‟ zal door toepassing van verevening per saldo een positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit leveren. De wezenlijke kenmerken en waarden van de omgeving vervolg / pagina 5 van 19

uitsluitend de bedrijfswoning(en) alsmede de inpandige bedrijfsruimte mag worden

volwaardige woningen in kunnen worden gerealiseerd; 5. de resterende bijgebouwen zodanig worden gesplitst dat iedere woning, indien mogelijk, tenminste 50 m2 verkrijgt; 6. de toename van het aantal woningen niet tot gevolg heeft dat de bedrijfsvoering op nabij gelegen agrarische bedrijven wezenlijk wordt beperkt. Van een

worden met functieverandering van vrijgekomen gebouwen naar wonen niet

dergelijke beperking is sprake indien, als gevolg van toepassing van de vige-

aangetast. Derhalve is functieverandering naar wonen ook toepasbaar in het

rende milieuwetgeving, extra beperkingen worden gesteld aan uitbreidings-

groenblauwe raamwerk.

mogelijkheden en activiteiten van nabijgelegen agrarische bedrijven; 7. de te splitsen woning niet is gelegen binnen de 50 dB(A) contour zoals aangegeven op plankaart 2. Het bebouwd oppervlak aan bijgebouwen dat meer is dan het toegestane oppervlak aan bijgebouwen valt onder het overgangsrecht.

42

Functieverandering

Naast wonen ondersteunen ook niet-agrarische werkfuncties in het buitengebied

Art 3

4. in het geval van agrarische bedrijfsbeëindiging, waarbij is aangetoond dat de bebouwing

naar werken/ woon-

de vitaliteit van het landelijk gebied. Daarom wil de provincie functieverandering

en 4

werk combi.

van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied naar kleinschalige vormen van

wijzigen teneinde hergebruik van vrijkomende bedrijfsbebouwing mogelijk te maken ten

niet-agrarische bedrijvigheid mogelijk maken. Grootschalige bedrijvigheid en/of

behoeve van niet-agrarische bedrijvigheid, mits de aanwezige woonfunctie behouden

bedrijven die veel mobiliteit genereren horen thuis op een bedrijventerrein.

blijft en onder de voorwaarde dat de nieuwe activiteit:

niet op een agrarische wijze kan worden hergebruikt, de agrarische bestemming te

Als kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied op passende schaal van start

a

geen milieuhinderlijke bedrijvigheid betreft;

gaat, kan de vraag naar uitbreiding leiden tot een niet-passende omvang en

b

geen nadelige consequenties heeft voor de agrarische bedrijfsvoering en voor

impact. Daarom wordt voor niet-agrarische bedrijvigheid een maximum

burgerwoningen in de omgeving;

gehanteerd van 500 m2 vloeroppervlak per locatie. De resterende vrijgekomen

c

gebouwen worden gesloopt.

d

Bij deze functieverandering gelden de algemene randvoorwaarden van paragraaf 2.3.3.

geen (detail)handelsactiviteiten betreft anders dan als ondergeschikte nevenactiviteit;

Daarnaast geldt dat er geen detailhandel mogelijk is (behalve van op het bedrijf

e

niet leidt tot opslag op het onbebouwde terrein;

zelf gemaakte producten), dat er geen aanzienlijke verkeersaantrekkende

f

plaatsvindt in ten hoogste 400 m² (resp. 300 m2 in AII) van de vrijgekomen opper-

werking optreedt en dat buitenopslag niet is toegestaan. Vervangende nieuwbouw is niet mogelijk bij functieverandering naar werken. Niet-agrarische bedrijvigheid kan effect hebben op de wezenlijke kenmerken en

vlakte aan gebouwen; g

alleen in één bouwlaag plaatsvindt.

5. in het geval van agrarische bedrijfsbeëindiging de agrarische bestemming te wijzigen

waarden van de omgeving. Daarom staat in het groenblauwe raamwerk functieverandering

teneinde hergebruik van vrijkomende bedrijfsbebouwing mogelijk te maken ten behoeve

naar gebiedsgebonden functies voorop. Gebiedsgebonden functies

van verblijfsrecreatie, mits de aanwezige woonfunctie behouden blijft en onder de

in het groenblauwe raamwerk zijn onder meer natuurbeheer en extensieve

voorwaarde dat:

(verblijfs)recreatie. Ook kleinschalige woon-werkcombinaties, bijvoorbeeld in de vorm van kantoor aan huis, kunnen inpasbaar zijn in het groenblauwe raamwerk. In het multifunctioneel gebied zijn meer functies mogelijk voor kleinschalige niet agrarische bedrijvigheid. Gemeenten kunnen de mogelijkheden – mede in relatie tot hun beleid voor lokale bedrijventerreinen – voor aard en type van bedrijvigheid in vrijgekomen gebouwen in het buitengebied uitwerken.

vervolg / pagina 6 van 19

geen of slechts een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking heeft;

a de nieuwe activiteit geen nadelige consequenties heeft voor de agrarische bedrijfsvoering en voor burgerwoningen in de omgeving; b ten hoogste 250 m² van de vrijkomende oppervlakte aan gebouwen hergebruikt mag worden

42

Nevenfuncties

Het is mogelijk om voor agrarische bedrijven in bestemmingsplannen te regelen

Art 3

bestaande agr.

dat bij recht maximaal 25% van het bebouwd oppervlak tot een maximum van

en 4

bedrijven

350 m2 van de bedrijfsgebouwen te gebruiken is voor niet-agrarische

a

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 van dit artikel voor het realiseren van verblijfsrecreatieve voorzieningen binnen de bestaande bebouwing met dien verstande dat:

nevenfuncties. Randvoorwaarde is dat de nevenfunctie qua oppervlak en

1.

er geen extra belemmeringen, die voortvloeien uit de milieuwetgeving, op-

inkomensvorming ondergeschikt moet blijven aan de hoofdfunctie.

treden voor de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de

Verevening hoeft niet te worden toegepast bij bedrijfsmatige nevenfuncties op

omgeving;

agrarische bedrijven. Wel gelden als voorwaarden dat er geen aanzienlijke

2.

er een zorgvuldige landschappelijke inpassing plaatsvindt;

verkeersaantrekkende werking optreedt en dat er geen detailhandel plaatsvindt

3.

ten hoogste 250 m² van de aanwezige bebouwing voor dit nieuwe gebruik

anders dan verkoop van lokaal geproduceerde agrarische producten. Ook voor nevenfuncties is buitenopslag niet toegestaan.

benut mag worden. b

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 van dit artikel voor het beoefenen van een niet-agrarische nevenactiviteit

In regionale KAN nota: tot 750 m2 (verblijfs-)recreatieve voorzieningen langs recreatief

met dien verstande dat deze activiteit:

routenetwerk.

1.

geen milieuhinderlijke bedrijvigheid betreft;

2.

geen nadelige consequenties heeft voor de agrarische bedrijfsvoering en voor burgerwoningen in de omgeving;

3.

geen of slechts een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking heeft;

4.

geen (detail)handelsactiviteiten betreft anders dan als ondergeschikte nevenactiviteit;

47

5.

niet leidt tot opslag op het onbebouwde terrein;

6.

plaatsvindt in ten hoogste 250 m² van de aanwezige bebouwing;

7.

alleen in één bouwlaag plaatsvindt.

Grondwater

Het doel van grondwaterbeschermingsgebieden is er voor te zorgen dat het

beschermingsgebied

grondwater op eenvoudige wijze (zonder ingrijpende en kostbare zuivering) kan

Art 35 1. Doeleindenomschrijving Gronden die op de plankaart zijn aangegeven binnen de zones ten behoeve van de

worden gebruikt voor de bereiding van drinkwater. Hierbij wordt onderscheid

bescherming van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden (1- en 25-

gemaakt in waterwingebieden (begrensd door de z.g. 1-jaarszone) en grondwaterbe-

jaarsbeschermingsgebied), dienen ter bescherming van de bodem- en de

schermingsgebieden

(grond)waterkwaliteit ten behoeve van de drinkwatervoorziening.

begrensd door de z.g. 25-jaarszone). De waterwingebieden omvatten de directe omgeving van het puttenveld.

2. Bouwvoorschriften

Het belang van de waterwinning is hier zo evident, dat het projecteren van andere

a

bestemmingen, niet mogelijk is. De mogelijkheden tot uitbreiding van reeds

afwijking van het bepaalde in de voorschriften van de ter plaatse geldende be-

aanwezige bebouwing (anders dan voor de waterwinning) moeten tot het uiterste

stemmingen geen bouwwerken worden gebouwd.

worden beperkt. vervolg / pagina 7 van 19

In de op de plankaart als zodanig aangegeven 1- en 25-jaarszones mogen in

b

Niet van toepassing is het in sub a bepaalde voor wat betreft:

In het overige deel van de grondwaterbeschermingsgebieden (de 25-jaarszones)

1.

zijn nieuwe bestemmingen met grotere grondwaterrisico‟s dan bestaande niet

andere bouwwerken tot een maximale hoogte van 2 m1 met uitzondering van mestopslagplaatsen;

acceptabel. Uitbreiding van bestaande activiteiten mag ook geen hoger risico

2.

bebouwing ten behoeve van het waterleidingbedrijf.

opleveren (stand still).Er wordt gestreefd naar vermindering van risico‟s (step forward). 3. Bijzondere gebruiksbepalingen Het is niet toegestaan de gronden binnen de "Zone ten behoeve van de bescherming van de grondwater-kwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden" op een zodanige wijze te gebruiken dat daardoor de kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van het (grond)water in gevaar kan komen. 4. Vrijstellingen a

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2 voor wat betreft het oprichten van bouwwerken overeenkomstig de voorschriften van de ter plaatse geldende bestemmingen, een en ander gehoord de waterleidingsmaatschappij en de Inspecteur voor de Volksgezondheid.

b

In geval van negatief advies van de waterleidingsmaatschappij en/of de Inspecteur voor de Volksgezondheid wordt de in lid 3 sub a van dit artikel bedoelde vrijstelling niet eerder verleend dan nadat van Gedeputeerde Staten de verklaring is ontvangen dat zij tegen het verlenen van de vrijstelling geen bezwaar hebben.

49-

Archeologie

50

Van gemeenten wordt gevraag hun bestemmingsplannen „Malta-proof‟ te maken. Hiertoe

Art 31 De gronden die op de plankaart zijn aangegeven met de aanduiding "Archeologische en

gelden de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en Integrale Kaart Archeologische

cultuur-historische monumenten" zijn mede bestemd voor de bescherming van de

Waarden (IKAW) als uitgangspunt. De IKAW is alleen op schaal 1:50.000 of globaler te

aanwezige archeologische waarden. (Zie aanlegvergunningenstelsel)

gebruiken. 50

Molenbiotoop

Voor het behoud van molens en de „molenbiotopen‟, dat wil zeggen de directe

Art 32 1. Doeleindenomschrijving

omgeving van molens die van belang is voor de windvang en het herkenbaar

De gronden die op de plankaart zijn aangegeven met de aanduiding "Molenbeschermings-

houden van de molenomgeving, is de Gelderse Molenverordening van kracht.

zone" zijn mede bestemd voor de bescherming van het kunnen functioneren van de in de

De provincie bevordert een goede samenloop van enerzijds aanwijzing in het

omgeving voorkomende molen en van zijn waarde als landschapsbepalend element.

kader van de Monumentenwet en Molenverordening, en anderzijds toepassing van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ter bescherming van de cultuurhistorische

2. Bouwvoorschriften

kwaliteiten die in het geding zijn.

Op de gronden mag bebouwing worden opgericht hetgeen conform de hoofdbestemmingen is toegestaan.

vervolg / pagina 8 van 19

53

EHS-natuur

EHS-natuur bestaat uit bestaande natuurgebieden, en voor een kleiner deel uit

Art 8

De gronden met de bestemming "Natuurgebied" zijn bestemd voor:

natuurontwikkelingsgebieden die momenteel agrarische cultuurgrond zijn.

en 9

- het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden;

Voor de gebieden met een natuurontwikkelingsdoelstelling geldt

- het behoud van het aanwezige bos, evenals, voorzover dit in overeenstemming is met het

dat regulier gebruik op basis van de vigerende bestemming kan worden

beheersplan voor het betreffende gebied, voor houtproductie;

gecontinueerd.

- extensieve vormen van openluchtrecreatie zoals wandelen, picknicken en fietsen; Er gelden de volgende bouwvoorschriften: - gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de op de plankaart aangegeven bebouwingsgrenzen, met dien verstande dat: - deze noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het natuurgebied; - de goothoogte en hoogte van de gebouwen respectievelijk niet meer dan 3,5 m1 en 6 m1 bedragen; Andere bouwwerken mogen worden opgericht met een maximale hoogte van 2 m1, met uitzondering van palen en masten waarvan de hoogte ten hoogste 6 m1 mag bedragen. Vrijstelling kan verleend worden voor het oprichten van bouwwerken buiten het op de plankaart aangegeven bouwperceel welke nodig zijn ten dienste van de bestemming zoals: houtloodsen en bergingen, met een maximale hoogte van 4,5 m1 en een maximale oppervlakte van 50 m2 en brandtorens en palen, waarvan de hoogte niet meer dan 30 m1 mag bedragen. De gronden met de bestemming "Bos" zijn bestemd voor de instandhouding van bos ten behoeve van de opbouw van het landschap, het behoud van de aldaar voorkomende natuurwaarden en de houtproductie. Uitsluitend andere bouwwerken zijn toegestaan, met dien verstande dat de hoogte niet meer bedraagt dan 2 m1.

53

EHS-verweving

EHS-verweving omvat landgoederen onder de Natuurschoonwet (daarop aanwezige grotere natuur- en bosgebieden zijn tot de EHS-natuur gerekend), landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen. Door natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer wordt de natuurwaarde van het gebied als geheel versterkt. In EHS-verweving is natuur de belangrijkste functie.Grondgebonden land- en tuinbouw vervult een blijvende rol in het duurzaam beheer van cultuurgrond en

vervolg / pagina 9 van 19

- (vgl agr. III)

de daarmee verweven natuurwaarden. Land- en tuinbouw kan zich in de EHS verweving duurzaam ontwikkelen voor zover de aanwezige natuurwaarden niet worden geschaad. Onder grondgebonden land- en tuinbouw worden ook alle vormen van gemengde agrarische bedrijfsvoering verstaan, waarbij duurzaam agrarisch gebruik van landbouwgrond aan de orde is. Ook andere functies zoals extensieve recreatievormen kunnen verweven zijn met natuurwaarden en bijdragen aan duurzame instandhouding. Voor EHS-verweving geldt hetzelfde ruimtelijke beleid als voor EHS-natuur, met de volgende verschillen: • regulier agrarisch en extensief recreatief gebruik kan worden voortgezet, waarbij tevens vergroting van aanwezige agrarisch bouwpercelen aan de orde kan zijn; • ruimte voor extensieve recreatievormen (als natuurkamperen, kano-, voet- en fietsroutes met zeer beperkte voorzieningen); • ruimte voor nieuwe landgoederen. 53

EVZ

Deze verbindingszones bestaan uit een schakeling van natuurelementen (stapstenen) die

Art 5

De gronden met de bestemming “Agrarische doeleinden III” zijn bestemd voor behoud en

multifunctioneel gebied doorsnijdt. In die zin komen ze sterk overeen met de kenmerken

en 6

ontwikkeling van de op deze gronden aanwezige bodem-, geomorfologische, landschappe-

van EHS-verweving. Aangezien het gaat om smalle zones met een strategische

lijke en natuurwaarden.

ligging, is voor de realisering van de verbindingszones specifiek ruimtelijk beleid aan de orde. Het betreft een combinatie van planologische bescherming van

De gronden met de bestemming "Agrarische doeleinden IV (agrarisch productiegebied met

aanwezige waarden en planologische reservering (zoekzone) voor versterking

natuurwaarden en waterstaatkundige functies)" zijn bestemd voor behoud en ontwikkeling

van de natuurwaarde voor de doelsoorten die in het Gelderse gebiedsplan Natuur

van de op deze gronden aanwezige natuur- en landschappelijke waarden evenals de

en landschap zijn aangegeven.

vorming van ecologische verbindingszones.

De zones, waar de ecologische verbindingsfunctie wordt versterkt, bestaan uit landbouwgronden en verspreid gelegen kleine natuur- en boselementen, waarbij veelal beken en andere watergangen de as van de ecologische verbindingszone vormen. 54

Groenblauw

De gehele EHS, dus ook de natte delen daarvan, en de HEN-wateren behoren

raamwerk/ HEN-

tot het groenblauwe raamwerk. De natte natuur (wateren en gebieden) is

wateren

gespecificeerd op de themakaart 18 „natuur‟. De beschermingszones voor de natte natuur en HEN-wateren zijn opgenomen op de Beschermingskaart. Voor wat betreft de significante aantasting in het „nee-tenzij‟ beleid

vervolg / pagina 10 van 19

-

(par. 2.7.1). geldt voor de natte delen van de EHS en voor de HEN-wateren dat ruimtelijke ingrepen/ontwikkelingen niet mogen leiden tot verlaging van de grondwaterstand in en om de natte natuur of (bij wateren) tot verslechtering van de waterkwaliteit en aantasting van de morfologie van de beken en waterlopen. De gemeenten hebben uiterlijk 1 januari 2008 de bescherming van de natte delen van de EHS, de HEN-wateren en de bijbehorende beschermingszones in hun bestemmingsplannen geregeld.Voor natte natuurgebieden zal in de bestemming in ieder geval onderscheid gemaakt moeten worden tussen droge en natte natuur. Er vindt afstemming plaats met de regelingsmogelijkheden die de Keur biedt, met als uitgangspunt dat hetgeen met de Keur kan worden geregeld, niet alsnog in het bestemmingsplan hoeft te worden geregeld. 55

Natuur buiten EHS

Buiten de EHS komen verspreid natuurwaarden voor. De provincie vraagt de

Art 10 De gronden met de bestemming "Landschappelijke beplanting" zijn bestemd voor de

gemeenten om hiervoor op passende wijze regelingen in hun bestemmingsplannen

ontwikkeling en de instandhouding van landschappelijke beplanting.

op te (blijven) nemen (zie o.a. voor natte natuur de functiekaart van het

Uitsluitend andere bouwwerken zijn toegestaan, met dien verstande dat de hoogte niet

Waterhuishoudingsplan).

meer bedraagt dan 2 m1. Deze aanvullen met EHS verbinding en verweving (kleine losse gebieden).

58

Grondgebonden

Nieuwvestiging (oprichting van een nieuw bouwperceel) van volwaardige grondgebonden

Art 3

Agr. gebied I:

bedrijven

melkveebedrijven en akkerbouwbedrijven is toegestaan, behalve in het groenblauwe

en 4

het plan te wijzigen door aanduiding op de plankaart van een "agrarisch bouwperceel",

raamwerk van provinciaal belang.

teneinde de vestiging mogelijk te maken van een agrarische bedrijf, met dien verstande dat: - het, gehoord het advies van de onderafdeling Beleidsontwikkeling van de afdeling Landelijk Gebied van de Provincie Gelderland of diens opvolgende instantie, een volwaardig agrarisch bedrijf betreft; - in het geval de vestiging in de zone plaatsvindt die op plankaart 3 is aangeduid als "Open(kom)gebied", deze alleen is toegestaan in de op de plankaart aangegeven "Vestigingszone" en dat een afstandeis van minimaal 200 meter tot de overige binnen het gebied aanwezige bouwpercelen wordt aangehouden. Deze afstandsnorm mag worden gewijzigd tot 100 m1 indien strikte handhaving uit het oogpunt van een logische verkaveling ongewenst is; - indien het een bouwperceel betreft ten behoeve van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf de wijziging alleen is toegestaan indien het handelt om hervestiging en deze

vervolg / pagina 11 van 19

hervestiging plaatsvindt in de op de plankaart aangegeven "Vestigingszone" en dat gelijkertijd het te verlaten bouwperceel vervalt; - vestiging binnen de op de plankaart aangegeven "Molenbeschermingszone" alleen is toegestaan indien middels toetsing aan de Gelderse Molenverordening en de daaraan verbonden Uitvoeringsregeling, zoals die gelden op het moment van het van kracht worden van onderhavig bestemmingsplan, is aangetoond dat de vestiging geen onevenredige aantasting van de windvang van de molen tot gevolg heeft; - de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel niet groter is dan 1 ha. Wanneer de noodzaak daartoe is aangetoond is een oppervlakte tot 1,5 ha toegestaan; - de bouwvoorschriften zoals vermeld in lid 2 van dit artikel van toepassing zijn; - de bedrijfswoning wordt gerealiseerd buiten de op plankaart 2 aangegeven 50 dB(A) contour. Agr. gebied II: het plan te wijzigen door aanduiding op de plankaart van een "agrarisch bouwperceel", met uitzondering van de gronden die op plankaart 3 zijn aangeduid als "open (kom)gebied", teneinde de vestiging mogelijk te maken van een grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: - het, gehoord het advies van de onderafdeling Beleidsontwikkeling van de afdeling Landelijk Gebied van de Provincie Gelderland of diens opvolgende instantie, een volwaardig agrarisch bedrijf betreft; - de vestiging van niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet is toegestaan; - de oppervlakte van het agrarisch bouwperceel niet groter is dan 1 ha; - aangetoond wordt dat het bouwperceel landschappelijk wordt ingepast; - de bouwvoorschriften zoals vermeld in lid 2 van dit artikel van toepassing zijn; - vestiging binnen de op de plankaart aangegeven "Molenbeschermingszone" alleen is toegestaan indien middels toetsing aan de Gelderse Molenverordening en de daaraan verbonden Uitvoeringsregeling, zoals die gelden op het moment van het van kracht worden van onderhavig bestemmingsplan, is aangetoond dat de vestiging geen onevenredige aantasting van de windvang van de molen tot gevolg heeft; - de bedrijfswoning wordt gerealiseerd buiten de op plankaart 2 aangegeven 50 dB(A)contour.

vervolg / pagina 12 van 19

59

Glas gemengd/

Voor bedrijven met glastuinbouw als neventak of in gemengde bedrijfsvoering

Agr.

agr. gebied I: Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de op de plankaart

neventak

geldt dat de huidige omvang van de glasopstanden per bedrijf bij recht eenmalig

Best.

aangeduide bebouwingsgrenzen met dien verstande dat daar waar op de plankaart de

mag worden vergroot met maximaal 20%. Het oprichten van nieuwe

aanduiding "kassen toegestaan" is aangegeven de bouw van kassen is toegestaan;

glasopstanden wordt op het multifunctioneel platteland met het oog op

- op bouwpercelen waar deze aanduiding ontbreekt is op gronden binnen het op plankaart

verbreding toegestaan tot een maximum-omvang van 200 m2.

3 aangegeven "open (kom)gebied" de bouw van kassen toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m2 en buiten het "open (kom)gebied" tot een oppervlakte van ten hoogste 1000 m2. agr. gebied II en III: Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de op de plankaart aangeduide bebouwingsgrenzen met dien verstande dat de bouw van kassen is toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 250 m2.

60

Glas - geïsoleerd

Bestaande geïsoleerd gelegen glastuinbouwbedrijven kunnen bij recht worden

gelegen

voorzien van een eenmalige uitbreiding van de glasopstanden van maximaal 20%.

-

Verdergaande uitbreiding is slechts mogelijk mits de vergroting zich verdraagt met ter plaatse van belang zijnde kwaliteiten (natuur, landschap en/of water) en de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf. Tevens dient te zijn aangetoond dat verplaatsing naar een concentratiegebied dan wel regionale cluster financieel niet mogelijk is. In het verplaatsingsonderzoek dienen o.a. de hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende locatie te worden meegenomen. 60

Intensieve veehoude- Nieuwvestiging van intensieve veehouderij is niet toegestaan; hervestiging en uitbreiding

Zie hierboven: de wijzigingsbevoegdheid voor toevoeging van nieuwe agrarische bouwper-

rij

celen is alleen voor (grondgebonden) agrarische bedrijven. In de toekomst zullen intensieve

wel.

veehouderijen hiervan expliciet uitgesloten moeten worden. Art. 3.2.9: bestaande agrarische bedrijven binnen de bouwmogelijkheden van het bouwperceel mogen uitbreiden dan wel omschakelen naar een andere tak van agrarische bedrijfsvoering met dien verstande dat de omzetting of uitbreiding naar een nietgrondgebonden agrarisch bedrijf slechts is toegestaan tot een maximum van 500 m2. Deze uitbreiding of omschakeling is niet toegestaan indien het agrarisch bouwperceel is gelegen binnen de op de plankaart aangegeven “bufferzone rond voor verzuring gevoelige natuurgebieden”.

vervolg / pagina 13 van 19

62

TOV

Teeltondersteunende voorzieningen (TOV) zijn voorzieningen die toegepast worden om de teelt van groente, fruit, bomen of potplanten te bevorderen en te

-

Hier zijn in het bestemmingsplan buitengebied 2003 nog geen nadere voorschriften aan verbonden, m.u.v. regeling ondersteunend glas:

beschermen. Onder TOV worden onder andere verstaan tunnel- en boogkassen, containerteelt, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen en regenkappen.Verwacht

Vigerend beleid ondersteunend glas (herhaling):

wordt dat het gebruik van TOV in de toekomst, gelet op het economisch belang en

agr. gebied I: Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de op de plankaart

de dynamiek van de sector zal toenemen. Dit geldt met name voor het gebruik

aangeduide bebouwingsgrenzen met dien verstande dat daar waar op de plankaart de

van hoge – al dan niet langdurig toegepaste – TOV.

aanduiding "kassen toegestaan" is aangegeven de bouw van kassen is toegestaan; op bouwpercelen waar deze aanduiding ontbreekt is op gronden binnen het op plankaart 3

De aanvaardbaarheid van TOV in een gebied is mede afhankelijk van de aard en

aangegeven "open (kom)gebied" de bouw van kassen toegestaan tot een oppervlakte van

de verschijningsvorm in relatie tot de benoemde kwaliteit van het gebied.

ten hoogste 500 m2 en buiten het "open (kom)gebied" tot een oppervlakte van ten hoogste

Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van TOV dienen de volgende

1000 m2.

ruimtelijke criteria in de afweging betrokken te worden: • Grondgebonden / niet-grondgebonden;

agr. gebied II en III: Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de op de

• Langdurig (langer dan 3 maanden aanwezig) / tijdelijk;

plankaart aangeduide bebouwingsgrenzen met dien verstande dat de bouw van kassen is

• Laag (max 1,5 m) / hoog;

toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 250 m2.

• Open / dicht; • Situering (binnen/buiten bouwperceel); • Oppervlakte. Uitgangspunt is dat binnen het groenblauwe raamwerk TOV niet zijn toegestaan. Dit verbod geldt niet bij TOV-toepassing voor grondgebonden landbouw binnen de EHS verweving, aangezien aan de grondgebonden landbouw een blijvende rol is toegedicht. Eveneens geldt dit uitgangspunt niet voor de landbouw binnen de waterbergings(zoek)gebieden. Een maximale maatvoering voor de verschillende vormen van TOV is niet opgenomen. Het is aan de gemeente om verder invulling te geven aan het beleid. Op dit uitgangspunt is, gezien de grote ruimtelijke implicaties, een uitzondering gemaakt voor kassen. Kassen die opgericht worden ter ondersteuning van de grondgebonden agrarische hoofdactiviteit zijn, met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2, toegestaan op het agrarisch bouwperceel. Indien gewenst kan in een vervolg / pagina 14 van 19

bestemmingsplan voorzien worden in het opnemen van een vrijstellingsbepaling tot een maximum van 1.500 m2. Voor TOV die de uiterlijke verschijningsvorm van een kas hebben geldt het vorenstaand beleid voor (teeltondersteunende) kassen. laanboomteelt Voor de regio Rivierenland vormt de boomteelt een economisch vitale sector. Gebleken is dat de behoefte aan kassen ter ondersteuning van de buitenexploitatie van (laan)boomteeltbedrijven in deze sector groter is dan bij overige vormen van agrarische bedrijvigheid. Om in deze behoefte te voorzien is het voor dergelijke bedrijven toegestaan om 2.500 m2 aan kassen ter ondersteuning van de agrarische hoofdactiviteit te realiseren. 65

Waardevolle

Voor de waardevolle landschappen als geheel geldt binnen de algemene

Agr.

Agr. gebied I: het behoud en ontwikkeling van landschappelijke beplanting.

landschappen

voorwaarde dat de kernkwaliteiten worden versterkt, en bij inachtneming van het

Best.

Agr. gebied II: behoud en ontwikkeling van de op deze gronden aanwezige landschappelij-

beleid voor functieverandering in het buitengebied (zie par 2.3) een „ja mits‟-

ke waarden, waaronder het behoud van de openheid van het gebied daar waar dit op

benadering voor het toevoegen van nieuwe bouwlocaties en andere ruimtelijke

plankaart 3 is aangeduid als "Open (kom)gebied".

ingrepen.Voor zover de waardevolle landschappen deel uitmaken van het

Agr. gebied III: behoud en ontwikkeling van de op deze gronden aanwezige landschappelij-

multifunctioneel gebied is de voorwaarde dat de nieuwe bebouwing past binnen

ke waarden, waaronder het behoud van de openheid van het gebied daar waar dit op

de door de regio vast te stellen of reeds bepaalde zoekzones voor stedelijke

plankaart 3 is aangeduid als "Open (kom)gebied".

functies of zoekzones landschappelijke versterking, en dat recht wordt gedaan

Agr. gebied IV: behoud en ontwikkeling van de op deze gronden aanwezige bodem-,

aan de kernkwaliteiten van de betreffende landschappen. Deze zoekzones

geomorfologische, landschappelijke en natuurwaarden.

worden in een streekplanuitwerking vastgelegd. Aan deze waarden is een aanlegvergunningstelsel gekoppeld om de waarden te beschermen. Door middel van het aangeven van waarden worden ruimtelijke ingrepen afgewogen tegen de belangen die in binnen de bestemmingen aanwezig zijn. 90

Waardevolle

Deze landschappen liggen behalve in het groenblauwe raamwerk deels ook in het

landschappen

multifunctioneel gebied.

(Regionale KAN

Voor de delen van deze waardevolle landschappen die samenvallen met gebieden

paragraaf)

die op grond van andere dan landschappelijke waarden (bijvoorbeeld EHS of water) tot het groenblauwe raamwerk behoren, geldt de daarbij behorende „nee, tenzij‟ benadering.

vervolg / pagina 15 van 19

-

Voor de delen van deze landschappen gelegen in het multifunctioneel gebied geldt conform het generieke beleid een „ja, mits‟ benadering voor het toevoegen van bouwlocaties en andere ruimtelijke ingrepen, waarbij recht wordt gedaan aan de kernkwaliteiten van de betreffende landschappen.Voor eventuele nieuwe bebouwing dienen bovendien zoekzones voor stedelijke functies en landschappelijke versterking te zijn vastgesteld (zie par. 2.1.1). 72

Functieverandering

Het is daarbij gewenst dat gemeenten aan functieverandering van

Agr.

Agr. gebied I, II, III: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen voor

naar recreatie

vrijgekomen (agrarische) bebouwing in het buitengebied naar een extensieve

Best.

het realiseren van verblijfsrecreatieve voorzieningen binnen de bestaande bebouwing met

recreatieve functie meewerken.

dien verstande dat:

Met de afschaffing van de Wet op de Openluchtrecreatie en via de Stankwet

- er geen extra belemmeringen, die voortvloeien uit de milieuwetgeving, optreden voor de

krijgen gemeenten een grotere rol in de wet- en regelgeving rondom extensieve

bedrijfsontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving;

vormen van plattelandstoerisme.Van de gemeenten wordt verwacht dat zij (de

- de voorziening zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast en er geen onevenredige

interpretatie van) wet- en regelgeving regionaal op elkaar afstemmen.

aantasting van de natuurwaarden plaatsvindt;

Voorwaarde blijft dat de extensieve vormen van recreatie te verenigen moeten

- ten hoogste 250 m2 van de aanwezige bebouwing voor dit nieuwe gebruik benut mag

zijn met natuur- en landschapsdoelstellingen. Dit geldt met name binnen het

worden.

groenblauwe raamwerk en de waardevolle landschappen. Bezien vanuit de kwetsbaarheid van de EHS-natuur is het „nee, tenzij‟-regime

Agr. gebied I, II, III: in het geval van agrarische bedrijfsbeëindiging de agrarische bestem-

ook van toepassing op extensieve vormen van verblijfsrecreatie, tenzij het gaat

ming te wijzigen teneinde hergebruik van vrijkomende bedrijfsbebouwing mogelijk te maken

om functieverandering van vrijkomende (agrarische) bebouwing.

ten behoeve van verblijfsrecreatie, mits de aanwezige woonfunctie behouden blijft en onder

Onder extensieve recreatie wordt verstaan: kleinschalige nevenactiviteiten,

de voorwaarde dat:

zijnde verhuur van recreatieve producten of horeca aan huis, een minicamping of

- de nieuwe activiteit geen nadelige consequenties heeft voor de agrarische bedrijfsvoering

gelijksoortige vormen met een beperkte capaciteit.

en voor burgerwoningen in de omgeving; - ten hoogste 250 m² van de vrijkomende oppervlakte aan gebouwen hergebruikt mag worden.

72

Recreatief routenet-

Deze routes worden van zo‟n groot belang geacht voor de toeristisch-recreatieve

werk

belevingswaarde van Gelderland, dat zij planologische bescherming behoeven; zij

-

dienen dus op adequate wijze in bestemmingsplannen te worden opgenomen. Voorts dienen ruimtelijke ontwikkelingen rondom deze routes te worden beoordeeld op mogelijke gevolgen voor de toeristische routes. 72

Intensieve dag- en

Gezien de bijzondere kenmerken en waarden in het groenblauwe raamwerk geldt

Art.

verblijfsrecreatie

een restrictief beleid ten aanzien van uitbreiding van intensieve recreatieve en

16 t/m Art. 17:

vervolg / pagina 16 van 19

Art. 16: Goedkeuring onthouden

toeristische voorzieningen. Intensivering van ruimtegebruik („inbreiding‟) binnen

18

a

bestaande (dag-)recreatieve bestemmingen heeft de voorkeur boven uitbreiding. In de EHS-natuur, -verweving, en -verbindingszones en waterbergingsgebieden geldt daartoe de 'nee tenzij'-benadering zoals verwoord in par. 2.7.1. In de EHS wordt bij een eventuele toename van het ruimtebeslag van intensieve recreatieve voorzieningen uitgegaan van compensatie naar omvang areaal en kwaliteit van de natuurwaarden. In waardevolle open gebieden zijn geen recreatieve ontwikkelingen toegestaan die het open karakter aantasten. Daarnaast wordt er een beleidsmatig onderscheid gemaakt voor de gebieden met

b

een bijzondere status; de waardevolle landschappen, de concentratiegebieden voor intensieve teelten, de ganzen- en weidevogelgebieden en groene wiggen. Voor de waardevolle landschappen wordt het 'ja, mits'-beginsel gehanteerd. Het al dan niet toestaan is naar de aard schaal en verschijningsvorm van initiatieven in deze gebieden nadrukkelijk afhankelijk van de effecten op de kernkwaliteiten en gebiedskenmerken.

c

Voor de concentratiegebieden voor intensieve teelten (zowel veeteelt als glastuinbouw) en weidevogel- en ganzengebieden geldt dat vanuit milieuoverwegingen respectievelijk verstoringsproblematiek nieuwvestiging en uitbreiding met intensieve vormen van recreatie niet kan worden toegestaan.

3. bijzondere gebruiksbepalingen a Het is niet toegestaan dat tegelijkertijd meer personen kamperen dan op de plankaart is aangegeven, met dien verstande dat daar waar op de plankaart: 1. de aanduiding “*” is aangegeven, kamperen uitsluitend gedurende ten hoogste 28 dagen is toegestaan in de maanden juli en augustus; 2. de aanduiding “nk” is aangegeven kamperen uitsluitend is toegestaan in de periode van 1 mei tot 1 november; 3. de aanduiding“228” is aangegeven gedurende een periode van maximaal 3 weken per jaar meer kampeerders zijn toegestaan, met dien verstande dat het totaal aantal kampeerders op alle gronden met de bestemming “Bijzondere verblijfsrecreatie” dan niet meer bedraagt dan 345. b Het is niet toegestaan dat er per jaar op het totaal van de gronden met deze bestemming meer dan 15.000 kampeerovernachtingen plaatsvinden. c Het is niet toegestaan meer toercaravans te plaatsen dan op de plankaart is aangegeven. d Het is niet toegestaan op de gronden met deze bestemming auto’s en andere gemotoriseerde voertuigen te parkeren. Art .18:

vervolg / pagina 17 van 19

Gebouwen mogen uitsluiten worden opgericht binnen de op de plankaart aangeduide bebouwingsgrenzen met dien verstande dat: 1. van de oppervlakte binnen de bebouwingsgrenzen, niet meer mag worden bebouwd dan 1700 m2; 2. de goothoogte van de gebouwen niet meer mag bedragen dan 5 m1; 3. de hoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 7 m1; 4. ten hoogste één bedrijfswoning is toegestaan met een inhoud van ten hoogste 600 m3; 5. bij de bedrijfswoning is maximaal 50 m2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij de goothoogte ten hoogste 3 m1 en de nokhoogte ten hoogste 5 m1 mogen bedragen. Daar waar op de plankaart de aanduiding “T” is aangegeven, is binnen het bestemmingsvlak het oprichten van één sanitair gebouw toegestaan, met dien verstande dat: 1. teneinde te voorkomen dat de aanwezige natuurwaarden onevenredig worden aangetast, burgemeester en wethouders bevoegd zijn nadere eisen te stellen omtrent de situering; 2. de oppervlakte van het sanitair gebouw niet meer dan 20 m² en de hoogte niet meer dan 3 m1 mogen bedragen. Andere bouwwerken moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. de hoogte mag niet meer bedragen dan 2 m1, behoudens palen waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 6 m1.

1. Doeleindenomschrijving De gronden met de bestemming "Recreatiewoning" zijn bestemd voor verblijfsrecreatie in de vorm van niet-permanente bewoning in recreatiewoningen zoals deze zijn gesitueerd op het moment van tervisielegging van het bestemmingsplan. 2. Bouwvoorschriften a Binnen de onder lid 1 bedoelde gronden mag één recreatiewoning worden opgericht met een inhoud van maximaal 200 m3; b het oprichten van bijgebouwen is niet toegestaan. 3. Bijzondere gebruiksbepalingen Het is verboden de op de plankaart aangeduide recreatiewoningen te gebruiken voor permanente bewoning. Art. 19: Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in: - lid 2, sub a.2 goedkeuring onthouden; - lid 2, sub b.1 goedkeuring onthouden; - lid 2, sub a.5 van dit artikel voor het plaatsen van één stacaravan ten behoeve van de toezichthouder op een daartoe bepaald aan te wijzen terreingedeelte; - lid 2, sub b.2 van dit artikel voor het oprichten van lichtmasten (10m) met een maximale hoogte van 15 m1. 73

Recreatiewoningen,

Terreinen met recreatiewoningen dienen gezien hun aard en functie een aan de

stacaravans

omgeving aangepast karakter te hebben. Om dit te waarborgen zijn richtlijnen ten aanzien van oppervlakte en bouwvolume gesteld; er wordt een maximummaat toegestaan van 75 m2 en 300 m3 (inclusief berging, en kelder). Uitbreidingen of nieuwvestiging van terreinen voor recreatiewoningen of stacaravans kunnen alleen worden toegestaan indien er sprake is van een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein, vastgelegd in het bestemmingsplan. Hieronder wordt verstaan,„het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de logiesverblijven daadwerkelijk recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden worden geboden‟. Aan de bouw van solitaire recreatiewoningen wordt geen medewerking verleend.

vervolg / pagina 18 van 19

Art 16 Art 16: Goedkeuring onthouden

Voor recreatiewoningen geldt als nadere eis deze slechts mogen worden opgericht en gebruikt voor de verhuur ten behoeve van wisselend gebruik. Stacaravans die groter zijn dan 55 m2 (inclusief bijgebouwen en overkappingen), ook wel chalets genoemd, worden voor wat betreft handhaving beschouwd als zijnde recreatiebungalows. Dientengevolge is het handhavingsbeleid voor recreatiewoningen van toepassing. 73

Permanente

Onrechtmatig gebruik van recreatieverblijven is ongewenst. De primaire

Art 16 Art. 16 (goedkeuring onthouden)

bewoning recreatie-

verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden hiervan ligt bij de

en 18

woningen

gemeenten.Adequaat en het eenduidig bestemmen van de functies kunnen

Art. 18: Het is verboden de recreatiewoningen en stacaravans te gebruiken voor permanente bewoning.

daar deels in voorzien. In bestaande situaties van onrechtmatig gebruik wordt van de gemeenten verwacht dat zij alle middelen zullen aanwenden om een einde te maken aan het onrechtmatig gebruik van deze voorzieningen. Indien handhaving van het recreatieve gebruik niet mogelijk is gebleken, dan moet volstaan worden met een persoonsgebonden gedoogbeschikking voor de huidige hoofdgebruikers tot het moment dat de recreatiewoning wordt verlaten. Nadat er een einde is gekomen aan deze persoonsgebonden gedoogsituatie dient de woning weer vrij te komen voor de verhuur-recreatiemarkt. Legalisatie - omzetting van recreatiewoningen naar reguliere woningen – is slechts mogelijk indien de woningen voldoen aan het Bouwbesluit (2003), ze buiten het groenblauwe raamwerk zijn gelegen (vanwege de kwetsbaarheid van de aanwezige waarden), er wordt voldaan aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en milieueisen, en handhaven niet tot de mogelijkheden behoort. 77

windturbines

Tot de vaststelling van de definitieve locaties zal binnen de zoekzones geen ruimte

-

worden geboden voor de ontwikkeling van functies die zich ruimtelijk niet verdragen met de plaatsing van windturbines, met uitzondering van de bestaande functies waarin dit plan reeds voorziet. 91

zweefvliegveld

Ook voor de zweefvlieglocatie Malden zet de provincie in op consolidatie van het huidige gebruik.

vervolg / pagina 19 van 19

Art 19 Art 19: Goedkeuring onthouden.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.