Met ontferming bewogen. J.N. Voorhoeve


1 Met ontferming bewogen J.N. Voorhoeve2 Foundation All Nations Editie In 1934 gepubliceerd in de Bode des Heils. Citaten uit het Oude Testament: He...
Author:  Karolien de Jonge

0 downloads 25 Views 1MB Size

Recommend Documents


No documents


Met ontferming bewogen J.N. Voorhoeve

Foundation “All Nations” www.all-nations.nl [email protected] Editie 2016. In 1934 gepubliceerd in de Bode des Heils. Citaten uit het Oude Testament: Herziene Statenvertaling © Jongbloed Groep en Stichting HSV Citaten uit het Nieuwe Testament: 4e Voorhoeve-vertaling

Voorwoord De Heer Jezus was met ontferming bewogen over de menigten, toen Hij hier op aarde was. Delen wij in Zijn ontferming als we denken aan de meer dan zeven miljard mensen die op dit moment met ons op aarde leven? Voelen we de grote nood van zo velen die op weg zijn naar een eeuwigheid zonder God, die voor eeuwig verloren zullen gaan? Kort geleden werden we geattendeerd op een brief die broeder J.N. Voorhoeve in de jaren dertig van de vorige eeuw geschreven heeft. Alhoewel deze brief meer dan tachtig jaar geleden geschreven is, heeft hij tot onze harten, maar ook de harten van anderen, gesproken. Wat onze broeder toen geschreven heeft, is nu nog steeds van toepassing. Daarom willen we dit graag met u delen, in het vertrouwen dat we daarin de stem van onze Heer zullen horen. Broeder Voorhoeve was de vader van zuster Heleen Voorhoeve, die meer dan driekwart eeuw zichzelf heeft opgeofferd in een zendingswerk in Egypte. Het is nog steeds genadetijd. God werkt nog steeds machtig door Zijn Geest en trekt zondaars tot Zich. Het is onze verantwoordelijkheid om het evangelie te brengen aan hen die dichtbij en veraf zijn. Wat vele jaren geleden waar was in Plymouth, Engeland, is nu nog veel belangrijker geworden. Horen we de oproep tot grotere trouw in een onverdeelde dienst voor onze Heer? We bevelen deze publicatie in uw biddende overdenking aan. Voorwoord bij de Engelstalige uitgave uit 2015

5

6

Met ontferming bewogen 'En Jezus trok alle steden en dorpen rond en leerde in hun synagogen en predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal. En toen Hij de schare zag, werd hij met ontferming over hen bewogen, omdat zij afgemat en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben. Toen zei Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig; smeekt dan de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders in zijn oogst uitstoot.' Mattheüs 9 vers 35-38 Het is honderd jaar geleden1, dat de Heer door Zijn Geest op een krachtige manier werkte in Plymouth, Engeland, en vandaaruit over de hele wereld. Het was toen in die stad een wonderbare tijd. Er was geen enkel huis, ook niet in de dure en voorname wijken en straten, waar niet minstens één lid van het gezin samenkwam met hen, die 'Broeders' werden genoemd. De stadsschouwburg moest worden gesloten en bleef drie jaar lang dicht, omdat er een algemeen verlangen was, om gescheiden van de wereld te leven. Met ontferming bewogen strekte gelovigen zich uit naar alles wat het geestelijk heil van de mensen kon bevorderen. De eigenaar van de schouwburg was niet verbitterd door de materiële schade die hij leed, maar kwam integendeel tot geloof, en nam toen zijn plaats in aan de Tafel van de Heer. Er werden grote lokalen gebouwd, en honderden genoten er niet alleen de gemeenschap, maar grote groepen hoorden er het Evangelie en werden onderwezen in de beginselen van de waarheid van God. Tegenwoordig is het in deze stad zo heel anders... We willen niet vragen naar de oorzaak daarvan, of zoeken naar wegen tot herstel. We willen alleen de kleine groep van getrouwen, die daar nu nog is — maar ook vele andere zwakke getuigenissen in ons land en over de hele wereld — wijzen op een gezindheid, die toen algemeen werd gevonden en die zo'n een krachtige uitwerking ten goede had, namelijk: 'met 1

Dus in 2016 meer dan 180 jaar geleden. 7

ontferming bewogen'! De toestand van de Kerk in Engeland leek in die dagen hopeloos onverbeterlijk. De leiders werkten het werk van God tegen en bekommerden zich niet om de mensen. Maar dit was juist een aansporing voor onze broe­ders, om zich met hun hele hart bezig te houden met de menigten, die, hoewel ze zich er niet bewust van waren, graag geleid en gevoed wilden worden. Doordat ze op de Heer vertrouwden, was hun zwakheid, die zij diep voelden, geen hindernis voor hen. Een geest van broederliefde woonde in hun midden. Niemand wilde de belangrijkste onder hen zijn, maar 'de één achtte de ander uitnemender dan zichzelf' (Filippi 2 vers 3). Dienende liefde kenmerkte hen tot in de kleinste dingen. Zij wendden zich tot de Heer om Zijn hulp te vragen en werkten zo schouder aan schouder onder gelovigen en ongelovigen. In Openbaring 3, in de Brief aan Filadelfia (=broe­derliefde), wordt gesproken over kleine kracht, maar er was kennelijk grote trouw bij hen. Want het woord van de Heer werd er bewaard en de naam van de Heer niet verloochend. En om beide redenen (zwakheid en trouw) stelde de Heer Zichzelf aan hen voor als de Heilige en de Waarachtige, die een geopende deur aan hen ge­geven had, die niemand kon sluiten. Bovengenoemde broeders waren bezield met de geest van Filadelfia. Zij waren zich bewust van hun machteloosheid, maar voelden sterk hun verantwoorde­lijkheid om vast te houden aan het Woord en de Naam van de Heer. De kracht hiervoor vonden ze in de Heilige en de Waarachtige. Doordat ze zich afzonderden van de dwaalleraars, van de ongelovigen, van de geest der wereld (ook van de Christelijke wereld, die ogenschijnlijk wel godsvrucht bezit, maar de kracht daarvan verloochent), kon de Meester hen toebereiden en gebruiken tot alle goed werk (2 Timotheüs 2 vers 16-3 vers 5). Christus was het voorwerp van hun harten. Ze getuigden van Hem tegenover zondaars en kinderen van God en spoorden allen aan om in alles ware volgelingen van Jezus te worden. Altijd overvloedig in het werk van de Heer, en overtuigd, dat hun arbeid niet tevergeefs 8

was in Hem, predikten zij het Evangelie overal, en verbreidden zij de waarheid door zowel het gesproken als geschreven woord. Ze wisten dat dit 'goed en aangenaam is voor God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot de kennis van de waarheid komen' (1 Timotheüs 2 vers 3-4.) Zij deelden uit van hun bezittingen. En vele meer ontwikkelden en rijken gaven zich met alles wat ze hadden, zowel in kennis als bezit, aan het werk van de Heer. Omdat zij wisten hoe de Heer te vrezen is, overreedden zij de mensen, om de komende toorn te ontvluchten. En met ontferming bewogen, gedrongen door de liefde van Christus, predikten ze Hem, Die voor allen gestorven is, 'opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf leven, maar voor Hem die voor hen gestorven en opgewekt is' (zie 2 Korinthe 5 vers 11-15).

Zo was het toen... Maar hoe is het nu?

Helaas is de liefde in de loop van de jaren verkoeld. En wat zo spontaan opkwam, onder de krachtige werking van de Heilige Geest, werd na verloop van tijd bij velen een uiterlijke vorm. En dus treuren we nu niet alleen om het verval van de Gemeente, maar ook om de inzinking van het getuigenis, dat God in Zijn voorzienend bestuur aan de Gemeente in de laatste dagen geschonken had.

Wat moeten we nu doen?

Allereerst ootmoedig erkennen, dat er door onze ontrouw zoveel verloren is gegaan. En dan God bidden om de juiste gezindheid van het hart tegenover de mensen: met ontferming bewo­gen te zijn. De broeders, die zich eerst in kinderlijke eenvoud hadden afgezonderd tot een getuigenis voor de Naam en het Woord van de Heer, hebben zich later verheven. En daarmee ging gepaard dat men de mening toegedaan was, dat hun roeping slechts was, een getuigenis te zijn voor bepaalde waarheden en men de prediking van het evangelie aan andere Christenen over moest laten. Maar Paulus, die toch de bijzondere roeping had — als rentmeester van God — de waarheid omtrent de Ge­meente te verkondigen, zegt dat hij óók een dienst­knecht van het Evangelie was (Kolosse 1 vers 23-25). En heeft hij niet zijn hele leven, naast zijn ijver om de waarheid 9

bekend te maken, zijn hartstocht voor het zieleheil van de mensen laten zien? Joden en heidenen wees hij onvermoeid op Christus. En tot Timotheüs, die hij aanspoort, het hem toevertrouwde pand vast te houden, zegt hij vlak vóór zijn heengaan: 'Doe het werk van een evangelist' (2 Timotheüs 4 vers 5)! En wat lezen we van de Heer Jezus Zelf? Toen de leiders van Israël Hem in beginsel hadden verworpen — en er dus voor de Joden als volk geen hoop meer was — trok Jezus al de steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen en predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal. Want Hij zag de scharen in hun ellende en hun gemis. Ze waren vermoeid, afgemat, maar ook verstrooid om­dat ze geen herder hadden. En met ontferming bewo­gen spaarde de Heiland geen enkele moeite. Hij dacht aan de drukke steden en de stille dorpen. Hij leerde in de plaatsen van de officiële godsdienst. Overal waar men Hem maar wilde horen, predikte Hij het Evangelie van het Koninkrijk, zowel aan de enkeling als aan de velen, in de huizen en op de straten, daarbij goed doende, ook aan de lichamen (zie Mattheüs 9 vers 35 en 36). Ja, Hij spoorde de discipelen aan — hoewel Hij later Zelf de arbeiders zou uitzenden — om de Heer van de oogst te smeken om arbeiders in Zijn oogst uit te zenden, omdat er weinig arbei­ders waren. De leidslieden mochten dan wel ver­keerd en ongevoelig zijn, maar onder de scharen was er niet tevergeefs gewerkt, onder andere ook door Johannes de Doper. Vele harten waren rijp om te worden 'geoogst'. Hoe zal dit het hart van onze Heer hebben verkwikt! Zie, ons Voorbeeld, een Voorbeeld voor allen, een Voorbeeld voor ieder persoonlijk! Al zijn de dagen slecht, al neemt de verwarring op geestelijk gebied toe, er is altijd hoop. De belofte juist voor de Gemeente van onze tijd is: 'Ik heb een ge­opende deur voor u gegeven' (Openbaring 3 vers 8). De kracht van de eerste eeuw van de Christenheid is er niet meer. Maar de Heer Jezus, die gisteren, heden en tot in eeuwigheid De­zelfde is, is gebleven: alles vergaat, maar Hij blijft! (Hebreeën 1 vers 11 en 12.) Ja, het is ook nu nog de Heilige en de Waarachtige, die opent en niemand zal sluiten! Als er maar een gevoel van zwakheid bij ons aanwezig 10

is. Als we maar getrouw zijn. Als we maar in broe­derliefde onze weg gaan. De Heer Jezus was met ontferming bewogen, toen Hij de vele lichamelijk zieken en ongelukkigen in Israël zag (Mattheüs 14 vers 14, 20 vers 34). Hij was met ontferming bewogen, toen een grote schare drie dagen bij Hem gebleven was en niets te eten had (Mattheüs 15 vers 32). Maar vooral was Hij met ontferming bewogen, toen Hij de diep­droevige toestand zag, waarin Israël geestelijk verkeerde. Toen huilde Hij (Lukas 19 vers 41). Willen wij dan ook hierin niet onze Mees­ter volgen? We kunnen dit doen, door allereerst oog te hebben voor de grote oogst, maar dan ook door te zien, dat er zo weinig arbeiders zijn om de oogst binnen te halen. Moet men zich niet haasten als de oogst rijp is? Is het niet zo dat de mensen in de oogsttijd vroeg opstaan? En werken ze dan niet de hele dag lang en zien ze niet uit naar extra hulp? Net als in de dagen toen onze Heer hier op aarde was, zijn de velden nu wit om te oogsten. Jarenlang is er met ijver geploegd en gezaaid. Maar waar zijn de mensen om de oogst binnen te halen? Zijn er niet veel arbeiders weggenomen? En hoe wei­nigen in onze dagen voelen hun verantwoordelijk­heid voor de oogst! Arbeiders uitzenden of maken kunnen we niet. We kunnen echter wel bidden, sme­ken om meer, om nieuwe arbeiders en de Heer van de oogst met aandrang en volharding vragen, de geschikte mensen vrij te maken, ze uit te zenden in Zijn oogst (Mattheüs 9 vers 3 en 38). We kunnen de Meester óók volgen door zèlf uit te gaan, als Hij tot ons zegt: 'Gaat heen!'. Waarom zijn er niet meer jonge mensen bereid uit te gaan in Zijn dienst? De Heiland heeft toch gezegd: 'Gaat heen in de hele wereld, en predikt het Evangelie aan alle schepselen' (Markus 16 vers 15). En Hij werkt Zelf mee (zie Markus 16 vers 20), Hij die alle macht heeft in hemel en op aarde! De Heer gebruikt ouderen en oude mensen. Maar Hij vraagt ook de kracht van de jongeren. Hij wil, dat ze hun hele leven lang zich wijden aan Hem en Zijn dienst. Wie hoor ik daar zeggen: 'Hier ben ik om te helpen'? Ach, er zijn zo veel redenen 11

waardoor je tegengehouden kunt worden... Waar moeten we van leven? Maar de arbeider is immers zijn loon waard (Lukas 10 vers 7)! De Meester zal zorgen! Waar komt de wijsheid vandaan die we nodig hebben temidden van de mensen waar we leven, als temidden van wolven? Wij zijn niet de sprekers, maar de Geest van de Vader die in ons woont. En we hoeven immers niet te vrezen voor hen, die het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden. We moeten veel meer Hem vrezen, die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel (Mattheüs 10 vers 1-32). Laten we onszelf afvragen of de Meester ons niet roept. Laten we an­dere betrouwbare gelovigen hierover om advies vragen, en als het dan duidelijk is of wordt, alles in het geloof opgeven om Hem te dienen, die alles opgaf voor ons. Op het kinderlijk gebed maakt de Heer de dingen duidelijk. Ook al zegt Hij misschien tegen ons, dat we nog enkele jaren geduld moeten hebben. We kunnen de Meester dan volgen, wie we ook zijn, door in eigen omgeving de hand tot redding uit te steken en te getuigen van datgene wat we zelf be­zitten. Spreken we met onze buren over onze Heer Jezus? Getuigen we op kantoor of op de zaak, in onze betrek­ kingen en werkplaatsen van de Heer? Steken we onze energie in evangelisatiewerk onder klein en groot? Delen we traktaten of evangelisatiefolders uit? Beijveren we ons voor de verspreiding van de Bijbel? De mensen, die niet geloven, gaan niet alleen verloren, maar missen ook voor dit leven alle leiding en waar geluk. Want ze hebben geen herder. En de Heer Jezus wil hun Leidsman zijn. O, welk een Herder hebben wij in Hem! Hij is Degene die Zijn kudde leidt naar grazige weiden en stille wateren, degene die hun zielen verkwikt, Wiens stok en staf hen altijd vertroosten. Hij is degene Die hen leidt in het spoor van de gerechtigheid. Niet alleen in de toekomst zal Hij Zijn schapen weiden en hen leiden tot bronnen van het water van het leven, maar ook in het heden, of ze nu alleen zijn of als kudde samen, is Hij hun grote, goede en overste Herder! Is er bij ons geen verlangen om ook anderen in een levende verbinding met die Herder te brengen? Maar ook: spreken wij wel met de Christenen die wij ontmoeten over de kostbare waarheden die wij bezit­ten? Het is zeker goed — als we gelovigen ontmoeten met wie we niet dezelfde weg gaan — om te 12

spreken over die zaken die ons verenigen. Maar wil dat zeggen, dat we nu ook maar zwijgen moeten over ons geestelijk bezit? We moeten natuurlijk niet telkens over dezelfde dingen met hen spreken, en vooral niet als er twist­gesprekken door zouden ontstaan. Maar we moeten wel met liefde getuigen van de kostbaarheden, die wij hebben ontdekt in de Schriften. Vele gelovigen missen zoveel van datgene wat wij door genade mogen kennen en genieten. In het verleden werd er veel moeite gedaan om lectuur over de beginselen van het samenkomen, over de Profetie, over de Bijbel, biddend te verspreiden onder gelovigen met wie we niet dezelfde weg gingen. Ook werden de commentaren en beschouwingen met liefde en tot zegen gelezen en warm aanbeloven bij anderen. En hoe is dat vandaag de dag? Jongelui, laat bij jullie de terugkeer naar datgene wat goed en nodig is beginnen. Laten we allemaal onze lendenen omgorden, zodat we standvastig en onbeweeglijk zijn, wat de waarheid aangaat, zodat we geen enkele gelegenheid voorbij laten gaan om zondaars te vertellen over het heil in Christus. Maar laten we ook onze medegelovigen bekend maken met de waarheden die wij door genade hebben leren kennen, waar we ons in verblijden en waardoor we onze Heer eren. 'Daarom mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer' (1 Korinthe 15 vers 58). We moeten echter niet gedreven worden door wettische principes. Als dat gebeurt, zal het getuigenis meer geschaad dan gediend worden. We moeten de mensen tegemoet treden met het hart van Christus, doordrongen van de nood in onze tijd. Als we de mensen op die manier bezien, zullen we met ontferming over hen bewogen zijn. Dat zal ons bewegen volhardend te bidden en te werken. Als we zien op de zegen die ons deel is en we hebben een oog voor hen, die dit allemaal missen, dan wordt liefde de drijfveer van al ons doen en laten. Dan zeggen we tot anderen: Komt en ziet! Dan nemen we de mensen bij de hand en brengen hen tot de Bron van zegen. Dan zijn we niet hard, niet vervelend of bekrompen, maar dan zijn 13

we verdrietig over het geluk, dat een ander mist, en doen we wat we kunnen voor hun eigen best­wil. We hebben zo vaak onze ogen gesloten! Toen ik een jongen was, zei mijn vader vaak: 'We moe­ten met open ogen door het leven gaan'. En ik heb daarvan veel geleerd en er vaak aan gedacht. Het zien van de dingen, van de ellende en het gemis, van de grote oogst en het gebrek aan arbeiders, drijft ons uit tot God en tot de mensen! '...toen Hij de schare zag, werd hij met ontferming over hen bewogen...'

14

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.