No title


1 2 3 4 5 6 kleur Kleurstoffen en pigmenten De kleurgevende stoffen kunnen we onderverdelen in twee soorten: kleurstoffen en pigmenten. Voor de schild...
Author:  Edith Hermans

0 downloads 11 Views 2MB Size

Recommend Documents


No title
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Buitenwijken Het ontwerpbestemmingsplan Buitenwijken heeft va...

No title
1 2 3 4 5 6 7 LOGEREN VILLA DES ARTS KUREN TUSSEN KUNSTIGE MUREN TEKST: LIES UYTTENBROECK - FOTOGRAFIE: CLAUDE SMEKENS TIJDLOOS 238 Op een paar uur ri...

No title
1 enquête resultaat Leidsche Rijn is de snelst groeiende wijk van de stad. De bevolking is relatief jong. Het aantal ouderen (65 jaar en ouder) ...

No title
1 2 3 KOTAWARINGIN LAMA DALAM ANGKA 2015 KOTAWARINGIN LAMA IN FIGURES 2015 Nomor ISBN/ISBN Number : No. Publikasi/ Publication Number : Katalog BPS/ B...

No title
1 2 3 4 5 6 7 WIJ, ONDERGETEKENDEN, STEUNEN DEZE BRIEF Joachim Robbrecht Schrijver, theatermaker, acteur Marloeke van der Vlugt Kunstenaar/ Interactie...

No title
1 2 3 4 5 6 PENGGUNAAN METODE INQUIRY UNTUK MENINGKATKAN HASIL BELAJAR SISWA KELAS IV TENTANG ENERGI BUNYI DI BIMBINGAN BELAJAR, DESA PLOSO, RANDUACIR...

No title
1 67 ANALISIS KANDUNGAN KADAR SERAT DAN KARAKTERISTIK SOSIS TEMPE DENGAN FORTIFIKASI KARAGENAN SERTA PENGGUNAAN TEPUNG TERIGU SEBAGAI BAHAN PENGIKAT A...

No title
1 Oktober 2012 DE SCHAKEL NEDERLANDSE INTERKERKELIJKE GEMEENTE TE BENIDORM Kerkelijk centrum " HET ANKER " Avda. Doctor Severo Ochoa Benidor...

No title
1 KUALITAS FISIK TELUR ITIK MAGELANG YANG DIBERI PAKAN MENGANDUNG TEPUNG DAUN Indigofera zollingeriana DAN MINYAK IKAN LEMURU NOVA AGUSTINA RATNASARI ...



kleur

Kleurstoffen en pigmenten De kleurgevende stoffen kunnen we onderverdelen in twee soorten: kleurstoffen en pigmenten. Voor de schilder is een belangrijk verschil tussen deze twee de lichtechtheid. Verwerkt in verf of inkt zijn alle kleurstoffen slecht tot matig lichtecht. De lichtechtheid van pigmenten varieert van slecht tot uitstekend. De mate van lichtechtheid geeft aan in hoeverre een kleurgevende stof wordt aangetast door ultraviolet licht. Ultraviolet licht is een bestanddeel van zowel daglicht als kunstlicht. Het heeft de eigenschap kleurgevende stoffen af te breken: de kleur 'verschiet'. Hoe snel dit gebeurt is afhankelijk van de lichtechtheid van een kleurgevende stof in combinatie met de hoeveelheid ultraviolet licht. Sommige kleuren verschieten al na een paar weken, andere pas na vele jaren of zelfs nooit. Een tweede verschil betreft de oplosbaarheid. Kleurstoffen lossen op in een vloeistof, pigmenten zijn onoplosbaar.

Kleurstoffen*)

De

De lichtechtheid van kleurstoffen in verf of inkt is slecht tot matig. Ze worden daarom niet gebruikt

Ee

in produkten voor de kunstschilder. Voor bijvoorbeeld onderwijstoepassingen of illustratief werk is

ee

lichtechtheid van minder belang. Een originele illustratie heeft een tijdelijke functie en kan na publicatie

de

in het donker bewaard worden. Geen licht, de kleur verschiet niet.

ev

Ta

Pigmenten Pigmenten kunnen we niet alleen onderscheiden naar de mate van lichtechtheid maar ook naar andere eigenschappen zoals dekkracht, transparantie en kleurkracht.

*) In de Talens-produkten worden kleurstoffen uitsluitend gebruikt in twee produkten: Ecoline (met uitzondering van wit en metaalkleuren) en Watervaste Tekeninkt (met uitzondering van wit en zwart). Alle andere Talens-produkten worden gemaakt op basis van pigmenten.

pagina

6

e

kleur

kleur

Lichtechtheid De lichtechtheid van pigmenten varieert van pigment tot pigment. Dankzij moderne technieken kunnen we de kwaliteit van pigmenten voortdurend verbeteren. Tegenwoordig hebben we een keuze uit duizenden pigmenten. Traditionele pigmenten waarvan de lichtechtheid matig is, kunnen we zodoende vervangen door betere synthetisch vervaardigde pigmenten. Op tubes, etiketten en kleurkaarten wordt de lichtechtheid van de Talens produkten aangegeven door middel van de volgende symbolen: +++

=

minimaal 100 jaar lichtecht onder museumomstandigheden

++

=

25 – 100 jaar lichtecht onder museumomstandigheden

+

=

10 – 25 jaar lichtecht onder museumomstandigheden

º

=

0 – 10 jaar lichtecht onder museumomstandigheden

Dekkracht en transparantie Een andere eigenschap van pigment is dekkracht of transparantie. Verf met een dekkend pigment zal bij een bepaalde laagdikte de ondergrond aan het oog onttrekken. Verf met een transparant pigment is bij dezelfde laagdikte doorzichtig. Niet elk dekkend pigment is even dekkend, niet elk transparant pigment even transparant. Vele variaties zijn mogelijk, van zeer transparant tot zeer dekkend. Talens gebruikt hiervoor de volgende symbolen:

n

transparant;

ht,

halftransparant; iets minder doorzichtig

zeer doorzichtig

halfdekkend;

de ondergrond wordt niet volkomen afgedekt

dekkend;

van de ondergrond is niets meer te zien

pagina

7

kleur Dekkracht en transparantie als eigenschappen van pigmenten zijn alleen zichtbaar als aan de verf geen dekkende vulstof is toegevoegd. Bij plakkaatverf is dit wel het geval zodat elke kleur dekkend is, ongeacht het type pigment dat is gebruikt. Kleurkracht De kleurkracht van een pigment bepaalt hoeveel van dit pigment nodig is om een bepaalde kleur-

A

concentratie te bereiken. We nemen als voorbeeld

+

=

+

=

+

=

+

=

twee gelijke hoeveelheden blauwe verf, die elk gemaakt zijn met eenzelfde hoeveelheid pigment. Het verschil zit hem in de soort pigment: pigment A

B

en pigment B. Dan nemen we twee gelijke hoeveelheden van dezelfde witte verf. Bij menging met een gelijke hoeveelheid witte verf, is de menging

[8]

met het blauw van pigment A veel geconcentreerder dan de menging met pigment B. Pigment A is dus kleurkrachtiger (afb.8). Behalve het type pigment is ook de hoeveelheid

C

pigment bepalend voor de kleurkracht van een verf. We nemen als voorbeeld weer twee gelijke hoeveelheden blauwe verf. Nu zijn beide echter gemaakt met hetzelfde pigment. Alleen is in blauw C meer

D

van dit pigment verwerkt dan in blauw D. Bij menging met dezelfde hoeveelheden van dezelfde witte verf, geeft blauw C een kleurkrachtiger resultaat dan blauw D (afb. 9).

[9] De illustratie geeft een schematische voorstelling van de hoeveelheid en de grootte van de pigmentdeeltjes in de verf.

Verder is de maling van een pigment van invloed op de kleurkracht van de verf. Pigmenten worden in een bindmiddel gemalen. Hoe fijner de maling, hoe groter de kleurkracht.

pagina

8

kleur [ 11 ]

Het kan zelfs nog genuanceerder. We plaatsen twee kleuren geel naast elkaar. Het ene geel heeft blauwe sporen in zich en het andere rode sporen. We ervaren het ene geel als koel vergeleken met het andere geel. En dat terwijl geel bij uitstek een warme kleur is (afb. 11).

We kunnen het gehele spectrum dus niet zonder meer verdelen in warme en koele kleuren. Wel kunnen we stellen dat blauw het centrum van een koel gebied is en oranjegeel het centrum van een warm gebied.

Kleur toon De verhouding waarin de kleuren van het spectrum worden gereflecteerd, bepaalt de kleurtoon. In het hoofdstuk O n t s t a a n va n k l e u r hebben we gezien dat geen enkele kleur volkomen zuiver is: iedere kleur bevat sporen van de andere kleuren van het spectrum. Het grootste gereflecteerde deel van het spectrum bepaalt de hoofdkleur, bijvoorbeeld rood. Het op één na grootste deel dat wordt gereflecteerd, bijvoorbeeld geel, beïnvloedt de hoofdkleur. Samen bepalen ze de kleurtoon. We spreken in dit geval van een rood met gele sporen. Een rood met blauwe sporen en een rood met gele sporen zijn beide rood, maar hebben elk hun eigen kleurtoon. Hoe verder de kleuren uit elkaar liggen, hoe groter het verschil in kleurtoon (afb. 12).

[ 12 ]

pagina

10

kleur

kleur

Helderheid

ft De helderheid van een kleur geeft aan hoe licht of hoe donker de kleur is. Iedere kleur

n.

heeft een bepaalde helderheid. Geen enkele kleur is zo licht (helder) als wit, alle kleuren

het

zijn lichter (helderder) dan zwart. Mengen we geel met steeds een beetje meer blauw, dan ontstaat een reeks van geel over groen naar blauw (afb.13). We zien dat niet alleen de kleurtoon en kleurtemperatuur veranderen, maar ook de helderheid. De kleur wordt steeds donkerder (de helderheid neemt geleidelijk aan af).

We kunnen dit illustreren door van deze reeks

[ 13 ]

een zwart-wit foto te maken. De kleuren vallen weg en we houden een grijsreeks over. Die laat de verschillen in helderheid zien. Dezelfde grijsreeks kan gemengd worden met wit en zwart. Bij elke kleur kan dus een grijs worden gemengd dat dezelfde helderheid heeft als die kleur.

Ve r z a d i g i n g Een kleur is verzadigd ("zuiver") als de gereflecteerde delen van het spectrum die samen de kleurtoon bepalen sterk overheersen. Dat wil zeggen dat in de reflectie weinig sporen van de overige kleuren aanwezig zijn. Zitten in de reflectie veel sporen van andere kleuren, dan spreken we van een onverzadigde ("vuile") kleur. Mengen we een verzadigde kleur met steeds meer grijs dat dezelfde helderheid heeft als die kleur, dan neemt de verzadiging af. De helderheid blijft gelijk, de kleurtoon blijft dezelfde (afb.14).

[ 12 ]

[ 14 ]

pagina

11

kleur

kleur

Primaire kleuren met wit en zwart Met de drie primaire kleuren kunnen talloze kleurtonen worden gemengd. Met wit en zwart kunnen we talloze grijzen mengen. Door deze twee mogelijkheden te combineren kan in principe elke gewenste kleur worden gemengd.

Primaire kleuren met wit, zonder zwart Ook zonder zwart kan elke kleur gemengd worden die nodig is om naar de werkelijkheid te schilderen. Zwarte en grijze voorwerpen hebben meer kleur dan op het eerste gezicht lijkt. Mengen we de primaire kleuren in de juiste verhouding dan ontstaat een grijs dat bijna zwart is. Dit komt doordat bij het mengen alleen het gemeenschappelijk gereflecteerde deel van het spectrum overblijft. Bij menging van de primaire kleuren is dat deel zeer klein. Er wordt bijna geen licht meer gereflecteerd (afb.19). Dit donkergrijs is donker genoeg om in een schilderij de suggestie van zwart te wekken. Ook kan dit donkergrijs, in plaats van zwart, samen met wit en kleurtoon tot elke

[ 19 ]

gewenste kleur worden gemengd. Kleuren die in de cirkel tegenover elkaar liggen heten complementaire kleuren. Twee complementaire kleuren bevatten samen de drie primaire kleuren. In de juiste verhouding gemengd ontstaan ook hiermee zwarte kleuren. En natuurlijk grijzen door toevoeging van wit (afb.20). [20]

pagina

17

en,

kleur

kleur

Optisch kleurmengen Optisch kleurmengen houdt in dat een gemengde kleur gesuggereerd wordt zonder daarvoor daadwerkelijk kleuren met elkaar te mengen. We kennen pointillistisch mengen en glacerend mengen.

Pointillistisch mengen Pointilleren betekent: met stipjes schilderen. Om een groene kleur te krijgen mengen we niet gele en blauwe verf, maar zetten we in een vlak gele en blauwe stipjes door elkaar. Het vlak zal dan de indruk geven groen te zijn. Hoe kleiner de stipjes, hoe completer de menging lijkt (afb.28). Ook hier geldt dat complementaire sporen de gemengde kleur onverzadigd (vuil) maken. [28]

Combineren we gekleurde stippen met witte, zwarte of grijze stippen, dan worden helderheid en verzadiging op dezelfde wijze beïnvloed als bij gewone menging (afb.29).

[29]

n

Ook zonder zwart kunnen donkere grijze kleuren

gd

door pointilleren gesuggereerd worden, al zal het resultaat nooit zo donker en onverzadigd zijn als bij volledige menging (afb.30).

pagina

21

[30]

kleur [31]

In de voorgaande gepointilleerde illustraties maakt ook het wit van het papier deel uit van de optische menging. De kleuren worden hierdoor helderder en minder verzadigd. In het bovenstaande voorbeeld zijn verschillende kleuren op een egaal ingeschilderde ondergrond aangebracht waardoor een grotere verzadiging kan worden bereikt (afb. 31).

In het tweede voorbeeld zijn van links naar rechts verticale banen egaal ingeschilderd. In dezelfde volgorde zijn dezelfde kleuren hier van boven naar beneden in horizontale banen overheen gepointilleerd (32). [32]

pagina

22

kleur

kleur

G l a c e re n d m e n g e n In de schilderkunst is glaceren het aanbrengen van transparante verflagen. Een transparant blauw aanbrengen over geel mengt optisch tot groen. Transparant rood over geel mengt optisch tot oranje. Transparant blauw over rood mengt optisch tot violet. Zetten we de drie kleuren over elkaar dan heffen ze elkaar op en mengen ze optisch tot een onverzadigde grijze kleur (afb.33). Met glacerend mengen worden de mooiste resultaten bereikt als steeds donkerder kleuren over elkaar worden gezet.

e

[33]

Deze techniek is met plakkaatverf niet mogelijk. Plakkaatverf is immers dekkend. Voor alle andere verfsoorten geldt, dat vooral de kleuren op basis van transparante pigmenten voor deze techniek geschikt zijn (zie bij pigmenten).

[32]

pagina

23

kleur In het landschap links wordt onze aandacht getrokken door de warmgekleurde bergen op de voorgrond. Van daar uit wordt onze blik de ruimte ingeleid. In de rechter afbeelding wordt onze aandacht meteen getrokken door de warm gekleurde bergen achteraan. Richten we vervolgens onze blik naar beneden, dan lijken de blauwe bergen vooraan onder de warme kleuren te willen wegkruipen. Ze komen niet naar voren.

Helderheid en ruimtesuggestie Voorwerpen die donker afsteken tegen een lichtere achtergrond komen naar voren (afb.37).In het eerste voorbeeld kost het geen moeite om ons een ruimtelijk berglandschap voor te stellen. In het tweede voorbeeld is dit veel moeilijker. Eerder lijkt de wereld op zijn kop te staan.

[37]

Voorwerpen die grote contrasten in helderheid kennen, komen naar voren ten opzichte van voorwerpen met kleine helderheidscontrasten. Door het sterke vormperspectief van de paaltjes wordt in de eerste illustratie ruimte gesuggereerd (afb.38). Deze ruimte wordt in de tweede illustratie benadrukt door het contrast tussen licht en donker op de voorgrond te vergroten en in de verte te verkleinen.

[38]

pagina

26

kleur gebruikt en is het helderheidscontrast groot. Naar boven toe nemen verzadiging en helderheidscontrast steeds meer af, en worden de kleuren overwegend koel. Helemaal bovenin verdwijnen de vormen in een lichte grijze kleur. Afb.41 In elk van de zes rechthoeken komt de linker bovenhoek naar voren en wijkt de hoek rechtsonder naar achteren. Dit komt door het diagonale verloop van de kleuren: linksboven zijn verzadiging, kleurtemperatuur en/of helderheidscontrast sterk aanwezig, rechtsonder veel zwakker. Waar de rechthoeken aan elkaar grenzen zijn onderling vergelijkbare verschillen te zien waardoor de ruimtesuggestie wordt benadrukt. [41]

In de volgende voorbeelden is ruimtesuggestie door combinatie van kleureigenschappen gekoppeld aan vormperspectief.

Afb.42 De omgeving van het blauwe blok is zeer verzadigd en bestaat bovendien uit warme kleuren. Ondanks de verzadiging van het blauw zelf en het helderheidscontrast tussen de blauwe vlakken onderling lijkt het blok in de achtergrond te willen verdwijnen; we ervaren achter de vorm geen ruimte.

[42]

pagina

28

digd

het

kleur

kleur

Afb.43 De verzadiging van de achter- en ondergrond is van voren naar achteren steeds verder teruggebracht. De hoek achter het onderwerp is het verste weg en dus het meest onverzadigd. Tegelijk is rekening gehouden met de lichtval. Het licht komt van rechtsboven en valt behalve op het onderwerp vooral op de omgeving links daarvan. Dit veroorzaakt een groter helderheidscontrast tussen de slagschaduw en de ondergrond. De slagschaduw vormt de verbinding tussen de vorm en de ondergrond en is, wat betreft de toepassing van de kleureigenschappen, mede ruimte bepalend voor het onderwerp dat de schaduw afwerpt. De kleur van de slagschaduw is naar achteren toe wat lichter en onverzadigder gemaakt waardoor de schaduw met het ruimtelijk verloop van de ondergrond meegaat. De verzadiging van de blauwe vlakken is naar achteren toe iets teruggebracht waarbij de kleur van de lichtere vlakken vooraan geler is gemaakt, en het blauw van het donkere vlak vooraan donkerder. De voorste punt heeft nu een groter helderheidscontrast en meer warmte, en komt dus meer naar voren. Het blok is nu zelf ruimtelijker en komt naar voren ten opzichte van de achtergrond.

[43]

Afb.44 De ruimtesuggestie van kleureigenschappen werkt altijd. Als de eigenschappen zo toegepast worden dat het vormperspectief juist wordt tegengewerkt kan van elke ruimtelijke tekening een voorstelling

en

zonder suggestie van ruimte worden gemaakt.

mte.

In de illustratie zijn alle handelingen als voorheen omschreven andersom toegepast. [44]

pagina

29

kleur Afb.45 Het landschap kan verdeeld worden in vier delen: de berg links, de berg rechts, de doorkijk op het landschap daarachter en de lucht. Erg ruimtelijk is de voorstelling niet. Zowel de kleurtemperatuur als de verzadiging en de helderheidscontrasten zijn overal min of meer gelijk. Alleen de lucht wijkt naar achteren door het geringe helderheidscontrast.

[45]

Afb.46 De berg op de voorgrond komt meer naar voren door de warme verzadigde kleuren. De berg rechts lijkt nu verder weg, de donkere kleuren zijn lichter gemaakt en de lichtste kleuren iets donkerder. Het helderheidscontrast ten opzicht van de voorgrond is nu aanzienlijk minder. De schaduwen aan de voet van de berg zijn met koelere kleuren ingeschilderd waardoor het dal dieper lijkt en de afstand tot de voorgrond groter. In de doorkijk zijn de donkere kleuren lichter en koeler gemaakt zodat de ruimte wordt benadrukt.

[46]

Ook in de lucht zien we veranderingen. Voordat we hierop ingaan staan we even stil bij hoe een lucht ruimtelijk bekeken moet worden. Luchten zijn onvoorspelbaar. Afhankelijk van de weersomstandigheden en het tijdstip van de dag kunnen donkere en lichte partijen elkaar afwisselen en kunnen verzadigde, warme of koele kleuren overal tevoorschijn komen. Toch gelden ook hier de wetten van de kleureigenschappen in relatie tot ruimtesuggestie. Geen lucht zo rood of er steekt wel een donkere vorm tegen af. We moeten de lucht zien als het plafond van een kamer. Kijken we recht omhoog dan is de afstand tot het plafond klein. Kijken we verderweg naar het plafond dan is de afstand groter. Met anderen woorden: als we bij een strakblauwe lucht recht omhoog kijken, dan is het blauw donker en verzadigd.

pagina

30

kleur

kleur

Hoe verder we onze blik naar de horizon richten hoe lichter en onverzadigder het

n:

blauw zal zijn. Het helderheidscontrast van wolken recht boven ons als gevolg van licht- en schaduwwerking zal dan ook groter zijn dan het contrast van soortgelijke

is

wolken verder weg. In de illustratie zien we in de lucht het helderheidscontrast,

als

de verzadiging en de kleurtemperatuur naar de horizon toe dan ook afnemen.

aar

In de laatste voorbeelden worden de kleuren in een stilleven stap voor stap zodanig opgebouwd dat ieder voorwerp een eigen plaats in de ruimte krijgt. We doen dit in drie fases.

Afb.47 Het schilderijtje mist elke suggestie van ruimte. De rode achtergrond overheerst alle andere vormen en de ondergrond lijkt rechtop te staan. De kleurloze grijze fles verdwijnt in de achtergrond en ook de groene vruchten zijn niet opgewassen tegen het kleurige geweld van de omgeving.

den

-

af.

t

en: [47]

pagina

31

kleur Afb.48 De verzadiging van de achtergrond is afgezwakt, de verzadiging van de gele ondergrond naar achteren toe eveneens. Hierdoor wordt de ruimte bepaald waarin de verschillende voorwerpen een plek moeten krijgen. De kleuren van de slagschaduwen volgen dit verzadigingsverloop en zijn bovendien naar achteren toe wat lichter gemaakt. Vervolgens is gebruik gemaakt van de lichtval om de vormen helderheidscontrast te geven. Hierbij is het belangrijk dat de onderwerpen voldoende kleur behouden. [48]

Het is niet voldoende om een kleur lichter of donkerder te maken met respectievelijk wit en zwart. De helderheid verandert dan wel, maar de verzadiging eveneens. Ten opzichte van de uitgangskleur zullen de onverzadigde kleuren naar achteren wijken en zo de plaatsbepaling van het voorwerp in de ruimte teniet doen. Afhankelijk van de kleur van het licht en de kleuren van de omgeving worden de schaduwkleuren en de lichte kleuren van een voorwerp behalve donkerder of lichter ook koeler of warmer. Het donkere schaaltje krijgt meer kleur door het geel van de ondergrond op de buitenkant terug te laten komen. Afhankelijk van het materiaal waar voorwerpen uit bestaan kunnen kleuren in meer of mindere mate over en weer gereflecteerd worden.

pagina

32

kleur

kleur

rond

an

ren

aald

rpen

wen

en

Afb.49 De rode achtergrond is naar rechts wat koeler en donkerder gemaakt, naar linksonder wat lichter en onverzadigder. Hierdoor komen vooral de grijze fles en de blauwe kan meer naar voren. De fles is aanzienlijk kleuriger geworden door verschillende kleuren uit de omgeving op de fles te laten terugkomen. De lichtste partijen van elk voorwerp zijn met warme kleuren versterkt. Vergelijk bijvoorbeeld het blauwe kannetje op de vorige illustratie met het kannetje nu. Door de warme lichte kleuren is het kannetje zelf ruimtelijker geworden en komt het verder los van de achtergrond. Als laatste handeling is aandacht besteed aan de kleine details op de voorgrond.

[49]

pagina

33

kleur

kleur

Product

Primaire kleuren

Additionele kleuren

Ecoline

205, 337, 578

201, 311, 506

Decorfin Universal satin

287, 350, 588

Textile

206, 350, 527

Glass

200, 350, 501

Porcelain

287/288, 341, 527/541

Kleurnummers tussen ( ) zijn kleuren op basis van echte cadmiumpigmenten

pagina

35

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.