Onderdeel: Vakvaardigheden EBR Nieuwsbegrip: Leesvaardigheid en woordenschat Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:


1 - NEX Klas: IG2 HV Onderdeel: Vakvaardigheden EBR Nieuwsbegrip: Leesvaardigheid en woordenschat Lesperiode: 2 1 Nieuwsbegrip en Nieuwsbegrip XL Mate...

0 downloads 82 Views 333KB Size

Recommend Documents


No documents


Vak: Nederlands - NEX Klas: IG2 HV Onderdeel: Vakvaardigheden – EBR – Nieuwsbegrip: Leesvaardigheid en woordenschat Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen:

Toetsing:

Lesperiode: 2

Schriftelijke overhoring: ja

Aantal lessen per week: 1 Methode: Nieuwsbegrip en Nieuwsbegrip XL Materiaal: Leerlingschrift A4 Snelhechter Markeerstift

Al naar gelang de lesinhoud (niet van tevoren bekend) van het onderdeel Nieuwsbegrip van die week: -Verschillende leesstrategieën -De betekenis van diverse leesbegrippen, zoals alinea, tussenkopje, deelonderwerp, hoofdgedachte enz. -Woordraadstrategieën -Betekenis van woorden

-Ik kan de juiste leesstrategie toepassen bij het lezen van een langere tekst -Ik kan hoofdzaken in een tekst ontdekken -Ik kan de juiste woordraadstrategie toepassen om achter de betekenis van een woord te komen -ik gebruik leesbegrippen om over een tekst te praten of om zelf een beter begrip van de tekst te hebben

Het gemiddelde van S.O. 1 en 2 samen, weging: 1x Herkansbaar: nee

Vak: Nederlands Onderdeel: Leesvaardigheid - EBR Algemene informatie: Wat moet je kennen:

Klas: IG 2 hv

Lesperiode:2

2F Ik kan signaalwoorden in een tekst herkennen. 2F Ik kan chronologische, opsommende, en tegenstellende verbanden in een tekst herkennen. 2F Ik kan feiten, meningen en argumenten in een langere tekst herkennen

Aantal lessen per week: 3 Methode: Nieuw Nederlands 5e editie Hoofdstuk: 3+4

Blz. 86 t/m 92 Blz. 127 t/m 132 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online H 3 en 4, onderdeel Lezen extra en Test Nieuwsbegrip XL

Extra websites: Nieuws-/krantensites

http://www.newsmap.jp/#/b,e,m,n, s,t,w/nl_nl/view/ Cambiumned

2F Kan de hoofdgedachte van de tekst weergeven en maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. 2F Kan de bedoeling van de schrijver verwoorden. 2F Ordent informatie (bijvoorbeeld op basis van signaalwoorden) voor een beter begrip. 1F Kent de meest alledaagse (frequente) woorden, of kan de betekenis van een enkel onbekend woord uit de context afleiden. 2F Kan de hoofdgedachte van de tekst weergeven en maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. 2F Kan de bedoeling van de schrijver verwoorden. 2F Ordent informatie (bijvoorbeeld op basis van signaalwoorden) voor een beter begrip. 2F Ik weet wat het begrip tekstverband betekent en het begrip signaalwoord 2F Ik weet wat feiten, meningen en argumenten zijn

Wat moet je kunnen:

Toetsing:

Repetitie: ja Weging: 2x Herkansbaar: ja

Vak: Nederlands Onderdeel: Woordenschat - EBR Algemene informatie: Wat moet je kennen: Lesperiode:2 Aantal lessen per week: 3 Methode: Nieuw Nederlands 5e editie Hoofdstuk: 3+4

Blz. 103 t/m 105 Blz. 143 t/m 145 Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online onderdeel Woordenschat H3 en H4 extra en Test

2F Ik ken een aantal woordraadstrategieën 2F Ik herken beeldspraak (letterlijk en figuurlijk taalgebruik). 1F Ik ken de betekenis van een aantal Nederlandse uitdrukkingen 2E Ik ken het begrip ‘vast voorzetsel’

Klas: IG 2 hv Wat moet je kunnen:

Toetsing:

1F Ik kan de betekenis van uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek. 2F Ik kan woordraadstrategieën toepassen om de betekenis van voor mij onbekende woorden te achterhalen 2F Ik kan letterlijk en figuurlijk taalgebruik herkennen. 2E Ik kan vaste voorzetsels herkennen 2E Ik kan met de aangeboden woorden goede zinnen formuleren.

Schriftelijke overhoring Weging: 1 x Herkansbaar: nee

Vak: Nederlands Onderdeel: Fictie - EBR Algemene informatie:

Klas: IG2 hv

Lesperiode:2 Aantal lessen per week: 1 Lessen Nederlands: Stimuleren vrij lezen, Verhaalfragmenten aanbieden/promopraatjes Nieuw Nederlands Hoofdstuk:

H2 blz.77 t/m 82 H6 blz. 237 t/m 242 Extra materiaal:

Fictie

Leesboek van de schrijver die de school bezoekt Bezoek aan theatervoorstelling?

Wat moet je kennen:

Wat moet je kunnen:

Toetsing:

● Ik weet dat ik personages in een film/toneelstuk kan zien en dat ik ze bij een boek zelf moet proberen voor te stellen… ● Ik weet dat in een boek gedachten en gevoelens van personages worden beschreven en dat die in een film/toneelstuk vaak door een close-up duidelijk worden gemaakt ● Ik weet dat in een boek de sfeer beschreven wordt met woorden en dat die in een film/toneelstuk d.m.v. kostuums, muziek en geluiden bepaald wordt

● Ik kan de verschillen beschrijven tussen boek en film/theaterstuk

Boekopdracht 2 Recensie Weging: 1x Inleveren: na bezoek theatervoorstelling 8?? datum inleveren nog nader te bepalen

Vak: Nederlands Onderdeel: Schrijfvaardigheid - EBR Algemene informatie: Wat moet je kennen:

Klas: IG2 hv Wat moet je kunnen:

Toetsing:

Lesperiode:2

2F Ik veel voorkomende signaalwoorden gebruiken. 2F Ik kan in een eenvoudige tekst mijn mening geven. 2F Ik kan argumenten en voorbeelden bij mijn mening geven. 2F Kan teksten schrijven en overtuigen met argumenten. 2F Kan alinea’s maken en inhoudelijke verbanden expliciet aangeven. 2F Past het woordgebruik en toon aan het publiek aan. 1F Ik kan een schrijfplan maken

Schrijfopdracht 2 Mening-argument

Aantal lessen per week: 3 Methode: Nieuw Nederlands 5e editie

Schrijven H3 en 4 Blz. 98 t/m 100 Blz. 137 t/m 140

Extra materiaal: Extra websites: Digitale methode

1F De informatie is zodanig geordend, dat de lezer de gedachtegang gemakkelijk kan volgen en het schrijfdoel bereikt wordt. 2F Kan notities, berichten en instructies schrijven waarin eenvoudige informatie van onmiddellijke relevantie voor vrienden, docenten en anderen wordt overgebracht. 2F De tekst bevat een volgorde; inleiding, kern en slot. 2F Kan teksten schrijven en overtuigen met argumenten. 2F De tekst bevat een volgorde; inleiding, kern en slot. 2F Kan alinea’s maken en inhoudelijke verbanden expliciet aangeven. 2F Past het woordgebruik en toon aan het publiek aan.

Repetitie: ja Weging: 2x Herkansbaar: ja

 We differentiëren in Nieuw Nederlands m.b.v. steropdrachten, toetsvragen en normering. We differentiëren in tempo, aandacht en didactiek.  In deze klas geven meerdere docenten Nederlands waardoor verschillende deelvaardigheden per week (periode) aangeboden worden.

Vak: Nederlands

ANV

Onderdeel: grammatica zinsdelen Algemene informatie: Wat moet je kennen: Lesperiode: 2

-

Aantal lessen per week: 2 Methode: Nieuw Nederlands 5e editie H1 t/m H6 (grammatica zinsdelen) Extra materiaal: Nieuw Nederlands Online PowerPoint

-

Grammaticale kennis: persoonsvorm, onderwerp, lijdend voorwerp, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde. meewerkend voorwerp. bijwoordelijke bepaling. werkwoordelijke uitdrukking. bijvoeglijke bepaling

Klas: IG2 HV Wat moet je kunnen: -

-

Ik kan persoonsvorm, onderwerp, werkwoordelijk gezegde, naamwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in een zin vinden. Ik kan bijwoordelijke bepalingen in een zin vinden. Ik kan een werkwoordelijke uitdrukking herkennen. Ik kan bijvoeglijke bepalingen (voor en achter de kern) in een zin vinden Ik kan het stappenplan voor het benoemen van zinsdelen gebruiken.

Toetsing: Schriftelijke overhoring Weging: 1x Herkansbaar: nee

Klas: IG2 HV Vak: Nederlands ANV Onderdeel: Spelling H3 en H4 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Lesperiode: 3

Aantal lessen per week: 2 Methode: Nieuw Nederlands 5e editie Hoofdstuk: 3 en 4 H3: blz. 113-116 H4: blz. 153 -156 (H4 bevat ook herhaling H1: leestekens, blz. 33) : Nieuw Nederlands Online Powerpoint

H3:

H4:

-

-

-

Hoofdletters Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord

Leestekens die al behandeld zijn in H1 (blz. 33): punt, vraagteken, uitroepteken, komma en dubbele punt puntkomma, aanhalingstekens Twee persoonsvormen in een zin

Wat moet je kunnen:

Toetsing:

H3:

Schriftelijke overhoring Weging: 2x Herkansbaar: nee

-

-

Ik weet wanneer ik wel en geen hoofdletter moet gebruiken. Ik kan een voltooid deelwoord dat gebruikt wordt als bijvoeglijk naamwoord herkennen. Ik kan een voltooid deelwoord dat gebruikt wordt als bijvoeglijk naamwoord juist schrijven.

H4: -

-

-

Ik kan de belangrijkste leestekens (punt, vraagteken, uitroepteken, komma en dubbele punt) goed gebruiken. Ik kan de puntkomma en de leestekens bij een citaat (aanhalingstekens) goed gebruiken. Ik kan alle persoonsvormen in een zin vinden.

Vak: Nederlands Onderdeel: woordenschat Algemene informatie: Lesperiode: 3 Aantal lessen per week: 1 Methode: Trefwoord Hoofdstuk: 3 Blz. 22 t/m 28 Extra materiaal:

ANV Wat moet je kennen: -

De term werkwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord. Je moet het kunnen herkennen wanneer werkwoorden/zelfstandig naamwoorden en bijvoeglijk naamwoorden ‘familie’ van elkaar zijn.

Klas: IG2 HV Wat moet je kunnen: -

Je moet de in dit hoofdstuk behandelde werkwoorden, zelfstandig naamwoorden en bijvoeglijk naamwoorden goed kunnen spellen.

-

Je moet kunnen reageren op een vraag/uitspraak en in deze reactie een werkwoord/zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord gebruiken dat familie is van het aangegeven (schuingedrukte) woord.

Toetsing: Schriftelijke overhoring Weging: 1X Herkansbaar: nee

Vak: Nederlands Onderdeel: woordenschat Algemene informatie: Lesperiode: 3 Aantal lessen per week: 1 Methode: Trefwoord Hoofdstuk: 4 Blz. 29 t/m 37 Extra materiaal:

ANV Wat moet je kennen: -

De term: synoniem De in dit hoofdstuk behandelde synoniemen

Klas: IG2 HV Wat moet je kunnen: -

Je moet de in dit hoofdstuk behandelde synoniemen bij elkaar kunnen zoeken. Je moet kunnen reageren op een vraag/uitspraak en in deze reactie een synoniem gebruiken van het aangegeven (schuingedrukte) woord.

Toetsing: Schriftelijke overhoring Weging: 1X Herkansbaar: nee

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2020 TIXPDF.COM - All rights reserved.