Onderwijskwalificaties


1 Onderwijskwalificaties Handleiding voor docenten Directie Onderwijs en Opleidingen2 VOORAF Het UMC Utrecht kent als onderdeel van de Universiteit Ut...
Author:  Fien Willemsen

0 downloads 1 Views 460KB Size

Recommend Documents


Onderwijskwalificaties
1 Onderwijskwalificaties Handleiding voor docenten Directie Onderwijs en Opleidingen2 VOORAF Het UMC Utrecht kent als onderdeel van de Universiteit Ut...



Onderwijskwalificaties Handleiding voor docenten Directie Onderwijs en Opleidingen

VOORAF Het UMC Utrecht kent als onderdeel van de Universiteit Utrecht al ruim 20 jaar een systeem van Onderwijskwalificaties voor haar docenten. Deze Handleiding Onderwijskwalificaties UMC Utrecht is bedoeld om docenten praktische informatie te geven over wat een systeem van Onderwijskwalificaties voor hen betekent. Er wordt in deze handleiding beschreven waarom er onderwijskwalificaties in het UMC Utrecht zijn, welke kwalificaties er zijn, voor wie het behalen van een onderwijskwalificatie verplicht is en wat de kandidaat voor elk van de kwalificaties moet doen. In deze handleiding wordt om redenen van leesbaarheid de mannelijke persoonsvorm gebruikt. Uiteraard kan voor resp. hij/hem/zijn ook zij/haar/haar gelezen worden.

INHOUDSOPGAVE 1.

Waarom onderwijskwalificaties in het UMC Utrecht?

2.

Welke onderwijskwalificaties zijn er?

Pag. 2 2

3.

Wie moet welke onderwijskwalificatie behalen?

3

4.

Welke eisen gelden er voor een onderwijskwalificatie?

4

5.

Hoe verloopt het kwalificatietraject?

6

6.

Welke gevolgen heeft het behalen van onderwijskwalificaties?

9

7.

Waar is meer informatie te vinden?

9

Bijlage 1

Specificatie van de eindtermen voor een BKO

10

Bijlage 2

Specificatie van de eindtermen voor een SKO

11

Bijlage 3

Opbouw van het portfolio

12

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

1

1. WAAROM ONDERWIJSKWALIFICATIES IN HET UMC UTRECHT? De drie hoofdtaken van het UMC Utrecht zijn patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs. Dat voor adequate patiëntenzorg (na-)scholing en kwalificaties vereist zijn, zal iedereen beamen. Dit geldt echter ook voor het verzorgen van (universitair) onderwijs.

1

De Universiteit Utrecht (UU) voert dan ook het beleid dat iedereen die universitair onderwijs geeft, hierin geschoold en gekwalificeerd moet zijn. Zij heeft in 1995 als eerste een universiteitsbreed kwalificatiesysteem voor het onderwijs ingevoerd, met een basis- en een seniorkwalificatie onderwijs (BKO en SKO). De formele eisen, rechten en plichten hiervoor zijn vastgelegd in het universitaire kader voor BKO-SKO van de Universiteit Utrecht. Het UMC Utrecht volgt dit kader. Inmiddels hebben alle universiteiten in Nederland een Basiskwalificatie Onderwijs of een variant daarvan. Het BKO-certificaat is sinds 2008 landelijk erkend doordat alle universiteiten een VSNUconvenant daarover hebben ondertekend. Afspraken over onderlinge erkenning van Seniorkwalificaties Onderwijs staan momenteel op de agenda bij onder meer de werkgroep Docentprofessionalisering van de Nederlandse Vereniging van Medisch Onderwijs (NVMO) en de VSNU.

2. WELKE ONDERWIJSKWALIFICATIES ZIJN ER? De Universiteit Utrecht (UU) hanteert twee onderwijskwalificaties: een Basiskwalificatie en een Seniorkwalificatie. •

De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) is vereist voor alle docenten. De BKO-gekwalificeerde docent beschikt over erkende vaardigheden in de uitvoering van onderwijs aan studenten, houdt zich structureel en verantwoord met onderwijs bezig en kan studenten individueel en in groepen begeleiden, instrueren, toetsen en beoordelen. De focus ligt bij de BKO dus vooral op een goede uitvoering van onderwijs.



De Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) bouwt voort op de Basiskwalificatie en is vereist voor docenten met een leidinggevende taak in het onderwijs. De SKO-gecertificeerde docent beschikt naast de vaardigheden behorende bij de basis kwalificatie - over erkende vaardigheden in de ontwikkeling en coördinatie van onderwijs en heeft ook aantoonbare onderwijskundige expertise. Zo kan hij onderwijsactiviteiten coördineren, als examinator optreden en docenten aansturen, trainen, begeleiden en superviseren. De focus bij de SKO ligt dus meer op het vlak van onderwijskundig leiderschap en innovatie.

Naast deze twee door de UU erkende onderwijskwalificaties hanteert het UMC Utrecht nog de Studenten Onderwijs Kwalificatie (StOK). Studenten kunnen deze kwalificatie behalen na het succesvol afronden van een onderwijsblok waarin zij didactische kennis verwerven, ervaring opdoen in het zelfstandig geven van contactonderwijs, een onderwijsadviesproject voor een studieonderdeel uitvoeren en een literatuurstudie over een (medisch) onderwijskundig verdiepingsonderwerp doen. Een StOK is een goede stap op weg naar een BKO maar geen equivalent. De StOK valt buiten het bestek van deze handleiding.

1

De Regeling Onderwijskwalificaties UMC Utrecht heeft betrekking op het onderwijs in universitaire opleidingen. Uiteraard worden ook aan andere vormen van onderwijs en opleidingen kwaliteitseisen gesteld. Die blijven echter buiten het bestek van deze handleiding. Eveneens buiten het bestek van deze handleiding blijven de universitaire onderzoekskwalificaties (basis- en seniorkwalificatie onderzoek).

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

2

3. WIE MOET WELKE ONDERWIJSKWALIFICATIE BEHALEN? In het beleid van het UMC Utrecht wordt onderscheid gemaakt in wie een onderwijskwalificatie moet behalen en wie een onderwijskwalificatie mag behalen.

Basis Kwalificatie Onderwijs Wie moet de BKO behalen? Een BKO-kwalificatie is verplicht voor verschillende categorieën medewerkers, te weten: -

Medewerkers die in vaste dienst zijn bij het UMC Utrecht of een tijdelijke aanstelling hebben van minimaal 2 jaar EN een structurele onderwijstaak hebben van 0,5 dag per week of meer op jaarbasis binnen het universitair onderwijs

-

Alle cursus-/blokcoördinatoren binnen het universitair onderwijs ongeacht de omvang van de cursus of het blok

-

Alle hoogleraren en alle UHD’s ongeacht de omvang van hun onderwijstaak.

Voor hoogleraren en UHD’s die over minder dan 5 jaar hun wettelijke pensioendatum bereiken, vervalt de BKO-verplichting tenzij zij meer dan een halve dag per week op jaarbasis bij universitair onderwijs betrokken blijven. Wie mag de BKO behalen? 2

Het behalen van een BKO-kwalificatie is optioneel voor medewerkers die niet aan bovenstaande criteria voldoen, maar wel een onderwijstaak in een universitaire opleiding hebben. Rollen in het onderwijs die passen bij de basiskwalificatie (BKO): -

Werkgroepbegeleider

-

Practicumbegeleider

-

Trainer medisch-technische vaardigheden

-

Gesprekstrainer

-

Stagebegeleider

-

Begeleider coassistenten

-

Tutor

Senior Kwalificatie Onderwijs Wie moet de SKO behalen? Een SKO-kwalificatie is verplicht voor twee categorieën medewerkers; te weten: 1. Medewerkers die

2

-

in vaste dienst zijn bij het UMC Utrecht EN

-

op UHD-niveau of hoger zijn aangesteld, c.q. vanaf schaal 13 dan wel schaal UMS EN

-

1 dag per week of meer op jaarbasis besteden aan universitair onderwijs EN

-

een formele coördinerende of leidinggevende rol in het onderwijs vervullen.

Dit laat onverlet dat een leidinggevende kan eisen dat een medewerker een BKO- of SKO-kwalificatie behaalt, ook als die medewerker daartoe conform de Regeling Onderwijskwalificaties UMC Utrecht niet verplicht is.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

3

2. Medewerkers -

met een aanstelling als onderwijs UHD (associate professor teaching) of als onderwijshoogleraar.

Wie mag de SKO behalen? 3

Het behalen van een SKO-kwalificatie is optioneel voor medewerkers die niet in (één van) beide categorieën vallen, maar wel een formele coördinerende of leidinggevende rol in het onderwijs vervullen of deze rol reëel in het vooruitzicht hebben. Rollen, posities en functies in het onderwijs die passen bij de seniorkwalificatie (SKO) -

Opleidingsdirecteur of opleidingscoördinator

-

Coördinator van een studieonderdeel

-

Onderwijscoördinatie op afdelings- / divisieniveau

-

Lid Opleidings-, Examencommissie of Faculteitsraad

-

Lid Commissie Kwaliteitszorg Onderwijsprogramma, Toetsing, Docenten

-

Lid Curriculum-, blok- en/of lijncommissie

-

Lid Commissie decentrale toelating of andere centrale commissie

-

Docenttrainer op het gebied van medisch onderwijs

-

Manager onderwijs van een divisie

4. WELKE EISEN GELDEN ER VOOR DE BKO EN DE SKO? De eisen voor de onderwijskwalificaties zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten. Universitair docenten: -

dragen door het ontwerp, de inrichting en uitvoering van het onderwijs bij aan vakinhoudelijke kennisvermeerdering en aan de academische vorming van studenten;

-

maken studenten bewust van de plaats van het onderwijsonderdeel binnen het totale onderwijsprogramma, en van de beroepsperspectieven en de maatschappelijke context;

-

creëren een studieklimaat dat studenten uitnodigt om te leren, met de nodige aandacht voor interactie tussen docent en studenten en tussen studenten onderling;

-

gaan er bij het ontwerpen, inrichten en uitvoeren van het onderwijs van uit dat hun onderwijs het leren van studenten moet activeren en ondersteunen;

-

werken bij het ontwerpen, inrichten en uitvoeren van het onderwijs adequaat samen met collega’s binnen en buiten het vakgebied.

Zowel voor de BKO-kwalificatie als voor de SKO-kwalificatie gelden de volgende eisen: •

Universiteit brede eisen zoals geformuleerd in de door de Universiteit Utrecht opgestelde eindtermen voor didactische, professionele, vakinhoudelijke en organisatorische kwaliteiten. Deze eindtermen zijn opgenomen in bijlage 1 (BKO) en bijlage 2 (SKO) van deze handleiding.



Faculteit specifieke eisen op het gebied van (onderwijs)ervaring, didactische professionalisering, observaties en evaluaties. Deze vereisten zijn per onderwijskwalificatie opgenomen in onderstaande tabel.

Tabel 1. Overzicht kwantitatieve vereisten BKO en SKO

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

4

Faculteit specifieke eisen BKO Mate van onderwijservaring (minimaal 160 dbu) met verschillende onderwijsvormen en doelgroepen Gevolgde didactische scholing (minimaal 10 dagdelen) via UMC Utrecht of elders Observaties van door u gegeven groepsonderwijs (minimaal één, bij voorkeur meer) Observaties van groepsonderwijs gegeven door een collega (minimaal één, bij voorkeur meer) Evaluaties van studenten van door u gegeven onderwijs (minimaal twee van groepsonderwijs en feedback van minimaal 3 individueel begeleide studenten)

Faculteit specifieke eisen SKO Onderbouwde visie op universitair onderwijs en consequenties voor de opleiding Minimaal 5 jaar ervaring in het vakgebied of een promotie Mate van ervaring met coördinatie van onderwijs: -

lid van minimaal één commissie op het gebied van onderwijs (examencommissie, toetscommissie, opleidingsraad, etc.) gedurende minimaal twee jaar en

-

(deel) coördinatorschap van een onderwijsonderdeel (inhoudelijke eindverantwoordelijkheid) gedurende minimaal drie jaar

Gevolgde didactische scholing (minimaal 10 dagdelen in aanvulling op BKO): -

minimaal één congres op het gebied van (medisch) onderwijs bijgewoond (NVMO, AMEE, etc.) telt als max. 3 dd., waar u bij voorkeur ook een bijdrage heeft geleverd.

-

overige didactische scholing naar eigen keuze (minimaal 7 dd.). Daarvan kan deel uitmaken het SKO-traject UMC Utrecht (vanaf 2016) of vergelijkbaar traject elders gevolgd (5 dd. als alle bijeenkomsten zijn bijgewoond) o

Feedback van minimaal 3 collega’s op uw functioneren als leidinggevende/coördinator in het onderwijs (360 feedback) met focus op onderwijsvisie, nemen van verantwoordelijkheid, vernieuwing/verbetering van onderwijs en motivatie van medewerkers door minimaal 3 collega’s: -

functioneel leidinggevende op onderwijsterrein zoals de voorzitter van een commissie, opleidingscoördinator

-

naaste collega’s die betrokken zijn bij hetzelfde onderwijs

-

ondersteunende medewerkers met betrekking tot uw onderwijs

Minimaal twee observaties van uw onderwijs door een door u begeleide docent, BKO-kandidaat en/of StOKstudent Minimaal twee reflecties op de cyclus van ontwerpen-uitvoeren-evalueren-actieplan opstellen en implementerentweede evaluatie van uw eigen onderwijsonderdeel

De inhoud van de Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) omvat de BKO vereisten, waarbij naast een ruimere ervaring en didactische kennis tevens een uitbreiding van de rollen en taken op cursusoverstijgend niveau vereist is. Over het algemeen is voor een BKO minimaal twee jaar ervaring nodig met het geven van universitair onderwijs. In de regel is voor een SKO minimaal vijf jaar ervaring nodig met het geven van onderwijs en tenminste twee jaar met het ontwikkelen en aanpassen van onderwijsprogramma’s vanuit een leidinggevende/coördinerende rol.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

5

5. HOE VERLOOPT HET KWALIFICATIETRAJECT? Om een onderwijskwalificatie te behalen, zijn verschillende routes mogelijk. De verschillen betreffen twee aspecten: vorm van didactische scholing en de beoordelingsprocedure. 1.

Docenten met minder dan 10 jaar ervaring op het niveau van de door hen gewenste kwalificatie doorlopen het reguliere traject (zie figuur 1). U kunt aangeven dat u uw BKO of SKO-traject wilt starten door het invullen van het digitale aanmeldingsformulier op https://www.umcutrecht.nl/nl/Opleidingen/Docentenopleiders/Docenten-universitaire-opleidingen/Onderwijskwalificaties-voordocenten/Aanmeldingsformulier-Onderwijskwalificatie

2.

Ervaren docenten met minimaal 10 jaar ervaring op het niveau van de door hen gewenste kwalificatie kunnen in aanmerking komen voor een maatwerk traject voor ervaren docenten. Het verschil met het reguliere traject is dat het portfolio zich beperkt tot een persoonlijk overzicht van uitgevoerde onderwijstaken, gevolgde didactische scholing, observaties en evaluaties en voorbeelden van ontworpen onderwijs, toetsing etc. De reflectie in het portfolio beperkt zich tot enkele kernvragen. Over dit beperkte portfolio vindt vervolgens een beoordelingsgesprek plaats van circa 45 minuten met twee beoordelaars. Op basis van de combinatie van het portfolio en het gesprek wordt bepaald of een kwalificatie kan worden toegekend. U kunt een verzoek doen om voor dit traject in aanmerking te komen door uw CV inclusief onderwijs CV, voorzien van een korte motivatie en aanbeveling van uw manager Onderwijs, te sturen naar de coördinator docentprofessionalisering via [email protected] Vervolgens wordt een individueel intakegesprek gepland en ontvangt u het portfoliomodel voor dit traject.

3.

Hoogleraren kunnen als onderdeel van een benoemingsprocedure of binnen twee jaar na aanstelling na aanstelling een BKO behalen via het maatwerktraject voor hoogleraren. Voor het voldoen aan de eis van didactische scholing is een specifieke BKO-training voor hoogleraren beschikbaar. Als aan de eis van didactische scholing is voldaan, wordt een portfolio samengesteld met beperkte reflectie en een persoonlijk overzicht van uitgevoerde onderwijstaken, gevolgde didactische scholing, observaties en evaluaties en voorbeelden van ontworpen onderwijs, toetsing etc. Over dit portfolio vindt vervolgens een beoordelingsgesprek plaats van circa 45 minuten met twee beoordelaars. Op basis van de combinatie van het portfolio en het gesprek wordt bepaald of een kwalificatie kan worden toegekend. U kunt een verzoek doen om voor dit traject in aanmerking te komen door uw CV inclusief onderwijs CV, voorzien van een korte motivatie en aanbeveling van uw manager Onderwijs, te sturen naar de coördinator docentprofessionalisering via [email protected] Vervolgens wordt een individueel intakegesprek gepland en ontvangt u het portfoliomodel voor dit traject.

In figuur 1 is het reguliere kwalificatietraject schematisch weergegeven. Daarin zijn alle activiteiten en de bijbehorende tijdslijn opgenomen. Na de figuur worden de afzonderlijke stappen verder toegelicht.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

6

Figuur 1. Schematisch overzicht regulier kwalificatietraject Kandidaat meldt zich aan via website Indien gewenst Intakegesprek

Doorlooptijd maken portfolio: afhankelijk van ervaring Startend docent voor BKO 1-2 jaar en voor SKO nog eens 1,5-2 jaar

Kandidaat maakt portfolio

Kandidaat levert portfolio in bij coördinator docentprofessionalisering In ca. 3 weken Coördinator controleert portfolio op compleetheid

Niet akkoord c.q. incompleet

Akkoord c.q. compleet

Beoordelingscommissie beoordeelt portfolio op inhoud In ca. 5 weken Kandidaat maakt aanvulling

SKO-kandidaat heeft gesprek met beoordelingscommissie

Eindoordeel beoordelingscommissie

Niet voldoende

Voldoende Uitreiking certificaat

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

7

TOELICHTING OP HET REGULIERE KWALIFICATIETRAJECT Achtereenvolgens doorloopt u de volgende stappen.

AANMELDEN U geeft aan dat u een BKO of SKO kwalificatie wilt gaan behalen door het invullen van het digitale aanmeldingsformulier op https://www.umcutrecht.nl/nl/Opleidingen/Docenten-opleiders/Docentenuniversitaire-opleidingen/Onderwijskwalificaties-voor-docenten/AanmeldingsformulierOnderwijskwalificatie

INTAKGESPREK In principe is de informatie in deze handleiding en op de website voldoende om met uw BKO-traject van start te gaan. Heeft u specifieke vragen of wilt u hulp bij hoe u uw persoonlijke ervaring kunt vertalen naar de BKO, dan is er de mogelijkheid om een afspraak te maken voor een intakegesprek. Dit is uiteraard niet verplicht. Met SKO kandidaten, hoogleraren en mogelijke kandidaten voor een maatwerktraject voor ervaren docenten wordt wel standaard een individueel intakegesprek ingepland om de beste route te bepalen.

TUTOR BENADEREN Een tutor is geen vereiste maar kan een belangrijke rol spelen in uw kwalificatietraject. Hij of zij -

kan u adviseren over de te ondernemen activiteiten in het kader van het kwalificatietraject (bijvoorbeeld over het geven en laten observeren van onderwijs of het volgen van didactische cursussen);

-

kan u begeleiden bij het verzamelen van informatie voor het portfolio;

-

fungeert als sparringpartner over de inhoud en het niveau van de verzamelde informatie;

-

fungeert desgewenst als observator van uw onderwijs.

Start u het BKO-traject, dan kunt u een docent die gestart is met het SKO traject of al een SKOkwalificatie heeft, als tutor benaderen. De tutor zal veelal een naaste (senior) collega zijn en dient in ieder geval in het bezit van een BKO-certificaat te zijn. Bent u bezig in het SKO-traject, dan dient uw tutor in het bezit te zijn van een SKO-kwalificatie. De coördinator Docentprofessionalisering kan u adviseren over mogelijk geschikte tutoren. De rol van tutor voor een kandidaat in een BKO-traject is een geschikte functie voor een kandidaat voor de SKO, die immers ervaring moet opdoen met de begeleiding van jongere docenten. Docenten die menen aan alle vereisten te voldoen, kunnen direct een portfolio samenstellen. Hun traject is daarmee korter en begeleiding door een tutor is meestal niet nodig. In dat geval is het niettemin verstandig eens met een gekwalificeerde docent te sparren over uw onderwijs en uw portfolio.

PORTFOLIO OPBOUWEN EN SAMENSTELLEN Afhankelijk van uw ervaring moet u wellicht nog activiteiten ondernemen die nodig zijn om te voldoen aan de criteria voor een kwalificatie, zoals didactische professionalisering of het opdoen van voldoende ervaring. Het kost tijd om aan de vereisten te voldoen, maar over het algemeen niet langer dan 2 jaar.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

8

Als u meent aan alle vereisten te voldoen, dan stelt u een portfolio samen om dit aan te tonen. Het portfolio is de basis waarop wordt beoordeeld of u aan de criteria voor een kwalificatie voldoet. Belangrijk is dan ook dat u in uw portfolio verantwoordt waarom en hoe u meent aan de criteria te voldoen en dit onderbouwt met documenten. Om u te helpen bij het opbouwen van uw portfolio is voor zowel de BKO als de SKO een portfolio model beschikbaar. U vindt deze op de website. In dit portfoliomodel vindt u vragen die u helpen om te reflecteren op de eindtermen en suggesties voor mogelijke bijlagen. Maak uw portfolio niet te lijvig. Een dik portfolio is niet automatisch een goed portfolio. Selecteer het materiaal dat het meest geschikt is om een goed beeld van uw onderwijservaring te geven.

INLEVEREN PORTFOLIO EN DE CONTROLE OP COMPLEETHEID Als u (eventueel na overleg met uw tutor) van mening bent dat uw portfolio compleet is, levert u het in bij de coördinator Docentprofessionalisering. Deze zorgt voor een eerste beoordeling op compleetheid en adviseert zo nodig over aanvullingen. Als het portfolio compleet is, wordt het door de coördinator voorgelegd aan de beoordelingscommissie voor een inhoudelijke beoordeling.

BEOORDELING PORTFOLIO DOOR BEOORDELINGSCOMMISSIE De beoordeling van een portfolio voor een BKO-kwalificatie wordt gedaan door één vertegenwoordiger van de Beoordelingscommissie. Voor een SKO-kwalificatie wordt het portfolio beoordeeld door twee vertegenwoordigers van de Beoordelingscommissie. De Beoordelingscommissie BKO/SKO wordt gevormd door circa 15 medewerkers van het UMC Utrecht die in het bezit zijn van een SKO-kwalificatie. De tutor van een kandidaat wordt uitgesloten bij de beoordeling van de kandidaat die hij of zij begeleid heeft. De rol van de onafhankelijke voorzitter wordt vervuld door de directeur van het Expertisecentrum van het Onderwijscentrum. Circa vijf weken na indiening voor formele beoordeling ontvangt u van de coördinator docentprofessionalisering bericht over het oordeel van de beoordelingscommissie. Bij BKO-kandidaten gebeurt dit via de mail. Met BKO-kandidaten via de maatwerkroute voor ervaren docenten en hoogleraren wordt ook een beoordelingsgesprek gevoerd met twee beoordelaars. Bij SKO-kandidaten vindt een gesprek plaats met twee vertegenwoordigers van de Beoordelingscommissie in aanwezigheid van de coördinator Docentprofessionalisering. Bij twijfel of verschil van inzicht tussen beoordelaars kan extra beoordelaar worden ingeschakeld, een aanvullend gesprek worden gepland of het advies van de voorzitter van de beoordelingscommissie worden gevraagd. Tegen een besluit van de beoordelingscommissie is beroep mogelijk bij de decaan.

UITREIKING CERTIFICAAT Een positief eindoordeel van de beoordelingscommissie wordt doorgegeven aan de decaan van de faculteit Geneeskunde voor formele bekrachtiging. U ontvangt vervolgens een certificaat. Dit certificaat wordt u persoonlijk uitgereikt en de toekenning wordt gepubliceerd in Onderwijs&Zo, de digitale nieuwsbrief van het OnderwijsCentrum. Via het UMC Utrecht behaalde onderwijskwalificaties worden geregistreerd bij het Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding van het OnderwijsCentrum. Dit is gekoppeld aan het Dashboard Onderwijs dat door de managers Onderwijs voor hun divisie kan worden ingezien.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

9

6. WELKE GEVOLGEN HEEFT HET BEHALEN VAN ONDERWIJSKWALIFICATIES? De BKO en SKO zijn formele universitaire kwalificaties en worden uitgegeven door de Universiteit Utrecht. Zij kunnen verlangd worden voor bepaalde functies en posities, maar geven geen automatische rechten. Beslissingen over uw rechtspositie zijn de bevoegdheid van het management van de divisie waarbij u bent aangesteld. Zodra u gekwalificeerd BKO of SKO docent bent, doet u er goed aan om in elk geval uw kwalificatie via uw P&O afdeling op te laten nemen in het personeelsregistratiesysteem. Ook is het belangrijk dat in ieder beoordelingsgesprek de uitvoering van onderwijs en een eventueel traject om een onderwijskwalificatie te behalen wordt besproken. Het behalen van een BKO-kwalificatie betekent dat u een certificaat ontvangt dat landelijk erkend is en dus toegevoegde waarde heeft, mocht u bij een andere Nederlandse universiteit gaan werken. Na het behalen van een SKO-certificaat kunt u benaderd worden om lid te worden van de Beoordelingscommissie BKO/SKO en bent u bevoegd om kwalificatietrajecten en portfolio’s van andere docenten te beoordelen. U bent dan ook formeel geschikt en bevoegd om als tutor voor zowel BKO- als SKO-kandidaten op te treden, waarbij ook in beginsel van u verwacht wordt dat u deze rol zult vervullen als een kandidaat u daarvoor benadert.

7. WAAR IS MEER INFORMATIE TE VINDEN? Meer informatie over de onderwijskwalificaties kunt u vinden via internet: http://www.umcutrecht.nl/nl/Opleidingen/Docenten-opleiders/Docenten-universitaireopleidingen/Onderwijskwalificaties-voor-docenten Hier vindt u zowel inhoudelijke informatie over de BKO en SKO als de mogelijkheid om u aan te melden voor het reguliere traject om één van beide kwalificaties te behalen. Voor inhoudelijke vragen over de onderwijskwalificaties kunt u ook terecht bij: Mevr. drs. J.M.E. (Lisette) van Bruggen, coördinator Docentprofessionalisering Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht Hijmans van den Berghgebouw; Kamer: HB 4.02 Huispost.: HB 4.05, Universiteitsweg 98, 3584 CG Utrecht Telefoon: 088 755 3498 E-mail: [email protected] Voor meer informatie over brochures, inschrijvingen, trainingen e.d. kunt u terecht bij: Het team Docent- en Opleidersprofessionalisering Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht Hijmans van den Berghgebouw; middengebied vierde verdieping (HB 4.51) Huispost: HB 4.05, Universiteitsweg 98, 3584 CG Utrecht Telefoon: 088 755 3450 E-mail: [email protected]

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

10

BIJLAGE 1 SPECIFICATIE VAN DE EINDTERMEN VOOR EEN BKO De universitair docent: Didactische kwaliteiten – Ontwerpen van onderwijs  Richt een cursus zo in dat deze past bij de aanwezige voorkennis van studenten, het doel van de cursus en de plaats van de cursus in de gehele opleiding. Dat blijkt uit de inhoud en de werkvormen die het mogelijk maken om het cursusdoel (vakgerichte academische competenties) te bereiken. Didactische kwaliteiten – geven van onderwijs  Zorgt voor een stimulerende en activerende leeromgeving (voor studenten), is betrokken bij studenten en stelt zich enthousiast op.  Schept een veilig leerklimaat en speelt daarbij in op diversiteit onder studenten (verschillen in achtergrond, voorkennis en interesse) en op leerstrategie en vervult daarin afwisselend verschillende docentrollen.  Gebruikt een variatie van activerende werkvormen, studieopdrachten en leermiddelen die studenten motiveren/stimuleren tot zelfstandig leren.  Draagt bij aan de academische vorming van studenten door aandacht te besteden aan mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid en het leren analyseren van problemen. Didactische kwaliteiten – Begeleiden van studenten  Begeleidt individuele studenten (als tutor, bij stage- of scriptie), sluit aan bij hun leerproblemen en helpt studenten hun (zelfstandige) studieactiviteiten te structureren.  Geeft studenten feedback zodat zij gemotiveerd verder kunnen leren. Didactische kwaliteiten – toetsen en beoordelen  Kan een verantwoorde keuze maken uit de diverse toetsvormen zodat deze een representatieve afspiegeling zijn van de cursus en een integrale toetsing van de doelen.  Kan beoordelingsinstrumenten en –procedures ontwikkelen die valide zijn in relatie tot de betreffende (vak)inhoud en leeractiviteiten.  Maakt toetsopgaven die voldoen aan de eisen van validiteit en betrouwbaarheid, stemt hierover af met collega’s en kan analyses van toetsresultaten interpreteren.  Stelt studenten in staat om met (peer)feedback de kwaliteit van hun tussentijdse leerresultaten en producten te beoordelen en te verbeteren/bij te stellen.  Kan diverse typen (deel)prestaties zorgvuldig beoordelen en na weging van afzonderlijk onderdelen komen tot een onderbouwde (eind)beoordeling. Vakinhoudelijke kwaliteiten – vertaalslag naar onderwijs  Legt een relatie (in het onderwijs) tussen de actuele stand van zaken op het betreffende vakgebied en de doelen van het onderwijsonderdeel (d.w.z. het blok en de onderwijsactiviteit). Dit blijkt uit de selectie van onderwerpen en de ontwikkeling van materiaal.  Vertaalt theorie naar de praktijk en het maakt gebruik van actuele voorbeelden (zowel uit theorie als uit praktijk) en signaleert nieuwe ontwikkelingen.  Plaatst de thematiek in het geheel van de cursus en legt dwarsverbanden met verwante disciplines en wetenschapsgebieden. Professionele kwaliteiten – zich blijven ontwikkelen in onderwijs  Reflecteert op de eigen rol als docent en is in staat zich blijvend te ontwikkelen. Evalueert en verbetert het eigen onderwijs en verwerkt daarbij kritiek van studenten en suggesties van collega’s. Organisatorische (en leidinggevende) kwaliteiten - Kwaliteitsverbetering van onderwijs  Neemt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in het blok en bespreekt dat met blokcoördinator, collega’s en studenten. Dit blijkt uit overleg o.a. met het team en andere relevante personen over de inhoud en vorm van het verzorgde onderwijs.  Gebruikt de gangbare onderwijsvoorzieningen op de juiste manier.

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

11

BIJLAGE 2 SPECIFICATIE VAN DE EINDTERMEN VOOR EEN SKO De universitair docent: Professionele kwaliteiten – visie op en verantwoordelijkheid in onderwijs    

Draagt een gefundeerde visie uit op het universitair onderwijs in de maatschappelijke context Verbindt de universitaire opleiding en de maatschappelijke velden die hieraan verwant zijn, wat onder meer blijkt uit het participeren in wetenschappelijke en maatschappelijke gremia Vertaalt externe ontwikkelingen en vernieuwingen in het universitair onderwijs naar consequenties voor het eigen onderwijsonderdeel Deelt kennis en ervaringen met vakgenoten en collega-docenten op instellingsniveau of daarbuiten.

Vakinhoudelijke kwaliteiten – vertaalslag naar onderwijsvernieuwing 



Ontwikkelt nieuw onderwijs en onderwijsmateriaal op cursus en cursusoverstijgend niveau vanuit gedegen (actuele) vakinhoudelijke expertise en overzicht over de grensgebieden met andere relevante disciplines, en doet dat in samenwerking met collega’s (Her)ontwerpt op een creatieve manier (belangrijke delen van) een onderwijsprogramma en brengt dit tot ontwikkeling, evalueert dit kritisch en draagt bij aan beleidsbepalende discussies binnen het vakgebied

Didactische kwaliteiten – rolmodel als excellent docent 

 



Hanteert verschillende wijzen van doceren en begeleiden, zowel gericht op de vakinhoud als op academische vaardigheden, op grond van een brede ervaring met onderwijs in uiteenlopende werkvormen en in verschillende studiefasen Coacht en begeleidt studenten zowel op bachelor-, master- als PhD.-niveau bij hun onderwijsactiviteiten en fungeert als klankbord of coach voor docenten/stafleden Analyseert knelpunten in het onderwijs op basis van evaluatiegegevens en onderwijskundige (technologische) kennis en neemt een leidende rol in de uitwerking van verbeteringen c.q. onderwijsvernieuwingen (op het niveau van een cursus in zijn geheel of op opleidingsniveau) Kiest passende toetsvormen die een representatieve afspiegeling zijn van de gewenste inhoudelijke leerdoelen en houdt daarbij rekening met de opbouw van het totale toetsprogramma/toetsplan in de opleiding

Organisatorische en leidinggevende kwaliteiten - Kwaliteitsverbetering van onderwijs 





Past kwaliteitszorg toe op curriculumonderdelen, weet realistische doelen te stellen, ziet toe op de uitvoering daarvan en heeft inzicht in het overkoepelende systeem van kwaliteitszorg waar zijn/haar onderwijs deel van uitmaakt Geeft de doelstellingen van een (deel)programma in een aantal samenhangende cursussen organisatorisch vorm, in overeenstemming met of in aansluiting op de organisatie van het onderwijs en het beleid van de opleiding, faculteit of universiteit. Hij/zij participeert daarom ook actief in onderwijscommissies, facultaire overlegorganen, (internationale) vakgebonden of didactische netwerken, maatschappelijke instellingen, enz. Pleegt overleg met collega’s over vorm en inhoud van het onderwijs en geeft op dit gebied inspirerend leiding aan meerdere docenten en eventueel ondersteunende medewerkers

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

12

BIJLAGE 3 OPBOUW VAN HET PORTFOLIO Voor het maken van het portfolio is een model aanwezig. Dit portfoliomodel en alle daarvoor relevante aanvullende documenten kunt u downloaden van de website. Het portfolio bestaat uit drie onderdelen.

EEN PERSOONLIJK EN ONDERWIJS CV Vermeld naam, adres en woonplaats, email, telefoon, geboortedatum en geboorteplaats (deze worden vermeld op het certificaat), vakinhoudelijke opleiding en scholing en uw loopbaan en aanstellingen. Feitelijk is dit een CV zoals u dat ook bij een sollicitatie zou indienen. Geef vervolgens een overzicht van didactische professionaliseringsactiviteiten in de vorm van gevolgde cursussen en bijgewoonde didactische symposia, congressen, evt. bezoek aan buitenlandse onderwijsinstellingen of onderwijsstudiereizen. Vermeld het aantal dagdelen en licht dit bij voorkeur toe met een programma en/of certificaten. Vermeld tot op heden door u uitgevoerde activiteiten en vervulde taken op het gebied van onderwijs. Voeg als bijlage een kwantitatief overzicht toe van door u verzorgd onderwijs in de afgelopen vijf jaar (kleinschalig onderwijs, practica, hoorcolleges, individuele begeleiding van stages e.d.). Geef per jaar aan welk type onderwijs u verzorgd heeft met het aantal uren en tel de totalen op. U kunt bij de berekening van het aantal uren uitgaan van DocentBelastingsUren (dbu’s) conform de geldende onderwijsparameters in het Excelbestand.

EEN PERSOONLIJKE VERANTWOORDING Dit onderdeel van uw portfolio vormt uw reflectie op uw onderwijsvaardigheid en didactische kwaliteiten. Het is de kern van uw portfolio. Alle eindtermen zijn vertaald in reflectievragen. Als u deze zo concreet mogelijk beantwoordt, heeft u vrijwel zeker alle eindtermen ondervangen. Ondersteun uw verantwoording met relevante documentatie die u als bijlage opneemt: zie hieronder. In de verantwoording verwijst u naar deze bijlagen en maakt u duidelijk wat u ermee wilt aantonen. Zorg dat een beoordelaar alle reflectievragen en daarmee de eindtermen in uw verantwoording kan herkennen (zie bijlage 1 en 2 van deze Handleiding). In het portfoliomodel vindt u een korte instructie met enkele voorbeelden van reflectie en voorbeelden van relevante bijlagen.

BIJLAGEN Voeg de verplichte bijlagen toe en overige bijlagen waarnaar u in uw verantwoording verwijst. De volgende bijlagen zijn voorgeschreven: •

De lesvoorbereidingsformulieren voor de BKO



Het visiedocument en een lijst van publicaties en congresbijdragen voor de SKO



De vereiste observaties van door u gegeven en door u geobserveerd onderwijs



De vereiste evaluaties van door u verzorgd onderwijs

Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding UMC Utrecht -Handleiding Onderwijskwalificaties – 2018

13

Bezoekadres: Heidelberglaan 100 3584 CX UTRECHT

Postadres: Postbus 85500 3508 GA UTRECHT

www.umcutrecht.nl T. +31 (0)88 75 555 55

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2018 TIXPDF.COM - All rights reserved.