Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland


1 Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland Eindrapport Cebeon, 27 januari 20122 3 I Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanpak onderzoek Schematisch overzicht...
Author:  Christa de Jong

0 downloads 1 Views 3MB Size

Recommend Documents


ONDERZOEK VERKEERSVEILIGHEID PROVINCIE ZEELAND
1 ONDERZOEK VERKEERSVEILIGHEID PROVINCIE ZEELAND Peiling onder de Zeeuwse bevolking Februari 20102 Onderzoek verkeersveiligheid Provincie Zeeland 23 O...

Provincie Zeeland. Provincie Zeeland
1 Provincie Zeeland Provincie Zeeland Provincie Zeeland Praten met de Staten Jongeren bezoeken de Staten van Zeeland en leren door het voeren van een ...

provincie Zeeland
1 Van: Jeroen Persoonlijke boodschap: Ik hoop dat alle volksvertegenwoordigers bewust worden van de schoonheid van onze kust. De rust en ruimte die we...

Provincie Zeeland. Zicht op Zeeland
1 Zicht op Zeeland2 Zicht op Zeeland3 Inhoudsopgave Geschiedenis... Bestuur... Zeeland in kaart... Natuur en landschap... Economie... Industrie en die...

Provincie Zeeland. Streekplan Zeeland. Streekplanherziening
1 Provincie Zeeland Streekplan Zeeland Streekplanherziening Woonvisie2 Herziening van het Streekplan Zeeland 1997 Streekplanherziening Woonvisie Vastg...

Provincie Noord-Brabant Provincie Zeeland
1 2 Colofon Datum: 8 juni 2007 In opdracht van: Provincie Limburg Provincie Noord-Brabant Provincie Zeeland Opgesteld door: Joost Hagens (Bureau BUITE...

PROVINCIAAL BLAD. Provincie Zeeland Regeling ambtelijke organisatie Provincie Zeeland 2014
1 PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Zeeland. Nr oktober 2014 Provincie Zeeland Regeling ambtelijke organisatie Provincie Zeeland 2...

PROVINCIAAL BLAD. Provincie Zeeland Vaststelling Financiële verordening provincie Zeeland 2017
1 PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Zeeland. Nr november 2016 Provincie Zeeland Vaststelling Financiële verordening provincie...

PROVINCIAAL BLAD. Provincie Zeeland - Vaststelling van de Archiefverordening provincie Zeeland
1 PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgave van provincie Zeeland. Nr december 2014 Provincie Zeeland - Vaststelling van de Archiefverordening provincie...

Aanvraagformulier subsidie Provincie Zeeland
1 Aanvraagformulier subsidie Provincie Zeeland NAAM ACTIVITEIT / PROJECT Naam GEGEVENS AANVRAGER Naam instelling Adres Instelling Postcode en woonplaa...



Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

568011 - 007

Eindrapport

Cebeon, 27 januari 2012

I

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 5 2 Aanpak onderzoek................................................................................................................................ 7 2.1 Schematisch overzicht werkwijze.................................................................................................. 7 2.2 Kosten en formatie taken Zeeland ................................................................................................. 7 2.3 Financiële ijkpunten provinciefonds.............................................................................................. 9 2.4 Referentieprovincies .................................................................................................................... 10 2.5 Gebruikte gegevens en proceskenmerken.................................................................................... 11 3 Overzichtstabel: feitelijke netto lasten versus ijkpunten en omvang formatie ............................. 13 4 Verdiepend onderzoek per taakgebied............................................................................................. 17 4.1 Inleiding....................................................................................................................................... 17 4.2 Bestuur......................................................................................................................................... 18 4.3 Verkeer en vervoer....................................................................................................................... 21 4.4 Water en milieu............................................................................................................................ 26 4.5 Economische zaken (ontwikkeltaken) ......................................................................................... 30 4.6 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (ontwikkeltaken) ................. 31 4.7 Voorzieningen.............................................................................................................................. 33 5 Nadere analyse omvang indirecte formatie...................................................................................... 37 6 Samenvattende bevindingen.............................................................................................................. 40 6.1 Uitgangspunten en presentatie bevindingen................................................................................. 40 6.2 Bestuur......................................................................................................................................... 42 6.3 Verkeer en vervoer....................................................................................................................... 44 6.4 Water en milieu............................................................................................................................ 50 6.5 Economische zaken en VHROSV................................................................................................ 55 6.6 Voorzieningen.............................................................................................................................. 58 6.7 Totaaloverzicht besparingsmogelijkheden formatie .................................................................... 61 Bijlagen ..................................................................................................................................................... 63 A Overzichtstabel in absolute bedragen............................................................................................... 65

Inhoudsopgave

3

1

Inleiding aanleiding onderzoek Een van de actiepunten in het collegeprogramma Stuwende Krachten van de provincie Zeeland is het nader onderzoeken van de formatieomvang van de provinciale organisatie. De focus op provinciale kerntaken moet leiden tot een geringere omvang van de provinciale organisatie. Daarbij moet de omvang worden afgestemd op het takenpakket zoals dat door het college ten doel is gesteld met inachtneming van de uitgangspunten in het collegeprogramma ten aanzien van de wijze en het niveau van de uitvoering. Op verzoek van het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland heeft Cebeon dit onderzoek naar de formatieomvang van de provinciale organisatie verricht. onderzoeksvraag Het formatieonderzoek dient per provinciale taak te resulteren in een beredeneerde kwantitatieve vergelijking met relevante benchmarkgegevens ten aanzien van de omvang en kosten van de formatie en het totale kostenniveau van de provincie Zeeland. Hierbij wordt rekening gehouden met de lopende bezuinigingstaakstelling 2010, het nieuwe collegeprogramma en de gevolgen van het bestuursakkoord tussen rijk en provincies. De vergelijking per taak dient plaats te vinden met relevante benchmarkgegevens van een aantal meest vergelijkbare referentieprovincies. Bij taken waarvoor in het onderzoek een relatief geringe formatieomvang wordt vastgesteld, worden eventuele risico’s daarvan in beeld gebracht. In die gevallen waar sprake is van een relatief omvangrijke formatie en middeleninzet wordt aangegeven welke besparingen (op welke deelterreinen) mogelijk zijn, waarbij wordt aangegeven welke gevolgen dat voor Zeeland heeft. Onderzocht dient te worden of bepaalde taken in referentieprovincies door andere overheden (gemeenten, waterschappen) worden opgepakt, terwijl dat in Zeeland niet het geval is en welke risico’s er voor de burgers zijn als deze taken ook in Zeeland aan deze overheden worden overgelaten. Op basis van de rapportage moeten Gedeputeerde Staten besluiten kunnen nemen over toekomstige krimp en groei van de formatie- en de kostenomvang van de onderscheiden taken. inhoud rapportage In deze rapportage wordt verslag gedaan van de bevindingen van het formatieonderzoek. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde: • hoofdstuk 2: een toelichting op de onderzoeksaanpak; • hoofdstuk 3: een overzicht van de feitelijke netto lasten, de ijkpuntscores en de omvang van de formatie van Zeeland op de verschillende taakgebieden, inclusief de effecten van de reeds voorgenomen bezuinigingen op de netto lasten en de omvang van de formatie; • • •

hoofdstuk 4: de bevindingen van het verdiepende onderzoek per taakgebied; hoofdstuk 5: een nadere analyse van de omvang van de indirecte formatie; hoofdstuk 6: samenvattende bevindingen.

In de bijlage is een overzichtstabel opgenomen met een overzicht van de feitelijke netto lasten, de ijkpuntscores en het effect van de voorgenomen bezuinigingen per taakgebied in miljoenen euro’s.

Inleiding

5

2

Aanpak onderzoek

2.1

Schematisch overzicht werkwijze In het onderstaande schema wordt een overzicht van de in het onderzoek gehanteerde werkwijze gepresenteerd. Figuur 2.1. Overzicht werkwijze

financiële ijkpunten  provinciefonds

referentieprovincies

• vergelijkbare structuurkenmerken • sober / doelmatig • beheer / ontwikkeling

• beheer • ontwikkeling

taken Zeeland  • bruto / netto uitgaven • fte’s /personeelskosten • structuurkenmerken

• doelen / prestaties • beleidskeuzen / efficiency

© Cebeon

In het onderzoek zijn per taak de kosten en formatie van de provincie Zeeland vergeleken met referentiegegevens, bestaande uit de financiële ijkpunten van het provinciefonds en de gegevens van referentieprovincies. In het vervolg lichten we dit nader toe (de paragrafen 2.2 tot en met 2.4) en gaan we in op de gebruikte gegevens en het onderzoeksproces (paragraaf 2.5).

2.2

Kosten en formatie taken Zeeland directe taken Om de kosten en baten van de provincie Zeeland per taak goed te kunnen vergelijken met (externe) referentiegegevens moet er sprake zijn van zoveel mogelijk uniform afgebakende taakgebieden. Om dit te bereiken is aangesloten bij de wettelijk voorgeschreven rubricering van de financiële administratie op basis van zogenaamde Iv3-functies1. De ervaring leert dat ondanks deze voorschriften provincies bepaalde posten soms toch op verschillende Iv3-functies verantwoorden. Daarom zijn de in de financiële administratie verantwoorde lasten en baten op onderdelen gehercodeerd om de beoogde uniforme rubricering te bereiken.

1.

Aanpak onderzoek

Iv3 staat voor informatievoorziening voor derden.

7

Het onderzoek naar de omvang van de formatie heeft zich toegespitst op de volgende directe taken van de provincie of onderdelen daarvan: • • • • • • •

bestuur verkeer en vervoer water en milieu natuur en recreatie economische zaken volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) voorzieningen.

Opgemerkt wordt dat deze indeling naar taakgebieden niet hoeft aan te sluiten bij de organisatorische indeling van de provincie Zeeland.2 onderscheid beheer en ontwikkeling Bij de rubricering van de kosten en baten is aanvullend een onderscheid gemaakt naar beheer- en ontwikkeltaken: • bij beheer gaat het in beginsel om het in stand houden/onderhouden of vervangen van bestaand 'areaal' (voorbeelden: beheer en vervanging wegen, natuurbeheer, beleid, inclusief de bijbehorende ambtelijke capaciteit). Dit betreft doorgaans structurele, doorlopende taken die voor alle provincies relevant zijn en waarbij het kostenniveau en de inzet van formatie vooral wordt bepaald door structuurverschillen en eigen keuzes van provincies (omtrent voorzieningen- en kwaliteitsniveau, wijze van organisatie en dergelijke); •

bij ontwikkeling gaat het in beginsel om het aanleggen van nieuw 'areaal' of het aanbrengen van structuurveranderingen in bestaand 'areaal' (voorbeelden: aanleg nieuwe wegen, aanleg rotondes of ongelijkvloerse kruisingen, het verwerven/inrichten van nieuwe natuur, bodemsaneringen, herstructureren bedrijventerreinen, inclusief de bijbehorende ambtelijke capaciteit). Hierbij gaat het in veel gevallen om taken met een meer tijdelijk karakter (voor de duur van de ontwikkeling), die niet voor alle provincies relevant hoeven te zijn. Deze taken hangen nauw samen met nationaal gewenst beleid, die doorgaans ook (deels) met Rijksmiddelen worden gefinancierd. In dit verband is het met name relevant in hoeverre de ontwikkeltaak (op termijn) leidt tot extra beheertaken en te monitoren of de ingezette formatie na afloop van de ontwikkeltaak nog wel nodig is.

indirecte taken Binnen de formatie kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de directe formatie die inhoudelijk werkzaam is op één van de bovengenoemde taakgebieden, en anderzijds indirecte formatie die ondersteunende werkzaamheden verricht en waarvan de lasten aan de verschillende taakgebieden via een algemene verdeelsleutel worden toegerekend. De totale formatieomvang van Zeeland bedraagt in 2010 670 fte’s. Daarvan heeft ruim de helft betrekking op formatie die direct werkzaam is op bepaalde inhoudelijke taakgebieden en de rest op indirecte formatie die als opslag op de directe apparaatlasten is toegedeeld aan de taakgebieden. Belangrijke onderdelen van de indirecte formatie zijn: personeel en organisatie, management en secretariële ondersteuning, informatievoorziening en documentatie, financiën, facilitaire zaken en communicatie. van kosten naar formatie Verschillen in formatieomvang tussen provincies kunnen door diverse factoren worden beïnvloed, zoals: 2.

8

Zo kunnen er op bepaalde taakgebieden meerdere afdelingen werkzaam zijn en kunnen de werkzaamheden van één afdeling op meerdere taakgebieden betrekking hebben.

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland



verschillen in problematiek (structuurkenmerken), bijvoorbeeld gerelateerd aan de samenstelling van de bevolking of de fysieke structuur (waaronder de waterrijkdom);



de keuze voor uitbesteden/samenwerken (wel kosten; geen formatie) dan wel het in eigen beheer uitvoeren (kosten én formatie);



beleidskeuzes ten aanzien van het niveau van de taakuitoefening en de gewenste voorzieningen/prestaties. Bij de vergelijking van de verschillende taken moet rekening gehouden worden met specifieke wensen en omstandigheden van de provincie Zeeland (bijvoorbeeld de lopende bezuinigingstaakstelling, afspraken met het Rijk) en met nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld de vertaling in financiële termen van het collegeprogramma, het bestuursakkoord);



de omvang van de beschikbare (eigen) middelen. Voor de huidige invulling van het provinciale takenpakket zijn naast de algemene uitkering van het provinciefonds de omvang van de eigen inkomsten en van specifieke inkomsten relevant. Bij de eigen inkomsten gaat het om de inkomsten uit de Motorrijtuigenbelasting en om de Overige Eigen Inkomsten (de OEM). Met name op grond van de inkomsten uit vermogen op basis van de verkoop van energiebedrijven verschillen de eigen inkomsten tussen provincies aanzienlijk, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het niveau (lasten) en de samenstelling van de taken;



het jaar van vergelijking. Om voor Zeeland en referentieprovincies over vergelijkbare gegevens te kunnen beschikken is 2010 als basisjaar voor de analyse gekozen;

• en - tenslotte - de mate van effectiviteit en efficiency waarmee taken worden uitgevoerd. Om de omvang van de formatie op zinvolle wijze te kunnen vergelijken met externe referentiegegevens dienen bovenstaande factoren goed in beeld te worden gebracht. Daarom start de analyse vanuit de verschillen in kostenpatronen en worden van daaruit verschillen in formatie geanalyseerd.

2.3

Financiële ijkpunten provinciefonds Met de herziening van het provinciefonds in 2012 is er sprake van een verdeelstelsel dat in sterkere mate dan voorheen kostengeoriënteerd is, aansluit bij een sober en doelmatig voorzieningenniveau, onderscheid maakt tussen ontwikkeltaken en beheertaken en rekening houdt met verschillen in niveaus van eigen inkomsten. Dit hangt samen met het feit dat voor alle taakgebieden van het provinciefonds zogenoemde financiële ijkpunten zijn ontwikkeld. Zij zijn vertaald naar de verdeelmaatstaven per cluster (clusterformules). De ijkpunten kunnen worden beschouwd als geobjectiveerde normen voor het uitgavenniveau per beleidsonderdeel, gebaseerd op relevante structuurkenmerken (kostendrijvers). De financiële ijkpunten van het provinciefonds hebben voor de onderscheiden taakgebieden betrekking op het totaal van de directe en (toegerekende) indirecte kosten. Bij de constructie van de financiële ijkpunten zijn verschillen die voortvloeien uit eigen beleidsmatige voorkeuren of (historisch gegroeide) afwijkende niveaus van doelmatigheid uitgezuiverd. Dit betekent dat er sprake is van een objectief (neutraal) referentiegegeven, dat niet wordt gekleurd door afwijkingen in de sfeer van eigen voorkeuren of uiteenlopende doelmatigheid. Daarmee vormen de ijkpunten een uitermate geschikt instrument waarmee het relatieve bestedingsniveau van de provincie Zeeland op alle taakgebieden in kaart kan worden gebracht. Door gebruik te maken van de financiële ijkpunten is het bovendien mogelijk om verschillen tussen provincies uit te filteren die een adequate vergelijking verstoren. Dit betreft met name verschillen in structuurkenmerken als kostenbepalende externe factoren. Door het hanteren van de ijkpuntscores van het provinciefonds als correctiefactor bij de weging van de uitkomsten van de referentieprovincies wordt rekening gehouden met relevante verschillen in structuurkenmerken.

Aanpak onderzoek

9

In de onderstaande tabel wordt deze werkwijze nader toegelicht aan de hand van een rekenvoorbeeld. Tabel 2.1.

Illustratie correctie referentiescores voor structuurkenmerken via ijkpunten.

provincie X 1. inwonertal 2. wegenareaal in km 3. ijkpuntscore wegen per inwoner 4. netto lasten provinciale wegen 5. netto lasten per inwoner (4:1) 6. netto lasten per km (4:2) 7. verhouding ijkpuntscore wegen tov provincie X 8. via ijkpunt gecorrigeerde netto lasten per inwoner 9. verschil gecorrigeerde netto lasten referenties tov provincie X

fictieve referentie provincie Y

fictieve referentie provincie Z

400.000

400.000

1.600.000

500

800

1.250

65

110

40

€15 mln

€20 mln

€ 50 mln

38

50

31

30.000

25.000

40.000

1,00 38

1,69 30 –21%

0,62 51 35%

De netto uitgaven van provincie X worden vergeleken met de netto lasten van de fictieve referentieprovincies Y en Z: • in absolute termen heeft provincie X de laagste netto lasten en provincies Z de hoogste (regel 4); • wanneer rekening wordt gehouden met de verschillen in bevolkingsomvang tussen de provincies (regel 5), heeft provincie Z juist de relatief laagste netto lasten en provincie Y de hoogste en ligt het netto lastenniveau van provincie X daar tussenin;

2.4



aangezien de netto lasten in het voorbeeld betrekking hebben op wegenonderhoud, hangen deze lasten vooral samen met de omvang van het wegenareaal. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden (regel 6), is te zien dat provincie Y relatief de laagste lasten per eenheid wegareaal heeft (circa 17% lager dan provincie X) en provincie Z relatief de hoogste netto lasten (circa 33% hoger dan provincie X);



naast het wegenareaal zijn er nog diverse andere structuurkenmerken die van invloed zijn op de lasten van wegenonderhoud, zoals de aanwezigheid van water, de bodemgesteldheid, de bebouwingsdichtheid et cetera. Dit komt tot uiting in de ijkpuntscores van de provincies waarin deze structuurkenmerken zijn opgenomen. Op regel 7 is te zien dat de ijkpuntscore van provincie Y in euro’s per inwoner (regel 3) circa 1,69 keer zo hoog is als van provincie X. De ijkpuntscore van provincie Z is circa 0,62 keer die van provincie X;



wanneer deze factor wordt losgelaten op de netto lastenniveaus van de provincies ontstaat een genuanceerd beeld van de relatieve verhoudingen van de netto lasten waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in structuurkenmerken die bepalend zijn voor de netto lasten op het gebied van wegenonderhoud (regel 8). Op regel 9 is te zien dat ten opzichte van provincie X het netto lastenniveau van provincie Y circa 21% lager is en van provincie Z circa 35% hoger is.

Referentieprovincies Omdat de financiële ijkpunten van het provinciefonds betrekking hebben op relatief breed samengesteld taakgebieden wordt op onderdelen nader gericht ingezoomd met behulp van referentiegegevens van andere provincies.

10

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Bij de selectie van geschikte referentieprovincies is rekening gehouden met relevante structuurkenmerken, die per taakgebied kunnen verschillen. Daarom kunnen per taakgebied verschillende referentieprovincies zijn geselecteerd, die qua structuurkenmerken (sociaal, fysiek, ruimtelijk, bedrijvigheid) zoveel mogelijk lijken op Zeeland. Om kostenpatronen en verschillen in personele capaciteit tussen provincies op zinvolle wijze te kunnen vergelijken, wordt rekening gehouden met verschillen in structuurkenmerken tussen Zeeland en de geselecteerde referentieprovincies. Zoals hierboven aangegeven wordt dit gedaan door de netto lasten van de referentieprovincies te wegen met de relatieve ijkpuntscores van de referentieprovincies. Ondanks al deze bewerkingen om de gegevens van de referentieprovincies zo goed mogelijk te kunnen vergelijken met de situatie op onderdelen binnen taakgebieden in Zeeland, worden bij het gebruik van referentieprovincies de volgende kanttekeningen geplaatst: • ook bij referentieprovincies hoeven de uitgavenniveaus niet aan te sluiten bij hun ijkpuntscore. Zo kunnen provincies met relatief omvangrijke eigen middelen (veel) meer besteden dan hun via het ijkpunt genormeerde niveau. Daarnaast maken de referentieprovincies (andere) keuzes die hun uitgavenniveaus kunnen beïnvloeden; • tussen referentieprovincies en Zeeland kan er sprake zijn van verschillen in de mate van efficiency en effectiviteit van de organisatie; •

tussen provincies lopen de mogelijkheden om eigen inkomsten te genereren sterk uiteen. Dit zal ook tot uitdrukking komen in verschillen in uitgavenniveaus;



ook in de referentieprovincies zijn heroverwegingen relevant, waardoor hun referentieniveau zal verschuiven.

Wanneer de formatiegegevens van de referentieprovincies met die van Zeeland worden vergeleken, dient met bovenstaande (uiteenlopende) omstandigheden rekening te worden gehouden.

2.5

Gebruikte gegevens en proceskenmerken financiële gegevens Voor Zeeland en de geselecteerde referentieprovincies is gebruik gemaakt van gedetailleerde informatie met betrekking tot de lasten en baten aansluitend bij de rekening 2010 en de begroting 2011 (op grootboekniveau inclusief rubricering naar Iv3-functies). In een uitgebreide terugkoppeling op de leveranciers zijn de gegevens getoetst op plausibiliteit en vergelijkbaarheid, wat in een aantal gevallen heeft geleid tot levering van nieuwe c.q. aanvullende (achtergrond)informatie. De referentieprovincies hebben hun gegevens onder voorwaarde van vertrouwelijkheid ter beschikking gesteld. Daarom worden deze gegevens in deze rapportage niet herkenbaar per individuele provincie gepresenteerd. Opgemerkt wordt dat op dit moment bij een aantal provincies nog vragen uitstaan, waarvan de respons de in deze rapportage gepresenteerde uitkomsten nog kan beïnvloeden.

Aanpak onderzoek

11

formatiegegevens Daarnaast is gebruik gemaakt van gedetailleerde informatie over de inzet van directe en indirecte formatie op taakgebieden en onderdelen daarbinnen. Voor Zeeland is daarbij gebruik gemaakt van opgaven omtrent de directe formatie op basis van urenverantwoording3 in combinatie met eigen opgaven van de betreffende diensten. De gegevens op basis van de urenverantwoording zijn gebruikt om de formatie nader te kunnen toedelen aan de onderscheiden onderdelen binnen de taakgebieden. Overigens sluiten de randtotalen per taakgebied op basis van deze urenverantwoording goed aan bij de eigen opgaven van de diensten. Aansluitend bij de werkwijze die Zeeland hanteert in de financiële administratie, is de totale indirecte formatie4 toegedeeld aan de (onderdelen van) taakgebieden op basis van de verdeling van de directe formatie. Voor de referentieprovincies was het niet altijd mogelijk om formatiegegevens op een vergelijkbaar detailniveau beschikbaar te krijgen. Voor de toedeling van de (indirecte) formatie aan de producten in de exploitatie zijn daarbij vergelijkbare aannames gedaan als voor Zeeland. basisjaar analyse 2010 Het centrale analysejaar voor het onderzoek is 2010. Dit betreft het meest recente jaar waarvoor op dit moment rekeninggegevens beschikbaar zijn. Bovendien is dit het laatste jaar waarin nog geen voorgenomen bezuinigingen in de cijfers zijn verwerkt. Om te kunnen beoordelen in hoeverre de gegevens op basis van de rekening 2010 een goed structureel beeld geven, zijn de uitgavenpatronen op basis van de rekening 2010 wel vergeleken met andere jaren en zo nodig gecorrigeerd voor (substantiële) incidentele effecten. Hiermee vormt rekening 2010 een goede basis voor de analyse van structurele uitgavenpatronen op de verschillende taakgebieden, waarna de effecten van de voorgenomen bezuinigingen apart in beeld zijn gebracht. proces Het onderzoek is begeleid door een werkgroep waarin vanuit de provincie Zeeland vertegenwoordigers van de afdelingen POI en FEZ zijn vertegenwoordigd. Het gebruikte cijfermateriaal omtrent financiën en formatie voor Zeeland is op de leden van deze werkgroep teruggekoppeld. Daarnaast is een begeleidingscommissie voor het onderzoek ingesteld onder voorzitterschap van gedeputeerde dhr. van Heukelom, met daarin vertegenwoordigers van de diverse directies en de afdeling POI. De uitkomsten van het onderzoek zijn teruggekoppeld op de diverse diensten, waarbij de reacties vanuit de diensten bij de opstelling van de eindrapportage zijn betrokken. Daarnaast is de ondernemingsraad tijdens het onderzoek voorgelicht over het proces en de onderzoeksaanpak.

3. 4.

12

Op basis van door de provincie Zeeland aangereikte informatie is voor de omrekening van uren naar fte’s uitgegaan van 1560 uur per fte per jaar. De totale directe formatie komt daarmee uit op 349 fte’s. Het gaat in totaal om 313 indirecte fte’s.

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

3

Overzichtstabel: feitelijke netto lasten versus ijkpunten en omvang formatie overzichtstabel per taakgebied In de onderstaande tabel wordt per subcluster van het provinciefonds een overzicht gegeven van: • kolom 1: de totale feitelijke netto lasten;5 • kolom 2: de uitkomsten van het ijkpunt in het provinciefonds; • kolom 3: het verschil tussen de feitelijke netto lasten (kolom 1) en de ijkpuntscores (kolom 2); • kolom 4: de effecten van de voorgenomen bezuinigingen (aansluitend bij structurele situatie met ingang van 2013);6 • •

kolom 5: de huidige omvang van de formatie (in fte’s);7 kolom 6: de effecten van de voorgenomen bezuinigingen op de formatie.

Hierbij wordt een onderscheid wordt gemaakt tussen beheer- en ontwikkeltaken.

5. 6. 7.

Het betreft hier zowel de directe als indirecte taken die behoren bij het betreffende subcluster. Hierbij zijn de mutaties in reserves buiten beschouwing gebleven. Hierbij zijn de bezuinigingen op de indirecte taken naar rato van de personele component in de bezuinigingen op de directe taken toegedeeld aan de subclusters. Het gaat hier om het totaal van de directe en indirecte formatie die op basis van de door Zeeland aangereikte urenverantwoording is toegerekend aan de onderscheiden taakgebieden.

Overzichtstabel: feitelijke netto lasten versus ijkpunten en omvang formatie

13

Tabel 3.1.

Vergelijking feitelijke netto lasten (excl. mutatie reserves) rekening 2010 met ijkpunten provinciefonds per subcluster onderscheiden naar beheer en ontwikkeling en omvang formatie, inclusief effect bezuinigingen. Bedragen in euro’s per inwoner en omvang formatie in fte’s. (1)

(sub)cluster

(2)

feitelijke netto lasten

ijkpunt score

(3) verschil feitelijk minus ijkpunt (1-2)

(4)

(5)

structureel effect voorgenomen bezuiniging

omvang formatie in fte’s

(6) effect voorgenomen bezuiniging op formatie in fte’s

beheer bestuur

42

31

11

–3

82

–9

beheer verkeer en vervoer

88

65

23

–11

182

–18

beheer water en milieu

36

32

4

–6

145

–18

beheer natuur en recreatie

13

9

3

–1

42

–6

beheer economische zaken

4

7

–2

0

9

–1

10

10

0

–1

36

–5

beheer voorzieningen

110

40

70

–12

53

–7

subtotaal uitgaven beheer (A)

302

193

109

–35

549

–64

ontwikkeling verkeer en vervoer

40

34

6

–6

34

–3

ontwikkeling water en milieu

29**

3

27

–2

31

–4

ontwikkeling natuur en recreatie

16

49

–33

–2

29

–3

ontwikkeling economische zaken

16

3

13

–3

9

–2

4

23

–19

0

11

–1

subtotaal uitgaven ontwikkeling (B)

105

112

–6

–12

114

–14

TOTAAL uitgaven (A+B)

407

305

103

–46

663

–78

Overige eigen middelen (OEM)

–138

–43

–96

0

0

0

Motorrijtuigenbelasting (MRB)

–80

–73

–7

0

0

0

–218

–115

–103

0

0

0

beheer VHROSV*

ontwikkeling VHROSV*

TOTAAL inkomsten

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen * VHROSV staat voor volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing. ** Hiervan heeft circa 17 euro per inwoner betrekking op incidentele netto lasten in verband met nazorg voormalige stortplaatsen.

toelichting tabel op hoofdlijnen In kolom 1 van de bovenstaande tabel is te zien dat het grootste deel (circa 70%) van de totale netto lasten van de provincie (circa 407 euro per inwoner) betrekking heeft op beheertaken (circa 302 euro per inwoner). In kolom 3 is te zien dat het totale netto lastenniveau van Zeeland substantieel hoger ligt dan de uitkomsten van de ijkpunten die ten grondslag liggen aan de algemene uitkering uit het provinciefonds (circa 103 euro per inwoner). Dit relatief hoge netto lastenniveau hangt vrijwel volledig samen met de beheertaken en dan met name het cluster Voorzieningen en in mindere mate met het cluster Verkeer en vervoer (bovenste deel van de tabel). Bij de ontwikkeltaken is er sprake van een wisselend beeld per taakgebied, waarbij het totale netto lastenniveau voor de ontwikkeltaken per saldo iets lager is dan de uitkomsten van de ijkpunten in het provinciefonds.

14

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Het hogere netto lastenniveau wordt grotendeels gedekt met inkomsten uit Overige eigen middelen (OEM)8 en voor een beperkt deel met inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting, voor zover deze uitkomen boven de norm, waarmee in het provinciefonds rekening wordt gehouden. In kolom 5 is te zien dat het overgrote deel van de (directie en indirecte) formatie betrekking heeft op de beheertaken van de provincie (ruim 80%). Met de voorgenomen bezuinigingen (kolommen 4 en 6) wordt het netto lastenniveau en de formatieomvang in de komende jaren met ruim 10% verlaagd. Ter informatie worden de bedragen uit tabel 3.1 in bijlage A in absolute bedragen (miljoenen euro’s) gepresenteerd. Op de onderscheiden taakgebieden is er sprake van een uiteenlopend beeld. De achtergronden daarvan worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.

8.

Dit betreft met name dividenden van Delta NV en NV Westerscheldetunnel. Overigens is in 2010 een groot deel van het dividend van de NV Westerscheldetunnel incidenteel. Dit heeft echter geen effect op de in deze rapportage gepresenteerd netto lasten (exclusief mutaties reserves), aangezien deze incidentele middelen niet daadwerkelijk zijn besteed maar toegevoegd aan een reserve.

Overzichtstabel: feitelijke netto lasten versus ijkpunten en omvang formatie

15

4

Verdiepend onderzoek per taakgebied

4.1

Inleiding verschillende vormen van verdieping afhankelijk van type taak Op basis van de verschillen tussen de feitelijke netto uitgavenpatronen en de ijkpuntscores van Zeeland voor de verschillende taakgebieden in het herziene provinciefonds, is in overleg met de begeleidingscommissie van het onderzoek gekozen voor een verdiepend onderzoek op de volgende taakgebieden:9 • bestuur (beheer); • verkeer en vervoer (beheer en ontwikkeling); • water en milieu (beheer en ontwikkeling); • economische zaken (ontwikkeling); • volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (ontwikkeling); • voorzieningen (beheer). In het verdiepende onderzoek is per taakgebied nader ingezoomd op de achtergronden van de gevonden uitgavenverschillen door middel van gerichte vergelijkingen tussen Zeeland en een aantal referentieprovincies. Daarbij is aandacht besteed aan: • het voorzieningenniveau bij beheertaken in relatie tot structuurverschillen, rekening houdend met de keuzes die in dit verband door Zeeland zijn gemaakt (volgend uit het collegeprogramma 2011-2015 en de bezuinigingsvoorstellen ter invulling van de provinciale taakstelling); •

de achtergronden van verschillen bij reguliere beheertaken: wijze van uitvoering, invulling takenpakket, kwaliteitsniveau, afbakening/definitie kosten, mogelijk relevante structuurvariabelen die niet in provinciefonds zijn opgenomen;



verschillen tussen provinciale versus landelijk gewenste opgaven bij ontwikkeltaken. Daarbij wordt nagegaan op welke wijze Zeeland invulling geeft aan deze ontwikkeltaken en hoe het netto lastenniveau van Zeeland zich verhoudt tot het niveau van het ijkpunt en het netto lastenniveau in andere provincies.

inhoud hoofdstuk en wijze van presentatie uitkomsten In deze paragraaf worden per taakgebied de bevindingen uit de vergelijking met de referentieprovincies gepresenteerd. Daarbij komen steeds de volgende onderwerpen aan de orde: • een korte introductie van het taakgebied, waarin aandacht wordt besteed aan zowel de inhoud van het taakgebied als de kenmerken die schuil gaan achter het bijbehorende ijkpunt van het provinciefonds; •

in de tabellen wordt steeds een overzicht gegeven van de feitelijke netto lasten en de formatie onderscheiden naar een aantal onderdelen binnen het taakgebied. Daarbij worden de netto lastenniveaus voor Zeeland gepresenteerd in euro’s per inwoner en de formatie in fte’s. De (totale) feitelijke netto lasten van Zeeland worden per taakgebied vergeleken met de ijkpuntscore in het provinciefonds. Daarnaast worden de feitelijke netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met het referentieniveau in andere provincies. Dit referentieniveau is gebaseerd op de feitelijke netto lasten en formatieplaatsen van de referentieprovincies, gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken (via het ijkpunt);

9.

De overige taakgebieden blijven in het verdiepende onderzoek buiten beschouwing. Overigens is met deze taakgebieden een beperkt deel van de totale formatie gemoeid (minder dan 20%).

Verdiepend onderzoek per taakgebied

17



de achtergronden van een afwijkend uitgavenniveau voor Zeeland worden toegelicht, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan het effect van de voorgenomen bezuinigingen en (voor zover relevant) de relatie met het collegeprogramma.

Achtereenvolgens komen de volgende taakgebieden aan de orde: • paragraaf 4.2: bestuur; • paragraaf 4.3: verkeer en vervoer; • paragraaf 4.4: water en milieu; • paragraaf 4.5: economische zaken; • paragraaf 4.6: ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en stedelijke vernieuwing; • paragraaf 4.7: voorzieningen.

4.2

Bestuur

4.2.1

Introductie taakgebied en uitkomsten Het taakgebied Bestuur heeft betrekking op de algemene bestuurstaken van provincies (met name Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten, inclusief ondersteunende functies zoals griffie en rekenkamer) en een aantal taken op het gebied van openbare orde en veiligheid. Daarnaast bevat dit taakgebied enkele functies waarop provincies lasten en baten verantwoorden met een meer algemeen karakter10 en ‘verzamelposten’ die meestal grotendeels aan de inhoudelijke taakgebieden worden toegedeeld.11 Via het ijkpunt in het provinciefonds worden de algemene middelen voor dit taakgebied over de provincies verdeeld op basis van de volgende maatstaven: • het aantal inwoners; • een vast bedrag per provincie. Dit is met name relevant voor kleinere provincies (honorering schaaleffecten). vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor het taakgebied Bestuur de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Bestuur voor Zeeland met een aantal referentieprovincies.12 Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken.13

10. Het gaat hier met name om de Iv3-functies ‘overige zaken met betrekking tot algemeen bestuur’ en ‘overige baten en lasten’. In dit verband worden lasten en baten verantwoord met betrekking tot verschillende vormen van samenwerking, communicatie, voorlichting, promotie en dergelijke. 11. Zoals saldi kostenplaatsen. 12. Deze referentieprovincies zijn voor dit taakgebied vooral gekozen vanwege vergelijkbare schaaleffecten en te onderscheiden vergelijkbare uitgavenposten binnen dit taakgebied. 13. Via het ijkpunt van het provinciefonds.

18

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Tabel 4.1.

Taakgebied Bestuur (beheertaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie per onderdeel voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

voorgenomen bezuiniging

verschil referentieprovincies tov Zeeland

netto lasten

in € per inwoner

PS en GS

19

0

–10%

–22%

40%

overig bestuur

18

–3

–20%

–12%

–40%

5

0

–75%

–79%

–86%

Totaal bestuur

42

–3

–22%

–25%

–10%

ijkpuntscore

31

verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

11

openbare orde en veiligheid

formatie

in fte’s

PS en GS

36

–3

–9%

–2%

–25%

overig bestuur

38

–5

–1%

–11%

–14%

8

–1

–55%

–39%

–64%

82

–9

–10%

–8%

–24%

openbare orde en veiligheid Totaal bestuur

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

4.2.2

Toelichting tabel 4.1 (leesvoorbeeld) netto-lasten en formatie In tabel 4.1 gaat het bovenste deel in op de netto lasten voor het taakgebied Bestuur en de onderscheiden onderdelen daarbinnen. Het onderste deel van tabel 4.1 heeft betrekking op formatiegegevens. eerste kolom In de eerste kolom worden de totale netto lasten van Zeeland vergeleken met de ijkpuntscore: de totale netto lasten op het taakgebied Bestuur bedragen circa 42 euro per inwoner. Daarmee ligt het feitelijke netto lastenniveau circa 11 euro per inwoner hoger dan de ijkpuntscore (31 euro per inwoner) voor dit taakgebied. tweede kolom Voor Zeeland zijn de komende jaren voor dit taakgebied bezuinigingen relevant van in totaal circa 3 euro per inwoner (circa 7% van de huidige feitelijke netto lasten), die met name betrekking hebben op het onderdeel ‘overig bestuur’. Dit staat aangegeven in de tweede kolom. drie rechterkolommen In de drie rechterkolommen staan de verschillen in netto lastenniveau van Zeeland ten opzichte van de referentieprovincies voor dit taakgebied, waarbij rekening is gehouden met verschillen in structuurkenmerken. Hierbij is te zien dat het netto lastenniveau voor het totale taakgebied Bestuur in de referentieprovincies 10% tot 25% lager ligt dan in Zeeland.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

19

Binnen het taakgebied is een drietal onderdelen te onderscheiden: ‘PS en GS’, ‘overig bestuur’ en ‘openbare orde en veiligheid’. Per onderdeel worden de (voor structuurverschillen gecorrigeerde) verschillen in netto lastenniveaus van Zeeland ten opzichte van de referentieprovincies gepresenteerd. Te zien is dat dit referentieniveau in de meeste gevallen duidelijk lager ligt dan in Zeeland, met name bij het onderdeel ‘openbare orde en veiligheid’. Alleen bij het onderdeel ‘GS en PS’ is er bij één provincie sprake van een relatief duidelijk hoger netto lastenniveau. formatiegegevens Het onderste deel van de tabel heeft betrekking op de formatie: • voor het totale taakgebied zijn in Zeeland 82 fte’s relevant; • met de voorgenomen bezuinigingen op dit taakgebied zijn in totaal circa 9 fte’s gemoeid, waarvan het grootste deel betrekking heeft op de het onderdeel ‘overig bestuur’; •

wanneer de formatieomvang voor het totale taakgebied Bestuur in Zeeland wordt vergeleken met de gegevens voor enkele referentieprovincies, is te zien dat de formatieomvang in de referentieprovincies 8% tot 24% lager ligt dan in Zeeland. Dit sluit aan bij het beeld ten aanzien van de netto lasten;



bij alle onderdelen is sprake van een formatieomvang die in de referentieprovincies (duidelijk) lager ligt dan in Zeeland. Dit is het sterkst bij het onderdeel ‘openbare orde en veiligheid’.

In het onderstaande wordt ingegaan op de verschillen per onderdeel en de achtergronden daarbij. GS en PS Het feitelijke netto lastenniveau op het onderdeel ‘GS en PS’ ligt in Zeeland hoger dan bij twee van de drie referentieprovincies. In één referentieprovincie is er sprake van een relatief hoger netto lastenniveau. Dit hangt samen met tijdelijke lasten in verband met (voorzieningen voor) oud-statenleden. Het relatief hogere netto lastenniveau van Zeeland hangt met name samen met de ondersteunende functies ten aanzien van GS en PS (met name griffie en toegerekende overhead) en een subsidie in verband met koninginnedag. overig bestuur Bij het onderdeel ‘overig bestuur’ vallen in Zeeland de netto lasten in het kader van ontwikkelingssamenwerking op (circa 2 euro per inwoner, waarvan de helft incidenteel in verband met de ramp in Haïti). Daarnaast zijn er beperkte netto lasten relevant in verband met de uitreiking van de Four Freedoms Award (minder dan 1 euro per inwoner). Beide posten komen bij andere provincies niet voor. Tevens kent Zeeland netto lasten in verband met diverse samenwerkingsverbanden en promotie die bij de referentieprovincies in mindere mate relevant zijn. Daarnaast is er bij dit onderdeel sprake van netto lasten met een incidenteel karakter (in 2010 circa 5 euro per inwoner vanuit verschillen op kostenplaatsen (m.n. budgettaire ruimte). In andere jaren zijn hier lagere netto lasten of per saldo baten relevant). Voor dit onderdeel zijn de komende jaren bezuinigingen voorgenomen (circa 3 euro per inwoner). Deze hebben met name betrekking op samenwerking, promotie/representatie en een algemene korting op overhead. Wanneer rekening wordt gehouden met de genoemde incidentele factoren en de voorgenomen bezuinigingen, is het netto lastenniveau van Zeeland op dit onderdeel per saldo vergelijkbaar met de referentieprovincies. openbare orde en veiligheid Opvallend bij dit onderdeel zijn de netto lasten van Zeeland in verband met nautische veiligheid (ruim 2 euro per inwoner). Dit betreft met name inkomensoverdrachten in het kader van het project Samenwerken en Slagkracht). Daarnaast kent Zeeland projecten/bijdragen in het kader van integrale/maritieme veiligheid (tezamen ruim 2 euro per inwoner) die in andere provincies niet voorkomen.

20

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

In het onderste deel van de tabel is te zien dat Zeeland op dit onderdeel ook duidelijk meer formatie inzet dan de referentieprovincies. Wel is het verschil in kosten ten opzichte van de referentieprovincies iets groter dan het verschil in formatie. In dit verband wordt opgemerkt dat Zeeland in 2010 substantiële bedragen uit reserves onttrekt ten behoeve van dit taakonderdeel (Samenwerken en Slagkracht, blusboten en ICT rampenbestrijding, in totaal circa 12 euro per inwoner).14 Opgemerkt wordt dat de genoemde taken voor een belangrijk deel betrekking hebben op het werkterrein van de veiligheidsregio. Door de toenemende rol van de veiligheidsregio wordt voor de toekomst op dit onderdeel vanuit de provincie minder inzet verwacht. In dit verband is reeds een (beperkt) deel van de formatie vanuit de provincie overgedragen aan de veiligheidsregio.15

4.3

Verkeer en vervoer

4.3.1

Beheertaken verkeer en vervoer korte introductie taakgebied Het taakgebied Verkeer en vervoer heeft voor een belangrijk deel betrekking op het onderhoud van de provinciale wegen, vaarwegen en waterkeringen. Daarnaast worden hier provinciale bijdragen aan het openbaar vervoer (in aanvulling op de specifieke middelen uit de Brede doeluitkering Verkeer en vervoer die provincies in dit verband ontvangen) en de exploitatie van boot- en veerdiensten verantwoord. Via het ijkpunt in het provinciefonds worden de middelen over de provincies verdeeld op basis van de volgende maatstaven: • lengte provinciale wegen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in bodemgesteldheid en bebouwingsdichtheid van de omgeving; • • •

aantal woonruimten; oeverlengte; oppervlakte water.

vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor een aantal beheertaken binnen het taakgebied Verkeer en vervoer de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Verkeer en vervoer voor Zeeland met een aantal referentieprovincies.16 Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken.

14. Deze onttrekkingen zijn in de gepresenteerde cijfers buiten beschouwing gebleven. 15. In relatie tot de overdracht van patrouillevaartuigen. 16. Deze referentieprovincies zijn voor dit taakgebied vooral gekozen vanwege de omvang van het wegenareaal en de aanwezigheid van water.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

21

Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur).

Tabel 4.2.

Taakgebied Verkeer en vervoer (beheertaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie per onderdeel voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

verschil referentieprovincies tov Zeeland

voorgenomen bezuiniging

netto lasten

in € per inwoner

provinciale wegen

47

–6

–5%

–27%

–14%

openbaar vervoer

8

–2

–74%

–93%

–81%

overig verkeer en vervoer

11

–2

–21%

–44%

–60%

waterwegen

11

0

–66%

99%

–10%

waterkeringen en waterschappen

4

–1

–17%

26%

–49%

veren

8

0

–100%

–100%

–100%

Totaal beheertaken verkeer en vervoer

88

–11

–30%

–22%

–34%

ijkpuntscore

65

verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

23

formatie

in fte’s

provinciale wegen

78

–9

–33%

–46%

–41%

openbaar vervoer

7

–1

–88%

–26%

–7%

overig verkeer en vervoer

45

–5

–15%

–71%

–74%

waterwegen

41

–2

–12%

28%

–40%

waterkeringen en waterschappen

8

–1

–65%

–34%

–80%

veren

3

–1

–100%

–100%

–100%

182

–18

–29%

–35%

–50%

Totaal beheertaken verkeer en vervoer

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

toelichting tabel In de bovenstaande tabel is het volgende te zien: • Zeeland geeft op dit taakgebied duidelijk meer uit dan het ijkpunt van het provinciefonds (circa 23 euro per inwoner of 35% boven het ijkpunt);

22

• •

Zeeland geeft op dit taakgebied ook duidelijk meer uit dan referentieprovincies (22% tot 34%); het relatief hoge netto lastenniveau hangt vooral samen met de onderdelen ‘openbaar vervoer’ en ‘overig verkeer en vervoer’. Bij de watergerelateerde onderdelen is er sprake van een wisselend beeld. Bij het onderdeel ‘veren’ is Zeeland de enige provincie met substantiële netto lasten;



voor de komende jaren zijn voor dit taakgebied bezuinigingen van circa 11 euro per inwoner relevant (circa 14% van de huidige feitelijke netto lasten). Deze bezuinigingen hebben voornamelijk betrekking op de kwaliteit van het wegenonderhoud (circa 6 euro per inwoner) en in mindere mate op de onderdelen ‘openbaar vervoer’ en ‘overig verkeer en vervoer’ (beide circa 2 euro per inwoner);

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland



het beeld bij de formatie sluit globaal aan bij het beeld ten aanzien van de netto lasten. Eén provincie zet voor het totale taakgebied relatief iets meer formatie in dan Zeeland. Dit hangt vooral samen met de inzet op het onderdeel ‘waterwegen’.

In het onderstaande wordt ingegaan op de achtergrond van de verschillen per onderdeel. provinciale wegen Ruim de helft van de totale netto beheerlasten op het taakgebied Verkeer en vervoer heeft betrekking op ‘provinciale wegen’ (beheer/onderhoud provinciale wegen, inclusief inspectie en beleid). Het netto lastenniveau op het onderdeel ‘provinciale wegen’ ligt boven het niveau van de referentieprovincies. Hierbij valt op dat de referentieprovincies op dit onderdeel vooral duidelijk minder formatie inzetten dan Zeeland (bijvoorbeeld kantonniers ten behoeve van de inspectie van de wegen). Binnen dit onderdeel kan nog nader worden ingezoomd op de netto lasten met betrekking tot het reguliere onderhoud van de provinciale wegen. Dat ligt in Zeeland rond het gemiddelde van de referentieprovincies, ook wanneer de netto lasten worden gerelateerd aan het areaal. Daarbij moet ook de kwaliteit van het wegenonderhoud in ogenschouw worden genomen. Bij één referentieprovincie is er sprake van iets lagere onderhoudslasten per kilometer gewogen17 weglengte, maar in die provincie wordt de kwaliteit van het wegenonderhoud als ‘matig’ gekwalificeerd, terwijl er in Zeeland sprake is van een bovengemiddeld onderhoudsniveau.18 Een deel van de kosten die op dit onderdeel worden verantwoord heeft betrekking op het renovatiebestek (circa 9 euro per inwoner). Deze post bevat voor een deel ontwikkeltaken (groot onderhoud wegen in combinatie met reconstructie wegen c.q. aanleg rotondes). Volgens de provincie Zeeland zijn deze kosten niet te splitsen naar onderhoud en beheer, maar hebben zij grotendeels betrekking op beheertaken. Vandaar dat deze post geheel bij dit onderdeel is opgenomen. Daarnaast kent Zeeland binnen het onderdeel ‘provinciale wegen’ met name relatief (iets) hogere netto lasten op de onderdelen gladheidbestrijding (circa 6 euro per inwoner) en openbare verlichting (circa 3 euro per inwoner) en zijn met de Zeelandbrug circa 3 euro per inwoner aan netto lasten gemoeid. openbaar vervoer De bruto uitgaven op dit onderdeel worden voor het grootste deel gedekt uit de specifieke middelen die de provincie ontvangt uit de Brede doeluitkering verkeer en vervoer ten behoeve van de exploitatie van het openbaar vervoer. Het relatief hoge netto lastenniveau van Zeeland op het onderdeel openbaar vervoer hangt samen met uitgaven in het kader van stimulering van het openbaar vervoer in het algemeen en aardgasbussen in het bijzonder (tezamen circa 6 euro per inwoner). Aangezien het hier voornamelijk subsidies betreft, is dit effect niet te zien in de omvang van de formatie. Door de betreffende afdeling is aangegeven dat deze uitgaven vanaf 2012 niet meer relevant zijn. Het restant van het beslag op de algemene middelen hangt vooral samen met apparaatlasten in de sfeer van beleidsadvisering openbaar vervoer (aanbesteding concessies en concessiebeheer). Voor de toekomst is het beslag op de algemene middelen voor dit onderdeel afhankelijk van de afspraken die worden gemaakt in het kader van de aanbesteding van de concessie.

17. Hierbij is op globale wijze rekening gehouden met verschillen in bodemgesteldheid en bebouwingsdichtheid als indicator voor de intensiteit van het gebruik. 18. Op basis van door de provincies aangereikte informatie omtrent het kwaliteitsniveau van het wegenonderhoud.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

23

overig verkeer en vervoer De belangrijkste uitgavenposten binnen het onderdeel ‘overig verkeer en vervoer’ hebben betrekking op de volgende activiteiten: • verkeersveiligheid (circa 4 euro per inwoner); • verkenning ontwikkelingsmogelijkheden Kanaal Gent-Terneuzen (project OZP 2030, ruim 1 euro per inwoner); • •

fietsbeleid inclusief het project Jaar van de fiets (tezamen circa 2 euro per inwoner); monitoring en onderzoek, waaronder verkeerstellingen (circa 2 euro per inwoner).

De netto lasten voor deze activiteiten hebben grotendeels betrekking op apparaatlasten (inclusief toegerekende overhead). Dergelijke posten zijn ook bij de referentieprovincies te vinden, maar zij besteden daaraan relatief minder algemene middelen dan Zeeland. De inzet van formatie op dit onderdeel is bij de referentieprovincies relatief beperkt ten opzichte van Zeeland. waterwegen, waterkeringen en waterschappen De belangrijkste posten bij Zeeland hebben betrekking op de bediening van bruggen en sluizen (circa 4 euro per inwoner), het onderhoud van vaarwegen (circa 7 euro per inwoner, waarvan ruim de helft betrekking heeft op het Kanaal door Walcheren) en apparaatlasten en subsidies in het kader van watermanagement (o.a. muskusrattenbestrijding). Ten opzichte van de referentieprovincies is bij deze onderdelen per saldo sprake van een wisselend beeld. veren De netto lasten op dit onderdeel (circa 8 euro per inwoner) hebben met name betrekking op de concessieverlening voor de Fast Ferry. Deze veerverbinding over de Westerschelde is door de provincie geïntroduceerd om het westelijke deel van Zeeuws Vlaanderen beter te ontsluiten, ter compensatie van het opheffen van een tweetal veerverbindingen19 met ingang van 2003 in verband met de opening van de Westerscheldetunnel. Andere provincies hebben wel veren over rivieren, maar daar zijn substantieel lagere netto lasten mee gemoeid. Bij veerverbindingen over grote wateren (bijvoorbeeld naar de Waddeneilanden), zijn de concessies doorgaans in beheer bij het Rijk.

4.3.2

Ontwikkeltaken verkeer en vervoer vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor de ontwikkeltaken taken binnen het taakgebied Verkeer en vervoer de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Verkeer en vervoer voor Zeeland met een aantal referentieprovincies. Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken. Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur).

19. Het betreft de voormalige veren Breskens-Vlissingen en Kruiningen-Perkpolder.

24

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Tabel 4.3.

Taakgebied Verkeer en vervoer (ontwikkeltaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

voorgenomen bezuiniging

feitelijk

netto lasten

in € per inwoner

ontwikkeltaken verkeer en vervoer

40

ijkpuntscore

34

verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

–6

–73%

–39%

35%

–3

–59%

–54%

4%

6

formatie ontwikkeltaken verkeer en vervoer

verschil referentieprovincies tov Zeeland

in fte’s 34

toelichting tabel In de tabel is te zien dat het netto lastenniveau voor ontwikkeltaken op het taakgebied Verkeer en vervoer in Zeeland boven het ijkpunt ligt (circa 6 euro per inwoner of 18% boven het ijkpunt). In Zeeland zijn op dit taakgebied de komende jaren bezuinigingen van circa 6 euro per inwoner relevant (circa 12% van de huidige feitelijke netto lasten). Ten opzichte van twee van de drie referentieprovincies is er sprake van een relatief hoog netto lastenniveau voor dit taakgebied in Zeeland. In één referentieprovincie is er sprake van een hoger netto lastenniveau. Wel wordt in deze referentieprovincie relatief minder formatie ingezet. Hierbij wordt opgemerkt dat er op dit taakgebied sprake is van jaarlijks sterk schommelende uitgavenniveaus, in combinatie met substantiële mutaties in reserves (zo wordt in Zeeland in 2010 per saldo circa 44 euro per inwoner aan reserves in dit verband toegevoegd).20 Wel ligt het netto lastenniveau van Zeeland de laatste jaren vrijwel altijd op of (duidelijk) boven het ijkpunt. ontwikkeltaken Zeeland De ontwikkeltaken op het taakgebied Verkeer en vervoer hebben betrekking op de aanleg en reconstructie van infrastructurele werken. De belangrijkste posten die in dit verband worden genoemd zijn: •

garantstelling N57 (circa 15 euro per inwoner). Dit betreft een garantstelling voor een tekort dat is ontstaan bij de aanbesteding door het Rijk van de aanleg van deze verbinding tussen de Zeeuwse eilanden. De provincie is deze afspraak met het Rijk aangegaan om de aanleg van deze weg te versnellen;



kanaaltunnel Sluiskil (circa 9 euro per inwoner). Deze tunnel wordt aangelegd om de knelpunten op te lossen die ontstaan op diverse provinciale wegen rond het Kanaal van Gent naar Terneuzen, door het veelvuldig openstaan van de brug bij Sluiskil ten behoeve van de scheepvaart. In dit verband is er sprake van een relatie met het taakgebied economische ontwikkeling; aanleg en reconstructiekosten met betrekking tot diverse overige wegen, zoals N289, N676 voormalig veer Breskens, N287 rondweg Serooskerke, fietspad langs de N286 en ontsluiting 1e Bathpolder.



In het collegeprogramma van de provincie Zeeland zijn voor dit taakgebied de volgende speerpunten opgenomen: • bestaande projecten: recreatieverdeelweg (Schouwen-Duiveland) en rondweg Aardenburg; • extra maatregelen/investeringen: N60 (aansluiting op Belgische snelwegen) en weg Goes-Bruinisse (veiligheid en doorstroming verbeteren; ook relatie met rijksweg); •

logistieke landbouwroutes (veiligheid en doorstroming).

20. Deze reservemutaties zijn in de gepresenteerde cijfers buiten beschouwing gebleven.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

25

gehonoreerde ontwikkeltaken provinciefonds De vergoeding in het provinciefonds voor ontwikkeltaken op het taakgebied Verkeer en vervoer is met name gerelateerd aan de ontsluiting van belangrijke economische knooppunten. In dit verband is een relatie gelegd met de projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), de Brede doeluitkering Verkeer en vervoer en het programma Pieken in de Delta. Bij dit laatste programma is de verdeling van middelen gekoppeld aan de aanwezigheid van zogenaamde ‘stuwende werkgelegenheid’. Dit betreft werkgelegenheid in de volgende sectoren: landbouw, bosbouw en visserij, delfstofwinning, industrie, distributie, groothandelsbemiddeling, vervoer, opslag, communicatie, financiële instellingen en handel/onroerend goed. De provincie Zeeland scoort relatief slecht op deze in het provinciefonds gehonoreerde factoren. Doordat er in de verdeling in het provinciefonds voor dit onderdeel een ‘basisbedrag’ van toepassing is, ontvangt Zeeland voor ontwikkeltaken verkeer en vervoer toch nog een relatief hoge vergoeding per inwoner.

4.4

Water en milieu

4.4.1

Beheertaken water en milieu korte introductie taakgebied Het taakgebied bestaat uit de volgende onderdelen: • • •

kwantitatief waterbeheer; vergunningverlening/handhaving milieu; overige milieutaken (bodemsanering, luchtkwaliteit, geluidhinder, kwalitatief beheer grond- en oppervlaktewater).

Via het ijkpunt in het provinciefonds worden de middelen over de provincies verdeeld op basis van de volgende maatstaven: • een vast bedrag per provincie. Dit is met name relevant voor kleinere provincies (honorering schaaleffecten); •

het aantal inrichtingen in het Register risico’s gevaarlijke stoffen (RRGS) waar de provincies bevoegd gezag zijn;

• • • •

het aantal woonruimten; oppervlakte land; oppervlakte water; oeverlengte.

vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor een aantal beheertaken binnen het taakgebied Water en milieu de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Water en milieu voor Zeeland met een aantal referentieprovincies.21 Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken.

21. Deze referentieprovincies zijn voor dit taakgebied vooral gekozen vanwege de aanwezigheid van inrichtingen gevaarlijke stoffen.

26

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur). Tabel 4.4.

Taakgebied Water en milieu (beheertaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie per onderdeel voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

voorgenomen bezuiniging

verschil referentieprovincies tov Zeeland

netto lasten

in € per inwoner

water

9

–2

–67%

–64%

–26%

vergunningverlening en handhaving

14

–4

25%

22%

52%

overige milieutaken

12

0

–67%

–8%

–20%

Totaal beheertaken water en milieu

36

–6

–31%

–10%

7%

ijkpuntscore

32

verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

4

formatie

in fte’s

water

28

–5

–61%

–46%

–29%

vergunningverlening en handhaving

76

–9

6%

11%

1%

overige milieutaken

40

–4

–73%

–68%

–63%

145

–18

–29%

–25%

–23%

Totaal beheertaken water en milieu

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

toelichting tabel In de bovenstaande tabel is te zien dat het netto lastenniveau voor het totale taakgebied in Zeeland boven het ijkpunt ligt (circa 4 euro per inwoner of circa 13% boven het ijkpunt). In Zeeland zijn op dit taakgebied de komende jaren bezuinigingen van circa 6 euro per inwoner relevant (circa 15% van de feitelijke netto lasten). Deze bezuinigingen hebben voornamelijk betrekking op verminderde inzet op beheer grond- en oppervlaktewater (circa 2 euro per inwoner) en voor circa 4 euro per inwoner po diverse maatregelen in de sfeer van vergunningverlening en handhaving: terugtrekken uit bestaande samenwerking in verband met oprichting Regionale uitvoeringsdienst, minder inzet op beleidsontwikkeling, efficiencymaatregelen, minder inzet op projecten en gebiedsontwikkeling gericht op milieukwaliteit, minder advisering aan gemeenten, meer focus op toezicht op inrichtingen met een hoog risico. In de bovenstaande tabel is te zien dat het netto lastenniveau voor het totale taakgebied in Zeeland boven het niveau van twee van de drie referentieprovincies ligt. Dit hangt samen met het relatief hoge netto lastenniveau op het onderdeel ‘water’. Bij het onderdeel ‘vergunningverlening en handhaving’ is er sprake van een relatief laag uitgavenniveau in Zeeland. Bij de overige milieutaken is er sprake van een wisselend beeld in vergelijking met de referentieprovincies. Aandachtspunt hierbij is de relatie met ontwikkeltaken op dit taakgebied. Het beeld ten aanzien van de formatie sluit in grote lijnen aan bij beeld van de netto lasten.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

27

In het onderstaande wordt ingegaan op de verschillen per onderdeel en de achtergronden daarbij. water De netto lasten met betrekking tot het onderdeel ‘water’ hebben voornamelijk betrekking op apparaatlasten in het kader van de uitvoering van wet- en regelgeving gerelateerd aan het kwantitatief beheer van grond- en oppervlaktewater (waterhuishoudingplannen, (grond)waterwet, kaderrichtlijn water) en klimaatbeleid. Daarnaast is door de betreffende afdeling aangegeven dat Zeeland in dit verband op eigen initiatief bijdraagt aan het nationale programma Deltawateren. Ten opzichte van de referentieprovincies zet Zeeland op dit onderdeel relatief veel formatie in. vergunningverlening en handhaving De netto lasten met betrekking tot vergunningverlening en handhaving hebben vrijwel uitsluitend betrekking op apparaatlasten. De zwaarte van deze taak hangt vooral samen met het aantal en type milieuhinderlijke installaties waarvoor de provincie bevoegd gezag is. In dat verband leggen met name de zogenaamde BRZO-installaties een relatief groot beslag op het ambtelijk apparaat. Zeeland heeft relatief veel van dit type provinciale installaties. Uit vergelijking met de referentieprovincies blijkt dat er in Zeeland sprake is van een duidelijk lager niveau van de gemiddelde netto lasten voor vergunningverlening en handhaving, wanneer dat wordt gerelateerd aan het aantal milieuhinderlijke installaties die in beheer zijn bij de provincie. Wel blijkt uit de bovenstaande tabel dat de referentieprovincies ten opzichte van de kosten relatief minder formatie inzetten dan Zeeland. overig milieu De ‘overige milieutaken’ hebben betrekking op het ontwikkelen en uitvoeren van milieubeleid, milieueducatie, milieufederatie en kwalitatief beheer grond- en oppervlaktewater, bestrijding geluidshinder en bestrijding luchtverontreiniging. De netto lasten in dit verband hebben grotendeels betrekking op apparaatlasten. Dergelijke posten zijn veelal ook bij de referentieprovincies te vinden, maar zij besteden daaraan dan relatief minder algemene middelen dan Zeeland.

4.4.2

Ontwikkeltaken water en milieu vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor de ontwikkeltaken binnen het taakgebied Water en milieu de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Water en milieu voor Zeeland met een aantal referentieprovincies. Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken. Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur).

28

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Tabel 4.5.

Taakgebied Water en milieu (ontwikkeltaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel netto lasten

voorgenomen bezuiniging

feitelijk

verschil referentieprovincies tov Zeeland

in € per inwoner

grondwater en bodem*

5

–1

–75%

–91%

–97%

overig milieu

7

–1

–57%

–85%

–5%

12

–2

–64%

–88%

–38%

Totaal ontwikkeltaken milieu ijkpuntscore verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt formatie

3 10 in fte’s

grondwater en bodem

15

–2

–69%

–99%

–86%

overig milieu

17

–2

–60%

–92%

–6%

Totaal ontwikkeltaken milieu

32

–4

–64%

–95%

–44%

Als gevolg van afrondingen kunnen totale afwijken van de som der delen * Exclusief incidentele lasten nazorg voormalige stortplaatsen (circa 17 euro per inwoner).

toelichting tabel In de tabel is te zien dat het netto lastenniveau van Zeeland op dit taakgebied circa 10 euro per inwoner boven het ijkpunt ligt. In Zeeland zijn op dit taakgebied de komende jaren bezuinigingen van circa 2 euro per inwoner relevant (circa 17% van de feitelijke netto lasten). Ten opzichte van de referentieprovincies is er sprake van een substantieel hoger netto lastenniveau en een vergelijkbaar grotere inzet van formatie op dit taakgebied. Dit geldt in gelijke mate voor de onderscheiden onderdelen ‘grondwater en bodem’ en ‘overige milieu’. ontwikkeltaken Zeeland De ontwikkeltaken van Zeeland hebben betrekking op de volgende onderdelen: • diverse bodemsaneringsprojecten; • diverse projecten met betrekking tot duurzaamheid, klimaat en energie (o.a. duurzaam ondernemen, subsidies Meer met minder, strategienota energie). Opgemerkt wordt dat het netto lastenniveau voor dit taakgebied in Zeeland in andere jaren weliswaar lager ligt dan in 2010, maar nog steeds wel (duidelijk) boven de ijkpuntscore. gehonoreerde ontwikkeltaken provinciefonds In het provinciefonds worden de ontwikkeltaken op dit taakgebied gehonoreerd als ‘kop-op’ de bestaande decentralisatie-uitkeringen voor bodemsanering en luchtkwaliteit. De provincie Zeeland scoort alleen (in relatief beperkte mate) op het onderdeel ‘bodem’.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

29

4.5

Economische zaken (ontwikkeltaken) vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor de ontwikkeltaken taken binnen het taakgebied Economische zaken de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Economische zaken voor Zeeland met een aantal referentieprovincies. Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken. Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur). Tabel 4.6.

Taakgebied Economische zaken (ontwikkeltaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

voorgenomen bezuiniging

netto lasten

in € per inwoner

ontwikkeltaken economische zaken

16

ijkpuntscore verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

–3

–54%

87%

–1%

–2

–44%

–22%

–25%

3 13

formatie ontwikkeltaken economische zaken

verschil referentieprovincies tov Zeeland

in fte’s 10

toelichting tabel In de bovenstaande tabel is te zien dat het netto lastenniveau van Zeeland op dit taakgebied substantieel boven het ijkpunt ligt (circa 13 euro per inwoner). In Zeeland zijn op dit taakgebied de komende jaren bezuinigingen van circa 3 euro per inwoner relevant (circa 16% van de feitelijke netto lasten). In de tabel is te zien dat het netto lastenniveau voor ontwikkeltaken op het taakgebied Economische zaken rond het gemiddelde van de referentieprovincies ligt. Daarbij is wel sprake van grote individuele verschillen en duidelijke dynamiek tussen de jaren. In Zeeland is het netto lastenniveau op dit taakgebied in de afgelopen jaren redelijk stabiel en steeds duidelijk hoger dan het ijkpunt. In Zeeland zijn in 2010 voor dit taakgebied ook nog beperkte onttrekkingen aan reserves relevant (circa 3 euro per inwoner).22 Ten aanzien van de formatie valt op dat de referentieprovincies op dit taakgebied duidelijk minder formatie inzetten dan Zeeland (ook de provincie waar het netto lastenniveau relatief hoger is dan in Zeeland).

22. Deze onttrekkingen zijn in de gepresenteerde cijfers buiten beschouwing gebleven.

30

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

ontwikkeltaken Zeeland De ontwikkeltaken van Zeeland hebben betrekking op de volgende onderdelen: • het ontwikkelingsbedrijf; • Pieken in de Delta (speerpuntensectoren); • diverse subsidies ten behoeve van het stimuleren van economische ontwikkeling (achterland Westerschelde WCT, cofinanciering OP-Zuid, biobase Europe, microsysteemtechnologie). In het collegeprogramma van de provincie Zeeland zijn voor dit taakgebied de volgende speerpunten opgenomen: • verder versterken van de volgende sectoren: procesindustrie met maintenance en biobased economy, havens en logistiek, toerisme en recreatie, energie, landbouw/agrofood en visserij/aquacultuur; • •

stimulering van innovatie; verbeteren vestigingsklimaat (zorgsector, onderwijs, culturele voorzieningen) en bereikbaarheid/mobiliteit als voorwaarde voor economische groei.

gehonoreerde ontwikkeltaken provinciefonds De verdeling van de middelen in het provinciefonds voor dit taakgebied is gerelateerd aan de nationale doelen die ten grondslag liggen aan het programma Pieken in de Delta (ontwikkeling kansrijke regio’s). Daarbij is in de verdeling aansluiting gezocht bij aanwezigheid van zogenaamde ‘stuwende werkgelegenheid’ (zie ook ontwikkeltaken Verkeer en vervoer).

4.6

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (ontwikkeltaken) vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor de ontwikkeltaken taken binnen het taakgebied Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied VHROSV voor Zeeland met een aantal referentieprovincies. Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken. Voor een uitgebreide toelichting op de opzet van de tabel wordt verwezen naar het leesvoorbeeld bij tabel 4.1 (taakgebied Bestuur).

Verdiepend onderzoek per taakgebied

31

Tabel 4.7.

Taakgebied VHROSV (ontwikkeltaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

voorgenomen bezuiniging

netto lasten

in € per inwoner

ontwikkeltaken VHROSV

4

ijkpuntscore verschil feitelijke netto lasten tov ijkpunt

0

358%*

368%

679%

–1

365%

102%

615%

23 –19

formatie ontwikkeltaken VHROSV

verschil referentieprovincies tov Zeeland

in fte’s 12

* Hierbij is een omvangrijke incidentele uitgavenpost buiten beschouwing gelaten

toelichting tabel In de bovenstaande tabel is te zien dat het netto lastenniveau van Zeeland op dit taakgebied duidelijk lager ligt dan het ijkpunt (circa 19 euro per inwoner of circa 83% lager dan het ijkpunt). In Zeeland zijn op dit taakgebied de komende jaren geen bezuinigingen relevant. In de referentieprovincies ligt het netto lastenniveau duidelijk hoger dan in Zeeland, waarbij wordt opgemerkt dat het netto lastenniveau tussen de jaren sterk kan schommelen als gevolg van het projectmatige karakter van veel uitgaven op dit taakgebied. Ook in Zeeland is tussen de jaren sprake van duidelijke dynamiek, alhoewel het netto lastenniveau steeds (duidelijk) onder het ijkpunt van Zeeland blijft. ontwikkeltaken Zeeland De ontwikkeltaken van Zeeland hebben voornamelijk betrekking op de volgende onderdelen: • diverse apparaatlasten (waaronder participatieproject gemeenten, gebiedsagenda MIRT, ontwikkeling Perkpolder); •

diverse subsidies (stedelijke vernieuwing, stimuleringsregeling starterswoningen).

In dit verband wordt gewezen op de relatie met het taakgebied Economische zaken (waar het netto lastenniveau van Zeeland juist relatief hoog is). Met name in de sfeer van ruimtelijke ordening verantwoorden provincies lasten die inhoudelijk deels ook betrekking hebben op het taakgebied Economische zaken (stedelijke ontwikkeling en bedrijvigheid, plattelandsontwikkeling, sociaal economische vitalisering). gehonoreerde ontwikkeltaken provinciefonds Via het provinciefonds worden voor dit taakgebied de transitieopgaven van provincies gehonoreerd die voortvloeien uit groei en krimp en de ontwikkeling van landelijk gebieden. De provincie Zeeland ontvangt in dit verband budgetten voor zowel de ontwikkeling van landelijk gebied als in verband met (verwachte) krimp. In de rekening 2010 komen nauwelijks herkenbare uitgaven in verband met krimp voor. Uit navraag bij de provincie is gebleken dat ook de komende jaren beperkte uitgaven in verband met krimp worden voorzien. Bij twee van de drie referentieprovincies zijn substantiële (verwachte) uitgaven in verband met de ontwikkeling van landelijke gebied c.q. krimp relevant.

32

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

4.7

Voorzieningen korte introductie taakgebied Binnen de beheertaken op het taakgebied Voorzieningen worden de volgende onderdelen onderscheiden: • jeugdzorg; • regionale omroep; • cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling;23 • kunst, oudheid en bibliotheken; • overige voorzieningen (dit betreft met name netto lasten in de sfeer van algemeen welzijn, educatie, lichamelijke vorming en sport, sociaal-cultureel werk en ontwikkeling, maatschappelijke voorzieningen en volksgezondheid). Via het ijkpunt voor het taakgebied Voorzieningen in het provinciefonds worden de middelen over de provincies verdeeld op basis van de volgende maatstaven: • het aantal inwoners; • het aantal inwoners landelijk gebied.24 Via deze maatstaf wordt rekening gehouden met extra kosten van provincies met veel landelijk gebied c.q. weinig grotere steden; • • •

oppervlakte land; het aantal jongeren; een vast bedrag per provincie. Dit is met name relevant voor kleinere provincies (honorering schaaleffecten);



daarnaast worden middelen verdeeld via de decentralisatie-uitkeringen cultuurparticipatie en monumenten.

Binnen dit ijkpunt kunnen voor vier van de onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Voorzieningen zogenaamde subijkpunten worden onderscheiden. vergelijking netto lasten en formatie In de onderstaande tabel worden voor de onderscheiden beheertaken binnen het taakgebied Voorzieningen de netto lasten en de formatie van Zeeland vergeleken met referentiegegevens: • een vergelijking van de totale netto lasten met het ijkpunt voor dit taakgebied; • een vergelijking van de netto lasten (inclusief het effect van de voorgenomen bezuinigingen) en de formatie op een aantal te onderscheiden onderdelen binnen het taakgebied Voorzieningen voor Zeeland met een aantal referentieprovincies.25 Daarbij is het referentieniveau gecorrigeerd voor verschillen in structuurkenmerken.

23. Het gaat hier met name om lasten en baten met betrekking tot het cultuurhistorisch erfgoed gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkeling, zoals archeologie, monumentenzorg, heemkunde en dergelijke. 24. Dit betreft inwoners in dun bebouwde gebieden (met een omgevingsadressendichtheid van minder dan 1000). 25. Deze referentieprovincies zijn voor dit taakgebied vooral gekozen vanwege cultuur/historie, schaaleffecten, landelijkheid c.q. het ontbreken van grote gemeenten.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

33

Tabel 4.8.

Taakgebied Voorzieningen (beheertaken): specificatie feitelijke netto lasten en omvang formatie per onderdeel voor Zeeland en verschil ten opzichte van referentieprovincies. Stand 2010. Bedragen in euro’s per inwoner en formatie in fte’s. Zeeland

onderdeel

feitelijk

ijkpunt

netto lasten

verschil feitelijk tov ijkpunt

verschil referentie provincies tov Zeeland

effect voorgenomen bezuiniging

in € per inw

jeugdzorg

8

6

2

0

–18%

–43%

74%

regionale omroep

22

21

1

0

46%

–2%

–9%

cultuurhistorie

11

4

8

–1

86%

46%

144%

kunst, oudheid en bibliotheken

33

9

24

–5

–43%

–48%

–19%

overige voorzieningen

36

0

36

–5

–49%

–44%

–58%

Totaal voorzieningen

110

39

70

–12

–20%

–31%

–26%

11

–1

–63%

9%

0%

regionale omroep

1

0

–52%

–69%

–70%

cultuurhistorie

5

–1

22%

172%

180%

kunst, oudheid en bibliotheken

8

–1

43%

–17%

77%

overige voorzieningen

28

–4

–71%

–49%

–78%

Totaal voorzieningen

53

–7

–43%

–13%

–34%

formatie jeugdzorg

in fte’s

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

toelichting tabel In de bovenstaande tabel is te zien dat het netto lastenniveau voor Zeeland op dit taakgebied substantieel boven het ijkpunt ligt (circa 70 euro per inwoner). Dit hangt vooral samen met het relatief hoge netto lastenniveau op de onderdelen ‘kunst, oudheid en bibliotheken’ en ‘overige voorzieningen’ en de substantiële verlaging van het ijkpunt Voorzieningen van het provinciefonds in aansluiting op de bestuurlijke discussie over de verdeling van provinciale en gemeentelijke taken. Ten opzichte van de referentieprovincies is er sprake van een wisselend beeld. Voor dit taakgebied zijn de komende jaren in Zeeland bezuinigingen relevant van circa 12 euro per inwoner (circa 11% van de huidige feitelijke netto lasten). Deze bezuinigingen hebben voor circa driekwart betrekking op subsidies aan diverse instellingen. Ten aanzien van de formatie valt op dat de referentieprovincies relatief duidelijk minder formatie inzetten dan Zeeland. In het onderstaande wordt de bovenstaande tabel voor de verschillende onderdelen nader toegelicht.

34

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

jeugdzorg In aanvulling op de specifieke middelen die Zeeland voor dit onderdeel ontvangt, komt circa 8 euro per inwoner ten laste van de algemene middelen (ten behoeve van jeugdzorg en preventief/integraal jeugdbeleid). Daarmee zijn de netto lasten op dit onderdeel iets hoger dan de vergoeding in het provinciefonds. Het netto lastenniveau van Zeeland op het onderdeel ‘jeugdzorg’ sluit aan bij het gemiddelde van de referentieprovincies. regionale omroep De netto lasten op dit onderdeel sluiten nagenoeg aan bij het subijkpunt. Ten opzichte van referentieprovincies is er bij het onderdeel ‘regionale omroep’ in Zeeland sprake van relatief beperkte netto lasten (regionale televisie Scheldemond). cultuurhistorie De netto lasten op het onderdeel ‘cultuurhistorie’ hebben voornamelijk betrekking op monumentenzorg en archeologie (inclusief subsidies cultureel erfgoed Zeeland en exploitatie Schuytvlot/De Brug). Het netto lastenniveau van Zeeland op dit onderdeel ligt duidelijk boven het subijkpunt. Ten opzichte van de referentieprovincies is er juist sprake van een relatief beperkt netto lastenniveau in Zeeland. In dit verband wordt gewezen op de relatie met het onderdeel ‘kunst, oudheid en bibliotheken’.26 kunst, oudheid en bibliotheken Bij ‘kunst, oudheid en bibliotheken’ is er sprake van een netto lastenniveau dat substantieel boven het subijkpunt voor dit onderdeel ligt. De netto lasten op het onderdeel ‘kunst, oudheid en bibliotheken’ zijn duidelijk hoger dan bij de referentieprovincies. De meeste substantiële posten in Zeeland hebben betrekking op: • Zeeuwse bibliotheek (circa 16 euro per inwoner); • Zeeuws museum (circa 6 euro per inwoner); • diverse subsidies in de sociaal-culturele sfeer (productiehuis Zeelandia, Muziekpodium Zeeland, CBK Zeeland, het Zeeuws orkest, programma cultuureducatie, regioarrangementen; elk circa 1 euro per inwoner). overige voorzieningen Naast de hiervoor genoemde onderdelen kent Zeeland substantiële netto lasten op het onderdeel ‘overige voorzieningen’. Deze voorzieningen worden niet gehonoreerd in het provinciefonds, aangezien het Rijk van mening is dat het hier geen taken betreft die tot het provinciale domein horen (maar veelal tot het gemeentelijke domein). De netto lasten op het onderdeel ‘overige voorzieningen’ zijn duidelijk hoger dan bij de referentieprovincies. Bij dit onderdeel valt op dat de referentieprovincies relatief duidelijk minder formatie inzetten dan Zeeland. Opgemerkt wordt dat de apparaatlasten een beperkt deel van de totale kosten op dit taakgebied bepalen (een belangrijk deel van de netto lasten betreft subsidies). De meest substantiële posten op het onderdeel ‘overige voorzieningen’ in Zeeland hebben betrekking op:

26. Wanneer de netto lasten voor ‘cultuurhistorie’ worden samengenomen met de netto lasten op ‘kunst, oudheid en bibliotheken’, ligt het totale netto lastenniveau voor deze twee onderdelen tezamen voor Zeeland duidelijk boven dat van de referentieprovincies.

Verdiepend onderzoek per taakgebied

35

36



Scoop (circa 11 euro per inwoner). Dit instituut voor sociaal-culturele ontwikkeling houdt zich in opdracht van de provincie bezig met onderzoek, projectrealisatie en innovatie (deels ook ten behoeve van andere taakgebieden);



het Klaverblad Zeeland (circa 3 euro per inwoner). Dit betreft een samenwerkingsverband van provinciale organisaties die opkomen voor de belangen van gebruikers van zorg- en dienstverlening en hun mantelzorgers;

• •

bijdrage Hogeschool Zeeland (circa 3 euro per inwoner); diverse subsidies (Adesse telefonische hulpdienst Zeeland, Sportzeeland, Terra Maris, technocentrum Zeeland, Roosevelt studiecentrum; elk circa 1 euro per inwoner).

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

5

Nadere analyse omvang indirecte formatie onderscheid directe en indirecte formatie Binnen de formatie kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de directe formatie die inhoudelijk werkzaam is op één van de onderscheiden taakgebieden, en anderzijds indirecte formatie die ondersteunende werkzaamheden verricht en waarvan de lasten aan de verschillende taakgebieden via een algemene verdeelsleutel worden toegerekend. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de huidige omvang van zowel de directe als de indirecte formatie van Zeeland. Tevens wordt aangegeven wat het effect is van de voorgenomen bezuinigingen op de omvang van de directe en indirecte formatie. Tabel 5.1.

Omvang directe en indirecte formatie Zeeland in fte’s. Stand 2010 en effect voorgenomen bezuinigingen. huidige stand

effect voorgenomen bezuinigingen

directe formatie

349

–41

indirecte formatie

313

–37

totaal formatie

663

–78

soort formatie

In de bovenstaande tabel is te zien dat in 2010 de totale formatieomvang 663 fte’s bedraagt. Daarvan heeft ruim de helft betrekking op formatie die direct werkzaam is op één van de onderscheiden taakgebieden.27 De rest heeft betrekking op indirecte formatie die via de verdeling van de directe apparaatlasten in de exploitatie is toegedeeld aan de taakgebieden. In totaal zijn met de bezuinigingen in de komende jaren circa 78 formatieplaatsen gemoeid met vergelijkbare aandelen van de directe en indirecte formatie. aandeel indirecte formatie in totale formatie Wanneer het aandeel van de indirecte formatie in de totale formatie van Zeeland wordt vergeleken met andere provincies, dient rekening te worden gehouden met verschillen in afbakening/definities tussen directe formatie (bijvoorbeeld leidinggevenden, financieel beleidsadviseurs of personeelsconsulenten die aan inhoudelijke afdelingen worden toegedeeld) en indirecte formatie (bijvoorbeeld management dat als overhead wordt toegedeeld, concerncontrollers of personen werkzaam op de centrale afdelingen financiën of P&O). Voor een drietal referentieprovincies is de indirecte formatie zodanig te onderscheiden dat deze qua inhoud van het takenpakket vergelijkbaar is gemaakt met de indirecte formatie van Zeeland. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verhouding tussen de indirecte en totale formatie van Zeeland en deze referentieprovincies. Tabel 5.2.

Aandeel indirecte formatie in totale formatie voor Zeeland en referentieprovincies. Zeeland

aandeel indirecte formatie in totaal formatie

47%

referentieprovincies 43%

38%

30%

27. Deze formatie is op basis van de door Zeeland aangereikte urenverantwoording aan de taakgebieden toegedeeld.

Nadere analyse omvang indirecte formatie

37

In de bovenstaande tabel is te zien dat het aandeel van de indirecte formatie in Zeeland duidelijk hoger ligt dan in de referentieprovincies. nadere analyse onderdelen indirecte formatie Binnen de indirecte formatie kunnen diverse onderdelen worden onderscheiden. In de onderstaande tabel worden een overzicht gegeven van de indirecte formatie van Zeeland gespecificeerd naar een aantal te onderscheiden onderdelen.28 Daarnaast wordt het verschil ten opzichte van enkele referentieprovincies weergegeven waarvoor een vergelijkbare specificatie naar onderdelen beschikbaar was. Daarbij is rekening gehouden met verschillen in structuurkenmerken tussen provincies (via de totale algemene uitkering uit het provinciefonds). Tabel 5.3.

Samenstelling indirecte formatie voor Zeeland in fte’s en verschil ten opzichte van referentieprovincies.

onderdeel indirecte formatie

formatie Zeeland in fte’s

verschil referentieprovincies tov Zeeland

management en secretariële ondersteuning

66

–4%

–11%

–6%

personeel en organisatie

29

–36%

–30%

–29%

financiën

45

–23%

20%

–19%

ICT

32

–19%

–24%

facilitaire zaken

64

–71%

–48%

informatievoorziening en documentatie

37

–47%

–12%

communicatie

21

59%

–23%

31%

juridische zaken

12

–62%

313

–29%

–22%

–25%

totaal indirecte formatie

–44%

In de bovenstaande tabel is in de onderste regel te zien dat het aandeel van de indirecte formatie in de totale formatie in de referentieprovincies duidelijk lager ligt dan in Zeeland (gemiddeld circa 25%). Aangezien de indirecte formatie in Zeeland naar rato van de verdeling van de directe formatie over de exploitatie wordt verdeeld, is deze bevinding relevant voor alle onderscheiden taakgebieden (ook de taakgebieden die niet in het verdiepingsonderzoek zijn betrokken). Wanneer de omvang van de indirecte formatie in Zeeland met 25% wordt verlaagd, neemt het aandeel van de indirecte formatie in de totale formatie – ceteris paribus – af van 47% naar 40%. Bij de volgende onderdelen is de formatieomvang bij alle referentieprovincies (duidelijk) lager dan in Zeeland: management en secretariële ondersteuning, personeel en organisatie, ICT, facilitaire zaken, informatievoorziening en documentatie, juridische zaken. Bij de onderdelen financiën en communicatie is het beeld wisselend. De mate waarin de omvang van de indirecte formatie in Zeeland afwijkt ten opzichte van de referentieprovincies, loopt tussen de verschillende onderdelen uiteen. In dit verband worden de volgende opmerkingen gemaakt: • bij het onderdeel facilitaire zaken hangt het verschil in formatie samen met het gegeven dat andere provincies belangrijke onderdelen hebben uitbesteed, zoals met name de catering, het schoonmaken van

28. Op basis van de door Zeeland verstrekte formatie-indeling naar 59 indirecte taken

38

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

gebouwen en de beveiliging (in Zeeland zijn hier respectievelijk 15, 11 en 5 fte’s mee gemoeid). Uit kostengegevens van een tweetal referentieprovincies blijkt dat het uitbesteden van met name de catering en het schoonmaken goedkoper is (gemiddeld respectievelijk circa 23% en 34%). De kosten voor beveiliging zijn in één referentieprovincie hoger dan in Zeeland (circa 20%); •

een belangrijk deel van de indirecte formatie van Zeeland op het onderdeel ‘informatievoorziening en documentatie’ heeft betrekking op het archief. Hiermee is in andere provincies in verband met de digitalisering nog slechts in beperkte mate formatie gemoeid.

Nadere analyse omvang indirecte formatie

39

6

Samenvattende bevindingen

6.1

Uitgangspunten en presentatie bevindingen

6.1.1

Uitgangspunten In de volgende paragrafen worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek per taakgebied gepresenteerd. Deze bevindingen zijn aanvullend op de uitkomsten van de nadere analyse van de omvang van de indirecte formatie in hoofdstuk 5. Bij de analyse naar besparingsmogelijkheden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.29 analyse netto lasten in relatie tot ijkpuntscores per taakgebied Om rekening te houden met alle factoren die van invloed zijn op besparingsmogelijkheden (formatie en nietformatie gerelateerd), start de analyse vanuit verschillen in kostenpatronen. Daarbij wordt het netto lastenniveau van Zeeland per taakgebied vergeleken met de ijkpuntscore van Zeeland in het provinciefonds. Deze ijkpuntscores kunnen worden beschouwd als geobjectiveerde normen voor het netto lastenniveau per taakgebied, rekening houdend met verschillen in relevante structuurkenmerken (kostendrijvers), een sober voorzieningenniveau en een doelmatige uitvoering. Daarmee vormen deze ijkpunten een objectief referentiegegeven, dat niet wordt gekleurd door afwijkingen in de sfeer van eigen voorkeuren of uiteenlopende doelmatigheid. Bij de analyse van de kostenpatronen van Zeeland wordt onderscheid gemaakt naar: • beheer- en ontwikkeltaken; • formatiegebonden kosten en niet formatiegebonden kosten, waarbij beide onderdelen zelfstandig zijn onderzocht. bepaling omvang formatie in relatie tot referentieprovincies Binnen het totaal van de ijkpuntscore van Zeeland op het betreffende taakgebied, zijn op basis van formatiegegevens van referentieprovincies de besparingsmogelijkheden bij de formatie bepaald: • eerst zijn de besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie geïnventariseerd op basis van een vergelijking van met de gegevens van drie referentieprovincies (zie hoofdstuk 5). Dit heeft geleid tot besparingsmogelijkheden, waarbij het aandeel van de indirecte formatie in de totale formatie afneemt van 47% naar 40% (dit is voor alle taakgebieden relevant); •

vervolgens is de op basis van het bovenstaande gecorrigeerde omvang van de totale formatie (direct en indirect) per taakgebied vergeleken met de gegevens van de twee referentieprovincies die relatief het minste formatie inzetten op het betreffende taakgebied.

29. Voor de nadere onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 4.

40

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

6.1.2

Presentatie bevindingen In de paragrafen 6.2 tot en met 6.6 worden de bevindingen per taakgebied gepresenteerd. Daarbij zijn steeds overzichtstabellen met de volgende gegevens opgenomen (waarbij de formatie in fte’s steeds cursief is vermeld en de bedragen in euro’s per inwoner vetgedrukt): • regel 1: een overzicht van de volgende budgetten (in euro’s per inwoner): – de netto lasten voor het taakgebied (met een specificatie naar de onderscheiden onderdelen); – de ijkpuntscore voor het totale taakgebied; – het verschil tussen het netto lastenniveau en het ijkpunt; •

regel 2 t/m 4: de huidige omvang van de formatie (in fte’s), onderscheiden naar directe en indirecte formatie;



regel 5 t/m 8: de besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties:30 – regel 5: bij de indirecte formatie (in fte’s) . In de laatste kolom is deze besparingsmogelijkheid vertaald in een bedrag per inwoner; – regel 6: bij de directe formatie (in fte). In de laatste kolom is deze besparingsmogelijkheid vertaald in een bedrag per inwoner; – regel 7: het totaal van de besparingsmogelijkheden bij de formatie (5 en 6), uitgedrukt in euro’s per inwoner; – regel 8: de besparingsmogelijkheden bij de niet formatiegebonden kosten in euro’s per inwoner;



regel 9 t/m 11: de uitkomsten nadat rekening is gehouden met de besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties: – regel 9: de totale formatie per onderdeel (in fte’s) na de besparingsmogelijkheden op de directe en indirecte formatie; – regel 10: de netto lasten (euro’s per inwoner) na de besparingsmogelijkheden op de directe en indirecte formatie (regel 5 en 6) en de niet formatiegebonden kosten (regel 8); – regel 11: het totaal van de besparingsmogelijkheden in euro’s per inwoner (regel 10 minus regel 1);



regels 12 t/m 15: een overzicht van de bezuinigingen die Zeeland al heeft voorgenomen voor de periode 2011-2013, waarbij een onderscheid is gemaakt naar bezuinigingen op de formatie in fte’s (regel 12) en in euro’s per inwoner (regel 13) en de niet formatiegebonden bezuinigingen (regel 14).

In paragraaf 6.7 wordt een totaaloverzicht van de besparingsmogelijkheden per taakgebied gepresenteerd.

30. Bij de vertaling van de besparingsmogelijkheden bij de formatie van fte’s naar geld is uitgegaan van een gemiddeld bedrag van circa 81.000 euro aan totale apparaatlasten per fte.

Samenvattende bevindingen

41

6.2

Bestuur overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor het taakgebied Bestuur. Tabel 6.1.

Overzicht bevindingen Bestuur. Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) PS en GS

1. netto lasten

overig bestuur

openbare orde en veiligheid

totaal bestuur

ijkpunt 31

verschil in € per inw

19

18

5

42

11,0

2. formatie direct

19

20

4

43

3. formatie indirect

17

18

4

39

4. totaal formatie

36

38

8

82

5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

–5

–4

–2

–11

–2,5

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–1

1

–2

–2

–0,5

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–1

–1

–1

–3

–3,0

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–1

–4

–3

–8

–8,0

formatie in fte’s

besparingsmogelijkheden obv externe referenties

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (fte)

31

34

4

68

10. netto lasten (€)

16

14

1

31

11. totaal besp. mog. (10-1)

–3

–4

–4

–11

12. formatiegebonden (fte)

–3

–5

–1

–9

13. formatiegebonden (€)

–0,7

–1,0

–0,3

–2,0

0,0

–0,8

–0,2

–1,0

–0,7

–1,8

–0,5

–3,0

31

0,0

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013

14. niet formatiegebonden (€) 15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

42

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden GS en PS Bij het onderdeel ‘GS en PS’ zijn er zowel besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 5 fte) ook besparingsmogelijkheden bij de directe formatie relevant (circa 1 fte). Het gaat dan met name om formatie die zich bezig houdt met ondersteuning van GS en PS. In het verlengde hiervan zijn bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van circa 1 euro per inwoner (subsidie in verband met koninginnedag en inhuur externe deskundigheid). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 16 euro per inwoner en de totale formatie op 31 fte’s. overig bestuur Bij het onderdeel ‘overig bestuur’ zijn er alleen besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie relevant (circa 4 fte). Bij de directe formatie zijn er geen besparingsmogelijkheden: op basis van vergelijking met externe referenties, zou de directe formatie van Zeeland nog iets kunnen toenemen (circa 1 fte). Daarnaast zijn bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van circa 4 euro per inwoner. Het gaat hier met name om uitgaven die bij referentieprovincies niet voorkomen (in de sfeer van ontwikkelingshulp) of bij referentieprovincies in minder mate relevant zijn (diverse samenwerkingsverbanden, inhuur externe deskundigheid ten behoeve van Zeeland promotie). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 14 euro per inwoner en de totale formatie op 34 fte’s. openbare orde en veiligheid Bij ‘openbare orde en veiligheid’ zijn naast besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 2 fte) ook nog besparingsmogelijkheden bij de directe formatie relevant (circa 2 fte). Daarnaast zijn hier bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van circa 3 euro per inwoner (subsidies in de sfeer van nautische/maritieme veiligheid). Het gaat hier om taken die elders worden uitgevoerd door de veiligheidsregio. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 1 euro per inwoner en de totale formatie op 4 fte’s. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op de ijkpuntscore van Zeeland (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 3 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben voor ongeveer tweederde deel betrekking op het onderdeel ‘overig bestuur’. Binnen dit onderdeel worden de voorgenomen bezuinigingen voor de circa helft gerealiseerd op de formatie en de andere helft op niet formatiegebonden kosten.

Samenvattende bevindingen

43

6.3

Verkeer en vervoer

6.3.1

Beheertaken verkeer en vervoer overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor de beheertaken op het taakgebied Verkeer en vervoer.

Tabel 6.2.

Overzicht bevindingen Verkeer en vervoer (beheertaken). Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) prov wegen

1. netto lasten

OV

overig v&v

water wegen

water kering /schap

veren

totaal verkeer vervoer

ijkpunt 65

verschil in € per inw

47

8

11

11

4

8

88

23

2. formatie direct

41

4

24

21

4

2

96

3. formatie indirect

37

3

21

19

4

2

86

4. totaal formatie

78

7

45

41

8

4

182

–15

–2

–12

–6

–2

–1

–37

–7,9

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–8

–1

–10

–1

–2

–1

–23

–4,9

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–5

–1

–5

–1

–1

–0

–13

–12,8

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–2

–4

1

–1

0

–4

–11

–10,5

formatie in fte’s

besparingsmogelijkheden obv externe referenties 5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (in fte)

56

4

23

34

4

1

122

10. netto lasten (€)

40

3

7

9

3

3

65

11. totaal besp. mog. (10-1)

–6

–5

–4

–3

–1

–5

–23

12. formatiegebonden (fte)

–9

–1

–5

–2

–1

–1

–18

13. formatiegebonden (€)

–1,8

–0,2

–1,0

–0,4

–0,2

–0,1

–3,8

14. niet formatiegebonden (€)

–4,1

–2,1

–0,5

–0,2

–0,4

0

–6,9

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–5,9

–2,3

–1,5

–0,2

–0,6

–0,1

–10,7

65

0,0

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

44

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden provinciale wegen Bij het onderdeel ‘provinciale wegen’ zijn er op basis van externe referenties voornamelijk besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 15 fte’s). Daarnaast zijn er besparingsmogelijkheden van 8 directe fte’s. Bij de niet formatiegebonden kosten zijn op basis van vergelijking met externe referenties besparingsmogelijkheden van circa 2 euro per inwoner relevant De besparingsmogelijkheden hebben met name betrekking op netto lasten en formatie in de sfeer van beheer/onderhoud wegen (inclusief beleid en inspectie), gladheidbestrijding en openbare verlichting. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 40 euro per inwoner en de totale formatie op 56 fte’s. openbaar vervoer Bij het onderdeel ‘openbaar vervoer’ zijn er, op basis van externe referenties, beperkte besparingsmogelijkheden relevant bij de indirecte formatie (circa 2 fte) en bij de directe formatie (circa 1 fte). Tevens zijn bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van circa 4 euro per inwoner (subsidies in de sfeer van stimulering van het OV en aardgasbussen). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 3 euro per inwoner en de totale formatie op 4 fte’s. overig verkeer en vervoer Bij het onderdeel ‘overig verkeer en vervoer’ zijn er op basis van externe referenties besparingsmogelijkheden relevant bij de directe formatie (circa 10 fte). Dit betreft vooral formatie die zich bezig houdt met verkeersveiligheid, fietsbeleid, project OZP 2030 en monitoring en onderzoek (waaronder verkeerstellingen). Daarnaast zijn er bij dit onderdeel besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 12 fte). Bij de niet formatiegebonden kosten zijn er geen besparingsmogelijkheden: op basis van vergelijking met externe referenties, zou het netto lastenniveau van Zeeland nog iets kunnen toenemen (circa 1 euro per inwoner). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 7 euro per inwoner en de totale formatie op 23 fte’s. waterwegen Bij het onderdeel ‘waterwegen’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden bij de directe formatie relevant (circa 1 fte). Dit betreft met name formatie die zich bezig houdt met bediening bruggen en sluizen en vaarwegonderhoud (waaronder kanaal door Walcheren). Daarnaast zijn er bij dit onderdeel besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 6 fte). Bij de niet formatiegebonden kosten is circa 1 euro per inwoner aan besparingsmogelijkheden relevant. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 9 euro per inwoner en de totale formatie op 34 fte’s. waterkeringen en waterschappen Bij het onderdeel ‘waterkeringen en waterschappen’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden relevant bij zowel de indirecte formatie (circa 2 fte) als de directe formatie (circa 2 fte). Dit betreft met name formatie die zich bezig houdt met watermanagement (beheer waterkeringen). Bij de niet formatiegebonden kosten zijn nauwelijks besparingsmogelijkheden relevant.

Samenvattende bevindingen

45

Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 3 euro per inwoner en de totale formatie op 4 fte’s. veren Bij het onderdeel ‘waterkeringen en waterschappen’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden relevant bij zowel de indirecte formatie (circa 1 fte) als de directe formatie (circa 1 fte). Daarnaast zijn er op basis van externe referentie besparingsmogelijkheden bij de niet formatiegebonden kosten (circa 4 euro per inwoner). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 3 euro per inwoner en de totale formatie op circa 1 fte. Deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties hangen vooral samen met het gegeven dat andere provincies met veren nauwelijks uitgaven in dit verband hebben. Waar er sprake is van provincies met vergelijkbare typen veren (naar de Waddeneilanden), worden de betreffende lasten gedragen door het Rijk. In dit verband wordt opgemerkt dat er niet zonder meer vanuit mag worden gegaan dat het Rijk of een andere partij de exploitatie van de betreffende veerdiensten in Zeeland zal overnemen wanneer de provincie zich hieruit zou terugtrekken. Het realiseren van deze besparingsmogelijkheid zou dan ten koste kunnen gaan van het voorzieningenniveau voor de burgers (met name in West-Zeeuws Vlaanderen). Een andere mogelijkheid om deze besparingsmogelijkheid te realiseren zou het heffen van kostendekkende tarieven kunnen zijn. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op het niveau van het ijkpunt (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 11 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben voor het grootste deel betrekking op niet formatiegebonden kosten, en dan met name op het onderdeel ‘provinciale wegen’. Opgemerkt wordt dat uit vergelijking met de externe referenties juist blijkt dat ruim de helft van de besparingsmogelijkheden te vinden is bij de formatiegebonden kosten.

46

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

Samenvattende bevindingen

47

6.3.2

Ontwikkeltaken verkeer en vervoer overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor de ontwikkeltaken op het taakgebied Verkeer en vervoer. Tabel 6.3.

Overzicht bevindingen Verkeer en vervoer (ontwikkeltaken). Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) totaal ontwikkel taken

1. netto lasten

40

ijkpunt

verschil in € per inw

34

6,4

formatie in fte’s 2. formatie direct

18

3. formatie indirect

16

4. totaal formatie

34

besparingsmogelijkheden obv externe referenties 5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

–5

–1,0

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–1

–0,2

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–1

–1,2

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–5

–5,2

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (fte)

28

10. netto lasten (€)

34

11. totaal besp. mog. (10-1)

–6

34

0,0

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013 12. formatiegebonden (fte)

–3

13. formatiegebonden (€)

–0,6

14. niet formatiegebonden (€)

–5,3

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–5,9

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

48

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden De ontwikkeltaken voor Verkeer en vervoer laten zich niet goed vergelijken met de referentieprovincies, aangezien de betreffende projecten die in dit verband worden uitgevoerd erg tijd- en plaatsgebonden zijn. Wel zijn de netto lasten van Zeeland te vergelijken met het ijkpunt voor deze taken in het provinciefonds. In het provinciefonds worden vooral uitgaven gehonoreerd die samenhangen met projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), de Brede doeluitkering verkeer en vervoer en het programma Pieken in de Delta. De ontwikkeltaken van Zeeland op dit taakgebied hebben met name betrekking op de aanleg en reconstructie van infrastructurele werken (garantstelling N57, kanaaltunnel Sluiskil en diverse overige wegen). Wanneer het netto lastenniveau van Zeeland op dit taakgebied wordt afgestemd op de ijkpuntscore van Zeeland in het provinciefonds en de verdeling van de besparingsmogelijkheden over de formatie en niet formatiegebonden kosten wordt afgestemd op de externe referenties, ontstaat het volgende beeld: • bij de formatiegebonden kosten zijn de meeste besparingsmogelijkheden relevant, en dan met name bij de indirecte formatie; •

aanvullend zijn bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van circa 5 euro per inwoner.

Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 34 euro per inwoner en de totale formatie op circa 28 fte’s. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op het niveau van het ijkpunt (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 6 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben vrijwel geheel betrekking op de niet formatiegebonden kosten. Dit sluit aan bij het beeld van de besparingsmogelijkheden op basis van de vergelijking met de externe referenties. Wel verdient in dit verband de verdeling van de besparingsmogelijkheden over indirecte en directe formatie aandacht.

Samenvattende bevindingen

49

6.4

Water en milieu

6.4.1

Beheertaken water en milieu overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor de beheertaken op het taakgebied Water en milieu.

Tabel 6.4.

Overzicht bevindingen Water en milieu (beheertaken). Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief)

water 1. netto lasten

vergunning handhaving

overig milieu

totaal water milieu

ijkpunt 32

verschil in € per inw

9

14

12

36

3,9

2. formatie direct

15

40

21

77

3. formatie indirect

13

36

19

69

4. totaal formatie

28

76

40

145

5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

–5

–5

–8

–18

–3,9

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–2

6

–5

–1

–0,3

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–2

0

–3

–4

–4,2

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–1

1

0

0

0,3

21

77

27

126

6

16

10

32

–3

2

–3

–4

12. formatiegebonden (fte)

–5

–9

–4

–18

13. formatiegebonden (€)

–1

–2

–1

–4

14. niet formatiegebonden (€)

–1

–2

1

–2

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–2

–4

–0

–6

formatie in fte’s

besparingsmogelijkheden obv externe referenties

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (fte) 10. netto lasten (€) 11. totaal besp. mog. (10-1)

32

0,0

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

50

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden water Bij het onderdeel ‘water’ zijn er op basis van externe referenties voornamelijk besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 5 fte’s). Daarnaast zijn er besparingsmogelijkheden bij directe formatie (circa 2 fte’s). Bij de niet formatiegebonden kosten zijn op basis van vergelijking met externe referenties besparingsmogelijkheden van circa 1 euro per inwoner relevant. De besparingsmogelijkheden hebben betrekking op netto lasten en formatie ten behoeve van reguliere taken en de provinciale bijdrage aan het nationale programma Deltawateren. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 6 euro per inwoner en de totale formatie op circa 21 fte’s. vergunningverlening en handhaving Bij het onderdeel ‘vergunningverlening en handhaving’ zijn er op basis van externe referenties alleen besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 5 fte’s). Bij de directe formatie zijn er op dit onderdeel geen besparingsmogelijkheden: op basis van vergelijking met externe referenties, zou de directe formatie van Zeeland nog iets kunnen toenemen (circa 6 fte’s). Ook bij de niet formatiegebonden kosten zou het netto lastenniveau van Zeeland iets kunnen toenemen op basis van vergelijking met externe referenties (circa 1 euro per inwoner). Na deze effecten op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 16 euro per inwoner en de totale formatie op circa 77 fte’s. overig milieu Bij het onderdeel ‘overig milieu’ zijn er op basis van externe referenties voornamelijk besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 8 fte’s). Daarnaast zijn er besparingsmogelijkheden bij directe formatie (circa 5 fte’s). Bij de niet formatiegebonden kosten zijn op basis van vergelijking met externe referenties geen besparingsmogelijkheden relevant. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 10 euro per inwoner en de totale formatie op circa 27 fte’s. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op het niveau van het ijkpunt (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 6 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben voor het grootste deel betrekking op de formatiegebonden kosten. De voorgenomen bezuinigingen zijn dus omvangrijker dan de via externe referenties aangereikte mogelijkheden. Daarbij is de verdeling over de onderscheiden onderdelen ook anders, waarbij kan worden opgemerkt dat deze besparingsmogelijkheden op grond van externe referenties vrijwel volledig betrekking hebben op de indirecte formatie.

Samenvattende bevindingen

51

6.4.2

Ontwikkeltaken water en milieu overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor de ontwikkeltaken op het taakgebied Water en milieu.

Tabel 6.5.

Overzicht bevindingen Water en milieu (ontwikkeltaken). Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) totaal ontwikkel taken

ijkpunt

12

3

1. netto lasten

verschil in € per inw 10

formatie in fte’s 2. formatie direct

16

3. formatie indirect

15

4. totaal formatie

31

besparingsmogelijkheden obv externe referenties 5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

–12

–2,6

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–13

–2,8

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–5

–5,4

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–4

–4,4

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (fte)

6

10. netto lasten (€)

3

11. totaal besp. mog. (10-1)

3

0,0

–10

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013 12. formatiegebonden (fte)

–4

13. formatiegebonden (€)

–1

14. niet formatiegebonden (€)

–1

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–2

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

52

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden De ontwikkeltaken voor Water en milieu laten zich niet goed vergelijken met de referentieprovincies, aangezien de betreffende projecten die in dit verband worden uitgevoerd erg tijd- en plaatsgebonden zijn. Wel zijn de netto lasten van Zeeland te vergelijken met het ijkpunt voor deze taken in het provinciefonds. In het provinciefonds worden vooral uitgaven gehonoreerd als ‘kop-op’ de decentralisatie-uitkeringen voor bodemsanering en luchtkwaliteit. De ontwikkeltaken van Zeeland op dit taakgebied hebben met name betrekking op diverse bodemsaneringsprojecten en projecten met betrekking tot duurzaamheid, klimaat en energie. Wanneer het netto lastenniveau van Zeeland op dit taakgebied wordt afgestemd op de ijkpuntscore van Zeeland in het provinciefonds en de verdeling van de besparingsmogelijkheden over de formatie en niet formatiegebonden kosten wordt afgestemd op de externe referenties, ontstaat het volgende beeld: • bij de formatiegebonden kosten ruim 5 euro aan besparingsmogelijkheden relevant, gelijk verdeeld over directe en indirecte formatie (respectievelijk 13 en 12 fte’s); •

aanvullend zijn bij de niet formatiegebonden kosten besparingsmogelijkheden relevant van ruim 4 euro per inwoner.31

Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 3 euro per inwoner en de totale formatie op circa 6 fte’s. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op het niveau van het ijkpunt (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 2 euro per inwoner bedragen, duidelijk minder dan de via de externe referenties aangereikte mogelijkheden.

31. Opgemerkt wordt dat bij de feitelijke netto uitgaven van Zeeland de incidentele kosten in verband met nazorg voormalige stortplaatsen (circa 17 euro per inwoner) buiten beschouwing is gelaten.

Samenvattende bevindingen

53

54

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

6.5

Economische zaken en VHROSV

6.5.1

Samenhang taakgebieden In paragraaf 4.6 is gewezen op de inhoudelijke samenhang tussen de taakgebieden Economische zaken en Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV). Het gaat voor een belangrijk deel om vergelijkbare taken (stedelijke ontwikkeling en bedrijvigheid, plattelandsontwikkeling, sociaal economische vitalisering). Deze taken zijn door de provincie Zeeland vooral bij het taakgebied Economische zaken ondergebracht, terwijl in de verdeling van het provinciefonds en bij referentieprovincies vergelijkbare taken bij het cluster VHROSV worden geboekt. Het gevolg is dat bij het taakgebied Economische zaken het netto lastenniveau van Zeeland duidelijk hoger ligt dan het ijkpunt en het niveau van de referentieprovincies. Bij het taakgebied VHROSV ligt het netto lastenniveau van Zeeland juist substantieel lager dan het ijkpunt en het niveau van de referentieprovincies. Tegen deze achtergrond is het weinig zinvol om voor deze taakgebieden afzonderlijk besparingsmogelijkheden te bepalen. Daarom worden de besparingsmogelijkheden voor de taakgebieden Economische zaken en VHROSV tezamen gepresenteerd.

6.5.2

Beheertaken De beheertaken op deze taakgebieden zijn niet in het verdiepend onderzoek betrokken, aangezien het netto lastenniveau op beide taakgebieden vrijwel gelijk is aan de ijkpuntscore in het provinciefonds. Wel behoeft de verhouding tussen de indirecte en directe formatie ook op deze taakgebieden aandacht vanuit de algemene bevindingen omtrent de omvang van indirecte formatie. Voor de beheertaken op beide taakgebieden tezamen is 24 fte directe formatie relevant en 21 fte indirecte formatie.

Samenvattende bevindingen

55

6.5.3

Ontwikkeltaken overzichtstabel In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor de ontwikkeltaken op de taakgebieden Economische zaken en VHROSV tezamen. Tabel 6.6.

Overzicht bevindingen Economische zaken en VHROSV (ontwikkeltaken). Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) totaal ontwikkel taken

ijkpunt

20

26

1. netto lasten

verschil in € per inw –6

formatie in fte’s 2. formatie direct 3. formatie indirect 4. totaal formatie

11 9 20

besparingsmogelijkheden obv externe referenties 5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

1

0,3

6. besp. mog. directe formatie (fte)

6

1,2

7. besp. mog. totaal formatie (€)

1

1,5

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

5

4,5

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (fte)

27

10. netto lasten (€)

26

11. totaal besp. mog. (10-1)

26

0,0

6

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013 12. formatiegebonden (fte)

–3

13. formatiegebonden (€)

–1

14. niet formatiegebonden (€)

–2

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–3

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

56

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden Economische zaken en VHROSV De ontwikkeltaken voor Economische zaken en VHROSV laten zich niet goed vergelijken met de referentieprovincies, aangezien de betreffende projecten die in dit verband worden uitgevoerd erg tijd- en plaatsgebonden zijn. Wel zijn de netto lasten van Zeeland te vergelijken met het ijkpunt voor deze taken in het provinciefonds. Op basis van deze vergelijking zou het netto lastenniveau van Zeeland iets kunnen toenemen. In het provinciefonds worden vooral uitgaven gehonoreerd die samenhangen met het programma Pieken in de Delta (Economische zaken) en transitieopgaven van provincies die voortvloeien uit groei en krimp en de ontwikkeling van landelijke gebieden (VHROSV). De ontwikkeltaken van Zeeland op deze taakgebieden hebben met name betrekking op: • het ontwikkelingsbedrijf, speerpuntensectoren (Pieken in de Delta), diverse subsidies ten behoeve van het stimuleren van economische ontwikkeling; •

diverse apparaatlasten (participatieproject gemeenten, gebiedsagenda MIRT, ontwikkeling Perkpolder) en diverse subsidies (stedelijke vernieuwing, stimuleringsregeling starterswoningen).

Wanneer het netto lastenniveau van Zeeland op deze taakgebieden wordt afgestemd op de ijkpuntscore van Zeeland in het provinciefonds en tevens rekening wordt gehouden met de patronen bij de externe referenties, ontstaat het volgende beeld: • de formatie zou kunnen worden uitgebreid, met respectievelijk 6 fte directe formatie en 1 fte indirecte formatie (hierbij is rekening gehouden met de besparingsmogelijkheden ten aanzien van de indirecte formatie, zie hoofdstuk 5); •

bij de niet formatiegebonden kosten zou het netto lastenniveau kunnen toenemen met circa 4 euro per inwoner.

Na deze mogelijke effecten op basis van externe referenties komen de netto lasten voor deze taakgebieden tezamen uit op circa 26 euro per inwoner en de totale formatie op circa 27 fte’s. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Nadat rekening is gehouden met de hiervoor genoemde effecten op basis van externe referenties bij de formatie en de niet formatiegebonden kosten, sluit het netto lastenniveau aan op het niveau van het ijkpunt (situatie 2010). In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 3 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben voor tweederde deel betrekking op de niet formatiegebonden kosten en voor eenderde op de formatie. Opgemerkt wordt dat uit vergelijking met de externe referenties blijkt dat op deze taakgebieden met name de niet formatiegebonden uitgaven zouden kunnen toenemen (naast een extra inzet van formatie).

Samenvattende bevindingen

57

6.6

Voorzieningen overzichtstabel Voor het taakgebied Voorzieningen zijn in het herziene provinciefonds nieuwe ijkpunten geïntroduceerd die met ingang van 2012 in werking zijn getreden. Daarbij is aangesloten bij een herschikking in provinciale en gemeentelijke taken. Een groot deel van de huidige taken van provincies binnen dit cluster zijn als gemeentelijke taken aangemerkt en vallen daarmee niet meer onder de werking van het Provinciefonds. De recente aanpassing van provinciefonds betekent ook dat de effecten hiervan nog niet tot uiting komen in het netto lastenniveau van de referentieprovincies op dit taakgebied. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bevindingen voor het taakgebied Voorzieningen.

Tabel 6.7.

Overzicht bevindingen Voorzieningen. Situatie 2010. Bedragen in euro’s per inwoner (vet), formatie in fte’s (cursief) jeugd zorg

1. netto lasten

regio omroep

cultuur historie

22

11

33

8

KOB*

overig voorz

totaal voorz

ijkpunt

36

110

39

verschil in € per inw 70

formatie in fte’s 2. formatie direct

6

0,4

3

4

15

28

3. formatie indirect

5

0,4

3

4

13

25

11

0,8

5

8

28

53

5. besp. mog. indirecte formatie (fte)

–2

-0,2

–1

–1

–13

–17

–3,6

6. besp. mog. directe formatie (fte)

–1

-0,2

–15

–16

–3,4

7. besp. mog. totaal formatie (€)

–1

–0

–0

–0

–6

–7

–7,0

8. besp. mog. niet formatiegebonden (€)

–1

–1

–7

–24

–30

–63

–63,1

5

7

0

22

4. totaal formatie besparingsmogelijkheden obv externe referenties

uitkomsten na besparingsmogelijkheden obv externe referenties 9. totaal formatie (in fte)

8

10. netto lasten (€)

6

21

4

9

0

39

–2

–1

–8

–24

–36

–70

12. formatiegebonden (fte)

–1

0

–1

–1

–4

–7

13. formatiegebonden (€)

–0

0

–0

–0

–1

–1

14. niet formatiegebonden (€)

–0

0

–1

–5

–4

–11

15. totaal voorgenomen bezuiniging (€)

–0

0

–1

–5

–5

–12

11. totaal besp. mog. (10-1)

0,4

39

0,0

voorgenomen bezuinigingen 2011-2013

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen * KOB staat voor kunst, oudheid en bibliotheken.

58

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

toelichting besparingsmogelijkheden jeugdzorg Bij het onderdeel ‘jeugdzorg’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 2 fte’s) en de directe formatie (circa 1 fte). Daarnaast zijn er bij de niet formatiegebonden kosten op basis van vergelijking met externe referenties besparingsmogelijkheden van circa 1 euro per inwoner relevant. Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 6 euro per inwoner en de totale formatie op 9 fte’s. regionale omroep Bij het onderdeel ‘regionale omroep’ is er nauwelijks formatie relevant en zijn er op basis van externe referenties geen besparingsmogelijkheden gevonden. Bij de niet formatiegebonden kosten op basis van vergelijking met externe referenties zijn beperkte besparingsmogelijkheden van circa 1 euro per inwoner relevant (regionale televisie Scheldemond). Na deze besparingsmogelijkheden op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 21 euro per inwoner en de totale formatie op circa 1 fte. cultuurhistorie Bij het onderdeel ‘cultuurhistorie’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 1 fte). Vanuit de vergelijking met het ijkpunt zijn er op dit onderdeel ook relatief substantiële aanvullende besparingsmogelijkheden relevant. Gezien de beperkte omvang van de directe formatie en de aard van de netto lasten op dit onderdeel wordt er vanuit gegaan dat deze besparingsmogelijkheden betrekking hebben op niet formatiegebonden kosten (circa 6 euro per inwoner). Na deze effecten op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 4 euro per inwoner en de totale formatie op 5 fte’s. kunst, oudheid en bibliotheken Bij het onderdeel ‘kunst, oudheid en bibliotheken’ zijn er op basis van externe referenties beperkte besparingsmogelijkheden bij de indirecte formatie (circa 1 fte). Vanuit de vergelijking met het ijkpunt zijn er op dit onderdeel ook relatief substantiële aanvullende besparingsmogelijkheden relevant. Gezien de beperkte omvang van de directe formatie en de aard van de netto lasten op dit onderdeel wordt er vanuit gegaan dat deze besparingsmogelijkheden betrekking hebben op niet formatiegebonden kosten (circa 4 euro per inwoner). Na deze effecten op basis van externe referenties komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op circa 9 euro per inwoner en de totale formatie op 7 fte’s. overige voorzieningen In het provinciefonds worden uitgaven met betrekking tot het onderdeel ‘overige voorzieningen’ niet gehonoreerd. Wanneer de uitkering uit het provinciefonds als uitgangspunt wordt genomen voor de uitgaven van de provincie Zeeland, betekent dat de volgende besparingsmogelijkheden: • bij de indirecte formatie 13 fte’s; • bij de directe formatie 15 fte’s; • bij de niet formatiegebonden kosten 30 euro per inwoner.

Samenvattende bevindingen

59

De uitgaven op dit taakgebied hebben voornamelijk betrekking op subsidies (waaronder aan Scoop, het Klaverblad, hogeschool Zeeland, Adesse, Sportzeeland, Terra Maris, technocentrum Zeeland en Roosevelt studiecentrum) en de bijbehorende ambtelijke ondersteuning. geïnventariseerde besparingsmogelijkheden in relatie tot voorgenomen bezuinigingen Na deze besparingsmogelijkheden op basis van het ijkpunt in het provinciefonds komen de netto lasten voor dit onderdeel uit op 0 euro per inwoner. In het onderste deel van de tabel is te zien dat de voorgenomen bezuinigingen van Zeeland voor dit taakgebied in totaal circa 12 euro per inwoner bedragen. Deze voorgenomen bezuinigingen hebben vrijwel geheel betrekking op de niet formatiegebonden kosten.

60

Onderzoek formatieomvang provincie Zeeland

6.7

Totaaloverzicht besparingsmogelijkheden formatie In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de totale besparingsmogelijkheden op de indirecte en directe formatie en de niet formatiegebonden kosten per taakgebied. Daarnaast is een overzicht opgenomen van de effecten van de voorgenomen bezuinigingen op de indirecte en directe formatie en de niet formatiegebonden kosten per taakgebied.

Samenvattende bevindingen

61

Tabel 6.8.

Totaaloverzicht besparingsmogelijkheden en effect voorgenomen bezuinigingen op indirecte en directe formatie en niet formatiegebonden kosten per taakgebied. Formatie in fte’s (cursief) en niet formatiegebonden kosten in euro’s per inwoner (vetgedrukt). besparingsmogelijkheden

taakgebied

indirecte formatie in fte

directe formatie in fte

totaal formatie in fte

verschil besparingmogelijkheden minus voorgenomen bezuinigingen

voorgenomen bezuinigingen niet formatie gebonden in € p.inw

indirecte formatie in fte

directe formatie in fte

totaal formatie in fte

niet formatie gebonden in € p.inw

indirecte formatie in fte

directe formatie in fte

totaal formatie in fte

niet formatie gebonden in € p.inw

beheer bestuur

–11

–2

–14

–8

–6

–3

–9

–1

–6

1

–5

–7

beheer verkeer en vervoer

–37

–23

–60

–11

–8

–10

–18

–7

–29

–13

–41

–4

beheer water en milieu

–18

–1

–19

0

–8

–10

–18

–2

–10

9

–1

2

beheer natuur en recreatie

–5

–5

–2

–4

–6

–0

–3

4

1

0

beheer economische zaken

–1

–1

0

0

–1

–0

–1

0

0

0

beheer VHROSV*

–4

–4

–2

–3

–5

–0

–2

3

1

0

beheer voorzieningen

–17

–16

–33

–63

–3

–4

–7

–11

–14

–12

–26

–52

subtotaal beheer (A)

–94

–42

–136

–81

–30

-34

–64

–21

–64

–9

–73

–60

–5

–1

–6

–5

–2

–1

–3

–5

–2

0

–3

0

–12

–13

–25

–4

–2

–3

–4

–1

–11

–10

–21

–4

–2

–2

–3

–1

–2

2

0

1

ontwikkeling verkeer en vervoer ontwikkeling water en milieu ontwikkeling natuur en recreatie ontwikkeling EZ en VHROSV* subtotaal ontwikkeling (B) TOTAAL (A+B)

–3

–3

1

6

7

5

–1

–2

–3

–2

3

8

10

6

–19

–8

–27

–5

–7

–7

–14

–9

–13

–1

–14

4

–113

–50

–164

–86

–37

–41

–78

–30

–77

–10

–86

–57

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen

Bijlagen

A

Overzichtstabel in absolute bedragen overzichtstabel per taakgebied In de onderstaande tabel wordt per subcluster van het provinciefonds een overzicht gegeven van: • kolom 1: de totale feitelijke netto lasten;32 • kolom 2: de uitkomsten van het ijkpunt in het provinciefonds; • kolom 3: het verschil tussen de feitelijke netto lasten (kolom 1) en de ijkpuntscores (kolom 2); • kolom 4: de effecten van de voorgenomen bezuinigingen (aansluitend bij structurele situatie met ingang van 2013).33 Hierbij wordt een onderscheid wordt gemaakt tussen beheer- en ontwikkeltaken.

32. Het betreft hier zowel de directe als indirecte taken die behoren bij het betreffende subcluster. Hierbij zijn de mutaties in reserves buiten beschouwing gebleven. 33. Hierbij zijn de bezuinigingen op de indirecte taken naar rato van de personele component in de bezuinigingen op de directe taken toegedeeld aan de subclusters.

Overzichtstabel in absolute bedragen

65

Tabel A.1.

Vergelijking feitelijke netto lasten (excl. mutatie reserves) rekening 2010 met ijkpunten provinciefonds per subcluster onderscheiden naar beheer en ontwikkeling en omvang formatie, inclusief effect bezuinigingen. Bedragen in miljoenen euro’s. (1)

subcluster

feitelijke netto lasten

(2)

(3)

(4)

ijkpunt score

verschil feitelijk minus ijkpunt (1-2)

structureel effect voorgenomen bezuiniging

beheer bestuur

16

12

4

–1

beheer verkeer en vervoer

34

25

9

–4

beheer water en milieu

14

12

1

–2

beheer natuur en recreatie

5

4

1

–1

beheer economische zaken

2

2

–1

0

beheer VHROSV*

4

4

0

–1

42

15

27

–5

115

74

42

–13

ontwikkeling verkeer en vervoer

15

13

2

–2

ontwikkeling water en milieu

11**

1

10

–1

ontwikkeling natuur en recreatie

6

19

–13

–1

ontwikkeling economische zaken

6

1

5

–1

ontwikkeling VHROSV*

1

9

–7

0

40

43

–2

–4

TOTAAL uitgaven (A+B)

155

116

39

–18

Overige eigen middelen (OEM)

–53

–16

–36

0

Motorrijtuigenbelasting (MRB)

–30

–28

–3

0

TOTAAL inkomsten

–83

–44

–39

0

beheer voorzieningen subtotaal uitgaven beheer (A)

subtotaal uitgaven ontwikkeling (B)

Als gevolg van afrondingen kunnen totalen afwijken van de som der delen * VHROSV staat voor volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing ** Hiervan is circa 6,5 miljoen euro incidenteel in verband met nazorg voormalige stortplaatsen

66

Bijlage A

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.