RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE RECREATIE


1 provincie gemeente west-vlaanderen ingelmunster Naam plan_id RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE RECREATIE 214_12_1 plan stedenbouwkundige memori...
Author:  Christian Boender

0 downloads 1 Views 569KB Size

Recommend Documents


RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE RECREATIE
1 provincie gemeente west-vlaanderen ingelmunster Naam plan_id RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE RECREATIE 214_12_1 plan memorie van toelichting ...

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE BEDRIJVEN OOSTERZELE ONTWERP
1 GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE BEDRIJVEN OOSTERZELE ONTWERP STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN JUNI 2015 Dorp Oosterzele T F E Jos...

Gemeentelijk Ruimtelijk UitvoeringsPlan Zonevreemde bedrijven. Stedenbouwkundige voorschriften
1 Provincie Oost-Vlaanderen Gemeente Moerbeke Gemeentelijk Ruimtelijk UitvoeringsPlan Zonevreemde bedrijven Stedenbouwkundige voorschriften Opdrachtge...

Gemeente Zoersel Ruimtelijk uitvoeringsplan Zonevreemde woningen
1 Gemeente Zoersel Ruimtelijk uitvoeringsplan Zonevreemde woningen Memorie van toelichting Dossier ZOE123 Opdrachtgevend bestuur: Gemeentebestuur van ...

NIJLEN. Ruimtelijk uitvoeringsplan zonevreemde woningen Toelichtingsnota
1 NIJLEN Ruimtelijk uitvoeringsplan zonevreemde woningen Toelichtingsnota Definitieve vaststelling gemeenteraad 3 februari 20092 COLOFON Opdrachtgever...

PROVINCIE ANTWERPEN GEMEENTE NIJLEN GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE SPORT EN RECREATIE NIJLEN FEITELIJKE TOESTAND
1 PROVINCIE ANWERPEN GEMEENE NIJLEN GEMEENELIJK RUIMELIJK UIVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE SPOR EN RECREAIE NIJLEN FEIELIJKE OESAND Advies Ruimtelijke Kwali...

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN (GEM.RUP) ZONEVREEMDE SPORT EN RECREATIE TOELICHTINGSNOTA DEFINITIEF ONTWERP STAD GENK
1 STAD GENK PROVINCIE LIMBURG GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN (GEM.RUP) ZONEVREEMDE SPORT EN RECREATIE TOELICHTINGSNOTA DEFINITIEF ONTWERP 27 ...

Gemeente Boechout Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor toerisme en recreatie
1 Gemeente Boechout Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor toerisme en recreatie Deel-RUP nr. 2: Toeffelh...

Gemeente Boechout Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor toerisme en recreatie
1 Gemeente Boechout Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor toerisme en recreatie Deel-RUP nr. 3: Hoeve Fr...

PROVINCIE ANTWERPEN GEMEENTE NIJLEN GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE SPORT EN RECREATIE NIJLEN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
1 PROVINCIE ANTWERPEN GEMEENTE NIJLEN GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE SPORT EN RECREATIE NIJLEN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN bv...



provincie

west-vlaanderen

gemeente

ingelmunster

Naam

RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN ZONEVREEMDE RECREATIE

plan_id

214_12_1

plan

memorie van toelichting stedenbouwkundige voorschriften ontwerp

ontwerper

gemeente ingelmunster dienst grondgebied oostrozebekestraat 4 8770 ingelmunster t 051 33 74 30 [email protected] www.ingelmunster.be ruimtelijke planner frank benoit

Digitaal ondertekend door Frank Benoit (Authentication) DN: SERIALNUMBER=78010101548,

Frank Benoit (Authentication) G=Frank Kristof, SN=Benoit, CN=Frank Benoit (Authentication), C=BE Datum: 2017.09.15 08:17:06+02'00'

definitief vastgesteld door de gezien en voorlopig gemeenteraad in zitting van de secretaris

de voorzitter

Artikel 0. Begrippen en algemene bepalingen Verordenend 0.1 Begrippen Hoofd- en nevenbestemming De hoofdbestemming (voor zover in onderhavig dossier vermeld) is die bestemming die meer dan 70% van de totale vloeroppervlakte (= som van de vloeroppervlaktes van alle bouwlagen) inneemt. De nevenbestemming (voor zover in onderhavig dossier vermeld) is een bestemming die slechts in ondergeschikte mate toelaatbaar is naast de hoofdbestemming. De nevenbestemming neemt maximum 30% van de totale vloeroppervlakte in.

Gemeenschapsvoorzieningen Kleinschalige gebouwen en/of constructies dienstig voor gemeenschapsvoorziening of openbaar nut kunnen in elke bouwzone worden toegelaten voor zover de bouwkarakteristieken (inplanting, gabariet, materiaalgebruik, …) ervan voldoen aan de voorschriften van de betreffende zone en mits ze in hun exploitatie en/of gebruik geen fundamentele afbreuk doen aan de kwaliteit van de betreffende bestemmingszone.

Bebouwingspercentage (terreinbezetting) Is de verhouding van de grondoppervlakte van één of meer bouwwerken op één terrein of perceel ten aanzien van de totale oppervlakte van het terrein of perceel binnen de betreffende bestemmingszone. De terreinbezetting omhelst de bebouwde delen van het perceel, exclusief de verharde delen.

Bouwhoogtebepalingen De hoogte van het gebouw wordt gemeten vanaf het aanzetpeil van de inkomdorpel tot bovenkant kroonlijst. Het aantal volle bouwlagen wordt gerekend tussen de inkomdorpel en de bovenkant kroonlijst.

Toelichting

Handhavingsbepaling Gebouwen, verhardingen en alle elementen die regelmatig vergund zijn, kunnen qua bezetting en numerieke voorschriften gehandhaafd blijven. Binnen deze gebouwen kan een normale exploitatie geschieden. Instandhoudingswerken, inclusief het vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen (zoals dakgebintes), teneinde het gebruik van een gebouw te continueren, zijn toegelaten. Instandhoudingswerken die echter omwille van hun omvang dermate ingrijpend zijn dat er in feite sprake is van vervangingsbouw, kunnen niet worden toegelaten als ze strijdig zijn met de voorschriften van de betreffende bestemmingszone. Bij vervangings- en nieuwbouw dienen de voorschriften van onderhavig RUP immers nageleefd te worden.

Dienstorder AWV Het Agentschap Wegen en Verkeer beschikt over een dienstorder MOW/AWV/2012/16 Reglementering van toegangen tot het gewestdomein. Zolang deze dienstorder niet wordt opgeheven en/of wordt vervangen door een ander dienstorder zal bij het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning hiermee rekening worden gehouden.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 2

Artikel 1. Paardenmanege met nabestemming landbouw

Verordenend

Toelichting

1.1 Bestemming Deze zone is bestemd voor de bestaande vergunde paardenmanege met bijhorende stallen en binnenpistes. De recreatieve functie moet primeren tegenover het aantal evenementen.

De zone valt onder de categorie ‘recreatie’ conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Als nevenbestemming is een cafetaria toegestaan. Bij het stopzetten of verdwijnen van de manegefunctie, dit is bij het bekomen van een omgevingsvergunning voor een functiewijziging naar landbouw, dienen de gebouwen met de bijhorende percelen waarop de functiewijziging betrekking heeft, terug en onomkeerbaar gebruikt te worden voor landbouwactiviteiten. Deze nabestemming landbouw gaat in voor de volledige zone. In het kader van de landbouwactiviteiten is een bedrijfswoning toegelaten. In het kader van de manege-activiteiten is een bedrijfswoning niet toegelaten.

1.2 Inrichting en beheer Een uitbreiding en herbouw van de vergunde gebouwen en constructies is binnen onderhavige zone toegelaten. 100% van de perceelsoppervlakte gelegen binnen onderhavige zone mag bebouwd worden. Bij afbraak en nieuwbouw dienen de gebouwen ingeplant te worden volgens de 45°-regel en op minimaal 5m van de perceelsgrenzen.

45° regel: de horizontale afstand dient gelijk te zijn aan de verticale hoogte van de constructie.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 3

De maximaal toegelaten kroonlijsthoogte bedraagt 6,00m, terwijl de maximale nokhoogte wordt beperkt tot 11,00m. Een zadeldak is verplicht. Deze maximale hoogte geldt niet voor eventueel noodzakelijke schoorstenen, verluchtingskanalen, enz. voor zover deze maximum 1% van de totale bebouwbare oppervlakte beslaan en mits deze ingeplant worden op een optimale afstand van de zonegrenzen. Het voorkomen en materiaalgebruik van de nieuwe en/of te vernieuwen bebouwing moet dat van een kwalitatieve agrarische architectuur zijn. Bij de manege is een cafetaria toegelaten tot een maximale vloeroppervlakte van 235m². Bij deze oppervlakte behoort een buitenterras, keukenruimte, koelruimte, enz. Het buitenterras horende bij de horeca-activiteit moet volledig worden ingepast binnen onderhavige zone.

Onder agrarische architectuur wordt verstaan: eenvoudige volumes, ritmische opbouw van de gevels, een zadeldakstructuur, eenheid in materiaalgebruik, een beperkt aantal gevelmaterialen, gebruik van hout als natuurlijk materiaal in de gevels,…

De niet bebouwde delen mogen volledig verhard worden.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 4

Artikel 2. Buiteninfrastructuur voor paardenmanege met nabestemming landbouw

Verordenend

Toelichting

2.1 Bestemming

De zone valt onder de categorie ‘recreatie’ conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Deze zone is bestemd voor de buiteninfrastructuur bij de paardenmanege, in het bijzonder het plaatsen van een buitenpiste(s), longeerpiste en stapmolen. De recreatieve functie moet primeren tegenover het aantal evenementen of wedstrijden. Geen nevenbestemming toegelaten. Bij het stopzetten of verdwijnen van de manegefunctie dienen de gronden met de bijhorende percelen terug worden gebruikt voor landbouwactiviteiten. Bij het stopzetten of verdwijnen van de manegefunctie, dit is op het tijdstip van het bekomen van een uitvoerbare omgevingsvergunning voor een functiewijziging naar landbouw, dienen de gebouwen met de bijhorende percelen waarop de functiewijziging betrekking heeft, terug en onomkeerbaar gebruikt te worden voor landbouwactiviteiten. Deze nabestemming landbouw gaat op dat tijdstip in voor de volledige zone.

In de deelzone voor groenbuffer moet een groenscherm aangelegd worden.

2.2 Inrichting en beheer In deze onderhavige zone zijn geen gebouwen toegelaten. Deze zone dient specifiek voor een buitenpiste, longeerpiste en stapmolen voor de paarden. 214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 5

Constructies bij de piste, zoals hindernissen, zijn eveneens toegestaan. Bij de grote buitenpiste kan een beperkte constructie voor de jury bij wedstrijden voorzien worden. Deze constructie kan geen permanent gebruik kennen en mag enkel gebruikt worden in het kader van wedstrijden en mag niet groter zijn dan 15 m². De evenementen op de buitenpiste mogen geen buitensporige hinder veroorzaken ten aanzien van de omgeving.

Onder buitensporige hinder wordt verstaan: geluidshinder, geurhinder of stofhinder veroorzaakt door de activiteiten die de leefbaarheid van de woonomgeving drastisch naar beneden haalt.

100% van de perceelsoppervlakte gelegen binnen onderhavige zone mag aangelegd worden. Bij het verlenen van een vergunning voor de nieuwe buitenpiste moet als voorwaarde opgenomen worden dat de bestaande buitenpiste bij overlevering van de nieuwe piste volledig moet verwijderd zijn. Rondom de pistes is het plaatsen van een open afsluiting toegestaan met een maximale hoogte van 2,0m. Een afsluiting van levend groen is eveneens toegelaten.

Met het volledig verwijderen worden naast de bovengrondse elementen ook alle zaken in de ondergrond bedoeld.

Een open afsluiting bestaat uit palen en draad of palen met dwarslatten.

De niet ingerichte delen moeten gebruikt worden als weiland, waarbij in dit geval de voorschriften van artikel 4 van toepassing zijn. Binnen de deelzone voor groenbuffer moet een visuele buffer gerealiseerd worden. Deze dient te bestaan uit een groene talud met een hoogte van 2,5 m. Minstens aan de westelijke zijde moet deze talud beplant worden met heesters onder de vorm van bosplantgoed. Aan de oostelijke kan zijn zowel beplanting als gras toegelaten.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 6

Artikel 3. Circulatie en parking

Verordenend

Toelichting

3.1 Bestemming

De zone valt onder de categorie ‘recreatie’ conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Deze zone is bestemd voor circulatie, parkeerplaatsen voor auto’s met eventuele paardentrailer, toegangsweg voor laad- en losplaatsen, ten behoeve van de exploitatie. Elke vorm van bebouwing, zijnde constructies, bouwwerken en overkappingen is verboden, met uitzondering van één gemeenschappelijke fietsenstalling Geen nevenbestemming toegelaten. Binnen de deelzone voor toegangsweg zijn geen parkeerplaatsen toegelaten.

3.2 Inrichting en beheer Maximaal 80% van de niet bebouwde delen mag verhard worden. Bij de aanleg van verhardingen dient ermee rekening te worden gehouden dat het hemelwater de mogelijkheid moet krijgen om maximaal door te dringen in de ondergrond door afleiding van het hemelwater naar de onverharde delen, hetzij door het gebruik van waterdoorlatende materialen. De inrichting van een voldoende aantal parkeerplaatsen op eigen terrein voor de opvang van de voertuigen van het personeel, recreanten en bezoekers is noodzakelijk. Er dient een duidelijke afbakening te komen waar voertuigen met paardentrailer en eventuele paardenvrachtwagens kunnen staan. Een open afsluiting met een maximale hoogte van 2m is binnen deze onderhavige zone toegelaten, mits deze voor de omgeving visueel niet storend is. Een afsluiting van levend groen is eveneens toegelaten.

Een open afsluiting bestaat uit palen en draad of palen met dwarslatten.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 7

De aanleg binnen de deelzone voor toegangsweg moet vermijden dat in deze zone geparkeerd kan worden.

Ter hoogte van de indicatieve overdrukaanduiding in voor de aanleg van kleine landschapselementen onder de vorm van een bomenrij, moet een aanplant voorzien worden onder vorm van inheemse bomenrij. De tussenafstand voor de bomen kan variëren tussen 6 en 8 m. Bij de aanleg moet een zone voorzien worden van 1,2 m zodat de bomenrij voldoende ruimte heeft om uit te groeien. Bij de eerst volgende aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning (of omgevingsvergunning) in het plangebied dient een beplantingsplan worden gevoegd. De maximale as-verschuiving is beperkt tot 2 m langs beide zijden.

Houtkanten, houtwallen, bomenrijen, heggen en hagen zijn lijnvormige begroeiingen met houtgewas. Ze doen gewoonlijk dienst als veekering, als windvanger, als perceelgrens of ze hebben een andere gebruiksfunctie. Bomenrijen zijn meestal één, soms twee of drie bomen breed en staan gewoonlijk op regelmatige afstand van elkaar. Een bijzondere vorm van bomen, die vaak langs perceelgrenzen of sloten staan, zijn knotbomen. Door het periodiek kappen van de takken op een bepaalde hoogte boven de grond, ontstaan knoesten waaruit telkens weer nieuwe takken groeien. Meestal gaat het om wilgen, soms om elzen, populieren, eiken of essen.

Artikel 4. Weiland

Verordenend

Toelichting

4.1 Bestemming De zone voor weiland is bestemd voor loop- en graasweide voor de paarden. Binnen deze zone is het stapelen van materialen, afvalstoffen, enz. verboden. De bestaande poel, met bijhorend groen, moet maximaal worden behouden en onderhouden. Elke vorm van bebouwing, zijnde constructies, bouwwerken en overkappingen is verboden. Met uitzondering van een schuilhok dat vrijgesteld is van vergunning.

De zone valt onder de categorie “recreatie” conform het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van ruimtelijke uitvoeringsplannen.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 8

Bij het stopzetten en verdwijnen van de manegefunctie dienen de gronden met de bijhorende percelen terug worden gebruikt voor landbouwactiviteiten. Het weiland kan uiteraard behouden worden in functie van een landbouwuitbating.

4.2 Inrichting en beheer Een open afsluiting met een maximale hoogte van 2m is binnen deze onderhavige zone toegelaten, mits deze voor de omgeving visueel niet storend is.

Een open afsluiting bestaat uit palen en draad of palen met dwarslatten.

4.2.1 Kleine landschapselementen - landschapsopbouw Ter hoogte van de indicatieve overdrukaanduiding in voor de aanleg van kleine landschapselementen onder de vorm van een bomenrij, moet een aanplant voorzien worden onder vorm van inheemse bomenrij. De tussenafstand voor de bomen kan variëren tussen 6 en 8 m. Bij de aanleg moet een zone voorzien worden van 1,2 m zodat de bomenrij voldoende ruimte heeft om uit te groeien. Bij de eerst volgende aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning (of omgevingsvergunning) in het plangebied dient een beplantingsplan worden gevoegd. De maximale as-verschuiving is beperkt tot 2 m langs beide zijden.

Ter hoogte van de indicatieve overdrukaanduiding in voor de aanleg van kleine landschapselementen onder de vorm van houtkanten, heggen of hagen, moet een aanplant voorzien worden onder vorm van inheemse houtkanten, heggen of hagen. Bij de aanleg moet een zone voorzien worden van 1,2 m 2m zodat de houtkant, heg of haag voldoende ruimte heeft om uit te groeien. De aanleg van deze kleine landschapselementen moet gebeuren op een afstand van 2m van de perceelsgrens. Bij de eerst volgende aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning (of omgevingsvergunning) in het plangebied dient een beplantingsplan worden gevoegd. De maximale as-verschuiving is beperkt tot 2 m langs beide zijden.

Houtkanten, houtwallen, bomenrijen, heggen en hagen zijn lijnvormige begroeiingen met houtgewas. Ze doen gewoonlijk dienst als veekering, als windvanger, als perceelgrens of ze hebben een andere gebruiksfunctie. Bomenrijen zijn meestal één, soms twee of drie bomen breed en staan gewoonlijk op regelmatige afstand van elkaar. Een bijzondere vorm van bomen, die vaak langs perceelgrenzen of sloten staan, zijn knotbomen. Door het periodiek kappen van de takken op een bepaalde hoogte boven de grond, ontstaan knoesten waaruit telkens weer nieuwe takken groeien. Meestal gaat het om wilgen, soms om elzen, populieren, eiken of essen. Houtkanten groeien spontaan uit of worden periodiek als hakhout gekapt. Heggen en hagen zijn lijnvormige begroeiingen waarin struweelsoorten overheersen. Heggen groeien breed uit, hagen worden met een korte omlooptijd geschoren of geknipt. In heggen en hagen overheersen gewoonlijk doornstruiken, meestal meidoorn of sleedoorn. 214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften

9

4.2.2 Buurtweg Ter hoogte van indicatieve overdrukaanduiding in op het bestemmingsplan moet een wandelen fietsverbinding gecreëerd worden. Deze verbinding moet een breedte hebben van 4,5 m. Centraal moet er een waterdoorlatende verharding zijn van 2,5 m breed. Aan beide zijden van de verharding moet er een onverharde strook zijn van 1m breed. De inrichting moet er op gericht zijn dat autoverkeer de weg niet kan gebruiken. Indien het wenselijk is dat landbouwvoertuigen deze weg kunnen gebruiken moet de verharding hier naar aangepast worden en moeten tractorsluizen voorzien worden.

De effectieve breedte die kan gebruikt worden moet 4,5 m zijn. Indien een van de grenzen samenvalt met een gracht of beek, moet gemeten worden van af de bovenkant van de gracht of beek.

De maximale as-verschuiving is beperkt tot 2 m. Ten aanzien van de aanpalende percelen langs de Bruggestraat moet voldoende ruimte voorzien worden voor het herstel van de bestaande private afwateringsgracht, alsook voor het onderhoud ervan.

214_12_1 RUP zonevreemde recreatie – stedenbouwkundige voorschriften 10

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.