Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019


1 Door de vele voorbeelden, oefeningen en tips leer je effectief om te gaan met Autodesk Inventor en zul je ideeën opdoen voor het gebruik van Au...
Author:  Geert Verbeke

0 downloads 41 Views 6MB Size

Recommend Documents


No documents

Door de vele voorbeelden, oefeningen en tips leer je effectief om te gaan met Autodesk Inventor en zul je ideeën opdoen voor het gebruik van Autodesk Inventor in je eigen ontwerppraktijk. Op de website bij dit boek, www.inventorboek.nl, kun je de bestanden van de voorbeelden en oefeningen uit het boek downloaden.

Jan Bootsma studeerde toegepaste wiskunde in Delft. Hij werkte bij het Waterloopkundig Laboratorium, het Natuurkundig Laboratorium van Philips, waar hij promoveerde op ‘Liquid-Lubricated Spiral-Grooved Bearings’, en bij Fontys Hogescholen, waar hij zich vooral inzette voor het invoeren van computertoepassingen in het werktuigbouwkundige onderwijs.

www.inventorboek.nl www.boomhogeronderwijs.nl

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019.indd Alle pagina's

9 789024 404124

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019

Dankzij de beproefde didactiek is het boek geschikt voor zelfstudie. Aan de hand van eenvoudige voorbeelden leer je hoe je onderdelen kunt modelleren, samenstellen en hoe je er 2D-tekeningen van kunt maken. Hierna wordt het modelleren van een bankschroef behandeld om te ervaren hoe het werken aan een reëel product met Autodesk Inventor verloopt.

Ook het berekenen van spanningen en vervormingen met de Eindige Elementen Methode in Autodesk Inventor Professional komt aan de orde. Tevens wordt aandacht besteed aan het berekenen van vakwerken.

Bootsma

Dit boek is bedoeld voor studenten in het hoger onderwijs en voor werktuigbouwkundigen die voor het ontwerpen gebruikmaken van het 3D CAD-pakket Autodesk Inventor. Het boek is gebaseerd op release 2019, maar ook goed te gebruiken voor eerdere versies.

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019 Jan Bootsma

+EXTRA

AL OP M AT E R I A ENDE BIJBEHOR WEBSITE

Tiende druk

7-8-2018 09:34:42

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019 Jan Bootsma

  Met behulp van onderstaande unieke activeringscode kunt u toegang krijgen tot www.inventorboek.nl voor extra materiaal. Deze code is persoonsgebonden en gekoppeld aan de 10e druk. Na activering van de code is de website twee jaar toegankelijk. De code kan tot zes maanden na het verschijnen van een volgende druk geactiveerd worden.

1e druk 2002 (Inventor 6) 10e druk 2018 (Inventor 2019) Zetwerk: Coco Bookmedia, Amersfoort Omslag: Carlito's Design, Amsterdam Omslagstramien: Studio Bassa, Culemborg © Jan Bootsma & Boom uitgevers Amsterdam, 2018 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (art. 16 Auteurswet) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl). No part of this book may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. ISBN 978 90 244 0412 4 (paperback) ISBN 978 90 244 0417 9 (e-book) NUR 173 / 978 www.inventorboek.nl www.boomhogeronderwijs.nl

|

v

Woord vooraf Dit boek is bedoeld voor werktuigbouwkundigen die voor het ontwerpen gebruikmaken van het CAD-pakket Inventor. Het boek is gebaseerd op release 2019. De verschillen met voorgaande releases zijn voor een beginner gering, zodat dit boek ook voor die voorgaande releases en wellicht de nog komende kan worden gebruikt. Om het boek geschikt te maken voor een beginner moest een keuze worden gemaakt: aan de hand van eenvoudige voorbeelden stap voor stap de mogelijkheden van Inventor leren kennen of aan de hand van het modelleren van een aansprekend product de leerstof presenteren. Er is gekozen voor het eerste, omdat de leerstof dan gestructureerd kan worden aangeboden. Verwacht wordt dat een goede opbouw van het lesmateriaal het snel zelf leren modelleren met Inventor ten goede komt. Echter de rode draad die bij de tweede methode wordt gehanteerd werkt zeer motiverend. Daarom is in een bijlage het modelleren van een bankschroef uitgewerkt. Na een aantal onderdelen van de basis te hebben verwerkt, kan dan worden overgegaan naar het modelleren van een reëel product. Aan het einde van hoofdstuk 1 is een mogelijk pad voor het doorlopen van dit boek aangegeven. Om de mogelijkheden van Inventor aan de hand van voorbeelden te bespreken zijn productonderdelen nodig. Hierbij moest worden gekozen uit twee mogelijkheden: voor elk onderdeelvoorbeeld de modelleeracties vanaf het begin behandelen, of via internet het eerste deel van het productonderdeel te downloaden en dan vanaf dat punt de benodigde verdere modelleeracties te beschrijven. Er is voor het eerste gekozen. Het gevolg van deze keuze is dat de onderdelen zeer eenvoudig zijn gehouden, omdat iemand die in Inventor de voorbeelden uitprobeert, de onderdelen zelf moet modelleren. De figuren in het boek ogen daardoor niet erg werktuigbouwkundig, maar verwacht wordt dat door steeds zelf het geheel te modelleren, het leerproces gunstig wordt beïnvloed. Het aanvullende materiaal, waaronder de Inventorbestanden van de voorbeelden en de oefeningen zijn te downloaden via www.inventorboek.nl. Mijn dank gaat uit naar de Fontys-docenten voor de ondersteuning bij de totstandkoming van de Autodesk Inventor-boeken. Jan Bootsma Geldrop

Inhoud Woord vooraf 1

Inleiding

2

Parts 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.17

3

3.3 3.4

4

1 5

User interface en de features Extrude, Fillet en Chamfer 5 Een sketch ‘fully constrained‘ maken met geometric constraints en model dimensions 17 Sketch Plane en de features Hole en Thread 28 De feature Revolve 36 Profielen aansluiten op bestaande curven en punten 42 Work Plane, Work Axis en de feature Rib 46 De feature 2D Sweep 55 De features Rectangular Pattern en Circular Pattern 61 De feature Shell en feature volgorde wijzigen 65 De features Face Draft en Split 68 De feature Loft 75 De feature Coil 79 De features Emboss, Decal en Delete Face 81 Gekromde oppervlakken 83 Sheet Metal Parts 85 De fysische eigenschappen van een onderdeel 94 Tips en Notes 96

Assemblies 3.1 3.2

v

109

De assembly constraints Insert, Angle, Tangent en Mate 109 Het bewegen van een mechanisme simuleren met een Drive Constraint 126 Van de Angle constraint een Drive constraint maken 127 Collision Detection 128 AVI-file 128 Exploded Views 134 Tips en Notes 137

Modelleren met parameters 4.1 4.2

4.3

143

User Parameters rechtstreeks invoeren 144 User Parameters via Excel invoeren 147 In meerdere parts dezelfde User Parameters gebruiken De waarde van een User Parameter in de Excel spreadsheet wijzigen 150 Tips en Notes 155

148

| 5

Modelleren met Adaptivity Technology 5.1 5.2

6

7

9

Monotekeningen 188 Samenstellingstekeningen 206 Een drawing template file aanpassen aan bedrijfswensen Tips en Notes 216

AutoCAD 225 STEP, IGES en SAT

11.1 11.2

225

231

Inleiding 231 Inventor-EEM testen 232 Is EEM in Inventor ook geschikt voor niet-specialisten?

Frames

212

227

Eindige Elementen Methode 10.1 10.2 10.3

11

187

Uitwisselen van data met andere CAD-systemen 9.1 9.2

10

181

Derived Parts 181 Copy part 183 Copy feature 184 Copy sketch 186

Drawings 8.1 8.2 8.3 8.4

167

Een iPart aanmaken 167 Een iPart in een assembly invoeren 170 Een iFeature aanmaken 170 Een iFeature opnemen in een part 173 Een Table-driven iFeature aanmaken 176 Een Table-driven iFeature opnemen in een part 177 Een part met een iMate aanmaken 177 Een part met een iMate opnemen in een assembly 178

Derived parts en Copy 7.1 7.2 7.3 7.4

8

Een part aanpassen aan de positionering en de geometrie van een ander part 157 3D Sketch en Sweep 163

iParts, iFeatures en iMates 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8

157

249

Frames modelleren 249 Sterkte en stijfheid onderzoeken

251

247

vii

viii

|

Inhoud

Bijlage A 1 2 3 4 5 6

Bijlage B 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Register

Een bankschroef modelleren

255

Een nieuw project invoeren 255 De onderdelen modelleren 257 Subassemblies aanmaken 276 De drie subassemblies assembleren 285 Exploded Views 290 Bankschroef ontwerpen met User Parameters

Instellingen Inventor 2019 voor dit boek

290

293

Beeldscherm instellen 293 Template file 294 Eenheden instellen 296 Het standaardschetsvlak voor een nieuw part instellen 296 Geen roosterlijnen en assen tonen in het schetsvlak 296 Na het klikken van het Sketch Plane dit vlak ‘plat’ op het beeldscherm leggen 297 Lijnen en dergelijke van andere features benutten bij het maken van een schets 297 Bij invoeren van een dimensie deze meteen kunnen wijzigen 298 Constraints instellingen 299 Achtergrondkleur van grafisch venster wijzigen 300

301

|

1

1 Inleiding Het 3D-CAD-pakket Inventor is een zogeheten Solid Modeler. Met een Solid Modeler worden: • van de onderdelen van een product denkbeeldige massieve modellen gemaakt (de parts); • de onderdelen samengesteld (de assembly); • vanuit de assembly presentaties gecreëerd, zoals exploded views; • indien gewenst vanuit de parts en de assembly 2D-monotekeningen en 2D-samenstellingstekeningen gemaakt (de drawings). Werkomgevingen Voor ieder van de vier bovengenoemde taken heeft Inventor een werkomgeving: • de part environment; • de assembly environment; • de presentation environment; • de drawing environment. Een omgeving wordt gecreëerd door het openen van een template file, dit is een file met een aantal voorinstellingen voor de desbetreffende omgeving. De toegepaste notatie De volgende notatie wordt toegepast: • Uit te voeren acties staan ingesprongen in de tekst en ervoor staat een grijze verticale balk. Het uit te voeren commando is vet afgedrukt, bijvoorbeeld voor het tekenen van een lijn Line. • De te volgen weg in een actie wordt met › aangegeven. • De naam van een dialoogbox staat tussen aanhalingstekens, bijvoorbeeld 'Create View'. • Een verwijzing naar een tekst in een dialoogbox is cursief afgedrukt, bijvoorbeeld "in 'Extrude' bij het vak Distance invoeren …". Je weet dan dat ergens in de dialoogbox 'Extrude' het woord Distance moet staan. • Als in een uit te voeren actie staat: klik, dan wordt bedoeld een klik met de linkermuisknop. In het geval van een klik met de rechtermuisknop wordt dit altijd voluit vermeld. • Als in een uit te voeren actie staat: verplaats (of beweeg) de cursor van A naar B, dan wordt bedoeld dit te doen met de linkermuisknop niet ingedrukt. • Als in een uit te voeren actie staat: sleep de cursor van A naar B, dan wordt bedoeld dit te doen met de linkermuisknop wel ingedrukt.

2

|

1 InleIdIng

Sleutelwoorden De sleutelwoorden van Inventor worden niet vertaald in dit boek, bijvoorbeeld part (onderdeel) en drawing (2D-tekening). Een reden om de sleutelwoorden niet te vertalen is dat je bij het werken met Inventor deze Engelse uitdrukkingen ook zult tegenkomen, bijvoorbeeld in de Help-functie. Hoe een commando aanroepen? Een commando activeren kan in Inventor op verschillende manieren: • via een icon in een toolbar; • via de Ribbon (zie paragraaf 2.1 ‘User interface’); • via een contextgevoelig menu, dat verschijnt na een klik met de rechtermuisknop. Welk menu dan verschijnt is afhankelijk van waarop geklikt is, dus van de context. Voor dit type menu zijn allerlei benamingen gangbaar, zoals short cut menu. In het Nederlands wordt het wel aangeduid met snelmenu. In dit boek wordt dit menu aangeduid met contextmenu. Als een contextmenu het menu-item Delete heeft en dit moet worden toegepast, dan is de notatie Contextmenu › Delete Inventor duidt het activeren van een menu-item, bijvoorbeeld Delete, via dit menu doorgaans aan met right click and select Delete from the Context menu. Hoe een commando beëindigen? Een commando, bijvoorbeeld Line, kan op drie manieren worden beëindigd: 1 Contextmenu › Cancel (Esc) of OK; 2 Esc-toets; 3 een ander commando aanroepen. Is ervaring met een 2D-CAD-pakket gewenst? De ervaring leert dat kennis van een 2D-CAD-pakket voor het volgen van de leerstof niet nodig is. Het kan zelfs een nadeel zijn. Met een 2D-CAD-pakket wordt een product op exact dezelfde wijze vastgelegd als op een tekenplank, namelijk in 2D-monotekeningen en 2D-samenstellingstekeningen. De denkwijze bij het vastleggen is met een 2D-CAD-pakket en op een tekenplank hetzelfde. Alleen het medium waarmee de tekeningen worden gemaakt verschilt sterk, enerzijds een beeldscherm, toetsenbord en muis en anderzijds een tekenplank, potlood en gum. In feite is de kern dat het commando Line de liniaal vervangt, Arc de passer en Delete het gummetje. Door de vele functies die in 2D-CAD-software zijn opgenomen, kan er veel effectiever dan voorheen 2D-tekeningen worden gemaakt. Bij een Solid Modeler, zoals Inventor, verschilt ten opzichte van een 2D-CAD-pakket juist het vastleggen van het product en de denkwijze bij het vastleggen sterk. Het medium waarmee het product wordt vastgelegd is dan hetzelfde. In een Solid Modeler wordt vanuit een massieve basisvorm materiaal toegevoegd en verwijderd tot het uiteindelijke onderdeel is gemodelleerd. Men noemt het wel 'elektronisch boetseren' of 'virtual

1 InleIdIng

|

3

prototyping'. Bij het ontwerpen met een Solid Modeler wordt dan ook niet gesproken over het tekenen, maar over het modelleren van een productonderdeel. Voor een 2D-CAD-tekenaar die moeite heeft met deze andere denkwijze van een product vastleggen en moeite heeft om van zijn 2D-tekentechnieken los te komen, kan het hebben van ervaring met een 2D-CAD-pakket een nadeel zijn. Is ervaring met het besturingssysteem Windows gewenst? Het antwoord op deze vraag is: ja. Er wordt van uitgegaan dat je bij het uitvoeren van de voorbeelden ervaring hebt met het werken met toolbars en browsers, het selecteren met de linkermuisknop, het aanroepen van een contextgevoelig menu met de rechtermuisknop, enzovoort. Standaardonderdelen Dit boek is vooral gericht op het leren modelleren van productonderdelen. Aan de vele in Inventor opgenomen standaardonderdelen, zoals lagers (bearings), kettingen (chains), V-riemen (V-belts), nokken (cams), buisprofielen en buisverbindingen, en bouten en moeren (bolts en nuts), besteden we in dit boek nagenoeg geen aandacht. Hoofdstuk 3 behandelt hoe met Place from Content Center een onderdeel uit de Inventor-bibliotheek in een samenstelling (assembly) kan worden opgenomen. Help Met functietoets F1 kun je ondersteuning krijgen bij het werken met Inventor. Daarnaast heeft vrijwel elk contextmenu van een commando als laatste het menu-item How To, waarmee je gericht informatie krijgt over het commando waarmee je bezig bent. Vrijwel iedere dialoogbox bevat het icon '?' waarmee je ondersteuning krijgt bij de dialoogbox. Hoe dit boek te gebruiken? Om te leren werken met Inventor zijn in eerste instantie van belang hoofdstuk 2 Parts (onderdelen), hoofdstuk 3 Assemblies (samenstellingen) en hoofdstuk 8 Drawings (2D-tekeningen). Voor het leerproces is het niet nuttig om te beginnen met alle mogelijkheden van het modelleren van een onderdeel door te nemen, dus heel hoofdstuk 2 door te werken. Nuttiger is het om, na enig idee te hebben gekregen van wat het modelleren van een onderdeel is, kennis te maken met het samenstellen van gemodelleerde onderdelen tot een geheel product en vervolgens er 2D-tekeningen aan te onttrekken. Een mogelijk pad voor het doorlopen van dit boek: • paragrafen 2.1 tot en met 2.6 • paragraaf 3.1 • paragrafen 8.1 en 8.2 Indien gewenst kan nog eerder vanuit hoofdstuk 2, het modelleren van onderdelen, worden overgestapt naar hoofdstuk 3. Minimaal moeten de

4

|

1 InleIdIng

paragrafen 2.1 tot en met 2.3 worden doorlopen, omdat in paragraaf 2.3 de onderdelen worden gemodelleerd die in paragraaf 3.1 worden gebruikt bij het assembleren en in de paragrafen 8.1 en 8.2 bij het maken van 2D-tekeningen. Daarna kan worden overwogen om de in de bijlage behandelde bankschroef of een zelfbedacht product te modelleren. Je zult dan wellicht de behoefte krijgen om de andere onderwerpen in dit boek en de Help van Inventor te raadplegen. Inventor-instellingen voor dit boek De cursusleider zal wellicht de Inventor-instellingen voor dit boek al hebben ingevoerd. Bijvoorbeeld dat het schetsvlak voor de eerste schets het x,y-vlak is en dat de cursist dus niet hoeft te beginnen met de keuze x,y-, x,z- of y,z-vlak voor de eerste schets. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt aanbevolen om zelf te beginnen de voor het boek gebruikte Inventorinstellingen in te voeren. Deze staan in bijlage B. Mocht ook dit (nog) niet zijn gebeurd, dan wordt daar waar dat van belang is, nogmaals gewezen op deze bijlage.

|

2 Parts Een part (productonderdeel) wordt opgebouwd uit features, in de Nederlandse literatuur ook wel vormelementen genoemd. Beide zijn nietszeggende kreten. Aan de hand van voorbeelden zal in dit hoofdstuk duidelijk worden gemaakt wat in de wereld van Solid Modelling onder features wordt verstaan. In dit hoofdstuk komen vrijwel alle features waarmee Inventor een part kan modelleren aan de orde.

2.1

User interface en de features Extrude, Fillet en Chamfer Start Inventor op.

Figuur 2.1 H e t o p st a r t sch

e rm

Het opstartscherm van Inventor verschijnt, figuur 2.1. Van de tabs in de eerste rij is de tab Get Started, A in figuur 2.1, geactiveerd (zie bijlage B, 1 als het opstartscherm afwijkt van figuur 2.1). In de tweede rij staan de acties die vanuit deze tab kunnen worden geactiveerd. Doorgaans is dat New (C in figuur 2.1). Daarom is bij het opstarten in het grafisch venster al opgenomen het blok New met de vier werkomgevingen van Inventor, namelijk Part, Assembly, Drawing en Presentation. Bij ieder van deze vier hoort een zogenaamde templatefile met voor die werkomgeving een aantal

5

6

|

2 Parts

voorinstellingen. In dit hoofdstuk gaan we productonderdelen (parts) modelleren, dus door Part te klikken wordt de templatefile van Parts geladen en de daarbij behorende userinterface. Klik Part, B in figuur 2.1. De userinterface van Part verschijnt, figuur 2.2.

Figuur 2.2

Het beeldscherm bij het openen van een nieuwe partfile (het grafisch venster heeft dan nog niet de getoonde schets en het contextmenu)

De userinterface van Part bestaat uit: • De ribbon (het lint). In figuur 2.2 staat de ribbon die hoort bij het modelleren van een part. o In de eerste rij staan de tabs. Bij het opstarten van een nieuw part is de tab Sketch (zie bij A) actief. o In de onderste rij staan de panels, die bij een tab horen, zoals Create bij de tab Sketch (zie bij C). o In de middelste rij staan de commando’s, die bij een panel horen, bijvoorbeeld bij het panel Create hoort het commando Line, (zie bij B).

2.1 user Interface en de features extrude, fIllet en chamfer

• • •



|

7

De quick access bar. De quick access bar bevat het belangrijke icon Undo, figuur 2.2. Via het icon New hierin kan ook een nieuwe partfile worden geopend. De browser. In de browser komen de achtereenvolgende aangemaakte features van het model. Het grafisch venster met helemaal rechts de navigatiebalk. In figuur 2.2 is voor de leesbaarheid de navigatiebalk naar het midden verschoven. Aan het einde van voorbeeld 2.1 wordt nader ingegaan op het navigeren, zoals roteren en inzoomen. Het contextmenu. In het opstartvenster wordt nog geen contextmenu getoond. Het contextmenu hangt af van waarmee je bezig bent. Als dat bijvoorbeeld het commando Line is dan verschijnt na een klik met de rechtermuistoets het contextmenu dat hoort bij het commando Line. In figuur 2.2 staat het contextmenu dat wordt verkregen met een rechtermuisklik als er geen commando actief is.

Basis 3D-modelleren van parts In Inventor wordt een productonderdeel (part) opgebouwd uit vormelementen (features). Zo'n feature wordt vrijwel altijd aangemaakt vanuit een schets (sketch), dus moet er begonnen worden met schetsen. Voor het eenvoudige part van figuur 2.3 wordt de basisfeature verkregen door een extrusie (extrude) van de schets van figuur 2.5. Voor dit part begin je met het schetsen van de schets van figuur 2.5. Bij dit schetsen brengt Inventor al relaties (constraints) tussen de lijnstukken aan, zoals welke lijnen evenwijdig lopen, welke lijnen loodrecht op elkaar staan en welke lijnen met elkaar verbonden zijn (zie figuur 2.5a). Indien gewenst kun je een door Inventor automatisch aangebrachte constraint verwijderen (delete) en andere aanbrengen. Tot besluit van het schetsen moet je nog maten (dimensions) aanbrengen (figuur 2.5c). Je verlaat dan het schetsen en gaat vervolgens van de schets een feature maken. Dit kan bijvoorbeeld een omwentelingslichaam zijn waarbij de schets wordt geroteerd (rotate) om een as, of zoals voor het part van figuur 2.4 waar de schets wordt geëxtrudeerd (extrude). Je kunt vervolgens een volgende feature aanmaken. Als dit een feature is die gebaseerd is op een sketch, zoals vrijwel alle features, dan wijs je een vlak van een bestaande feature aan. Dit wordt het schetsvlak (sketch plane) van de volgende feature. In dit sketch plane maak je de schets van de nieuwe feature, bijvoorbeeld een cirkel. Vervolgens maak je de bijbehorende feature aan, bijvoorbeeld een gat in de al eerder opgebouwde feature. In het part van figuur 2.3 zijn naast de extrude-feature nog twee andere features aangebracht, namelijk op enkele edges (randen) de feature fillet (afronden) en op andere de feature chamfer (afkanten). Dit zijn features die niet zijn gebaseerd op een schets, maar waar de invoergegevens, zoals de straal van de afronding, worden ingevoerd via een dialoogbox.

8

|

2 Parts

Voorbeeld 2.1 De basis van het 3D-modelleren komt aan de orde in dit voorbeeld aan de hand van het eenvoudige part(onderdeel) van figuur 2.3. Templatefiles Omdat we al iets hebben gedaan in Inventor is de tab Get Started niet meer actief en gaan we nu een templatefile via File invoeren (via het opnieuw klikken van de tab Get Started kan natuurlijk ook weer een templatefile worden opgestart).

Figuur 2.3

Templatefiles en een part met de features Extrude, Fillet en Chamfer

Klik File (figuur 2.3, A). Klik New (B). Klik New (D). Er verschijnt de dialoogbox 'Create New file' (figuur 2.4) met alle templatefiles van Inventor. Klik Metric, figuur 2.4A en vervolgens Standard(mm).ipt, figuur 2.4B.

2.1 user Interface en de features extrude, fIllet en chamfer

Figuur 2.4

|

9

De dialoogbox 'Create New File'

Ieder van de vier werkomgevingen heeft meerdere templatefiles. Na het klikken van Part (figuur 2.1B en figuur 2.3C) wordt de als standaard ingestelde templatefile voor de werkomgeving van part geladen. Het kan zijn dat dit niet Standard(mm).ipt is maar Standard(in).ipt is, waarbij de maten in inches worden ingevoerd. Waarschijnlijk heeft de cursusleider dit al gewijzigd in Standard(mm).ipt; zo niet dan kun je dit zelf wijzigen, zie bijlage B,2. Je hoeft dan voortaan een nieuwe partfile niet meer te openen via File › New › New (figuur 2.3A,B,D), maar via File › New › Part (figuur 2.3A,B,C). Projects In de dialoogbox 'Create New File' staat het item Project, figuur 2.4C). In Inventor moet je opgeven in welk project je werkt. Inventor heeft standaard ingesteld het project Default. Het kan zijn dat de cursusleider voor je een project heeft ingevoerd. In een project wordt vastgelegd in welke map de door je te maken files worden opgeslagen. Indien gewenst kun jezelf een nieuw project invoeren. Hoe dat gaat staat in de bijlage van dit boek. Daar wordt het project 'bankschroef' ingevoerd. In dit boek gaan we ervan uit dat de aangemaakte files worden opgeslagen in het standaardproject Default, dus hoef je de projectnaam niet aan te passen.

10

|

2 Parts

Het profiel van het part schetsen

We gaan nu beginnen met het profiel van het part te schetsen. Voor dit boek is de Inventor-instelling: partfile openen met x,y-vlak als schetsvlak (bijlage B,4). De base feature aanmaken

Het profiel van de base feature, in dit voorbeeld een Extrude feature, schetsen. Klik Sketch en Line, zie pijlen A en B in figuur 2.2. Klik punt A, zie de figuur 2.5a, beweeg de cursor met de linkermuisknop niet ingedrukt naar B, klik B, klik C, enzovoort en als laatste opnieuw punt A klikken (een profiel moet gesloten zijn). De lengte die je aan de lijnstukken geeft doet er niet toe. Zo meteen gaan we de juiste maten invoeren. Esc-toets (om Line af te sluiten).

Figuur 2.5 a) Tijdens het schetsen worden constraints aangebracht b) Aangeven wat bemaat moet worden en waar de maat moet worden ingeschreven c) De schets is met de aangebrachte constraints en maten volledig vastgelegd

Tijdens het schetsen gaat Inventor na of er aan de te schetsen lijn een constraint (beperking) kan worden opgelegd. Zo verschijnt bij het schetsen van de lijn AB, dat wil zeggen bij het verplaatsen van de cursor (met een niet-ingedrukte linkermuisknop) in de richting van B een liggend streepje bij de cursor, zie figuur 2.5a, hetgeen wil zeggen dat bij klikken van punt B Inventor aan AB de constraint Parallel (met de x-as) oplegt. Bij het volgende lijnstuk BC verschijnt bij de cursor het loodrecht symbool, wat wil zeggen dat Inventor aan lijn BC de constraint perpendicular gaat opleggen, namelijk loodrecht op AB. Als je de lijn EF maakt verschijnt, als de cursor zo ongeveer boven A is, een stippellijn, wat inhoudt dat, als je dan klikt, F precies boven A komt te liggen. De lijn FA moet precies eindigen in A. Je moet pas het eindpunt A klikken als het symbool coincident point/point (samenvallende punten) en een groen bolletje verschijnt, zie figuur 2.5a. Wellicht is je tijdens het schetsen van dit profiel, het aanbrengen van constraints door Inventor, ofwel het constraints 'vangen on the fly', ontgaan.

2.1 user Interface en de features extrude, fIllet en chamfer

|

11

Het is daarom nuttig om het schetsen nogmaals te herhalen. Verwijder daartoe alle lijnen. Dit kan door een lijn aan te klikken (krijgt dan de kleur cyaan) en vervolgens de Delete-toets bedienen. Je kunt ook eerst alle lijnen selecteren door met ingedrukte Ctrl-toets lijn na lijn te selecteren (alle lijnen krijgen dan de kleur cyaan) en dan de Delete-toets. Ook kun je in één keer alle lijnen selecteren door een window (een rechthoek waarvan je twee hoekpunten moet klikken) om de lijnen te leggen. Voor het fully constrained maken, dat wil zeggen het volledig vastleggen van het profiel, moeten nog model dimensions worden aangebracht.1 Tab Sketch › Dimension (in panel Constrain) Klik punt 1, zie figuur 2.5b, dit houdt in: de lijn AB selecteren. Klik punt 2, dit wordt het punt waar de maat (de lengte van AB) wordt ingeschreven. Voer in de dialoogbox 'Edit Dimension' (figuur 2.6a) in: 50 en klik de vink of de Enter-toets.1 Het is mogelijk dat na het invoeren van de maat, de lijn gedeeltelijk buiten het beeldscherm komt. Je kunt dan met de navigatiebalk aan de rechterzijde van het grafisch venster (figuur 2.6b) klikken op het icon met de tooltip Zoom All. Het kan zijn dat bij je het zoom-icon de tooltip Zoom heeft in plaats van Zoom All. Klik dan op het driehoekje onder het icon (pijl A) en in het verschijnende menu Zoom All (figuur 2.6b). Aan het eind van dit voorbeeld wordt nader ingegaan op de navigatiebalk. Daar zal ook worden aangegeven dat zoomen met een muis met een wieltje veel handiger kan. Klik punt 3 en 4 en geef deze lijn de lengte 30. Klik punt 5 en 6 en geef deze lijn de lengte 15. Klik punt 7 en 8 en geef deze lijn de lengte 10.

Figuur 2.6 a) De dialoogbox voor het i n vo e r e n va n e e n d i m e n si e b) De navigatiebalk voor zoom, pan, etc.

1. Als bij het invoeren van de maat de dialoogbox ‘Edit Dimension’ niet verschijnt, dan moet in de instelling van Inventor Edit dimension when created worden aangevinkt, zie bijlage B,8. Overigens kan ook achteraf door een dubbelklik op de maat deze dialoogbox worden geopend.

12

|

2 Parts

Doordat Inventor tijdens het schetsen aan een lijn evenwijdig aan een andere lijn de constraint parallel en aan een lijn loodrecht op een andere lijn de constraint perpendicular heeft gegeven, is door het invoeren van de vier maten het profiel volledig vastgelegd (figuur 2.5c). In het volgende voorbeeld ga jezelf constraints aan het profiel toevoegen. Omdat het profiel nu vastligt gaan we het schetsen verlaten: Klik Finish Sketch (in de ribbon de knop uiterst rechts). De schets wordt nu getoond in een isometrisch aanzicht.

Figuur 2.7

T a b 3 D

Figuur 2.8 De dialoogbox 'Extrude'

M o d e l

2.1 user Interface en de features extrude, fIllet en chamfer

|

13

Het profiel extruderen

Klik 3D Model (figuur 2.7, A). De bij 3D Model horende commando's verschijnen. (Als de ribbon van figuur 2.7 horend bij de tab 3D Model niet verschijnt, dubbelklik dan op deze tab tot de meest uitgebreide versie van deze ribbon wel opkomt.) Klik in tab 3D Model › Extrude (Figuur 2.7, B). In de dialoogbox 'Extrude', figuur 2.8, invoeren voor Distance: 40. Omdat er slechts één profiel is heeft Inventor dit al geselecteerd en hoef je dat niet meer te doen via het klikken op de pijlknop bij Profile in de dialoogbox 'Extrude'. Een rode pijl houdt in dat er nog geselecteerd moet worden. Bij een witte pijl, zoals hier, heeft er al een selectie plaats gevonden. Klik in de dialoogbox OK.

Figuur 2.9

T a b V ie w

In de volgende actie, afronden van randen, moeten ook verborgen lijnen zichtbaar zijn, daarom Shaded Display wijzigen in Shaded with Hidden Edges (of Wireframe). Tab View (figuur 2.9, A) › Visual Style (B) In het menu Wireframe with Hidden Edges (C), later weer teruggaan naar Shaded (D).

14

|

2 Parts

Fillets (afrondingen) aanbrengen

Tab 3D Model (figuur 2.10, A) › Fillet (B) Klik de randen die moeten worden afgerond (in figuur 2.9 A, B, C, D en E). Klik in de dialoogbox 'Fillet' op de radiuswaarde en voer in 4, figuur 2.10. (Eventueel deze dialoogbox eerst zelf openen door op de bijbehorende pijl te klikken.) Klik OK.

Figuur 2.10 De dialoogbox 'Fillet'

Chamfers (afkantingen) aanbrengen

Chamfer (figuur 2.10C) Klik de randen die moeten worden afgekant (in figuur 2.9 F en G). In de dialoogbox 'Chamfer' invoeren Distance 3. Klik OK. Hiermee is het part gecreëerd. In hoofdstuk 8 gaan we van dit part een drawing (2D-werktekening) maken, dus deze tekening bewaren. File (D) › Save: VB2-1 (Inventor voegt de extensie .ipt toe)

Figuur 2.11 De dialoogbox 'Chamfer'

2.1 user Interface en de features extrude, fIllet en chamfer

|

15

Het part wijzigen via de browser In de browser staat hoe het part achtereenvolgens is opgebouwd (figuur 2.12). Met het symbool > voor een item in de browser kun je dat item expanderen. Iets wijzigen in een part gaat via het contextmenu. Plaats in browser de cursor op Extrusion1. Na een klik met de rechtermuisknop verschijnt het contextmenu van Extrusion, figuur 2.12. Het contextmenu-item Edit Feature laat weer de dialoogbox 'Extrude' verschijnen en daarin kun je bijvoorbeeld de Distance wijzigen. Met OK teruggaan.

Figuur 2.12 Browser en het contextmenu van Extrusion1

Het contextmenu-item Edit Sketch laat de schets en Sketch Panel verschijnen, zodat je wijzigingen in de schets kunt aanbrengen. De waarde van een dimensie wijzig je door een dubbelklik op de desbetreffende dimensie; er verschijnt dan weer de dialoogbox 'Edit Dimension' waarmee je een dimensiewaarde invoert. Een dimensie verwijder je via het contextmenu van die dimensie. Edit Sketch afsluiten met de Finish Sketch. Navigatiebalk In het grafisch venster staat aan de rechterkant de navigatiebalk (zo niet: Tab View › User Interface › drop-down arrow: aanvinken Navigation Bar). Met de icons hierin kun je de presentatie in het grafisch venster manipuleren. Rotate

In het grafisch venster verschijnt een cirkel. Door de cursor met ingedrukte linkermuisknop te slepen buiten de cirkel roteert het model. Zie voor de diverse mogelijkheden van roteren tip 25 aan het einde van dit hoofdstuk.

16

|

2 Parts

Het roteren afsluiten door ergens een rechtermuisklik te geven en in het contextmenu Done klikken. Afsluiten kan ook met de Esc-toets. Zoom

Door de pijlcursor die op het scherm verschijnt met de linkermuisknop ingedrukt naar beneden te verplaatsen, wordt ingezoomd op het midden van het grafisch venster. Door naar boven te slepen wordt uitgezoomd. Door op het driehoekje (de drop down arrow) onder het zoom-icon te klikken, verschijnt een menu waarin je een andere zoomoptie kunt aanvinken. Pan

Door de cursor te slepen met ingedrukte linkermuisknop verschuift het model. Look At

Je moet een plat vlak van het model aanklikken. Het model wordt dan zo geroteerd, dat dit vlak plat op het beeldscherm komt te liggen. Deze actie wordt doorgaans toegepast als het desbetreffende platte vlak het Sketch Plane is geworden (paragraaf 2.3). Het aanzicht wijzigen

Boven de navigatiebalk staat de view cube. Klik je op het huisje boven de kubus, dan wordt het isometrisch aanzicht getoond dat bij Home View hoort. Als je in de kubus op het vlak right klikt, komt op het scherm het rechterzijaanzicht van het model. Met de rotatiepijl roteert het beeld 90 graden. Klik je op een hoekpunt van de view cube dan wordt het bijbehorende isometrisch aanzicht getoond. Overgaan naar Home View kan ook vanuit het grafisch contextmenu (verschijnt na ergens in het grafisch venster met de rechtermuisknop te klikken). In dit menu komt ook voor Previous View. Beide zul je vaak gebruiken. Het muiswiel gebruiken bij zoom en pan

Met een muis met een muiswiel kan op een simpele wijze zoom en pan worden uitgevoerd. Zoom: zet de cursor ergens in het grafisch venster, door het wieltje te rollen wordt vanaf dat punt in- of uitgezoomd. Pan: zet de cursor ergens in het grafisch venster, druk het muiswiel in en verplaats de cursor met ingedrukt muiswiel in de richting waarin 'gepand' moet worden.

2.2 een sketch ‘fully constraIned‘ maken

|

17

Icons toevoegen en verwijderen in de navigatiebalk

Door op het driehoekje onderin de navigatiebalk te klikken, wordt getoond welke icons in de navigatiebalk zijn opgenomen. Je kunt icons toevoegen. Bijvoorbeeld Visual Styles aanvinken. De navigatiebalk wordt met het bijbehorende icon uitgebreid. Onderaan dit icon staat weer een driehoekje. Door hierop te klikken verschijnt een menu waarin je kunt aangeven dat gewisseld moet worden tussen bijvoorbeeld Shaded en Wireframe Display. Door dit icon toe te voegen behoeft het wisselen niet te gebeuren op de in dit voorbeeld behandelde omslachtige wijze.

Oefening 2.1 ■  Maak een Solid Model van het onderdeel van figuur 2.13. ■

Figuur 2.13 OEF2-1

Save het part: Save: OEF 2-1

2.2

Een sketch ‘fully constrained‘ maken met geometric constraints en model dimensions In het vorige voorbeeld is al tot uiting gekomen dat de werkwijze voor het modelleren van een Sketched feature, bijvoorbeeld een Extrude feature, is: 1 Het Sketch Plane vastleggen, dit is het vlak waarin het 2D-profiel van de Extrude feature moet komen. Bij een base feature wordt automatisch het beeldschermvlak het Sketch Plane, dit is het x,y-vlak van het World Coordinate System. Deze instelling van Inventor voor dit boek kun je wijzigen, zie bijlage B, 4. 2 Een schets maken van het te extruderen profiel. 3 De schets fully constrained maken door er constraints en dimensions aan toe te voegen. 4 Part Features › Extrude. De dialoogbox 'Extrude' invullen en uitvoeren. We gaan in deze paragraaf nader in op punt 3.

18

|

2 Parts

Is punt 3, het fully constrained maken van een sketch, nodig? In principe niet, maar het wordt sterk aanbevolen dit wel te doen. Veel oorspronkelijk 2D-CAD-tekenaars hebben de neiging om de sketch één op één te tekenen en dan meteen te extruderen, dus punt 3 over te slaan. Dit kan. Inventor neemt dan de getekende maten over. Het worden dan echter geen Model Dimensions. (Voor het profiel worden dan geen Model Parameters ingevoerd, zie voor Model Paramaters hoofdstuk 4.) Nadelen van de één-op-één-werkwijze zijn onder andere: • Bij het maken van een drawing worden er geen maten in de drawing gezet. Inventor zet alleen de Model Dimensions in de 2D-tekening. • Het later wijzigen van het part kan lastig worden en mogelijk tot niet gewenste resultaten leiden. Bijvoorbeeld van het in figuur 2.14 getoonde part van een blok met daarop een pen, wordt later de lengte van het blok van 210 gewijzigd in 150. Tot welke aan de rechterkant getoonde figuren leidt deze wijziging of misschien tot nog een ander model? Als er fully constrained is gewerkt, is deze vraag gemakkelijk van tevoren te beantwoorden, omdat bij wijzigen de Model Dimensions worden getoond. Als er één op één is getekend en er verder niet is bemaat, dus er bij wijzigen geen maten worden getoond, dan zal de vraag hoe het model verandert bij een lengtewijziging van 210 in 150 met uitproberen moeten worden beantwoord.

Figuur 2.14

Welk part ontstaat na een wijziging?

In het voorbeeld van de vorige paragraaf bracht Inventor bij het schetsen zelf enige geometric constraints aan, namelijk evenwijdige en loodrecht op elkaar staande lijnen. In deze paragraaf gaan we zelf het aanbrengen van geometric constraints en de diverse mogelijkheden voor het aanbrengen van dimensions behandelen. De aanbevolen werkwijze bij fully constrained maken van een sketch is: breng eerst zoveel mogelijk constraints aan en vervolgens de dimensions die nodig zijn voor het fully constrained maken.

2.2 een sketch ‘fully constraIned‘ maken

Voorbeeld 2.2

|

19

Zelf constraints toevoegen

We gaan het part van figuur 2.15 modelleren als een Extrude feature.

Figuur 2.15 Een Extrude feature met zelfaangebrachte co n st r a i n t s

New: Standard(mm).ipt Het profiel schetsen en fully constrained maken

Een commando, bijvoorbeeld Line, kan op twee manieren worden geactiveerd: 1. via de ribbon 2. via het contextmenu In de ribbon zijn alle commando's opgenomen. In een contextmenu staan alleen de commando's die voor dat moment het meest voor de handliggend zijn (contextgevoelig). Een contextmenu verschijnt door een rechtermuisklik in het grafisch venster. Line Lijn AB, zie figuur 2.16: Klik A, beweeg de cursor met een nietingedrukte linkermuisknop naar B en klik B. Maak AB ongeveer 50 lang, zie de aanduiding bij het verplaatsen van de cursor. Boog BC: Met het commando Line kunnen ook bogen worden getekend die raken aan de voorgaande lijn of boog: klik opnieuw B en sleep de cursor met ingedrukte linkermuisknop naar rechts (een boog rakend aan AB verschijnt), laat de muisknop los bij C (het eindpunt van de boog). Boog CD: Klik C, sleep cursor met ingedrukte linkermuisknop in de richting van de raaklijn en laat los boven D. Zo ook boog DE. Lijn EF: Beweeg de cursor naar F. Klik als bij de lijn het constraint symbol parallel (aan AB) verschijnt. Klik voor de resterende lijnen de punten G, H, I, J en A. Het commando Line afsluiten met de Esc-toets (of in contextmenu › OK of door het volgende tool te activeren, in dit geval Center point circle).

20

Figuur 2.16

|

2 Parts

De schets en de constraints van het profiel

De cirkels K en L

Circle Klik voor het middelpunt van cirkel K een willekeurig punt, daarna de cursor verplaatsen voor het ingeven van een straal. Klik ergens willekeurig, de exacte waarde van de straal wordt straks bij het dimensioneren ingevoerd. Laat het middelpunt van cirkel L samenvallen met het middelpunt van boog DE; schuif daartoe de cursor over het middelpunt van boog DE, klik zodra het constraint symbool coincident point/point verschijnt en het bolletje groen wordt. Daarna voor de straal ergens willekeurig klikken. Esc Aangebrachte constraints tonen

Tab Sketch › Show Constraints (fig. 2.16a, A) Klik een curve van de schets. Alle bij die curve horende constraints worden getoond. In figuur 2.16b zijn van de curven AB, BC, DE en EF de constraints getoond. Het kan zijn dat bij jou iets andere constraints worden getoond, omdat je iets anders de schets hebt gemaakt. Lijn EF: • lijn EF evenwijdig met lijn AB • het symbool bij punt F geeft aan dat EF loodrecht staat op FG

2.2 een sketch ‘fully constraIned‘ maken

|

21



het vierkantje om E geeft aan dat EF verbonden is met ED Boog BC: • symbool bij C geeft aan de boog raakt (tangent) aan CD en bij B raakt aan AB Boog DE: • vierkantje om het middelpunt van cirkel L geeft aan dat de middelpunten van cirkel L en de boog ED aan elkaar gekoppeld zijn Lijn AB: • eerste symbool geeft aan dat AB horizontaal loopt, daarna driemaal het evenwijdig symbool, namelijk evenwijdig met EF, GH en IJ. De schets is nog niet fully constrained. Dat een schets nog niet volledig vastligt, kan als volgt worden aangetoond. Sluit het actieve commando, hier Show constraints, af met Esc of in het contextmenu met OK. Klik op een punt of een lijn, bijvoorbeeld punt A, en versleep dit punt met ingedrukte linker muisknop. De schets wordt daardoor vervormd. Dit zogenoemde constrained drag is een hulpmiddel om te onderzoeken of een schets fully constrained is en welke constraints en dimensions nog moeten worden aangebracht om het wel fully constrained te krijgen. Meer constraints aanbrengen

Het kan voorkomen dat door het aanbrengen van een constraint de schets een ongewenste vorm krijgt. Er ontstaat een vorm die wat betreft de aangebrachte constraint wel klopt, maar niet door jou gewenst is. Sluit dan het constrainen af met Esc en ga met constrained drag (een punt van de schets verslepen) proberen de gewenste vorm te krijgen. Lukt dit niet, geef dan net zo vaak Undo (knop in de Quick Access Bar, zie figuur 2.2) tot de schets de vorm krijgt van waaruit het constrainen niet goed ging. Ga dan met constrained drag de schets zodanig vervormen dat de volgende keer de constraint wel de gewenste oplossing geeft. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip perpendicular (loodrecht), figuur 2.16 a, B. Klik HI en AB. Klik JA en AB. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip tangent (C, rakend). Klik ED en FE. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip colinear (D, twee lijnen in elkaars verlengde zetten). Klik FG en JA.

22

|

2 Parts

Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip vertical (E, lijnen en middelpunten van bogen verticaal maken). Klik het middelpunt van boog BC en van boog CD. Klik het middelpunt van boog CD en van boog DE. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip coincident (F, punten laten samenvallen). Klik het middelpunt van boog BC en het middelpunt van cirkel K. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip equal (G, lijnen en radii dezelfde lengte geven). Klik JA en IJ. Klik IJ en HI. Klik GH en FG. Klik boog BC en boog CD. Klik boog CD en boog DE. Klik cirkel K en cirkel L. Esc, verlaat het commando constraints. Voer constrained drag uit, bijvoorbeeld het middelpunt van cirkel L verslepen. Constateer dat de schets nog niet fully constrained is.

Nog drie dimensies invoeren

Panel Constrain › Dimension (of activeer in het algemeen Sketch-context menu › General Dimension) Klik AB en geef deze lijn de lengte 50. Klik AJ en geef deze lijn de lengte 12. Klik cirkel K en geef deze de diameter 6. Esc. Voer opnieuw constrained drag uit. Constateer dat de schets niet meer vervormt, maar in zijn geheel nog te verplaatsen is. Om de schets van een base feature (de eerste feature van een part) fully constrained te krijgen, moet de schets nog worden vastgelegd in de ruimte. Klik in het panel Constrain het commando met de tooltip fix (H). Klik punt A. De kleur van de schets is hierdoor veranderd in blauw, waarmee wordt aangegeven dat de schets fully constrained is.

2.2 een sketch ‘fully constraIned‘ maken

|

23

De schets extruderen

Finish Sketch 3D Model › Extrude In de dialoogbox 'Extrude' is de pijl in de profile-knop rood wat inhoudt dat je zelf moet aangeven welk profiel moet worden geëxtrudeerd. In het vorige voorbeeld heeft Inventor het profiel geselecteerd en was de pijl in de profile-knop wit. In het vorige voorbeeld hadden we te maken met een enkelvoudig profiel, nu met een meervoudig profiel. Schuif de cursor ergens binnen de schets, maar buiten de beide cirkels. Het gebied binnen de schets, maar niet binnen de cirkels, krijgt een andere kleur. Dit gebied willen we extruderen, dus dit gebied selecteren met een klik van de linkermuisknop. Als je de cursor binnen één van de cirkels schuift, dan krijgt ook het gebied binnen die cirkel een andere kleur en zou bij een klik aan de selectie worden toegevoegd. Dat willen we niet in dit geval. In de dialoogbox 'Extrude' Distance: 2 Save: VB2-2 Een constraint verwijderen en een constraintbalkje verbergen

Als er geen commando actief is, verschijnt bij een klik op een constraint een contextmenu waarmee de desbetreffende constraint kan worden verwijderd of verborgen. Is er nog wel een commando actief, dan dat eerst afsluiten met Esc. Opgemerkt wordt dat het browser-contextmenu van de sketch de commando's Hide all constraints en Show all constraints heeft. De symmetrie van het onderdeel benutten Vanwege de symmetrie hadden we slechts de helft van het profiel hoeven te schetsen. Wel moet dan ook de symmetrielijn worden geschetst. De 'halve' schets kan op twee manieren verder worden verwerkt. a In de Sketch-omgeving spiegelen. Tab Sketch › panel Pattern › Mirror Select: Klik alle lijnen, behalve de symmetrielijn. Mirrorline: Klik de symmetrielijn. Apply-Done, Finish Sketch Extrude b In de Feature-omgeving spiegelen. Tab 3D Model › panel Pattern › Mirror Features: Klik de features die moeten worden gespiegeld (hier slechts één) Mirror Plane: Klik het symmetrievlak. OK

24

|

2 Parts

De twee oefeningen aan het einde van deze paragraaf hebben ook symmetrie. Je kunt dan de symmetrie tools van Inventor uitproberen.

Voorbeeld 2.3

Dimensions

Aan de hand van de schets van figuur 2.17 gaan we de mogelijkheden van dimensioning na. New: Standard(mm).ipt Het profiel schetsen

Line Klik ergens links boven in het grafisch venster punt A, zie figuur 2.17. De verticale lijn AB willen we een lengte geven van ongeveer 130. Door de cursor onder A naar beneden te bewegen, zien we dat de standaardafmetingen van het grafisch venster te klein zijn voor een verticale lijn met lengte 130. We gaan daarom het grafisch venster uitzoomen. Dit kan tijdens de uitvoering van het tool Line: Draai met het wieltje van de muis. Afhankelijk van de draairichting wordt er in- of uitgezoomd. Eventueel kan nog met een ingedrukt wieltje en de muis schuiven kan worden gepand. Heb je geen muis met een wieltje dan moet worden gezoomd vanuit de navigatiebalk rechts op het scherm. Klik B (AB ongeveer 130 lang). Schets de resterende drie lijnen. De boog schetsen

Arc (klik driehoekje onder Arc en klik Arc Three point) Klik A, klik E en klik als laatste van de drie punten een willekeurig tussenpunt van de boog. We gaan ervan uit dat Inventor de horizontale en verticale constraints heeft aangebracht. Zo niet, dan moet je dit zelf nog doen.

Door de vele voorbeelden, oefeningen en tips leer je effectief om te gaan met Autodesk Inventor en zul je ideeën opdoen voor het gebruik van Autodesk Inventor in je eigen ontwerppraktijk. Op de website bij dit boek, www.inventorboek.nl, kun je de bestanden van de voorbeelden en oefeningen uit het boek downloaden.

Jan Bootsma studeerde toegepaste wiskunde in Delft. Hij werkte bij het Waterloopkundig Laboratorium, het Natuurkundig Laboratorium van Philips, waar hij promoveerde op ‘Liquid-Lubricated Spiral-Grooved Bearings’, en bij Fontys Hogescholen, waar hij zich vooral inzette voor het invoeren van computertoepassingen in het werktuigbouwkundige onderwijs.

www.inventorboek.nl www.boomhogeronderwijs.nl

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019.indd Alle pagina's

9 789024 404124

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019

Dankzij de beproefde didactiek is het boek geschikt voor zelfstudie. Aan de hand van eenvoudige voorbeelden leer je hoe je onderdelen kunt modelleren, samenstellen en hoe je er 2D-tekeningen van kunt maken. Hierna wordt het modelleren van een bankschroef behandeld om te ervaren hoe het werken aan een reëel product met Autodesk Inventor verloopt.

Ook het berekenen van spanningen en vervormingen met de Eindige Elementen Methode in Autodesk Inventor Professional komt aan de orde. Tevens wordt aandacht besteed aan het berekenen van vakwerken.

Bootsma

Dit boek is bedoeld voor studenten in het hoger onderwijs en voor werktuigbouwkundigen die voor het ontwerpen gebruikmaken van het 3D CAD-pakket Autodesk Inventor. Het boek is gebaseerd op release 2019, maar ook goed te gebruiken voor eerdere versies.

Solid Modeling met Autodesk Inventor 2019 Jan Bootsma

+EXTRA

AL OP M AT E R I A ENDE BIJBEHOR WEBSITE

Tiende druk

7-8-2018 09:34:42

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.