Toespraak Ekklesia Amsterdam zondag 21 januari 2018 Die komen zou (Psalm 72 en Lukas 7 Alex van Ligten


1 Toespraak Ekklesia Amsterdam zondag 21 januari 2018 Die komen zou (Psalm 72 en Lukas 7 Alex van Ligten Deze toespraak wordt voor kwaliteitsdoeleinde...
Author:  Nelly van de Brink

0 downloads 24 Views 364KB Size

Recommend Documents


No documents


Toespraak Ekklesia Amsterdam zondag 21 januari 2018 Die komen zou (Psalm 72 en Lukas 7 Alex van Ligten Deze toespraak wordt voor kwaliteitsdoeleinden opgenomen. Om u beter van dienst te kunnen zijn, vragen wij u een keuze te maken uit de volgende opties: 1. ik wil bevestigd worden in wat ik altijd al gedacht had; 2. ik wil elke keer iets nieuws horen; 3. ach, ik kom eigenlijk alleen voor de liedjes. Voor overige keuzes: blijft u aan de lijn, u wordt zo snel mogelijk geholpen. - Nu zou ik Charlie moeten vragen om twintig minuten lichtvoetig vleugelspel en dan kom ik er steeds tussendoor met: ‘Al onze medewerkers zijn in gesprek, blijft u aan de lijn, u wordt zo snel mogelijk geholpen.’ 1. Nog nooit in de geschiedenis heeft de uitdrukking ‘iemand aan het lijntje houden’ zo’n letterlijke invulling gekregen als in onze dagen. Efficiency-experts allerwegen hebben bedrijven en instellingen verteld dat je, als je de telefonische cliënten twintig minuten laat wachten, de ergste zeurpieten al kwijt bent en de meer serieuze klagers overhoudt. Aan overheidsinstellingen is die aanpak het best besteed, i.t.- achtige firma’s volgen op de voet. Er is weinig waardoor ik me zo gepiepeld voel als door zulke dingen: kostbare tijd van mijn misschien nog maar korte bestaan verdoen met wachten. Nummertjes trekken, mechanische stemmen horen beloven dat ik zo word geholpen, ik vind het een slechte behandeling, dus doe ik dan bozig tegen degene die me uiteindelijk te woord staat en me zowaar soms ook nog goed helpt. Dat is bij de helpdesks van de telefoon- en televisie-zaken. Ergernis, tijdverlies. Maar als mensen met échte zorgen (dus in tegenstelling tot mij met mijn luxeproblemen) aankloppen bij de gemeente, of de schuldhulpverlening en uitkeringsinstanties, in een zeer afhankelijke positie, is het ernstiger. Als het daar gebeurt, van het kastje naar de muur gestuurd worden en meestal eindigen bij het refrein dat ‘wij in dat geval helaas niets voor u kunnen doen’, dan is het andere koek. Hier zijn we bij de (voor sommigen helaas) meest dichtbije voorbeelden van machtsmisbruik. Mensen vastzetten, ze in de wacht zetten en voor het blok stellen, terwijl dat nergens voor nodig is (bij een goede organisatie), zoiets alleen maar doen omdat het kán, dat maakt mensen afhankelijk, onvoldaan en dus boos of moedeloos. De boodschap is: jij bent maar een nummer voor ons, wij bepalen wel of we wat voor je kunnen en willen doen, intussen moet jij je aan onze regels houden, anders krijg je straf. De bij elke verkiezing toenemende proteststemmen zijn daar, denk ik, eerder op terug te voeren dan op de extremiteiten van een paar rare partijen. 2. Over macht gaat het, machtsmisbruik en machteloosheid. Het evangelie is ervan doortrokken. Lukas spreidt een even grote hekel ten toon als het gaat over koningen en heerschappen die heerschappij voeren als in alle bijbelboeken vóór hem gebeurt. Herodes wordt in het begin van het evangelie één keer koning genoemd, maar zelfs dat is hij niet eens: verderop gebruikt Lucas het woord tetrarch, ‘viervorst’, dat is iemand die over een vierde deel heerst. Die term gebruikt Lukas als hij vertelt over de gevangenneming van Johannes door deze kwartkoning. En tijdens het proces van Jezus en de processie van Pilatus naar Herodes en weer terug kan er helemaal geen titel meer

2 af. Daar spreekt minachting uit. Maar ook machteloosheid. Want tegen deze heerser kan niemand iets ondernemen, ook Jezus niet. Als hij tegen Johannes’ leerlingen zegt wat er allemaal gebeurt, met een collage uit de profetie van Jesaja, laat Jezus één zinnetje weg: dat van die blinden, lammen, melaatsen en doven (Jesaja 29:18-19; 35:5-6) citeert hij wél, maar wat hij niet zegt is: dat er voor gevangenen vrijlating wordt uitgeroepen (Jesaja 61:1). De zin ‘gelukkig hij die aan mij geen aanstoot neemt’, betekent hooguit iets als: ook als je het in jouw eigen situatie nu juist níet ervaart, betekent dat nog niet dat de grote daden van Gods bevrijding een illusie zijn. ‘Ben jij de komende?’ Het is een vraagzin, maar er staat dat Johannes het zégt. Alsof hij eigenlijk het antwoord al weet. ‘De komende’ - waar kwam die eigenlijk vandaan? 3. Hij wás er zomaar, opeens. In de verhalen die ze thuis aan tafel voorlazen als je degelijk protestants was, of als je rooms was in de kerk, waar de beelden stonden van hem en zijn moeder. Kwam hij zo niet in je leven, dan wel via school, of tijdens de kerstvakantie omdat Kerstmis, zo vertelde men, samenviel met zijn verjaardag. Hij kon toveren. Mensen beter maken. Blinden laten zien. Je vroeg je niet af waar hij vandaan kwam. Hij wás er. Nou ja, er was dus dat feest waarop gezongen werd dat er een kindeke was geboren op aard’, en dat was hij dan. Daar stond ook in dat het voor ons allemaal was, dat hij geboren was op aard’. En dat was het. Verder terug hoefde je niet te denken. Als kind doe je dat ook niet. Je bent zelf ook als kindeke geboren op aard’ en je denkt zelden of nooit aan de tijd daarvoor, toen je er nog niet was. Als groot mens wel. Tenminste, dan ga je als het goed is wel eens wat nadenken. Als je in de stemming bent en redenen hebt om het leven vrolijk tegemoet te treden, dan ben je blij dat je er bent, dat je ouders jou hebben laten komen. Soms is er een oeroude maar haarscherpe foto van je overgrootmoeder en je ziet familietrekken. En als je zelf heel oud wordt, zie je de kinderen van je kinderen groot worden en jawel, ook daar zie je ze soms. In het tegenovergestelde geval, als je niet in de stemming bent en geen redenen hebt om elke ochtend vrolijk te begroeten, dan kun je je afvragen of het niet beter was geweest als je nooit geboren was. Tot en met de profeten van Israël stellen mensen zich soms die zware vraag. Kortom, in de loop van je leven krijgt jouw leven steeds meer reikwijdte, terug in de tijd en in de toekomst. Maar de kerk en de theologie, die toch al wat langer meegaan dan een gemiddeld mensenleven, zijn daar het grootste deel van hun bestaan nooit mee bezig geweest. Het geloof begon bij Jezus, nou vooruit, nog even eerder, bij Johannes, bij de aankondiging van hun geboorte dan, maar nóg verder hoefde je niet terug voor een eventuele samenhang met wat er daaraan was voorafgegaan. Aan zijn biografen heeft het niet gelegen. Op elke bladzij, als je goed kijkt zelfs om de andere zin, wordt er terugverwezen naar het grote verhaal van Israël. 4. Er is in de evangeliën nauwelijks een tekst te vinden waar die oude verhalen niet present zijn. In woorden en begrippen: begin, uittocht, woestijn; in citaten, ‘zoals geschreven staat bij de profeet’; in speels verstopte verwijzingen in namen en personages; zo hier en daar ook in codes opdat de

3 Romeinse censuur het subversieve karakter ervan niet zou opmerken. Maar alles rechtstreeks ontleend aan Thora, Profeten en Geschriften. Bezield van hartstocht voor gerechtigheid. De arrogantie waarmee de kerk zich meesteres maakte van het bijbels erfgoed, alsof het allemaal om harentwil was geschied, is pijnlijk. Evenals de blatende nationaal-populisten die zich in onze dagen bedienen van het ook zonder hun gebruik al vals klinkende ‘onze Joods-christelijke traditie’. Bijna twintig eeuwen heeft die traditie eruit bestaan dat het christelijke deel van de mensheid het Joodse in de getto’s, op de brandstapels, voor de Inquisitie, in kampen en in de gasovens heeft gebracht. Wij mogen ons gelukkig prijzen, maar hopelijk wel met dat schuldige geweten van Europa in onze bagage, dat wij in een tijd leven dat we ons voor de rijke schat van wijsheid in het Jodendom open hebben kunnen stellen, dat we beseffen dat daar veel, zo niet alles te vinden is wat voor ons wankele geloof van belang is. Dat we, laat maar nog niet te laat, hebben lief gekregen wat Joodse stemmen en pennen ons hebben gemeld: Abel Herzberg, Martin Buber, Elie Wiesel, Nechama Leibowitz, Judith Herzberg, Amos Oz, Etty Hillesum, Franz Rosenzweig, Aletta Jacobs, om er maar een paar te noemen. Terecht gekomen in díe Joods-christelijke traditie, die van de aartsvaders van het volk met hun hartelijk welkom voor gastvreemdelingen, die van de profeten met hun visioenen van vrede en vrijheid, die van Jezus en zijn apostelen met hun groeiende reikwijdte van het heil tot in alle uithoeken van de aarde, lezen wij vandaag over de twee late profetengestalten die aan het begin van een nieuwe wending hebben gestaan. Je kunt ook zeggen: die een volgende stap hebben gezet in de geschiedenis van God-met-ons. De een, Johannes, vraagt aan de ander, Jezus: klópt dat nu wel? Ben jij het die komen zou - een omschrijving voor de Messias, de bevrijder Gods. Zijn verborgen vraag kan zijn: waarom haal je mij dan niet uit de gevangenis, waarom red je mij niet van de boze machten? 5. Ja, waarom niet? De godgeleerden verklaren: Jezus moest om zijn eigen roeping denken. Geen risico’s nemen vóór Golgota. Dus het is een soort belangenafweging. En dan ook nog van een bedenkelijk Nederlandse-politieke-partijen-niveau. Ik lees het en verwerp het. Nee. Andere verklaring: Johannes is nogal egoïstisch, dat hij zijn eigen heil als maatstaf neemt, foei. Ik hoor het aan en denk: dat gaat in de opvoeding van een klein kind op, geef ze niet in alles hun zin. Maar hier staat een mensenleven op het spel. Dat is wat anders. Geen pedagogie van de kouwe grond hier. Weg ermee. Derde poging van de kerk aller eeuwen: Johannes moet leren dat juist het lijden het kenmerk van het ware is. Zoals grote geloofshelden martelaar zijn geworden in navolging van de heer, zo gaat Johannes ook in dit opzicht voor hem uit. Maar het vereren van het lijden, gemarteld worden zien als noodzakelijk, dat maakt van de beulen onschuldige medewerkers aan Gods plan. Geen sprake van. Daar doen we niet aan mee. Dat het zonder lijden en dood niet gaat, is wel een feit, maar geen feitelijkheid die van God gewild, door hem bedoeld is. Hooguit valt erbij te zeggen dat lijden en dood niet het einde betekenen, dat daarmee alles mislukt zou zijn. In al die verklaringen klinkt door dat Jezus het trouwens best had gekúnd, Johannes even vrij krijgen, want Jezus kon alles, maar dat er dus een reden moet zijn geweest dat hij het niet wílde. Mijn verklaring bij dit verhaal is dat hij het echt niet kón. Dat het bevrijden van gevangenen er niet in zat. Blinden de genade van het zicht geven, doven doen horen en doden doen opwekken, dat wel, maar dat is allemaal kinderspel vergeleken bij het weghalen van een prooi uit de klauwen van een roofdier, gevangenen bevrijden van de macht van hun opsluiters, dat ging niet.

4 Hij had macht, volmacht gekregen om hier op aarde het heil te verkondigen, om te laten zien hoe paradijselijk de wereld van God zou zijn, maar in de confrontatie met de grote aardse machten was hij juist machteloos. Omdat hij die macht niet ambieerde. Omdat de bloedhekel van heel Israëls traditie van koningen tegen koningen, machten tegen supermachten nog nooit en nergens op ook maar iets goeds was uitgelopen. 6. Hij wist wel hoe hij koning wilde zijn. Zoals die van Psalm 72, waarin het gesmade woord vijf keer voorkomt - zowel in de Hebreeuwse tekst als in de vrije versie van Huub Oosterhuis. In het Hebreeuws is ‘koning’, melech, woordverwant met moloch, oorlog. En vanaf de eerste keer dat de koningen, de melachiem, in de verhalen voorkomen (in Genesis 14) is het ook moloch geblazen. Wat zou je daarnaar verlangen als je als jongen in de synagoge van Nazaret hebt horen voorlezen dat voor elk kind dat op aarde wordt geboren, verwacht wordt dat het zal zijn een wonderbare raadsman, sterk als God, eeuwige Vader, vredevorst (Jesaja 9:6). Dan doe je de machtigen níet de eer aan ze met hun eigen middelen te bestrijden, dan bloed je liever zelf dan dat je andermans bloed vergiet, je wordt nog liever zelf doodgemaakt dan dat je een doder van mensen wordt, je traint jezelf zó in dat principe dat het je lukt om zo in waarheid en waarachtigheid te leven. Als ze je met alle geweld willen tenietdoen, beantwoord dat dan zonder enig tegengeweld. In de profielschets van de ware koning uit Psalm 72 heeft Jezus zich herkend: ‘Om orde te stellen op zaken: onkreukbare rechtspraak voor allen, opgetild de vernederden, vreemdeling geëerbiedigd, mensenrechten gewaarborgd, van godswege een koning.’ ‘Vrede de bergen, de dalen, vrede het graan op de akker, schoven gerechtigheid, brood op de planken der armen.’ Dat is het visioen. Daar kun je naar uitzien, zoals de Psalm dat aan het eind ook doet: ‘Kom toch haastig, vandaag nog.’ Maar om de schoven binnen te halen, om het brood bij de armen te kunnen krijgen, moeten er toch nog andere dingen gebeuren dan geweldloos en gelovig zitten af te wachten tot het zover is. ‘Gerechtigheid’ gaat in de bijbel altijd samen met het werkwoord ‘doen’. En omwille van dezelfde gerechtigheid waarin de koning van de Psalm zich hult, moet er onrecht bestreden worden, moet de macht van zijn wellust worden ontdaan, moet er worden opgekomen voor de armen, ontrechten, kwetsbaren en gekwetsten. Uit alle macht? Met alle geweld? Halen we het wanneer we louter stille revoluties afdraaien of moet er af en toe niet toch een echte tegenaan gegooid worden? In verreweg de meeste situaties van machtsmisbruik hebben wij de weelde om het tamelijk vreedzaam op te lossen. Om mensen die te lang op hun stoel kleven en denken dat hun positie voor altijd is, daar weg te krijgen. Om de praktijken van mensen die zichzelf verrijken aan de kaak te stellen en maatregelen te treffen die zoiets onmogelijk maken. Dat is allemaal niet zo moeilijk; je moet het alleen even willen. En het zou het effect van #Metoo ook sterk kunnen vergroten als er niet alleen maar schanddaden bekend worden gemaakt, maar als er ook gekeken zou worden hoe

5 je filmproducers, bankdirecteuren, politici en andere figuren die in een structuur zitten van machtvoor-de-één en afhankelijkheid-van-de -ander, van de bedenkelijke kanten van hun verantwoordelijkheden zou kunnen afhelpen. Vergeet niet dat Mugabe en Khadaffi ooit als idealistische en creatieve vernieuwers zijn begonnen - dat ze nooit meer wilden opstappen en naar steeds meer macht grepen, vormde het begin van het bederf en de uiteindelijke totale verrotting. Drie jaar op een verantwoordelijke post zitten, dat lijkt me een mooi maximum. Dat geldt voor alle posities in het maatschappelijk leven, van de Raad van Europa tot het meest armzalige bestuurtje; het geldt op scholen, in clubs, zelfs achter het loket of in een geloofsgemeenschap. Een tijdje verantwoordelijkheid dragen, eerst bescheiden want je komt pas kijken, en daarna weer wat anders gaan doen. 7. Als je bij de trappisten intreedt op, zoals het tegenwoordig in de regel gebeurt, latere leeftijd, met een loopbaan al achter je, dan krijg je, zeker de eerste jaren, nóóit iets te doen wat met je vroegere beroep te maken heeft. De oud-priester die intreedt gaat bomen snoeien, de ex-verpleger verleent hand- en spandiensten in de brouwerij, de voormalige kok wordt gastenbroeder en de oudambtenaar verzorgt de hulpbehoevende mede-kloosterlingen. Na een tijdje schuiven ze door, maar het duurt jaren voordat de kok weer eens in de keuken tekeer mag gaan of de verpleger wordt losgelaten op de zieken. Dat werkt prima. Beter dan ieder zijn expertise, lees: zijn eigen winkeltje, zijn machtsgebied. Machtsstructuren kúnnen van hun kwade kant worden ontdaan. Door alle vormen van macht te minimaliseren. Laten we daar van harte aan werken, en evenzeer van harte uitzien naar de dag van de ware koning: ‘Vrede de kopermijnen, vrede de olievelden, vrede de zwanenmeren, vrede de regenwouden’ (....) ‘vrede voor jou en voor jou zal het worden en blijven, mensen tot rust gekomen, pleinen hemelse vrede.’ Zo moge het zijn, laten wij dat zingen: Psalm 72 vrij.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.