Tot op het Arenberg Festival! TIJDSCHRIFT VAN DE FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN EN ALUMNI INGENIEURS KU LEUVEN


1 TIJDSCHRIFT VAN DE FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN EN ALUMNI INGENIEURS KU LEUVEN DRIEMAANDELIJKS OKT. - NOV. - DEC NR. 43 P AFGIFTEKANTOOR 3000 L...
Author:  Nathalie Bogaert

0 downloads 142 Views 4MB Size

Recommend Documents


No documents


TIJDSCHRIFT VAN DE FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN EN ALUMNI INGENIEURS KU LEUVEN

D R I E M A A N D E L I J K S • O K T. - N O V. - D E C . 2 0 1 8 • N R . 4 3 • P 8 0 2 1 0 4 • A F G I F T E K A N T O O R 3 0 0 0 L E U V E N 1

Tot op het Arenberg Festival! www.arenbergleuven.be

Voorwoord Beste lezer Na een prachtige warme zomer beginnen we aan een kersvers academiejaar met nieuwe gezichten en tal van evenementen. Het Departement Computerwetenschappen heeft een nieuwe departementsvoorzitter: Stefan Vandewalle. Hartelijk dank aan zijn voorganger Ronald Cools voor zijn blijvende inzet voor onze burgerlijk ingenieurs in de computerwetenschappen. Op 1 augustus 2018 is Luc Van Eycken aangetreden als nieuwe academisch secretaris. De uittredende academisch secretaris, Ward Heylen, verdient natuurlijk een hartelijk woord van dank voor de vele jaren - hij was academisch secretaris vanaf 2000 - dat hij deze functie schitterend heeft opgenomen. MICHIEL STEYAERT, DECAAN FACULTEIT INGENIEURSWETENSCHAPPEN

De departementen Computerwetenschappen en Werktuigkunde openden hun deuren tijdens Open Bedrijvendag op zondag 7 oktober 2018. Een fotoverslag vind je in dit nummer. De Faculteit Ingenieurswetenschappen gaat op dat elan verder met haar deelname aan het Festival Vijf eeuwen Arenberg dat plaatsvindt van 26 oktober 2018 tot 20 januari 2019 en dat afgetrapt werd tijdens het openingsweekend van het Arenberg Festival op 20 en 21 oktober 2018 in en om het Arenbergkasteel. Schilderijen, wandtapijten, prenten en andere kunstobjecten uit de vooraanstaande familie Arenberg worden samengebracht in de tentoonstelling ‘Macht en Schoonheid’ in M-Museum Leuven. De tentoonstelling ‘Adellijk Wonen’ onder het curatorschap van Krista De Jonge in de Universiteitsbibliotheek van KU Leuven toont de uitzonderlijke geschiedenis van het Arenbergkasteel, zijn interieur en bewoners. ‘Erfgoed voor morgen’ is het thema van het Van Cauteren-Dutré Arenbersymposium op woensdag 28 november. Dit thema past wonderwel in ‘The European Year of Cultural Heritage’ en leunt aan bij het Arenberg Festival. Het eerste lustrum van het Sint-Barbara-event vindt plaats op 6 december 2018. Die dag geven wij het woord aan onze nieuwe honorary professor en zetten wij de Best Students en hun Inspiring Teachers in de bloemetjes. Onze recent afgestudeerde lichting burgerlijk ingenieurs en burgerlijk ingenieur-architecten bieden wij als souvenir een groepsfoto in dit magazine aan. Het ga jullie goed. Tot slot, hartelijk welkom aan onze startende studenten: geniet met volle teugen van onze studentenstad, maar vergeet niet waarvoor jullie naar Leuven gekomen zijn: studeren aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen.

Beste collega-alumnus Ik hoop dat jullie na een deugddoende vakantie vol goede voornemens aan het nieuwe academiejaar begonnen zijn, tenminste als jullie nog in academiejaren denken. Zeker de nieuwe alumni, zij die recent afstudeerden, wens ik een schitterende start van hun carrière toe. Onze goede voornemens voor dit academiejaar zijn jullie te blijven informeren en activiteiten te organiseren om onze alumni en de faculteiten samen te brengen.

SOFIE POLLIN, VOORZITTER ALUMNI INGENIEURS KU LEUVEN

Op 20 november 2018 organiseren wij een forumavond over 5G, de nieuwe communicatiestandaard met brede impact. We hebben topsprekers van twee van de drie operatoren in België uitgenodigd. Natuurlijk staan de professoren van onze faculteiten ook paraat om hun kennis te delen. Ingenieurs innoveren en creëren en hebben een duidelijke impact op de maatschappij en economie. Daarna organiseren we, samen met de Faculteit Ingenieurswetenschappen en de Faculteit Architectuur, het Van Cauteren-Dutré Arenbergsymposium met als thema: erfgoed voor morgen of hoe innoveren met respect voor het verleden. Om het verleden van onze faculteit en campus te eren vind je alvast in dit nummer een aantal mooie artikels. Geniet van dit nummer. En als je nog geen plannen hebt voor dit academiejaar, dan hopen we jullie gauw te ontmoeten op een van onze activiteiten. Collegiale groeten

Inhoud

Nieuws Erfgoed voor morgen GeniaaL gedacht Fotoverslag Open Bedrijvendag Reünies Forumavond Eminente emeriti Datagebaseerde feedback helpt studenten tijdens hun eerste jaar Proficiat, afgestudeerden van 2017-2018!

3-4 5 6-7 8 9 9 10-13 14-15 16-17

NIEUW: Global Engineering Education Exchange (Global E3) voor ingenieursstudenten KU Leuven TENTOON_STELLING Doctoraat Spin-off InsPyro: naar optimale metallurgische processen Nalatenschap van professor Theo Van der Waeteren Onze ‘peer’ stond altijd langs de Dijle Binnenkort gezellig zitten aan de gedempte vijverarm VTK-Preses: State of the Union VTK - presidium 2018-2019

18-19 20-21 22-23 24-25 26-27 28-29 30 31 32

GeniaaL

Nieuws ANNEMIE CAPROENS

PRIJZEN, ONDERSCHEIDINGEN, … • Ludo Froyen, emeritus aan het Departement Materiaalkunde,

ontving de SEFI Fellowship Award 2018 tijdens de SEFI Annual Conference in Kopenhagen (Lyngby) (18-21 september 2018). • Giovanni Samaey,

tenure track docent BOF, aan het Departement Computerwetenschappen, heeft een van de KVAB-jaarprijzen voor wetenschapscommunicatie in de wacht gesleept voor zijn boek X-Factor. De Jaarprijzen worden uitgereikt aan onderzoekers die zich gedurende het voorbije jaar intensief hebben ingezet voor een concreet project rond wetenschapscommunicatie. Op 27 november 2018 worden de laureaten gehuldigd in het Paleis der Academiën in Brussel. www.kvab.be/prijzen/jaarprijzen-wetenschapscommunicatie • Carlo Vandecasteele, emeritus aan het Departement Chemische

Ingenieurstechnieken, ontving de ‘Advances in Cleaner Production (ACPN) Medal Award - Senior Researcher’ tijdens de 7e International Workshop: Advances in Cleaner Production aan de Universidad de La Costa, Barranquilla (Colombia) op 21 en 22 juni 2018. • Lieven Verboven, afgestudeerd als master in de computer-

wetenschappen op 6 juli 2018, werd via de essaycompetitie geselecteerd voor deelname aan Leaders of Tomorrow (University of St. Gallen, Switzerland). https://www.symposium.org/lot

IN MEMORIAM De universitaire gemeenschap neemt afscheid van • Matthias Humet Cienfugeos Jovellanos, doctorandus aan

de Faculteit Ingenieurswetenschappen. Hij overleed in Antwerpen-Berchem op 12 juli 2018; • Robin Carleer, op 6 juli 2018 afgestudeerd als Master in Chemical Engineering. Hij overleed in Boedapest op 13 augustus 2018.

VAN CAUTEREN - DUTRÉ ARENBERGSYMPOSIUM Op woensdag 28 november 2018 organiseert de Faculteit Ingenieurswetenschappen samen met de Faculteit Architectuur en de Alumni Ingenieurs KU Leuven het symposium ‘Erfgoed voor morgen’. Deze activiteit vindt plaats in de Grote Aula, Sint-Michielsstraat 6, 3000 Leuven en gaat van start om 19.30 u. https://eng.kuleuven.be/nieuws-en-agenda/evenementen/ arenbergsymposium/arenbergsymposium-2018

SINT-BARBARA - 6 DECEMBER 2018 De Faculteit Ingenieurswetenschappen organiseert een academische zitting op donderdag 6 december 2018 om 16.00 u. in de Aula van de Tweede Hoofdwet (Thermotechnisch Instituut) naar aanleiding van de toekenning van de titel ereprofessor aan dr. ir. Elisabeth Monard, eresecretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - FWO Vlaanderen. https://eng.kuleuven.be/nieuws-en-agenda/evenementen/ sint-barbara/

• Bart Swings, student master in de ingenieurswetenschappen:

elektrotechniek, veroverde op 23 augustus 2018 goud in de marathon op het EK skeeleren in Oostende. • Postdoctoraal medewerker Peter Kipruto Chemweno heeft

de PhD award ontvangen van de Salvetti Foundation en het EFNMS (European Federation of National Maintenance Societies). Promotoren waren Liliane Pintelon van de Afdeling Industrieel Beleid /Verkeer & Infrastructuur KU Leuven en Peter Muchiri van de Dedan Kimathi University of Technology (Kenya). De prijsuitreiking vond plaats tijdens de EuroMaintenance 2018 openingsceremonie op 25 september 2018 in Antwerpen.

Best Student & Inspiring teacher awards 2017

3

4

GeniaaL

Nieuws ARENBERGBROCHURE 2017 In de 28e editie van de Arenbergbrochure stelt het pas aangestelde academisch personeel van de Groep Wetenschap & Technologie zichzelf en zijn onderzoek voor. set.kuleuven.be/arenberg-brochures/

NIEUWE PROFESSOREN 2018 Onze faculteit verwelkomt deze nieuwe professoren: • Nele Famaey, Departement Werktuigkunde • Frank Naets, Departement Werktuigkunde • Nigel Smart, Departement Elektrotechniek

MASTERPROEFPRIJZEN Op vrijdagnamiddag 6 juli 2018 hebben vertegenwoordigers van topbedrijven masterproefprijzen uitgereikt aan afstuderenden die een excellente masterproef hebben geschreven in het domein van het bedrijf. Een overzicht van de winnende masterproeven vind je hier: https://eng.kuleuven.be/nieuws-en-agenda/evenementen/masterproefprijzen/masterproefprijzen-2017-2018/ masterproefprijzen-winnaars-2017-2018

v.l.n.r. Ben Geebelen (Materialise) en Rik van Daal, Carl D’heer en Floris Van de Vijver (AnSem), achteraan: Michael Christiaen, Tyler De Belder en Katrien Wyckaert (Siemens Industry Software), vooraan: Antoon Purnal (winnaar OneSpan), Paula Moldenaers (nam de prijs in ontvangst voor Jens Allard) en Chris Vroman (INEOS), Eline Van Breda (ArcelorMittal Gent), Guido Groeseneken (imec), Daan Van Cauteren en Jean Polet (BESIX), Stefaan Seys (OneSpan), Adriaan Peetermans, Laura Van den Eynde, Ronny Ansoms (Industriële Adviesraad CIT) en Koen Michiels.

GeniaaL

ERFGOED VOOR MORGEN KOEN VAN BALEN

VAN CAUTEREN - DUTRÉ ARENBERGSYMPOSIUM WOENSDAG 28 NOVEMBER 2018, 19.30 u., GROTE AULA, MARIA-THERESIACOLLEGE, SINT-MICHIELSSTRAAT 6, LEUVEN 2018, het Europese Jaar voor het Cultureel erfgoed, loopt stilaan ten einde. Een goede reden dus om het Arenbergsymposium aan dit thema te wijden. De bijdrage van cultureel erfgoed tot duurzame ontwikkeling en tot het welzijn voor de Europese burger werden aangeleverd door het rapport ‘Cultural Heritage Counts for Europe (2015)’ (http://blogs.encatc.org/culturalheritagecountsforeurope/out comes/) en de Eurobarometer 466 (2017) (https://ec.europa.eu/commfrontoffice/publicopinion/ index.cfm/ResultDoc/.../80882). Onderzoekers van de faculteit liggen mee aan de basis van de originele bevindingen en visies die in het eerste rapport werden ontwikkeld in samenwerking met onder andere Europa Nostra. Het rapport geeft aan hoe cultureel erfgoed bijdraagt tot het verzekeren van een kwaliteitsvolle, duurzame en veerkrachtige toekomst. Cultureel erfgoedbehoud veronderstelt een goede kennis van wat dit erfgoed bedreigt en wat het voor burgers betekent. Onderzoekers van binnen en buiten de faculteit zullen hierop in hun lezingen verder ingaan.

PROGRAMMA LEZINGEN • Climate for Culture (lezing in het Engels)

Johanna Leissner, Fraunhofer-Gesellschaft Brussel • Erfgoed en levenskwaliteit

Dirk De Wachter, Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, Campus Kortenberg • Erfgoed en innovatie

Els Verstrynge, Departement Burgerlijke Bouwkunde, KU Leuven CASE STUDIES • Abdij van Park Leuven m.m.v. Studio Roma • Sint-Jacobskerk Leuven m.m.v. Piet Stevens

SLOTSOM door Koen Van Balen Het symposium wordt gevolgd door een receptie met Belgische bieren in de Jubileumzaal, Naamsestraat 22, 3000 Leuven.

In het kader van het Arenbergsymposium wordt er eveneens een fotowedstrijd georganiseerd. Meer informatie hierover en het wedstrijdreglement vindt u op de website van het evenement. Deelname aan het Arenbergsymposium is gratis. Inschrijven is verplicht. Meer informatie: https://eng.kuleuven.be/nieuws-en-agenda/ evenementen/arenbergsymposium/arenbergsymposium-2018/ programma-arenbergsymposium-2018

5

6

GeniaaL

GeniaaL gedacht We willen meningen horen. Meningen van ingenieurs over wat hen nauw aan het hart ligt, meningen van niet-ingenieurs over ingenieurs en ingenieuren, alles wat des mensen is, kan en mag aan bod komen. Als het maar ‘uw gedacht’ is, mijn gedacht.

ADHEMAR BULTHEEL

iTOPIA

T

och maar even denktanken over de toekomst na de singulariteit.

Adhemar Bultheel is professor-emeritus aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen, verbonden aan de Afdeling Numerieke Analyse en Toegepaste Wiskunde van het Departement Computerwetenschappen. Hij heeft jarenlang opleidingsonderdelen in de toegepaste wiskunde gedoceerd en is dan ook een vaste waarde in de herinneringen van vele alumni.

‘Papa en mama vonden je nog te jong voor jouw digi-implant. We willen wachten tot je oud genoeg bent om daar zelf over te beslissen. En als je dat dan wil, dan zal je net zo geïntegreerd zijn als alle andere units van het humanet.’

- Wat is er schatje? Waarom ween je zo? - De kindjes op school noemen mij achterlijke dejenaap. - Maar kom hier, je bent helemaal geen dnaap. Dat is een lelijk scheldwoord. Laat die kindjes maar zeggen. Ze weten niet wat dat is. - Wat is dat dan mama, een dnaap? - Dat is een mens waarvan de essentiële grondstof het biologisch DNA is. Dat zal je later nog wel leren tijdens de lessen geschiedenis. ‘Leven 3.0’ van Max Tegmark staat daar op de verplichte literatuurlijst. Daarin staat het allemaal precies uitgelegd. Vroeger bestonden de middenmensen of dnapen voornamelijk uit DNA. Hun ingenieurs maakten allerlei machines. Domme machines. En de bio’s bleven de machines de baas omdat ze slimmer waren. De ICT’ers, dat zijn de voorlopers van onze digidokters zoals papa er een is, konden die machines na een tijdje allerlei taken zelfstandig laten uitvoeren. Allemaal nog zeer ambachtelijk. Toen begonnen de IBM’ers, dat zijn de medische infobiomech-ingenieurs, primitieve cyborgs te fabriceren. Een implant hier, een prothese daar, een nanobotinjectie op de juiste plaats en een draagbaar exobrain in de vorm van een toestelletje waarmee men onderling kon communiceren en informatie opvragen. Maar het echte nieuwe leven 3.0 is pas ontstaan toen men ook dat is gaan inbouwen en info het nieuwe DNA werd. Harari, nog zo’n roepende in de 2.0 woestijn, noemde

het de homo deus. Zo ontstond het huidige humanet waar papa en mama, en sommige kindjes op school deel van uitmaken. - Maar waarom ben ik dan een dnaap? - Dat ben je helemaal niet liefje, maar papa en mama vonden je nog te jong voor jouw digi-implant. We willen wachten tot je oud genoeg bent om daar zelf over te beslissen. En als je dat dan wil, dan zal je net zo geïntegreerd zijn als alle andere units van het humanet. - Ik wil nu een digi-implant mama. - Daarvoor moet je eerst naar de catechese gaan. Daar leer je wat het betekent als je die implant krijgt en wat je rechten en plichten zijn als onderdeel van het humanet. - Maar mama, ik wil nu ... - We zullen het er vanavond met papa over hebben. - Ze zeggen ook dat papa een digiloot is en jij een individu. - Kom, kom, weet je wel wat een individu is? Lang geleden, dat moet zo ergens begin eenentwintigste eeuw zijn geweest, schreef de profeet Dave Eggers een boek. De Cirkel heette het, en sommige van de sint-electuele exegeten zijn dat gaan zien als een heilige schriftuur waarin de profetie van het humanet staat beschreven. Je moet weten, in die tijd waren de middenmensen nog geen echte units in het humanet, maar bestonden ze elk afzonderlijk als individu met als gevolg dat zij onderling ruzie maakten en soms samenklonterden in groepen die oorlog voerden met elkaar. Als de groep onderdrukt werd, pleegden ze aanslagen waarbij er echt doden vielen. De cyberoorlog stond toen nog in zijn kinderschoenen. Vreselijke donkere en barbaarse tijden waren dat die wij

GeniaaL

ons niet meer kunnen voorstellen. In zijn heilige geschrift beschrijft Eggers De Cirkel, een groot communicatiebedrijf, zoiets als onze CPU zeg maar. Het overtuigde de middenmensen ervan dat iedereen er beter van werd als ze alle private informatie zouden delen. Ziektes en pandemieën zouden voortijdig opgespoord kunnen worden, aanslagen zouden onderschept en voorkomen kunnen worden, gelijkgestemde individuen zouden met elkaar in contact gebracht worden voor een duurzame koppeling, rechtspraak zou digitaal en dus objectief zijn, en meer van dat. Na het IdD, dat is het Internet der Dingen, wou men ook de individuen integreren in het net. Zo werden al die dingen externe zintuigen en ledematen van alle individuen. We zijn het nu in 3.0 gewoon dat we thuis een live concert kunnen bijwonen dat plaats heeft in Angkor Wat en daarna, zonder ons te moeten verkleden of verplaatsen, coltan kunnen ontginnen in een mijn op de maan. Maar dat is niet altijd zo geweest.

- Maar jij bent toch ook een onderdeel van het humanet. Waarom zeggen ze dan dat jij een individu bent? - Niet ieder individu was gelukkig met De Cirkel. Die CPU zou zoveel info hebben over elk individu dat het perfect kon voorspellen wat iedereen nodig had op elk moment, maar ook welke stem men zou uitbrengen als er ergens over gestemd moest worden. Daardoor werd in feite elke stemming overbodig. En dat zou zogezegd tot een feitelijke dictatuur leiden waar De Cirkel een onbeperkte macht zou krijgen. Zij die zich toen verzet hebben tegen wat ze het ‘sluiten van de Cirkel’ noemden, werden individualisten genoemd. Individu is dus een lelijk scheldwoord dat je maar beter niet gebruikt. Later werd het wel als geuzennaam gebruikt door de leden van een groep die geloven dat ook onze CPU beslissingen zou nemen die niet altijd in het algemeen belang zijn. Die groep individuen die zich ook wel de digiloten noemen, voeren een verzetsstrijd tegen het humanet. Hackers leggen soms hele delen van het humanet plat waardoor sommige

units dusdanig gedisconnecteerd worden dat ze niet meer herbruikbaar zijn. Daarom moet je eerst naar de catechese zodat je weet welke informatie je wel of niet mag binnenhalen en welke info je best niet deelt. Als je aan de oorsprong ligt van een inbreuk riskeer je dat de CPU je afkoppelt. Hoe zou je dan moeten overleven? - Ik wil niet afgekoppeld worden mama. - Flink zo! Maar nu moet mama toch even nakijken wat de uitslag van de stemming is. Vandaag wordt een nieuwe voorzitter van de CPU gekozen. Ik zou weleens willen weten wat het systeem beslist heeft. Misschien is papa nu wel de nieuwe voorzitter geworden. Als je later groot bent dan leg ik je nog wel eens uit hoe je ongemerkt de CPU kunt omzeilen zodat het systeem toch in jouw voordeel beslist, maar dat mag je aan niemand verklappen hoor, dus krik-krak mondje dicht.

7

8

GeniaaL

Fotoverslag Open Bedrijvendag De Open Bedrijvendag 2018 bracht bijna 1.400 bezoekers naar onze campus op zondag 7 oktober. De departementen Computerwetenschappen en Werktuigkunde boden een boeiend programma met demo's en activiteiten voor jong en oud: computerspelletjes, optimalisering van systemen, dansende drones, zoekmachines, virtual reality, 3D-printing, geluid en trillingen, metrologie, plaatbewerking, energieomzetting, robotica, … Veel 'oh', 'aaah', 'cool' en af en toe ook 'fijn je nog eens te zien'! Meer foto's vind je op www.facebook.com/pg/FirWEngSc/photos/

GeniaaL

Reünies OPROEP AAN DE ALUMNI VAN 1969 Het jaar 1969 was een bijzonder jaar met markante en belangrijke gebeurtenissen.

De initiatiefnemers werken nog naarstig aan het programma. Alle reacties en vragen zijn welkom via [email protected]

• De student Jan Palach steekt zichzelf in brand op het

De initiatiefnemers: • Rik Gille • Guido Roosen • Karel Schodts • Tony Sleypen

Wenceslausplein in Praag uit protest tegen de teruggedraaide hervormingen van de Praagse Lente. • De eerste vlucht (29 minuten) van de Concorde. • Eddy Merckx wint de Ronde van Frankrijk. • Astronaut Neil Armstrong zet als eerste mens voet op de maan met Buzz Aldrin in zijn kielzog. Vier dagen later landt de Apollo 11 weer veilig op aarde. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan … Voor sommigen was het ook de bekroning van een studietraject met het diploma van burgerlijk ingenieur(-architect). 50 jaar later willen we dit in herinnering brengen. • Hoe is jouw beroepsloopbaan verlopen? En wil je dit delen

met anderen? • Ben je ook benieuwd naar je collega’s? • Heb je kleinkinderen? • …

We zullen herinneringen ophalen en bijpraten tijdens het jubileumfeest op donderdag 10 oktober 2019 in de Faculty Club in Leuven.

[email protected] [email protected] [email protected] [email protected]

VERSLAG VAN JE REÜNIE IN GENIAAL Als je een bijeenkomst organiseert met je jaargenoten, lezen andere alumni graag wat je bijzonder vond, zodat ze inspiratie kunnen putten uit je verslag. Als je een verslag doorstuurt naar [email protected], heb je twee mogelijkheden: 1. je stuurt een groepsfoto in hoge resolutie (scherp genoeg) met de bijhorende namen én de praktische informatie (plaats, datum) OF 2. je stuurt een verhaal over de reünie dat ook voor andere burgerlijk ingenieurs of burgerlijk ingenieur-architecten interessant kan zijn, eveneens met enkele illustrerende scherpe foto’s. Voor drukwerk hebben we een resolutie nodig van minstens 300 dpi.

Forumavond 5G - EEN NIEUWE STANDAARD MET BREDE IMPACT 20 NOVEMBER 2018 Als je binnen Europa reist gebeurt het nog wel eens dat je smartphone aangeeft dat de netwerkstandaard die gebruikt wordt ‘Edge’ is. We zijn intussen wel beter gewoon - 3G vinden we al maar povertjes, 4G is eerder de standaardverwachting. Maar de volgende stap kondigt zich aan: 5G komt eraan. Maar er zijn heel wat mensen die van 5G wakker liggen. De operatoren omdat ze zwaar moeten investeren, de minister omdat hij vreest dat de consumenten te veel zullen moeten betalen, de consumenten die steeds meer bandbreedte willen, de milieuactivisten omdat ze ongerust zijn over de gevolgen van de straling, ... Kortom, stof genoeg om dit thema vanuit verschillende hoeken te belichten. Daarom slaan Alumni Ingenieurs KU Leuven en Ekonomika Alumni de handen in elkaar en organiseren voor u een Forumavond met een boeiend gezelschap.

INLEIDING DOOR: • Prof. dr. ir Sofie Pollin - Faculteit Ingenieurswetenschappen -

ESAT - TELEMIC • Prof. dr. Frank Verboven - Faculteit Economie en

Bedrijfswetenschappen DEBAT: • ir Ann Caluwaerts - Chief Corporate Affairs - Telenet • ir Geert Standaert - Chief Technology Officer - Proximus

MODERATOR Michael Van Droogenbroeck - Nieuwsdienst VRT Meer informatie en registratie via https://alum.kuleuven.be/alumni-ingenieurs/ nieuws-activiteiten/activiteiten/forumavonden

9

10

GeniaaL

Eminente emeriti Het begin van het academiejaar luidt het afscheid in van enkele bekende gezichten: proffen die hun hele of halve leven aan de ingenieurswetenschappen hebben gewijd. GeniaaL sprak met Ward Heylen, Jean-Pierre Kruth, Bob Puers en Patrick Wollants, en wenst hen even mooie plannen als herinneringen.

LILIANE PINTELON

Ward Heylen Wie is Ward Heylen? Ik ben geboren in Lier. Tijdens mijn schoolcarrière aan het SintGummaruscollege waren collega Ronnie Belmans en voormalig rector Rik Torfs klasgenoten. In 1979 studeerde ik af als burgerlijk ingenieur werktuigkunde en ben ik een doctoraat gestart bij wijlen professor Raymond Snoeys. Tijdens mijn doctoraatsstudies bracht ik een jaar door aan de University of Cincinnati, waar ik mij in de structuurdynamica heb verdiept. Mijn doctoraat was klaar in 1987. Kort nadien nam mijn academische carrière een aanvang, eerst als werkleider, later als zelfstandig academisch personeel. Mijn onderzoeksdomein is altijd de structuurdynamica gebleven, met specialisatie in experimentele modale analyse en model updating. Memorabele momenten Mijn aanstelling als academisch secretaris in 2000 heeft alleszins een grote impact gehad. Ik had nooit gedacht dat zo lang, tot aan mijn emeritaat, te doen. Ik moet daar meteen aan toevoegen dat ik er nooit spijt van gehad heb dat ik deze aanstelling heb aanvaard. Een vermeldenswaardige verwezenlijking was mijn uurroosterplanningstool in Excel die 15 jaar lang gebruikt werd. Nu dient deze tool nog als steuntje voor de universiteitsbreed ingevoerde planningsoftware. Een leuke herinnering is het project, uitgevoerd in opdracht van Pininfarina, een Italiaans design- en engineeringbedrijf. We moesten daar trillingsmetingen uitvoeren op het koetswerk van een door GM ontworpen auto. Dat moest gebeuren in een aparte zaal, vlak naast de zaal waarin prototypes stonden die nog niet gezien mochten worden. Telkens als we de zaal wilden verlaten, moesten wij dit op tijd melden zodat er doeken over de prototypes gelegd konden worden. Ik moet er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat de Italianen dat niet lang volgehouden hebben. Ook het feit dat medewerkers van GM die de testen moesten bijwonen, het Italiaanse verkeer niet durfden te trotseren en daarom steeds in onze bestelwagen meereden, zorgde voor hilariteit. Een spijtig gemist memorabel moment heeft te maken met een project rond trillingsmetingen in parabolische vluchten, waar ik hard aan meegewerkt had. Maar de kers op de taart - de vluchten zelf - heb ik door omstandigheden moeten missen. Achteraf gezien misschien niet zo’n slechte zaak want zulke vluchten hebben een serieuze impact op je spijsvertering.

Memorabel is dat ons boek Modal Analysis Theory and Testing een referentiewerk in het domein is geworden. Het is trouwens vertaald in het Russisch en in het Chinees. Favoriete moment Ik heb heel graag de lessen Structuurdynamica gegeven, een domein waarin ik me echt thuis voel. Ik blijf die na mijn emeritaat trouwens nog geven. Examens afnemen was voor mij - net zoals voor wel meer collega’s - niet echt een favoriete bezigheid. Als assessor de tussentijdse masterproefvoorstellingen bijwonen, deed ik dan wel weer graag. Zien hoe studenten zich in een paar maanden tijd inwerken in een topic is uitermate interessant. Wat ik altijd - als academisch secretaris dan - heel erg graag heb gedaan, is het puzzelwerk rond uurroosters. Een boeiende uitdaging! Plannen voor het emeritaat Ik zal de lessen Structuurdynamica nog geven en blijf mee instaan voor de organisatie van onze jaarlijkse ISMA-cursus over modale analyse. Dit jaar trek ik voor de zevende keer naar Beijing (China) voor het geven van een cursus. Hobbygewijs komt er natuurlijk meer tijd vrij. Ik probeer mijn fitnessactiviteiten op peil te houden nu mijn dagelijkse woon-werk-fietsrit weggevallen is. Fietsen en regelmatig een fit-o-meter in het bos staan zeker op het programma, alsook tafeltennis. Er komt ook meer tijd vrij om te lezen. Ik houd van thrillers, bijvoorbeeld de Kurt Wallanderserie van Henning Mankelle. De laatste tijd lees ik ook geschiedkundige romans zoals de trilogie rond Cicero van Robert Harris. Wat meer toerisme mag ook, ook dichtbij. We hebben sinds kort een appartement aan de kust: heerlijk relaxen aan zee ligt in het verschiet. Boodschap voor studenten en collega’s Mijn boodschap heeft te maken met ambitie. Ambitie hebben is nodig en goed, maar het moet gezond blijven, het mag niet dwingend worden. Er moet tijd overblijven om - naast werken ook te leven.

GeniaaL

Jean-Pierre Kruth Wie is Jean-Pierre Kruth? Ik ben geboren in Knokke. Mijn ouders waren afkomstig van Luik. Ik ben tweetalig opgevoed. Ik heb een fijne jeugd gehad aan zee. Even heb ik getwijfeld of ik voor architect of voor ingenieur zou gaan studeren. Het is ingenieur geworden. In Leuven, een niet zo evidente keuze want de meeste van mijn vrienden gingen naar Gent. Ik heb er echter nooit spijt van gehad! Mijn doctoraatsonderzoek over niet-conventionele productietechnieken heb ik gedaan onder supervisie van wijlen professor Raymond Snoeys. Na mijn doctoraat ben ik met mijn gezin naar Indonesië vertrokken voor een project van professor Jacques Péters. Ik ben er drie jaar gebleven. Het was een fijne en leerrijke tijd met vriendelijke mensen en een mooie omgeving. De middelen waren beperkt en we moesten onze plan trekken: werktuigmachines helemaal zelf reconditioneren, dataloggers bouwen, programmeren in Assembler, … Na mijn terugkeer in België heb ik eerst een vijftal jaren gewerkt bij het WTCM (nu Sirris) om dan terug te keren naar de universiteit als opvolger van professor Jacques Péters. Mijn onderzoeksdomein was productietechnieken: klassieke verspanende technieken, vonkerosie en 3D-printing. We zijn erin geslaagd om in het domein van additive manufacturing een pioniersrol op te nemen. Verder heb ik vakken gedoceerd en onderzoek gedaan over ontwerpen, CAD, werkvoorbereiding, dimensionele meettechnieken en kwaliteitscontrole; dat laatste blijf ik ook na mijn emeritaat doen. Memorabele momenten Memorabel zijn zeker de spin-offs die ik mee heb helpen oprichten. Enkele daarvan zijn heel groot geworden. In 1990 heb ik samen met Fried Vancraen een 3D-printingbedrijf, Materialise, opgericht. Materialise is ondertussen uitgegroeid tot een bedrijf dat in Amerika beursgenoteerd is en wereldwijd meer dan 1.500 mensen tewerkstelt. Een volgende grote spin-off kwam eraan in 1995: Metris, een bedrijf dat initieel software voor reverse engineering maakte, maar later specialiseerde in meetsystemen voor geometrische kwaliteitscontrole. Het bedrijf is snel gegroeid, maar kwam financieel in een moeilijke positie door de crisis in 2008. Het Japanse Nikon heeft toen redding gebracht en het bedrijf kon verdergaan onder de naam Nikon Metrology. En dan is er nog Layerwise, deze spin-off heb ik in 2008 samen met twee doctorandi gestart. Dit bedrijf is gespecialiseerd in 3Dprinting van metaalcomponenten. Een ander mooi - en zeker memorabel - moment in mijn carrière was ongetwijfeld om in 2015 laureaat Mechanical Engineering te worden van het Franklin Institute in Philadelphia én het ontvangen van de Bower Award and Prize for Achievement in Science. Daarmee vervoegde ik een lange 190-jarige lijst van laureaten waaronder Albert Einstein, Marie Curie, Thomas Edison, Graham Bell en vele andere Nobelprijswinnaars. Een fijne appreciatie van mijn werk in additive manufacturing. Favoriete moment Mijn favoriete moment is eigenlijk het einde van het academiejaar. Ik hield en houd nog steeds van de promotiezitting: tevreden kijken naar de jonge mensen die je begeleid hebt en die aan het begin van hun professionele carrière staan.

Plannen voor het emeritaat Ik ben emeritus met opdracht. Op het ogenblik dat ik emeritus werd, had ik nog 22 doctorandi onder mijn vleugels. Ondertussen is dat aantal gedaald. Een 15-tal doctorandi zal nog een paar jaar begeleiding nodig hebben. Ik blijf mij inzetten voor de spin-offs en volg nog een aantal projecten die ik opgestart heb, op. Ik ga alleszins meer tijd doorbrengen met de familie. Ik heb zes kleinkinderen en ik kijk ernaar uit om met hen allerlei leuke activiteiten te doen. Ik zou graag wat meer sporten, misschien

opnieuw beginnen tennissen en zeker veel fietsen. Ik hou ook van muziek. Er zal zeker tijd gaan naar het bijwonen van concerten, voornamelijk klassieke concerten hoewel ik ook wel kan genieten van jazz. Ik denk dan terug aan Austin, Texas of New Orleans, waar je na de congressessies kon ontspannen in een van de vele gezellige jazzbars … Boodschap Oei, dat vind ik altijd een moeilijke vraag. Ik heb die vraag al heel vaak gekregen onder de vorm van ‘welke goede raad heb je voor de oprichters van een spin-off ?’. Ik heb helemaal geen spin-offrecept uitgedokterd. Alles is vrij spontaan gegaan. De afgelegde trajecten bij de respectieve spin-offs zijn ook heel verschillend. Als ik dan toch een constante moet vinden bij de succesvolle spin-offs is het misschien dat je je moet laten drijven door onderzoek dat toepassingsgericht is. Niet wat je kan doen, maar waarmee iets concreets gerealiseerd kan worden, is belangrijk. En een meer algemene raad naar studenten en oud-studenten toe is ‘heb zelfvertrouwen’, je kunt meer, vaak veel meer, dan je denkt.

11

12

GeniaaL

Robert (Bob) Puers Wie is Robert (Bob) Puers? Ik ben geboren in Antwerpen en opgegroeid in Gent. Al van in het atheneum had ik een grote interesse voor wetenschap en techniek. Tot mijn grote frustratie was ik gebuisd op het toelatingsexamen burgerlijk ingenieur in Gent en heb ik eerst de studies van technisch ingenieur afgewerkt om daarna toch nog burgerlijk ingenieur te studeren, maar dan in Leuven. Na anderhalf jaar burgerdienst ben ik op het Departement Elektrotechniek (ESAT) gestart met onderzoek bij professor Willy Sansen, bij wie ik ook mijn masterproef had gemaakt. Mijn doctoraat heb ik in 1986 behaald. Onderzoek heeft mij altijd geboeid. Ik heb een 20-tal onderzoeksprojecten gehad, die allemaal te maken hadden met medische - implanteerbare of draagbare - technologie. Sommige projecten hebben de overgang van universiteit naar bedrijf en markt gehaald. Een van de voorbeelden hiervan is een cochleair implantaat dat op de markt gebracht werd door Antwerp Bionic Systems, later onderdeel van Philips en nu in handen van Cochlear.

Na de verhuis heb ik de leegstaande cleanroom op ESAT van professor Roger Van Overstraeten overgenomen. Dat was een vrij zwaar en goed uitgerust labo dat me de kans bood om pionier van MEMS (microelectromechanical systems) te worden in Vlaanderen. Dit zorgde ook voor een gestaag groeiende wetenschappelijke output. Na wat administratieve perikelen door veranderingen bij het FWO werd ik in 1991 aangesteld als hoofddocent en is mijn ZAP-carrière verder gegroeid. Een zeker te vermelden memorabel moment was het telefoontje van professor Karen Maex, toen vicerector: ‘we gaan voor u een labo bouwen’. Dat ging over wat nu het Chem&Tech - NanoCentre is geworden. Tot aan mijn emeritaat ben ik voorzitter van het dagelijks bestuur van het NanoCentre. Na mijn emeritaat blijf ik een opdracht aan het NanoCentre houden. Ik werk ook verder aan de uitstraling ervan. Favoriete moment Net zoals voor elke academicus is dat de bekendmaking van toegekende onderzoeksgelden; je steekt veel tijd in het schrijven van proposals. In feite ben je voor je onderzoek afhankelijk van deze onderzoeksgelden. Altijd spannend dus. Verder moet ik toegeven dat ik graag naar recepties ging en ga omwille van de ongedwongen contacten: de openingsceremonie van het academiejaar, in toga uiteraard, de nieuwjaarsreceptie, het Patroonsfeest op 2 februari, de receptie na de promotiezitting, … kunnen altijd op mijn aanwezigheid rekenen. Ik vind het jammer dat er geen barbecue meer wordt georganiseerd daags vóór het promotiefeest. Ik ging daar, net als een aantal andere collega’s, altijd naar toe. De interactie met studenten was daar op dat moment uitermate aangenaam. Plannen voor het emeritaat Het emeritaat is een eindpunt, het ‘moet’. Je lesopdrachten verdwijnen, net als studentencontacten; je beheert geen eigen onderzoeksgelden meer … Hier en daar zijn er nog opdrachten en contacten met spin-offs, maar je voelt dat de deuren zich sluiten. Niettemin waardeer ik de vrijheid om nog actief bij onderzoek betrokken te blijven.

Memorabele momenten Ongetwijfeld een merkwaardige periode in mijn carrière was de oprichting van imec in 1982, samen met de verhuis van zowat alle professoren uit de ‘kelder’ van ESAT naar imec. Willy Sansen was de enige die de overstap niet wilde maken. Ik bleef dus ook op ESAT, een beetje tot mijn frustratie, want ik had de hele packaging en interconnectielijn ontworpen. Achteraf gezien ben ik er blij om. De vrijheid die je bij KU Leuven krijgt, is immers niet te versmaden.

En dan zijn er nog de hobby’s. Er is de muziek: opera, jazz, klassiek, … Ik speel piano en zing. Ik was lid van de eerste generatie van het Leuvens Universitair Koor, waar ik als bas, bariton en ook als tenor gezongen heb. We hebben - in 1983 ook een eigen mannenkoor opgericht, het Pegasus Vocal Ensemble. En er zijn natuurlijk de motorfietsen. Mijn grote liefde voor de mechanica kan ik uitleven in een eigen werkplaats waar ik oude motorfietsen - ondertussen een hele verzameling restaureer. Om te reizen heb ik een moderne motorfiets. De snelheid van zo’n motorfiets en de ‘camaraderie’ tussen de motards, daar hou ik enorm van. Boodschap Kort en krachtig: geloof in jezelf Laat je niet doen door voorgekauwde opinies, als je overtuigd bent van iets, ga er dan voor!

GeniaaL

Patrick Wollants Wie is Patrick Wollants? Ik ben geboren in Leuven in 1953. Het ouderlijk huis stond in de Kerkstraat in Wezemaal, waar toen nog een fruitmarkt was waar met paard en kar heerlijke lokale perziken en aardbeien werden aangevoerd en verhandeld. Het was de gewoonte dat vanaf het vierde leerjaar de ‘wat meer begaafde’ leerlingen vanuit de omliggende dorpen richting Leuven trokken. Ik kwam terecht in de Sint-Jansschool, daarna in het Heilige-Drievuldigheidscollege, waar ik Latijn-Wiskunde volgde. De laatstejaars werden er door de toenmalige leraar wiskunde, Piet Roelens, klaargestoomd voor het toelatingsexamen burgerlijk ingenieur. Dat was in 1971. De periode van mijn universitaire studies (1971-1976) is onlosmakelijk verbonden met de periode waarin ik Vera, mijn latere echtgenote en liefde van mijn leven, leerde kennen, in de zomer van 1971. We beloofden elkaar eeuwige trouw in de warme zomer van 1976, enkele weken na mijn afstuderen. Na het behalen van mijn diploma burgerlijk ingenieur metaalkunde kreeg ik de kans om te doctoreren, met professor Jef Roos als bezielende promotor. Ik had het geluk mijn legerdienst, na vier weken ‘opleiding’ in Peutie, in Heverlee te kunnen doen, met twee dagen in de week ‘vrijaf’ om in het labo te komen werken. In 1983 doctoreerde ik en bleef als postdoc verbonden aan het departement. Daarna vervoegde ik de Diensten voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid, nadat afgesproken werd dat ik zou terugkeren naar Leuven als zich binnen de drie jaar een mogelijkheid zou aandienen om een academische carrière te starten. Na twee jaar en zes maanden kreeg ik een telefoontje van professor Jef Roos. Op 1 november 1987 keerde ik terug naar de KU Leuven. Toen is mijn academische carrière echt gestart. Mijn eerste lesopdracht was in het vermaarde PMMS-programma (noot van de verslaggever: Physics of Microelectronics and Materials Science), gezamenlijk georganiseerd door imec en de departementen Natuurkunde, Elektrotechniek en Metaalkunde, bedoeld om (inter)nationale studenten voor te bereiden op interdisciplinaire doctoraatsstudies. Toen professor Roos in 1993 industriële wegen insloeg, werd mij het vak Winningsmetallurgie 1 toegewezen. Daar werd de theoretische basis gelegd om later met succes het vak Winningsmetallurgie 2, dat vooral ging over de productie van metalen uit hun primaire ertsen, te kunnen volgen. Na het plotse overlijden van professor Willy Dutré heb ik samen met collega Martine Baelmans in de bachelor het vak Thermodynamica overgenomen, een vak dat ik tot mijn emeritaat ben blijven geven. Ik behoorde trouwens tot de laatste lichting studenten die dit vak nog hebben mogen volgen bij wijlen professor Richard Van Cauteren. In die periode hebben ongeveer 5.000 studenten mijn examen moeten ‘overleven’. Alle schriftelijke examens werden volledig door mijzelf verbeterd. Ik was daar nogal principieel in. Qua onderzoek vormde ik een team met collega Bart Blanpain. Zijn kennis van analysetechnieken en zijn grote gedrevenheid kwamen samen met mijn geloof in de toepasbaarheid van de theoretische principes van de chemische thermodynamica. We slaagden erin de interesse te wekken van metallurgische bedrijven die bereid waren ons onderzoek te financieren. Al snel

konden we uitstekende PhD-studenten aantrekken. De sfeer in de onderzoeksgroep was geweldig en stimulerend. Ik heb uiteindelijk een 25-tal doctorandi mogen begeleiden en kan terugblikken op een vruchtbare samenwerking met de industrie. Memorabele momenten Het meest memorabele moment is wellicht het telefoontje van professor Roos met de vraag of ik terug naar de universiteit wilde komen. Het overnemen van cursussen, het starten van een onderzoeksgroep met Bart Blanpain, de samenwerking met (post)doctorandi, ik denk er met vreugde aan terug. Ik was negen jaar voorzitter van het Departement Materiaalkunde. In die periode heb ik samen met de collega’s het departement een aan de gewijzigde realiteit aangepaste structuur gegeven, met blijvend respect voor de voor KU Leuven unieke keuze: één werkingsbudget en één LRD-Divisie. Ik ben dankbaar voor mijn mandaat als facultair vertegenwoordiger in de Onderwijsraad. Hier heb ik begrepen dat goed academisch onderwijs de absolute prioriteit is van een universitaire instelling. In het kader van de integratie van de hogescholen was ik voor KU Leuven verantwoordelijk om samen met de hogescholen een inventarisatie te maken van hun lopend onderzoek. Ook als lid van de Vaste Werkgroep Kwaliteitsbewaking heb ik speciale momenten beleefd. Er was het JADE-project - vele collega’s zullen zich dit herinneren - voor de evaluatie van vak-docentcombinaties, maar ook projecten rond mentoring, de evaluatie van de onderwijsportfolio’s, ... Onderwijs was altijd belangrijk voor mij. Als emeritus zal ik het lesgeven in het eerste jaar van de bachelor missen. Belangrijk voor een academicus zijn ook de externe evaluaties. Voor onderwijs heb ik er drie meegemaakt, voor onderzoek twee. Het Departement Materiaalkunde scoorde altijd uitstekend. Favoriete moment Ik heb de eerste les ‘Thermodynamica’ in de bachelor steeds als heel belangrijk ervaren. Die les bepaalt de kwaliteit van het contact met de betrokken studenten. Ik heb ook altijd heel veel zorg besteed aan het schrijven van goede cursusteksten. Plannen voor het emeritaat Mijn emeritaat is geen vaarwel. Ik heb volgend jaar nog een kleine lesopdracht en blijf voorlopig lid van enkele commissies waarvoor ik de juiste leeftijd en kleur van hoofdhaar heb. Er zal meer tijd zijn voor gezin, familie en vrienden. Voor mezelf meer tijd om te lezen (hoop ik) en te schrijven. Boodschap voor collega’s Geniet van elke dag: voor je het goed en wel beseft staat het emeritaat voor de deur. Observeer de snel evoluerende wereld en werkomgeving en spreek als academicus als het nodig is. Beste emeriti, het ga jullie goed - tot ziens!

13

14

GeniaaL

Datagebaseerde feedback helpt studenten tijdens hun eerste jaar Wanneer eerstejaarsstudenten aan de universiteit hun examenresultaten krijgen en niet voor alle opleidingsonderdelen geslaagd zijn, twijfelen ze soms wat te doen: hun gekozen studierichting voortzetten, stopzetten of een aangepast programma volgen. Bij dat laatste twijfelen ze dan weer welke opleidingsonderdelen ze zouden opnemen. Voor advies bij deze keuzes kunnen ze terecht bij de studieloopbaanbegeleiders van de Dienst Studentenbegeleiding. Deze hielpen hen tot nu toe zo goed als mogelijk op basis van hun ervaring. Ze hadden immers maar beperkt toegang tot informatie over hoe een student zich ten opzichte van de andere studenten positioneerde en hoe studenten het in het verleden gedaan hebben.

SIGRID MAENE

Tinne De Laet, hoofd van de Dienst Studentenbegeleiding Ingenieurswetenschappen - in de volksmond het monitoraat - wil studenten en loopbaanbegeleiders helpen door informatie uit het heden én het verleden overzichtelijk ter beschikking te stellen. In het kader van twee projecten, STELA en ABLE, ontwikkelde ze samen met onderzoekers van LESEC en Computerwetenschappen en met studieloopbaanbegeleiders vier dashboards die de data op een overzichtelijke manier weergeven. Een dashboard is een applicatie die een verzameling van mini-applicaties kan hosten. Een eerste dashboard, REX, geeft feedback aan de studenten op basis van hun examenresultaten. Een tweede dashboard, POS, geeft toekomstige studenten feedback na de ijkingstoets. Een derde dashboard, LASSI, biedt studenten de mogelijkheid zich te positioneren ten opzichte van medestudenten met betrekking tot hun leer- en studeervaardigheden. Deze drie dashboards zijn het resultaat van het onderzoeksproject STELA, een acroniem voor Successful Transition from secondary to higher Education using Learning Analytics. Een vierde dashboard, LISSA, is bedoeld om studieloopbaanbegeleiders te ondersteunen bij een gesprek met een student naar aanleiding van examenresultaten. Het laat zien hoe studenten met gelijkaardige resultaten het in het verleden gedaan hebben. Het LISSAdashboard is het resultaat van het onderzoeksproject ABLE dat staat voor Achieving Benefits of LEarning analytics.

Wat betekent de term ‘Learning Analytics’? Tinne De Laet: Learning Analytics gaat over de verzameling van ‘datasporen’ van studenten en het inzetten van die datasporen om het leerproces of de begeleiding van studenten te verbeteren. De universiteit beschikt over de examenresultaten van voormalige studenten en over hun studievoortgang. Deze gegevens kunnen aan elkaar gelinkt worden. We gebruiken vooral Learning Dashboards die de data op een overzichtelijke en nuttige manier tot bij studenten en studieloopbaanbegeleiders brengen.

Wat was de insteek van de projecten? Tinne De Laet: Het plan was om geen nieuwe informatie te verzamelen, maar om te onderzoeken hoe gegevens die nu al beschikbaar zijn, nuttig kunnen ingezet worden voor onze studenten en loopbaanbegeleiders. Voor het project STELA concentreerden we ons op de noden van de student. De dashboards die uit dit project komen, willen we ter beschikking stellen van de student. Het ABLE-project beoogde een dashboard te maken ter ondersteuning van loopbaanbegeleiders. Daartoe werden de noden van de loopbaanbegeleiders en hun vragen naar data om studenten goed te kunnen adviseren, in kaart gebracht. Het dashboard REX dat via het STELA-onderzoeksproject werd ontwikkeld, gaat over studieresultaten. Het toont in detail de resultaten van een welbepaalde student en geeft weer hoe die zich positioneert ten opzichte van zijn studiegenoten. Deze informatie geeft ook een indicatie van de mogelijke impact op zijn studietraject. Het toont globaal hoe voorgangers met gelijkaardige resultaten het deden. Zo wordt bijvoorbeeld weergegeven hoeveel studiegenoten hun bachelordiploma behaalden zonder vertraging, met een of twee jaar vertraging en hoeveel studenten de studierichting verlieten zonder diploma. Voor toekomstige studenten werd een apart dashboard, POS,

GeniaaL

ontwikkeld dat vóór de start van het academiejaar feedback geeft op basis van hun resultaat op de ijkingstoets.

Ging het enkel over studieresultaten? Tinne De Laet: Neen, een derde dashboard, LASSI, gaat over leer- en studeervaardigheden. We hebben bevragingen gedaan bij eerstejaarsstudenten over de vaardigheden concentratie, tijdsbeheer, teststrategieën, motivatie en faalangst. Bij de eerste bevraging enkele jaren geleden raadden we de studenten aan trainingen te volgen. Nu kunnen we onmiddellijk studentgerichte feedback geven. We tonen studenten hoe hun leervaardigheden zich positioneren ten opzichte van hun jaargenoten. Verder tonen wij aan dat deze vaardigheid belangrijk is door aan te geven hoe hun voorgangers, afhankelijk van hun leer- en studeervaardigheden, gepresteerd hebben in het eerste jaar. Uiteraard geven we tips hoe aan deze vaardigheden kan gewerkt worden en verwijzen we door naar trainingen. We geven enkel actionable feedback, feedback waar studenten mee aan de slag kunnen. Het heeft weinig zin om feedback te geven over factoren waar studenten geen impact op hebben, bv. geslacht. Figuur 1 toont een LASSI-dashboard. Dit dashboard maakt gebruik van een visualisatie. Ieder bolletje stelt een student voor. Onderzoek heeft uitgewezen dat studenten zich meer persoonlijk aangesproken voelen door deze voorstellingswijze dan door een histogram.

Figuur 2. Een voorbeeld van een LISSA-dashboard. Dit helpt een studentenloopbaanbegeleider om samen met een student een studieplanning op te maken.

Vaak zitten studenten met vragen als ‘kan ik best van studierichting veranderen of is het toch nog haalbaar om door te zetten?’ en ‘ik ben deels geslaagd in het eerste jaar; welke opleidingsonderdelen van het tweede jaar kan ik best opnemen?’ Studenten kunnen dan samen met de loopbaanbegeleiders een studieplanning opmaken. Deze dashboards worden nu aangeboden in 26 opleidingen van KU Leuven, waardoor meer dan 4.500 studenten en 114 studentenbegeleiders toegang hebben tot deze data.

‘De visie van KU Leuven is om studenten te versterken in wie ze zijn en ze te loodsen naar iets wat haalbaar is via een datagebaseerde aanpak.’ Tinne De Laet Van deze dashboards werd eerst gebruik gemaakt in de opleiding ingenieurswetenschappen. Daarna werden ze uitgerold naar andere opleidingen, in eerste instantie binnen die van de Groep Wetenschap & Technologie en daarna in de andere groepen van KU Leuven. De dashboards hebben een bescheiden aanpak: het zijn geen voorspellende modellen, ze fungeren als doorgeefluik van data aan studenten. Ze hebben niet de pretentie om een echte ‘kans van slagen’ te geven, studenten kunnen zelf de data interpreteren, al dan niet samen met studieloopbaanbegeleiders.

Ben je tevreden met de resultaten? Figuur 1. Een voorbeeld van een LASSI-dashboard, dat feedback geeft over leeren studeervaardigheden.

Hoe kunnen studieloopbaanbegeleiders met de data werken? Tinne De Laet: ABLE is gericht op studieloopbaanbegeleiders. In interviews hebben zij ons duidelijk gemaakt over welke gegevens zij graag zouden beschikken tijdens een gesprek met een student. In overleg werd een visueel dashboard, LISSA, opgesteld dat de examenresultaten van de studenten toont en via één klik per opleidingsonderdeel weergeeft hoe studenten met een gelijkaardige score het verder deden in hun opleiding.

Tinne De Laet: Zeker. Zowel studenten als studieloopbaanbegeleiders aan KU Leuven zijn erg tevreden met de dashboards. Binnenkort wordt het dashboard LISSA uitgerold in Leiden en worden REX en LASSI geïntroduceerd in Delft. Het was mijn ambitie iets te maken dat werkelijk gebruikt en verder uitgerold werd. Dat is gelukt. Ik ben dus tevreden. Daarnaast is het heel fijn dat deze realisatie het resultaat is van een echte teaminspanning met onderzoekers én studieloopbaanbegeleiders. Dus vergeet niet ook al mijn collega’s te bedanken!

Bij deze, bedankt!

15

16

GeniaaL

GeniaaL

PROFICIAT, AFGESTUDEERDEN VAN 2017-2018! Meer foto’s van de promotieviering van 6 juli 2018 vind je op https://eng.kuleuven.be/media/afb/ evenementen/2018promotieviering/

17

18

GeniaaL

NIEUW: Global Engineering Education Exchange (Global E3) voor ingenieursstudenten KU Leuven Vanaf het academiejaar 2018-2019 gaan voor studenten uit de drie ingenieursfaculteiten van onze universiteit wereldwijd tal van nieuwe deuren open. We mikken op de masterstudenten (1e fase) van de faculteiten Ingenieurswetenschappen (burgerlijk ingenieur) en Bio-ingenieurswetenschappen (bio-ingenieur) en de studenten uit bachelor fase 3 en master fase 1 van de Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen (industrieel ingenieurs). De ‘deuren’ zijn uitwisselingen met meer dan 75 gerenommeerde universiteiten uit alle continenten. Samen maken ze deel uit van het Global Engineering Education Exchange Program (Global E3). Voormalig vicerector Georges Gielen is academisch coördinator van Global E3 aan de KU Leuven. Hij geeft tekst en uitleg.

YVES PERSOONS

‘Sinds dit jaar is KU Leuven - als enige Belgische universiteit nota bene - lid van het Global E3 consortium,’ aldus Georges Gielen. ‘Collega Michiel Steyaert, decaan van de Faculteit Ingenieurswetenschappen, en ikzelf hebben onze schouders onder het project gezet en daarbij alle ingenieursfaculteiten betrokken. Simpel was het niet, als je bedenkt dat alle leden van de selecte club achter Global E3 hun fiat moeten geven voor nieuwe leden.’ ‘Het opzet van Global E3 bestaat erin om ingenieursstudenten meer bepaald undergraduate studenten, bij ons zijn dat studenten tot en met de eerste fase van de master - van de betrokken universiteiten de kans te geven om tijdens hun studies gedurende één of twee semesters kennis alsook internationale ervaring op te doen en zich interculturele vaardigheden eigen te maken aan een buitenlandse universiteit van het consortium. Zo zijn ze gewapend om te excelleren in de internationale technologieen businesswereld van vandaag.’

BUITENKANS Georges Gielen is overtuigd van de kracht van het programma. ‘Dit is werkelijk een buitenkans. Geef toe, bij welke ambitieuze ingenieursstudent gaat bij het horen van namen als Michigan University, Georgia Institute of Technology, University of Illinois in Urbana-Champaign, New York University, Texas Tech geen belletje rinkelen? En dan heb ik het nog niet over de Shanghai Jiaotong University in China, de Hong Kong Polytechnic University, KAIST in Zuid-Korea of enkele universiteiten in Latijns-Amerika of Australië. Global E3 heeft inderdaad zijn naam niet gestolen.’

VRAGEN De eerste vraag die geïnteresseerde studenten zich zullen stellen, is ongetwijfeld ‘hoeveel zal dat kosten?’ Iedereen weet dat bij Amerikaanse universiteiten het inschrijvingsgeld flink kan oplopen. En dan - tweede vraag - hoe zit het met de credits? Moeten deelnemende studenten nog vakken volgen of inhalen als ze terug in Leuven zijn? En - ten slotte - wat zijn de toegangsvoorwaarden? Georges Gielen stelt gerust, maar merkt tegelijk wel op dat een Global E3-programma niet voor iedereen is weggelegd.

ANTWOORDEN De uitwisseling zelf levert volgens Georges Gielen geen grote problemen op. ‘Integendeel. We proberen dit te organiseren zoals voor Erasmus+. Voor elk van de drie ingenieursfaculteiten blijven de eigen regels van toepassing, of het nu om een uitwisseling van één of twee semesters gaat. Aangezien het om topuniversiteiten gaat, verwachten we geen problemen inzake kwaliteit. Cruciale voordelen zijn - en dat is meteen een antwoord op de eerste en tweede vraag - dat er in de ontvangende universiteit geen extra inschrijvingsgeld betaald moet worden en dat de elders verworven credits erkend worden door de faculteit in Leuven, tenminste als die voorafgaand het studieprogramma heeft goedgekeurd.’ ‘Uiteraard zijn er selectiecriteria, zowel aan de KU Leuven als bij Global E3 zelf,’ merkt Georges Gielen op. ‘De allereerste screening van onze kandidaten gebeurt door de faculteit. Die bekijkt of en in welke mate het vakkenpakket gekozen aan de buitenlandse universiteit compatibel is met het onze.

GeniaaL

De studenten worden uiteraard ook verondersteld het Engels prima te beheersen. Global E3 verwacht dan ook dat elke faculteit een voldoende aantal opleidingsonderdelen in het Engels aanbiedt voor binnenkomende studenten. Natuurlijk wordt ook het studieverleden van de kandidaat onder de loep genomen. Eenmaal de faculteit het licht op groen heeft gezet via de interne KU Leuven-selectie, stuurt de student het dossier naar de beoordelingscommissie van Global E3, waar de finale selectie plaatsvindt. Goed om te weten is dat je tot drie universiteiten mag opgeven, in volgorde van voorkeur.’

SUPPLEMENTAIR

‘Maar er is meer,’ voegt Georges Gielen eraan toe. ‘Het Global E3-programma voorziet ook dat studenten ervoor kunnen kiezen om in het buitenland een stage te lopen in een onderzoekslabo of een bedrijf, veeleer dan formele vakken te volgen. Die mogelijkheid kunnen we ook aanbieden aan inkomende studenten en dat verloopt dan net zoals de stages van onze Vlaamse studenten.’ Georges Gielen verwijst ten slotte naar een verre oud-collega aan de KU Leuven. De grote humanist Desiderius Erasmus schreef niet lang na de stichting van de universiteit: ‘Viatores sumus in hoc mundo, not habitationes.’ Ofwel: ‘Reizigers zijn wij in deze wereld, geen sedentairen.’ Welnu, dat geldt nu nog steeds voor wetenschappers, technologen en uiteraard ook voor Global E3-ingenieurs’.

‘Aangezien het om een uitwisselingsprogramma gaat, wordt er van de uitsturende universiteit verwacht dat ze (grosso modo) evenveel MEER INFO EN KANDIDAATSTELLING BIJ: buitenlandse studenten ontvangt. Maar ook daar • FirW: Isabelle Benoit: [email protected] hebben onze faculteiten een • FBIW: Matt Tips: [email protected] vinger in de pap. Ze bekijken • FIIW: Hilde Lauwereys: [email protected] het door de studenten DEADLINES VOOR KANDIDAATSTELLINGEN: gewenste vakkenpakket Contacteer ruim op tijd de programmadirecteur en/of uitwisselingsen de vereiste voorkennis. coördinator van je masteropleiding om je keuze te bespreken. Deze inkomende studenten kunnen ook een beperkt Indicatieve deadlines (de exacte data kunnen jaarlijks lichtjes variëren): aantal keuzevakken uit • intern: 15 februari, Global E3: 1 maart (voor het daaropvolgende 1e andere faculteiten opnemen. semester) Onze universiteit heeft alvast • intern: 15 september, Global E3: 1 oktober (voor het daaropvolgende beslist om jaarlijks tot 16 2e semester) (semester)studenten uit https://eng.kuleuven.be/en/study/internationalisation/exchangete sturen en te ontvangen. erasmus-outsideEU/ge3-global-engineering-education-exchange We starten met acht semesterstudenten in het tweede https://www.iie.org/en/Programs/global-E3/UtilityNav/Program-Application semester van 2018-2019.’

De samenwerking van de ingenieursfaculteiten van de Groep Wetenschap & Technologie heeft geleid tot dit akkoord over globale uitwisseling. Op de foto: Georges Gielen (voormalig vicerector Groep W&T), Michiel Steyaert (decaan Faculteit Ingenieurswetenschappen), Nadine Buys (decaan Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen), Bert Lauwers (decaan Faculteit Industriële Ingenieurswetenschappen).

19

20

GeniaaL

TENTOON_STELLING: uniek FIRW-architectuur Studenten, onderzoekers en personeelsleden van het Departement Architectuur van de Faculteit Ingenieurswetenschappen bevolken al jaren de inspirerende ruimten van het Arenbergkasteel en de Oude Molen. Aangezien deze gebouwen en het kasteelpark als beschermd monument en landschap door het leven gaan, gebeurt het samenleven steeds met respect voor de gebouwde omgeving en het parklandschap. Het afgelopen decennium heeft ons arsenaal aan opleidingen een explosieve groei in studentenaantallen en doctoraatsstudenten gekend, met een nijpend ruimtegebrek en een urgente nood tot aangepaste infrastructuur tot gevolg … Tijd voor een in het oog springende actie!

GUIDO GEENEN, STEFANIE DENS

OPMERKELIJKE CONSTRUCTIE Je kon er niet naast kijken toen je afgelopen zomer via de Celestijnenlaan Heverlee naderde. Ontwerpcoördinatoren prof. ir-arch. Guido Geenen en dr. ir-arch. Stefanie Dens van het Departement Architectuur ontwierpen en bouwden afgelopen juni een stellingconstructie ‘TENTOON_STELLING: firw-arch_atelier’ op de parking aan het Arenbergkasteel. Het terrein is een rechthoekige driehoek met een bruikbare oppervlakte van circa 850 m2.

Deze tijdelijke constructie was een zichtbare tentoonstellingsruimte, een levendig buitenfoyer en terras voor zomeractiviteiten, en een evenementenlocatie voor studenten en personeel: ateliertentoonstelling, personeelsfeest van het departement, en de 5th World Urbanisms, … Extra opbouw- en verhuiswerk naar deze foyer werd door studenten, doctorandi en docenten met de glimlach verricht. Het project was een geslaagde testcase voor een project dat het

Departement Architectuur binnen een aanvaardbare termijn hoopt te realiseren: een hedendaagse atelierruimte met tentoonstellingsmogelijkheden en (studenten)café. Flexibiliteit en duurzaamheid moeten troef zijn in deze nieuwbouw, die prioritair door studenten van het bachelor- en masterprogramma burgerlijk ingenieurarchitect en van de internationale master-na-masterprogramma’s gebruikt zal worden.

EEN MULTIFUNCTIONEEL PROGRAMMA Een eigen atelierruimte is geen overbodige luxe in de derde fase van de bachelor en in de masterjaren, waar complexe en grote ontwerpopgaven aangepaste maquettes en allerhande documenten vereisen. Een ruimte ook waar continu mag gewerkt, geëxperimenteerd en geprutst worden, zonder angst om het erfgoed dat

GeniaaL

constructieproject ‘Onze ontwerpers en onderzoekers hebben alle kennis in huis om een atelier te ontwerpen met een voorbeeldfunctie voor de opleiding, een gebouw dat letterlijk tentoonstelt waartoe burgerlijk ingenieur-architecten in staat zijn, een toonbeeld waarvoor een gebouwd experiment kan staan, een getoonde stelling over dynamische en aanpasbare architectuur, een ingenieus toonbeeld inzake duurzaamheid, kortom een avantgarde gebouw dat meteen tijdloos zal zijn’, stelt professor Guido Geenen. Aan het Departement Architectuur wordt in elk geval gestart met de administratieve procedures en het zoeken naar financiering die nodig is om binnen vijf jaar deze droom te realiseren. De parking aan de Oude Molen is het laatste terrein in de buurt van het Arenbergkasteel waarop kan worden gebouwd en daar drukken we graag onze stempel op …

5th World Urbanisms juni 2018

ons wordt toevertrouwd, te beschadigen. Een atelier met wanden voor projectwerk, bergruimte, grote werktafels en overvloedig bovenlicht! Even noodzakelijk is het creëren van een dynamische en multifunctionele ontmoetings- en tentoonstellingsruimte. Wat in het kasteel wordt gemaakt, blijft vandaag te veel (en te onopgemerkt) in het kasteel. Opendeur- en infodagen of open ateliers moeten steeds van nul worden opgebouwd. De tekenzolders moeten telkens weer worden leeggemaakt aan het eind van elke week omwille van de geschrankte ontwerpzittingen. Dergelijke foyer kan een plaats zijn waar studenten, onderzoekers, docenten en ontwerpbegeleiders elkaar informeel ontmoeten en waar er interactie is tussen de basisopleiding burgerlijk ingenieurarchitect, de master-na-masters en de doctoraatsopleidingen, en waar we onze krachten en ideeën kunnen bundelen met onze collega’s van de Faculteit Architectuur uit Gent en Brussel. Wie weet wordt dit eindelijk een permanente locatie voor onze studentenvereniging Existenz? Atelier en café vormen samen alvast een zeer welkome aanvulling op de bestaande campusprogramma’s, zoals beoogd in het ‘Living Campus’-initiatief van de Dienst Studentenvoorzieningen KU Leuven.

Ateliertentoonstelling juni 2018

VOLGENDE STAPPEN Tijdens het academiejaar 2018-2019 willen de ontwerpbegeleiders een masterstudentenwedstrijd organiseren met als opdracht het ontwerpen van een realistisch gebouw op deze site. Ontwerpstudio’s zullen alvast de concrete vereisten en randvoorwaarden van dit project verkennen.

5th World Urbanisms juni 2018

21

22

GeniaaL

Doctoraat Uncovering the Housing-Resilience Nexus. Social Resilience Cells, Governance Hybridities and (Hetero-) Production of Post-Disaster ‘Egalitarian’ Urbanities. The Case Study of Post-Katrina New Orleans. ANGELIKI PAIDAKAKI

As you set out for Ithaka hope the voyage is a long one, full of adventure, full of discovery Laistrygonians and Cyclops, angry Poseidon—don’t be afraid of them: you’ll never find things like that on your way as long as you keep your thoughts raised high, as long as a rare excitement stirs your spirit and your body.

When I started my PhD, my diagnosis was that the initial stress produced by a natural event is often extended due to long-term unmet housing needs. My antidote to post-disaster socio-spatial ills such as prolonged housing deficits and neighbourhood underinvestment was the concept of social resilience and its positive analytical and action-oriented potentialities. Shying away from previous socially indifferent interpretations of the concept (e.g. a single capacity of a socio-ecological system to resist shock and bounce back or bounce forward in a linear, monodirectional way), my focus was to investigate how different social groups within socio-ecological systems form an environment, posing risks to one another, in terms of unjust oppression of alternative meanings and capacities of resilience. In other words, my interest was to elucidate and give a more socio-spatial and politico-institutional content to the notion of resilience. I applied my socio-political concept of resilience to post-disaster housing systems and drew empirical evidence from the housing reconstruction of post-Katrina New Orleans. Why did New Orleans make such a fascinating case study to uncover this housing-resilience nexus? Because it came with an analytically significant chronological platform - early and late recovery years - which I could use as a mirror to examine how a multiplicity of housing actors emerged, was (re)activated and (re)transformed to influence and (re)direct the recovery trajectories of the city (see figures 1. and 2.). The fact that New Orleans suffered from acute housing deficits both in the immediate aftermath of the Katrina disaster (70% of all occupied housing units were damaged and 4,600 public housing units were demolished) as in the long-run (dramatical increase in housing costs leading to gentrification phenomena and internal displacement) justified the pertinence of this case study even further.

rom the inception of my PhD research in 2012 till its very conclusion, the poem ‘Ithaka’1 has echoed in my mind. The poem talks about the importance of setting high goals in life, because in our efforts to achieve those goals, we expand our knowledge, cultivate our intellect, internalise new experiences, and learn how to face our fears, challenges and opportunities. Ithaka is the purpose people seek in their lives. For researchers, it is the motivation to formulate appropriate questions, find answers to these questions and navigate across undiscovered scientific territories. My Ithaka was the curiosity to understand how, in the face of post-disaster situations, more egalitarian urbanities can be produced.

F

Hope the voyage is a long one. May there be many a summer morning when, with what pleasure, what joy, you come into harbours seen for the first time; ... and may you visit many Egyptian cities to gather stores of knowledge from their scholars Several scholars shed their lights on my research investigation. Frank Moulaert (social innovation and governance), Erik Swyngedouw (political ecology), John Turner (housing studies) and Bob Jessop (state theory) are few among others who shaped my view on the politics of post-disaster resilience and housing recovery. By bringing these scholars’ thoughts into dialogue with each other, the concept of Social Resilience Cells (SRCs) emerged, and became the analytical tool through which resilience was investigated theoretically and empirically in my doctoral research. SRCs were defined as: 1 Ithaka, C.P. Cavafy, Collected Poems. Translated by Edmund Keeley and Philip Sherrard. Edited by George Savidis. Revised Edition. Princeton University Press, 1992

GeniaaL

‘Affordable housing providers or housing policy implementers who mobilize different social practices - discursive and material in their aim to influence both socio-politically and by their housing initiatives the recovery profile of a post-disaster city.’ Three main types of SRCs were identified: (1) ‘pro-growth’ (forprofit real estate developers who inform a pro-growth resilience narrative and shape market-geared political responses to the rebuilding challenge); (2) ‘pro-equity’ (non-profit housing developers who combine affordable housing development with a series of community development initiatives); and (3) ‘pro-comaterializing’ (non-profit housing developers who promote alternative housing tenure systems and the merits of collective building processes) (see figure 3.) Flesh on the skeletons of SRCs was put during a one-year fieldwork in New Orleans when several key informants and practitioners shared their interpretations of the mechanisms and practices affecting the rebuilding profile of the city and eight SRCs opened their doors for short-term ethnographic research. Why is ‘SRCs’ a useful concept? Because it clarifies the heterogeneity of ‘resilience manifestations’ of housing actors involved in reconstruction and, in turn, elevates resilience to a highly politically sensitive, socially transformative process with various bounce forward imaginations and trajectories steered and materialized by a heterogeneity of SRCs. By the use of this new concept, my study has moved the debate away from a social justice approach to the allocation of housing, by building a narrative of ‘resilience equity’ that translates into a just redistribution of resources and cultivation of empowerment across various SRCs who struggle for their right to experiment with reconstruction strategies. As a result, the main argument in my dissertation is that post-disaster egalitarian urbanities can be produced if recovery processes go hand-in-hand with alternative visions of a neo-welfare state, nourishment of the multidirectionality of recovery trajectories, as well as the constant presence, recognition and valorization of SRCs’ catalytic developmental potential in the co-production and hetero-production of neighborhoods and their governance. And if you find her poor, Ithaka won’t have fooled you. Wise as you will have become, so full of experience, you will have understood by then what these Ithakas mean.

When one Ithaka is reached, another one emerges. Building on the knowledge and expertise acquired through my doctoral study, my current post-doctoral research focuses on the recent housing cum refugee crisis in Europe. The overall aim of this new research journey is to cast light on the political and institutional transformative potential of alternative SRCs in response to this double crisis and push the boundaries of knowledge on recovery and resilience by developing new areas of inquiry where the focus is placed on housing provision to displaced populations in new national territories.

REFERENCES Paidakaki, A., & Moulaert, F. (2017). Disaster resilience into which direction(s)? Competing discursive and material practices in post-Katrina New Orleans. Housing, Theory and Society, 1-23.

BIO Angeliki Paidakaki is currently a postdoctoral researcher in the Planning & Development research unit in the Department of Architecture. She received her bachelor degree in Economics from the National and Kapodistrian University of Athens, her master degrees in Environment and Sustainable Development from University College London and in Management of Natural and Human Induced Disasters from the Harokopio University of Athens, and her PhD degree in Architecture from KU Leuven. Her research agenda revolves around the concepts of social resilience, social innovation, multi-level governance, financialization, neo-welfarism and the housing resilience nexus. She does research on areas with sudden and immense housing needs and analyzes post-crisis recovery through inter- and transdisciplinary lenses. She has previous work experience in the policy fields of disaster prevention (European Commission, Directorate-General for European Civil Protection and Humanitarian Aid Operations) and homelessness/housing (FEANTSA/Housing Rights Watch).

23

24

GeniaaL

InsPyro ontsproot aan de Onderzoeksgroep ‘Thermodynamica voor materiaal- en procesontwikkeling’ van het Departement Materiaalkunde, geleid door de professoren Bart Blanpain en Patrick Wollants. HENDRIK VAN BRUSSEL

Spin-off InsPyro: naar optimale metallurgische processen HOE IS INSPYRO ONTSTAAN? Sander Arnout: Rond 2008 werd binnen de onderzoeksgroep actief nagedacht over hoe de aanwezige kennis en expertise in de groep meer dienstbaar kon gemaakt worden voor de bedrijfswereld, in de brede sector van de metallurgie en de materialen. Na enige brainstorming bleek een consultancy-spin-off een geschikte formule. Maar hoe doe je dat? Toen ik in 2009 mijn doctoraat behaalde over de thermodynamica van metallurgische processen sprak het mij aan om in zo’n avontuur te stappen. Els Nagels: Zoiets doe je natuurlijk niet alleen. Ik had mijn doctoraat over stollingsprocessen bij professor Ludo Froyen gemaakt, een domein dat nauw aanleunt bij metallurgie. De ondernemersvonk sloeg over en het stichtingsteam van de nieuwe spin-off met de inspirerende naam InsPyro, was geboren.

worden gebruikt om de kost van materiaalstromen in een plant in kaart te brengen. Bij al deze projecten worden bestaande engineering tools gebruikt, bijvoorbeeld het CFD (Computational Fluid Dynamics)-programma ANSYS-Fluent voor de studie van warmteoverdrachtproblemen, aangevuld met eigen domeinspecifieke software. Het is niet de bedoeling om deze tools als producten op de markt te brengen. Integendeel, zij zijn ons geheim wapen om onze concurrentiepositie veilig te stellen. Begin 2009 is de nv InsPyro van start gegaan met investeringen voornamelijk vanuit de LRD-divisie Materiaalkunde. Voor een start-up die hoofdzakelijk consulting doet, zijn hoge initiële kapitaalinvesteringen niet essentieel. Wij zijn nu een team van vier, allen ingenieurs met onderzoekservaring. Sander is Managing Director en ik Project Director. Wij zoeken goede medewerkers om ons personeelsbestand uit te breiden. Het gaat dus goed met InsPyro.

HOE ZIJN JULLIE VAN START GEGAAN? Sander en Els: Door de crisis die in 2008 ook toesloeg in de staalindustrie, werd ons aanvankelijk opzet om ons tot modelleren van processen in de staalindustrie te beperken, in de kiem gesmoord. Wij breidden vrij vlug onze horizon uit naar de non-ferrosector. Door het groeiend belang van recyclage in een circulaire economie wordt procesmodellering steeds belangrijker om aan processturing te doen. De studie van het chemisch, thermisch en fysisch gedrag van het recyclageproces van verschillende materialen vergt een aparte benadering. Ook bij de verhoging van de productiecapaciteit - bijvoorbeeld van 200.000 tot 400.000 ton per jaar - helpen procesmodellen om dit onder controle te krijgen. Het is namelijk niet zo evident om metingen en controles uit te voeren in smeltovens. Engineering tools voor het opstellen van flow sheets van volledige productieomgevingen

VOOR WIE WERKEN JULLIE? Sander en Els: Niet voor de grote jongens zoals ArcelorMittal en Umicore, wat u misschien had gedacht. Zij hebben hun eigen onderzoekslabs. Voor hen zijn wij eerder concurrenten. Wij werken voor de middelgrote spelers uit de staal-, lood-, koperen zinkindustrie. Daarnaast komt er ook wel wat metallurgisch inzicht van pas bij gieterijen, mijnbouw, de bouwmateriaalsector (isolatie) en (thermische) apparatenbouw. Deze bedrijven hebben niet de middelen om er dure onderzoeksteams op na te houden en zijn dus goed geholpen met onze dienstverlening. Een tweede belangrijk deel van onze activiteit is het verzorgen van lessencycli, met als voornaamste doel onze klanten in staat

GeniaaL

te stellen de rapporten die zij bij ons besteld hebben, beter te begrijpen en er het maximum uit te halen voor het verbeteren van hun processen. Deze cursussen genieten internationaal weerklank, met deelnemers uit heel Europa en af en toe zelfs daarbuiten.

WAT WAREN JULLIE VOORNAAMSTE PROBLEMEN BIJ DE START? Sander: In het begin hebben wij veel hulp gekregen van Johan Van den Bossche van SO Kwadraat, actief in de begeleiding van high-tech pre-starters, en van LRD. Het is vooral een kwestie van je te ‘verkopen’ nog voor je adelbrieven kunt voorleggen. Een door IWT gesteunde haalbaarheidsstudie heeft ons met onze neus op de feiten gedrukt en aangetoond dat technische kennis niet voldoende is. Wij moesten bewijzen dat wij, met de door ons ontwikkelde tools en onze achtergrondkennis, in staat waren de problemen die de bedrijven ons stelden, op te lossen. Gradueel hebben wij in de negen jaar van ons bestaan onze plaats veroverd, ook omdat onze benadering en ons productaanbod tamelijk uniek zijn in de markt. Ons klantenbestand is zeer gevarieerd en internationaal. Kijk maar eens op www.inspyro.be.

WAT IS JULLIE STRATEGIE VOOR TOEKOMST? Sander en Els: Wij willen een kritische massa uitbouwen door langzaam te groeien. Het aantrekken van een witte raaf, een ingenieur met een stevige technische kennis gecombineerd met goed ontwikkelde verkoopstalenten, is een eerste prioriteit. Wij kijken ook in de richting van de Industrie 4.0 hype, niet omdat het een hype is, maar omdat de digitalisering van de productieprocessen, ook in de metallurgie, cruciaal is om de robuustheid, de uitbreidbaarheid, de betrouwbaarheid, de voorspelbaarheid en de performantie van de productiesystemen veilig te stellen en te verhogen. Het concept van Digital Twin, de digitale kopie van het productieproces, als ‘single source of truth’ op elk ogenblik, staat hierbij centraal. Dit willen wij uitwerken voor metallurgische processen. Daarnaast proberen we onze tools ook voor de maakindustrie buiten de metallurgie toe te passen bijvoorbeeld in de chemische sector of in de voedingsindustrie. Enkele eerste projecten bevinden zich nu in de uitvoeringsfase.

EEN LAATSTE VERZUCHTING? Sander: Er mogen wel wat meer vrouwelijke ondernemers in technologie zijn.

Els: Meer ingenieurs zouden moeten ondernemen. Het geeft onwaarschijnlijk veel voldoening om te doen wat je leuk vindt en waar je goed in bent.

EPILOOG Het helemaal eens met beiden verlaat ik de eerste verdieping, die als een kloostergang oogt en waar een gewijde studieuze sfeer hangt, van het I&I (Innovatie- en Incubatiecentrum) aan de Kapeldreef in Heverlee. Het bord aan de ingang met 28 namen van de daar gevestigde incuberende bedrijven ondersteunt de ranking van KU Leuven als meest innovatieve Europese universiteit. KU Leuven innoveert!

25

26

GeniaaL

Nalatenschap van professor Theo Van der Waeteren

O

p een goede dag werd de geklasseerde oprijlaan van het kasteel geblokkeerd door een bijzonder uit de kluiten gewassen betontransport, dat zich tot eenieders verwondering naar het Theokot begaf. VTK had dat besteld. Met de hulp van familie en vrienden werd op één weekend het Theokot opgebroken en voorzien van een stevige betonnen vloer. Dat gebeurde zonder medeweten van de Technische Diensten van KU Leuven. Professor Van der Waeteren zat in het complot. Je kan begrijpen dat er achteraf overleg nodig was om de plooien met de Technische Diensten glad te strijken. Theo Van der Waeteren liet de ingenieursopleiding zorgvuldig uitgewerkte cursussen na. Als geboren didacticus verzorgde hij zeer graag oefenzittingen. Het welzijn van de student was belangrijk voor hem. Zo zette hij zijn schouders onder het VELO-project waardoor gestolen fietsen getraceerd konden worden. Maar Theo deed nog veel meer ‘goede werken’, tot ver buiten de universiteit, zo blijkt. Een getuigenis van Michel Grobben, pater Salvatoriaan in Venezuela, en zijn broer Fons, alsook van Rufin Lauwers, jarenlang trouwe medewerker in het labo van het Thermotechnisch Instituut.

Michel Grobben: Zelf werk ik al tientallen jaren in de barrio Catia in Venezuela. In het begin werden we goed geholpen door Duitse dokters, die hun vakantie opofferden om bij ons te komen werken. Om de zes weken was er aflossing van de wacht. Het was aangenaam samenwerken. Maar na een tijdje groeide de vrees om ontvoerd te worden omdat voor het vrijkopen zeer hoge losgelden werden geëist. Veel veranderde toen Chaves aan het bewind kwam. De toestand verslechterde en hij besloot samen te werken met Cuba. Je weet wel: het programma ‘Olie voor Dokters’. In elke barrio kwamen kleine gebouwtjes waar Cubaanse dokters consultaties hielden. Maar veel enthousiasme was er niet, de Cubanen kwamen tegen hun zin. De enige compensatie die zij kregen, was dat ze na enige tijd een bromfiets of een tv mochten overbrengen naar Cuba. Cuba zelf werd er beter van want de oliebevoorrading bleef verzekerd zolang Chaves aan de macht was. De Duitse dokters besloten zich terug te trekken want er waren nu Cubaanse dokters. Ze trokken naar gebieden waar er een tekort aan dokters was, o.a. Nicaragua. Wij konden geen

GeniaaL

We - vooral de jongere generatie burgerlijk ingenieurs - kennen professor Theo Van der Waeteren zeker van het ‘Theokot’. Het ‘Theokot’, het kantoor van zijn voorganger professor Albert Coppens, is er met medeweten en medewerking van professor Van der Waeteren gekomen. Hij hield van VTK.

ARNO BOSSAERT, YVAN VERBAKEL

medicatie meer vinden en hebben onze apotheek moeten sluiten. Wat nu nog een beetje werkt is de X-stralenapparatuur. De tandartsen zijn gebleven. Wij gingen bij het Ministerie van Volksgezondheid aankloppen om wat te doen voor de armen. Velen woonden in aarden hutten. Het principe was: de familie helpt mee aan de bouw van een vloer, een dak, sanitaire voorzieningen en een beetje verlichting. En toen kwam professor Van der Waeteren samen met mijn broer op bezoek. Professor Van der Waeteren werd aangegrepen door de armoede, maar vooral door de veerkracht van de bewoners. Hij sloeg onmiddellijk de hand aan de ploeg en begon beton te maken om vloeren te leggen en bouwde daken en legde elektriciteit als een beslagen stielman. Ik zocht telkens voor hem een knus hotelletje, maar hij ging in de barrio op zoek naar een meer rudimentair verblijf, vergelijkbaar met wat de mensen daar kenden. Elk jaar keerde hij weer om de noden te detecteren en te helpen waar hij kon. Als hij er was, was het feest in de barrio. Het was genieten geblazen: hij met zijn mondmuziekske en onze mensen met alle mogelijke instrumenten. Bij zijn overlijden was het voor mij een grote verrassing dat ik in zijn nalatenschap opgenomen werd. Zo kon ik dit project en het gezondheidscentrum nog enige tijd verder zetten.

Telkens als ik in België ben, ga ik samen met mijn broer naar zijn graf in Zwijndrecht. Zoals wij hem beloofd hebben, gaan we er dan ook ‘ene drinken’. En ook daar worden wij nog verrast. Zo spendeerde hij uren, neen dagen, aan de restauratie van het orgel in Zwijndrecht; het moest juist klinken. Professor Van der Waeteren stond er ook op dat er een opvoedingsproject opgestart werd met kleine schooltjes. Hieraan werden middelen uit zijn nalatenschap besteed. De toestand in Venezuela mag hopeloos lijken. Op dit ogenblik is een euro vijf miljoen bolivar waard. Vijf jaar geleden was dat nog 35 bolivar. De mensen verdienen er nu € 0,89 per maand! Maar laten wij toch de hoop niet verliezen. Steun voor het gezondheidsproject in Venezuela is welkom. Giften kunnen steeds op IBAN BE69 735001493178 op naam van het provincialaat van de Salvatorianen t.a.v. Michel Grobben.

27

28

GeniaaL

Onze ‘peer’ stond altijd langs de Dijle Velen gaan er achteloos aan voorbij, aan dit oude - tot voor kort nog verroeste - toestel naast het Departement Materiaalkunde. Sommigen stellen zich zelfs de vraag wat deze ‘betonmolen’ in het Arenbergpark doet. En nog minder mensen weten dat dit toestel in het Nederlands omwille van zijn fruitvorm ooit een ‘peer’ genoemd werd.

ETIENNE AERNOUDT

Dit toestel is in feite een ‘gieterijconvertor’, een stuk industrieel erfgoed uit de staalindustrie met een boeiende honderdjarige geschiedenis. Het stond levenslang ingebed in de vallei van de Dijle. In de gemeente Court-Saint-Etienne in Waals-Brabant, vlakbij de plaats waar de Thylebeek zich in de Dijlerivier gooit, werd in 1847 een bedrijf opgericht voor de productie van geëmailleerd ijzer en een smidse voor de productie van assen voor treinwagons en treinwielen. De verkoop floreerde, dankzij de aanleg - in 1843 -

van de spoorlijn tussen de koolmijnen van Charleroi en de haven van Antwerpen. De gieterij en de smidse waren eigendom van graaf Goblet-d’Alviella, die vlug inzag dat alleen een metaalkundig ingenieur de toekomst van zijn industrie kon verzekeren. Dit werd Emile Henricot, afkomstig uit Luik, die zó goed was, dat hij in 1885 zelf eigenaar werd van het bedrijf. Dit werd het begin van vier succesvolle generaties ‘Usines Emile Henricot’. Het bedrijf kreeg wereldfaam om de kwaliteit van zijn giet- en smeedijzer en specialiseerde zich in de productie van treinwagons voor olietransport. Henricot stond open voor vernieuwing en zag zeer vlug in dat een overstap naar de massaproductie van smeedijzer mogelijk was door al in 1897 een aantal Bessemer-convertoren te kopen. Met deze voorlopers van de Thomas-convertoren was het mogelijk om ruwijzer uit de hoogoven te bevrijden van koolstof en andere onzuiverheden door onderaan de peer lucht doorheen het vloeibaar metaal te sturen. Zo kon ruwijzer tot de gewenste samenstelling en zelfs tot smeedijzer omgevormd worden. Later volgden elektrische ovens en een walstrein voor speciale staalsoorten zoals roestvast staal. De Henricot-gietstaalsoorten werden een succes.

GeniaaL

De Usines Emile Henricot breidden uit tot een bedrijf met circa 2.500 werknemers en een productie van 25.000 ton staal, waarvan 70% voor de uitvoer. Zij produceerden de caissons voor de eerste tunnel onder de Schelde en in 1945 de bekende bathyscaaf (een speciaal voor diepzeeonderzoek gebouwde onderzeeboot, n.v.d.r.) van professor Picard. Vanaf 1958 ging de aandacht naar de opkomende nucleaire industrie ... maar daarna (en misschien ook daardoor?) daalde de competitiviteit gestaag en het bedrijf werd gesloten in 1984. (ref.: http://patrimoine-stephanois.be) Op vraag van professor André Deruyttere werd bij de ontmanteling van het bedrijf één Bessemer-gieterijconvertor als historisch erfgoed van Court-Saint-Etienne naar het Arenbergpark overgebracht, waar het gelukkig is omdat het nog steeds de Dijle in zijn nabijheid weet. Zoals erop te lezen staat was deze convertor bij Henricot in gebruik van 1897 tot 1973. Hoogstwaarschijnlijk heeft professor Deruyttere bij dit initiatief met heimwee teruggedacht aan zijn doctoraatsperiode aan de Universiteit van Sheffield, waar ook een Bessemer-convertor als industrieel erfgoed te bewonderen is. De ‘peer’ van het Departement Materiaalkunde is hoogwaardig industrieel erfgoed; er zouden in de wereld nog maar drie Bessemer-convertoren te bewonderen zijn. Waar de derde staat is niet geweten, ook in Sheffield niet.

HENRY BESSEMER (1813-1898) The invention of this process in 1856 by Henry Bessemer allowed large quantities of iron to be easily converted to steel for the first time and Sheffield became the world centre of mass steel production. Before this process was developed steel production was measured in pounds per week, but with the new process seven tons of steel could be made in 30 minutes.

Oude Bessemer-convertor bij de Metallurgy division van de Universiteit van Sheffield, waar professor Deruyttere zijn doctoraat behaalde. www.simt.co.uk/kelham-island-museum/what-to-see/outdoor-collection/ bessemer-converter

29

30

GeniaaL

Binnenkort gezellig zitten aan de gedempte vijverarm naast de departementen Burgerlijke Bouwkunde en Materiaalkunde PATRICK WOLLANTS

oen in juli 2012 bij graafwerken aan de achterzijde van het gebouw Vormgeving en Testen van het Departement Materiaalkunde allerlei rommel naar boven kwam, zoals oude vaten voor chemicaliën, inert bouwpuin, mogelijk lokaal ook asbest, werden de werken stilgelegd en werd een bodemsaneringsdeskundige aangesteld. Tussen de twee rijen platanen was er vroeger een vijverarm, te vergelijken met de vijverarm die parallel met de Dijle loopt. Deze vijverarm werd in de loop der jaren volledig gedempt met divers afval. Tot juli 2014 werd het grondwater gemonitord en werden de verontreinigingen beter in kaart gebracht. Sanering bleek noodzakelijk te zijn. In de loop van de jaren 2015 en 2016 werd het bodemsaneringsproject opgemaakt. Er werd gekozen voor een duurzaam herstel en volledig afgraven van de verontreinigde grond.

T

Belangrijke randvoorwaarden hierbij waren het openleggen en herstellen van de historische vijverarm tussen de twee rijen platanen, met behoud van de uiterst waardevolle platanen en het aanleggen van een nieuw fietspad aan de achterkant van de gebouwen Burgerlijke Bouwkunde, Thermotechnisch Instituut en Materiaalkunde om zo deze zone te ontsluiten voor fietsers en voetgangers. Het fietspad zou aan de overzijde van de Celestijnenlaan aansluiten op het bestaande pad naar de Campusbibliotheek. De zone tussen het hoofdgebouw van Materiaalkunde en Bouwkunde zou dan een uitsluitend logistieke functie krijgen. De standplaatsen voor fietsen zouden meteen uitgebreid en geoptimaliseerd worden. Uiteindelijk werd ook de straalmotor in het Thermotechnisch instituut niet vergeten: een waterbassin zou geïntegreerd worden in het bovenste plateau van een trappenpartij die afdaalt naar de nieuwe vijver. Na de aanbesteding van de werken in juli 2017 kon de gefaseerde uitvoering van sanering en herinrichting starten. Voor de start van de afgraving moesten in het najaar 2017 eerst nog de kronen van de monumentale platanen gesnoeid worden om eventuele beschadiging van het wortelstelsel tijdens de graafwerken te compenseren. De werken naderen nu stilaan hun voltooiing met het herstel van de voor het werfverkeer gedeeltelijk uitgebroken muur aan de kant van de Celestijnenlaan. Zo is een voordien volledig verwaarloosd en vervuild stuk van het Kasteelpark Arenberg zeer attractief geworden. Het loont zeker de moeite eens te komen kijken. Voorlopig staan er nog enkele werfhekken, maar dat zal niet lang meer duren. Het fietspad en de fietsstallingen zijn zo goed als klaar, de statige platanen boorden weer een mooie vijverarm af. Nu nog wat visjes, eenden en waterplanten en de trappen naar de vijver toe worden een idyllische omgeving voor warme zomeravonden. Tenminste, zolang de straalmotor niet draait.

GeniaaL

VTK-Preses: State of the Union

Benjamin Gui, Stijn Wierinckx, Vincent Tombeur, Kobe Vanassen, Julie Van Simaeys (liggend)

Beste professoren, beste alumni, beste studenten De zomer loopt langzaamaan op zijn laatste benen. Na drie maanden eenzaamheid, leegstand en speelstraten wordt de Miss World aller studentensteden weer herenigd met haar favoriete minnaar: de student. Bruingebrand door de jaarlijkse reis met de grootouders naar Benidorm of na een trip in eigen land tijdens deze recordzomer is hij weer uitgerust en klaar om de komende negen maanden een fantastisch vervolg te breien aan hun romance. Ook de studentenvereniging keek reikhalzend uit naar 24 september. Vorig semester wisten we de studenten nog te overtuigen met onze standpunten en ons enthousiasme tijdens de kiesweek. Met een nieuwe frisse en creatieve garde aan het bestuur van VTK zijn we klaar om te reflecteren over onze dagelijkse werking, verbeterpunten te zoeken en nieuwe initiatieven te lanceren. De zomer was voor ons dan ook dé periode om onze beloftes waar te maken en in concrete plannen te gieten voor het volgende academiejaar. Onze focuspunten voor dit academiejaar zijn in te delen in twee belangrijke pijlers. Eerst en vooral willen we een VTK dat er staat voor alle studenten van de faculteit en een steun voor hen is in alle aspecten van het studentenleven. Zo zetten we ons dit jaar extra in voor het onthaal van de eerstejaars en proberen we door het uitbreiden van de internationaalwerking de internationals extra bij te staan bij hun overstap naar de KU Leuven. Vorig academiejaar lanceerden we het pilootproject PAL (Peer Assisted Learning) waarbij oudere studenten samen met de Dienst

Studentenbegeleiding (het monitoraat) de handen in elkaar sloegen om de eerstejaars te begeleiden in de verwerking van mechanica. Met ons standpunt ‘PAL overal’ proberen we dit jaar de positieve resultaten van het project door te trekken naar andere vakken en naar een nog groter doelpubliek. Als tweede pijler willen we een VTK waar de studenten fier op zijn en dat er op grote momenten staat. Al vele jaren organiseren we zo een van de grootste jobbeurzen in België waar honderden studenten een job vinden en een fantastisch galabal waar menig alumnus en student de beentjes kan strekken. Dit jaar reikt onze ambitie nog verder: afgelopen zomer hebben we met VTK werk gemaakt van de verbouwing van onze eigen broodjesbar, het Theokot. Vanaf dit jaar verkopen wij onze zelf belegde broodjes. Voortaan kunnen wij alle studenten voorzien van een verse en lekkere lunch tegen democratische prijzen. Tot slot, voor wie het zich afvraagt: na onze overwinning op de 24u-loop vorig jaar is onze honger nog niet gestild. Ook dit jaar zal VTK zich weer helemaal smijten om de beker in eigen rangen te houden. U leest het goed, we staan vol enthousiasme klaar om er dit academiejaar een topjaar van te maken. Hopelijk zien we jou dit jaar terug op een van onze activiteiten om het liefdesspel tussen Leuven en haar studenten mee te beleven.

VINCENT TOMBEUR, PRESES VTK 2018-2019

31

VTK - PRESIDIUM 2018-2019 Bovenste rij: Victor Verhaert, Bart Coomans, Mathias Born, Sebastiaan Milis, Ruben Duwaerts, Sanne Burgers, Kasper Daemen, Belian Callaerts, Joost Jennen, Jilmen Quintiens, Ben Fidlers, Ruben Opsommer, Matthias Swiggers, Han De Wachter, Simon Tullen, Arne De Laender. Tweede rij (een beetje moeilijk om de rij door te trekken): Collin de Boodt, Matthias Demaerschalk, Joris Hirtum, Katrien Eerlingen, Mathijs DomThomas De Smedt, Cyriel Van Daele, Maarten Meersschaut, Frederik Mertens, Lukas Vanpoucke, Helena Derwae, Stijn De Smedt, Gitte Van Orshoven, Jonas Globevnik, Laurens Dierckx, Victor Seynaeve, Wouter Moors, Viktor Coen (inmiddels niet meer in praesidium), Robbe Geunes, Tom Vandamme, Kobe Van den Bruel.

Derde rij: Charlotte Van De Mieroop, Brenda Van Regenmortel, Emma Stalmans, Sarah Muys, Joke Claeys, Alicia Van der Stighelen, Myrte Barthels, Yanna Brenders, Julie Van Simaeys, Daphne Certyn, Justine Delbeke, Marte Biesmans, Klaas Collin, Stijn Wierinckx, Jaspreet Singh Hardeep, Constantijn Martens, Joost De Nys, Sybren Van Hasselt. Vierde rij: Arno Roelants, Lennart Carmans, Thibaut Winters, Abraham Belderbos, Jasper Daniels, Frits Dhaenens, Kobe Vanassen, Loic Van Hoeserlande, Jarrit Thys, Kristof Van Cappellen, Rik Wouters, Vincent Tombeur, Benjamin Gui.

COLOFON ‘GeniaaL’ is een tijdschrift van de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Alumni Ingenieurs KU Leuven, met bijdragen van medewerkers van de faculteit, alumni en studenten. ‘GeniaaL’ verschijnt viermaal per jaar: in januari, april, juli en oktober.

verantwoordelijke uitgever: Michiel Steyaert redactie: Adhemar Bultheel, Annemie Caproens, Jelle De Borger, Elke Kalokerinos, Sigrid Maene, David Maes, Liliane Pintelon, Sofie Pollin, Michiel Steyaert, Hendrik Van Brussel, Yvan Verbakel, Yves Willems, Patrick Wollants, VTK-Communicatie

redactieadres: GeniaaL Faculteit Ingenieurswetenschappen Jelle De Borger Kasteelpark Arenberg 1 bus 2200 3001 HEVERLEE tel. + 32 16 32 16 89 fax + 32 16 32 19 82 [email protected] www.eng.kuleuven.be

drukwerk: Van der Poorten NV Diestsesteenweg 624 3010 KESSEL-LO tel. + 32 16 35 91 50

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.