vwo. I I


1 WISMON WisTaal I Natuurkunde vaktaal WisMon WisTaal havo/vwo theorie & opgaven I I Natuurkunde vaktaal2 WisTaal - Natuurkunde Natuurkunde vakt...
Author:  Christina de Haan

0 downloads 103 Views 4MB Size

Recommend Documents


No documents


INKIJKEXEMPLAAR

WISMON WisTaal I Natuurkunde vaktaal

WisMon WisTaal

havo/vwo

theorie & opgaven

www.wismon.nl I 030-737 0348 I [email protected]

Natuurkunde vaktaal

INKIJKEXEMPLAAR

WisTaal - Natuurkunde Natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

1

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal

Tweede druk Auteur: Vera van Westerlaak Uitgever: WisMon bèta-onderwijsinstituut, Lucasbolwerk 15, Utrecht, 2018

2

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

INKIJKEXEMPLAAR

Inhoudsopgave Introductie 7 . Opbouw 7 Legenda 7

1. De vraag begrijpen

9 .

1.1 Slim lezen 9 1.2 Methoden 12 1.3 Binas 13

2. Schooltaal 16 2.1 Rekenvaardigheden 16 2.2 Experiment 19 2.3 Natuurkundige verschijnselen 20

6. Licht 40 6.1 Algemeen 40 6.2 Constructietekening 41 6.3 Straling 43

7. Geluid 45

3. Materie 23

8. Kracht en beweging

3.1 Eigenschappen van stoffen 23 3.2 Moleculen 26

8.1 Kracht 48 8.2 Beweging 49

4. Energie 30 4.1 Algemeen 30 4.2 Duurzaamheid 33

48

9. Ruimte 52

5. Elektriciteit 35

Uitwerkingen 56

5.1 Algemeen 35 5.2 Schakeling 36 5.3 Duurzaamheid 38

Register 87 Woordenboek 89

3

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal

Introductie Welkom bij de WisMon WisTaal - natuurkunde vaktaal. WisTaal ondersteunt je bij het maken van jouw natuurkunde. De vaktaal van de natuurkunde staat in dit boek centraal. De belangrijkste natuurkundige begrippen van de havo/vwo onderbouwstof komen aan bod. De vaktaal van de wiskunde wordt niet behandeld, deze wordt als voorkennis verondersteld. Kennis over de vaktaal van wiskunde kan je opdoen d.m.v. het volgen van wiskundeonderwijs of het boek 'WisMon WisTaal: wiskunde vaktaal voor anderstaligen'.

Ga je natuurkundelessen volgen op havo/vwo niveau van de bovenbouw en wil je je goed voorbereiden op het taalniveau? >> gebruik de WisTaal als voorbereiding Volg je natuurkundelessen in de onderbouw, maar merk je dat de vaktaal nog lastig is voor jou? >> gebruik de WisTaal als ondersteuning Beheers je de vaktaal over het algemeen goed, maar heb je af en toe nog wat moeite met begrippen? >> gebruik de WisTaal als naslagwerk

WisTaal - opbouw

• Hoofdstukken/paragrafen De WisTaal is opgebouwd uit hoofdstukken en paragrafen. Een paragraaf bestaat uit korte stukken theorie en bijbehorende opgaven.

• Antwoorden Controleer je antwoorden op de opgaven achterin het boek.

• Doelen Elk hoofdstuk begint met haar doelen. Dit is wat je aan het einde van het hoofdstuk zou moeten kunnen.

• Register In de begrippenlijst staan alle belangrijke begrippen van dit boek met de bijbehorende paginanummer.

• Samengevat Samengevat aan het einde van elk hoofdstuk is een samenvatting waarbij je ontbrekende woorden in moet vullen.

• Woordenboek Noteer de woorden die je nog moeilijk vindt in het woordenboek achterin.

4

WisTaal als voorbereiding

WisTaal als ondersteuning

WisTaal als naslagwerk

Werk de WisTaal helemaal door.

Behandel de hoofdstukken die bij jouw boek passen.

Behandel alleen de onderwerpen die je lastig vindt.

Lees de theorie en maak de bijbehorende opgaven.

Lees de theorie en maak de bijbehorende opgaven.

Zoek de begrippen die je moeilijk vindt op in het register.

Controleer met samengevat of je de stof beheerst.

Controleer met samengevat of je de stof beheerst.

Lees de theorie en maak eventueel de opgaven.

INKIJKEXEMPLAAR

Legenda

Hoofdstukdoelen Elk hoofstuk begint met haar doelen. Hier lees je wat je na dat hoofdstuk zou moeten kennen/kunnen. Voorbeeld In de theorie vind je veel voorbeelden. Dit zijn voorbeelden van begrippen uitgelegd in de theorie. Taalweetje In de theorie vind je taalweetjes. Dit zijn interessante feitjes over begrippen in de dagelijkse taal. Duo opgave Opgaven met een duo icoont zijn om samen te maken. Werk bijvoorbeeld samen met een klasgenoot. Spraak-opgave Opgaven met een spraak icoon gaan om de uitspraak. In deze opgaven oefen je met de uitspraak. Spel Opgaven met een spel icoon hebben een spelelement. Hier oefen je op een leuke manier met de stof. Audio Bij sommige theorie en opgaven zijn er audiofragmenten. Luister de fragementen online.

“”

Uitspraak In de theorie vind je aanhalingstekens. Deze tekens geven aan hoe je iets uitspreekt.

5

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 1 - De vraag begrijpen

1. De vraag begrijpen Doelen Aan het einde van dit hoofdstuk....

Slim lezen: haal je snel belangrijke informatie uit een tekst. Methoden: weet je wat er precies van je gevraagd wordt bij natuurkundeopgaven. Binas: zoek je handig dingen op in de Binas.

1.1 Slim lezen In een natuurkunde opgave kan veel tekst staan. Je hoeft vaak niet alle tekst te begrijpen om de opgave te kunnen oplossen.

In het stappenplan hieronder staat hoe je een opgave met veel tekst het beste aanpakt.

1

2

Lees

Zoek de info

de opdracht

jouw antwoord

Noteer wat je moet doen en welke info je nodig hebt.

Zoek de info op in de tekst, figuren en/of Binas

Is het een antwoord op de vraag?

Let op: Wat betekenen de letters en formules in de vraag?

Let op: Wat betekenen de gevonden letters en formules?

Bedenk telkens wat je doet en waar je naartoe wilt.

de vraag

3 Maak

4 Check

Staat het in de goede vorm?

9

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal Voorbeeld Bekijk onderstaande opgave uit een vmbo TL examen. Hieronder en op de volgende pagina vind je een voorbeeld van hoe deze opgave met bovenstaand stappenplan uitgewerkt kan worden.

Uitwerking

10

Stap 1 - Lees de vraag en noteer wat je moet doen Tijd onderweg = afgelegde afstand/geluidssnelheid. Nodig: afgelegde afstand en geluidssnelheid. ..................................................................................................................

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 1 - De vraag begrijpen

Stap 2 - Zoek de info Geluidssnelheid = 340 m/s. Afgelegde afstand = 1m36cm x 2 (zenden + ontvangen). .................................................................................................................. m/s = meter per seconde. m = meter. cm = centimeter. ..................................................................................................................

Stap 3 - Maak de opdracht Tijd onderweg = afgelegde afstand/geluidssnelheid = (1.36x2)/340 = 0,008 seconden. ................................................................................................................

Stap 4 - Check je antwoord 0,008 seconden noteer je als 8,0x10-3 seconden. ................................................................................................................

Opgave 1 Gebruik het stappenplan om de onderstaande vraag uit een HAVO examen te beantwoorden.

11

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal

Maak de opgave op de vorige pagina volgens het stappenplan.

Stap 1 - Lees de vraag en noteer wat je moet doen

..................................................................................................... ..................................................................................................... Stap 2 - Zoek de info

..................................................................................................... ..................................................................................................... Stap 3 - Maak de opdracht

..................................................................................................... ..................................................................................................... Stap 4 - Check je antwoord

..................................................................................................... .....................................................................................................

Opgave 2

12

Kies samen met een klasgenoot een opgave uit je natuurkundeboek met veel tekst. Maak beide apart de opgave en gebruik hierbij het stappenplan. Bespreek daarna met z'n tweeën de volgende vragen. Leg in je eigen woorden uit hoe jij de vraag hebt aangepakt.

..................................................................................................... ..................................................................................................... Leg uit hoe je klasgenoot de vraag heeft aangepakt.

..................................................................................................... ..................................................................................................... Zijn er verschillen en/of overeenkomsten tussen jullie aanpak en zo ja welke?

..................................................................................................... .....................................................................................................

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 1 - De vraag begrijpen

1.2 Instructietaal In een natuurkunde opgave kunnen verschillende dingen gevraagd worden. Met andere woorden, er bestaan verschillende methoden.

Hieronder vind je clusters van methoden waarbij je ongeveer hetzelfde moet doen.

1

leg uit leg uit waardoor geef een verklaring geef een redenatie geef een argument beschrijf

5 leg uit waarom verklaar beredeneer leg je redenatie uit beargumenteer

wat is het verband tussen (...) en (...)

hoe hangt (...) samen met (...)

hoe hangt (...) af van (...)

welke invloed heeft (...) op (...)

waarom is (...) een oorzaak van (...)

waarom is (...) het gevolg van (...)

wat betekent (...) voor (...)

2

stel een formule op leid af geef de vergelijking

laat zien

A 6

toon aan geef aan of de bewering juist of onjuist is

3 construeer

teken nauwkeurig

geef aan of wel of niet aan de voorwaarden voldaan is

geef aan of de verklaring juist of onjuist is

7

4 bepaal

?

B

lees af

schets geef een schatting

schat

13

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal

Opgave 3 Bedenk nu zelf: wat moet je doen bij elk cluster? Vul de omschrijvingen in op de stippellijnen.

1. .................................................................................................. 2. .................................................................................................. 3. .................................................................................................. 4. .................................................................................................. 5. .................................................................................................. 6. .................................................................................................. 7. ..................................................................................................

Opgave 4 Blader samen het natuurkundeboek door en ga op zoek naar andere methoden dan hierboven genoemd zijn. Welke andere methoden kwam je tegen in het boek?

........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... Wat moet je bij deze methoden doen? Overleg dit samen en noteer het hieronder.

........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... ...........................................................................................................

Opgave 5

14

Luister naar het fragment en vul in welke clusters er omschreven worden

1. ...................................... 2. ...................................... 3. ...................................... 4. ......................................

5. ..................................... 6. ..................................... 7. .....................................

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal

Samenvatting Dictee

Luister naar het fragment en vul de begrippen op de juiste plaats in.

1. ...................................... 2. ...................................... 3. ...................................... 4. ...................................... 5. ...................................... 6. ...................................... 7. ...................................... 8. ......................................

9. ................................. 10. ................................. 11. ................................. 12. ................................. 13. ................................. 14. ................................. 15. .................................

Puzzel

1.1

1.3

1.2

16

Vul de kruiswoordpuzzel in. Je kunt kiezen uit de woorden: lees af - gegevens - opdracht - schets - symbolen - methode - bewering Binas - betekenis - vorm - argumenten - nauwkeurige tekening - formules formules - verband - register

Horizontaal 1. Om een opgave met veel taal te begrijpen kun je eerst de vraag lezen. Onbekende ............................... zoek je op. 2. Opzoeken doe je in de tekst, de figuren en de Binas. Schrijf de gevonden ............................... voor jezelf op. 3. Maak vervolgens de ..............................., bedenk hierbij telkens wat je doet en waar je naartoe wilt. 4. Check ten slotte je antwoord; is het een antwoord op de vraag, staat het in de goede ...............................?

5. 6. 7. 8. 9.

Het opzoekboek voor natuurkunde heet ............................... Het snelste kun je zoeken via het ............................... Je kunt er bijvoorbeeld ..............................., ............................... en ............................... vinden.

Verticaal 10. Een manier om een opdracht op te lossen heet een ............................... 11. Staat er in een opdracht 'Leg uit' of 'Verklaar', dan moet je ...................... .......... geven voor je antwoord. 12. Bij 'Construeer' maak je een ............................... 13. Bij ............. maak je juist een tekening zonder details. 14. Wanneer ze willen dat je iets uit een tekening haalt, vragen ze .............. ................. 15. Als er gevraagd wordt hoe iets samenhangt, wordt er gevraagd naar een ............................... 16. Een ............................... is een stelling waarbij je aan moet geven of deze juist of onjuist is.

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 1 - De vraag begrijpen

15. 7.

14.

12.

5.

9.

10.

6.

11.

1. 3. 13.

2.

16. 8.

4.

17

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

4. Energie Doelen Aan het einde van dit hoofdstuk....

Algemeen: kun je de begrippen die horen bij energie op een natuurkundig correcte manier gebruiken.

Duurzaamheid: kun je de begrippen die

horen bij duurzaamheid in het Nederlands uitleggen.

4.1 Algemeen

energie

Energie is de mogelijkheid om (fysiek) iets te veranderen. Het is een grootheid met als eenheid joule.

In de dagelijkse taal wordt energie gebruikt om een gemoedstoestand te beschrijven: hoeveel zin je hebt om iets te doen.

Er zijn verschillende vormen energie. Hieronder staan ze op een rijtje.

Licht

Warmte

Bewegingsenergie

Chemische energie

Elektrische energie

Warmte kan op drie de verschillende manieren vervoerd worden:

warmtetransport straling

bijvoorbeeld door de zon.

30

stroming bijvoorbeeld het warme water van je douche.

geleiding bijvoorbeeld van de verwarming naar de kamer.

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 4 - Energie

Het omzetten van de ene energiesoort in de andere noemen we een energieomzetting.

energieomzetting Wanneer een andere energiesoort omgezet wordt naar warmte, zegt men ook wel: warmte komt vrij.

Bij energieomzettingen worden er vaak meerdere energievormen tegelijk gevormd. De omzetting van elektrische energie naar chemische energie noemen we ook wel energieopslag.

Als chemische energie om wordt gezet naar een andere energiesoort, zegt men ook wel: energie komt vrij.

rendement

In de natuurkunde gebruiken we het begrip rendement voor: de verhouding tussen de hoeveelheid nuttig gegenereerde energie en de totale hoeveelheid omgezette energie.

In de dagelijkse taal wordt rendement vooral in economische zin gebruikt: de opbrengst of winst van een investering.

31

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

Opgave 1

Vul het figuur en de tabel in.

Licht

BEGRIP

DAGELIJKSE TAAL

NATUURKUNDE VAKTAAL

Energie

......................... ......................... .........................

.......................... .......................... ..........................

Rendement

......................... ......................... .........................

.......................... .......................... ..........................

Opgave 2

32

Luister naar het audiofragment. Geef aan welke energieomzettingen er beschreven worden door een tekening zoals hierboven te maken.

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 4 - Energie

Opgave 3

In het Nederlands bestaan er veel samengestelde woorden, waarvan je de betekenis kunt beredeneren. Onderstreep in de voorbeeldopgave de samengestelde woorden en schrijf op wat de verschillende onderdelen van dit woord betekenen. Kun je nu de betekenis van het hele woord bedenken?

weerstand(s) ....................

weerstand is ....................................................................................

draad ....................

....................................................................................

....................

....................................................................................

....................

....................................................................................

....................

....................................................................................

....................

.................................................................................... 33

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

8. Kracht en beweging Doelen Aan het einde van dit hoofdstuk....

Kracht: kun je de natuurkundige termen die horen bij krachten correct gebruiken.

Beweging: kun je de natuurkundige termen die horen bij beweging correct gebruiken.

8.1 Kracht

In de natuurkunde is kracht een grootheid die een voorwerp van vorm of snelheid kan doen veranderen. De eenheid is newton.

De som van alle krachten die op een voorwerp werken, heet de resulterende kracht of de nettokracht.

Er zijn verschillende soorten krachten. In de figuur zijn er een aantal afgebeeld.

normaalkracht

voortstuwende kracht

resulterende kracht wrijvingskracht

In de dagelijkse taal wordt kracht gebruikt om aan te geven

48

soorten krachten

zwaartekracht

dat iemand fysiek of mentaal sterk is.

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 8 - Kracht en beweging

Opgave 1

Beantwoord de volgende vragen. Hoe zou je de resulterende kracht of nettokracht uitrekenen?

De nettokracht zou ik uitrekenen door ..................................................................................................................

.................................................................................................................. Vul de juiste krachten in.

........................

........................ ............

..........................

..........................

Opgave 2

Luister naar het audiofragment. Teken de krachten die op de fietser werken.

49

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

8.2 Beweging

bewegingen

Wanneer de snelheid van een voorwerp toeneemt, heet dit versnelling. De maximale snelheid van het voorwerp, noemt men ook wel de topsnelheid.

Het tegenovergestelde van versnelling is vertraging: het afnemen van de snelheid van een voorwerp.

De reactieafstand is de afstand die een voertuig aflegt tussen: • het moment dat de bestuurder merkt dat er geremd moet worden en • het moment dat de bestuurder ook echt gaat remmen.

De som van de remweg en de reactieafstand heet de stopafstand.

Stilstand is de staat waarin een voorwerp niet in beweging is. De remweg is de afstand die een voertuig aflegt terwijl er wordt geremd.

50

reactieafstand stopafstand

remweg

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 8 - Kracht en beweging

Opgave 3

Lees de voorbeeldopgave. Geef in de afbeelding eronder aan welke afstanden je nu precies moet uitrekenen bij deze opgave.

51

INKIJKEXEMPLAAR

WisMon WisTaal: natuurkunde vaktaal voor anderstaligen

Opgave 4

Overleg samen (in het Nederlands): Wat is het verband tussen de thema's kracht en beweging? Bekijk je natuurkundeboek: Hoe komen deze twee thema's samen voor? Schrijf jullie conclusies op.

Uit ons gesprek kwam ........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... ........................................................................................................... ...........................................................................................................

Samenvatting

Dictee

52

Luister naar het fragment en vul de begrippen op de juiste plaats in.

1. ...................................... 2. ...................................... 3. ...................................... 4. ...................................... 5. ...................................... 6. ...................................... 7. ...................................... 8. ......................................

9. ................................. 10. ................................. 11. ................................. 12. ................................. 13. ................................. 14. ................................. 15. ................................. 16. .................................

INKIJKEXEMPLAAR

Hoofdstuk 8 - Kracht en beweging

Puzzel

Vul de kruiswoordpuzzel in. Je kunt kiezen uit de woorden: krachten - versnellen - reactieafstand - newton - resulterende kracht stilstand - remweg - voortstuwende kracht - zwaartekracht - stopafstand - wrijvingskracht - nettokracht - stopafstand - topsnelheid - vertraging zwaartekracht

Horizontaal

8.1

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

...............................zorgen ervoor dat een voorwerp van snelheid kan veranderen2. De eenheid is ................................... Er zijn verschillende krachten, zoals bijvoorbeeld..............................., ..............................., ............................... en ................................ De som van deze krachten heet de............................... of ...............................

Verticaal

8.2

9. Als de snelheid van het voorwerp afneemt, heet het ............................... 10. Dit kan doorgaan totdat het voorwerp tot ...............................is gekomen. 11. De............................... 12. bestaat uit de ............................... 13. en de............................... 14. Tegenovergesteld, als een voertuig de ............................... wilt bereiken, 15. moet het voertuig............................... 13.

12. 9. 3. 5. 10. 6. 1. 11. 2.

14. 7.

15.

4.

8.

53

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2020 TIXPDF.COM - All rights reserved.