Woudweg vigerend bestemmingsplan "Het Woud"


1 Woudweg vigerend bestemmingsplan "Het Woud" Aan de digitale bestemmingsplannen kunnen geen rechten worden ontleend. Getracht is de digital...
Author:  Matthias Molenaar

0 downloads 0 Views 2MB Size

Recommend Documents


Toelichting. Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan
1 Assen Oud Zuid 20122 Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer...

Aanleiding en doel Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan
1 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk1 Inleiding Aanleiding en doel Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan 6 Hoofdstuk2 Beleidskader Inleiding Rijksbeleid ...

bestemmingsplan Nova Zembla Toelichting Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Beschrijving van het bestemmingsplan
1 Nova Zembla2 Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan 7 Hoofdstuk 2 Beschrijving ...

bestemmingsplan Kasteel Strijthagen Toelichting Het plangebied Vigerend plan
1 2 Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Vigerend plan Hoofdstuk 2 Bestaande en nieuwe situatie 2.1...

Toelichting. 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer... 7
1 2 Inhoud 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer Beleidskader Europees en Rijksbeleid Provinciaal beleid Geme...

bestemmingsplan Rijnlandblok Toelichting Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Beschrijving van het bestemmingsplan
1 2 3 Rijnlandblok4 bestemmingsplan Rijnlandblok Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerend bestemmin...

Toelichting. 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer... 7
1 2 Inhoud 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer Beleidskader Europees en Rijksbeleid Provinciaal en regionaa...

memo Overzicht Streekplanbeleid vs. Vigerend bestemmingsplan buitengebied Heumen
1 SAB Arnhem B.V. bezoekadres: Frombergdwarsstraat DZ Arnhem correspondentieadres: Postbus AL Arnhem T [026] F [026] I E memo aan: van: datum: aange...

Toelichting. 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer... 5
1 2 Inhoud 1 Inleiding Algemeen Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer Wettelijk kader Europees en Rijksbeleid Provinciaal en regio...

Woudweg BA Klarenbeek Tel
1 Tuincentrum Hoveniersbedrijf2 VERZORGING VAN UW GAZON Pagina Maaien 3 Verticuteren 3 Beluchten 3 Sproeien 3 Mosbestrijding 4 Onkruidbestrijding 4 Zi...



Woudweg 59-63 - vigerend bestemmingsplan "Het Woud"

Aan de digitale bestemmingsplannen kunnen geen rechten worden ontleend. Getracht is de digitale versie zoveel mogelijk een kopie van de gewaarmerkte versie te laten zijn. Schaal 1:1000 Schaal 1:1000 0

10

20

30m

06 Oktober 2010

VOORSCHRIFTEN behorende bij het bestemmingsplan Het Woud afdrukken

Artikel 5.2.

Artikel 5.1.

5.

Artikel 4.5.

Artikel 4.4.

Artikel 4.3.

Artikel 4.2.

Artikel 4.1.

4.

Artikel 3.9.

Artikel 3.8.

Artikel 3.7.

Artikel 3.6.

Artikel 3.5.

Artikel 3.4.

Artikel 3.3.

Artikel 3.2.

Artikel 3.1.

3.

Artikel 2.1.

2.

Artikel 1.4.

Artikel 1.3.

Artikel 1.2.

Artikel 1.1.

1.

Titel

Strafbepaling

Overgangsbepaling bouwwerken

STRAF- EN OVERGANGSBEPALINGEN.

Procedureregels

Algemene wijzigingsbevoegdheid ingevolge artikel 11 W.R.O.

Algemene vrijstellingsbevoegdheden

Afstand gebouwen tot wegen

Geluidhinder

ALGEMENE BEPALINGEN

Gebruiksvoorschriften en Aanlegvergunningenstelsel

Voorschriften omtrent bebouwen van de grond binnen de bestemming 3.1 t/m 3.7

Straalverbinding (dubbelbestemming)

Leidingen (dubbelbestemming)

Verkeersdoeleinden

Maatschappelijke doeleinden

Woondoeleinden

Niet-agrarische bedrijven

Agrarisch gebied

VOORSCHRIFTEN OMTRENT GEBRUIK EN OMTRENT BEBOUWING VAN DE GROND

Algemene beschrijving in hoofdlijnen

ALGEMENE BESCHRIJVING IN HOOFDLIJNEN

Afdekking van gebouwen

Dubbeltelbepaling

Wijze van meten

Begripsbepalingen

INLEIDENDE BEPALINGEN

Inhoud

Artikel 5.3.

BIJLAGE 1: LIJST VAN TOEGELATEN BEDRIJFSTYPEN BIJLAGE 2: KAARTBIJLAGE WIJZIGINGSBEVOEGDHEID KLARENBEEKSEWEG NR. 16 EN 27-29

Voetnoten

1. INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1.1. Begripsbepalingen

1

bestemmingsplan of plan: Het bestemmingsplan Het Woud, zijnde de kaarten en deze voorschriften met de bijbehorende bijlagen;

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

2

kaart(en): De plankaart deel uitmakende van het plan bestaande uit: de kaart "bestemmingen", bestaande uit twee bladen: * tekeningnummer 7.03-300 (blad 1); * tekeningnummer 7-03-300 (blad 2); de kaart "nadere eisen verbale bouwpercelen"; de kaart "differentiatie inhoud burgerwoningen"; de kaart "cultuurhistorische ensembles";

7

6

5

4

3

bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

ander werk: Een werk, geen bouwwerk zijnde;

ander bouwwerk: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

bouwwerk: Elke bouwconstructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

-

8

23

22

21

20

19

18

17

16

15

14

13

12

11

10

9

kwekerij:

Nederlandse Grootte Eenheid (nge): Een rekeneenheid die onder andere door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gehanteerd, bij de registratie en de kwalificatie van bedrijven die meedoen aan de meitellingen, op basis van productiewaarde van oppervlakte, gewassen en dieren;

klein agrarisch bedrijf: Een agrarisch bedrijf, als bedoeld in lid 18, dat niet volwaardig is;

grondgebonden agrarisch bedrijf: Een agrarisch bedrijf dat overwegend afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende gronden als agrarisch productiemiddel;

agrarisch bedrijf: Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van vee en/of pluimvee, waarop een bedrijfsmatige, op de markt gerichte productie plaatsvindt, welke een wezenlijke bijdrage aan de inkomensvorming levert;

bestaand: bij bouwwerken: bestaand of bouwvergunning verleend ten tijde van de ter inzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het betreffende gebruiksverbod;

dienst- of bedrijfswoning: Een woning welke een functionele binding heeft met het bedrijf, instelling of inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting;

dependance: Voor de huisvesting van een zelfstandig huishouden geschikt bestaand gebouw, dat juridisch één geheel vormt met een woning;

woning: Een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen;

bestemmingsgrens: De op de kaart als zodanig aangegeven lijn die de grens vormt van een bestemming;

bestemmingsvlak: Een op de kaart als zodanig aangegeven vlak, omsloten door bestemmingsgrenzen;

bebouwingsgrens: Een op de kaart als zodanig aangegeven onderbroken lijn, die de grens vormt van een bebouwingsvlak;

bebouwingsvlak: Een op de kaart als zodanig aangegeven vlak, omsloten door bebouwingsgrenzen;

overkapping: Een overkapt ander bouwwerk, niet zijnde een open constructie waarvoor geen bouwvergunning is vereist als genoemd in de Woningwet;

bijgebouw: Een al dan niet vrijstaand niet voor bewoning bestemd gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en zowel in functioneel als architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte;

hoofdgebouw: Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

Een agrarisch bedrijf gericht op het telen, kweken en verzorgen van sierteeltgewassen (bomen, heesters, planten en bloemen) of tuinbouwzaden, mits de exploitatie van het

24

36

35

34

33

32

31

30

29

28

27

26

25

recreatiewoning: Een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door degenen die hun hoofdverblijf elders hebben, gedurende een gedeelte van het jaar, overwegend het zomerseizoen, te worden bewoond;

kampeermiddel: Tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;

verblijfsrecreatie: Recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen;

camping: Een terrein voor het plaatsen van kampeermiddelen met sanitaire voorzieningen voor de verblijvende recreanten;

kantine: Een (gedeelte van een) gebouw dat fungeert als ondersteunende functie van de hoofdfunctie ter plaatse (sportcomplex / recreatiecomplex) waarbinnen detailhandel in ter plaatse te nuttigen versnaperingen en dranken is toegestaan;

manege: Een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geven tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden al dan niet gecombineerd met het fokken, africhten en de verkoop van paarden;

detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

zonnecollector: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opvang van zonne-energie;

windturbine: Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opwekking van energie door benutting van windkracht;

agrarisch hulpbedrijf: Een loonwerkersbedrijf, dat uitsluitend dan wel nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verricht ten dienste van de agrarische bedrijfsexploitatie;

tunnelkas: Een kasconstructie dan wel platglasconstructie met een maximale hoogte van 1,5 meter, bestaande uit lichtdoorlatend en transparant materiaal dienend tot het kweken of trekken van vruchten, bloemen of planten;

kas: Een gebouw, bestaande uit glas of ander lichtdoorlatend en transparant materiaal dienend tot het kweken of trekken van vruchten, bloemen of planten;

bedrijf geheel of grotendeels gebonden is aan ter plaatse of in de nabijheid aanwezige gronden;

37

permanente bewoning: Gebruik als hoofdverblijf, waaronder wordt verstaan: a. Gebruik als woning door een zelfde persoon, (deel van) gezin of samenwoning op een wijze, die ingevolge het bepaalde in de Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) noopt tot inschrijving in het persoonregister van de gemeente; Het buiten het zomerseizoen (1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar meer dan 70 maal ter plaatse nachtverblijf houden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdverblijf wordt beschikt; b.

51

50

49

48

47

46

45

44

43

42

41

40

39

38

nutsvoorziening: voorzieningen ten behoeve van gas-, water-, en electriciteitsdistributie en ten behoeve van de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, zoals transformatiehuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.

beroepsuitoefening aan huis: Een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, niet zijnde detailhandel, dat in een woning (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijk uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

A-watergangen: Watergangen van overwegend belang, met inbegrip van oevers, taluds, kaden en onderhoudspaden, die in beheer en onderhoud zijn bij het waterschap;

peil: Het peil gemeten vanaf het aan het gebouw aansluitende afgewerkte bouwterrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein wordt gemeten vanaf de aansluitende, afgewerkte gemiddelde maaiveldhoogte;

lawaaisporten: De autosport, de motorsport, de (model) vliegsport, karting en soortgelijke geluidproducerende sporten;

Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer: Met ingang van 1 maart 1993 inwerking getreden besluit (Stb. 1993 nr. 50) zoals dat luidt op het moment van het in ontwerp ter visie leggen van het plan, houdende uitvoering van de hoofdstukken 1 en 8 van de Wet milieubeheer en hoofdstuk V van de Wet geluidhinder;

evenementen: De organisatie van periodieke en/of incidentele beurzen, concerten en markten;

cultuurhistorische waarde: De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik van de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;

landschappelijke waarden: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur;

natuurwetenschappelijke waarden: De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

ruimtelijke karakteristiek: Het landschap en het ruimtegebruik dat bij uitstek kenmerkend is voor een gebied;

bijzondere boom: Een boom, als zodanig geregistreerd op de door burgemeester en wethouders krachtens de bomenverordening 1995 vastgestelde lijst van bijzondere bomen en zoals opgenomen op de plankaart;

houtopstand: Begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, behoudens laagstamfruitbomen;

Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA): De Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA), zoals deze luidt ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp;

inhoudsopgave

Artikel 1.2. Wijze van meten.

5.

4.

3.

2.

1.

bebouwingspercentage: De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bebouwingsvak tot de oppervlakte van dat bebouwingsvlak, per kavel gemeten.

inhoud van gebouwen: Boven peil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dakvlakken en harten van scheidsmuren; bij woningen, waaronder niet begrepen dependances, zijn hiervan ondergeschikte delen als dakkapellen, erkers, luifels en balkons uitgezonderd;

grondoppervlakte van bouwwerken: (Boven de begane grondvloer), tussen de (denkbeeldige) buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren;

de dakhelling: Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak, met uitzondering van ondergeschikte delen als dakkapellen, schoorstenen, erkers en balkons;

goothoogte van bouwwerken: De hoogte in meters gemeten vanaf het peil tot aan de horizontale snijlijn van elk dakvlak met elk daaronder gelegen gevelvlak of scheidsmuur, gedeeltelijk platte afdekkingen als bedoeld in artikel 1.4. en ondergeschikte bouwdelen als goten van dakkapellen niet meegerekend;

(bouw)hoogte van een bouwwerk: De hoogte in meters (uitgezonderd ondergeschikte delen, waaronder in ieder geval begrepen afvoerkanalen van beperkte omvang) vanaf het peil tot aan het hoogste punt;

Bij toepassing van deze voorschriften wordt als volgt gemeten en berekend:

6.

inhoudsopgave

Artikel 1.3. Dubbeltelbepaling Grond die in aanmerking genomen moest worden bij een verleende bouwvergunning of een mededeling op een meldingplichtig bouwwerk mag, behoudens intrekking van de bouwvergunning of het van rechtswege vervallen van de mededeling, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe bouwvergunning of het doen van een mededeling in aanmerking worden genomen. inhoudsopgave

3.

2.

1.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in het eerste lid, mits het in het plan door het aangeven van een goothoogte en/of hoogte beoogde stedebouwkundige en landschappelijke beeld, zoals dat mede in relatie tot die van de directe omgeving wordt bepaald, niet wordt geschaad.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afdekking en nokrichting van gebouwen voor zover dit noodzakelijk is in verband met: a. het stedebouwkundige en landschappelijke beeld zoals dat door het aangeven van een goothoogte en/of hoogte is beoogd; b. de verschijningsvorm en karakteristiek van de afdekking in relatie tot zijn directe omgeving.

Voorzover gebouwen op het moment van het in ontwerp ter visie leggen van het plan niet voldoen aan de in lid 1 voorgeschreven afdekking gelden de dan aanwezige afdekkingen als vervangend voorschrift.

Gebouwen dienen van een kap te worden voorzien, met dien verstande dat de afdekking qua uiterlijke verschijningsvorm en karakteristiek dient aan te sluiten bij die van de directe omgeving. Bij het toepassen van deze bepaling worden ondergeschikte bouwdelen, zoals dakkapellen, schoorstenen, erkers en balkons buiten beschouwing gelaten.

Artikel 1.4. Afdekking van gebouwen.

4.

inhoudsopgave

2. ALGEMENE BESCHRIJVING IN HOOFDLIJNEN Artikel 2.1. Algemene beschrijving in hoofdlijnen In deze beschrijving in hoofdlijnen worden de karakteristiek van het gebied Het Woud en de doelstellingen en uitgangspunten uiteengezet. De beschreven elementen zijn essentieel en mogen niet worden aangetast. De voorgestane ontwikkelingen dienen niet te worden belemmerd, waaronder die van het voormalige Beekbergerwoud (westelijk deel). Bij verlening van aanlegvergunningen en de toepassing van vrijstellingen en wijzigingen en het stellen van nadere eisen ingevolge dit plan dient deze algemene beschrijving in hoofdlijnen in acht te worden genomen. a.

Karakteristiek van het landschap: Het Woud behoort tot de IJsselvallei. De meest essentiële kenmerken dienen te blijven gehandhaafd dan wel te worden nader ontwikkeld. Deze kenmerken zijn: een relatief lage dichtheid aan bebouwing met een overwegend agrarische karakteristiek. De bestaande bebouwing mag niet tot grotere eenheden samenklonteren. Open ruimten tussen de afzonderlijke vestigingen dienen behouden te blijven; een grootschalig karakter; een halfopen landschap; het open (met name oostelijk) deelgebied wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid; in het westelijk deel van het Beekbergerwoud (potentieel natuurontwikkelingsgebied) wordt gestreefd naar een besloten karakter en naar behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwetenschappelijke waarden; een vlak gebied, doorsneden door enkele beken; langs de Beekberger beek en enkele waterlopen tussen de Beekberger beek en de Empese en Tondense Heide (potentieel natuurontwikkelingsgebied) wordt gestreefd naar ontwikkeling van ecologische verbindingen; langs de Leigraaf wordt gestreefd naar natuurvriendelijke oevers; in de landschappelijke hoofdstructuur zijn de volgende dragers te onderscheiden: de beekdalen van de Beekbergse beek en de Loenensche Beek, Apeldoorns kanaal, Elsbosweg, Woudweg, Klarenbeekseweg en Voorsterweg. Deze dienen behouden en zo nodig versterkt te worden.

5.

Nevendoelstellingen: Tevens gelden voor het beleid van Het Woud de volgende nevendoelstellingen: 1. Voorkomen van toename van de milieubelasting op gevoelige gebieden door een gebiedsgedifferentieerde aanpak (zonering). 2. Het bieden van mogelijkheden voor instandhouding van en migratie tussen de aanwezige natuurlijke levensgemeenschappen (ecologische verbindingszones). 3. Mogelijke ontwikkeling van nieuwe ecologische kwaliteiten/natuurwetenschappelijke waarden in (een deel van) het voormalige Beekbergerwoud. 4. Bescherming van lokale waardevolle landschapselementen/landschappelijke waarden, bijzondere bomen, monumenten, cultuurhistorisch waardevolle elementen, patronen en ensembles. Het bieden van beperkte recreatieve mogelijkheden, in de zin van wandel- en fietspaden.

3.

-

b.

Hoofddoelstellingen: Voor het beleid voor Het Woud gelden de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het in stand houden en ontwikkelen van gunstige voorwaarden voor een veilige, concurrerende en duurzame landbouw. De ontwikkeling van niet-agrarische functies mag geen negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven; 2. Behoud van de karakteristieke openheid van het landschap. Nieuwe bebouwing dient dan ook zoveel mogelijk in de nabijheid van bestaande bebouwing te worden opgericht. Het zoveel als mogelijk weren van niet aan het landelijk gebied verbonden functies en bebouwing, onverminderd de regeling voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing als opgenomen in artikel 3.1. lid 6 sub d en de regeling voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis als opgenomen in artikel 3.9. lid 1 sub c en lid 2 sub a onder 3. In het bijzonder dient te worden voorkomen dat burgerwoningen en niet-agrarische bedrijven het landelijk gebied onevenredig belasten.

c.

d.

Daarbij gelden de volgende maatregelen: 1. De op de kaart "bestemmingen" aangegeven "kwetsbare landschapselementen" mogen niet worden aangetast. 2. De op het kaartje "cultuurhistorische ensembles" aangegeven "cultuurhistorische ensembles" mogen niet worden aangetast.

e.

Natuurontwikkeling voormalig Beekbergerwoud. Binnen het plan is een mogelijkheid opgenomen om grootschalige natuurontwikkeling door middel van een wijzigingsplan mogelijk te maken. Hierbij dienen de volgende regels in acht te worden genomen: 1. Dit wijzigingsplan betreft het gebied ten westen van de A50 dat in het bestemmingsplan Het Woud als zodanig is aangewezen ten behoeve van natuurontwikkeling. Voor dit gebied is gekozen voor ontwikkeling van natuurlijk bos: het Beekbergerwoud. Het gaat hierbij om een min of meer spontane natuurontwikkeling van een (oer)bostype dat oorspronkelijk in deze omgeving gesitueerd was. 2. Ten behoeve van de inrichting van het gebied kunnen op basis van het inrichtingsplan werkzaamheden (afgraven, en het graven en dempen van sloten) via een aanlegvergunning worden toegestaan indien deze ten dienste staan van de natuurlijke inrichting van het gebied. In het te realiseren natuurlijk bos dienen mogelijkheden te bestaan voor recreatief medegebruik in de zin van wandelen en fietsen; overige vormen van recreatie zijn niet 3. toegestaan en worden uitgesloten via de gebruiksbepaling. 4. De agrarische bedrijven in de directe omgeving van het te ontwikkelen Beekbergerwoud mogen niet in een ruimtelijk ongunstiger positie worden gebracht door de ontwikkeling van het Beekbergerwoud; evenmin mag het natuurbos leiden tot extra belemmeringen voortvloeiende uit de milieuwetgeving. De aangrenzende landbouwgronden mogen geen wateroverlast gaan ondervinden als gevolg van eventuele vernatting van het gebied. Er dient een zodanig aaneengesloten gebied in het Beekbergerwoud te zijn verworven, dat inrichting als natuurgebied inclusief de bijbehorende waterhuishoudkundige maatregelen realistisch is. Hiertoe dient een advies van een daartoe deskundige instantie te worden overgelegd. 5. 6.

inhoudsopgave

3. VOORSCHRIFTEN OMTRENT GEBRUIK EN OMTRENT BEBOUWING VAN DE GROND. Wijziging 6 Artikel I Natuurgebied

de ontwikkeling en instandhouding van natuurgebied met de daarin voorkomende, dan wel te ontwikkelen, natuurwetenschappelijke- en landschappelijke waarden;

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn uitsluitend bestemd voor:

1. Bestemmingsomschrijving.

a. b. extensieve recreatie (wandelen en fietsen);

2. Bebouwing. Op de tot "natuurgebied" bestemde gronden zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken en andere werken ten behoeve van de bestemming, waaronder begrepen wateroversteken.

2.

1.

a.

voor volkstuinen;

voor het van beproeven van voertuigen, voor het beoefenen van de motorsport en de modelvliegtuigsport, voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het racen of crossen met motorrijtuigen of bromfietsen;

voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

Het is verboden de in het plan bedoelde gronden te gebruiken in strijd met de bestemming. In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden:

3. Gebruiksbepaling.

3. voor het agrarisch gebruik van gronden, anders dan extensief agrarisch

voor recreatie, met dien verstande dat recreatief medegebruik is

gebruik ten behoeve van het natuurbeheer;

4.

5. toegestaan;

Overtreding van het bepaalde in lid 3 sub a is een strafbaar feit als

6. voor het ophogen van gronden en het aanbrengen van verhardingen; b.

c.

bedoeld in artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Waar op de kaart de aanduiding P staat aangegeven mogen de gronden gebruikt worden voor van het parkeren en het stallen van fietsen ten behoeve van de in lid 1sub b genoemde extensieve recreatie.

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de hierna genoemde werken en werkzaamheden uit te voeren.

3. Aanlegvoorschriften. a.

Bij het verlenen van de vergunning wordt, in relatie met het bepaalde in

Toetsingscriteria noodzakelijk ten behoeve van een gunstige uitgangssituatie voor natuurontwikkeling

sub c getoetst aan de bij de desbetreffende werken en werkzaamheden aangegeven criteria:

Werken/ werkzaamheden - afgraven gronden graven en dempen van sloten

b. Het in sub a van dit lid vervatte verbod geldt niet voor de werken of

3.

2.

1.

De in sub a. van dit lid bedoelde werken of werkzaamheden zijn met

welke betreffen het normale onderhoud;

welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;

waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning is verleend;

werkzaamheden:

c. inachtneming van de in artikel 2.1 van bestemmingsplan Het Woud opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen alleen toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurwetenschappelijke- en landschappelijke waarden, alsmede de milieukwaliteit niet onevenredig aangetast worden of kunnen worden aangetast.

Beschrijving in hoofdlijnen (specifiek)

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: agrarisch grondgebruik; slachterij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding; tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding; groothandel in vetten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding; waterstaatkundige doeleinden (A-watergangen); behoud en ontwikkeling van aanwezige kwetsbare landschapselementen (voetnoot 1) ; bosstroken, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding; behoud en ontwikkeling van natuurgebied; verkeersdoeleinden; recreatief medegebruik (wandelen en fietsen); voorzieningen van openbaar nut; behoud, bescherming en versterking van de ruimtelijke karakteristiek; een en ander met bijbehorende bouwwerken en met inachtname van de in lid 2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden.

Bestemmingsomschrijving

Artikel 3.1. Agrarisch gebied 1.

2.

Ter realisering van de in lid 1. beschreven doelstellingen worden de volgende regels in acht genomen. Deze regels vormen tezamen met de algemene beschrijving in hoofdlijnen, als genoemd in artikel 2.1. en de kaart het toetsingskader voor bouwinitiatieven en grondgebruik alsmede het kader voor handhavingsbeleid binnen de onderhavige bestemming. a. Agrarische bouwpercelen zijn, behoudens de wijzigingen in lid 6, uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "agrarisch bedrijf" en "klein agrarisch bedrijf" op de kaart, met dien verstande dat binnen de op de kaart als "open gebied" aangegeven gronden uitsluitend grondgebonden en bestaande niet-grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan. b. Het beleid is er op gericht agrarische bedrijfsactiviteiten zoveel mogelijk door volwaardige agrarische bedrijven te laten plaatsvinden. Onder een volwaardig agrarisch bedrijf wordt in principe verstaan een agrarisch bedrijf met een arbeidsomvang van ten minste één volledige arbeidskracht. Bij de beoordeling van volwaardigheid zijn belangrijk: arbeidsinkomen, veebezetting, grondareaal, totale omvang en tijdsbesteding, en de verwachte ontwikkeling van deze factoren op afzienbare tijd. De omvang van een bedrijf kan worden uitgedrukt in "Nederlandse Grootte Eenheid" (nge). Een bedrijf wordt in principe als volwaardig beschouwd als het 40 nge of meer heeft. Uiteindelijk berust de beoordeling van de volwaardigheid op een weging van de hiervoor genoemde factoren. Bestaande bedrijven die niet aan de eis van volwaardigheid kunnen voldoen, maar wel ten minste 20 nge hebben, worden gerekend tot de "kleine agrarische bedrijven". Deze bedrijven wordt de planologische mogelijkheid geboden voor continuering van de bedrijfsvoering en om door te groeien naar een volwaardig agrarisch bedrijf.

c. d.

e. f. g.

De bebouwing dient zoveel mogelijke geconcentreerd te worden; bij uitbreiding van grondgebonden dan wel niet-grondgebonden agrarische bedrijven dient de nieuw op te richten bebouwing zoveel mogelijk -voorzover dit uit bedrijfskundig oogpunt aanvaardbaar is- aan te sluiten bij de bestaande bebouwing. Grond behorende bij woningen, maar gelegen buiten de bestemming "Woondoeleinden" (artikel 3.3.) mag, voor zover het betreft aan het landelijk gebied verwante activiteiten (zoals tuin, moestuin, weide voor vee), mede ten dienste van het wonen worden gebruikt, met dien verstande dat op deze grond uitsluitend gebouwd mag worden ten behoeve van het agrarisch gebruik. Op de als "natuurgebied" op de kaart aangegeven gronden is het oprichten van bouwwerken niet toegestaan, met uitzondering van andere bouwwerken ten behoeve van het natuurbeheer. Op de met "vissteiger/picknickplaats" aangegeven gronden zijn tevens vissteigers en picknickplaatsen toegestaan. Nadere eisen als bedoeld in artikel 3.8., lid 4, sub a. Bovenbedoelde nadere eisen kunnen enkel worden gesteld ter realisering van het navolgende beleid: Binnen het op de kaart "nadere eisen verbale bouwpercelen" aangegeven gebied "A opstrekkende bouwpercelen" is het streven erop gericht om de verbale bouwpercelen zodanig vorm te geven dat de ruimte tussen de bebouwde percelen zo groot mogelijk is. Binnen het op de kaart "nadere eisen verbale bouwpercelen" aangegeven gebied "B compacte bouwpercelen" is het streven erop gericht om de verbale bouwpercelen zodanig vorm te geven dat zo compact mogelijke bouwpercelen ontstaan. Ingeval realisering van het vermelde beleid zou leiden tot een onevenredige beperking van de ingevolge artikel 3.8. toegestane bouwmogelijkheden worden geen nadere eisen gesteld.

3.

4.

5.

6.

Bebouwing Bij het oprichten van bebouwing dient te worden voldaan aan het bepaalde in artikel 3.8.

Bestaande wegen mogen een maximale rijbaanbreedte hebben van 5 meter. Voor bestaande wegen die een grotere breedte hebben, geldt de bestaande breedte als maximum. Naast de rijbaan is aan één zijde van de weg een in twee richtingen berijdbaar fietspad of aan beide zijden een in één richting berijdbaar fietspad toegestaan, mits: 1. het fietspad binnen een afstand van maximaal 15 meter uit de kant van de rijbaan is gesitueerd; 2. de breedte van een in één richting berijdbaar fietspad niet meer dan 2 m en van een in twee richtingen berijdbaar fietspad niet meer dan 3,5 m bedraagt; 3. de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 4. de op de kaart aangegeven kwetsbare landschapselementen niet worden aangetast; Voor het aanbrengen van verhardingen is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.9. lid 3 sub a. in de aldaar genoemde gevallen een aanlegvergunning vereist.

Verkeersdoeleinden a.

b. Vrijstellingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen, vrijstelling verlenen van: a. het bepaalde in lid 4 teneinde de maximale rijbaanbreedte met maximaal 2 m te verbreden, mits de verkeersveiligheid niet in het geding komt en de op de kaart aangegeven kwetsbare landschapselementen niet onevenredig worden aangetast. b. het bepaalde in lid 4 teneinde fietspaden op een afstand tot maximaal 25 meter uit de kant van de rijbaan aan te leggen indien zulks noodzakelijk is in verband met de ruimtelijke inrichting van de gronden. Overigens moet aan alle andere eisen, zoals aangegeven in lid 4 worden voldaan. Tevens dient de procedure van artikel 4.5. lid 1 te worden doorlopen. Wijzigingsbevoegdheden ingevolge artikel 11 W.R.O. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen, het plan te wijzigen ten behoeve van: a. de vestiging van een agrarisch bedrijf binnen de op de kaart als "vestigingsgebied" aangegeven gronden, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf; hiertoe dient een bedrijfsplan en een advies van een van overheidswege erkende deskundige instantie te worden overgelegd; 2. aangetoond wordt dat vestiging in vrijkomende agrarische bedrijfscomplexen redelijkerwijs niet mogelijk is, blijkend uit een advies door een daartoe van overheidswege erkende deskundige instantie; 3. rekening dient te worden gehouden met het bepaalde in artikel 4.1. b. het omschakelen van de binnen het op de kaart aangegeven "open gebied" gelegen grondgebonden bedrijven naar niet-grondgebonden bedrijven (waaronder begrepen het ontwikkelen van een niet-grondgebonden nevenactiviteit waarvan de grondoppervlakte meer dan 500 m² bedraagt), mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. de omschakeling dient noodzakelijk te zijn voor de continuïteit van het agrarisch bedrijf; hiertoe dient een advies van een van overheidswege erkende deskundige instantie te worden overgelegd; 2. de aard en de omvang van de toe te voegen bebouwing ten behoeve van niet grondgebonden agrarische activiteiten dient zich te voegen naar het open karakter van het gebied, in ieder geval door compactheid van bebouwing en aansluiting bij bestaande massa's (beplanting en bebouwing); 3. voor het overige dient te worden voldaan aan de eisen die aan een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf ingevolge dit plan worden gesteld; zie hiertoe de bebouwingsmatrix in artikel 3.8. c. het omzetten van de op de kaart aangegeven kleine agrarische bedrijven in agrarische bedrijven, mits aan de eisen wordt voldaan voor een agrarische bedrijf zoals opgenomen in artikel 3.1. lid 3 en tevens is aangetoond dat sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf, blijkend uit een advies door een daartoe van overheidswege erkende deskundige instantie. d. de omzetting van een voormalig agrarisch bedrijf in de bestemming "woondoeleinden", mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. de belangen van de omringende agrarische bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; 2. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving; 3. het bepaalde in artikel 4.1. dient in acht te worden genomen; 4. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid is het bepaalde in artikel 3.3. van overeenkomstige toepassing.

e.

f.

het omzetten van "cultuurhistorisch waardevolle bebouwing", geen woning zijnde, naar woondoeleinden met behoud van de aanduiding "cultuurhistorische bebouwing", mits: 1. het karakter van het pand behouden blijft; hiertoe dient de gemeentelijke monumentencommissie te worden gehoord; 2. het gebruik niet leidt tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving. het bestemmen van de op de kaart met "wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van natuurontwikkelingsgebied" aangegeven gronden tot natuurgebied. Hiertoe dient een op natuurontwikkeling gericht inrichtingsplan voor deze gronden door de initiatiefnemer te zijn overgelegd die de functie wijzigt in een functie gericht op natuurontwikkeling, waarbij de volgende aspecten in acht dienen te worden genomen: 1. de inrichting (verkaveling, waterhuishouding, ontsluiting) van het overblijvende agrarisch gebied behoort de ontwikkeling van duurzame en concurrerende landbouw mogelijk te maken; de inrichting van het te ontwikkelen natuurgebied dient de externe beïnvloeding grotendeels te beperken; de grondverwerving heeft volledig plaatsgevonden, en wel door een initiatiefnemer met natuurbeschermingsdoelstelling, en de middelen zijn beschikbaar om het inrichtingsplan uit te voeren.

2. 3.

Na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid onder f. van dit lid zijn op de betreffende gronden de volgende voorschriften van toepassing:

a.

b. Aanlegvoorschriften

Het is verboden de in het plan bedoelde gronden te gebruiken in strijd met de bestemming. In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden: 1. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. voor het van beproeven van voertuigen, voor het beoefenen van de motorsport en de modelvliegtuigsport, voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het racen of crossen met motorrijtuigen of bromfietsen; 3. voor volkstuinen; 4. voor het agrarisch gebruik van gronden, anders dan extensief agrarisch gebruik ten behoeve van het natuurbeheer; 5. voor recreatie, met dien verstande dat recreatief medegebruik is toegestaan; 6. voor het ophogen van gronden en het aanbrengen van verhardingen; Overtreding van het bepaalde in lid 3 sub a is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Gebruiksbepaling

Op de tot "natuurgebied" bestemde gronden zijn uitsluitend toegestaan andere werken ten behoeve van de bestemming, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen wateroversteken.

Bebouwing

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling en instandhouding van natuurgebied met de daarin voorkomende, dan wel te ontwikkelen, natuurwetenschappelijke- en landschappelijke waarden.

Bestemmingsomschrijving

Artikel I. Natuurgebied 1

2

3

4 a.

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de hierna genoemde werken en werkzaamheden uit te voeren. Bij het verlenen van de vergunning wordt, in relatie met het bepaalde in sub c, getoetst aan de bij de desbetreffende werken en werkzaamheden aangegeven criteria: Werken/werkzaamheden Toetsingscriteria noodzakelijk ten behoeve van een gunstige uitgangssituatie voor natuurontwikkeling. afgraven gronden graven en dempen van sloten;

b.

Het 1. 2. 3.

in sub a van dit lid vervatte verbod geldt niet voor de werken of werkzaamheden: waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanlegvergunning is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud.

c.

De in sub a. van dit lid bedoelde werken of werkzaamheden zijn met inachtneming van de in artikel 2.1 opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen alleen toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de natuurwetenschappelijke- en landschappelijke waarden, alsmede de milieukwaliteit niet onevenredig aangetast worden of kunnen worden aangetast.

Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in lid 6. is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing. inhoudsopgave

1.

Beschrijving in hoofdlijnen (specifiek)

Bestemmingsomschrijving De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn, overeenkomstig de nadere aanduiding op de kaart als bedoeld in lid 2, bestemd voor de bij de desbetreffende aanduiding behorende bestemming, met de daarbij behorende bouwwerken. Inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer zijn niet toegestaan.

Artikel 3.2. Niet-agrarische bedrijven

2.

Brinkenweg Brinkenweg 71

23 38

bedrijf aannemers-, sloop- en stratenmakersbedrijf groothandel in mest en hoveniersbedrijf garagebedrijf en autodetailhandel agrarisch hulpbedrijf

sbiaanduiding op code kaart Ass 62.9103 61.1803 Gh 01.3 68.23 Gad 66.2 Ah 0.14 0.11.300 Ah 0.14002

max. te bebouwen grondoppervlakte 600m² 900m² 1450m² 2100m² 1100m² 200m² 3700m²

agrarisch hulpbedrijf

Dp Gb

10m² 3000m² 900m² 700m²

98.93 682901 66.2 61.66 98.31 66.31 72.3 451001

Zgb Wb Oh Tgb

dierenpension stalling, onderhoud en reparatie van caravans en handelsauto's zand- en grindbedrijf wasserijbedrijf oliehandel transport- en grondverzetbedrijf

Ter realisering van de in lid 1. beschreven doelstellingen worden de volgende regels in acht genomen. Deze regels vormen tezamen met de kaart het toetsingskader voor bouwinitiatieven en grondgebruik alsmede het kader voor handhavingsbeleid binnen de onderhavige bestemming. a. Uitsluitend zijn toegestaan de bedrijven genoemd in de navolgende staat van niet-agrarische bedrijven, behoudens wijziging overeenkomstig lid 5; b. Indien een bestaande bedrijfswoning aanwezig is mag het betreffende bestemmingsvlak ook worden gebruikt als woning zonder direct functionele binding met het bedrijf, waarvoor dan de eisen van artikel 3.3. van toepassing zijn. Het betreft de volgende niet-agrarische bedrijven: c.

Elsbosweg

nr

Hanekerweg

1515a 2222a 293 367

straatnaam

wijziging 1 + herziening 2

Kanaal Zuid Kanaal Zuid

13 16 55

Hanekerweg

Kanaal Zuid Klarenbeekseweg Klarenbeekseweg Klarenbeekseweg

3.

4.

5.

6.

12

93 21 25 4

Verhuur recreatiewoningen verhuur roerende goederen systeemplafonds/wanden dierenasiel Afvalwaterzuiveringsbedrijf verkooppunt motorbrandstoffen (de Somp)

Rijksweg A50 Rijksweg A50 Rijksweg A50 Scherpenberg 55 70 papierfabriek transportbedrijf autodetailhandel, garagebedrijf, op- en verbouw van campers verkooppunt motorbrandstoffen

Klarenbeekseweg Krommedijk Krommedijk Kuipersdijk Loenense Markweg Rijksweg A50

Traandijk Voorsterweg 94 117 147

verkooppunt motorbrandstoffen (de Brink) restaurant (De Somp) restaurant (De Brink) aannemersbedrijf (stratenmaker/hovenier), Handelsbedrijf dierenpension paardenhouderij

Voorsterweg Voorsterweg Voorsterweg

zandbedrijf aannemersbedrijf

camping

bakkerij voor brood en banket

3030a 15 69

Welvaartsdwarsweg 8

Weterschoten Woudweg Woudweg Agrarische bedrijvigheid is uitsluitend als nevenactiviteit toegestaan.

61.66 51001

98.93 61.21 99.00.03 26.3102 72.3001 66.2 68.21 37.1 66.31.01 20.81 20.83 65.22 67.500

66.31.02 67.11.00 67.11.00 51

67.500 85.9 51 98.93 98.120 66.31.02

Zb An

Ca

Bh

Pf Tb Gad Vm

Dp Ph

Vm Rs Rs Ab

Vw Vr Sp Da Awz Vm

80m² 575m²

500m²

350m²

28000m² 1800m² 500m²

400m² 1050m²

1300m² 125m² 50m² 1100m² 150m² 1000 m2, waarvan 700 m2 ten behoeve van een luifel en 300 m2 ten behoeve van overige bedrijfsbebouwing 125m² 1000m² 1000m² 20m²

De maximale te bebouwen oppervlakte mag, exclusief de bedrijfswoning met daarbij behorende bijgebouwen, niet meer bedragen dan in lid 2 sub c per bedrijf staat aangegeven. De bebouwing dient verder te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.8.

Bebouwing a. b. Vrijstellingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen, vrijstelling verlenen ten behoeve van het omzetten van een in lid 2 genoemd bedrijf in een ander bedrijf, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: a. opslag van materialen buiten de gebouwen is niet toegestaan; b. uitbreiding van de bestaande grondoppervlakte is uitsluitend toegestaan via vrijstelling ex artikel 3.8. lid 3. sub h.; c. de verkeersaantrekkende werking mag niet toenemen; d. Uitsluitend zijn toegestaan bedrijven: 1. die niet vallen onder het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer en/of; 2. die genoemd zijn in de in bijlage 1 opgenomen lijst van toegelaten bedrijfstypen, danwel bedrijven die daarmee naar hun aard en

e.

f.

invloed vergelijkbaar zijn; een tweede of derde bedrijfswoning bij een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied wordt niet toegestaan, tenzij op de kaart is aangegeven dat een tweede of derde bedrijfswoning aanwezig is; splitsen van de bestaande woning in maximaal 3 woningen is toegestaan, mits de maximale toegestane inhoud van de bestaande woning niet wordt overschreden en de karakteristiek van de bestaande woning als één woning niet wordt aangetast; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving. Hiertoe dient de procedure van artikel 4.5. lid 1 te worden doorlopen.

Wijzigingsbevoegdheid ingevolge artikel 11 WRO Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en in de in lid 2 opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen, het plan te wijzigen ten behoeve van: a. het omzetten van een niet-agrarisch bedrijf in een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan het navolgende: 1. wijziging kan enkel plaatsvinden binnen de op de kaart als "vestigingsgebied" aangegeven gronden; 2. het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf; hiertoe dient een advies van een daartoe van overheidswege erkende deskundige instantie te worden overlegd; 3. er dient te worden voldaan aan de eisen voor een agrarisch bedrijf zoals opgenomen in artikel 3.1. b. het verplaatsen van de oliehandel aan de Klarenbeekseweg 27-29 naar de locatie Klarenbeekseweg 16, waarbij de bestemming op Klarenbeekseweg 27-29 wordt gewijzigd in de bestemming "woondoeleinden" als bedoeld in artikel 3.3. en de bestemming op Klarenbeekseweg 16 gelijktijdig wordt gewijzigd in de bestemming "niet-agrarische bedrijven" als bedoeld in artikel 3.2. met de nadere aanduiding op de kaart "Oh" (oliehandel) alsmede langs de randen in de bestemming "agrarisch gebied met de bestemmingsaanduiding "bosstrook". De wijzigingsbevoegdheid zal alleen worden toegepast indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de wijzigingsbevoegdheid zal worden toegepast op een wijze als aangegeven in de bij deze voorschriften behorende kaartbijlage 2 "wijzigingsbevoegdheid Klarenbeekseweg nr. 16 en nr. 27-29"; 2. de totaal maximaal te bebouwen oppervlakte mag niet meer bedragen dan 900 m²; 3. de goothoogte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen; 4. de bebouwing dient te voldoen aan de agrarische karakteristiek van het landelijk gebied als beschreven in de algemene beschrijving in hoofdlijnen als opgenomen in artikel 2.1.; de bebouwing dient qua beplanting landschappelijk te worden ingepast in aansluiting op de directe omgeving. 5. uiterlijk 1 jaar na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid worden alle niet-agrarische bedrijfsactiviteiten en overige activiteiten die niet in overeenstemming zijn met de bestemming woondoeleinden als bedoeld in artikel 3.3. op het perceel Klarenbeekseweg 2729 gerekend tot verboden gebruik als bedoeld in artikel 3.9. lid 1 sub b met uitzondering van hetgeen bepaald is in artikel 3.9. lid 1 sub c en lid 2 sub a onder 3 (niet-publieksgerichte bedrijfsactiviteiten na vrijstelling). Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 5 is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing. Herziening 2 Gebruiksbepaling (specifiek) In afwijking van dan wel aanvulling op het bepaalde in artikel 3.9 gelden ten aanzien van verkooppunten motorbrandstoffen de volgende bepalingen: a. van de in lid 2 sub c per bedrijf aangegeven maximaal te bebouwen grondoppervlakte ten behoeve van overige bedrijfsbebouwing, geldt dat in het servicegebouw maximaal 120 m² mag worden benut voor detailhandel anders dan verkoop van motorbrandstoffen; b. binnen het onder a. genoemde servicegebouw zijn geen afzonderlijke ruimten voor detailhandel toegestaan; c. al dan niet zelfstandige horecaruimten, in de zin van een café, bar, restaurant, snackbar, enzovoort zijn niet toegestaan. Buffetverkoop en verkoop uit automatiek zijn, als onderdeel van de detailhandelsactiviteiten, wel toegestaan bij beëindiging van het verkooppunt motorbrandstoffen dient de onder a. genoemde detailhandel eveneens te worden beëindigd. d.

inhoudsopgave

Artikel 3.3. Woondoeleinden

1.

2.

3.

Bestemmingsomschrijving De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor woningen alsmede voor een groothandel reinigingstechniek (inclusief installatie en onderhoud) waar dit op de kaart als zodanig met een aanduiding staat aangegeven; een en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.

De inhoud van een hoofdgebouw (de woning met inbegrip van inpandige garages en bergingen) mag niet meer bedragen dan op de kaart "differentiatie inhoud woningen" is aangegeven. Het op de kaart aangegeven maximum van 500m³ is uitsluitend van toepassing op hoofdgebouwen die gelegen zijn binnen een afstand van 40 m, gerekend vanaf de oever van het Apeldoorns Kanaal en het hart van de Voorsterweg en daar direct met hun voorgevel op zijn georiënteerd. Voor de hoofdgebouwen als bedoeld in sub a met een maximum inhoud van 500 m³ geldt bovendien dat: 1. de voorgevelbreede niet meer dan 7 m mag bedragen; 2. de nokrichting haaks op de wegas dient te zijn georiënteerd. De bebouwing dient verder te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.8.

Bebouwing a.

b.

c. Wijzigingsbevoegdheid ingevolge artikel 11 WRO Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen het plan te wijzigen ten behoeve van het omzetten van de op de kaart aangegeven burgerwoningen in een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan het navolgende: a. wijziging kan enkel plaatsvinden binnen de op de kaart als "vestigingsgebied" aangegeven gronden; b. het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf; hiertoe dient een advies van een daartoe van overheidswege erkende deskundige instantie te worden overlegd; c. er dient te worden voldaan aan de eisen voor een agrarisch bedrijf zoals opgenomen in artikel 3.1. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 3 is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing.

inhoudsopgave

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor doeleinden van onderwijs, opvoeding, religie, verenigingsleven, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg, cultuur, sport en recreatie, uitgezonderd verblijfsrecreatie, met de daarbij behorende bouwwerken. De maatschappelijke doeleinden zijn aanvullend bestemd voor evenementen.

Bebouwing

b.

a.

Bestemmingsomschrijving

Artikel 3.4. Maatschappelijke doeleinden 1.

2. De bebouwing dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.8. inhoudsopgave

De bebouwing dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.8.

Bebouwing

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor autosnelwegen (met inbegrip van de nodige rijwegen, vluchtstroken, taluds, bermen en bermsloten) met de daarbij behorende bouwwerken, ongelijkvloerse kruisingen, tunnels en geluidwerende voorzieningen.

Bestemmingsomschrijving

Artikel 3.5. Verkeersdoeleinden 1.

2.

inhoudsopgave

Artikel 3.6. Leidingen (dubbelbestemming).

Bebouwing

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn, behalve de aldaar voorkomende hoofdbestemming, bestemd voor de aanleg en instandhouding van een: a. "ondergrondse hoogspanningsleiding"; b. "(hoge druk) aardgastransportleiding" c. "brandstofleiding"; d. "rioolpersleiding". Eén en ander met de daarbij behorende bouwwerken.

Bestemmingsomschrijving

Hoogspanningsleiding- ondergronds Aardgastransportleiding Brandstofleiding Rioolpersleiding 1.

2. De bebouwing dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 3.8. inhoudsopgave

Bebouwing

De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn, behalve de aldaar voorkomende hoofdbestemming, mede bestemd voor de daarboven gelegen straalverbinding.

Bestemmingsomschrijving

Artikel 3.7. Straalverbinding (dubbelbestemming) 1.

2.

De hoogte van een bouwwerk of ander werk mag niet meer bedragen dan op de kaart in meters boven Nieuw Amsterdam Peil is aangegeven. inhoudsopgave

a. b. c.

d.

Bebouwingsmatrix

Zie de bebouwingsmatrix op de volgende bladzijden.

De bebouwing moet voldoen aan de aanwijzingen op de kaart en die in onderstaande matrix voor bebouwing. Niet ingevuld betekent niet van toepassing en/of geen beperkingen. Agrarische bedrijven die op de kaart zijn verbonden door middel van de aanduiding "gekoppeld agrarisch bedrijf" worden aangemerkt als één agrarisch bedrijf. Voorzover bouwwerken op het moment van het in ontwerp ter visie leggen van het plan niet voldoen aan de in het plan genoemde maten gelden de dan aanwezige maten als vervangend voorschrift. Deze bepaling geldt niet voor bij woningen behorende bijgebouwen. Hierop is het bepaalde in de onder lid 2 opgenomen bebouwingsmatrix van toepassing. Zie voor de afdekking van gebouwen het bepaalde in artikel 1.4.

Algemene bepalingen

Artikel 3.8. Voorschriften omtrent bebouwen van de grond binnen de bestemming 3.1 t/m 3.7 1.

2.

8,5 m. (n)

2 m.

max. max. goothoogte hoogte

10 m (c)

max. afstand tussen gebouwen

-de gebouwen dienen binnen een denkbeeldige rechthoek (verbaal bouwperceel) geplaatst te worden, die aan de volgende eisen moet voldoen (d en *a): * breedte: max. 130 m; * diepte: max. 130 m; -afstand van bebouwing binnen het verbaal bouwperceel tot de op de kaart aangegeven: > wijzigingsbevoegdheid t.b.v. natuurontwikkelingsgebied,

-open constructies, niet zijnde vergunningvrije bouwwerken, zijn niet toegestaan; -voorzover terrein- en erfafscheidingen zijn gelegen voor de voorgevelrooilijn bedraagt de hoogte maximaal 1 m

bijzondere bepalingen

N.B. de in het schema voorkomende verwijsletters verwijzen naar de in 3. opgenomen vrijstellingen en voor zover met * voor de verwijsletterde aangegeven, naar de in lid 4 opgenomen nadere eisen. max. grondoppervlakte / inhoud

andere bouwwerken t.b.v. de bestemming zoals terrein- en erfafscheidingen (a).

bebouwing

Agrarisch gebied art. 3.1. De gronden buiten het agrarisch bouwperceel

bestemming / functie

Agrarisch bedrijf (art.3.1)

4000 m² (b), met 6 m. bedrijfsgebouwen agrarisch bedrijf (inclusief dien verstande dat ter plaatse van de bedrijfswoningen met aanduiding "kassen" bijgebouwen) op de kaart tevens 4000 m² extra aan kassen is toegestaan

(art. 3.1.)

(art.3.1.)

tuincentrum bij agrarisch bedrijf, voorzover aangegeven op de kaart (art. 3.1.) aanduiding "kwetsbare landschapselementen"

6 m.

4 m.

8,5 m. (n)

2,80 m. (o) 5 m.

6m 2 m (g)

8,5 m.

4,50 m

8,5 m.

15 m 6m

10 m 2m

2500 m²

6 m.

2 m (g)

100 m²

12 m²

zie art.3.2 lid 2 sub 2 en lid 3 sub a (h)

6 m.

1000 m²

100 m²

600 m³

2500 m² bedrijfsgebouwen klein agrarisch bedrijf (inclusief bedrijfswoningen met bijgebouwen)

bedrijfswoningen, met inbegrip van inpandige garages en bergingen.

bijgebouwen en overkappingen bij woningen

andere bouwwerken: - mestsilo's - sleufsilo's agrarisch bedrijf

-

sleufsilo's klein agrarisch bedrijf overige silo's terrein- en erfafscheidingen antennes overige voor het agrarisch bedrijf noodzakelijke andere bouwwerken

bedrijfsgebouwen

bedrijfsgebouwen

geen bebouwing toegestaan, behoudens andere bouwwerken t.b.v. het beheer

groothandel in vetten bij agrarisch bedrijf, voorzover aangegeven op de kaart bouwwerken ten behoeve van het waterstaatkundig beheer (p)

aanduiding "geen bedrijfswoning toegestaan"

aanduiding "waterstaatkundige doeleinden".

aanduiding "nutsvoorziening" bouwwerken t.b.v. nutsvoorzieningen bouwwerken t.b.v. aanduiding "hoofdverbindingsweg" en "overige verkeersdoeleinden wegen" Niet-agrarisch bedrijf (art. 3.2)

bedrijfsbebouwing (exclusief de bedrijfswoning(en) en bijgebouwen)

10 m (c)

10 m. (c)

10 m (c)

10 m.

gemeten vanuit het hart: min 50 m; > natuurgebied: min. 10 m; > kwetsbare landschapselementen: min. 10 m; > waterstaatkundige doeleinden: (A-watergangen) min. 10 m; > bijzondere bomen: min. 10 m; > bosstrook: min. 5 m

-Indien het een grondgebonden agrarisch bedrijf betreft, mag de grondoppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van de niet-grondgebonden agrarische nevenactiviteit niet meer bedragen dan 500 m². -bij de bouw van de bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijgebouwen dient een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te worden genomen van min. 5 m. (e) -de afstand van kassen tot woningen bedraagt min. 50 m. (f) -maximaal is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij op de kaart is aangegeven dat een tweede of derde bedrijfswoning aanwezig is, dan is/zijn deze tevens toegestaan (j). Bedrijfswoningen mogen worden gesplitst in maximaal 3 woningen, mits de woningen te zamen de maximaal toegestane inhoud van de bedrijfswoning niet overschrijden, de karakteristiek van de bedrijfswoning niet onevenredig wordt aangetast en geen belemmering wordt gevormd voor naastgelegen agrarische bedrijven. -de inhoud van een dependance telt mee bij de inhoud van de woning. De dependance mag niet worden uitgebreid, met inbegrip van dakkapellen, erkers en balkons. Het bepaalde in artikel 4.1 is van overeenkomstige toepassing. -(*c) nieuw op te richten vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoningen zijn niet voor de voorgevel van deze woningen of het verlengde daarvan toegestaan (l). Een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen. -Na splitsing blijft de gezamenlijke maximale opp. aan bijgebouwen 100 m², waarvan minimaal 20 m² per woning aanwezig moet zijn.

voorzover erfafscheidingen zijn gelegen voor de voorgevel

-de silo's dienen in of direct grenzend aan de bebouwingsconcentratie te worden opgericht. -

van de bedrijfswoningen of het verlengde daarvan bedraagt de hoogte maximaal 1 m.

-de grondoppervlakte van het tuincentrum wordt gerekend bij de grondoppervlakte van het agrarisch bedrijf; voor het overige geldt de maatvoering voor agrarische bedrijven.

geen bedrijfswoning toegestaan

binnen een afstand van 10 m ter weerszijden van de op de kaart aangegeven aanduiding "waterstaatkundige doeleinden" en voor zover niet behorende tot een verbaal bouwperceel (zie art. 3.8. lid 2 bebouwingsmatrix) geldt, dat het oprichten van bouwwerken niet is toegestaan anders dan t.b.v. het waterstaatkundig beheer. (p) Zie tevens de algemene Keur van het Waterschap.

-bij de bouw van de bedrijfsgebouwen of overkappingen dient een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te worden genomen van minimaal 5 m. (e) -de afstand van kassen tot woningen bedraagt minimaal 50 m. (f)

aanduiding "Hla hotel /logieaccommodatie t.b.v. café- restaurant De Nieuwe Zweep"

hotel/logie accommodatie

600 m³

75 m² per accommodatie

4 m.

3m

2,8 m (o)

2 m. 15 m.

zie art.3.2 lid 2 sub 2 en lid 3 sub a (h)

100 m²

(art. 3.2.)

andere bouwwerken:

bijgebouwen en overkappingen bij woningen

bedrijfswoningen, met inbegrip van inpandige garages en bergingen

Aanduiding "bijzondere bomen" (art.3.2)

- antennes

6 m.

- terrein- en erfafscheiding

- overige voor nietagrarische bedrijf noodzakelijke andere bouwwerken zie art. 3.3 lid 2 sub a 4 m.

100 m² per woning (i) 2,80 m.(o)

zie art.3.2 lid 2 sub 2 en lid 3 sub a (h)

5m

5 m.

5 m.

2 m.

5 m (n)

2 m.

2,80 m

15 m. (f)

110 m²

- antennes

bedrijfsgebouwen

- overige andere bouwwerken

- terrein- en erfafscheidingen

andere bouwwerken:

bijgebouwen, met inbegrip van overige op het perceel aanwezige (voormalige agrarische) gebouwen alsmede overkappingen

Woondoeleinden (art. 3.3) hoofdgebouwen (=met inbegrip van inpandige garages en bergingen)

(art. 3.3.)

(art. 3.3.)

groothandel reinigings-

10 m.

-bij de bouw van bedrijfswoningen en bijgebouwen dient een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te worden genomen van minimaal 5 m. (e) -maximaal is één bedrijfswoning toegestaan, tenzij op de kaart is aangegeven dat een tweede of derde bedrijfswoning aanwezig is, dan is/zijn deze tevens toegestaan. Bedrijfswoningen mogen worden opgesplitst in maximaal 3 woningen, mits de woningen te zamen de maximaal toegestane inhoud van een bedrijfswoning niet overschrijden, de karakteristiek van de "bedrijfswoning" niet onevenredig wordt aangetast en geen belemmering wordt gevormd voor naastgelegen agrarische bedrijven. De inhoud van een dependance telt mee bij de inhoud van de bedrijfswoning. De dependance mag niet worden uitgebreid, met inbegrip van dakkapellen, erkers en balkons. -het bepaalde in artikel 4.1 is van overeenkomstige toepassing.

Wijziging 1 (betreft alleen Klarenbeekseweg 16) a gebouwen mogen uitsluitend binnen het bebouwingsvlak worden gebouwd; b de bebouwing dient te voldoen aan de agrarische karakteristiek van het landelijk gebied; c de goothoogte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer dan 5 meter bedragen; d het maximale grondoppervlakte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75m² en van overkappingen 25m².

10 m.

-(*c) nieuw op te richten vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoningen mogen niet voor deze woningen worden opgericht (l). Na spitsing blijft de gezamenlijke maximale opp. aan bijgebouwen 100 m² bedragen, waarvan minimaal 20 m² per woning aanwezig moet zijn. Een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen. -afstand tot het hart van boom tenminste 10 m (k)

10 m.

-bouwwerken zijn enkel binnen het op de kaart aangegeven bestemmingsvlak toegestaan. -Per op de kaart aangeduid bestemmingsvlak "woondoeleinden" is één hoofdgebouw toegestaan. Hoofdgebouwen mogen worden opgesplitst in maximaal 3 woningen, mits de 3 woningen tezamen de maximaal toegestane inhoud van het hoofdgebouw niet overschrijden en de karakteristiek van het hoofdgebouw niet onevenredig wordt aangetast en geen belemmering wordt gevormd voor naastgelegen agrarische bedrijven. Iedere woning dient te kunnen beschikken over minimaal 20 m² aan bijgebouwen. -de inhoud van een dependance telt mee bij de inhoud van het hoofdgebouw. De dependance mag niet worden uitgebreid, met inbegrip van dakkapellen, erkers en balkons. -bij de bouw van een hoofdgebouw dient een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te worden genomen van minimaal 2,5 m -het bepaalde in artikel 4.1 is van overeenkomstige toepassing.

-voorzover erfafscheidingen zijn gelegen voor de voorgevel van de bedrijfswoning of het verlengde daarvan bedraagt de hoogte maximaal 1 m.

10 m. (i)

-nieuw op te richten vrijstaande bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan minimaal 3 m achter de gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan (l). Na splitsing blijft de gezamenlijke maximale opp. aan bijgebouwen 100 m² bedragen, waarvan minimaal 20 m² per woning aanwezig moet zijn. -Een dependance heeft geen zelfstandig recht op bijgebouwen. -Afstand nieuw op te richten of te vervangen bijgebouwen tot achter- of zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 10 m. -voorzover erfafscheidingen zijn gelegen voor de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan, bedraagt de hoogte maximaal 1 m.

techniek (inclusief installatie en onderhoud) bij woning, voorzover aangegeven op de kaart aanduiding "bijzondere bomen" Maatschappelijke doeleinden (art. 3.4) Aanduiding "bijzondere bomen" Verkeersdoeleinden (art. 3.5)

e. f.

g. h.

i.

j.

k. l.

m.

n. o. p. q.

Nadere eisen

Gebouwen

andere bouwwerken, t.b.v de aanleg en instandhouding van de leiding

bestaand (m)

bestaand

bestaand (n)

-afstand tot het hart van de boom tenminste 10 m. (k)

Voor zover een bebouwingsvlak is aangegeven, mogen de gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bebouwingsvlak. -afstand tot het hart van de boom tenminste 10 m. (k)

in afwijking van het bepaalde bij de hoofdbestemming, mag niet worden gebouwd binnen een zone van 4 m ter weerszijden uit het hart van de leiding, anders dan t.b.v. de aanleg en instandhouding van een leiding als bedoeld in lid 1 van artikel 3.6. (q)

Burgemeester en wethouders kunnen alleen vrijstelling als bedoeld in dit lid verlenen met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 bij de betreffende bestemming opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen. Tevens kan alleen vrijstelling worden verleend voor zover de aldaar in het gebied voorkomende natuurwetenschappelijk, landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast. Alvorens vrijstelling te verlenen dient de procedure van artikel 4.5. lid 1 te worden doorlopen.

aangetoond. voor het bouwen van sleufsilo's tot een hoogte van maximaal 4 m. voor het vergroten van de grondoppervlakte van niet-agrarische bedrijfsbebouwing met dien verstande dat: 1. voor de niet-agrarische bedrijven die gelegen zijn aan de rand van een kern, in de uitlopers van het dorpslint of voor bedrijven die nauw verwant zijn aan het buitengebied (zoals manege, agrarisch hulpbedrijf, veehandelsbedrijf), met ten hoogste 25% mogen uitbreiden met een maximum van 250 m²; 2. voor de overige niet-agrarische bedrijven; dit betreft de bedrijven waarvan de activiteiten de kwaliteit van het buitengebied negatief beïnvloeden en die op een minder gewenste locatie gesitueerd zijn, los van de kernbebouwing, met ten hoogste 15% mogen uitbreiden met een maximum van 250 m²; 3. afgezien van het bepaalde onder 2 ten behoeve van verkooppunten motorbrandstoffen een luifel kan worden toegestaan van maximaal 50 m²; 4. tevens aan de volgende eisen moet worden voldaan: a. opslag van materialen buiten de gebouwen is niet toegestaan; b. de uitbreiding mag niet dienen voor nieuwe activiteiten; c. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen; d. voorzover een tweede bedrijfswoning niet bestaand is, is deze niet toegestaan. e. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiend uit de milieuwetgeving. teneinde de grondoppervlakte van bijgebouwen bij burgerwoningen met maximaal 50m² stalruimte uit te breiden indien direct aansluitend bij (het erf van) de woning minimaal 1 ha grond hoort. Tevens kunnen burgemeester en wethouders in dit geval de afstand van stalruimte tot aan de woning vergroten tot maximaal 30 m, indien dit uit milieuhygiënisch oogpunt noodzakelijk mocht zijn; voor een tweede agrarische bedrijfswoning toe te staan, mits: 1. de tweede bedrijfswoning noodzakelijk is in verband met blijvend toezicht van twee personen op het bedrijf; 2. de omvang van het bedrijf zodanig is dat de continuïteit als tweemansbedrijf verzekerd is; 3. de inhoud van de eerste en tweede bedrijfswoning te zamen niet meer bedraagt dan 750m³, tenzij er sprake is van op de plankaart als zodanig aangegeven cultuurhistorisch bebouwing, als bedoeld onder 4 in welk geval de inhoud van de tweede bedrijfswoning maximaal 600m³ mag bedragen; 4. de eerste en tweede bedrijfswoning te samen één bouwmassa vormen, behoudens die gevallen waarin sprake is van op de plankaart als zodanig aangegeven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; 5. de bedrijfswoning niet is gelegen in het gebied tusssen de weg en de 50 dB(A) contour als bedoeld in artikel 4.1. voor het verkleinen van de afstand tot minimaal 5 m uit het hart van de boom, mits zulks geen wezenlijk negatieve gevolgen heeft voor de vitaliteit van de boom. van het bepaalde dat bijgebouwen bij (bedrijfs-) woningen minimaal 3 m achter de voorgevel van de woning of het verlengde daarvan moeten worden gebouwd dan wel van de bepaling dat bijgebouwen niet voor de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd, indien dit uit stedebouwkundig en landschappelijk oogpunt niet onaanvaardbaar is. teneinde de te bebouwen grondoppervlakte en de inhoud met maximaal 15% te vergroten, mits: a. de met nabijgelegen percelen verbonden belangen niet onevenredig worden aangetast; b. de vergroting uit landschappelijk en ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. voor het overschrijden van de maximale toegelaten hoogte met niet meer dan 3,50 m tot een maximum van 1/3 van het grondoppervlak van het gebouw ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen, waaronder in ieder geval begrepen liftkokers, installatiesruimten. voor een goothoogte van 3,5 m ten behoeve van een gedeeltelijk open kapschuur met een asymmetrisch zadeldak voor (hobbymatig) agrarisch gebruik; voor het oprichten van bebouwing, anders dan ten behoeve van het waterstaatkundig beheer, indien en voorzover uit overleg met de beheerder van dat water blijkt dat daartegen uit hoofde van dat beheer geen bezwaar bestaat. voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming, indien en voorzover uit overleg met de betrokken leidingbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van de bescherming van de leidingen en veiligheid van personen geen bezwaar bestaat. Voor deze bouwwerken zijn de voorschriften van toepassing zoals deze gelden ingevolge de desbetreffende hoofdbestemming;

Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in lid 2 van dit artikel vrijstelling verlenen: a. voor het buiten het verbaal bouwperceel oprichten van bouwwerken met een grondoppervlakte van maximaal 50 m² per agrarisch bedrijf en een bebouwingshoogte van maximaal 2,7 m, mits zulks noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering en de bebouwing niet op het verbaal bouwperceel zelf kan worden opgericht. voor het vergroten van de grondoppervlakte van agrarische bedrijfsgebouwen met een bestaande grondoppervlakte van meer dan 3200 m² (deze bedrijven zijn als b. zodanig op de kaart aangegeven), mits: 1. de uitbreiding niet meer dan 25 % bedraagt; 2. de nieuwe bebouwing ruimtelijk zoveel mogelijk aansluit bij de bestaande; 3. de nieuwe bebouwing qua karakter en schaal aansluit bij de reeds aanwezige bebouwing. c. voor het vergroten van de onderlinge afstand tussen agrarische gebouwen van 10 m tot maximaal 30 m, mits: 1. de openheid en de onbebouwde ruimten tussen bestaande vestigingen niet onevenredig worden aangetast; 2. een kleinere afstand tussen de gebouwen bedrijfsorganisatorisch niet inpasbaar is. d. van de eisen waaraan de denkbeeldige rechthoek (verbaal bouwperceel) ten behoeve van agrarische bebouwing moet voldoen, indien dit voor de agrarische bedrijfsvoering aantoonbaar noodzakelijk is, voor zover het betreft: 1. het vergroten van de breedte of diepte van de bebouwing tot maximaal 200 m, mits de openheid niet onevenredig wordt aangetast; 2. het verkleinen van de afstand tot de op de kaart "bestemmingen" aangegeven "kwetsbare landschapselementen" tot minimaal 5 m uit het landschapselement; 3. het verkleinen van de afstand tot het potentieel natuurontwikkelingsgebied tot minimaal 0 m, mits de ontwikkeling van het gebied niet onevenredig belemmerd wordt; 4. het verkleinen van de afstand tot de op de kaart aangegeven "waterstaatkundige doeleinden" tot minimaal 0 m, mits uit overleg met de waterbeheerder blijkt dat hiertegen geen waterstaatkundige bezwaren bestaan; 5. het verkleinen van de afstand tot de op de kaart aangegeven "bijzondere bomen" tot minimaal 5 m uit de boom, mits zulks geen wezenlijk negatieve gevolgen heeft voor de vitaliteit van de boom. teneinde de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bij agrarische en niet-agrarische bedrijfsgebouwen te verkleinen tot een afstand van min. 3 m. teneinde de afstand van 50 m van woningen tot kassen te verminderen, mits vaststaat dat geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden dan wel voorzieningen zijn getroffen dat zich geen chemische bestrijdingsmiddelen buiten de kas kunnen verspreiden en indien tevens de noodzaak voor de agrarische bedrijfsvoering is

Vrijstellingsbevoegdheden

Leidingen (art. 3.6)

3.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a. vorm van de denkbeeldige rechthoek (verbaal bouwperceel) waarbinnen de bebouwing dient te worden gesitueerd. b. de situering van nieuw op te richten bouwwerken, met het oog op de zichtbaarheid vanaf de aanliggende openbare weg van de op kaart aangegeven "cultuurhistorisch waardevolle bebouwing" .

5.

c.

de situering en de maximale oppervlakte per bijgebouw, zulks uitsluitend teneinde de bijgebouwen in een compacte eenheid met de bijbehorende woning te situeren.

Burgemeester en wethouders kunnen alleen nadere eisen stellen als bedoeld in dit lid met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 bij de betreffende bestemming opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen. Wijzigingsbevoegdheid ingevolge artikel 11 WRO Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in artikel 3.1. in lid 2 opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen het plan te wijzigen ten behoeve van een tweede argrarische bedrijfswoning binnen het gebied dat gelegen is tussen weg en de 50 dB(A) contour als bedoeld in artikel 4.1. mits: a. de tweede bedrijfswoning noodzakelijk is in verband met blijvend toezicht van twee personen op het bedrijf; b. de omvang van het bedrijf zodanig is dat de continuïteit als tweemansbedrijfs verzekerd is; c. de inhoud van de eerste en tweede bedrijfswoning tezamen niet meer bedraagt dan 750 m³, tenzij er sprake is van op de plankaart als zodanig aangegeven cultuurhistorisch bebouwing als bedoeld onder d in welk geval de inhoud van de tweede bedrijfswoning maximaal 600 m³ mag bedragen; d. de eerste en tweede bedrijfswoning te samen één bouwmassa vormen, behoudens die gevallen waarin sprake is van op de plankaart als zodanig aangegeven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; het bepaalde in artikel 4.1. lid 1 sub b een in acht wordt genomen, met dien verstande dat de wijziging voldoet aan het besluit van de gedeputeerde staten van Gelderland tot vaststelling van een hogere waarde als bedoeld in artikel 83 Wet geluidhinder en het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen.

e.

Op het toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing. inhoudsopgave

a.

b.

7. 8. 9. 10.

c. dit uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf en met uitzondering van inpandige berging van caravans en kampeerauto's; d. het betreft inpandige opslag van goederen, zonder dat sprake is van be- of verwerking daarvan (statische opslag); e. dit plaatsvindt ten behoeve van een niet- agrarisch bedrijf indien en voorzover aangeduid op de kaart; voor detailhandel, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse geteelde of geproduceerde producten; voor woondoeleinden met uitzondering van de op de kaart aangegeven burgerwoningen en de ingevolge de bestemmingsregeling toegestane bedrijfswoningen.

Gebruik bebouwde grond Het is verboden de in het plan bedoelde gebouwen en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gebouwen en bouwwerken: 1. voor het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij: a. dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het bedrijf; b. voor het beoefenen van lawaaisporten;

2. 3.

Gebruik ten behoeve van beroepsuitoefening aan huis Bedrijfsactiviteiten aan huis zijn niet toegestaan. Beroepsuitoefening aan huis is wel toegestaan, met dien verstande dat voor het uitoefenen van een beroep aan huis ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning (alle ruimten, -exclusief bijgebouwen-, die qua hoogte voldoen aan het Bouwbesluit) en 100% van de oppervlakte van de bijgebouwen mag worden gebruikt met totaal een maximum van 75 m² per perceel, mits: 1. het gebruik niet leidt tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving; 2. het gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan het landelijk karakter van het gebied als beschreven in de algemene beschrijving in hoofdlijnen als opgenomen in artikel 2.1; 3. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 4. geen detailhandel wordt uitgeoefend, anders dan in de uitoefening van de beroeps- of bedrijfsactiviteit; 5. de activiteiten geen duurzame ontwrichting veroorzaken van de bestaande distributieve voorzieningen of een ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg hebben; bedrijfsactiviteiten die normaliter in een winkelcentrum of winkelstraat worden uitgeoefend zijn niet toegestaan. het beroep door de bewoner wordt uitgeoefend. 6.

b.

a.

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde: 1. in lid 1 sub a onder 5 met betrekking tot tunnelkassen en platglas, mits: a. de openheid van het gebied niet onevenredig wordt aangetast (toegestane bebouwingshoogte max. 1,5 m); b. de tunnelkassen aansluitend aan de bestaande bebouwing worden opgericht. 2. in lid 1 sub a onder 10 voor het oprichten van reclame-uitingen ten behoeve van plaatselijk in het gebied gevestigde agrarische- en niet agrarische bedrijven, mits dit uit stedebouwkundig en landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. 3. in lid 1 sub c voor het gebruik van woningen en/of bijgebouwen, ten behoeve van niet-publiekgerichte bedrijfsactiviteiten, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: a. het bepaalde in lid 1 sub c is van overeenkomstige toepassing; b. uitsluitend zijn toegestaan bedrijven: 1. die niet vallen onder het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer en/of; 2. die genoemd zijn in de in bijlage 1 opgenomen lijst van toegelaten bedrijfstypen, dan wel bedrijven die daarmee naar hun aard en invloed vergelijkbaar zijn;

Wijzigingsbevoegdheid gebruik vrijkomende agrarische bebouwing ex. artikel 11 W.R.O.

c.

Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het in lid 1 onder a. en b. vervatte verbod, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Alvorens vrijstelling te verlenen dient de procedure van artikel 4.5. lid 1 te worden doorlopen.

Vrijstellingsbevoegdheden voor gebruik

c.

Gebruik onbebouwde grond Het is verboden de in het plan bedoelde gronden te gebruiken in strijd met de bestemming. In ieder geval geldt als strijdig met de bestemming gebruik van gronden: 1. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voorzover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; 2. voor het beoefenen van lawaaisporten; 3. voor volkstuinen; 4. voor het agrarisch gebruik van gronden op de kaart aangeduid als "bijzondere bomen", "natuurgebied" en "te handhaven kwetsbare landschapselemtenten"; 5. voor het oprichten van tunnelkassen dan wel platglas binnen de op de kaart met "open gebied" aangegeven gronden, behoudens tijdelijke tunnels tot een maximale hoogte van 1,50 m, mits zulks noodzakelijk is in verband met vorstbeschermende maatregelen ten behoeve van open teelten; 6. voor verblijfsrecreatie, behoudens ter plaatse de in de lijst van niet-agrarische bedrijven aangegeven "camping" en behoudens het kleinschalig kamperen indien dit plaatsvindt een afstand van binnen 50 m uit de agrarische bedrijfsbebouwing en het niet meer betreft dan 5 standplaatsen per locatie binnen het op de kaart aangegeven "open gebied" en niet meer dan 10 standplaatsen per locatie voor het overige gebied, met dien verstande dat kleinschalig kamperen niet is toegestaan binnen het op de kaart aangegeven "wijzigingsbevoegdheid t.b.v. natuurontwikkelingsgebied"; het gebruik van kampeermiddelen voor permanente bewoning; voor het afgraven van gronden, op de kaart aangeduid als "bijzondere bomen", "natuurgebied" en "te handhaven kwetsbare landschapselementen"; voor het verwijderen van de op de kaart aangegeven wegen; voor het oprichten van reclame-uitingen.

Gebruiksbepaling

Artikel 3.9. Gebruiksvoorschriften en Aanlegvergunningenstelsel 1.

2.

3.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen het plan te wijzigen ten behoeve van hergebruik van vrijkomende al dan niet voormalige agrarische bebouwing en het bijbehorende erf voor niet-agrarische bedrijvigheid, mits aan de volgende eisen wordt voldaan: 1. opslag van materialen buiten de gebouwen is niet toegestaan; 2. uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan; 3. gehele nieuwbouw is slechts toegestaan indien een tenminste tweemaal zo grote oppervlakte aan gebouwen gesloopt wordt; 4. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; 5. uitsluitend zijn toegestaan bedrijven: a. die niet vallen onder het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer en/of; b. die genoemd zijn in de in bijlage 1 opgenomen lijst van toegelaten bedrijfstypen, dan wel bedrijven die daarmee naar hun aard en invloed vergelijkbaar zijn;

4.

6. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving. Op het toepassen van deze wijzigingsbevoegdheid is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing. Aanlegvergunningen a.

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de hierna genoemde werken en werkzaamheden uit te voeren. Bij het verlenen van de vergunning wordt, in relatie met het bepaalde in sub c van dit lid, getoetst aan de bij de desbetreffende werken en werkzaamheden aangegeven criteria

* noodzaak voor het bedrijf; * geen uitbreiding van buitenpandige opslag

Werk- en werkzaamheden Toetsingscriteria 1. voor alle bestemmingen: het binnen een afstand van 50 m vanuit woningen en * indien vaststaat dat geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden recreatievoorzieningen aanbrengen van boomgaarden, behoudens vervanging van boomgaarden dan wel voorzieningen zijn getroffen dat zich geen chemische bestrijdingsmiddelen buiten de boomgaard kunnen verspreiden. 2. slopen van panden binnen gronden van alle bestemmingen die op de kaart zijn aangegeven als * behoud bestaande beeldbepalende uitwendige hoofdvorm, bepaald door "cultuurhistorisch waardevolle bebouwingen tevens als beeldbepalend" zijn aangegeven. goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling (indien een gevel aan het bouwwerk te onderscheiden is). 3. de aanleg van beplanting binnen gronden met de bestemming "agrarisch gebied" die op de * aansluiting bij bestaande massa's (bebouwing en beplanting), waardoor kaart zijn aangegeven met "open gebied". bestaande open ruimten open blijven. * geen aaneengesloten beplanting (bijv. bos, boomgaard, kwekerij) toegestaan. 4. het egaliseren, ophogen, graven en dempen van sloten en het aanbrengen van verhardingen * noodzaak voor terreinbeheer. binnen gronden met de bestemming agrarisch gebied die op de kaart aangegeven zijn met * behoud bosvegetaties. "kwetsbare landschapselementen", "bosstrook" of "natuurgebied". * behoud recreatieve betekenis. * behoud aanwezige hoogteverschillen * behoud aanwezige differentiatie in abiotische omstandigheden. 5. het aanbrengen van verhardingen binnen de bestemming "niet-agrarische bedrijven".

* indien uit overleg met de leidingbeheerder blijkt, dat daartegen uit hoofde van veiligheid van personen en bescherming van de leiding geen bezwaar bestaat.

b.

c.

Het in lid a. vervatte verbod geldt niet voor de werken of werkzaamheden: 1. welke plaatsvinden binnen een afstand van 10 m uit bestaande gebouwen, zulks met uitzondering van het aanlegvergunningvereiste voor het slopen; 2. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend; 3. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 4. welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van een normale agrarische bedrijfsexploitatie (zoals spitwerkzaamheden etc), niet zijnde kwekerijen en boomgaarden dan wel voorzover het de leidingen betreft, het normale onderhoud en beheer van leidingen. 5. die in redelijkheid slechts kunnen worden aangemerkt als zijn de van ondergeschikte aard en omvang dat enige wezenlijke invloed op de in dit lid sub c bedoelde waarden en functies niet te verwachten is. De in lid a. bedoelde werken of werkzaamheden zijn met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen beschrijving in hoofdlijnen alleen toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de ruimtelijke, natuurwetenschappelijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden alsmede de milieukwaliteit niet onevenredig aangetast worden.

6. het egaliseren, ophogen, afgraven of ontgronden van gronden, het aanbrengen van diepwortelende beplanting en verhardingen, binnen een zone van 4 m ter weerszijden uit het hart van een leiding gelegen binnen gronden met de dubbelbestemming "leidingen".

3.

cultuurhist. waardevolle bebouwing 10 m uit Awatergangen

4 m uit hart leiding

niet agrarische woonbedrijven doeleinden

maatschappelijke doeleinden

Schema werkzaamheden Matrix gebruiksvoorschriften en aanlegvergunningen. De navolgende matrix geeft schematisch aan voor welke onderdelen een gebruiksverbod dan wel een aanlegvergunning geldt. De exacte aspecten met eventuele uitzonderingen en toetsingscriteria worden weergegeven onder lid 1 en lid 2 van dit artikel.

10 m uit bijzondere boom

A

open gebied

A

S

A

A

S

A

A

A

S

A

S

S S

kwetsb. lands. elem. nat. geb. bosstrook

S

S S

A#

S

S S

A

S

S S

A

S

S S

A

S

S

S

S S

S S

A

S S

S S S

S

S#

S#

S

S*

S#

S

S

S

S#

S

S

A*

S S S

S#

S# S#

S S+

S+

S S

agrarisch gebied

WERKZAAMHEDEN GEBIED

aanbrengen boomgaarden aanleg beplanting aanbrengen diepwortelende beplanting afgraven gronden graven / dempen van sloten aanbrengen verhardingen egaliseren / ophogen aanleg ondergrondse leidingen verwijderen van wegen aanbrengen reclameuitingen @ lawaaisporten volkstuinen agrarisch gebruik verblijfsrecreatie tunnelkassen / platglas detailhandel woondoeleinden oprichten gebouwen slopen opslag, storten, bergen bedrijvigheid

S Strijdig gebruik

A Aanlegvergunning # bijzondere uitzonderingen aanwezig * bijzondere vrijstelling mogelijk + bijzondere uitzonderingenen vrijstelling @ buiten de in artikel 3.2 bedoelde gronden

inhoudsopgave

4. ALGEMENE BEPALINGEN

55 60 55 14,5 26,0 11,0 19,5 61,0 56,0 53,0 29,0 10,5 11,0 14,5 17,0 21,0 18,0 22,0 19,5

Hw <3 m 530 540 610 65 65 65 16,0 31,5 11,5 22,5 82,5 75,5 71,0 35,5 11,0 11,5 16,0 19,0 24,5 20,5 26,0 22,5 7 70 70 15,5 32,5 10,0 22,5 91,0 82,5 77,5 37,5 10,0 10,5 15,5 18,5 25,0 20,5 26,5 23,0

50 dB(A)-contour in meters uit de wegas Hw > 3m en < 6m Hw > 6m en < 10 m

Het is, onverminderd het bepaalde in sub b van dit lid, niet toegestaan gebouwen waaronder begrepen uitbreidingen ten behoeve van geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder op te richten tussen de weg en de bij deze weg behorende 50 dB(A)-contour. De wegen met de bijbehorende 50 dB(A)-contour zijn in onderstaand schema aangegeven. (Hw = hoogte waarneming = hoogte bebouwing, gerekend vanaf het peil).

Wegverkeerslawaai

Artikel 4.1. Geluidhinder 1. a.

Weg en wegvak

Rijksweg A1 (Apeldoorn-Zuid - knooppunt Beekbergen) Rijksweg A1 (knooppunt Beekbergen - afslag Voorst) Rijksweg A50 (afslag Loenen - knooppunt Beekbergen) Klarenbeekseweg (Loenensebrug - Hessenallee) Klarenbeekseweg (Hessenallee - Elsbosweg) Klarenbeekseweg (Elsbosweg - gemeentegrens) Brinkenweg Elsbosweg Hanekerweg Hessenallee Kanaal Zuid (Lange Americaweg - Woudwegbrug) Kanaal Zuid (Woudwegbrug - Loenensebrug) Kanaal Zuid (Loenensebrug - gemeentegrens) Polderweg van Spreekenslaan Traandijk (Woudweg - Elsbosweg) Veldweg (Kanaal Zuid - Elsbosweg) Voorsterweg Woudweg (Kanaal Zuid - Traandijk) Woudweg (Traandijk - Hanekerweg) Woudweg (Hanekerweg - van Spreekenslaan) Woudweg (van Spreekenslaan - Klarenbeekseweg) b.

Hw <3m 60 dB(A)

55/60 dB(A)-contour in meters uit de wegas Hw > 3m en < 6m 55 dB(A) 60 dB(A) 130 270 160 330 150 310 35 35 35 6,0 14,0 3,5 9,5 40,0 36,5 34,0 16,0 3,0 3,5 6,0 7,5 10,5 8,5 11,5 9,5

40 40 40 4,5 13,5 0,0 8,0 42,0 38,0 35,5 15,5 0,0 0,0 4,0 6,0 9,5 7,0 10,5 8,5

Hw > 6m en < 10 m 55 dB(A) 60 dB(A)

Gelet op het bepaalde in artikel 3.1. lid 6 sub a en het bepaalde in artikel 3.8. lid 5 zijn, met toepassing van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, mits hiertoe door gedeputeerde staten van Gelderland voor de vaststelling van dit bestemmingsplan een hogere waarde is vastgesteld, in afwijking van het bepaalde in sub a van dit lid: 1. ten hoogste 15 nieuwe agrarische bedrijfswoningen toegestaan tussen de 50 dB(A) en 55 dB(A) contour; 2. ten hoogste 8 nieuwe agrarische bedrijfswoningen toegestaan tussen de 55 dB(A) en 60 dB(A) contour.

Weg en wegvak

30 30 30 7,0 13,0 5,0 9,5 32,0 29,5 28,0 14,0 4,5 5,0 7,0 8,0 10,5 9,5 11,0 9,5

55 dB(A)

De wegen met de bijbehorende 55 dB(A) en 60 dB(A)-contouren zijn in onderstaand schema aangegeven. (Hw = hoogte waarneming = hoogte bebouwing, gerekend vanaf het peil).

Railverkeerslawaai

Rijksweg A1 (Apeldoorn-Zuid - knooppunt Beekbergen) Rijksweg A1 (knooppunt Beekbergen - afslag Voorst) Rijksweg A50 (afslag Loenen - knooppunt Beekbergen) Klarenbeekseweg (Loenensebrug - Hessenallee) Klarenbeekseweg (Hessenallee - Elsbosweg) Klarenbeekseweg (Elsbosweg - gemeentegrens) Brinkenweg Elsbosweg Hanekerweg Hessenallee Kanaal Zuid (Lange Americaweg - Woudwegbrug) Kanaal Zuid (Woudwegbrug - Loenensebrug) Kanaal Zuid (Loenensebrug - gemeentegrens) Polderweg van Spreekenslaan Traandijk (Woudweg - Elsbosweg) Veldweg (Kanaal Zuid - Elsbosweg) Voorsterweg Woudweg (Kanaal Zuid - Traandijk) Woudweg (Traandijk - Hanekerweg) Woudweg (Hanekerweg - van Spreekenslaan) Woudweg (van Spreekenslaan - Klarenbeekseweg) 2.

Hw < 3m 31 m 31 m 31 m 31 m

Hw > 3m en < 6m 36 m 36 m 36 m 36 m

60 dB(A) Hw > 6m en < 10m 37 m 37 m 37 m 37 m

Het is niet toegestaan gebouwen, waaronder begrepen uitbreiding, ten behoeve van geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder op te richten tussen de spoorweg en de bij de spoorweg behorende 60 dB(A)-contour. De bijbehorende contour is in onderstaand schema aangegeven. (Hw = hoogte waarneming = hoogte bebouwing, gerekend vanaf het peil) KILOMETERPAAL

Industrielawaai

93.000 93.500 94.000 94.500 3.

Het is niet toegestaan gebouwen, waaronder begrepen uitbreidingen, ten behoeve van geluidsgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder op te richten tussen het bedrijventerrein Alba en de bij dit terrein behorende 60 dB(A)-contour. De bijbehorende contour is op de kaart bestemmingen, blad 2, aangegeven.

inhoudsopgave

Artikel 4.2. Afstand gebouwen tot wegen Nieuw op te richten gebouwen mogen niet worden opgericht binnen een afstand van 15 meter, loodrecht gemeten vanuit de as van de weg, met dien verstande dat voor de hoofdverbindingsweg (Klarenbeekseweg) een afstand geldt van 25 m en voor de rijkswegen een afstand van 50 m. inhoudsopgave

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 bij de betreffende bestemming opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen, vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het plan: a. voor afwijkingen van deze voorschriften ten behoeve van het bouwen van kunstwerken, riooloverstortkelders, niet voor bewoning bestemde gebouwtjes of andere bouwwerken van openbaar nut indien deze redelijkerwijs niet kunnen worden ondergebracht in nabij gelegen bebouwing en voor zover deze - indien het gebouwtjes betreft - geen grotere inhoud hebben dan 60 m³ en geen grotere goothoogte dan 3 meter, en - indien het andere bouwwerken betreft - geen grotere oppervlakte hebben dan 4 m² en geen grotere hoogte dan 3 meter: van de hoogtebepaling zijn uitgezonderd antennes, kunstwerken, lichtmasten en ontluchtingspijpen; van de inhoudsbepaling zijn uitgezonderd riooloverstortkelders; b. indien en voor zover het in geringe mate afwijken ten aanzien van bestemmingsgrenzen, bebouwingsgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen op de kaart in het horizontale vlak noodzakelijk is ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en er geen dringende redenen zijn die zich hiertegen verzetten; c. indien en voor zover het afwijkingen ten aanzien van bebouwingsgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen op de kaart in het horizontale vlak noodzakelijk zijn, indien dit uit het oogpunt van doelmatig gebruik van de grond en bebouwing gewenst is, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en er geen dringende redenen zijn die zich hiertegen verzetten en mits die afwijking ten opzichte van hetgeen op de kaart is aangegeven, niet meer dan 10 meter bedraagt; d. voor afwijkingen ten aanzien van de voorgeschreven goothoogte en hoogte van gebouwen, hoogtescheidingslijnen, hoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, breedten, afstand tot perceelsgrenzen, en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bebouwingsgrens, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 10 % van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakte en percentages. De vrijstelling onder d. heeft slechts betrekking op bouwwerken waarvoor geen specifieke vrijstelling is opgenomen. e. ten aanzien van de voorgeschreven hoogte voor antennes, voor zover een grotere hoogte noodzakelijk is in verband met het beoogde gebruik, mits dit met het oog op het landschappelijk beeld aanvaardbaar is. f. ten aanzien van de voorgeschreven hoogte van andere bouwwerken, ten behoeve van het bouwen van windturbines, waarvan de hoogte inclusief rotor niet meer mag bedragen dan 20 meter, mits dit op grond van het landschappelijk beeld aanvaardbaar is en mits een afstand tot woonbebouwing op het aangrenzende of nabijgelegen percelen in acht wordt genomen van 100 meter. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met het oog op het landschappelijk beeld nadere eisen te stellen aan de hoogte en situering van een windturbine. g. ten aanzien van de voorgeschreven hoogte van andere bouwwerken, ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 10 meter, mits dit op grond van het landschappelijk beeld aanvaardbaar is. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met het oog op het landschappelijk beeld nadere eisen te stellen aan de hoogte en situering van een zonnecollector. Een in lid 1 bedoelde vrijstelling kan niet worden verleend indien enig aangrenzend terrein of gebouw in een toestand wordt gebracht, die strijdig is met de bepalingen van het plan en/of de verwezenlijking van de bestemming volgens het plan of de handhaving van de verwerkelijkte bestemming overeenkomstig het plan onmogelijk maakt en dit niet door het stellen van voorwaarden aan de vrijstelling kan worden voorkomen. Op het verlenen van de vrijstelling als bedoeld in lid 1 is de in artikel 4.5. lid 1 opgenomen procedure van toepassing. Het bepaalde in lid 1, sub d is niet van toepassing op bouwwerken als bedoeld in artikel 5.1. van deze voorschriften (overgangsbepaling).

Artikel 4.3. Algemene vrijstellingsbevoegdheden 1.

2.

3. 4. inhoudsopgave

horizontale vlak noodzakelijk zijn, ofwel ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, dan wel indien dit uit het oogpunt van doelmatig gebruik van de grond en bebouwing gewenst is, de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en er geen dringende redenen zijn die zich hiertegen verzetten en mits die afwijking ten opzichte van hetgeen op de kaart is aangegeven, niet meer dan 15 meter bedraagt; voor afwijkingen ten aanzien van de voorgeschreven goothoogte en hoogte van gebouwen, hoogtescheidingslijnen, hoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, b. onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, breedten, afstand tot perceelsgrenzen, en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bebouwingsgrens, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 15 % van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakte en percentages. toepassing van het bepaalde in lid 1 kan niet worden gecombineerd met verlening van vrijstelling als bedoeld in artikel 4.3. lid 1 subleden b, c en d. het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 1 is de in artikel 4.5. lid 2 opgenomen procedure van toepassing.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde van de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 bij de betreffende bestemming opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen het plan te wijzigen: a. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van bestemmingsgrenzen, bebouwingsgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen op de kaart in het

Artikel 4.4. Algemene wijzigingsbevoegdheid ingevolge artikel 11 W.R.O. 1.

2. 3. inhoudsopgave

a.

Het ontwerp van een wijziging ligt gedurende 2 weken ter inzage. De nederlegging wordt bekend gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze en door publicatie in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. Gedurende de termijn van tervisielegging kunnen belanghebbenden tegen het ontwerp van de wijziging schriftelijk bedenkingen indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Aan indieners van bedenkingen wordt de gelegenheid geboden hun bedenkingen mondeling toe te lichten. Het besluit tot vaststelling van een wijziging vermeldt in ieder geval wat omtrent de ingekomen bedenkingen is overwogen. Aan indieners van bedenkingen wordt een afschrift van het besluit tot vaststelling gezonden.

Procedureregels bij wijziging ingevolge artikel 11 W.R.O.

Een beslissing omtrent het verlenen van een vrijstelling wordt niet genomen dan nadat belanghebbenden gedurende 2 weken, na publicatie van het voornemen tot het verlenen van vrijstelling in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk zienswijzen tegen die voorgenomen vrijstelling bij het college van burgemeester en wethouders in te dienen.

Proceduregels bij vrijstelling

Artikel 4.5. Procedureregels 1

2

b. c.

inhoudsopgave

5. STRAF- EN OVERGANGSBEPALINGEN

a.

Bouwwerken of delen van bouwwerken welke op het tijdstip van tervisielegging van het ontwerp van dit plan aanwezig of in uitvoering zijn, danwel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde bouwvergunning kunnen worden gebouwd, of welke nadien legaal zijn of kunnen worden gebouwd en welke afwijken van het plan mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. geheel worden vernieuwd, indien zij door een calamiteit mochten zijn teniet gedaan, mits de aanvraag om een bouwvergunning wordt ingediend binnen twee jaar na de dag waarop de calamiteit eindigde, behoudens onteigening overeenkomstig de wet. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering in verband met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de verkeersveiligheid. Indien de in sub a bedoelde bouwwerken, bijgebouwen als bedoeld in artikel 1.1. sub 9. betreffen, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in sub a ten behoeve van het geheel vernieuwen van een gedeelte van die bijgebouwen. De vrijstelling wordt alleen verleend wanneer gelijktijdig tweemaal de hoeveelheid m² aan de bestaande bijgebouwen wordt afgebroken voor elke m² bebouwing waarvoor vrijstelling wordt verleend, met het doel om te komen tot een sanering van de aanwezige bebouwing. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in sub a dat de bestaande afwijkingen naar de omvang niet mogen worden vergroot, en toestaan dat een vergroting plaatsvindt van de inhoud en grondoppervlakte van de ingevolge sub a toegelaten bouwwerken met niet meer dan 15 %.

Overgangsbepaling ten aanzien van het bouwen

Artikel 5.1. Overgangsbepaling bouwwerken 1.

b.

c.

2.

d.

e.

De in sub b en sub c vermelde vrijstellingen worden enkel verleend indien de in artikel 2.1. opgenomen algemene beschrijving in hoofdlijnen en de in lid 2 bij de desbetreffende bestemming opgenomen specifieke beschrijving in hoofdlijnen in acht worden genomen en indien tevens ruimtelijke, functionele en milieukundige belangen niet onevenredig worden aangetast. Op het verlenen van vrijstelling als bedoeld in sub b en sub c is de in artikel 4.5. lid 1 opgenomen procedure van toepassing.

Het gebruik van gronden dat bestond ten tijde van het van kracht worden van het verbod tot gebruik in strijd met de aan die gronden en bouwwerken gegeven bestemming, en dat in enerlei opzicht afwijkt van het plan, mag worden voortgezet of gewijzigd, zolang en voor zover de strijdigheid van dat gebruik ten opzichte van het gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar aard en omvang niet wordt vergroot. het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Overgangsbepaling ten aanzien van het gebruik a.

b.

inhoudsopgave

Artikel 5.2. Strafbepaling

fabr. : g.d. : incl : inst. : k.d. : lab. : m : mat : n.e.g.: o.v. : p.c. : p.e. : p.m. : p.o. : Sbi :

ton per dag ton per jaar ton per uur terreinoppervlakte toegestaan totaal verwerkingscapaciteit van tot vloeroppervlak

fabriek groter dan inclusief installatie kleiner dan laboratorium meter materiaal niet elders genoemd opgesteld vermogen productiecapaciteit productie-eenheid productiemedewerkers productie-oppervlakte Standaard bedrijfsindeling

2

2

2 1 2 1 2

2

2 1 2 1

1 1

2 1

2

1

2 2

CATEGORIE

Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3.9. lid 1 onder a. en b. en 3.9. lid 3 onder a., anders dan door het oprichten van de bebouwing, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. inhoudsopgave

Artikel 5.3. Titel Deze voorschriften kunnen worden aangehaald als "Voorschriften bestemmingsplan Het Woud"

inhoudsopgave

BIJLAGE 1 LIJST VAN TOEGELATEN BEDRIJFSTYPEN

-

t/d : t/j : t/u : t.o. : toeg. : tot. : v.c. : v.tot. : v.o. :

In de lijst gebruikte afkortingen

-

OMSCHRIJVING LAND- EN TUINBOUW Bijen- en insektenteelt Bijzondere tuinbouwbedrijven: bloembollen-droog- en preparatiebedrijven Plantsoenendiensten, hoveniersbedrijven VISSERIJ Siervisserij VOEDINGS - GENOTMIDDELEN IND. Broodbakkerijen alleen voor eigen winkel Banketbakkerijen KLEDING INDUSTRIE Maatkledingbedrijven Hoeden-, petten- en modeartikelenfabriek HOUT EN MEUBELINDUSTRIE Mandenmakerijen Vlechtwarenfabrieken Grafkistenfabriek Woningstoffeerderijen PAPIER- EN PAPERWARENINDUSTRIE Papierwarenindustrie GRAFISCHE IND. EN UITGEVERIJEN Chemigrafische bedrijven Loonzetterijen Drukkerijen n.e.g. Uitgeverijen Binderijen CHEMISCHE INDUSTRIE Verbandmiddelenindustrie BOUWMATERIALEN,-AARDEWERK- EN GLASINDUSTRIE Glas-in-loodzetterijen ELEKTROTECHNISCHE INDUSTRIE

Categorale Bedrijfsindeling SBI-CODE O1. 01.19 01.28 01.3 03 03.07 20/21 20.81.1 20.83 23 23.3 23.5 25 25.63 25.69 25.72 25.75 26 26.2 27 27.15 27.16 27.19 27.2 27.3 29 29.62 32 32.83 36

36.99 38 38 39 39 52 52 61/62 61.11 61.14 61.17 63/64 63/64 68 68.1 68.24 68.3 68.4 68.5 68.6 68.7 68.8 76 76 excl..21/3 77 77.02 81 81 81 82 82 82 83 83 83 84 84 84 93 93. 98 98.21 98.22 98.29

98.33 98.34 98.35 98.4 98.5 98.99

2 1

2

Elektrische installatiebedrijven INSTRUMENTEN- EN OPTISCHE IND. Instrumenten- en optische industrie. OVERIGE INDUSTRIE Overige industrie n.e.g. BOUWINSTALLATIEBEDRIJVEN Bouwinstallatiebedrijven GROOTHANDEL Akkerbouwbedrijven alg. assortiment Fijne zaden en peulvruchten Bloemen, planten en tuinbenodigheden TUSSENPERSONEN IN DE GROOTHANDEL Tussenpersonen in de groothandel REPARATIEBEDRIJVEN VOOR GEBRUIKSGOEDEREN Schoen- e.a. lederwarenreparatiebedrijven Autobeklederijen Fietsen-, brom- en motorfietsenrep.bedr. Uurwerkreparatiebedrijven Goud- en zilversmederijen (incl reparatie) Reparatiebedrijven elektrische gebruiksgdr Reparatiebedr. voor muziekinstrumenten Reparatiebedrijven voor n.e.g. gebruiksgdr. HULPBEDRIJVEN VAN HET VERVOER Hulpbedrijven van het vervoer n.e.g. COMMUNICATIEBEDRIJVEN Telefoon-, telegraafdiensten BANKWEZEN Banken- vloeropp < 150 m² Banken- vloeropp > 150 m² VERZEKERINGSWEZEN Verzekeringsbedrijven vloeropp < 150 m² Verzekeringsbedrijven vloeropp > 150 m² EXPLOITATIE VAN EN HANDEL IN ONROERENDE GOEDEREN Exploit/handel onr. gdr. vloeropp < 150 m² Exploit/handel onr. gdr. vloeropp > 150 m² ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Zakelijke dienstverl. vloeropp < 150 m² Zakelijke dienstverl. vloeropp > 150 m² GEZONDHEIDSZORG EN VETERINAIRE DIENSTEN Indiv. praktijken/ medische labaratioria OVERIGE DIENSTVERLENENDE BEDRIJVEN Schoonmaakbedrijven voor gebouwen Schoorsteenveegbedrijven

1 2 1 1 1 1 2

1

1 2

1 2

1 2

1 2

2

1

1 1 2 1 1 1 1 1

1

2 2 2

2

2

2

Schoonmaakbedrijven n.e.g. Wasverzendinrichtingen Stoppage- en oppersinrichting Wasserettes Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Foto-ateliers Persoonlijke dienstverlening

BIJLAGE 2: KAARTBIJLAGE WIJZIGINGSBEVOEGDHEID KLARENBEEKSEWEG NR. 16 EN 27-29

VII

VI.A

VI

V

IV

III

II.B

II.A

II

I

Gronden aangewezen voor LANDGOEDEREN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: a. enkele woningen met een inhoud van 1000 m³ met ten hoogste twee bijhorende woningen voor dienstpersoneel, garages, koetshuizen e.d. en met een terreinoppevlak per hoofdgebouw van tenminste 50 ha; b. bedrijfsgebouwen (geen woning zijnde) ten behoeve van tot het landgoed behorende agrarische bedrijven met een terreinoppervlak per bedrijf van tenminste 10 ha. Het onder b. genoemde is alleen van toepassing op die gronden, welke voor de vasstelling van dit plan tot herziening van het plan van uitbreiding in hoofdzaak reeds werden ontgonnen.

Gronden, aangewezen voor LANDHUISBEBOUWING, KLASSE D. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd enkele woningen met een minimum inhoud van 600 m³, met een terreinoppervlak per woning van tenminste 10 ha en een afstand van de zijgevel tot de zijerfafscheiding van tenminste 50 meter.

Gronden, aangewezen voor LANDHUISBEBOUWING, KLASSE C. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd enkele woningen met een minimuminhoud van 350 m³ met een terreinoppervlak per woning van tenminste 0.25 ha en een afstand van de zijgevel tot de zijerfafscheiding van tenminste 10 meter.

Gronden, aangewezen voor LANDHUISBEBOUWING, KLASSE B. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd enkele woningen met een minimim inhoud van 450 m³, met een terreinoppervlak per woning van tenminste 3 ha en een afstand van de zijgevel tot de zijerfafscheiding van ten minste 45 meter.

Gronden, aangewezen voor LANDHUISBEBOUWING KLASSE A. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd enkele woningen met een minimum inhoud van 400 m³, met een terreinoppervlak per woning van tenminste 1 ha en een afstand van de zijgevel tot de zijerfafscheiding van ten minste 35 meter.

Gronden, aangewezen voor OPENBARE BEDRIJVEN. Op deze gronden mogen alleen worden opgericht gebouwen ten behoeve van openbare bedrijven.

Gronden, aangewezen voor OPSLAG VAN AAN HUN BESTEMMING ONTTROKKEN MOTORVOERTUIGEN OF ONDERDELEN DAARVAN. Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd gebouwen en opstallen, ten behoeve van het gebruik en de exploitatie van deze gronden als opslagplaatsen van aan hun bestemming onttrokken motorvoertuigen of onderdelen daarvan, met ten hoogste één dienstwoning. Het bebouwde oppervlak mag niet meer dan 5% vanhet terreinoppervlak bedragen. De afstand van een gebouw tot zij- en achtererfafscheiding moet ten minste 10 m bedragen. De goothoogte mag ten hoogste 4 m bedragen (uitgezonderd die van de dienstwoning). Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaatsing van de gebouwen.

Gronden, aangewezen voor GARAGEBEDRIJF. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd autogaragebedrijven en/of autoservice-stations met een maximum bebouwde oppervlakte van 2500 m², met ten hoogste twee dienstwoningen. De afstand van een gebouw tot de zij- en achtererfscheiding moet ten minste 5 m bedragen. De goothoogte mag ten hoogste 8 m bedragen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de plaatsing van de gebouwen.

Gronden, aangewezen voor INDUSTRIETERREIN. Op deze gronden mogen alleen worden opgericht bedrijfsgebouwen ten behoeve van industriële bedrijven met een inhoud van de bedrijfsruimte van tenminste 750 m³ per bedrijf.

Grenzen van de gebieden, waarvan de bestemming van de daarin liggende gronden nader is of zal worden aangegeven in de desbetreffende UITBREIDINGSPLANNEN IN ONDERDELEN.

BESTEMMINGSVOORSCHRIFTEN

VIII

Gronden, aangewezen voor STICHTINGEN, SANATORIA, HOTELS en MOTELS Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: a. Gebouwen ten behoeve van verpleging, onderwijs, eredienst, opvoeding, recreatie, met daarbij behorende dienstwoningen en endere gebouwen; b. Hotels met daarbij behorende gebouwen; Motels met daarbij behorende gebouwen; Het bebouwde oppervlak van de onder a en b genoemde gebouwen mag niet meer bedragen dan 3% van het terreinoppervlak, tenzij op de kaart een ander percentage is aangegeven. Het bebouwde oppervlak van de onder c genoemde gebouwen mag niet meer bedragen dan 5% van het terrein-oppervlak, tenzij op de kaart een ander percentage is aangegeven.

XIII

XII

XI

X.B

X.A

IX

VIII.A

Gronden, aangewezen voor LANDELIJKE CONCENTRATIES, KLASSE C.

Gronden, aangewezen voor LANDELIJKE CONCENTRATIES, KLASSE B. Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. Enkele woonhuizen met een stal- of schuurruimte van tenminste 10 m² met een terreinoppervlak per woning van tenminste 0.25 ha; b. Gebouwen ten behoeve van verzorgende bedrijfjes met bijgehorende woningen; c. Schoolgebouwen met bijbehorende woningen voor onderwijzend personeel; d. Verenigingsgebouwen; De afstand van de zijgevel van een gebouw tot de zijerfafscheiding moet ten minste 20 m bedragen.

Gronden, aangewezen voor LANDELIJKE CONCENTRATIES, KLASSE A. Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. Enkele woonhuizen met een stal- of schuurruimte van tenminste 10 m² met een terreinoppervlak per woning van tenminste 0.15 ha; b. Gebouwen ten behoeve van verzorgende bedrijfjes met bijhorende woningen; c. Schoolgebouwen met bijhorende woningen voor onderwijzend personeel; d. Verenigingsgebouwen; De afstand van de zijgevel van een gebouw tot de zijerfafscheiding moet ten minste 12,50 m bedragen.

Gronden, aangewezen voor ZWEMINRICHTINGEN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd, gebouwen en opstallen, uitsluitend ten behoeve van het gebruik en de exploitatie van deze gronden als zweminrichting.

Gronden, aangewezen voor KAMPEERCENTRA, KLASSE B. B. en W. kunnen toestaan, dat op deze gronden worden gebouwd, alle gebouwen en opstallen in de zin en volgens de bepalingen van de “Verordening houdende voorschriften betreffende kampeergelegenheden en kampeercentra in de gemeente Apeldoorn”. Een kampeercentrum volgens deze klasse moet een aaneengesloten terreinoppervlakte hebben van tenminste 10 ha, terwijl de breedte tenminste 150 meter moet bedragen, Het bebouwde oppervlak mag niet meer dan 2,5% van het terreinoppervlak bedragen, de onderlinge afstand der gebouwen moet tenminste 30 meter bedragen, terwijl de afstand van enig punt van een gebouw tot de zij- of achtererfscheiding ten minste 20 m moet bedragen. De som der oppervlakten voor de voor kampeercentra in gebruik zijnde terreinen mag per complex het op de kaart aangegeven max. percentage niet overschrijden. Indien geen kampeercentra worden gesticht mag worden gebouwd volgens de mede aangegeven bestemming.

Gronden, aangewezen voor KAMPEERCENTRA, KLASSE A. B. en W. kunnen toestaan dat op deze gronden worden gebouwd alle gebouwen en opstallen in de zin en volgens de bepalingen van de “Verordening houdende voorschriften betreffende kampeergelegenheden en kampeercentra in de gemeente Apeldoorn”. Een kampeercentrum volgens deze klasse moet een aaneengesloten terreinoppervlakte hebben van tenminste 20 ha, terwijl de breedte tenminste 200 meter moet bedragen. Het bebouwde oppervlak mag niet meer dan 1% van het terreinoppervlak bedragen, de onderlinge afstand der gebouwen moet tenminste 30 meter bedragen, terwijl de afstand van enig punt van een gebouw tot de zij- of achtererfscheiding tenminste 20 meter moet bedragen. De som der oppervlakten van de voor kampeercentra in gebruik zijnde terreinen mag per complex het op de kaart aangegeven max. percentage niet overschrijden. Indien geen kampeercentra worden gesticht mag worden gebouwd volgens de mede aangegeven bestemming.

BOSGEBIEDEN MET BIJZONDERE BESTEMMING Onverminderd het bepaalde onder XIX, mogen op deze gronden bovendien worden gebouwd gebouwen en opstallen, waarvan de aard en de bestemming aansluiten bij de hier reeds aanwezige bebouwing.

Gronden aangewezen voor VERPLEEGINRICHTINGEN. Op deze gronden mogen worden gebouwd: gebouwen ten dienst van verpleeginrichtingen, zoals sanatoria, gestichten, herstellingsoorden, consultatiebureaus, e.d. De maximaal te bebouwen oppervlakte en het maximale aantal bouwlagen van de gebouwen moeten voldoen aan de op de plantekening aangegeven waarden. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de plaats van de bebouwing. Onder bouwlaag wordt verstaan: een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitzondering van zolder of vliering.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de aard, de afmeting en de plaatsing van de gebouwen, alsmede het aantal dienstwoningen.

XIII.A

1.

XVI

XV.A

XV

XIV

Gronden, aangewezen voor BIJZONDERE RECREATIE. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen en gebouwen welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren, zoals: een hotel, een café, een restaurant, een uitspanning, een jeugdherberg, een conferentie-oord, alsmede opstallen en gebouwen, behorende bij het gebruik en de exploitatie van: een zwembad, een speeltuin, een tennisbaan, een dieren- of vogelvoerpark e.d. Het bebouwde oppervlak mag niet meer dan 2% bedragen van het terreinoppervlak, terwijl de afstand van een gebouw tot de zij- of achtererfafscheding tenminste 20 meter moet bedragen. Burgemeester en wethouders zijn, wanneer de plaatselijke situatie daartoe aanleiding geeft, bevoegd van deze minimumafstand afwijkingen toe te staan met betrekking tot gebouwtjes van ondergeschikte aard, zoals stallingsruimten, controlegebouwtjes e.d.

Gronden, aangewezen voor PLANTSOEN EN GROENSTROOK. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd; Opstallen en gebouwen, welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren, één en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders.

Gronden, aangewezen voor AGRARISCH GEBIED ZONDER BEBOUWING. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande, dat burgemeesters en wethouders de stichting van kleine houten opstallen, in zoverre deze een zuiver agrarisch doel dienen kunnen toestaan.

Gronden, aangewezen voor AGRARISCHE BEDRIJVEN, KLASSE B. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: bedrijfsgebouwen ten behoeve van land- en tuinbouwbedrijf, de veehouderij, de pluimveehouderij (uitgezonderd eendenfokkerijen) en de fruitteelt met bijbehorende woning, met een aaneengesloten terreinoppervlak per bedrijf van tenminste 10 ha. Het te bebouwen terreingedeelte moet een aaneengesloten oppervlakte hebben van tenminste 2 ha, terwijl de overige terreingedeelten verspreid gelegen zijn. De afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijerfafscheiding van tenminste 35 meter bedragen.

Gronden, aangewezen voor AGRARISCHE BEDRIJVEN, KLASSE A. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: bedrijfsgebouwen ten behoeve van land- en tuinbouwbedrijf, de veehouderij, de pluimveehouderij (uitgezonderd eendenfokkerijen) en de fruitteelt met bijbehorende woning, met een aaneengesloten terreinoppervlak per bedrijf van tenminste 2 ha en met een afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijerfafscheiding van tenminste 35 meter.

Op deze gronden mogen de volgende hoofdgebouwen worden gebouwd: I. Enkele- of dubbele woningen, mits de bijhorende terreinoppervlakte ten minste bedraagt: a. voor een enkele woning 450 m² b. voor een dubbele woning 900 m² II. Bedrijfsgebouwen voor verzorgende bedrijven met een maximale inhoud van 500 m³, met eventueel daarenboven een bijhorende enkele woning, mits de bijhorende terreinoppervlakte tenminste bedraagt 450 m². De afstand van de zijgevel tot de zijerfscheiding van de in het eerste lid bedoelde bebouwing moet tenminste 6 meter bedragen. Bijgebouwen, zoals schuurtjes, hokken, garages en dergelijke mogen tezamen geen groter bebouwd oppervlak innemen dan 50 m²

XVI.A

Gronden, aangewezen voor JEUGDRECREATIE. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: gebouwen ten behoeve van jeugdverenigingen, zoals padvinderstroephuizen, clubhuizen, etc. met een aaneengesloten oppervlak per gebouw van tenminste 0,50 ha. De onderlinge afstand van de gebouwen moet tenminster 50 m bedragen. De rooilijnafstand uit de as van de het terrein omgrenzende wegen bedraagt 20 m. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de aard, de afmeting en de plaatsing van de gebouwen.

2. 3.

XVI.B

Gronden, aangewezen voor SPORTTERREIN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen en gebouwen welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren. Gronden, aangewezen voor BEGRAAFPLAATS.

XVII

XVIII

XXII

XXI

XX

XIX

KAZERNETERREIN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: gebouwen, welke bij deze bestemming behoren.

WATER. Op deze percelen aangegeven als water mogen alleen worden gebouwd: bruggen, duikers en andere waterbouwkundige werken.

ZANDVERSTUIVINGEN. Op deze gronden mogen geen gebouwen of opstallen worden opgericht.

HEIDEGRONDEN. Burgemeester en wethouders kunnen alleen toestaan, dat op deze gronden schaapskooien en brandtorens worden gebouwd.

BOSTERREINEN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: Enkele woningen voor bospersoneel, houtopslagplaatsen, brandtorens, werkketen enz. Het bouwen van een woning voor bospersoneel kan alleen worden toegestaan op een aan één eigenaar behorend bosterrein met een aaneengesloten oppervlakte van tenminste 150 ha.

Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen en gebouwen welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren.

XXIII

XXIII.A SCHIETTERREINEN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren. XXIII.B WOONWAGENKAMP. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen welke krachtens hun aard en afmeting bij die bestemming behoren.

III 50 20 -

IV 100 50 25 20

V 50 25 20

VI 100 50 25 25

VII 100 75 50 30

VIII 100 50 30 20

IX 100 -

XA 100 75 30 20

XB 100 75 30 20

XI 100 75 30 20

XII 100 20 10 10

XIII 100 20 10 10

XIV 100 30 20 15

XV 100 30 20 15

XVA 100 30 20 15

XVII 20 10

XIX 100 75 50 30

XX 100 75 50 30

XXIV

IIB 20 -

SPOORWEGEN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: opstallen en gebouwen, uitsluitend ten dienste van het spoorwegbedrijf. Gebouwen, welke mogen worden opgericht op terreinen direct grenzend aan de spoorweg, moeten met de naar de spoorweg gekeerde gevel geplaatst worden in of achter een lijn welke, onverminderd het bepaalde in artikel 36 der spoorwegwet, gelegen is op 30 meter uit de spoorweg. Deze afstand wordt gemeten op de wijze als is aangegeven in de eerste en tweede alinea van artikel 40 van de spoorwegwet.

IIA 30 -

XXV

II 20 10

WEGEN. Op deze gronden mogen alleen worden gebouwd: Kleine lage gebouwtjes, die uitsluitend dienen voor het verkeer of krachtens hun aard bij deze bestemming behoren, zoals een wachthuisje, een telefooncel, een kiosk, een reclamezuil, e.d. mits het verkeer door deze gebouwtjes noch direct noch indirect wordt gehinderd. Voor deze wegen gelden de volgende voorgevelrooilijnen Gronden met bestemming

WEG Prim.Verk.Weg Secund.Weg Overige Verh.W. Onverh. Wegen

Met deze maten worden bedoeld de afstand in meters uit de as van de weg. Als as van de weg geldt de denkbeeldige lijn gelegen in het midden tussen de weggrenzen. Bij de op het plan met de letters a t/m R-III aangegeven wegen geldt als weg het verbeterde wegprofiel, zoals dit op de bij het plan behorende wegprofiel is aangegeven. Burgemeesters zijn bevoegd toe te staan: 1. dat op de gronden met bestemming II, IV, V, VII, VIII, X-A, X-B, XII, XIII, XIII-A, XIV, XV en XIX worden opgericht kleine bedrijfsgebouwtjes, uitsluitend ten behoeve van openbare bedrijven, zoals transformatorhuisjes, telefoongebouwtjes e.d. mits de voorgeschreven voorgevelrooilijn niet wordt overschreden. Aan de vormgeving van deze gebouwtjes, de plaats op en de beplanting van het terrein kunnen nadere eisen worden gesteld; 2. dat op de gronden met bestemming V per woning één bijhorende dienstwoning met garage e.d. worden bijgebouwd; 3. dat op gronden, bestemd tot industrieterrein en op de gronden waarop reeds een industrie is gevestigd, doch welke niet als zodanig op de kaart zijn aangegeven, bij elk bedrijf ten hoogste 2 dienstwoningen worden gebouwd, waarvan de aanwezigheid op het industrieterrein voor de uitoefening van het betreffende bedrijf noodzakelijk is. 4. dat op de gronden langs het Apeldoorns-Dierens kanaal, in afwijking van de hiervoor aangewezen bestemming gebouwen en opstallen worden opgericht ten dienste van het verkeer te water. 5. dat op de gronden van de voormalige Loenermark, gelegen ten noorden van de Voorsterweg en de Zilvensebroekweg, op het plan aangegeven met een zwarte arcering, voorzover deze oorspronkelijk van gemeentewegen zijn verkaveld in percelen kleiner dan 2 ha, het terreinoppervlakte per bedrijf, in afwijking van het onder XIV vereiste, wordt teruggebracht tot tenminste 1 ha, met een afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijerfafscheiding van tenminste 15 meter. 6. dat op de gronden, gelegen in “Het Woud” tussen de Woudweg, Iemschoten en de Elsbosweg, op het plan aangegeven met een zwarte kruisarcering, voorzover deze oorspronkelijk van gemeentewege zijn verkaveld in percelen kleiner dan 10 ha, het terreinoppervlak per bedrijf, in afwijking van het onder XV vereiste, wordt teruggebracht tot tenminste 2 ha, met een afstand van de zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijerfafscheiding van tenminste 35 meter, met dien verstande, dat op het oorspronkelijke verkavelde perceel slechts 1 agrarisch bedrijf mag worden gesticht. 7. dat op de gronden aangewezen voor agrarische bedrijven, klasse A van de eis van een terreinoppervlak per bedrijf van tenminste 2 ha ontheffing wordt verleend, mits na gunstig advies van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige rijksinstantie. 8. dat op de gronden, aangewezen voor agrarische bedrijven, klasse B, met een terreinoppervlak per bedrijf van tenminste 10 ha, per bedrijf ten hoogste 2 arbeidswoningen worden bijgebouwd. dat, ingeval een andere oplossing redelijkerwijze niet mogelijk is, de voorgevelrooilijn wordt overschreden voorzoveel gedeputeerde staten van Gelderland zich daarmede verenigen. 9.

XXVI Gronden aangewezen voor STELSELMATIGE STADSUITBREIDING. Op deze gronden mag niet worden gebouwd alvorens deze bestemming in een uitbreidingsplan in onderdelen is uitgewerkt. OVERGANGSBEPALINGEN 1.

2.

3.

Gebouwen en complexen van gebouwen, die, hetzij reeds bestonden ten tijde van de eerste tervisielegging van het ontwerp van het plan, hetzij na dat tijdstip zijn gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende bouwvergunning, en die afwijken van de in het plan en/of de "bestemmingsvoorschriften" gegeven bestemmingen en/of maten, mogen geheel of gedeeltelijk worden herbouwd, vernieuwd en/of veranderd mits: a. de aard van het gebouw of het complex van gebouwen in overeenstemming met het plan wordt gebracht, dan wel blijft binnen de categorie waartoe het gebouw of het complex van gebouwen behoort of behoorde; b. de afwijkingen van de maten niet worden vergroot; c. bij gehele herbouw, vernieuwing en/of verandering de voorgevelrooilijn aan de wegzijde niet wordt overschreden. Burgemeester en wethouders kunnen toestaan, dat gebouwen en complexen van gebouwen, bedoeld in het eerste lid, worden uitgebreid mits voldaan wordt aan het bepaalde in lid 1, sub a en b. Ingeval uitbreiding niet zonder overschrijding dan wel vergroting van de overschrijding van de voorgevelrooilijn mogelijk is, kunnen zij toestaan dat die lijn wordt overschreden, dan wel dat een bestaande overschrijding wordt vergroot, voorzoveel gedeputeerde staten ve.n Gelderland zich daarmede verenigen. Voor de toepassing van het bepaalde in dit lid en de beide voorgaande leden wordt verstaan onder; a. herbouwen en/of vernieuwen b. veranderen: het scheppen van een van de oorspronkelijke toestand afwijkende situatie, geen uitbreidin zijnde; uitbreiden elke vergroting van inhoud of grondoppervlak van het gebouwde. c.

BIJZONDERE BEPALINGEN OMTRENT (OUDE) BOERDERIJEN

1.

2. 3.

Burgemeester en wethouders kunnen toestaan, dat boerderijen die tenminste 25 jaar geleden werden opgericht en op grond van omstandigheden van onpersoonlijke aard redelijkerwijs niet economisch exploitabel moeten worden geacht, worden verbouwd tot burgerwoning. Overschrijding van de voorgevelrooilijn kan daarbij worden toegestaan, Besluiten als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts worden genomen nadat van gedeputeerde Staten van Gelderland de verklaring is ontvangen, dat zij tegen de verbouw geen bezwaar hebben Voor toepassing van de overgangsbepaling wordt een tot burgerwoning verbouwde boerderij geacht te hebben bestaan op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van het plan.

ALGEMENE BEPALINGEN De voorgeschreven inhoudsmaten worden gemeten buitenwerks en boven het peil. Onder peil wordt verstaan de bovenkant van de vloer van de begane grond. Bij de bepaling van de inhoud per woning worden bijkeukens, bergplaatsen, garages, schuren e.d. niet medegerekend. Om aan de in deze voorschriften vereiste maten te voldoen komt geen grond in aanmerking, die afkomstig is van een ander (bouw)-perceel, voorzover dit daardoor niet meer aan de genoemde maten voldoet. NADERE BEPALINGEN

Vastgesteld bij raadsbesluit van 30- 9-1947 20-12-1951 nr.907 19-2-1953,nr.3867 1-9-1953,nr.13384 30-3-1950,nr.5461 6-1-1955,nr.235 10-3-1955,nr.4655 19-7-1956,nr.12244 25-4-1957,nr.7187 3-10-1957,nr.15560 3-4-1958,nr.5254 20-11-1958,nr.17193 4-6-1959,nr.8532 3-3-1960,nr.3331 31-3-1960,nr.4800 30- 6-1960,nr.8986 22-9-1960,nr.12807 28-9-1961,nr.12213 6-10-1961,nr.12913 14-12-1961,nr.15661 8-3-1962,nr.3055 2-8-1962,nr.9110

Goedgekeurd bij besluit van ged. staten 7-11-1948,nr. 326-III-3 vastgesteld door g.s. 24-10-1951,nr. 13744/307-III-8 19-11-1952,nr.31776/281-III-3 30-12-1953,nr.951/273-III-8 9-12-1953,nr.2665/355-III-8 31-10-1950,nr.27541/128-III-8 28-9-1955,nr.160/538-3302 11-4-1956,nr.2210/130-3305 20-3-1957,nr.4559/268-3305 6-11-1957,nr.2813/265-3305 16-4-1958,nr.6012/293-3302 3-9-1958,nr.2449/311-3305 21-10-1959,nr.6964/300-3306 15-6-1960,nr.4994/296-3304 2-11-1960,nr.2006/307-3304 23-11-1960,nr.2736/336-3304 29-3-1961,nr.4861/379-3304 16-8-1961,nr.6461/357-3304 11- 4-1962,nr.6651/371-3304 1- 8-1962,nr.6566/153-3305 4-7-1962,nr.621/210-3303 3-4-1963,nr.2254/143-3306 11-2-1963,nr.5938/158-3305

Goedgekeurd door de Kroon 22-8-1952,nr. 23

Bij de bestemmingen IV, V, VI, VII, VIII, IX, X-A, X-B, XVI, XVII, XIX, XX en XXI is ontginning verboden. Bij de bestemmingen IV, V, VI, VII, VIII, IX, X-A, X-B, XVI, XIX, XX en XXI is het kappen of rooien van opgaand hout, anders dan voor normaal onderhoud, verboden. De voorgevels van de hoofdgebouwen mogen bij alle bestemmingen achter de rooilijnen worden gebouwd, uitgezonderd voor de bestemming XIII-A. Vastgesteld bij besluit van de raad der gemeente Apeldoorn d.d. 30 september 1947. Goedgekeurd bij besluit van de gedeputeerde staten van Gelderland d.d. 7 november 1943, nr. 326-III-3.

4-9-1962,nr.10416 19-9-1963,nr.11608 25-7-1963,nr.9231 21-11-1963,nr.14026 21-11-1963,nr.14026

27-3-1963,nr. 6457/123-3305 23-3-1964,nr.6236/194 10-2-1964,nr.5078/125 27-4-1964,nr.7608/114-3304 begraafpl. Elburgerweg 27- 4-1964,nr.7608/114-3304 jeugdrecreatie Orderbos 14- 6-1965,nr.8078/141-3303 12-9-1966,nr.1463/206-3308 28-12-1966,nr.6256/343-3308 16-8-1967,nr.2429/231-3308 26-6-1968,nr.4756/273-3306

19-11-1964,nr.15219 27-1-1966,nr.927 4-8-1966,nr.6714 23-2-1967,nr.1707 1-6-1967,nr.4458

inhoudsopgave

Voor zover het betreft bijzondere bomen wordt voor de exacte situering van deze bijzondere bomen verwezen naar de externe bijlage "Bijzondere bomen"

Voetnoten 1

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.