YVO NAFZGER ZOMER IN DE WINTER. De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst # , Yvo Nafzger zomer in de winter 1


1 YVO NAFZGER ZOMER IN DE WINTER 2016, Yvo Nafzger zomer in de winter 1.2 Personages Kastrioti een museumsuppoost Anna zijn assistente Noorderling een...
Author:  Sofie Boer

0 downloads 21 Views 221KB Size

Recommend Documents


No documents


YVO NAFZGER

ZOMER IN

DE WINTER 


De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

1.

Personages

Kastrioti een museumsuppoost

Anna zijn assistente

Noorderling een ondernemer

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

2.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

3.

winter

Scène 1

Kastrioti, de museumsuppoost is bustes aan het afstoffen. Hij is een oudere man van achter in de zestig. Hij heeft een versleten en oud colbertje aan. Anna, de assistente van Kastrioti, komt binnen. Ze is een mooie vrouw van in de twintig. Ze draagt een museumuniform. Anna gaat aan haar tafeltje zitten en schuift een lade open, waaruit ze een stapel toegangskaartjes haalt. Ze legt deze ordentelijk neer in vijf stapels op het tafelblad. Er hangt een klok aan de muur, maar deze loopt niet.

kastrioti Hoe zie ik er uit?

anna Goed.

Alleen uw das zit scheef.

Anna recht zijn das.

Dit is beter.

kijkt naar de klok

Hoe laat zou het zijn?

kastrioti Laten we maar open gaan.

Op de eerste winterdag,

willen de mensen misschien

de warmte opzoeken.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

4.

Anna opent. Kastrioti kijkt van dichtbij of een doek nog wel recht hangt. Hij probeert wat uit door de lijst heel subtiel te bewegen.

Anna komt weer op.

anna In de verte op het plein zag ik een straathond liggen.

kastrioti Als de straathonden gaan luieren,

worden de mensen actief. Begin maar alvast.

Vandaag zou best eens zo’n dag kunnen worden.

Anna begint handmatig, met een pen, de geldigheidsdata op de toegangskaartjes te schrijven. Ze doet dit rustig en beheerst, in keurig handschrift. Kaartje voor kaartje werkt ze af, terwijl Kastrioti een hoestbui krijgt, zijn neus twee keer snuit met een katoenen zakdoek – iets dat hij dubbelcheckt, voor het geval hij per ongeluk de stofdoek heeft gepakt – tot hij uiteindelijk de oren en neusgaten van de bustes stofvrij maakt.

kastrioti Nog niet zo lang geleden

waren er nog geen straathonden.

anna Ik ben klaar.

kastrioti Hoeveel heb je er ingevuld?

anna Vanochtend 23 kaartjes.

kastrioti Vul er nog maar twintig in.

korte stilte

Het is een zwijnenstal in de kantine.

Stoffig, donker, bedompt.

Nooit bedoeld als een opslag voor kunstwerken.

anna Is er geen plek in de museumtuin?

kastrioti Dan staan die beelden

in weer en wind.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

5.

anna Er is toch niemand die ze nog wil zien.

kastrioti Als je de geschiedenis vergeet,

verloochen je je eigen identiteit.

Ze zouden hier moeten staan, die beelden.

De revolutionair en de stichter van de republiek,

allebei.

Zij hebben de grote elektrificatie verwezenlijkt.

Zorgden voor spoorwegen en de grote industrie.

En nu staan hun beeltenissen weg te rotten,

in de personeelskantine.

anna Ik zou ook graag weer eens in de kantine willen lunchen.

stilte

Anna vult toegangskaarten in. Kastrioti kijkt of er nog bezoekers in aantocht zijn. Een hoopvolle blik van Anna, maar Kastrioti schudt zijn hoofd.

Ik heb olijven meegenomen.

kastrioti Elke dag olijven,

niets anders dan olijven.

Ik lust geen olijven vandaag.

korte stilte

anna Zal ik de volgende keer een knolraap meenemen?

kastrioti Nee, ik lust geen knolraap.

Anna pakt een papieren zakje vol olijven uit haar lade. Ze scheurt het zakje een beetje open. Ze eten olijven, Kastrioti eerst aarzelend, daarna gretig. Alsof de honger hem heeft gegrepen.

anna Als ik nu weg zou lopen,

en nooit meer terug zou komen,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

6.

dan zou ik nog steeds elke nacht dromen,

over ieder doek, beeld of werk,

dat hier in het museum staat.

kastrioti Je droomt, zeg je?

Wat droom je dan?

anna Laatst droomde ik,

dat ik achterin een rijdende vrachtwagen zat.

Samen met de doeken uit deze zaal,

die allemaal keurig in papier waren ingepakt.

Ik zag ze niet, de doeken,

maar ik wist gewoon dat ze in dat papier zaten.

kastrioti Waarom zat je in die vrachtwagen?

Wat deed je daar? Waar ging je heen?

anna Geen idee. Ik zat gewoon achterin, met die doeken.

kastrioti Droom je nog meer van dat soort dingen?

anna Ik onthoud mijn dromen niet allemaal.

kastrioti Wat is de meest vreemde droom,

die je je kunt herinneren?

Anna aarzelt.

anna Het is hier. In deze ruimte.

Ik sta daar, precies waar u nu staat.

De doeken hangen aan de muur,

en de bustes staan op hun plek.

Alles is gewoon zoals het hoort te zijn.

Behalve dan dat er in het midden van de zaal

een man staat.

Hij draagt een coltrui en hij heeft een groot vleesmes in zijn hand.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

7.

Eerst ben ik bang dat hij mij iets aan gaat doen,

maar dan draait de man zich om,

en loopt op één van de doeken af.

Hij staat even stil, en slaakt een zucht.

Dan begint hij heel beheerst in het katoen te snijden. Het snijden wordt hakken en als de man klaar is, is er van het schilderij niets herkenbaars meer over.

Zonder om te kijken, of verder bewust te zijn van mijn aanwezigheid, stapt hij op het volgende doek af, waar hetzelfde ritueel zich herhaalt.

Die man in de coltrui gaat maar door

en gaat maar door,

tot elk doek in de zaal,

compleet aan flarden is gereten.

Hij gooit het mes neer en verdwijnt.

Ik wil weglopen,

maar ik sta als aan de grond genageld,

zoals dat alleen in een droom kan;

een hulpeloze onvrijwillige verlamming.

Het duurt niet lang of u komt de zaal in gelopen. U draagt een prachtig zijden jasje,

en u heeft een lang touw in uw handen,

waar u blijkbaar al van te voren, een strop in heeft geknoopt.

kastrioti Ik wil het niet horen.

anna En weer ben ik bang,

dat het touw in uw handen voor mij bedoeld is.

Maar u gooit de strop behendig over de balk,

en gaat op mijn tafeltje staan.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

8.

Dan geeft u mij een knipoog,

iets wat ik niet begrijp,

en me rillingen bezorgt.

U steekt uw hoofd door de lus, en…

kastrioti Je klinkt alsof je koorts hebt.

stilte

Ik droom al lang niet meer.

Ik slaap slecht.

anna Ze zeggen dat je gaat hallucineren zonder slaap.

Ik vind dat wel een mooie gedachte.

Alsof een mens niet zonder dromen kan.

stilte

Ik zou willen dat er iemand voor de deur stond.

korte stilte

anna Zal ik?

kastrioti Doe maar.

anna Hoeveel?

kastrioti Vijftien moet genoeg zijn.

Anna vult vijftien kaartjes in. Kastrioti inspecteert een olijf aandachtig. Na het zevende kaartje doorbreekt Anna de stilte.

anna Stel nou dat u morgen hier niet hoefde

te zijn.

Wat dan?

kastrioti Ik zou gaan wandelen.

De berg op.

Dan zie je meer.

anna U heeft geen hoogtevrees?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

9.

kastrioti Ik heb wel eens gehoord dat,

hier beneden, door de zuurstofrijke lucht,

het brein veel te actief is.

Het kan zich niet concentreren op één ding,

waardoor alles vertroebelt en vervaagt.

Heb jij wel eens een bergtop beklommen?

anna Mijn vader hield van de natuur.

Hij nam me wel eens mee,

maar er is iets angstaanjagends aan die top.

kastrioti Het is natuurlijk hoog, guur en koud.

Dat zijn we niet gewend, maar het zou een perfecte plek voor een museum zijn.

Stel je het uitzicht eens voor.

anna Het is niet de hoogte, of de kou, of zoiets,

het is iets anders.

Uitzicht, dat zei mijn vader ook altijd,

maar wat valt er nou te zien?

kastrioti Iedereen die hier beneden blijft,

ziet slechts één berg, één top.

anna De eerste keer dat ik met mijn vader meeging, was ik vol verwachting.

Ik kon er de nacht ervoor niet van slapen.

Wat zullen we allemaal wel niet zien,

als we daar boven aan de top staan?

Welke nieuwe wereld zou ik daar ontdekken?

Het moest wel iets speciaals zijn, want mijn vader kon niet wachten tot ik oud genoeg was,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

10.

om met hem mee te kunnen.

Maar na drie valpartijen, en vier uur lopen,

stelde de top mij alleen maar teleur.

Ik zag geen nieuwe wereld,

en ik deed geen nieuwe ontdekkingen.

Het enige dat we konden zien was een brede vallei met in de verte wéér een bergtop.

kastrioti Maar heb je ooit zo ver kunnen kijken?

anna In die vallei lag een stad,

in de schaduw van de volgende berg.

Waarom zou ik een berg beklimmen,

om precies hetzelfde te zien als wat ik al ken?

Al die moeite,

die schrammen op mijn benen,

waren voor niets.

Het is maar goed dat we werken.

Dat behoedt ons voor frustraties en teleurstellingen.

korte stilte

Ze kijken elkaar aan.

anna Ik zou graag weggaan.

Ergens anders naartoe.

kastrioti Waarom wil je weggaan?

anna Er moeten toch bergtoppen op de wereld zijn, waarachter een ander uitzicht verborgen ligt? Een ander uitzicht dan alleen de herhaling?

kastrioti Vind ze maar eens, zulke toppen.

anna Ik zou er graag naar op zoek gaan.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

11.

Ik zou graag de wereld willen zien.

Een andere wereld dan deze bergen.

kastrioti Wellicht loopt er ergens iemand rond.

Met dezelfde interesse en een zak vol geld.

Een man die jou mee kan nemen naar plaatsen die je nog nooit hebt gezien.

anna Dat is niet hetzelfde.

U zegt zelf altijd:

‘De beste rondleiding in dit museum, is er een zonder gids, want zo ontdekt de bezoeker zelf de schoonheid van de doeken.’

kastrioti Ik wil graag naar huis.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

12.

Scène 2

Kastrioti stoft de bustes af. Anna komt op. Ze gaat aan haar tafeltje zitten, maar merkt dat de stoel wiebelt. Ze inspecteert de stoel en de poten. Vervolgens haalt ze twee toegangskaartjes uit de lade, en legt deze onder één van de stoelpoten, zodat deze niet meer zal wiebelen. Het lukt niet, en de stoel blijft wankel. Anna pakt de stoel driftig beet, en legt die op haar tafeltje. Het is de poot die los zit. Anna probeert de poot weer in de stoel te duwen, maar dit gaat niet van een leien dakje. Ze wordt steeds driftiger en ruwer met de stoel. Met luid gekraak breekt de poot los van de zitting. Kastrioti draait zich om. Oogcontact. Anna staat verbouwereerd met de poot in haar hand. Anna loopt weg. Kastrioti gaat verder met afstoffen. Na een paar ogenblikken komt Anna weer terug met een barkruk uit de kantine. Het ding is veel te hoog en te groot om comfortabel aan het tafeltje te zitten. Ze pakt een stapel toegangskaarten uit de lade, maar laat ze per ongeluk vallen. De kaartjes liggen verspreid over de vloer naast haar tafeltje. Kastrioti wil op haar af lopen om haar te helpen.

anna Laat maar. Ik red me wel.

Anna raapt de kaartjes op en sorteert deze weer netjes op het tafelblad. Dit doet ze staand. Als ze klaar is gaat ze op de kruk zitten, en begint de kaartjes in te vullen. Door de kruk zit ze zeer ongemakkelijk voorovergebogen. Het doet al pijn om naar haar te kijken. Kastrioti heeft de hele worsteling gadegeslagen.

kastrioti Wat duurt deze winter lang.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

13.

Zorgt dat je alleen maar bezig bent,

met het warm houden van je gestel.

anna Geen tijd voor andere dingen,

want alle bezigheden worden overheerst

door het diepe verlangen naar een winterslaap.

kastrioti Hoe zie ik eruit?

anna doet zijn das recht

U ziet er alleen een beetje moe uit.

kastrioti Dat is de kou.

anna Vandaag is het anders.

Het is alsof u.

Alsof u langzaam –

Er breekt een draad van een lijst en het doek bungelt schuin langs de muur, aan het draadje dat nog over is. Kastrioti loopt er in ijltempo op af, en pakt de lijst vast. Anna wil hem helpen.

kastrioti Als jij opent dan repareer ik dit wel.

Anna opent het museum.

kastrioti En draai maar alleen het bordje om.

Het is te koud om de deur open te zetten.

Straks bevriezen we hier levend.

En pas op dat er geen straathonden binnen-

komen. Het zijn er zoveel nu.

Ik kan het plein niet over of ik struikel over een beest.

Waar we eens omringd werden door mensen,

zijn het nu straathonden, die ons leven beheersen en buiten de dienst uitmaken.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

14.

Kastrioti maakt het draadje weer aan de lijst vast, en hangt het doek recht. Dan stoft hij de lijst voorzichtig af.

anna Er ligt buiten een jonge straathond, tegen de pilaar, vlak bij de deur. Zijn ogen zijn gesloten. Hij heeft ijs in zijn vacht, om zijn ogen en op zijn neus. Hij beweegt niet, hij ligt daar gewoon roerloos op de grond.

Hij is dood.

kastrioti De winter is wreed.

Voor alle beesten.

Voor iedereen.

anna Als we het straathondje

nou hadden binnengelaten,

dan had het misschien nog geleefd.

kastrioti Honden horen niet in een museum.

Voor je het weet wordt het een plaag.

We kunnen er niets aan doen.

anna Weet u dat zeker?

kastrioti Onze ogen zijn groter dan onze maag.

En zo verworden we langzaam, tot de ongekroonde koning van de verspilling.

Uiteindelijk blijven we achter in een situatie,

waar zelfs een overlever als de straathond,

zijn hoofd niet boven water kan houden.

Misschien slaapt de hond alleen maar.

Leeft hij nog.

anna Het was vannacht wel bitter koud.

Anna begint de kaartjes in te vullen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

15.

Wilt u dat ik doorschrijf?

kastrioti Schrijf er nog maar twintig.

Ik ga de grote leiders afstoffen.

Kastrioti naar de kantine. Anna vult twintig kaartjes in. Stopt vervolgens. Ze bekijkt de kaartjes, en scheurt deze dan weer één voor één doormidden. De snippers gooit ze in de prullenmand. Ze pakt een nieuwe stapel uit de lade. Vult deze in, en het ritueel herhaalt zich. Kastrioti komt op na het afstoffen in de kantine.

Er ligt nu zoveel stof

op de buste van de revolutionair,

dat ik zijn gezicht niet eens meer herkende.

Ik zag aan zijn grote uitstulpende neus,

dat hij het was.

Ik kon de stichter van de republiek niet eens vinden.

Hij loopt naar één van de bustes in de zaal.

Er zit een barst in zijn oor!

De buste van de schrijver van de grondwet heeft een barst in zijn oor!

Kastrioti poetst.

anna We zouden, net als beren, eigenlijk een winterslaap moeten houden. We zijn niet gemaakt voor de winter.

kastrioti Hoe lang zou zo’n winterslaap

dan moeten duren?

anna Vanaf het begin van het najaar,

tot de lente goed is begonnen.

kastrioti Ik denk niet dat ik bereid ben, om de helft van mijn leven, voor een winterslaap op te offeren.

anna Waarom niet?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

16.

kastrioti Stel dat we inderdaad een winterslaap hielden. Liep de mens dan nu niet duizenden jaren achter?

anna Zou dat erg zijn?

kastrioti Ik at gisteren een stuk brood.

Dat brood heeft in de oven gelegen,

heeft gerezen. Het meel is van tarwe tot poeder gemalen, de koren van het kaf gescheiden:

het gewas is gegroeid, verzorgd en bewaterd; het zaad is geplant op een vooraf bewerkte grond.

Jaren, eeuwen, nee: millennia hebben we erover gedaan,om brood te maken.

Er was nog lang geen brood geweest,

als wij steeds maar een winterslaap hielden.

Geen brood, geen gebouwen…

Geen steden, geen kunst…

Ideeën onstaan niet tijdens de slaap.

Innovatie is een product van de slapelozen.

anna Ik heb soms goede ideëen tijdens mijn dromen.

kastrioti Zijn die ook uitvoerbaar?

anna Men zegt dat de uitvinder van de onderzeeër, het idee voor die machine in zijn slaap kreeg.

kastrioti Maar hij was toch wakker tijdens het uitwerken?

anna Hij scheen het hele ding eerst te hebben gedroomd. Moertje voor moertje, boutje voor boutje. Net zoals de oude president.

Het schijnt dat ook hij eerst droomde

over de grote electrificatie.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

17.

Ze zeggen dat hij de grote fabrieken, waar ze met duizenden mannen de machines bedienen, eerst droomde, voordat hij ze liet bouwen.

kastrioti Mij is verteld dat het zijn onbegrensde intellect was, waarmee hij de grote electrificatie bedacht.

anna Dat kan alsnog, als hij het droomde.

Alleen hijzelf bracht die droom voort.

Anna begint weer met het schrijven van kaartjes. Kastrioti gaat verder met afstoffen.

Hij begint bij de lijsten, maar komt uiteindelijk bij een van de bustes aan. Hij stoft steeds driftiger af. Hij krijgt het heet en doet zijn stropdas af en propt deze in zijn broekzak.

Hij zucht diep en gaat verder met stoffen. Dan doet hij de bovenste twee knoopjes van zijn overhemd open. Anna begint zijn gezwoeg op te merken.

anna Waar is uw das?

kastrioti Ik heb het vreselijk heet.

Kastrioti loopt op Anna af.

Het is die buste van de revolutionair

Die is altijd zo lastig af te stoffen.

Zijn ogen liggen diep en hij heeft ontelbaar veel rimpels.

Als ik ’m niet vaak genoeg afstof,

gaat hij helemaal grijs zien.

Hij geeft haar de das.

anna Helemaal verkreukt.

kastrioti Ik leg hem vanavond wel onder iemands sokkel.

Daar zie je morgen niets meer van.

Ik doe dat vaak met mijn overhemden.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

18.

Want waar vind je tegenwoordig nog een strijkbout?

Anna doet hem zijn das om en fatsoeneert het geheel.

anna Zo, dat zit.

Kijkt u me eens aan? trekt de das iets rechter

Piekfijn.

kastrioti Heb je nog over die vrachtwagen gedroomd?

anna Dat u dat heeft onthouden.

kastrioti Ik moest er laatst weer aan denken.

anna Waarom vind u die droom zo interessant?

kastrioti Je vertelde er laatst zo uitgebreid over.

Ik ben gewoon benieuwd naar waar jij met al die doeken heengaat. In die vrachtwagen.

anna Wist ik dat maar.

Wat is de laatste droom die u zich kunt herinneren?

kastrioti Dat is al een hele tijd geleden.

De laatste droom die ik heb gehad, daarvan

kan ik mij, gek genoeg, alles, tot in het kleinste detail, van herinneren. Maar hoe lang het geleden is, zou ik niet kunnen zeggen.

Een jaar of wellicht een decennium moet zijn verstreken sinds mijn laatste droom, waar ik

in een kamer stond, zonder vensters, met maar één deur.

Ik wachtte.

Ik wachtte tot er een soldaat de kamer binnen kwam lopen. Hij kwam dicht bij me staan en deed iets wat op buigen leek.

Het was zeer subtiel, maar eerbiedig in zijn eenvoud.

Hij zei me dat het voorbij was,

dat de strijd was gestreden.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

19.

Zijn bezoek was van korte aard, want nadat hij mij de hand had geschud, en mij bedankte voor iets waar ik geen weet van had, verliet hij de ruimte door diezelfde ene deur als waar hij door naar binnen was gekomen, en draaide die ferm op slot.

Ik moest alleen achterblijven.

Dit feit was gek genoeg niet iets dat mij angst inboezemde, maar juist acceptatie opriep.

Ik wist plotseling wat ik moest doen,

waarvoor ik bestond:

Ik moest dit bestaan alleen, in een afgesloten en vensterloze ruimte zonder daglicht, leiden.

Ik ging tegen de muur op de grond zitten.

Langzaamaan werd ik omgeven door een oase van rust, zoals ik deze nog nooit had meegemaakt.

Uiteindelijk viel ik tegen die muur, in een diepe, diepe slaap.

stilte

anna Bent u ooit teruggeweest in die vensterloze ruimte?

kastrioti Niet dat ik weet.

anna Kende u die soldaat die binnenkwam?

kastrioti Waarom interesseer jij je voor die soldaat. Vertel me liever over die vrachtwagen.

Waar ging je heen?

anna Het is donker achterin die vrachtwagen.

Ik weet dat ik er al heel lang zit.

Uren, dat weet ik zeker,

maar het zouden ook dagen,

of zelfs weken kunnen zijn.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

20.

Ik zit niet opgesloten, absoluut niet.

Ik hoor bij die doeken, ik vervul een taak.

Welke weet ik niet, maar het is gewoon zo.

Op een gegeven moment komt de vrachtwagen tot stilstand.

Ik hoor dat er aan de deur wordt gemorreld.

Plotseling gaat de deuren open.

Licht.

Heel veel licht, waar mijn ogen aan moeten wennen.

Maar als het wit langzaam wordt ingekleurd,

zie ik dat ik in een enorme stad ben.

Hoge gebouwen, wolkenkrabbers, die letterlijk door de wolken heen prikken.

Torens waarvan de spitsen niet te zien zijn,

zo ver reiken zij de hemel in.

De doeken worden weggehaald.

Mannen in blauwe overalls nemen ze mee.

Ik besluit uit de laadruimte te klimmen.

Alles om me heen in deze stad is groen,

aangeharkt, verzorgd en doordacht.

Auto’s rijden rustig door de straten,

en hoewel het trottoir vol mensen is, die af en aan lopen, botst er niemand tegen elkaar.

Ik zie dat de vrachtwagen voor een prachtig gebouw staat.

De ingang is versierd met marmeren zuilen.

Dan komt er een man op me af. Hij draagt een zwarte coltrui en een keurig jasje.

Hij heeft kastanjebruin, halflang haar, dat tot zijn schouders komt.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

21.

De man lacht en als hij tegenover me staat,

steekt hij zijn hand uit en verwelkomt hij mij.

Ineens ben ik wakker.

Ik haat dat.

Want de rest van de nacht ben ik alleen maar bezig,met terug te komen in die droom.

Iets dat nooit lukt, maar je slechts zweterige,

draaierige en slapeloze nachten bezorgt.

Kastrioti haalt de fles onder één van de

bustes vandaan, stalt de fles en de glazen op Anna’s tafeltje en schenkt in.

kastrioti Het is niet veel meer.

Je moet voorzichtig nippen.

anna heft haar glas Proosten we op iets?

kastrioti Op weer een dag, die we hebben overleefd.

anna Proost.

Kastrioti verslikt zich hevig. Hij moet even herstellen terwijl Anna hem op de rug klopt.

Het is erg rauw.

kastrioti Alles is rauw. Zelfs het water uit de kraan is rauw.

anna Hoe rauw zijn wij dan wel niet?

kastrioti Het zal niet lang meer duren,

en we zijn gortdroog.

anna Het is vandaag stiller dan anders.

kastrioti De kou dempt.

anna Wat als één van ons doodvriest vannacht?

kastrioti Dan is één van ons morgen alleen aan het werk.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

22.

anna Lijkt dat u geen vreselijke gedachte?

kastrioti Wie van ons vriest er dan dood volgens jou?

anna Wiens houtkachel als eerste stukgaat.

Ik krijg mijn kachel in de winter vaak bijna niet aan.

kastrioti Ik haal elke week nieuw hout.

Vroeger deed mijn vrouw dat. Maar sinds haar dood ben ik daar zelf verantwoordelijk voor,

en ik vergeet het nooit.

anna Vind u het niet erg om alleen te zijn?

kastrioti schenkt zichzelf en Anna bij

Alleen zijn. Wat is dat precies?

In de grote literatuur komen de ogenschijnlijk meest eenzame figuren voor, maar zij zijn altijd bezig met iets.

Het vangen van vis,

het ontsnappen uit gevangenissen,

het zoeken naar betekenis.

Kastrioti neemt een flinke slok en kucht.

stilte

anna Bent u niet bang om alleen te zijn?

kastrioti Bang zijn is ergens tegenop zien.

Zoals een kind bang is voor het onweer.

Bang ben je uitsluitend voor dingen

die geen kwaad kunnen.

anna Heeft u dan geen angst om alleen te zijn?

kastrioti Angst is diepgewortelder.

Zoals angst voor de toekomst.

En niet zozeer omdat je er tegenop ziet,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

23.

maar uit pure vrees,

dat niets meer zal bestaan wat je zelf ooit kende.

anna Bent u bang om in de toekomst eenzaam te zijn?

kastrioti Zolang ik hier blijf zal ik nooit eenzaam zijn.

Ik heb de kunst.

Met kunst om je heen, is een mens nooit eenzaam.

Al komt hier nooit meer één enkele bezoeker,

en zit alles onder het stof, eenzaamheid bestaat binnen deze muren niet.

anna Maar u werkt hier al zo lang.

Zal het werk nooit zinloos worden?

kastrioti Hoe zou je dit werk ooit als zinloos kunnen bestempelen?

anna Soms weet ik niet waarom we dingen doen.

Waarom ik hier ben.

Dat verwart me.

Dan dwalen mijn gedachten af.

Dan denk ik aan een vlinder.

Een vlinder met bonte en felle kleuren.

En ik bedenk me dat dit vliegende diertje,

ooit een rups is geweest.

Misschien zelfs een hele lelijke, bruine,

harige rups. Een rups die niemand een blik waardig zou gunnen.

Ik kan me niets anders voorstellen, dan dat er íets moet zijn.

Het kan toch niet anders dan dat er íets is.

Iets dat over onze levens waakt, en dat dit alles uiteindelijk de moeite waard maakt.

kastrioti We komen ter wereld.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

24.

Ademen een paar keer.

En vertrekken weer.

Wat we in de tussentijd doen,

is aan ons,

en aan de grillen van anderen.

Wie daar anders over denkt,

verdoet zijn of haar tijd.

anna We werken hier, in dit museum.

Elke dag zijn we er weer.

Terwijl er in geen jaren één mens ook maar één voet over deze drempel heeft gezet.

Dat kan toch allemaal niet voor niets geweest zijn? Dat moet toch een doel dienen?

Dit kan toch niet alles zijn?

kastrioti Wij hebben een taak.

Het zijn wij, die er toe doen.

Als wij er maar zijn.

Hoeveel heb je er al ingevuld?

anna Drieënzeventig.

kastrioti In totaal sinds je hier werkt bedoelde ik.

anna Ongeveer

tweehonderdvierentwintigduizend en drie.

kastrioti Heb je ze allemaal geteld?

anna Ik weet nog dat ik hier voor de eerste keer zat en u mij op het hart drukte dat precisie geboden was. Dat elk radertje in een geoliede machine ertoe doet.

Dat ben ik nooit vergeten.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

25.

Kastrioti sluit af. Anna begint één voor één de kaartjes te verscheuren.

Weer niemand op het plein?

kastrioti Jawel.

Een paar straathonden, zo’n twintig stuks.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

26.

Scène 3

Kastrioti alleen in de zaal. Hij inspecteert de bustes en de doeken aan de muur. Alles is min of meer naar wens. Dan merkt hij de klok op die nog steeds stuk is. Hij blijft er lang naar staren.

Anna op. Ze ziet Kastrioti, maar gaat zwijgend aan haar tafeltje zitten. Ze pakt stil en behoedzaam een stapel toegangskaartjes en begint deze in te vullen. Kastrioti staart nog steeds naar de kapotte klok. Als Anna tien kaartjes heeft ingevuld, kucht ze zachtjes.

kastrioti Het is de hoogste tijd.

Anna zwijgt. Kastrioti pakt een ladder.

anna Meneer Kastrioti, wees alstublieft voorzichtig. Als u uw nek breekt blijf ik hier alleen achter.

kastrioti Mijn vader is horlogemaker geweest.

Ik weet wat ik doe.

Kastrioti gaat op de ladder staan en probeert de klok van de muur te halen. Hij kan er niet goed bij. Anna loopt op hem af om de ladder vast te houden. Kastrioti staat inmiddels op zijn tenen.

anna Laat u mij dat toch doen!

kastrioti Door de kleinste verkeerde beweging kan zo’n klok permanent uit het lood raken.

Je moet goed weten wat je doet.

Kastrioti pakt de klok van de muur, voorzichtig klimt hij van de ladder af. Hij houdt de klok vast, alsof hij nieuw leven in zijn armen draagt. Anna

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

27.

zucht en gaat weer aan haar tafeltje zitten. Kastrioti neemt de klok mee naar Anna’s tafeltje, Anna buigt zich weer over het invullen van de kaartjes.

Een klok moet je leren kennen.

Je moet er geduld mee hebben.

Zo’n apparaat geeft je niet direct wat je wilt,

en is daardoor – in die zin –

niet alleen een juiste weerspiegeling van de tijd,

maar ook van het bestaan.

Kastrioti opent de achterzijde van de klok.

Hij friemelt wat.

anna Ik heb er vandaag al twintig.

Wat denkt u?

kastrioti Deze klok is niet te repareren.

Dit radertje is stuk,

en bovendien is dit hamertje helemaal verbogen.

Kastrioti loopt weer richting de ladder. Hetzelfde ritueel herhaalt zich. Anna ziet het met lede ogen aan.

anna U breekt uw nek.

kastrioti Voor wie zou dat de grootste tragedie zijn?

anna Laat mij dat doen!

Kastrioti hangt de klok terug.

kastrioti Ben je bang om hier alleen achter te blijven?

anna De klok staat nog steeds stil.

kastrioti Hoeveel heb je er nu in totaal?

anna Vijfendertig.

kastrioti Hoe zie ik eruit?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

28.

Anna inspecteert.

anna Er zit een vlek op uw stropdas.

Anna probeert met spuug de vlek eruit te krijgen.

Kastrioti deinst er een beetje van terug.

Sorry, was dat in uw gezicht?

Kastrioti schudt nee. Anna poetst verder.

Ik denk dat u toe bent aan een nieuw jasje.

Deze is een beetje versleten.

kastrioti Dit jasje gaat al jaren mee.

anna Iets nieuws kan toch geen kwaad?

kastrioti De jasjes zijn niet meer te betalen tegenwoordig.

We moeten open nu.

anna Uw das zit nog niet helemaal goed.

Anna recht zijn das. Daarna opent Kastrioti het museum.

kastrioti Het sterft buiten van de straathonden.

anna Dat was vanochtend al zo.

Ik zag er bijna dertig, geloof ik.

kastrioti Dertig? Ik telde er wel vijftig.

Misschien meer. Honderd.

En dat in de winter.

anna Misschien zoeken ze de warmte op.

kastrioti Er sterven normaal gesproken altijd enkele honden door de kou.

Daardoor dunt de populatie een beetje uit.

anna Waren ze ook nu weer zo broodmager?

Ik kon vanochtend bij de meesten de ribben tellen.

Slechte en doffe vacht.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

29.

Iemand zou iets moeten doen.

We zouden ze iets te eten kunnen geven.

Restjes van het ontbijt, de lunch, het avondeten, een stukje oud brood, een olijvenpit?

kastrioti Waar zal dat toe leiden?

Dat straks elke hond uit de stad hier op het plein rondloopt?

Of we hen wel kunnen voeden, zal dan niet ons grootste probleem zijn.

Want hoezeer je ook je best doet om voor ze te zorgen: het leven enigszins dragelijk voor ze te maken, tevreden zullen ze nooit zijn.

En als een meute ontevreden is reageren zij altijd hetzelfde: zij bijten in de hand die hen voedt.

Wat we ook doen, de vraag zal altijd zijn:

de hond, of wij?

Anna gaat weer aan haar tafel zitten en begint kaartjes in te vullen. Kastrioti stoft wat lijsten af. Anna pinkt een traan weg.

stilte

Heb je nog aan die knolraap gedacht?

anna Ik dacht dat u dat niet lekker vond.

Anna haalt de knolraap uit haar lade.

kastrioti Die ziet er niet bepaald vers uit.

anna Door de vrieskou is bijna alles

afgestorven.

We moeten het maar doen met de rapen uit

het najaar.

Anna snijdt een bruinig slap stuk knolraap af.

Hier.

Ze geeft Kastrioti een vaatje zout.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

30.

Dat geeft het nog een beetje smaak.

Ze eten de knolraap.

anna Smaakt het?

kastrioti Het doet me denken aan een winter in mijn jeugd. IJzig koud.

Veel kouder dan een normale winter.

Ik was denk ik een jaar of twaalf.

Het ijs stond elke ochtend op mijn deken.

Er was niets te eten, maar op een dag kwam mijn vader, met een enorme knolraap thuis.

Bijna net zo groot als het hoofd van de minister daar.

Kastrioti wijst naar één van de bustes.

Mijn moeder besloot er soep van te trekken, want zo konden we langer van de raap blijven eten.

De soep was weeïg. Heel weeïg.

Er was geen zout, want dat moesten we bewaren voor in de zomer, om er vlees en vis mee te pekelen.

Zes dagen hebben we knolraapsoep gegeten.

En op de zevende dag werd ik ziek,

dood en doodziek.

Koorts, braken, koude rillingen.

Ik herinner me nog hoe mijn moeder wenend,

op de rand van mijn ledikant zat.

Toen pas besefte ik dat het wel eens heel ernstig zou kunnen zijn.

Hoe jong je ook bent, je gaat nadenken over dingen.

Hoe relatief grote begrippen zijn:

honger en dood, verlangen en schoonheid.

Ik geloof dat ik bijna twee maanden,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

31.

tot het begin van het voorjaar,

in mijn kamertje heb gelegen.

Al die maanden,

niets anders dan het behang om naar te kijken.

Ik kende ieder groefje,

ieder vlekje en elke naad.

Elk element van dat behang vertelde weer een ander verhaal: een geschiedenis die veel interessanter is, dan het hele behang bij elkaar.

korte stilte

Anna biedt Kastrioti nog een stukje knolraap aan. Hij neemt en eet, geknars van de knolraap.

Toen is mijn liefde voor kunst onstaan.

In dat bed kwam ik er langzaam achter, dat we op zoek moeten naar de groefjes in de doeken,

in de beeldhouwwerken en de schilderijen.

We moeten op zoek naar de sporen die een kunstenaar achterlaat in dat proces.

staat op

Neem bijvoorbeeld dit doek.

De afbeelding is niet bijzonder, en vertelt in wezen een clichématig en oninteressant verhaal.

Maar als je goed kijkt, heel goed kijkt,

naar deze veeg bijvoorbeeld,

dan zie je dat deze uit de toon valt.

Deze verfstreep is dikker en ongecontroleerder,

dan alle anderen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

32.

Wat ging er door de schilder heen op dat moment? Dat is waar dit hele werk om draait.

Wat was er aan de hand toen hij deze pennenstreek op het doek zette?

loopt op een buste af Of neem deze buste,

die de minister van oorlog moet voorstellen.

Vervaardigd uit brons, maar met een miniem beetje zilver versmolten, waardoor het materiaal lichter van kleur wordt, en zodoende meer gaat glimmen.

Daar zit ’m de kunst in.

Zijn neus is te groot, en zijn oren te klein.

Al kun je jezelf afvragen welke bedoeling de maker daarmee heeft gehad.

stilte

Kastrioti gaat weer naast Anna zitten.

Het was een even verschrikkelijke als mooie periode, al die maanden in mijn ledikant.

anna Er is toch wel een dokter aan uw bed geweest?

kastrioti Natuurlijk.

Hij kon alleen niets voor me doen.

En op een gegeven moment stopten de koude rillingen, ik hield de boullion die mijn moeder me voerde, langzaamaan weer binnen.

Zo sterkte ik aan. Tot ik plots genezen was.

anna U heeft er niets aan overgehouden?

kastrioti Helemaal niets, behalve een verhoogd relativeringsvermogen.

anna Je zou toch bijna geloven dat er meer is dan wij zien.

kastrioti Niet iedereen ziet die bijzondere veeg op het doek. Daar moet je jezelf voor open leren stellen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

33.

anna Ik bedoel dat er méér moet zijn.

Dat iets u toen in leven heeft gehouden.

kastrioti Ik ben zelf blijven doorademen.

Dat heeft niemand voor me gedaan.

anna Misschien kreeg u daarvoor de kracht.

kastrioti Onzin.

stilte

Anna schrijft haar kaartjes, Kastrioti stoft af.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

34.

zomer

Scène 1

Kastrioti stoft lijsten af. Anna komt binnen en gaat achter haar tafeltje zitten. Nadat ze zich heeft geïnstalleerd, begint ze de kaartjes uit haar lade te pakken en start vervolgens direct met schrijven. Kastrioti komt de ontvangsthal binnen.

anna Het spijt me dat ik laat ben.

Ik had me verslapen.

kastrioti Je verslaapt je nooit.

anna Ik had weer een droom.

korte stilte

Een nachtmerrie.

Ik droomde over de man met de coltrui.

Hij begeleidde me het grote gebouw in.

Het grote gebouw waar ik eerder ook van droomde.

De deuren waren enorm.

Misschien wel tien, twaalf meter hoog en van massief ebbenhout.

Vier grote mannen duwden de deuren langzaam maar zeker open.

We liepen een enorme overkoepelde ruimte binnen.

Ik had nog nooit zo’n hoog plafond gezien.

Ik begon me daardoor steeds kleiner en kleiner te voelen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

35.

Achter ons kwamen de mannen binnen,

die de vrachtwagen waarin ik zat,

hadden uitgeladen.

Ieder paar mannen had een doek vast,

een doek uit dit museum.

Twee van hen droegen zelfs de buste

van de schrijver van de grondwet naar binnen.

De mannen werkten blijkbaar hard,

want binnen enkele seconden

hing de hele ruimte vol,

vol met alle werken uit het museum.

De man met het halflange haar en de coltrui,

vroeg of ik het mooi vond.

Of ik tevreden was met het eindresultaat.

Ik had geen idee wat hij daarmee bedoelde,

en ik wist ook niet precies wat ik moest zeggen.

Hij keek me vervolgens diep in de ogen aan,

legde zijn handpalm op mijn wang,

en probeerde me te kussen.

Ik wilde niet en duwde de man van me af.

Blijkbaar accepteerde hij dit niet,

want hij gaf me een harde klap in mijn gezicht.

Daarna liep hij weg, zonder iets te zeggen.

Ik stond als aan de grond genageld.

Toen alles plots begon te beven en de schilderijen van de muren vielen.

Zodra ze de grond raakten braken ze in duizend stukjes, alsof ze van glas waren.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

36.

Uiteindelijk begon zelfs de buste van de schrijver van de grondwet te wankelen.

Hij viel van zijn sokkel en vlak voordat hij de grond raakte, werd ik wakker.

kastrioti De honden op het plein hebben jongen gekregen.

Ik ging er bijna op een staan.

Zoveel waren het er.

anna Waarom heeft u geen stropdas om?

kastrioti Die ligt thuis.

Gewoon vergeten. Dat is alles.

anna Het is niets voor u om zomaar iets te vergeten.

kastrioti Maar heb je niet gehoord dat de grenzen gisteren zijn geopend?

Er is een associatieverdrag met het Noorden gesloten. Iedereen kan nu visumvrij het land in.

Iemand had het over durfinvesteerders.

Een woord dat ik nog nooit heb gehoord,

het klinkt angstaanjagend.

anna Wie weet brengt dat wel vooruitgang

met zich mee.

Wie weet stroomt het museum weer vol met bezoekers.

Ziet het hier straks zwart van de mensen.

Lijkt u dat geen fijne gedachte?

kastrioti Die Noorderlingen schijnen enorme blaaskaken te zijn. Weten het altijd beter.

anna Ze zeggen dat bij hen in het Noorden alle dromen uitkomen. Dat daar alles mogelijk is.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

37.

kastrioti Fabeltjes.

Anna kijkt naar buiten, over het plein.

anna Er staat een man op het plein.

Hij beweegt.

Hij loopt onze kant op.

Misschien is hij verdwaald.

kastrioti kijkt naar buiten Hij is zeker niet van hier.

Zijn colbert is daarvoor te duur.

Zoiets dragen de mensen hier niet.

Ze kijken allebei door het raam over het plein.

anna Het ziet ook helemaal zwart van de straathonden

kastrioti Als hij verstandig is,

en niet levend verscheurd wil worden,

maakt hij rechtsomkeert.

anna Hij blijft doorlopen.

kastrioti Is het een krankzinnige?

anna Hij stopt.

Hij haalt een stuk vlees uit zijn binnenzak.

Waar heeft hij dat vlees vandaan?

Ze kijken ademloos naar wat zich op het plein afspeelt.

kastrioti Hoe is het mogelijk.

Ik heb nog nooit zoiets gezien.

De straathonden eten uit zijn hand.

anna Ze zijn ook zo rustig.

Blaffen niet meer.

Alsof ze zijn gehypnotiseerd.

kastrioti Hij komt hierheen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

38.

anna Wat moeten we doen?

kastrioti Afwachten.

anna Gaat u maar alvast in de zaal staan.

Ik schrijf nog wel een stuk of vijftien kaartjes.

kastrioti Hij is vast verdwaald.

Eens in de zoveel tijd komt dat voor.

Een ambassadeur misschien,

of zijn assistent.

Anna gaat achter haar tafeltje zitten en begint kaartjes te schrijven. Kastrioti gaat naar de zaal en poetst driftig een buste af. De Noorderling komt binnen. Het is een charmante man van begin dertig. Hij heeft een zwarte coltrui aan en halflang donker haar. Bovendien draagt hij een prachtig zijden colbert met fluwelen revers.

anna Goedemiddag.

Kan ik u helpen?

noorderling Ik wil graag wat rondkijken.

anna Een klein momentje graag, ik haal de gids.

noorderling Dat is niet per se nodig.

Ik wil alleen wat rondkijken.

anna We hebben een goede gids.

Meneer Kastrioti kent elk groefje en elk naadje in dit museum.

Anna loopt de zaal in, naar Kastrioti.

kastrioti Wat is er aan de hand?

Vanwaar de onrust?

anna Er is een meneer die wil rondkijken.

kastrioti Hoe ziet hij eruit?

anna Het is die man die we net op het plein zagen lopen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

39.

kastrioti Wat komt hij hier doen?

anna Hoe moet ik dat weten?

Hij ziet er in ieder geval niet uit als een ambassadeur, of zijn assistent.

Die dragen geen coltruien of colberts met fluwelen revers.

kastrioti Is dat niet verdacht?

anna Hij wil hier alleen rondkijken.

kastrioti Hoe zie ik eruit?

anna Incompleet.

Laat me even uw kraag goed doen.

Anna fatsoeneert zijn kraag.

Zo.

kastrioti Als kind stotterde ik wel eens.

Heb ik je dat ooit verteld?

anna Ik ben er zeker van dat u niet zult stotteren.

Kastrioti trekt zijn jasje recht en loopt op de Noorderling af. Anna gaat achter haar tafeltje zitten.

Meneer? Dit is uw gids voor vandaag.

kastrioti Aangenaam. Kastrioti.

Hoe maakt u het?

noorderling Prima, dank u.

anna Hier uw toeganskaartje

noorderling Wat kost het?

anna en kastrioti Het is gratis.

Noorderling neemt het kaartje aan.

noorderling Kost dat kaartje niets?

kastrioti Bij ons is kunst voor het volk

en dus gratis.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

40.

Kastrioti scheurt het toegangskaartje doormidden

Volgt u mij alstublieft.

Ze lopen de zaal in.

Hier, in de grote zaal, kunt u alle pronkstukken bewonderen.

Hier hangen de grootste, meest prachtige werken

die onze cultuur heeft voortgebracht.

noorderling Wat een indrukwekkende zaal.

Weet u hoe hoog het plafond is?

kastrioti Twaalf meter.

Maar boven het plafond zit nog een koepelzolder.

noorderling Vol prachtige werken neem ik aan?

kastrioti De koepelzolder wordt nu helaas gebruikt als opslag.

noorderling Dus de vloer is stevig genoeg om te gebruiken?

kastrioti Absoluut.

Alleen is de koepel zelf lek.

Dat is nu, in de zomer, geen probleem,

maar in het najaar, als slagregens, die een hele week kunnen aanhouden, het dak teisteren,

ben ik op die zolder uren bezig met dweilen.

noorderling Is het hout rot?

kastrioti Ja, en het cement is poreus.

noorderling Maar de regen is nog nooit door het plafond de zaal ingelopen of zoiets?

kastrioti Godzijdank niet.

Maar ik zal u verder niet vervelen met allerlei bouwkundige vraagstukken.

Dit is de beeltenis van de schrijver van onze grondwet.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

41.

Uit brons gegoten, met een speciale techniek.

Zijn ogen zijn van puur, 24 karaats goud vervaardigd.

noorderling wijst op een ander beeld En wie is dat dan? Is dat de beroemde revolutionair?

kastrioti Nee, dit is de voormalige minister van oorlog. In zijn sculptuur is een beetje zilver meegegoten, teneinde hem een meer glanzend en levendig uiterlijk te geven.

noorderling Waar is het beeld van de revolutionair?

Het schijnt dat hier het laatste beeld van hem staat.

kastrioti Dat beeld staat in de kantine.

noorderling Wie zet zo’n beeld nu in de kantine?

kastrioti Die ruimte wordt nu als opslag gebruikt.

noorderling Waarom wordt zo’n geschiedkundig topstuk in een bedrijfskantine weggestopt?

kastrioti Dat is van hogerhand besloten.

noorderling Elders op de wereld zijn ze allemaal omgesmolten.

kastrioti Omgesmolten?

noorderling Ja. Tot sieraden, juwelen,

dat soort dingen.

Als je in het Noorden een ring koopt,

dan bestaat waarschijnlijk 25% van die ring

uit omgesmolten revolutionair of ideologische grondlegger.

Kastrioti zwijgt. Hij staart naar een buste.

korte stilte

Wat een geweldige ramen trouwens.

Enorm groot.

Wat een licht laten die door.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

42.

Waren deze ruiten vroeger met glas-in-lood versierd?

Kastrioti staart nog steeds zwijgend naar dezelfde buste.

Meneer Kastrioti, deze ramen, waren die vroeger met glas-in-lood versierd?

kastrioti Bedoelt u deze?

korte stilte

Ik geloof van wel.

noorderling Fantastisch.

Zijn er elders nog mankementen?

Nog meer lekkage, of iets anders?

kastrioti Niet dat ik weet.

Al moet ik u zeggen dat er delen van het museum zijn, die al jaren leegstaan.

Lege marmeren vloeren,

is het enige dat daar te zien valt.

noorderling En ratten?

kastrioti Die hebben we hier niet.

noorderling Weet u dat zeker?

Want ik werd hier, buiten op het plein,

bijna belaagd door een enorme roedel honden.

En als er honden op straat zijn, dan moeten de ratten zich wel binnen verschanst hebben.

Misschien dat, als u af en toe een ratje ziet,

u denkt dat zoiets niet veel uitmaakt,

maar geloof mij maar: als je één rat ziet,

dan is het al te laat.

Dan zitten die beesten al overal.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

43.

kastrioti Hoeveel honden zich daar ook op het plein begeven, ik verzeker u dat ik hier nog nooit, ook maar één rat heb gezien.

En zolang ik hier werk, zal dat ook nooit gebeuren.

Het hele gebouw is brandschoon.

Daar zorg ik voor.

Noorderling kijkt wat rond, tot zijn oog op één bepaald doek valt.

Dat is het grootste, meest beroemde kunstwerk dat hier hangt.

noorderling Prachtig doek.

Het zwart, dat slokt je op.

Wat betekent het doek voor u?

kastrioti Dat, hoe tijdelijk alles ook is;

het leven; de ellende; het geluk; de waanzin,

dit doek voor eeuwig is.

Dat is wat dit doek mij laat zien:

de eeuwigheid.

noorderling Dat is toch een vrije naïeve benadering van de dingen.

Niets is eeuwig.

kastrioti De grote meesters.

De werken uit de oudheid.

Zij zijn allen nog te bewonderen,

en over duizend jaar zal dat nog steeds zo zijn.

noorderling U bent atheïst toch?

kastrioti Hoe komt u daar bij?

Denkt u dat ik atheïst ben vanwege de heilstaat?

noorderling Hoe kunt u geloven dat kunst eeuwig is?

Ooit zal onze cultuur, onze soort, en alles wat we kennen vernietigd worden.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

44.

Uitsterven, doven als een nachtkaars.

Ook dit doek.

Dat is een onvermijdelijke toekomst.

Juist de vergankelijkheid maakt de dingen interessant.

Aan de eeuwigheid kleeft geen waarde.

kastrioti Als dit doek tijdelijk zou zijn,

waar ik het overigens niet mee eens ben,

dan zou dit schilderij zinloos zijn.

Dan zou de moeite die in dit doek is gestoken,

zinloos zijn.

noorderling Waarom?

We kijken er toch naar?

kastrioti Ik zie niet in waarom een kunstenaar nog zou gaan schilderen, als hij weet dat zijn werk uiteindelijk vernietigd wordt.

noorderling Het is belangrijker dat een werk ooit heeft bestaan, dan dat het voor altijd zal bestaan.

kastrioti Ik weet niet of ik die gedachte kan omarmen.

Ze staren naar het doek.

Wordt u niet moedeloos van zulke gedachten?

Dat u naar een meesterwerk kijkt en in huilen uitbarst, wetende dat het er ooit niet meer zal zijn?

noorderling Ik zou er bij willen zijn,

als het doek in het vuur wordt gesmeten,

of wanneer het aan stukken wordt gesneden.

In de grote musea van het Noorden, daar hangen de meesterwerken van onze beschaving.

Meesterwerken die soms wel vierhonderd jaar oud zijn.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

45.

Maar ze betekenen niets meer.

Al durft niemand dat te zeggen.

De grootste paradox van onze meesterwerken

is dat je er alles over mag zeggen,

behalve dat het geen kunst is.

Als je een meesterwerk in het vuur gooit,

ziet kronkelen en vergaan;

dan is het pas kunst, dan is het pas het bestaan;

al die verschillende kleuren in de vlammen;

de vervorming van het portret,

het smelten van de verf.

De as van die doeken zou men moeten tentoonstellen. Met een bordje erbij:

‘Dit was ooit een meesterwerk dat in aanraking kwam met het bestaan.’

kastrioti En toch doet u het niet.

Een meesterwerk verscheuren.

noorderling Er gaat geen museumbezoek voorbij, of ik verlang ernaar om de doeken te verscheuren.

Het is een grillig en banaal verlangen,

zo is ons bestaan nu eenmaal.

kastrioti Moeten we niet, juist als mens,

deze banaliteit overstijgen?

noorderling Dat is zinloos.

Want wij mensen zijn zoals we zijn,

en we zullen altijd zo blijven.

stilte

Toch jammer van die revolutionair.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

46.

Eén van de redenen van mijn bezoek.

Kan ik het beeld echt niet zien?

U zou me er een groot plezier mee doen.

kastrioti Het spijt me.

noorderling Niets in deze wereld is onmogelijk.

De Noorderling haalt een biljet uit zijn broekzak en toont deze Kastrioti. Dan doet de Noorderling een bankbiljet in de borstzak van Kastrioti.

stilte

Kastrioti kijkt een beetje verbaasd naar zijn borstzak.

kastrioti Natuurlijk.

Volgt u mij maar.

Kastrioti en de Noorderling lopen de zaal uit.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

47.

Scène 2

Noorderling vanuit de kantine op. Anna schrijft kaartjes, maar legt door de komst van de Noorderling haar werk uit beleefdheid aan

de kant.

anna Heeft u zich vermaakt?

noorderling Ik heb alles mogen zien.

anna Dan heeft u geluk.

noorderling Ik heb erg aangedrongen.

Misschien zelfs te veel, maar ik wilde per se het beeld van de revolutionair zien.

anna Voldeed de buste aan uw verwachtingen?

noorderling Zeker.

Gegoten met een corinthiumlegering, prachtig.

En zijn baard is afgewerkt met zuiver platina.

Bovendien is dit het laatste overgebleven beeld

van de revolutionair ter wereld.

Ik durf me niet te bedenken hoeveel die buste in het Noorden waard is.

Miljoenen, dat sowieso.

Het zou me niets verbazen, als daar elk jaar weer een miljoen bijkomt.

korte stilte

Anna hervat haar schrijven.

En dan staat het hier, in de kantine.

Zonde.

Anna pakt weer een stapel kaartjes uit haar lade.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

48.

stilte

De Noorderling loopt een beetje rond.

Hij inspecteert de hal waarin zij zich bevinden.

anna Maar wat komt u hier eigenlijk doen?

U komt kennelijk niet voor de kunst.

noorderling Hoe kom je daar bij?

anna Daar bent u te goed gekleed voor.

noorderling Ik zal je niet vervelen met

dat soort dingen.

anna U komt uit het Noorden toch?

noorderling Zeg maar ‘je’.

anna Bent u hier om zaken te doen?

Want dat is wat ze zeggen

over de Noorderlingen,

dat ze altijd zaken doen

en niet van half werk houden.

noorderling U kent ze dus de Noorderlingen?

anna Nou ja, om eerlijk te zijn –

noorderling Mooi uitzicht.

Dat komt natuurlijk door die ramen, die zo ontzettend hoog zijn.

Erg indrukwekkend.

korte stilte

Ik heb begrepen dat hier al jaren niemand meer komt. Dat het museum alleen nog open is omdat de staat het gebouw financiert.

Wanneer kwam hier eigenlijk voor het laatst een bezoeker?

anna U bent mijn eerste bezoeker.

Maar ik heb me daarop goed voorbereid.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

49.

Dat is mij altijd op het hart gedrukt.

noorderling Hoe lang werk je hier al?

anna Een jaar of vier, vijf.

Ik raak soms de tel kwijt.

noorderling Het lijkt me dodelijk saai om hier te werken als er geen bezoekers zijn.

anna Ik ben blij dat ik kan werken.

De Noorderling staart naar buiten, kijkt uit over het plein.

noorderling Ik vind de huisjes hier erg opvallend. Ze zijn veel eenvoudiger en veel kleiner dan bij ons.

anna Grootte is natuurlijk relatief.

noorderling Ik mag dat wel, die efficiëntie.

Woon je dichtbij?

Anna stopt met schrijven.

anna Achter het stadspark.

Ongeveer een halfuurtje lopen vanaf hier.

noorderling Dus dat is een paar minuutjes met de bus?

anna Waar ik woon komt geen bus.

noorderling Hoe kom je dan op je werk?

anna Zoals ik al zei: lopend.

noorderling Dus je loopt elke dag een uur heen en weer?

Wat een tijdsverspilling!

anna In het voor- en najaar kan ik elke ochtend

de zon op zien komen over de bergtoppen.

En elke avond zie ik haar richting de zee zakken.

Ik vind het fijn om na zo’n lange dag door de uitgestorven straten te wandelen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

50.

noorderling Verveel jij je nooit hier,

in het museum?

anna Ik vul toegangskaarten in.

noorderling Ik kan me voorstellen dat een dag lang aanvoelt.

anna In de zomer is dat niet zo erg.

noorderling Ik heb inderdaad gehoord

dat de winters hier onverbiddelijk zijn.

anna Ze zijn ijskoud.

Thuis heb ik drie dekens voor in de winter.

Als ik binnenkom ’s avonds, en direct onder

de dekens kruip, dan houd ik het redelijk warm ’s nachts.

noorderling Er is toch wel verwarming?

anna Jawel. Ik heb een houtkachel. Maar in de winter is het zo koud dat ik die vaak niet aankrijg.

noorderling Is het niet het recht van elk mens, om met één druk op de knop, een warm huis te hebben?

anna In die koude wintermaanden bedenk ik me van alles in bed.

noorderling Je bedenkt je dat je het eigenlijk

verschrikkelijk koud hebt. En dat je jezelf stierlijk verveelt.

anna Ik droom heel veel in de winter.

noorderling Ik moet er niet aan denken,

om ’s nachts ook nog overal mee bezig te zijn.

Alsof het leven overdag niet druk genoeg is.

Ik neem altijd twee slaappillen voor het slapen gaan. Die werken perfect.

Ik maak vaak niet eens meer mee dat ik in slaap val.

Geen dromen,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

51.

geen nachtmerries.

Anna gaat verder met schrijven.

Woon je alleen?

anna Eén buurvrouw woont onder me.

De andere woningen zijn al een tijdje onbewoonbaar. Er lopen ratten door de gangen

en er groeit onkruid uit de muren.

noorderling Dus je woont alleen.

anna Dat is maar hoe je het bekijkt.

Ik voel me in ieder geval nooit eenzaam.

Maar een puppy zou ik wel willen.

Een puppy is een maatje dat altijd gezellig is.

noorderling Er zijn honden genoeg,

als ik zo naar buiten kijk.

anna Nee, geen straathond, een puppy.

Wat doet het er ook toe.

Ik kan er toch niet voor zorgen.

stilte

noorderling Het spijt me, ik moet zo weer verder.

anna U heeft nog niet gezegd wat u hier kwam doen.

noorderling Dit museum is de perfecte locatie voor een prachtig en luxueus hotel.

Kastrioti komt op uit de kantine.

kastrioti U bent er nog?

noorderling Ik wilde net gaan.

Bedankt nog voor de interessante rondleiding.

tegen Anna Ik vond het fijn om met je te spreken.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

52.

Noorderling verlaat in rap tempo de ruimte. Anna gaat verder met het schrijven van kaartjes.

kastrioti De baard van de buste van de revolutionair. Hij glimt niet meer.

Ik heb een halfuur staan poetsen.

Maar hoezeer ik het ook probeer,

hoeveel kracht ik ook zet,

op de een of andere manier, blijft de baard ontzettend vaal en vaag.

Heb ik misschien teveel gepoetst door de jaren heen?

Ben ik te ijverig geweest?

Dat ik alle glans heb weggepoetst?

Misschien een sterker schoonmaakmiddel.

anna Zal ik nog kaartjes schrijven?

kastrioti Nee.

Het is genoeg geweest vandaag.

Waar hebben jullie over gesproken?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

53.

Scène 3

Noorderling en Kastrioti lopen samen door de grote zaal.

noorderling Dit schilderij trekt direct je aandacht.

kastrioti Het stelt een middeleeuwse veldslag voor, waar onze nationale volksheld de vijand verpletterde.

Het tafereel wordt als het begin van onze natie beschouwd.

noorderling En die lijst.

Wat is dat? Bladgoud?

kastrioti Deze lijst is van massief goud naar mijn weten.

24 karaat.

noorderling Die lijst moet wel 100.000 kronen waard zijn.

Misschien zelfs meer.

kastrioti Maar de lijst is slechts het omhulsel.

Hoe mooi, of hoeveel kronen de lijst ook waard zou kunnen zijn, het fungeert slechts als een venster, waardoor wij het werk kunnen bewonderen.

noorderling Niet als de lijst van massief goud is gemaakt.

Dan wordt het een heel ander verhaal.

kastrioti Men gaat voor de kunst naar het museum.

noorderling De meeste mensen komen helemaal niet voor de kunst.

Het grootste deel van de bezoekers komt gewoon schatten kijken.

Ze kwijlen bij de gedachte dat bepaalde doeken bij hen thuis zouden hangen.

Niet vanwege de oogverblindende schoonheid,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

54.

maar vanwege de waarde,

en het idee dat ze zelf miljoenen zouden kunnen krijgen voor de doeken.

kastrioti Dat is barbaars.

noorderling U kent de grote meesters

uit het Noorden?

kastrioti Ik heb erover gelezen.

noorderling Zeventig miljoen.

Dat heeft een groot museum onlangs betaald

voor één van de doeken van één van onze

grote meesters.

Maar dat was pas nadat het werd erkend,

als een schilderij van de schilder in kwestie.

De afgelopen decennia heeft het doek namelijk,

aan de muur gehangen bij een gepensioneerde brugwachter.

Kortom: niemand gaf blijkbaar nog een zier om dat doek. Zo mooi is het dus blijkbaar niet.

Maar dat doet er helemaal niet toe, zodra het zeventig miljoen waard is geworden.

Vandaag de dag komen duizenden mensen

per dag, uit alle uithoeken van de wereld,

dat ene schilderij bewonderen.

Kunst is er voor de kenners,

maar het grote geld is er voor de mensen.

kastrioti Maar de doeken zijn toch nooit veranderd, ze zijn altijd precies hetzelfde gebleven.

noorderling Dat is exact mijn punt.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

55.

De doeken zijn niet veranderd,

alleen de mensen.

korte stilte

kastrioti Is het waar wat er gezegd wordt?

noorderling Dat hangt ervan af wat er wordt gezegd.

kastrioti U weet niet wat ik bedoel?

noorderling Het lijkt soms alsof er hier nooit om iets gevraagd wordt.

kastrioti Is het waar dat u voornemens bent een hotel van dit alles te maken?

noorderling Ja.

korte stilte

Ja, het is waar.

kastrioti Er hangt hier zoveel kunst.

En nu wilt u, dit huis van de kunst,

verbouwen tot een hotel?

Dat kunt u toch niet maken?

Dit gebouw is onaantastbaar!

Dit gebouw is een heilige plek, het heeft de belangrijke functie om de inwoners van dit land, kennis te laten maken met kunst.

Onze kunst, onze cultuur.

Als dit gebouw er niet meer is,

waar moet ons volk dan nog heen?

noorderling Het volk is niet meer geïnteresseerd in de werken die hier hangen.

kastrioti Het volk zal zich hervinden.

U kunt zich niet voorstellen,

hoe groot de verandering is geweest,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

56.

die wij allen hebben moeten doorstaan.

Het volk zal op den duur weer gevoed moeten worden, gevoed door alles wat hier hangt.

noorderling Het museum trekt geen bezoekers meer. Al jaren niet.

kastrioti Het volk zal het museum weer terugvinden op de plek waar het al honderd jaar staat.

Het zal niet lang meer duren tot de zalen weer volstromen met mensen.

noorderling Ja, maar dan in een prachtig

en luxueus hotel.

De kámers zullen volstromen met mensen.

kastrioti U maakt een grapje zeker.

Maar wat gebeurt er met de kunst?

noorderling Maakt u zich geen zorgen om de kunst, want de doeken krijgen een uitstekende bestemming. Zowel in de kamers als in de gangen, als naast de lift en in de garderobe,

komen de werken te hangen.

Dit meesterwerk krijgt zelfs een ereplaats

in de foyer.

Nu wordt dit doek, gaat naast een doek staan en streelt de lijst na al die jaren weer bewonderd,

weer gewaardeerd wordt door het publiek!

Want dat is tenslotte toch de functie van kunst?

Daarvoor heeft de schepper van dit doek toch maandelang doorgewerkt?

Zodat wij stervelingen een stuk pure schoonheid mogen beleven.

kastrioti Er zijn plekken die niet veranderd mogen worden.

Want zo sloop je de ziel eruit.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

57.

En zonder ziel stelt het gebouw helemaal

niets meer voor.

noorderling Meneer Kastrioti, ik begrijp uw zorgen. Temeer omdat u iemand bent, die niets aan het toeval wil overlaten.

U bent iemand die de dingen graag goed georganiseerd ziet, goed voorbereid ziet.

Ik ben net als u in dat opzicht.

U ziet een beetje bleek

kastrioti Ik slaap heel slecht.

noorderling Wie niet?

We slapen allemaal slecht.

We hebben veel te veel aan ons hoofd.

Slapen is een enorme tijdsverspilling.

kastrioti Maar u ziet er zo kwiek uit.

noorderling Maar meneer Kastrioti,

er bestaan pilletjes tegen slapenloosheid.

We hebben overal pilletjes voor.

Of je nu griep hebt, een ontsteking, je verdrietig voelt of lusteloos, of dat je ’s nachts de slaap niet meer kunt vatten:

De Noorderling legt een hand op de schouder van Kastrioti en geeft hem een potje pilletjes.

De Noorderling geeft Kastrioti een schouderklop en ze lopen naar de ontvangsthal. De Noorderling loopt langs Anna.

En voor jou heb ik nog een verrassing.

Kastrioti gaat in een van de zalen of in de kantine verder met het afstoffen en schoonmaken van de werken. De Noorderling haalt iets van

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

58.

buiten en komt opgelopen op met een puppy onder zijn arm. Het beestje is in een dekentje gewikkeld.

Anna kijkt onder het dekentje en schrikt een beetje.

noorderling Is ’ie niet aandoenlijk?

anna Het spijt me, maar ik vraag me af of dit wel zo’n goed idee is.

noorderling Is ’ie te lelijk?

Of is de kleur misschien niet goed?

anna Ik kan helemaal niet voor een jong hondje zorgen.

noorderling Volgens mij kun je dat prima.

Neem hem eens in je armen.

Hij duwt het jonge hondje in Anna’s armen.

Ze pakt het hoopje vast en paniek maakt plaats voor vertedering.

Zie je wel.

Jij kunt dit prima.

Ik voorzie geen enkel probleem.

Anna wiegt een beetje met het pakketje.

Alsof het een baby’tje is.

anna Ik vind het erg attent.

Maar ik kan niet voor de puppy zorgen.

Dit diertje heeft eten nodig.

Elke dag weer.

En het is niet eten alléén.

Hij moet speeltjes hebben,

een halsband en iets tegen de vlooien.

En wat als hij ziek wordt?

De dierenarts?

Ik kan dat allemaal niet betalen!

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

59.

Dan moet Boris bij mij thuis creperen.

korte stilte

En nu sta ik hier,

met een jong hondje in mijn hand,

dat ik al Boris begin te noemen,

terwijl ik het niet eens kan houden.

Wat is dit voor een rotstreek.

Wilt u dat ik me ellendig ga voelen?

Dat ik inzie dat ik arm ben?

Ik wil dit niet.

Ik wil me niet zo voelen.

Ik wil straks niet thuis komen

en weten wat ik mis.

Neemt u hem alstublieft terug.

noorderling Dus het is een kwestie van geld?

anna Natuurlijk is het een kwestie van geld.

Alles is een kwestie van geld tegenwoordig.

noorderling Dan zie ik het probleem helemaal niet.

De Noorderling trekt zijn portemonnee.

Anna kijkt een beetje beduusd toe.

Goed, laten we zeggen dat een blik hondenvoer 1,50 kost…

Maal 7 maakt, even rekenen.

Maal 52 en een hond leeft ongeveer 14 jaar.

Plus nog een aantal bijkomende kosten,

zoals ziekte en vlooien.

Kijk eens: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven en achtduizend.

Hij legt de briefjes op het tafeltje van Anna.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

60.

Anna staart naar het geld.

noorderling Waar wacht je nog op?

Steek dit geld in je zak.

anna Ik kan Boris toch niet mee naar huis nemen terwijl u…

noorderling Zeg maar jij hoor.

anna Terwijl u nu zo’n groot bedrag lichter bent?

noorderling Zo groot is dat bedrag niet.

anna Ik kan dit niet aannemen.

Anna duwt het pakketje in de armen van de Noorderling.

noorderling Het is zo makkelijk om ‘nee’ te zeggen.

Het is zo makelijk om te zeggen:

‘Nee, ik verdien dit niet.’

Dan hoeft er namelijk geen verantwoordelijkheid genomen te worden.

In het leven is alles voor de eerlijke vinder.

Het is alleen aan jou wat je wilt vinden:

pech of voorspoed.

Hoe dan ook, duwt de puppy weer in de armen van Anna of je dit hummeltje nu meeneemt of niet, dit krijg je van mij.

Hij stopt het geld in Anna’s tas.

stilte

Anna loopt op de Noorderling af, omhelst hem met één arm, de puppy tussen hen ingeklemd.

anna Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen.

noorderling En als er onverwachte kosten zijn, of als je denkt dat dit bedrag te weinig is,

laat me dat dan vooral weten.

Sterker nog,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

61.

als je ook maar iets nodig hebt,

het maakt niet uit wat,

zeg het me en ik zal je helpen.

Voor alles is een oplossing.

En zeg maar tegen meneer Kastrioti

dat alles goed komt,

daar zorg ik wel voor.

Met hem, met het hotel, de gasten, de kamers en de luxe.

Elke dag zullen hier mensen over de vloer komen: politici, zakenlui, toeristen,

maar ook kunstliefhebbers.

Zeg hem dat alsjeblieft.

Want hij schijnt het zelf niet zo te begrijpen.

Iets dat vaker voorkomt bij oudere mensen.

Alsof ze niet beseffen dat tijd niet stationair is,

maar juist voortbeweegt.

Het is een nietsontziende voortstuwing,

als mens heb je dan maar twee keuzes,

meegaan met de tijd,

of accepteren dat je niet meer tegen verandering kunt en zelf allang geschiedenis geworden bent.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

62.

Scène 4

Anna zit aan haar tafeltje en vult kaartjes in. Kastrioti komt gehaast het museum binnen.

Hij is weer zijn das vergeten en heeft zijn haar ook niet gekamd; wat bijzonder piekerig is en alle kanten uitsteekt. De Noorderling heeft ondertussen een nieuwe klok aan de muur gehangen die wel loopt.

anna U bent nog nooit te laat geweest.

Ik begon me zorgen te maken.

kastrioti Excuses, excuses.

Zijn we al open?

anna Nog niet, want u was er nog niet.

Kastrioti trekt zijn jasje recht.

kastrioti Goed, wat mij betreft kunnen we open.

anna Hoeveel kaartjes zal ik schrijven?

kastrioti Geen kaartjes.

We kunnen meteen open.

Hoe zie ik eruit?

anna Warrig.

Ze gaat voor Kastrioti staan.

Ademt u even diep in.

En weer uit.

Anna fatsoeneert zijn haar en trekt de boord van zijn overhemd recht.

Ik heb thuis nog wel een stropdas liggen.

Die kan ik morgen meenemen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

63.

kastrioti Ik vergeet ’m niet nog eens.

Ik zal nooit meer te laat komen.

Anna opent het museum.

anna U ziet een beetje bleek.

kastrioti De ouderdom.

anna Maar de zon schijnt al weken,

u zou een kleurtje moeten hebben.

kastrioti Het verbaast me dat jij niet bleek ziet.

anna Ik ben blij.

Straks stroomt het hier weer vol met mensen.

kastrioti Dit gebouw hoort geen hotel te zijn.

Het is een museum,

dat is het altijd al geweest.

Maar wat kan ik nog doen?

Dit gebouw, dit plein,

het zal allemaal voorgoed veranderen.

anna Misschien is dat maar goed ook.

kastrioti Bedenk je toch eens,

hoeveel kunst er zal moeten worden opgeslagen.

Of nog erger:

hoeveel er zal moeten worden weggedaan,

om plaats te maken voor de kamers,

de gangen, liften, het restaurant.

anna Maar het belangrijkste krijgt een prominente plaats. Dat heeft hij beloofd.

Zelfs de revolutionair en de ideologische grondlegger, gaat hij een speciaal plekje geven.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

64.

kastrioti Ik kan me gewoon niet voorstellen hoe dit gebouw een hotel zou moeten worden.

Wat moeten wij?

Wat gebeurt er met ons?

Wat voor mensen komen hier over de vloer,

nu de grenzen open zijn?

korte stilte

Decennia lang konden mensen in dit gebouw terecht.

Voor stilte,

voor bezinning,

voor reflectie.

Voor alles wat goed was, kon men hier terecht.

En nu wordt dit gebouw een hotel.

Vrouwen uit verre oorden, met diamanten ringen, mannen in pakken, vervaardigd van het duurste, meest kwetsbare zijde, komen hier, op het plein, hun grote auto’s parkeren.

Om vervolgens een fortuin neer te leggen,

om hier één nacht te mogen slapen,

omdat de bedspijlen en kranen, van goud zijn vervaardigd.

anna Maar hij heeft mij verteld dat hij elke hotelgast zoveel mogelijk in aanraking wil laten komen met kunst.

staat op en loopt naar een doek

Hij wil de gasten de schoonheid laten zien.

Zoals u dat ook wilt.

De kleuren, de groeven, de diepte in het landschap.

In de entreehal zal de buste van de schrijver van de grondwet staan.

Dat heeft hij met zijn hand op het hart beloofd.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

65.

Het zal elke hotelgast opvallen dat het gezicht van de schrijver nogal pokdalig is, dat zijn haar op een bepaalde manier krult en ze zullen zien dat hij een kleine kale plek op zijn achterhoofd heeft.

De Noorderling ziet het als onze taak deze werken te tonen aan een nieuw publiek.

Kastrioti bestudeert een doek en raakt zachtjes de gestolde verf aan.

kastrioti Ik was, samen met een paar andere kompanen, één van de weinigen die destijds niet naar de grote demonstratie op het heldenplein is gegaan.

Het volk dat zich daar had verzameld,

was onwetend en ongeduldig.

Zij hadden in mijn ogen ongelijk.

Want dit land was perfect,

er hoefde helemaal niets te veranderen.

Maar de omwenteling kwam toch.

En sindsdien heeft geen mens ooit nog dit museum bezocht.

Niemand.

En nu vraag ik me af,

nu het laatste herkenbare stukje,

van de heilstaat waar ik in geloofde,

binnenkort voorgoed zal verdwijnen:

heeft hij daar wel het recht toe?

Hij neemt dingen die niet van hem zijn.

anna Echt waar meneer Kastrioti,

de man uit het Noorden is een goed mens,

en hij heeft het beste met ons voor.

U moet hem een kans geven.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

66.

lange stilte

kastrioti De lekkage op zolder is verdwenen.

anna Dat heeft de Noorderling laten doen.

Zonder te twijfelen heeft ’ie er een paar mannen op afgestuurd.

En de kapotte klok aan de muur is ook vervangen.

kastrioti Je rept er met één woord over en ze regelen het al, die Noorderlingen.

Het plein was zo leeg vanmorgen.

Geen straathond te zien.

kijkt over het plein

Zelfs nu niet, midden op de dag.

Ik geloof dat ik het plein

nog nooit zo schoon heb gezien.

anna Ik sta nergens meer van te kijken,

zo snel gaat het.

kastrioti Ik word er een beetje duizelig van.

Kastrioti gaat zitten.

korte stilte

De Noorderling komt binnen.

noorderling Meneer Kastrioti.

Dat zwarte doek, het heeft me niet losgelaten vannacht. Ik moet het nog eens bekijken.

Kunt u me nog één keer de zaal laten zien?

kastrioti staat op Graag.

noorderling Gaat alles goed Anna?

Anna knikt en glimlacht. Kastrioti gaat met de Noorderling de zaal in. Ze gaan voor het grote zwarte doek staan.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

67.

Ik denk dat ik het weet.

Ik denk dat ik weet wat voor vogel het is.

Een tweekoppige adelaar,

de ene kop kijkt links, de andere rechts.

Zo mist het dier nooit iets en kan het over ons allen waken.

Ze kijken samen naar het doek

Dit doek zal in de foyer aan de muur hangen.

Op die manier kan iedereen die het hotel binnenkomt dit prachtige doek meteen bewonderen.

korte stilte

kastrioti Ik heb mijn twijfels.

Dit gebouw is nooit voorbestemd als hotel.

Dit is een museum,

dat is het altijd al geweest.

En dat zal het ook eeuwig blijven.

noorderling Meneer Kastrioti, wat eenmaal in gang is gezet, kan niet meer worden terug-

gedraaid.

U kent vast het gezegde: Alea iacta est.

korte stilte

kastrioti Wat zal er met mij gebeuren?

noorderling Meneer Kastrioti, u hoeft zich geen zorgen te maken. Ik heb lang nagedacht, maar ik weet het nu zeker. Ik wil dat u een belangrijke functie gaat vervullen. U wordt namelijk degene die onze gasten ontvangt.

U wordt degene die de bezoekers op hun gemak stelt.

Hen vertelt over de doeken aan de muur

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

68.

en hen over de geschiedenis inlicht.

Ik wil dat u etagechef wordt van de begane grond.

Een functie met allure,

werk dat respect afdwingt.

Ik kan me voor dit werk geen betere kandidaat wensen dan u.

kastrioti Ik weet het niet.

noorderling Ik heb zelfs al een nieuw jasje voor u besteld, bij de beste kleermaker.

U moet er natuurlijk zo goed mogelijk uitzien.

Want in het beste hotel van het land, verdient het personeel ook het allerbeste.

kastrioti U heeft kennelijk aan alles gedacht.

noorderling Elke dag zal er een uitgebreide lunch geserveerd worden, speciaal voor het personeel. Verse groenten, vers fruit.

Zelfs verse vis naar gelang het seizoen.

Heeft u wel eens versgevangen zalm geproefd?

Als boter, ik verzeker het u.

kastrioti Maar wat gebeurt er met Anna?

noorderling Anna is een bijzondere dame.

Ze heeft een bepaalde kijk op dingen,

ze spreekt op een manier zoals ik nog nooit eerder heb gehoord.

In het Noorden zijn de vrouwen niet zo robuust als Anna.

U vertelde me laatst dat ze graag de wereld wil zien. Dat is exact wat ik haar zal bieden: de wereld.

kastrioti Ze neemt soms teveel hooi op haar vork, denkt nog te vaak dat beslissingen geen consequenties hebben.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

69.

Zoals een klein kind in de top van de boom klimt en er vervolgens niet meer uit durft.

Zo kan een jongedame als Anna ook dingen willen en zeggen, waarvan ze de gevolgen niet inziet.

noorderling Anna hoeft zich geen zorgen te maken.

Zoals ik al zei, meneer Kastrioti, aan alles is gedacht. Voor iedereen wordt gezorgd.

kastrioti Ik weet niet of dit het beste voor ons is.

noorderling Natuurlijk wel.

Dit is het beste voor u, meneer Kastrioti.

U verdient ook niets minder.

kastrioti Waar leidt dit heen?

noorderling Naar een toekomst die uw stoutste dromen overtreft.

Werkelijk waar, meneer Kastrioti, u heeft mijn woord. U hoeft niet bang te zijn voor wat komen gaat.

kastrioti Wat is een toekomst waard als je het verleden verloochent?

noorderling In de toekomst die ik u aanbied, denk ik niet dat u nog veel met het verleden bezig zal zijn.

kastrioti Het verleden verstopt in een hotel?

Ik word er duizelig van.

De Noorderling steunt hem. Legt zijn twee handen op Kastrioti’s schouder.

noorderling Ik zou het nog bijna vergeten.

Ik heb nog iets voor u, meneer Kastrioti.

De Noordeling en Kastrioti verlaten samen de ruimte.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

70.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

71.

Scène 5

Kastrioti loopt door de zaal. Hij stoft niets af, maar bekijkt de doeken aan de muur aandachtig. Alsof hij ze voor het laatst ziet. Kastrioti heeft een prachtig zijden colbert aan, met fluwelen glimmende revers. In vergelijkking met de rest van zijn kleding ziet het colbert er haast potsierlijk uit. Anna komt binnen, staart Kastrioti kort gade en gaat vervolgens achter haar tafeltje zitten. Haar tas, gevuld met een hoopje dekens waar de puppy in zit, zet ze op de tafel neer. Kastrioti merkt haar op.

anna Het jasje staat u erg goed, meneer Kastrioti.

kastrioti Ik zei eerst nee.

Dat moet je van me geloven.

Maar hij bleef maar aandringen en aandringen,

tot ik uiteindelijk dacht: waarom ook niet?

Het zit overigens heerlijk.

Voel de stof eens!

Kastrioti steekt zijn arm uit, zodat Anna aan zijn mouw kan voelen.

Toe dan. Voel maar.

Anna voelt.

anna Het is inderdaad heel bijzonder.

kastrioti De beste zijde uit het verre Oosten, is me verteld.

stilte

Je bent niet enthousiast?

anna Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

72.

Wie geeft er nu zonder reden hele waardevolle spullen weg?

kastrioti Hij wil uiteindelijk toch dat we er goed uitzien, in het nieuwe hotel?

Een etagechef moet er toch goed uitzien?

anna Ik betwijfel of het zo werkt.

kastrioti Zo werkt het.

anna Vind u het niet erg dat dit de laatste dag is dat we open zijn, als museum?

Denkt u dat er nog mensen komen?

kastrioti Ik verwacht vandaag niemand meer.

anna Geeft u op?

kastrioti Er is geen sprake van opgeven.

anna U heeft ineens een nieuw jasje en het kan u niets schelen of er nog bezoekers komen.

U heeft het opgegeven.

Dat is niets voor u.

Wat heeft de Noorderling tegen u gezegd?

kastrioti Ik kan niet in mijn eentje de wereld de andere kant op laten draaien.

Ik word er duizelig van.

stilte

Ben je blij met wat hij je allemaal wil geven?

anna Het is een lief hondje.

kastrioti Ik bedoel zijn aanbod aan jou.

anna Hij heeft me alleen deze puppy gegeven.

kastrioti Jullie hebben elkaar nog helemaal niet gesproken?

anna Jawel, maar iets zegt me dat ik op zoek moet naar ander werk.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

73.

Hij leek een schuldgevoel te hebben waar hij,

geloof ik, zo snel mogelijk vanaf wilde.

kastrioti Tegen mij zei hij iets heel anders.

Hij zei dat hij je een goed betaalde baan in het Noorden wilde aanbieden.

En een huis, met een grote tuin.

anna En dat heeft hij zo expliciet gezegd?

kastrioti Exact die woorden.

En dat hij met je wil samenzijn.

‘Ze is een hele robuuste vrouw,’ dat is wat hij zei.

anna Heb ik een keuze?

kastrioti Volgens hem is alles al geregeld.

anna Hoe durft hij. Hoe durft hij over mijn toekomst te beslissen!

Hij is een egoïst die alleen maar doet wat hij

zelf wil.

Ik heb kennelijk niks te zeggen. Ik moet maar in alles meegaan wat er ‘geregeld’ wordt?

kastrioti Maar vind je het niet fantastisch?

Ik ben erg blij voor je.

anna Ik weet niet of ik nog weg wil nu ik dit weet.

kastrioti Je wilde toch de wereld zien.

Andere plekken ontdekken.

Als ik nog zo jong was als jij en iemand zou mij dit aanbieden, dan zou ik daar volmondig ‘ja’ op zeggen.

‘Dit kan toch niet alles zijn.’

Ik herinner me nog goed dat je dat hebt gezegd.

anna En wat als ik hier blijf?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

74.

kastrioti Je weet hoe die Noorderlingen zijn.

Hij overtuigt je wel. Ze overtuigen iedereen.

anna Dat zie ik aan dat jasje van u.

kastrioti Ik heb eerst ‘nee’ gezegd.

Minstens vijf keer.

anna En bij de zesde keer werd u moe?

kastrioti Je weet hoe de Noorderling is.

anna Wat is er toch met u.

kastrioti Er is niets met mij.

anna U zei zelf dat u het oude jasje prima vond.

Dat het nog jaren meekon.

Het stond u goed.

Het paste u.

korte stilte

Meneer Kastrioti, wat moet er toch van u worden, als ik besluit naar het Noorden te vertrekken.

Heeft u al nagedacht over het feit dat u hier alleen moet achterblijven?

kastrioti In een hotel ben je nooit alleen.

Dat heeft de Noorderling mij verzekerd.

Daar hoef ik me dus geen zorgen over te maken.

anna U gooit uw principes weg!

kastrioti Hij heeft me ervan overtuigd dat we niet bang moeten zijn voor wat komen gaat.

Ik denk dat ik niet veel met principes bezig hoef te zijn in de toekomst die we aangeboden krijgen.

anna U praat nu precies zoals hij.

korte stilte

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

75.

kastrioti Ik moet nog een hoop opruimen.

Kastrioti vertrekt naar de kantine om op te ruimen. Anna staat op, kijkt kort rond. De Noorderling komt binnen en Anna gaat tegen haar tafeltje staan. De Noorderling kijkt in Anna’s tas.

noorderling Je hebt hem meegenomen.

Anders zit het arme beest ook maar alleen natuurlijk.

Bevalt het een beetje?

anna Hij is heel erg lief.

En speels, hij rent achter alles aan dat beweegt,

of wat ik in beweging zet.

noorderling Hoef je geen kaartjes te schrijven?

anna Meneer Kastrioti verwacht geen bezoekers meer.

Niet zo kort voor de verbouwing.

noorderling Dan kun je me vast even helpen.

Ik wil alvast wat schilderijen van de muur halen.

Voor sommige doeken heb ik een geïnteresseerde kunnen vinden.

Het is belangrijk dat deze doeken zo snel mogelijk naar het Noorden worden verscheept.

Er staat achter het museum al een vrachtwagen klaar, waarin de doeken kunnen worden ingeladen.

anna Alle schilderijen zouden toch hier blijven?

noorderling Er zijn geïntersseerden die veel over hebben voor deze doeken.

Bovendien, martkwerking kent zo zijn eigen wetten.

anna Maar dat kunt u toch niet zomaar doen?

Denkt u toch eens aan meneer Kastrioti.

noorderling Anna, als het hotel af is zal hij de doeken niet eens missen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

76.

Echt niet.

anna Er zit me iets niet lekker.

noorderling Ben je ziek?

anna Het spijt me, maar ik kan dit hondje niet houden.

noorderling Kunnen we het niet straks over je hondje hebben?

anna Ik wil dit beest niet!

korte stilte

De Noorderling pakt een stoel en gaat voor de staande Anna op deze stoel zitten.

noorderling kijkt haar indringend aan

Je maakt je druk om niks want ik weet heus wel wat er allemaal aan de hand is.

Maar luister eens goed naar me.

Je hebt dit verdiend.

anna Alsjeblieft.

Neem het hondje alsjeblieft terug.

Anna biedt het pakketje aan.

noorderling Is het het geld?

Heb je niet genoeg geld?

Is dat wat er aan de hand is?

Dan kan ik wel iets regelen.

Zeg me wat er is.

Want er is geen probleem in de wereld,

dat ik niet kan oplossen.

Anna biedt het pakketje nogmaals aan.

anna Ik wil dit niet.

Ik wil dit niet van jou.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

77.

Ik wil niet mee naar het Noorden.

noorderling Wie zegt dat je moet?

anna Dat wordt gezegd.

noorderling Ik wilde je graag een baan aanbieden in een groot museum in het Noorden.

In de hoofdstad van het land.

Ik dacht dat dit een van je grootste wensen was.

anna Ik kan heus wel voor mezelf nadenken,

zelf dingen beslissen. Dat hoeft jij niet voor me te doen!

noorderling Je hebt een verkeerd beeld van me.

Ik ontvoer je niet.

Absoluut niet.

Je hoeft niets tegen je wil te doen.

Maar ik denk dat ik gelijk heb als ik zeg

dat dit is wat je het liefste wilt.

Dat het je hartenwens is om in het Noorden aan de slag te gaan.

Anna, je kunt je verlangens blijven ontkennen,

maar daar wordt je echt niet gelukkiger van, geloof me. Jij wilt dit.

Jij verdient dit.

Je kunt niet anders dan instemmen.

Anna duwt het pakketje in de armen van de Noorderling.

anna Ik blijf hier.

noorderling Ik zie dat je standvastig bent.

Dat je principes hebt.

Ik waardeer dat.

anna Ik ben blij dat je het begrijpt.

noorderling Ik ken veel principiële mensen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

78.

Maar zo principieel als jij, zo heb ik ze nog niet vaak gezien. Dat bevalt me nou juist zo aan jou.

korte stilte

Anna, het is heel erg simpel:

een baan in het Noorden,

of hier werkeloos achterblijven.

Aan jou de keus.

Anna pakt haar tas uit de lade. Anna pakt het stapeltje briefjes uit haar tas en smijt ze in het gezicht van de Noorderling.

anna Als ik ga, ga ik zoals ik ben, niet omgekocht met kronen.

Anna vertrekt. De Noorderling legt het puppy-pakketje op het tafeltje en raapt rustig alle bankbiljetten van de vloer. Hij telt de biljetten vervolgens bedachtzaam.

Kastrioti komt uit de kantine gelopen. Hij heeft nog steeds het nieuwe colbert aan.

kastrioti Was Anna enthousiast over uw aanbod?

noorderling Ze heeft een enorm temperament.

Ze was verbaasd.

kastrioti Dat zou ik ook zijn.

noorderling Ze twijfelt nog een beetje,

maar ik zal haar overtuigen.

Het jasje zit vast als gegoten?

Kastrioti trekt zijn colbert recht en aait even over zijn mouw.

kastrioti Als een tweede huid.

Als een tweede huid die je niet voelt aan de binnenkant, maar des te meer aan de buitenkant.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

79.

En het ruikt ook zo,

op een bepaalde wijze,

ik kan het niet uitleggen.

Misschien omdat ik nog nooit zoiets heb geroken.

noorderling Ach ja, de geur van geluk.

Wacht even.

Kunt u even blijven staan?

Iets rechter op, alstublieft.

De Noorderling strijkt de revers van de Kastrioti glad.

noorderling Zo, dat is een stuk beter.

kastrioti Hoe zie ik eruit?

noorderling Als iemand die weet waar hij mee bezig is.

Als iemand die de juiste beslissingen neemt.

Als een geslaagd man.

korte stilte

Kunt u me ergens mee helpen?

kastrioti Natuurlijk.

noorderling Ik heb een aantal doeken weten te verkopen aan een verzamelaar in het Noorden.

Die moeten in een vrachtwagen geladen worden.

kastrioti Alle doeken zouden toch in het nieuwe hotel komen te hangen?

noorderling U heeft helemaal gelijk.

Maar het was een buitenkans, ik moest direct beslissen. Anders zou de geïnteresseerde zijn zaken elders gaan doen.

kastrioti Waarom heeft u de doeken verkocht?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

80.

noorderling Er staat hier zoveel kunst, meneer Kastrioti, dat moet u toch toegeven.

Maar het geldbedrag dat deze verzamelaar in kwestie, voor deze doeken wilde neertellen

dat is, laat ik zeggen, nogal hoog.

kastrioti Hoe hoog?

noorderling Zo hoog dat ik mij er niet prettig bij zou voelen, als ik u niet liet meedelen in de winst.

De Noorderling geeft Kastrioti de 8.000 kronen die hij van Anna heeft teruggekregen. Kastrioti begint te tellen.

Het zou precies 8.000 kronen moeten zijn.

En dit is pas een voorproefje.

Als u me nu zou willen helpen met die doeken?

Kastrioti en de Noorderling beginnen de doeken van de muren te halen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

81.

Scène 6

Anna staat in de zaal van een bijna leeg museum. De bustes staan er nog en er hangt nog één piepklein portretje aan de muur. De Noorderling komt binnen gelopen. Anna staat als het ware te dagdromen.

noorderling Anna! Anna!

Daar ben je.

Kom je?

De laatste vrachtwagen staat klaar.

anna Ik kwam u zeggen dat –

noorderling Hou toch eens op met dat ge– …

anna Ik kom u zeggen dat ik niet mee kan gaan.

noorderling Wat is er nu weer?

We hebben deze discussie toch al gevoerd?

Meerdere malen zelfs.

Jij wil een toekomst en ik ga je die geven.

Doe niet zo raar en kom mee.

pakt haar hand

anna Nee!

Ze trekt zich los.

noorderling Wat wil je?

Ik regel het wel. Ik kan het oplossen.

anna Ik wil niet mee!

noorderling Waarom niet?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

82.

anna Omdat ik het niet kan.

Ik kan het niet.

En ik wil het niet.

korte stilte

noorderling Anna.

Hij pakt haar handen vast.

Anna, luister eens naar me.

Ik snap je, ik snap jou heel erg goed.

Verandering is eng, want er is niemand die jou precies kan vertellen wát er precies anders wordt.

Er zijn zo ontzettend veel mensen,

die helemaal niets in het leven bereiken,

die hun dromen nooit verwezenlijkt zien worden, alleen maar omdat ze bang zijn voor verandering.

anna Het is meer dan dat.

noorderling Natuurlijk is het meer dan dat.

Ik begrijp dat je jezelf afvraagt of ik wel te vertrouwen ben. Want zo lang kennen we elkaar nou ook weer niet.

Maar Anna, ik geef je mijn woord, als ik je zeg dat je je geen zorgen hoeft te maken.

Anna.

Anna, jij bent niet zo als al die anderen.

Jij bent niet bang voor verandering.

Jij durft beslissingen te nemen.

Jij gaat het avontuur aan.

anna Maar waarom ik?

Waarom niet een ander?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

83.

Waarom ik wel?

noorderling Omdat jij het bent.

anna Wat maakt mij dan zo bijzonder?

noorderling Hoe moet ik het zeggen?

Hoe je beweegt.

Hoe je praat.

Hoe je denkt.

Ik ken niemand zoals jij.

Ik heb nog nooit iemand gekend zoals jij.

Ik heb nog nooit iemand ontmoet zoals jij.

Kom nou.

Kom nou toch met me mee.

Ze laten elkaars handen los.

anna Ik denk dat u beter iemand anders kunt zoeken.

noorderling Anna, maak je geen zorgen.

Je zult het geweldig vinden, echt.

korte stilte

Doe toch niet zo flauw Anna.

anna Het spijt me, ik blijf hier.

noorderling Anna, ik bied je verdomme de hele wereld.

Je gaat mee!

De Noorderling wil Anna meesleuren.

anna Nee. Ik blijf hier! Laat me los!

Anna geeft de Noorderling een klap in zijn gezicht. Hij laat haar los. Ze kijken elkaar aan.

De Noorderling doet zijn colbertje goed en kijkt naar de lege muren van het museum.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

84.

noorderling Prima. Jij je zin.

De Noorderling gaat af. Anna blijft staan. Kastrioti komt op met een glimlach en een, nog steeds, piekfijn jasje.

kastrioti Is hij al langsgeweest?

anna Hij is weg.

kastrioti Dan wacht ik even tot hij weer terugkomt. Ik moet nog van hem weten wanneer de aannemers komen.

Want, zo zei hij, er moet nog een heleboel gebeuren.

Misschien wordt zelfs de koepel vervangen.

Hij vertelde me gisteren dat dit met een enorme hijskraan wel te realiseren valt.

De Noorderling heeft al een ontwerp klaarliggen,

voor een prachtige stenen koepel.

Dan hebben we ook nooit meer lekkage, zoals nu met de houten constructie.

anna U weet er veel van.

kastrioti Hij heeft de verbouwing grondig met me doorgenomen.

Hier in de zaal wordt het pleisterwerk compleet vernieuwd.

Er komen overal steigers en een klein leger aan aannemers zal de muren gladder dan ooit strijken.

In de ontvangsthal komt het meest stijlvolle behang dat te krijgen is.

Ook komen er verschillende open haarden,

met fauteuils, divans en chaise-longues.

Want dat is de luxe die de Noorderlingen verwachten.

Ik denk dat het oogverblindend mooi zal worden,

als het eenmaal af is.

anna Laten we het afwachten.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

85.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

86.

een winter

Scène 1

Anna dweilt de vloer, die helemaal leeg is behalve twee sokkels, waar ooit de bustes op stonden, die precies in het midden staan.

Tussen de sokkels staat een oude krakkemikkige stoel. Ook de muren zijn leeg: er hangen geen doeken meer. Wel staan er grote hoge steigers tegen de muren tot aan het plafond.

Ze zijn een beetje vervallen en verroest. Her en der staat er een oud blik verf op een steigerverdieping. Anna heeft nog steeds dezelfde kleren aan, ze zijn viezer en ouder dan voorheen. Bovendien zien ze wit van al het stof dat er in het museum hangt. De klok aan de muur staat inmiddels weer stil. Anna ziet er moe uit. Kastrioti die nog steeds zijn nieuwe colbert draagt, komt binnen.

kastrioti Ben je nu alweer aan het dweilen?

anna Er is boven, ik denk op de koepelzolder, weer lekkage ontstaan.

Het hout is rot.

kastrioti Maar dat gedweil heeft toch geen zin.

Als de aannemers terugkomen,

en het echte sloopwerk gaat beginnen,

wordt het hier weer een zwijnenstal.

anna Ik heb al zo lang geen aannemer

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

87.

meer gezien.

Ik denk al bijna een halfjaar niet meer.

Al zou het makkelijk nog veel langer

kunnen zijn.

Er zijn al zolang geen aannemers meer geweest,

ik denk niet dat ze ooit nog komen.

korte stilte

kastrioti Jawel, binnenkort. Noorderlingen houden namelijk niet van half werk.

Wil je niet even zitten?

Anna gaat zitten op de krakkemikkige stoel.

Er lopen weer overal straathonden.

Niet alleen op het plein, maar ook in de

straten van de stad.

Er zaten er zelfs een paar voor de ingang.

Ik probeerde ze weg te jagen met wilde handgebaren.

Maar ze bleven gewoon stoïcijns zitten.

Alsof er niets aan de hand was.

korte stilte

Als ze de aannemers maar niet wegjagen.

anna Als er nog aannemers komen.

kastrioti Dat zal wel moeten.

De werkzaamheden zijn nog lang niet klaar hier.

anna Ik denk niet dat ze nog komen.

Kastrioti kijkt bezorgd naar Anna.

Zij vangt zijn blik.

Hoe zie ik eruit?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

88.

kastrioti Een beetje stoffig.

Blijf eens stil zitten?

Kastrioti haalt een stofdoek uit zijn binnenzak,

en slaat het witte stof uit de kleren van Anna. Dit lukt gedeeltelijk, maar na het geklop ziet Anna er nog steeds armoedig uit.

Beter. Al zie je er wel een beetje moe uit.

anna Slecht geslapen.

Net als gisternacht,

en de nacht daarvoor.

kastrioti Hoe komt dat?

anna Ik maak me zorgen.

Over ons en wat er van ons worden moet.

Vroeger hadden we het goed, was er een doel.

Ik weet nog precies hoe u het omschreef:

bewakers van de kunst.

Wat valt er nu nog te bewaken?

Deze muren? Deze steigers?

Zijn die het bewaken waard?

Misschien is het wel daarom, dat ik al heel lang niet meer droom.

Kastrioti glimlacht als een boer met kiespijn. Dan gaat hij, zo goed en zo kwaad als zijn oude gestel het hem toelaat,op de grond

naast Anna zitten. Er volgt een lange stilte waarin Anna en Kastrioti voor zich uitkijken.

Kastrioti piekert terwijl Anna gedachtenloos staart.

Deze winter duurt lang. Langer dan alle andere winters die ik hiervoor heb meegemaakt bij elkaar.

kastrioti Het wordt ooit vanzelf weer zomer.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

89.

stilte

anna Ik heb nooit gezien dat de muren zoveel scheuren hebben.

Dat er zoveel reliëf te zien is.

Zoals die muur daar,

wijst lijkt wel een gebergte.

Er zijn diepe dalen, ravijnen zelfs,

omgeven door grote bobbels,

die als grote toppen uit het pleisterwerk steken.

En waar het zwarte doek ooit hing,

daar zit een enorme spleet.

Ik zat er laatst minutenlang naar te kijken.

Ik vroeg me af waar die spleet naartoe zou leiden.

Ik pas er niet in. Mijn arm past er niet in.

Maar mijn vinger kon ik tot het laatste kootje,

in het gat duwen.

Het moet dus ergens uitkomen.

Misschien in een andere wereld,

of een ander museum.

Waar de mooiste werken verzameld zijn,

en enorme mensenmassa’s zich in een kring

om de schilderijen verzamelen.

kastrioti Ik zie geen scheur.

Waar?

anna Daar!

Kastrioti kijkt bedrukt naar de muur.

Er volgt een lange stilte.

Denkt u dat de Noorderling nog terugkomt?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

90.

kastrioti Jij weet net zo goed als ik, dat ze in het Noorden geen kansen onbenut laten.

Hij gebaart naar de steigers.

Noorderlingen verafschuwen halve maatregelen.

Zij verafschuwen half werk.

korte stilte

Maar waarom ben jij hier nog?

Je zou in het Noorden alles krijgen wat je wilde.

anna Alleen als je iets op eigen kracht doet,

wordt het pas waardevol.

Ik wil nog steeds de wereld zien, in mijn eigen tempo en op eigen kracht.

kastrioti Maar waar begint die wereld?

anna Geen idee.

Misschien moet ik bij het begin beginnen.

En de bergtop, die ik met mijn vader beklom,

nog eens moet beklimmen.

Dat ik besef dat die andere bergtop in de verte, aan de overkant van het dal, geen saaie herhaling is, maar een nieuwe mogelijkheid op een beter uitzicht.

kastrioti Denk je dat er nog mensen komen,

nu er geen werken meer hangen?

anna Wat denkt u?

kastrioti Je weet maar nooit.

Kastrioti schrijft kaartjes,

Anna stoft de steigers af.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

91.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

92.

Scène 2

Kastrioti stoft een stellage af. Anna komt het museum binnen.

anna U bent vroeg.

kastrioti Je ziet eruit alsof je een spook hebt gezien.

anna Er gromde een grote straathond naar me op het plein. Ik zag het vuur in zijn ogen toen hij zijn bovenlip optilde en zijn glimmende tanden liet zien.

kastrioti Ga even zitten.

anna Moet er niet eerst even gedweild worden?

Anna kijkt naar het plafond.

Want die lekkage lijkt ook steeds erger te worden.

kastrioti Kom eerst even tot rust.

Anna gaat op de krakkemikkige stoel zitten. Kastrioti loopt naar één van de hoeken van de zaal en pakt een in kranten verpakt pakketje op. Hij loopt ermee naar Anna. In het pakketje zit een oude knolraap die bruin is geworden en eigenlijk oneetbaar. Hij pakt de knolraap uit.

kastrioti Eet een stukje knolraap.

anna Altijd maar weer die knolraap.

Het begint me soms tegen te staan.

kastrioti We moeten blij zijn dat er nog iets is.

Er zitten nog wel een paar stukjes aan die je kunt eten. Hier bijvoorbeeld en hier.

Anna zoekt een eetbaar stukje, scheurt dit eraf en eet het op.

anna Wat als die straathond mij had aangevallen?

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

93.

Wat als de hele meute op het plein besluit

dat ze ons niet meer tolereren?

kastrioti Honden grommen wel vaker.

anna Wat als die straathond mij net had doodgebeten? Dan zou u hier alleen achter-

blijven. Helemaal alleen.

kastrioti Ik ben niet alleen zolang ik een bestemming heb.

Dit gebouw zal een mooi hotel worden.

En als het zover is, zullen er altijd mensen zijn.

anna Wat als ik word opgegeten door een meute straathonden?

kastrioti Hoe kun je zoiets denken?

Als er iemand dood neervalt ben ik het.

Maar mocht het toch gebeuren dan zou ik geduldig wachten tot de Noorderling terugkomt.

anna Weet u echt absoluut zeker dat hij nog terugkomt?

kastrioti Niemand uit het Noorden zou de kans laten lopen om hier een hotel te beginnen. Dat heeft hij zelf tegen me gezegd.

En wat maakt het jou nog uit als je eenmaal opgegeten bent?

Of heb je nu spijt dat je niet met de hem bent meegegaan?

anna Nee.

Maar wat gaat u doen?

Als hij uiteindelijk niet terugkomt?

stilte

Kastrioti ziet er bleek uit en er staan druppeltjes zweet op zijn voorhoofd.

Wat ziet u bleek.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

94.

Kastrioti loopt op een van de steigers af en inspecteert de stabiliteit. Hij duwt een beetje tegen één van de steigerpalen. Dan valt er een schilderkwast naar beneden. Kastrioti schrikt ervan, terwijl Anna het tafereel gadeslaat. Kastrioti legt de schilderkwast in een hoekje en snuit dan zijn neus met zijn zakdoek – nog steeds controleert hij eerst of het niet zijn stofdoek is.

Het is zo leeg in de kantine.

Kaal, kil en koud.

Die ruimte is nooit bedoeld om helemaal leeg te zijn. Het ziet er angstaanjagend uit.

kastrioti De verwarming is stuk.

Al zag het er nog zo gezellig uit, dan nog zou ik er nu niet meer gaan zitten om wat te eten.

anna Hoe zie ik eruit?

kastrioti Beter dan toen je binnenkwam.

Maar je kleren zitten helemaal onder het stof.

Kastrioti klopt uitgebreid het stof van Anna’s kleren. Hij moet ervan hoesten.

anna Die steigers zijn echte stofnesten, je kunt er niet tegenop vegen. Onafgebroken blijft hier stof naar beneden dwarrelen.

Kastrioti fatsoeneert nu het haar van Anna.

Hij plaatst enkele losse, wilde plukjes haar achter haar oor.

kastrioti Zo. Dat is beter.

korte stilte

anna U ziet er uitgerust uit vandaag.

kastrioti Ik heb goed geslapen.

anna Dat is te zien.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

95.

kastrioti Ik heb vannacht weer eens een droom gehad.

anna U droomde toch nooit?

kastrioti Aanvankelijk wist ik ook niet of

het echt was.

Of dat ik misschien langzaam

dement aan het worden was.

Maar het was een hele levendige droom.

anna Wat droomde u dan?

kastrioti Alle doeken hingen weer aan

de muur, en alle bustes en beelden

stonden weer op hun plaats.

Ook die van de revolutionair en de minister van oorlog.

De kantine was gewoon weer de kantine:

een plek waar je jezelf in alle rust even kon terugtrekken met wat brood en olijven.

Overal hing kunst en niets was opgeslagen.

Zelfs het metershoge gouden standbeeld van

de president stond weer op het plein.

Een eeuwige glimlach op zijn lippen.

Buiten zag het zwart van de mensen.

Iedereen was ergens naartoe op weg.

Naar de opera, naar het theater en sommigen genoten simpelweg van de zonnestralen op het plein.

Maar de meeste mensen waren op weg naar het museum.

Er kwam een schoolklas binnen,

en ik mocht hen rondleiden.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

96.

Twintig geïnteresseerde jongens en meisjes stonden enthousiast in de ontvangsthal

te wachten.

Allemaal hadden ze rode vlaggetjes in hun handen.

Rode vlaggetjes met in het midden

de zwarte adelaar.

Ze zwaaiden er uitbunding mee.

En toen we aankwamen bij het grootste meesterwerk, wat precies hier aan de muur hing, vielen de kinderen één voor één stil.

Op het teken van hun lerares begonnen zij

ons volkslied te zingen.

Ik had nog nooit iets gehoord dat zo zuiver,

zo ontroerend en zo mooi klonk.

Er zat geen enkele valse noot bij.

Na het prachtige gezang kreeg ik van de kinderen een hand.

De lerares bedankte mij persoonlijk.

Ze begon iets te zeggen over haar diepgewortelde vertrouwen in de staat,

in het volk en in de president.

Maar voor ze haar zin kon afmaken

werd ik uit mijn slaap gehaald

door een blaffende straathond.

stilte

anna Ik wou dat ik nog eens kon dromen.

Het slaaptekort kan me niets schelen,

maar dat je daardoor niet meer droomt,

dat is des te erger.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

97.

kastrioti De Noorderling heeft nog een heleboel pilletjes achtergelaten.

Misschien zit er iets voor je tussen.

anna Dat helpt toch niet.

kastrioti Natuurlijk wel.

In het Noorden hebben ze een pilletje tegen alles.

Tegen hoofdpijn, tegen buikpijn, tegen neerslachtigheid, tegen slapeloosheid.

anna Ja, dat is wat ze zeggen.

Ze hebben daar zogenaamd overal een oplossing voor.

Een pil voor zus en een pil voor zo.

Maar voor wat ik heb, is er geen pilletje, meneer Kastrioti.

Er is geen pilletje dat mij kan helpen dromen.

Anna kijkt nog eens naar het plafond.

Die lekkage is echt vreselijk.

Het lijkt elke dag erger te worden.

Anna pakt een dweil uit een hoek en begint te dweilen. Kastrioti aarzelt en stoft de stellages af.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

98.

Scène 3

Anna stoft de steigers af. Ze ziet er heel erg slecht uit. Haar haren hangen voor haar gezicht en er zitten scheuren in haar kleren. Ook heeft ze dikke wallen onder haar ogen door slaaptekort. Kastrioti komt binnen. Hij wil op de stoel zitten, maar merkt dat de stoel wiebelt. Hij inspecteert de stoel en de poten. Vervolgens zoekt Kastrioti tussen het gruis, dat her en der op de grond ligt, een stukje plat pleisterwerk. Hij legt deze onder één van de stoelpoten, zodat die niet meer zal wiebelen. Het lukt niet, en de stoel blijft wankel. Kastrioti pakt de stoel driftig beet, en zet die op zijn kop neer op de vloer. Kastrioti probeert de poot in de stoel te duwen, maar dit gaat niet makkelijk. Hij wordt steeds driftiger en steeds ruwer met de stoel. Dan breekt de poot met een luid gekraak af van de zitting. Anna draait zich om. Oogcontact. Kastrioti staat verbouwereerd met de poot in zijn hand. Kastrioti loopt weg. Anna legt haar stofdoek aan de kant. Ze loopt naar één van de hoeken van de zaal en pakt een dweil. Ze begint water op te dweilen waar het gelekt heeft.

Na een paar ogenblikken komt Kastrioti weer binnen met een een groot stuk karton. Hij vouwt het karton twee keer, tot er een eenvoudige zitplek ontstaat. Hij legt het karton op de grond en gaat er, zo goed en zo kwaad als het gaat, op zitten. Kastrioti veegt met zijn stofdoekje over zijn jasje. Gek genoeg ziet het jasje er nog steeds piekfijn uit. Anna wringt ondertussen haar dweil uit in een emmertje. Als ze weer wil dweilen, stoot ze per ongeluk het emmertje om. Het water dat ze zojuist

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

99.

heeft opgedweilt ligt weer op de grond. Kastrioti staat op, en dat duurt even, om haar te helpen.

anna Laat maar, ik red me wel.

kastrioti Wil je niet even zitten?

anna Nee. Ik heb al de hele nacht gezeten.

kastrioti Je kunt nog steeds niet slapen?

anna Ik ben maar gestopt met in bed te kruipen.

Ik kreeg last van mijn rug, door het liggen de hele nacht. Dan zit ik liever op een stoel.

kastrioti Stop dan in ieder geval even met opruimen.

Anna zet haar spullen aan de kant en pauzeert even.

anna Wanneer komen de aannemers terug, meneer Kastrioti?

En de Noorderling? Wanneer komt hij?

kastrioti Ik heb geen idee.

Ik heb werkelijk geen idee.

anna Ik heb een hekel aan lege ruimtes.

Wist u dat?

Al van kinds af haat ik het.

Je kunt in lege ruimtes niet lopen,

niet kuchen en niet fluisteren,

zonder jezelf terug te horen.

Ik weet nog dat ik met mijn vader in een

grot stond, en ik stond daar perfect stil,

gaf geen kik, maar zelfs het geluid van de

stilte werd door de muren teruggekaatst.

kastrioti Als het hotel eenmaal af is,

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

100.

zal niets meer leeg klinken.

En zal niets meer leeg aanvoelen.

anna U zegt maar wat.

kastrioti Ik probeer geen stilte te laten vallen.

anna De verwarming in de kantine is nog steeds stuk.

Ik zag laatst dat er ijsbloemen op de ruiten stonden.

Wat als de verwarming het hier ook begeeft?

kastrioti Jij bent nog jong.

Jij houdt dat wel vol.

anna Ik kan hier niet alleen achterblijven.

Ik weet niet wat ik zou moeten doen,

met al die tijd alleen, in een lege ruimte.

kastrioti De grenzen zijn open.

Het zal niet lang duren of iemand vind je.

anna Maar waarom heeft dan niemand ons nog gevonden?

kastrioti Het zal denk ik niet lang meer duren.

anna Heeft u dan niet het nieuws gehoord,

dat sinds de grenzen zijn geopend,

er meer mensen zijn weggegaan

dan binnengekomen?

Onze voormalige minister van financiën is naar het Noorden gegaan om bankier te worden.

De kleinkinderen van de schrijver van de grondwet, zijn vetrokken om reclameboodschappen te schrijven.

kastrioti Als de grenzen open zijn, waarom gaan wij dan niet?

anna Ik denk niet dat wij dat kunnen.

Wij hebben hier een taak te volbrengen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

101.

kastrioti Ik denk dat ik te oud ben om weg te gaan.

Waar moeten mensen zoals ik nog heen?

Wie zit er op mij te wachten?

korte stilte

Is er nog knolraap?

anna Nee.

Het was een slecht jaar.

Veel regen in de zomer,

en de kou zette vervolgens te vroeg in.

Bovendien zijn er bijna geen boeren meer,

die hier nog knolraap verbouwen.

De drassige kleigronden in het Noorden,

zijn veel vruchtbaarder dan de rotsige bodem van ons land.

Ze kunnen daar veel meer verdienen.

kastrioti Het is net of het hier binnen regent.

anna Dat is de lekkage die wordt steeds erger.

kastrioti Misschien helpt het als ik ga dweilen?

anna Graag.

Kastrioti loopt naar de dweil en de emmer, hij begint met het opdweilen van enkele plassen. Anna gaat intussen zitten op de krant die Kastrioti heeft neergelegd. Anna kijkt door het raam en ziet de straathonden.

Er zijn zoveel straathonden,

dat ik ben opgehouden ze te tellen.

lange stilte

Meneer Kastrioti?

Wilt u even naast me komen zitten?

kastrioti Natuurlijk.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

102.

Hij gaat naast haar zitten.

anna Hoe zie ik eruit?

Ik zie er toch niet stoffig uit?

Kastrioti kijkt naar Anna. Kucht even voordat hij iets zegt.

kastrioti Welnee.

Je ziet er nog even kwiek uit als altijd.

Het is net alsof je niet ouder wordt,

alsof de tijd voor jou stilstaat.

anna Ik wil dat helemaal niet.

Ik wil dat het weer zomer wordt.

kastrioti Dat wordt het uiteindelijk ook.

Het wordt weer zomer,

en het zal hier vol met mensen stromen.

We moeten nog even geduld hebben,

want verandering is log.

Een traag wezen, dat er lang over doet, om hier te arriveren. Dat is alles.

stilte

anna Zag ik daar nou een straathond door de gangen lopen?

kastrioti Je hallucineert.

anna Ik zag toch echt een hond lopen.

Wat als de hele meute al door het gebouw loopt?

kastrioti Honden gaan niet naar een museum.

anna Maar is dit nog wel een museum?

Want waar hangt dan de kunst, die in een museum thuishoort?

En een hotel is het ook niet, want er zijn geen kamers of bedden te bekennen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

103.

Laat staan gasten.

Waar wij leven, dat is ergens tussenin.

Al weet ik niet waar, waartussen wij leven.

kastrioti Het wordt de hoogste tijd dat je

weer eens goed slaapt.

anna Kijk het sneeuwt.

Het sneeuwt naar binnen.

kastrioti Je hallucineert.

anna De wind heeft vast een gat in het rotte hout geslagen.

Ik heb het koud.

Anna leunt met haar hoofd tegen Kastrioti’s schouder. Kastrioti neemt Anna in zijn armen.

kastrioti Stil maar.

Het wordt vanzelf weer zomer.

Sneeuw dwarrelt naar binnen.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

104.

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

105.

Met dank aan: Florian Hellwig , Denis Meniko, Ervin Meniko, Serxho Petrela, Ilir Hysa,

‘De Professor’ en het Nederlands Letterenfonds

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

106.

Yvo Nafzger (1986) is toneelschrijver en (cultuur)journalist. In 2015 studeerde hij af aan de HKU, Writing for Performance in Utrecht. Momenteel schrijft hij artikelen voor verschillende internetplatforms en werkt hij aan een nieuwe toneeltekst over het ploeterende politiek activisme van zijn generatie

Toneelwerk

Zomer in de Winter – 2016

Zoetstof – 2015

Bedgenoten – 2015

Cynicasters – 2014

Echt Ebben – 2013

Daar kom je graag… – 2012

De Nieuwe Toneelbibliotheek, Tekst #372 © 2016, Yvo Nafzger

zomer in de winter

107.

Life Enjoy

" Life is not a problem to be solved but a reality to be experienced! "

Get in touch

Social

© Copyright 2013 - 2019 TIXPDF.COM - All rights reserved.